Oekraine

Oekraïne | 1.200 kilometer naar de Zwarte Zee

Hoera! Na 2.400 kilometer fietsen hebben we de stad van Floor haar dromen bereikt: Odessa aan de Zwarte Zee. Het was een route door bergen en door dalen, langs stad en platteland en door uitgestrekte en minder uitgestrekte bossen. Hoe oostelijker we kwamen, hoe meer de tijd stil leek te hebben gestaan. Deze etappe door de Oekraïne zijn we begonnen in het in de Karpaten gelegen stadje Perechyn. Door kilometerslange lintdorpen met houten huizen en decoraties, passeren we een landelijk leven zoals we dat niet eerder zijn tegengekomen. Het werken op het land gaat met de hand of met behulp van paardenkracht. Aan de oostelijke kant van de Karpaten rijden we langs historische plaatsen (Kolomyya, Chernivtsi en Kamyanets-Podilsky) met indrukwekkende kastelen. Daar worden we eindelijk verblijdt met stralend blauwe luchten en zomerse temperaturen. De laatste 500 kilometer door de Oekraïne voerde ons door een verrassend divers landschap. De dorpen en stadjes waren allemaal stoffig en versleten, maar het landschap vaak adembenemend mooi en eeuwig glooiend. Met bovenbenen van beton reden we Odessa in. Daar genieten we zonder gene van ons luxe appartement, pivo, witte wijn, lange warme douches en algehele civilisatie en revitalisatie.

Read More

3.18 – Oekraïne | Etappe 13: Shyriaieve – Odessa (119 km)

Het hotel is onverwacht rustig, waardoor we heerlijk hebben kunnen slapen. Om 7.30 uur staat het ontbijt klaar, wat we gisteren nog hebben kunnen laten regelen. Vanwege de ellende van de vorige etappe en de grote afstand die we nog moeten afleggen tot aan Odessa, maken we ons wel enige zorgen. We hebben geen idee wat ons vandaag te wachten staat. Gaan we het redden of niet. Veel keuze hebben we niet, want op de kaart ziet het gebied er nou niet bepaald dichtbevolkt uit. We laden onze fietsen vol met water en al het eten dat we kunnen vinden. Het lot blijkt ons positief gestemd: er staat een harde wind uit het noorden, terwijl wij naar het zuiden moeten. Hier moeten we van profiteren. Met 35 kilometer per uur suizen we voor over het gladde asfalt, naar de 15 kilometer verderop gelegen ongelijkvloerse kruising met de snelweg tussen Odessa en Kiev. De eerste die we in de Oekraïne zijn tegengekomen.

Na de kruising is de weg meer gat dan glad. Alle typen wegdek komen nu onder onze banden door: asfalt, gravel, zand, kinderkopjes. We zijn al zo gewend aan gaten in de weg dat we er met relatief hoge snelheid, behendig langs manoeuvreren. Maar als dit de komende 100 kilometer zo doorgaat dan halen we Odessa nooit. Gelukkig wordt het wegdek tussen de gaten beter. Door de hitte heeft het asfalt op sommige plaatsen het effect van kauwgom. Door de zuigende werking, neemt de weerstand toe en moeten we meer kracht gebruiken om vooruit te komen. Na 2 uur hebben we 55 kilometer afgelegd en zijn we al in Ivanivka. We drinken iedere een liter koude kvas, eten wat en gaan weer op weg. Over de 2e helft maken we ons echter de meeste zorgen.

Niet nodig blijkt. Voor het grootste deel is de weg voorzien van nieuw asfalt. We fietsen door een breed dal met een stormachtige wind in de rug, die ons met grote snelheid over de rustige weg helpt glijden. Het land is verandert. De vegetatie doet ons denken aan Zuid-Frankrijk en Kreta. De dorpen zijn totaal anders dan hoe we ze eerder zijn tegengekomen. Bijna elk huis heeft dikke muren, die diepblauw zijn geschilderd. We wanen ons in de mediterrane. Dit gebied behoort tot de mooiste waar we doorheen zijn gekomen. Dat hadden we niet bepaald gedacht. Volgeladen karren met hooi die worden voortgetrokken door sterke knollen, komen ons tegemoet. Tegen de grijs-groen-paarse hellingen grazen de schapen en de koeien. Langs de weg staat regelmatig een geit aan een touw te blèren. Stieren staan de ketting voor het huis waartoe ze behoren. Kippen, kalkoenen en ganzen lopen over de erven en voor de huizen over de weg, waar ze dan weer vanaf worden geveegd met een bezem.

