Darwin

Voordat we morgen op het vliegtuig stappen naar Singapore, hebben jullie nog een verslag te goed over onze laatste weken in Australië. Wat kunnen we hierover vertellen? Als eerste maar het fiasco van het huren van een kamer in Darwin. Onze huisbaas bleek een wat andere mening te hebben over privacy dan wij en ook bleek dat we met een contactgestoorde alleenstaande vader in een ongelooflijke midlife crisis van doen hadden. Na hem te hebben verteld dat we hem wel een erg zielig mannetje vonden, hebben we een bungalow gehuurd op de camping waar we eerder met de tent stonden. Kamperen kan echt niet meer. Het is in Darwin zo ontzettend heet en vochtig, dat je er natte dromen van krijgt: Oh, ging het maar eens regenen..

Read More

Duizenden kilometers verder

Sinds het laatste verslag hebben we een groot aantal kilometers gemaakt. Na ons werk in de Bungle Bungles hebben we ons in Kununurra klaargemaakt voor de lange trip naar Alice Springs. Tussen de uitgestrekte eentonigheid van de Australische savanne, bestaande uit eucalyptus en acasia’s, werden we verrast door tropische stukjes langs de aanwezige kreken, rivieren en poelen, die hier wel gevuld zijn met water. Sinds lange tijd zien we weer zoet water waarin we zelfs kunnen zwemmen, terwijl we worden omringt door palmen, gevuld met vleermuizen. Helaas kan niet overal worden gezwommen vanwege de aanwezigheid van de gevaarlijke zoutwaterkrokodil. Via de zeer saaie weg tussen Katherine en Alice Springs, bereiken we het midden van Australië. In het midden maken we het toeristische rondje, waarna weer terug te keren naar het noorden. We zijn nu net terug van een bezoek aan Kakadu en zitten nu in een tropisch en zeer groen, heet en vochtig Darwin, waar we vannacht onze eerste regenbui sinds meer dan vijf maanden hebben gehad!

Read More

The Kimberley

Na al het industrieel geweld in het volledig rood bestofte Port Hedland, reden we met onze auto de 700 kilometer door de Great Sandy Dessert, waarvan we niet begrijpen waar de naam vandaan komt, want er staan meer bomen dan op de Veluwe, richting Broome! Omdat we aantal stops hadden gemaakt om van geheel verlaten stranden te genieten, kwam Broome voor ons over als Scheveningen aan een blauwe zee, maar omdat ze hier de naam van de Nederlandse badplaats niet kunnen uitspreken, hebben ze het maar Broome genoemd! Omdat wij hier niet blij werden, waren we een dag later weer op weg om onze etappe naar Kununurra te starten! Deze etappe bracht ons door een land (The Kimberley) vol met Baobabs (de enige soort buiten Afrika), zoetwaterkrokodillen (niet gevaarlijk), ghost-gums en termietenheuvels in alle soorten, maten en kleuren! Aangekomen in Kununurra ‘regelden’ we een kosteloos verblijf in The Bungle Bungles, waar we drie weken langer dan de ‘geplande’ week door hebben gebracht! Nu zijn we weer terug in Kununurra en bereiden we ons voor op onze reis richting de Northern Territories!

Read More

La Palma | Langs de stranden van La Palma

De laatste dag op La Palma. Als we de ochtend hebben besteed op het dakterras, gaan we de ‘playas’ aan de zuidwestkust verkennen. Het weer is zoals het de eerste twee dagen was. Het is halfbewolkt en de wolkenwaterval over de Cumbre Nueva is weer operationeel. We rijden naar Puerto Naos, het toeristische oord met het verschrikkelijke resort. Langs de kust rijden we vervolgens verder naar het zuiden. Kilometer na kilometer zijn het bananenplantages die het uitzicht bepalen. Niet aantrekkelijk, maar het hoort nou eenmaal bij dit eiland. We komen uit in een kleine nederzetting aan het water. Meer een soort van vrijplaats voor Palmeros die willen klooien. Het is er eigenlijk best een zooitje. Het zou zo een vergeten plaats in Mongolië kunnen zijn, ware het niet dat deze aan zee ligt. De bebouwing bestaat uit houten keten met elk een rommelige veranda, die zijn gebouwd op het zwarte lavaveld dat hier in zee loopt. Ook leuk zijn de keten op de rotsen, waar je wat kunt eten en drinken. Het zijn van die rommelhokken die je overal ter wereld tegenkomt. Het zijn de plekken waar het lokale leven zich afspeelt. De locals komen hier samen en op het stenen strand gebeurt van alles. Het is ook een prima plek om de poeltjes met water te onderzoeken op leven: anemonen die met hun tentakels, slakjes naar hun bek leiden om ze vervolgens te doen laten verdwijnen. Het einde van weer een slak.

