La Palma | Fuencaliente

Weer zetten we de wekker om 6.45 uur. Je kunt de zon dan nog mooi zien opkomen en je kunt genieten van de ochtendgeluiden: fluitende en klikkende vogels, het gekwaak van de kikkers, ergens in de verte een haan en de honden uit de buurt die blaffend op gang komen. Ons ontbijt bestaat elke ochtend uit stokbrood met kaas, salami, tomaat, komkommer en ei. We smeren direct een paar stokbroden extra voor de korte wandeling van vandaag. Zoals iedere ochtend ontbijten we in de warme zon op het dakterras. De geuren van de bloemen uit de botanische tuin maken het paradijs compleet. Weer is de lucht diepblauw. Doordat de wind al een paar dagen vanuit de Sahara komt, is de luchtvochtigheid gedaald tot 20 % en is de temperatuur hoger dan normaal. Het mag op dit eiland dan wel permanent lente zijn, 24 graden is voor januari aan de hoge kant. Voor ons wel zo prettig. Wat we hier ook erg prettig vinden is het geheel ontbreken van vliegtuigstrepen in de lucht. Er vliegen geen vliegtuigen over La Palma. De weinige vliegtuigen die komen en gaan van de luchthaven in Santa Cruz, vliegen aan de andere kant van de bergen.

Na het ontbijt rijden we de 24 kilometer naar Los Canarios (Fuencaliente), waar we de auto parkeren tegenover het café. Het uitzicht is stukken beter dan vier dagen geleden, toen de wolken hier zo laag hingen dat we niets konden zien. Nu zien we diep beneden de oceaan liggen glinsteren en de twee vulkanen die we vandaag gaan verkennen. Om de ‘Vulcan de San Antonio’ te beklimmen moeten we langs een loket, waar we € 5,- per persoon zouden moeten betalen. Dit is tegen onze principes, want waarom zouden we wel voor deze en niet voor de andere vulkaan hoeven te betalen? Jammer voor deze vulkaan, maar er is nog veel meer moois te zien. We volgen een pad van gruis dat beneden langs de vulkaan loopt. Rechts zien we de bananenplantages die beneden langs de kust liggen. We lopen over zwart grint, gruis en lava. Fascinerend om tussen rotsplanten te lopen die hier zo duidelijk in hun element zijn. Over een irrigatiekanaal lopen we naar de ‘Vulcan de Teneguia’, die in 1971 voor het laatst is uitgebarsten. De lavavelden worden spectaculairder als we dichter bij de veelkleurige krater komen: paars, rood, bruin, geel, wit, grijs. We beklimmen de rand van de vulkaan, waardoor we een fantastisch uitzicht hebben over het desolate, maar wel kleurrijke vulkanische landschap. De blauwe zee is nu aan drie kanten zichtbaar. In de verte zien we het kleinste Canarische eiland El Hierro liggen, naast het veel grotere Tenerife en het kleinere La Gomera.

Vanaf de top van de Teneguia lopen we vervolgens door een maanlandschap dat de lavastroom van 1971 heeft gecreëerd. De kleuren, de vormen, de desolaatheid, de leegte, met daarboven de immer diepblauwe lucht. Naar de maan hoeven we dus ook niet meer. Het lavaveld loopt helemaal door tot aan Faro de Fuencaliente, het minuscule vissersdorpje dat helemaal beneden op de zuidpunt van La Palma ligt. Hier hebben de bus gemist, als er überhaupt een bus gaat in deze tijd van het jaar. We hebben in de hitte ruim negen kilometer gelopen en hebben geen zin om weer helemaal naar boven te lopen. Daarom spreken we een jong Duits stel aan met een gehuurde cabrio. Beide wegen die links- dan wel rechtsom lopen, leiden naar het hoog hierboven geleden Los Canarios. Met de auto is het echter wel meer dan negen kilometer. Eerst kilometer door uitgestrekte bananenplantages en dan de ene haarspeldbocht na de andere om ons hoger en hoger te brengen. We worden afgezet voor het café, blij dat we dit niet hebben hoeven te lopen. In het café bestellen we op aanraden van de vriendelijke eigenaar het dagmenu: rijk gevulde linzensoep en gekookte inktvisringen. Hier ontdekken we ook een nieuwe koffie. Koffie die we ook in Laos dronken: ‘cafe condensado’. Dit een espresso met een dikke laag gecondenseerde melk.

Het is tijd voor een verfrissende duik in de oceaan. We rijden terug naar Jedey om af te dalen naar Todoque en Puerto Naos. Daar schrikken we ons kapot, want daar staat een reusachtig resort, terwijl de rest van weinig charmante dorp bestaat uit toeristische appartementen. Het straatbeeld wordt dan ook gedomineerd door enorme kudde bejaarden van het Duitse soort. Weg dus hier. Er moet hier nog een ‘playa’ zijn. De weg voert door bananenplantages om te eindigen op een parkeerplaats tussen de kassen. Daarachter ligt een zwart kiezelstrand met een geinig terras. De deining van de zee is zwaar. Zwemmen is veel te gevaarlijk. Zelfs als je stevig staat in de branding, word je onderuit geduwd en gezogen door het krachtige water. Wel verfrissend en opwindend. Op het terras genieten we na van weer een mooie dag, geholpen door verse perziksap en een tapa van gegrilde geitenkaas met guacamole.

Zo zitten we ruim een uur te staren over de oceaan, de indrukwekkende golven en het spel van de surfers te bekijken, als de rust bruut wordt verstoord. Een bejaard Duits echtpaar kiest er op het geheel lege terras voor om de tafel direct naast de onze te pakken. De rust en privacy zijn weg als iemand op minder dan een halve meter van je vandaan komt te zitten en de bek niet kan houden. Waarom kiest iemand er voor om direct naast een ander te gaan zitten, terwijl de ongeschreven privacy regel toch is dat de verst gelegen plekken moeten worden opgevuld. Of houdt in elk geval je muil. Op dit eiland zijn twee soorten mensen: natuurliefhebbende wandelaars en chagrijnige bejaarden. We sluiten de dag af op het terras van hotel Eden op het plein in Los Llanos. Met ‘cerveza’ en twee tapa’s: varkensreepjes met een pittig sausje en gefrituurde aubergine in honing. Je kunt niet beweren dat zwoele avonden vervelend zijn. In de supermarkt kopen we het ontbijt en de proviand voor de wandeling van morgen.

Leave a Reply