Langzaam maar zeker wordt het kleinschalige landschap weer grootschaliger. Uitgestrekte graanvelden van horizon tot aan horizon. Dit is het landschap waar de Oekraïense vlag aan is ontleend: gele graanvelden onder een diepblauwe hemel. Vanaf een heuvel op tien kilometer voor Odessa, zien we de stad aan de Zwarte Zee nu duidelijk liggen. Het verkeer neemt toe en wordt asocialer. Nadat we een snelweg zijn overgestoken, waarbij de auto’s wonderbaarlijk genoeg stoppen om ons de ruimte te geven, rijden we over een stoffig en vervallen industrieterrein vol chemische industrie, Odessa binnen. Onze entree tot de stad is een is een zandweg vol kuilen en grote dampende vrachtwagens. We fietsen langs chemische industrie, kilometers pijpen en leidingen en lange treinen met chemische lading. Omdat we het ook niet meer weten, biedt een vrachtwagen ons aan hem te volgen, waardoor we niet verdwalen en weer op een hoofdweg komen.

Via de hoofdweg komen we in het centrum van de stad. Daar stoppen we om te overleggen wat we gaan doen. Daarop worden we in het Nederlands aangesproken door Arthur. Hij is een Nederlandse Armeniër, die hier staat met zijn gloednieuwe Mercedes S-klasse met Engels kenteken. Hij heeft een zware gouden ketting met kruis om zijn nek. Hij spreekt vier talen vloeiend en zit in de import-export (natuurlijk). Hij heeft een paar vrienden bij zich in net zulke dikke auto’s, waarin de mooiste meisjes van Odessa lijken te zitten. Hij vraagt of hij ons misschien kan helpen, want hij heeft toevallig een vriend die appartementen verhuurd in Odessa. Een telefoontje is genoeg om een afspraak te maken. Hij rijdt voorop in zijn dikke Mercedes en wij fietsen er weer achteraan. Omdat we nou eenmaal slecht gelovige Nederlanders zijn, twijfelen we een beetje aan zijn goede bedoelingen. Maar ja, waarom zou iemand de moeite nemen om een paar vieze en stinkende fietsers te beroven als je zelf een auto hebt van bijna een ton?

Er wordt ons een appartement geshowd dat € 80,- per dag kost. Mooi is het zeker, maar wat hebben we aan vier kamers met leren bankstellen en een king-size bed? Wij zaten meer te denken aan een appartement van rond de € 60,-. Dat is ook geen probleem. Hij heeft een appartement met een grote badkamer, slaapkamer en een aparte keuken midden in het centrum van de stad. We hebben het vermoeden dat we een goede deal hebben, omdat er wat verwarring is over de koers die er wordt gehanteerd. Omdat we in hryvnja betalen, kost het appartement ons 480 UAH per dag. Wij rekenen echter met een wisselkoers van 1:9,7 (1 Euro = 9,7 UAH) waardoor we volgens ons maar € 48,- in plaats van € 60,- betalen. Dat is dan weer een mooie meevaller.

3.17 – Oekraïne | Etappe 12: Balta – Shyriaieve (87 km)

Ondanks de belabberde kwaliteit van het hotel, krijgen we een grondige kamerinspectie voordat we mogen vertrekken. Desondanks kan er een lach vanaf als we weer op de fiets stappen. Met een forse tegenwind rijden we over saaie wegen, door een erg saai en rommelig landschap naar Ananiv. Daar pauzeren we bij een kleine eetgelegenheid, dat wordt gerund door een vrouw in een vormloze blauwe jurk en met gouden tanden en roodgeverfd haar. We eten broodjes gevuld met vlees, dille en kool. Vier oude mannen, ook voorzien van gouden tanden, zijn aan de pivo en de vodka. Er wordt ons in het Duits een gedicht voorgedragen. Bij vertrek volgt een ‘adieu’,  ‘gute fahrt’ und ‘so weiter ja’. Iedere dag weer worden we verrast door allerlei onverwachte gebeurtenissen.