Read More

La Palma | Roque de Los Muchachos

Na de lange wandeling van gisteren en de daarop volgende gezellige avond met Rene en Patricia, starten we de ochtend rustig. Uitslapen, schrijven en lezen op het dakterras tussen de geurende bloemen en de fluitende vogels. Hagedissen ritselen door de planten en een wat grotere hagedis wacht op een (veilige) gelegenheid om het terras over te steken. Om 12.00 uur is het echter tijd voor een activiteit. We gaan naar het hoogste punt van het eiland: Roque de Los Muchachos. Het mooie is dat je daar met de auto kunt komen. Bizar is alleen de tijd die je daar voor nodig hebt. Vanaf Los Llanos kunnen we de 2.426 meter hoge top zien liggen. Hemelsbreed een afstand van misschien maar 12 kilometer. Het issue is dat dit het steilste eiland ter wereld is. Van Los Llanos moeten we eerst naar beneden, naar Santa Cruz, waar we ons weer op zeeniveau bevinden. Daar is het halfbewolkt, wat weer bevestigd dat we ons op de juiste kant van het eiland bevinden. We rijden langs het strand en de haven, door een paar tunnels en dan is het alleen maar klimmen geblazen. De ene haarspeldbocht naar de andere en dan nog veel meer haarspeldbochten. Wagenziekte is onvermijdelijk en halverwege moeten we even stoppen voor wat frisse lucht en wat te eten. Op het eerste deel van de klim staan er nog allemaal huisjes met kleine akkers, waar soms met de hele familie wordt gewerkt. Dan rijden we door dennenbossen, die worden afgewisseld met dichte laurierbossen. De panorama’s worden steeds indrukwekkender. Een dicht wolkendek ligt tussen La Palma en Tenerife en wij rijden daarboven. Dat levert mooie plaatjes op.

Read More

La Palma | Ruta de Los Volcanes

We hebben met Rene afgesproken dat hij ons om 7.15 uur naar El Pilar brengt, het statpunt van de lange wandeling over de vulkanen: de Ruta de Los Vulcanes. We zijn de eerste en voor uren de enigen die hier aan het wandelen zijn. Het is in de schaduw nog best koud en op de ‘ridge’ (de Cumbre Vieja) waait het stormachtig. Vanaf de Cumbre Vieja hebben we een geweldig uitzicht over bijna het hele eiland. Aan weerszijden schittert de blauwe oceaan en we zien Tenerife en La Gomera (de pudding rechts van Tenerife) duidelijk liggen. In het noorden wordt de steile wand van de caldera en de Pico Bejenado mooi aangelicht door de ochtendzon. Er is geen wolkje aan de lucht, door de ‘calima’ die al een paar dagen uit het oosten waait. De
calima is een harde warme wind, die zand en warmte van de Sahara richting La Palma blaast. In de zomer is deze wind heet en kunnen de dagtemperaturen tijdelijk oplopen tot 40°C, waardoor alles verschroeid.

Read More

La Palma | Fuencaliente

Weer zetten we de wekker om 6.45 uur. Je kunt de zon dan nog mooi zien opkomen en je kunt genieten van de ochtendgeluiden: fluitende en klikkende vogels, het gekwaak van de kikkers, ergens in de verte een haan en de honden uit de buurt die blaffend op gang komen. Ons ontbijt bestaat elke ochtend uit stokbrood met kaas, salami, tomaat, komkommer en ei. We smeren direct een paar stokbroden extra voor de korte wandeling van vandaag. Zoals iedere ochtend ontbijten we in de warme zon op het dakterras. De geuren van de bloemen uit de botanische tuin maken het paradijs compleet. Weer is de lucht diepblauw. Doordat de wind al een paar dagen vanuit de Sahara komt, is de luchtvochtigheid gedaald tot 20 % en is de temperatuur hoger dan normaal. Het mag op dit eiland dan wel permanent lente zijn, 24 graden is voor januari aan de hoge kant. Voor ons wel zo prettig. Wat we hier ook erg prettig vinden is het geheel ontbreken van vliegtuigstrepen in de lucht. Er vliegen geen vliegtuigen over La Palma. De weinige vliegtuigen die komen en gaan van de luchthaven in Santa Cruz, vliegen aan de andere kant van de bergen.

Na het ontbijt rijden we de 24 kilometer naar Los Canarios (Fuencaliente), waar we de auto parkeren tegenover het café. Het uitzicht is stukken beter dan vier dagen geleden, toen de wolken hier zo laag hingen dat we niets konden zien. Nu zien we diep beneden de oceaan liggen glinsteren en de twee vulkanen die we vandaag gaan verkennen. Om de ‘Vulcan de San Antonio’ te beklimmen moeten we langs een loket, waar we € 5,- per persoon zouden moeten betalen. Dit is tegen onze principes, want waarom zouden we wel voor deze en niet voor de andere vulkaan hoeven te betalen? Jammer voor deze vulkaan, maar er is nog veel meer moois te zien. We volgen een pad van gruis dat beneden langs de vulkaan loopt. Rechts zien we de bananenplantages die beneden langs de kust liggen. We lopen over zwart grint, gruis en lava. Fascinerend om tussen rotsplanten te lopen die hier zo duidelijk in hun element zijn. Over een irrigatiekanaal lopen we naar de ‘Vulcan de Teneguia’, die in 1971 voor het laatst is uitgebarsten. De lavavelden worden spectaculairder als we dichter bij de veelkleurige krater komen: paars, rood, bruin, geel, wit, grijs. We beklimmen de rand van de vulkaan, waardoor we een fantastisch uitzicht hebben over het desolate, maar wel kleurrijke vulkanische landschap. De blauwe zee is nu aan drie kanten zichtbaar. In de verte zien we het kleinste Canarische eiland El Hierro liggen, naast het veel grotere Tenerife en het kleinere La Gomera.

Vanaf de top van de Teneguia lopen we vervolgens door een maanlandschap dat de lavastroom van 1971 heeft gecreëerd. De kleuren, de vormen, de desolaatheid, de leegte, met daarboven de immer diepblauwe lucht. Naar de maan hoeven we dus ook niet meer. Het lavaveld loopt helemaal door tot aan Faro de Fuencaliente, het minuscule vissersdorpje dat helemaal beneden op de zuidpunt van La Palma ligt. Hier hebben de bus gemist, als er überhaupt een bus gaat in deze tijd van het jaar. We hebben in de hitte ruim negen kilometer gelopen en hebben geen zin om weer helemaal naar boven te lopen. Daarom spreken we een jong Duits stel aan met een gehuurde cabrio. Beide wegen die links- dan wel rechtsom lopen, leiden naar het hoog hierboven geleden Los Canarios. Met de auto is het echter wel meer dan negen kilometer. Eerst kilometer door uitgestrekte bananenplantages en dan de ene haarspeldbocht na de andere om ons hoger en hoger te brengen. We worden afgezet voor het café, blij dat we dit niet hebben hoeven te lopen. In het café bestellen we op aanraden van de vriendelijke eigenaar het dagmenu: rijk gevulde linzensoep en gekookte inktvisringen. Hier ontdekken we ook een nieuwe koffie. Koffie die we ook in Laos dronken: ‘cafe condensado’. Dit een espresso met een dikke laag gecondenseerde melk.