Als we Ananiv weer verlaten, worden we ?opgehouden? door een paar mensen die ons afraden over deze weg verder te rijden. Het wegdek schijnt namelijk erg slecht te zijn. Ze raden ons aan om de snelweg te nemen naar het 44 kilometer verderop gelegen Shyriaieve. Na enige verwarring begrijpen ze dat een snelweg niet de meest aantrekkelijke optie is wanneer je op de fiets bent. Daar komt nog bij dat we inmiddels wel denken te weten wat een slecht wegdek in de Oekraïne inhoudt en dat we dit stukje ook nog wel aankunnen. Met een hoop gedoe, gebaren en geteken, wordt ons uitgelegd hoe we het beste kunnen rijden om er dan maar het beste van te maken. Supervriendelijk natuurlijk, maar blijkbaar hebben ze niet in de gaten dat we twee goede kaarten bij ons hebben.

De route in zuidelijke richting loopt gelukkig weer door een aantrekkelijk landschap. Graanvelden in een glooiend landschap, die dit keer niet aan het zicht worden onttrokken door een onafgebroken groenstrook langs de weg. De eerste 35 kilometer tikken we de kilometers achter elkaar weg. We passeren versleten dorpen waar al jaren niets meer lijkt te gebeuren. Kuddes koeien en schapen lopen door de weiden of over de weg naar weer een nieuwe plek om te grazen. In het open landschap zien we al van verre een onweersstorm naderen. De wind die recht van voor komt, neemt toe in krijgt. Het begint ronduit te stormen. Net voordat het noodweer losbarst vinden we een plek achter een dichte bossage. Vervolgens begint het te hozen. We staan dan wel niet helemaal droog, wel staan we beschut tegen de zware windstoten. De bliksem knettert en de donder roffelt door het open landschap. De storm trekt over, de wind gaat liggen en dan stopt het ook met regenen. De weg met keien en inmiddels grote plassen houdt niet lang stand. De eerder zo mooie zandweg is verandert in een zuigende klomp klei.

Als tsjernosem nat en verzadigd raakt, verandert het in een kleiachtige modder, waarin het water niet wegzakt. Te laat hebben we in de gaten dat hier te maken hebben met serieuze klei. Grote brokken klei rond de remmen, vullen onze spatborden en blokkeren zo beide wielen. Succes! We kunnen niet meer voor- of achteruit. We staan vast in de klei. Met stokjes en met onze handen proberen we zo veel mogelijk de klei te verwijderen. In elk geval zodat we de fiets weer in beweging krijgen. Er zit niets anders op dan de fietsen voort te duwen door de berm. De rand tussen het sompige graanveld en de weg biedt net genoeg stevigheid om de fiets te kunnen dragen. Het nadeel is dat deze smalle rand vol staat met distels, waardoor onze benen veranderen in een bloedende massa en die vervolgens weer zwermen met muggen aantrekken. Helaas is de berm regelmatig onderbroken, waardoor we de glijdende kleibaan moeten oversteken om stabiele grond aan de andere kant te bereiken. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, want dat betekent dat we de fietsen, die elke ruim 25 kilo wegen, moeten optillen om aan de overkant te komen. Een aantal keren gaat dat fout, waardoor alles weer onder de klei zit en weer van voor af aan kunnen beginnen. We hebben geen idee hoe lang deze weg nog zo door gaat. We weten wel dat het nog maximaal 12 kilometer is naar Shyriaieve. In de verte zien we een dorpje liggen, waar we ons met moeite naar te slepen. We hopen zo dat daar de verharde weg weer begint. Achter ons komt een Lada door de modder en de klei aangeschoven. Even lijkt het er op dat een Lada inderdaad overal doorheen komt. Maar helaas, ook de Lada rijdt zich muurvast in de klei. Stiekem moeten we daar wel een beetje om grinniken.

In het dorp komen we inderdaad weer op een verharde weg terecht. Wat een opluchting is dat. Deze regenbui is ook wel een ?freak-accident? geweest. Al een hele week worden we vergezeld door een strakblauwe lucht. Als we een half uur eerder waren geweest was er geen enkel probleem geweest. Genaaid door het lot. Als een stel moddermannetjes vol bloed en muggenbeten, rijden we Shyriaieve binnen. Horror uit de modder. We zijn zo blij dat we er inderdaad het hotel aantreffen dat op de kaart staat vermeld. Ik trek voor de zekerheid een schoon T-shirt aan om überhaupt toegelaten te worden. Volgens de mannen die buiten zitten te roken is dit een ‘5-star-hotel’. We kunnen dan ook niet wachten tot we gebruik kunnen maken van het sanitair. Maar wat blijkt: dit hotel heeft helemaal geen douche. Sterker nog, er is helemaal geen stromend water. De kamer kost dan ook maar 60 UAH (€ 6,-).

Omdat de mannen die buiten voor het hotel zitten te grappen over onze gortigheid, ook wel begrijpen dat wij een douche wel kunnen gebruiken, ontstaat er een wending van het lot. We mogen douchen bij Vitaliy en Woha. Vader en zoon zijn nogal dronken, maar dat kan ons niet deren, want wij willen douchen. Bij voorbaat voelen we ons schuldig over de grote en schone badkamer met warme douche die volledig gaan bevuilen. Maar natuurlijk bestaat er niet zo iets. We zijn tenslotte in de Oekraïne. De ‘witmarmeren’ douche is niets meer dan een gammele houten hok achter in de tuin, met op het dak een olievat gevuld met koud water. De omgeving wordt gevormd door een afvalberg, waarover de ganzen vrolijk lopen te ganzen. Desondanks is het een luxe. Vrij van modder en zweet kunnen wij de wereld weer aan.

Daarna kunnen we de paar glazen verplichte vodka niet weigeren. We proberen zo goed en zo kwaad als het kan een soort van gesprek te hebben, wat wordt bemoeilijkt doordat vader en zoon zo dronken als een mallemegoot zijn. Als het korte termijn geheugen van hen beiden geheel is uitgevallen, hebben wij de kans om de zuippartij te verlaten om wat te gaan eten. In het hotel blijkt een Oekraïner te zijn, die best een aardig woordje Engels spreekt. Via hem bestellen we een voedzame maaltijd in het café van het hotel, dat tevens het magazin en het restaurant is. Direct na de maaltijd is het met Floor afgelopen. Ik ben ‘verplicht’ om op de kamer van twee Oekraïners en een Moldaviër vodka te komen drinken. Ze zijn elektriciens en doen iets met hoogspanning, maar het waarom dat ze hier zijn wordt niet duidelijk. We toasten op de eeuwige vriendschap tussen Nederland, Oekraïne en Moldavië. Vervolgens ook op de eeuwige jeugd, die volgens de versleten Moldavië is te bereiken door het drinken van vodka, het eten van spek en het slurpen van rauwe eieren. Ze vinden het geweldig dat we door de Oekraïne fietsen, dat we het een geweldig land vinden, dat we de Oekraïners zulke gastvrije mensen vinden, enz. Zij zijn niet trots op de Oekraïne. Ze verlangen terug naar de tijd dat ze nog onderdeel uitmaakten van de Sovjet-Unie.

3.16 – Oekraïne | Bershad

De nacht is niet rustig verlopen, want het hotel en de lokale discotheek horen bij elkaar. Zelfs de oordoppen bleken niet bestand tegen het lawaai van de jeugd van Bershad. Het complex herbergt het hotel, een kapper, een tandarts en twee restaurants die de keuken met elkaar delen. Een van de restaurants is tevens het lokale café en de luidruchtige discotheek. Wij hebben een kamer op de 2e etage, wat we Nederland de 1e etage zouden noemen. In de Oekraïne is de 1e etage de begane grond. Over verwarrend gesproken. Onze gang vormt de verbinding tussen de twee restaurant en al het eten gaat langs onze kamer. Niet dat er veel uit wordt gegeten, want dat is voor de gemiddelde Oekraïner veel te duur. Dat verklaard ook waarom restaurants zo dun zijn gezaaid. Feestjes en partijen gaan wel gepaard met veel eten, maar dat is allemaal tevoren besteld. Het menu biedt dus vaak weinig inzicht in wat er echt is te krijgen en het meeste op de kaart is dan ook niet beschikbaar voor de toevallige passanten die wij zijn.

Vanwege slechte nachtrust konden we ‘s ochtends maar moeilijk wakker worden. De afgelopen drie dagen hebben we ook nog eens bijna 300 km gefietst in de zomerhitte en zijn onze billen wel wat rauw. Het kan kortom dus geen kwaad om een rustdag in te lasten. Ontbijten doen we dan ook pas om 11.00 uur. Met gebaren en de paar woorden die we inmiddels spreken, slagen we er in een ontbijt met tosti?s, sap en koffie te bemachtigen. De serveerster blijken meer moeite met de bestelling te hebben dan wij en raken helemaal van slag. In tegenstelling tot ons, want wij zijn eigenlijk wel trots op het feit dat we er iedere keer weer in slagen onderdak en wat te eten te bemachtigen.