Het is tijd voor een verfrissende duik in de oceaan. We rijden terug naar Jedey om af te dalen naar Todoque en Puerto Naos. Daar schrikken we ons kapot, want daar staat een reusachtig resort, terwijl de rest van weinig charmante dorp bestaat uit toeristische appartementen. Het straatbeeld wordt dan ook gedomineerd door enorme kudde bejaarden van het Duitse soort. Weg dus hier. Er moet hier nog een ‘playa’ zijn. De weg voert door bananenplantages om te eindigen op een parkeerplaats tussen de kassen. Daarachter ligt een zwart kiezelstrand met een geinig terras. De deining van de zee is zwaar. Zwemmen is veel te gevaarlijk. Zelfs als je stevig staat in de branding, word je onderuit geduwd en gezogen door het krachtige water. Wel verfrissend en opwindend. Op het terras genieten we na van weer een mooie dag, geholpen door verse perziksap en een tapa van gegrilde geitenkaas met guacamole.

Zo zitten we ruim een uur te staren over de oceaan, de indrukwekkende golven en het spel van de surfers te bekijken, als de rust bruut wordt verstoord. Een bejaard Duits echtpaar kiest er op het geheel lege terras voor om de tafel direct naast de onze te pakken. De rust en privacy zijn weg als iemand op minder dan een halve meter van je vandaan komt te zitten en de bek niet kan houden. Waarom kiest iemand er voor om direct naast een ander te gaan zitten, terwijl de ongeschreven privacy regel toch is dat de verst gelegen plekken moeten worden opgevuld. Of houdt in elk geval je muil. Op dit eiland zijn twee soorten mensen: natuurliefhebbende wandelaars en chagrijnige bejaarden. We sluiten de dag af op het terras van hotel Eden op het plein in Los Llanos. Met ‘cerveza’ en twee tapa’s: varkensreepjes met een pittig sausje en gefrituurde aubergine in honing. Je kunt niet beweren dat zwoele avonden vervelend zijn. In de supermarkt kopen we het ontbijt en de proviand voor de wandeling van morgen.

La Palma | Caldera de Taburiente

Gisteren hebben we al proviand gehaald voor de wandeling van vandaag. Om 7.00 uur wordt het licht, maar wij staan al om 6.45 uur op. We rijden door Los Llanos en dan over een steile, smalle weg helemaal naar beneden. Naar de bodem en het uiteinde van de Barronco de Las Angustius, waar we de auto parkeren. Dit is de entree tot de Caldera de Taburiente. Hier stappen we om 8.15 uur in een gereedstaande 4-wheel-drive die ons voor € 26,- naar Los Brecitos rijdt. De totale kosten van deze taxi bedragen € 52, maar deze kosten delen we met een ouder echtpaar. De weg naar Los Brecitos is lang, steil en smal. Aan het beginpunt van de wandeling kijken we dan wel halverwege de wand van de krater, de enorme caldera in. Dit beloofd een erg gave wandeling te worden. De lucht is diepblauw, terwijl de zon net over de oostelijke rand van de 2.500 meter krater straalt. We hebben het klimaat op dit zonnige eiland onderschat. De meegenomen fleecetrui is veel te dik. We lopen over een smal pad dat is bedekt met een dikke laag dennennaalden. De lucht is droog en warm. Het ruikt en voelt hier naar Australië. De droge dennenbossen en de roodbruine kliffen doen ons ook erg denken aan de Australische landschappen waar we zo veel tijd hebben doorgebracht. Dit geeft ons een prettig gevoel.

De wandeling brengt ons diep in de Caldera. We dalen langzaam maar zeker naar de bodem. Langs de rand van de klif passeren we de ene Barranco (kloof) na de andere. In sommige daarvan stroomt water. De instabiele wanden bestaan uit een grof soort steenslag dat met leem bij elkaar wordt gehouden. Een flinke regenbui en het landschap verandert dramatisch. De erosie is dan ook duidelijk zichtbaar. In sommige kloven is de hele helling naar beneden gekomen. Dit is dan ook niet voor niets de grootste erosiekrater ter wereld. Een gigantische krater van een uitgedoofde vulkaan, die langzaam maar zeker in de zee stort. Na elke bocht die we doorkomen wordt de caldera indrukwekkender. De loodrechte wanden torenen tot anderhalve kilometer boven ons uit. Het mooiste is dat we helemaal niet niemand tegenkomen. Wij zijn er een groot voorstander van om de natuur zo veel mogelijk alleen te ervaren. Alleen dan kun je echt genieten van het geluid van de natuur: vogels, insecten het ruisen van de wind, het zingen van de vogels of absolute stilte. Uiteindelijk bereiken we de bodem van de barranco de Bombas de Agua, waarvan we het water een aantal keren moeten oversteken. In de barranco de Angustinas wordt het water opgevangen en in een kanaal geleid, dat steeds hoger tegen de klif zit aangeplakt. De van steen en beton gemaakte kanalen zijn deels door steenlawines bedekt en worden door tunnels naar de andere kant van de berg geleid richting Los Llanos en de bananenplantages in het Aridane dal. Het is een erg ingenieus systeem.