Bershad heeft het voordeel dat het omgeven is door water. Genoeg plek dus om een koele rustdag aan door te brengen. Aan het water vinden we een mooie plek op het gras aan het water. Onder de bomen en met een verfrissende bries. Er zijn een paar moeders, oudere vrouwen met paars-rood geverfde haren en een tiental jongens van een jaar of 10-12 die stoer zitten te roken. Wij vragen ons af wanneer de massa uit Bershad hier verkoeling komt zoeken, want in het stoffige Bershad is werkelijk niets te beleven. Tenzij je een meisje/vrouw bent in de leeftijdscategorie 14-25 jaar, want dan ben je de hele dag druk met je uiterlijk. Elk half uur het spiegeltje er bij. Zitten de haren nog goed? Check op de make-up, check! Het is meer een soort bevestiging zoeken van je (on)zekerheid in je eigen spiegelbeeld. Dit moet echt rete vermoeiend zijn. Het water van het meertje is lekker van temperatuur, een soort van schoon (er staan iets verderop twee fabrieken zwarte rook uit te stoten) en dus lekker om in te zwemmen. Wij vinden deze plek best. De hele middag chillen we de pan uit met een boek aan het water.

3.14 – Oekraïne | Etappe 10: Tomashpil – Bershad (95 km)

Met oordoppen in was het een rustige nacht. Voor zevenen verlaten we het hotel en worden we uitgezwaaid door de beheerder van het hotel. Wederom de bevestiging dat wanneer het ijs eenmaal is ontdooid de relatie ook niet meer stuk kan. Het magazin, annex café, is gelukkig al om 7.00 uur geopend. Brood, salami, yoghurt, en vruchtensap. Koffie en thee krijgen we gratis en voor niets. We beginnen de Oekraïners steeds leuker te vinden. Of zijn de Oekraïners aardiger naarmate ze oostelijker wonen? Het is vandaag minder heet dan gisteren. Ook hoeven we minder te klimmen. In het stadje Vapniarka pauzeren we voor een kopje koffie met een groot zoet brood, bij een magazin/café op de markt. Het is er een drukte van belang. De persoon die naast ons zit blijkt in Odessa te wonen en geeft ons zijn telefoonnummer. Het waarom wordt ons niet duidelijk, want bellen zullen we waarschijnlijk toch niet. Wat heeft het voor zin om iemand te bellen als je elkaar toch niet kunt verstaan? In de Oekraïne zijn we een aardige bezienswaardigheid. Zonder uitzondering worden we aangekeken en nagekeken. Als wij dan reageren met ‘dobrý den’ worden de (gouden) tanden bloot gelachen. Vanaf vandaag wordt er ook getoeterd door de auto’s. Fietsen is zo veel leuker dan rondtrekken met de rugtas.

Kryzhopil blijkt een stoffig stadje te zijn met een hotel en meerdere restaurants. We stoppen er voor een lunch van halve kip met brood dat we wegspoelen met halve liters kvas. De rekening bedraagt 34 UAH (€ 3,40). We fietsen op kaarten uit de geweldige Wegenatlas voor de Oekraïne op schaal 1: 500.000 , maar nog steeds kunnen we niet aflezen wat we ergens kunnen verwachten. De kans op een hotel lijkt te worden vergroot door het aantal wegen dat er samen komen. Na Kryzhopil fietsen we door een breed dal, waarin een keten van kleine en grotere meertjes ligt. Bij één van die meertjes stoppen we om er het heetst van de dag te rusten. Onze fietsen zijn misschien een bijzonder vervoermiddel om er mee op het strandje te liggen, maar de locals komen met paard en wagen, wat wij weer erg bijzonder vinden. Hele families nemen een verfrissende duik, stappen weer op de wagen en rijden terug naar waar ze vandaag kwamen. Een andere Oekraïner komt in zijn auto aangereden. Hij is nog aan het aan werk en tussen het grote aantal telefoontjes dat hij pleegt, vindt hij tijd voor ook een paar minuten in het verfrissende water. Hij vindt onze fietser een stuk interessanter en mooier dan de Skoda waarin hij rijdt. Daar zijn wij het mee eens. Misschien ook wel door de vrolijke rode tasjes.

Door bossen en langs rietkragen fietsen we naar Bershad. Onderweg stoppen we ergens voor een koude cola, waarvan we hebben gemerkt dat dit erg lekker is bij zware inspanning bij hoge temperaturen. Vooral Floor gaat als een trein wanneer er een cola of een banaan in gaat. Het motortje krijgt dan een kick-start van jewelste, zodat ik hard moet trappen om d’r bij te houden. Aan de bosrand staan de locals aardbeien, veenbessen en paddenstoelen te verkopen. Om mooi moment om op te merken, dat er in de Oekraïne vaak een wandelaar of een fietser zomaar ergens uit het bos komt zetten. Zo kun je ergens midden in het niets aan het fietsen zijn, wanneer er plotseling een fietser tevoorschijn komt. Waar komt hij vandaan en waar gaat hij naar toe? Het hotel in Bershad heeft een kamer voor 260 UAH (€ 26,-). Eten doen we tussen de lokale jeugd, dat een feestje aan het vieren is, zonder dat er ook maar enige vorm van feestvreugde is te bemerken. Wij vallen ten prooi aan steelse blikken en geroezemoes. Wie zijn die mensen en wat doen ze hier? Het is jammer dat niemand hier Engels spreekt, want het zou wel leuk zijn om meer met de mensen in gesprek te komen.

3.15 – Oekraïne | Etappe 11: Bershad – Balta (63 km)

De geluiden van het opbouwen van de markt dringen al vroeg onze hotelkamer binnen. Ruim voor het geplande tijdstip van 5.15 uur zijn we daarom al wakker. De artikelen die er zijn te krijgen variëren van groente en fruit van het omliggende platteland, Hugo Boss tassen (waarmee de meeste Oekraïners lijken te lopen), bloemetjesjurken en schorten. Het leven is opvallend actief op deze vroege zondagmorgen. Al fietsend over het ontwakende platteland passeren we de ‘moloko truck’ (melkwagen). De emmers met melk staan aan de weg en worden leeg gekieperd in de tank. Een beeld dat in Nederland waarschijnlijk al 50 jaar niet meer bestaat. Rustig is het op de weg niet te noemen. De mensen zijn of op weg naar de markt in Bershad of ze laten hun koeien uit.

Over niet meer onderhouden wegen van kinderkopjes moeten we de ene lange helling na de andere op. We proberen zo veel mogelijk op de parallel lopende zandwegen te rijden, om te voorkomen dat alle onderdelen van de fietsen lostrillen. Na een moeizame rit komen we om 8.45 uur aan in een klein dorp, waar we enthousiast worden ontvangen met ijskoude kvas. Ze vinden het prachtig dat we op weg zijn naar Odessa. Sterker nog, ze vinden het geweldig dat we het tweede paar fietsers zijn die ze de afgelopen paar jaar langs hun huis hebben gehad. Vol trots laten ze ons de foto’s zien van een Zweeds koppel, dat hier twee jaar geleden ook al is langsgefietst op weg naar Odessa. Ze willen nog een grap met ons uithalen door ons een fles water cadeau te doen, waar natuurlijk vodka in blijkt te zitten. Iedereen lacht dan hun gouden tanden bloot om deze Oekraïense dijenkletser.

Het landschap dat we vandaag moeten doorkruizen is erg saai en zwaar. De weg over de steile heuvels bestaat meer niet dan wel. We glibberen weg over de weinige kinderkoppen die er nog liggen, of lopen vast in de zanderige bodem. Naar beneden is nog niet zo erg, maar stijgen op zulke wegen is een ware marteling. Het weinige andere verkeer laveert zo veel mogelijk tussen de grootste gaten door. Er gebeurt hier verder weinig: er zijn geen dorpen en al helemaal geen mensen. Met 34 graden is het vooral erg warm. We fietsen langs een meertje, waarin we willen afkoelen. Dit wordt ons echter afgeraden door een bewoner. We denken dat het verstandig is om daar naar te luisteren, want hun standaarden zul al heel wat lager liggen dan de onze. Ik bedoel, Tsjernobyl ligt ook in de Oekraïne.