De barranco wordt steeds smaller. De roodbruine kliffen torenen hoog boven ons uit. We klauteren door de bedding van de rivier. We wanen ons in de Australische Karijini. Het is inmiddels erg warm geworden en we zijn dan ook blij dat we op tijd zijn gaan wandelen. De vegetatie is erg interessant en bestaat uit een mix van dennen en grote vetplanten. De vele grote cactussen staan in bloei. Kijkend om ons heen zien we roodbruine kliffen, een stenige bedding met roestkleurig water, maar ook vulkanisch gesteente; de restanten van een niet recente vulkaanuitbarsting. Hoog tegen de rotswanden zien we nu meerdere tunnelbakken lopen. Als we om 15.15 uur weer bij de auto zijn, hebben we bijna 15 kilometer gelopen. Wat een wandeling. Het is er een die het verdient om in onze persoonlijke top-10 te komen. We rijden naar Puorto de Tazacorte voor een wel verdiende en verfrissende duik in de oceaan. Voldaan van aan mooie dag.

La Palma | Pico Bejenado

In El Paso gaat de supermarkt om 9.00 uur open. Daarom staan we om 7.30 uur op, zodat we eerst nog rustig kunnen ontbijten op het dakterras. Daarna doen we de boodschappen voor onze wandeling naar de top van de Pico Bejenado. Wat hebben we nodig voor een lange wandeling? Water (uit de kraan), koekjes, brood en een cake van een halve kilo. De lucht is stralend blauw als we van El Paso naar El Barial rijden. Een waterval van witte wolken valt vanuit het oosten over de Cumbre Nueva. Aan de westelijke zijde lossen de wolken op tot niets. We parkeren onze witte Citroen langs de verharde weg in El Barial. De droge bossen met Canarische dennen strekken zich in alle richtingen uit. Wij gaan omhoog. Eerst volgen we de onverharde weg. Later de paden die ons steeds hoger voeren. De uitzichten over het dal van de Aridane, El Paso en Los Llanos worden beter naarmate we hoger komen. De blauwe zee glinstert in de diepte. Langzaam maar zeker wandelen komen we boven de Cumbre Nueva, met het effect dat we boven de wolken lopen. We zien dat een dicht wolkendek de oostelijke zijde van het eiland bedekt. We bereiken de rand van de caldera, waar de uitgestrektheid en de diepte van de krater zich begint te manifesteren. Achter ons zien we de grote vulkaan El Teide van Tenerife al ruim boven de wolken uitsteken. Maar wij zijn er nog niet. We moeten hoger. Het is nog een pittige klim naar de 1.844 meter hoge Pico Bejenado. Vanaf hier kijken we recht in de diepte van de Caldera de Taburiente. 9 kilometer verderop zien we de sterrenwacht als kleine witte bollen op de 2.500 meter hoge rand van de Caldera staan. Van een menselijke schaal is hier in het geheel geen sprake.

Achter ons klimt een Engelse toergroep naar boven. Zij zitten in een hotel in Santa Cruz, aan de oostelijke kant van het eiland. Zij vertellen ons over de vele regen die ze vandaag en gisteren hebben gehad. Goed voor ons om te horen dat we de juiste keuze hebben gemaakt door een huis op de westelijke zijde van het eiland te huren. Verder zijn er eigenlijk helemaal niet zo veel andere wandelaars. We zijn vroeg vertrokken om de eventuele meute voor te zijn. We lopen weer naar beneden, door het heerlijk naar droogte geurende dennenbos, over steile paadjes met een bed van bruine naalden en roodbruine stenen. Bij El Rodeo, op 1.571 meter hoogte, nemen we een andere route terug naar beneden. Het is altijd leuker om een rondje te lopen, dan dezelfde weg terug te gaan als dat je bent gekomen. Na het uitzichtpunt door de zogenaamde Cumbrecita en in de gigantische krater, is het alleen nog maar naar beneden. De kleuren zijn fascinerend: de lucht is diepblauw, de naalden aan de bomen zijn bijzonder groen en de grond is roodbruin, net als de kliffen van de bergen waar we langs lopen. Inmiddels is er door het Aridane dal een wolkendek komen aandrijven vanaf de oceaan. Wij zitten daar nog ruim boven, maar Los Llanos lijkt in de wolken te zitten.