Zwetend en steunend rijden we dan maar door naar Balta. Daar belanden we op een terras, waar we kvas drinken, in ‘gesprek’ raken met een paar locals, waarna er al snel nog veel meer locals bijkomen om te vernemen wie wij zijn, waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan. Onveranderlijk vindt men het maar een raar verhaal dat we voor ons plezier zoveel kilometers aan het fietsen zijn. We worden uitgenodigd om mee te gaan zwemmen. Iets waar met deze hitte graag mee instemmen. Heel Balta lijkt zich aan de waterplas te hebben verzameld. Na een zwempartij hebben we geen zin meer om nog op de fiets te stappen. Op zoek dus naar een hotel. Voor 200 UAH (€ 20,-) hebben we dit keer ronduit een slechte kamer, waarbij de douche, waarvan het gordijn met de minste aanraking naar beneden lazert, moet worden gedeeld. Leuk aan Balta is dat we voor het eerst Odessa op de verkeersborden zien staan. We komen er aan!

3.13 – Oekraïne | Etappe 9: Murovani Kurylivtsi – Tomashpil (94 km)

Om zo lang mogelijk te profiteren van de koeltje van de ochtend, staan we om 6.15 uur op. Een goede nachtrust was in de stilte van deze landelijke omgeving geen probleem. Douchen kunnen we in de badkuip door emmertjes met koud water over ons heen te gieten. Het toilet is een hokje achter in de tuin, waar moet worden gemikt in een volle, ranzige emmer. De inhoud daarvan zal worden verspreid over de eigen groentetuin. Onze fietsen staan in een apart schuurtje en de deur daarvan is op slot. Helaas moeten we Irina dus wakker maken om te kunnen vertrekken. Floor heeft een ansichtkaart geschreven in haar beste Oekraïens en er een biljet van 100 UAH aan toegevoegd. Dit wil Irina eerst niet accepteren, maar wij staan er op. We zouden het dubbele hebben moeten uitgeven als we een hotel hadden gevonden. Wij voelen ons daardoor niet schuldig dat we hier hebben geslapen en zij houden er nog wat aan over. Misschien dat we ze op een idee hebben gebracht voor als er nog een keer reizigers door Murovani Kurylivtsi komen.

Ondanks het vroege uur, zijn de winkeltjes al open. Water is wat we nodig hebben. Inmiddels hebben we zes liter water bij ons, waarbij we het water in een fles op smaak brengen met limonade poeder. Het landschap van gisteren zet zich voort. Diep naar beneden, de rivier over en dan weer moeizaam omhoog. Over de heuvelkam fietsen door glooiende velden met graan, zonnebloemen en koolzaad. Tot dat we weer een volgend rivierdal bereiken, naar beneden moeten en dan weer omhoog. Na Vendychany wordt het land langzaam vlakker. De dalen zijn minder diep. Nog steeds liggen de dorpen en stadjes beneden, met bebouwing langs het water en tegen de hellingen. De heuvels zijn in agrarisch gebruik. Door al die zware klimmetjes zijn we oververhit, bezweet en vies. We kunnen echter geen water vinden om aan te pauzeren. Dan maar langs een graanveld, dat vol staat met klaprozen en andere wilde bloemen. Daarboven staat een blauwe hemel, waarin wolken als watten drijven. Ook al stinken we een uur in de wind, we prijzen ons gelukkig dat we hier kunnen fietsen.

In Chernivtsj stoppen we bij een ‘magazin’ om vers water, cola, koekjes en brood te kopen. Het wordt bijna gewoon hoe dat proces verloopt. Ik stap de winkel binnen en word ronduit slecht en bijna onbeschoft geholpen. Ze weten namelijk echt niet wat ze met die zwetende buitenlander aanmoeten. Dat we elkaar niet kunnen verstaan draagt ook niet bij een soepele communicatie. Toch slaag ik er in om te krijgen wat we willen hebben. Als we dan in de schaduw voor het winkeltje zitten om af te koelen en bij te komen, komen ze ?per ongeluk? naar buiten. Dan zien ze een aantal zaken. Als eerste dat ik hier niet alleen ben, maar dat er ook een vrouwtje bij is. Helemaal mooi wordt wanneer ze daarna de fietsen zien staan. Je ziet de lucht opklaren en de sfeer omslaan. Het ijs is gebroken. Koffie en chocolade wordt ons als cadeau aangeboden en als we willen kunnen we blijven slapen. Althans, we denken dat er een slaapplek wordt aangeboden. Het begint net wat af te koelen en de suikers in de cola beginnen hun werk te doen. Floor staat er dus op om verder te fietsen. Weer laten we een zelfgemaakte ansichtkaart achter om ze te bedanken. Iedere keer weer een gouden zet. De kaart gaat de hele winkel door, zo leuk vinden ze zet. Hoe veel jaren later zou onze ansichtkaart er nog staan? We kopen nog wat extra proviand en vullen onze watervoorraad aan tot acht liter. Weer krijgen we alleen wat volgens hen goed, koud en vers is. Langdurig worden we uitgezwaaid als we weer op weg gaan. De Oekraïners lijken zo stug, maar het is meer dat ze niet weten wat ze met je aan moeten.