Na ongeveer 15 kilometer en 7 uur flink doorlopen, zijn we weer terug bij de auto. Voldaan van een erg mooie wandeling, maar wel met enorme stalpoten. We rijden verder naar beneden. We komen onder de wolken en dan zijn de bergen niet eens meer zichtbaar. Wat een verschil over zo’n korte afstand. Als we weer in Los Llanos zijn blijkt het met het slechte weer best mee te vallen. De ‘laaghangende’ wolken hangen hier weer zo hoog, dat zelfs de zon er met gemak doorheen schijnt.

La Palma | Tazacorte

Om er in te komen twijfelen we vandaag over twee wandelingen: de beklimming van de Bejanado of de vulkaan op de zuidpunt van het eiland. Het is half bewolkt en daarom kiezen we er voor om naar het 25 kilometer zuidelijker gelegen Los Canarios (Fuencaliente) te rijden. De bewolking neemt toe naarmate we zuidelijker komen. Langs de weg staan eucalyptus bomen waardoor we een Australië gevoel krijgen. Het eiland voelt en ruikt toch al naar Australië. We voelen ons hier prima thuis. We zitten hoog boven zee als we in de dichte mist Los Canarios binnen rijden. We zien helemaal niets. Het ziet er ook niet naar uit dat de mist snel zal optrekken. Daarom rijden we maar weer terug naar El Paso, waar we eerst lunchen met een lekker broodje. Het is inmiddels 13.00 uur en dus al te laat om nog een wandeling te maken. We besluiten daarom om naar de kust te rijden, want dat moet natuurlijk ook goed worden verkend. Tazacorte blijkt een erg leuk plaatsje te zijn. Hoog boven de zee struinen we door smalle straatjes en klimmen we langs trappen, waarvan de treden vol staan met weelderige planten, die we in Nederland kamerplanten zouden noemen. Vanzelfsprekend doen deze planten het hier een heel stuk beter. Veel huizen zijn geverfd in zachte pasteltinten. Zelfs de telefoon- en elektriciteitskabels langs de huizen zijn meegeverfd. Het is siësta en daarom klinken er overal stemmen uit huizen die naast heerlijke etensgeuren weinig loslaten aan de nieuwsgierige voorbijganger die we zijn. Op een terras achter de kerk komt de buurt samen om te praten en te drinken. We willen tonic en een ‘mixed tapas schotel’. Dat laatste wordt ons afgeraden door de eigenaar, want hij heeft wat beters: een bonenschotel van grote witte bonen met stukken smakelijke worst. Goed idee amigo!

Het dal van de Aridane staat vol met bananenplantages. Zo ook rond Tazacorte. De bananenplanten dragen elk een flinke tros groene bananen. De zware plant wordt gestut door een ijzeren stang. We ontdekken dat een enorme bloem de basis vormt van de banaan: onder elk bloemblad groeit een grote tros bananen. Als de bloem zich opent worden de groene banaantjes zichtbaar die nog heerlijk lepeltje-lepeltje liggen. In acht maanden groeien ze tot hun uiteindelijke gele en kenmerkend kromme vorm. Alles wat hier wordt geoogst gaat naar Spanje. Toch bijzonder dat we in Nederland alleen maar bananen uit Zuid-Amerika kunnen krijgen.

We rijden verder naar beneden. Naar Puerto de Tazacorte. Hier geen haven, maar wel een heus zwart zandstrand. Het strand wordt met een golfbreker beschermd tegen de zware deining van de Atlantische Oceaan. De rest van het eiland lijkt bewolkt te zijn, maar hier is de lucht stralend blauw. Het strand ligt dan ook vol met alle toeristen die het eiland bevolken (dat zijn er niet zo heel veel). Dit zijn mensen die naast wandelen en natuur ook wel behoefte hebben aan een gezond kleurtje. Er zijn vast slechtere plaatsen om op dit moment te zijn. De temperatuur bedraagt zo’n 24 graden en ook de temperatuur van het zeewater komt ruim boven de 20 graden uit. Met een trui is het tegen de avond op het dakterras nog prima vol te houden. Wat hapjes, een glaasje wijn en glas of wat Cerveza San Miguel.

La Palma | Barranco de la Galga

Wat een stilte ’s nachts. Wakker worden door de vogels, hanen en andere natuurlijke geluiden. Ontbijten op het dakterras als de eerste zonnestralen om 8.30 uur over de bergen komen. We rijden naar de supermarkt in Los Llanos, waar het tempo een heel stuk lager ligt dan wat we in Nederland acceptabel zouden vinden. Als de rekening hoger is dan het bedrag dat de klant nog in de portemonnee heeft, ga je net zo lang door met het innemen van artikelen tot de rekening wel kan worden betaald. Wel met de nodige administratie tot gevolg, want elke teruggenomen artikel wordt apart geadministreerd. Over de LP1 rijden we vervolgens met de nodige haarspeldbochten naar Mirador El Time, waar we vanaf grote hoogte uitkijken over het brede Aridane dal. We genieten van een kopje koffie in de zon, met uitzicht op de blauwe zee. Het weer op La Palma is beter dan we hadden gedacht.

We volgen de kustroute in noordelijke richting. Het landschap en de uitzichten zijn verrassend afwisselend. We rijden op grote hoogte boven de Atlantische Oceaan. De bebouwing en bewoning wordt schaarser. De weg heeft honderden bochten en we aan omhoog en weer naar beneden. We rijden door groene bossen vol met Canarische dennen. In het noorden komen we langs drakenbomen. De uitzichten zijn onveranderd fantastisch. In het noorden jagen wolken omhoog tegen de Caldera de Taburiente. De bebouwing en bewoning bereikt een piek in Los Sauces in het uiterste noordoosten van het eiland. Hier is de lucht grijs en het klimaat minder fijn. Tussen Los Galguitos en La Galga stoppen we voor een wandeling door de Barranco de la Galga. In het vochtige noordoosten van het eiland zijn de kloven erg bijzonder, omdat ze als een jungle vol staan met laurierbomen en een onderbegroeiing van varens. Door de passaatwinden is het aan deze kant van het eiland eigenlijk altijd nat en bewolkt. Dit resulteert in kloven als deze vol weelderige vegetatie tussen de laaghangende bewolking. De wandeling krijgt daardoor de nodige sfeer mee. Doordat we lopen tussen de wolken ontgaat het ons dat we in een nauwe kloof met hoge steile kliffen bevinden. We zijn niet onder de indruk van de bewegwijzering van de route. Ondanks twee kaarten en de bewegwijzering hebben we geen idee waar we ergens zijn en hoe de route loopt die we aan het volgen zijn.

Na de wandeling rijden we naar Santa Cruz, waarna het nog 45 minuten is naar Los Llanos. In El Paso stoppen we bij de grote supermarkt. Vanavond eten we zelfgemaakte pasta. De kosten van de boodschappen zijn aan de lage kant, mits je oplet dat je geen merkartikelen pakt. Daar loop je dan weer aardig op leeg. Onze conclusie van vandaag is dat het eiland zeer divers is, de reisafstanden lang zijn (ondanks de korte hemelsbrede afstanden), de mensen relaxed en het klimaat bijzonder aangenaam.

Tsjechië | Pod Žitkovským vrchem

Floor heeft vandaag een rustdag op de camping om een boek te lezen. Omdat het daarnaast ook nog eens een mooie dag lijkt te gaan worden ga ik alleen op stap. Door de velden loop allereerst naar Krhov. Omdat ik tegen de wind in loop kan ik de reeën in het veld dicht naderen. Ik kom een paar Tsjechen tegen die mij ongevraagd de we wijzen, maar vervolgens moeten concluderen dat ik sowieso de goede kant op loop. Als je zo maar aan het dwalen bent is de goede kant natuurlijk ook niet zo makkelijk te missen. Het is een steile klim door een donker dennen- en beukenbos naar Pod Žitkovským vrchem. Dit is een kom tussen de groene heuvels van de Witte Karpaten. Meerdere watervallen komen aan de rand van het bos en de weide naar beneden. De koeien grazen hier tegen de groene steile hellingen. Er is gelukkig een hotel waar ik voor 112 Kronen (€ 4,30) een Kofola (Tsjechische cola met een lichte karamelsmaak) en Bryndzove halusky (brokjes aardappeldeeg met schapenkaas) bestel. Ik ben de enige gast op het terras. Zoals gewoonlijk ben ik eerst een ongewenste gast, maar nadat ik de bestelling geheel in het Tsjechisch heb gedaan, is het ijs gebroken.

Het weidegebied van Pod Žitkovským vrchem, met uitzicht op de Slowaakse bergen is erg aantrekkelijk. Op mijn terugweg door het bos wordt het erg donker. Pas wanneer ik aan de rand van het donkere beukenbos sta, met uitzicht op het diep in het dal gelegen Bojkovice, zie ik waarom. Een inktzwarte wolk, met rode vlekken komt op mij af. Onder de dreigende wolk hangen slurven, alsof er elk moment een tornado uit tevoorschijn kan komen. Beneden in het dal zie ik de striemende regen neerkomen. Het noodweer komt mijn kant op. Er is geen ontkomen aan. Ik ben te druk om foto’s te maken om tijdig een droge schuilplaats te zoeken. Aan de rand van het bos ziek ik dekking achter de stam van een dikke dennenboom. Dan komt de eerste windvlaag. Whammm! De regen komt horizontaal naar beneden. De wind beukt tegen de bomen, die diep het bos in worden gebogen. Ik ben bang dat ze als luciferhoutjes zullen knappen en maak met zo laag mogelijk tegen de boom zo klein mogelijk. De donder klapt en kraakt en het begint nog harder te regenen. De ene windstoot na de andere geeft de bomen er van langs. Mijn regenjas blijkt onder al dit geweld weinig regen te kunnen tegenhouden en ook mijn boom biedt weinig tot geen beschutting. Ik ben doorweekt.

Het noodweer duurt nog geen tien minuten maar de lucht blijft instabiel. Aan de andere kant van het dal zie ik de felle flitsen en hoor ik de donder aan komen rollen. Een tweede onweersstorm is al weer in aantocht. Het pad naar beneden is een is een modderige rivier geworden. Het grote voordeel van de regen blijkt te zijn dat de dieren mij niet meer ruiken en horen. De reeën in het veld laten zich tot 200 meter naderen. Vlak voor mij op het pad lopen reeën die niet doorhebben dat er een wandelaar in aantocht is. Pas op het allerlaatste moment schieten ze verschrikt weg. Een marter of hermelijn steekt vlak voor me het pad over. Het is een ware beestenboel, waardoor ik al snel vergeet dat ik geheel doorweekt ben. De loodgrijze lucht vormt een geweldige achtergrond voor de foto’s in dit landschap. De bomen en de bloemen daardoor veel beter tot hun recht. Na 8 ½ uur en misschien wel 25-30 kilometer te hebben gewandeld, kom ik drijfnat aan op de camping. Onze tent heeft het noodweer overleefd. Ook Floor heeft het natuurgeweld meegemaakt.: ze heeft moeten schuilen onder een brug, terwijl er een complete rivier onderdoor kwam.

’s Avonds nemen we Wilko en Marjan mee naar het restaurant in Bojkovice. Het gezellig en prettig om met gelijkgestemden de avond door te brengen. Wilko heeft veel van de wereld gezien. Hij is technicus voor theatergezelschappen. Marjan begeleidt jongeren met een Wajong uitkering . Ze zijn 10 jaar ouder dan wij, maar net zo goed op zoek naar meer zinvol bestaan zonder al te veel molenstenen en gedoe met een baas. Daarom willen zij een camping beginnen op de grond van het huis dat ze willen kopen. Er is alleen wel een probleem en dat is dat zij hun oude huis niet verkocht krijgen.