We zijn terug in het grootschalige landschap. Graanvelden bedekken de glooiende heuvels. Italiaanse populieren aan weerszijden van de weg. Op de weg is het enorm rustig. De dorpjes zijn uitgestorven. Als de avond begint te vallen, de mensen terugkeren van hun akkers (lopend, op de tractor of op de zijspan), de laatste Lada’s worden gevuld met gras voor de koe, het paard of de konijnen, rijden wij Tomashpil binnen. Nergens zijn we hotels of restaurants tegengekomen en zijn dus voorbereid op een nacht in het veld. De vraag aan een taxichauffeur levert een onverwacht positief resultaat op. Er is hier een hotel. Een ‘charmant’ gebouw in authentieke Soviet-architectuur, dat niet herkenbaar is als hotel. Mevrouw de hotelbewaakster is streng en in eerste instantie helemaal niet blij dat we er zijn. Als we haar vertellen dat we op weg zijn naar Odessa ontdooid ze. Als we haar bedanken in het Oekraïens begint ze breed te lachen. Ze heeft een kamer met douche voor 200 UAH (€ 20,-). Die douche is hard nodig na een lange dag stof, zweet, insecten en afzien. Herboren gaan we in dit stadje met brede straten en een standbeeld van Lenin, op zoek naar een restaurant. Het worden pizza’s met ketchup, kaas en salami op het terras voor het hotel. Twee grote pizza’s, thee en twee Pivo voor 40 UAH (€ 4,-). We delen het terras met een paar groepen familie en vrienden. Gedroogde vissen worden gezamenlijk gesloopt en weggespoeld met halve liters Pivo uit plastic bekers. Ook op dit terras komen de mensen langs met petflessen om ze te laten vullen met bier uit de tap. Dit is in Oost-Europa zo normaal, dat wij er eigenlijk niet meer van opkijken. Maar stel je eens voor dat je in Nederland naar de kroeg gaat met een lege petfles, om die aan de bar te laten vullen om vervolgens thuis op te drinken.

3.12 – Oekraïne | Etappe 8: Kamianets-Podilskyi – Murovani Kurylivtsi (111 km)

Geen ontspannen ontbijt in het restaurant van het hotel. Opvallend is dat er vandaag geen koffie is te krijgen. Thee is wat het is. Als dat nou alles was, dan was daar nog wel mee te leven. Helaas staat er ook muziek in de categorie Celine Dion hard aan. Normaal al niet te harden, maar helemaal niet ‘s ochtends vroeg zonder koffie. Het verzoek om de muziek wacht zachter te zetten, leidt dan wel tot het gewenste resultaat, de sfeer wordt er in elk geval niet beter op. De arrogante serveerster is not amused. Hoe durf je dit aan me te vragen, zie je niet dat ik veel beter ben dan jij? De meisjes en jonge vrouwen in de Oekraïne zijn dan wel bijzonder mooi en hebben klasse, hun uitstraling is vreselijk. Zeldzaam zulke neerbuigende types gezien als hier. Het moet echt vermoeiend zijn om vrouw te zijn in dit land. Alles draait hier om het uiterlijk vertoon. Vrouwen worden door andere vrouwen openlijk bekeken en bekritiseerd.

We verlaten Kamianets-Podilskyi in noordelijke richting. Direct buiten de stad is het zoals gewoonlijk weer erg rustig op de weg. We rijdend door een grootschalig agrarisch landschap, waar de graanvelden rood zijn gekleurd van de miljoenen klaprozen. Dit levert een geweldige kleurenpracht op. Hier geen paard en wagens, of boeren met de handen in de aarde. Machines doen hier het werk op de meest vruchtbare bodem van Europa: Chernozem (zwarte aarde). Chernozem is zeer vruchtbaar en heeft geen (kunst)mest nodig. De zwarte aarde is geschikt voor de verbouw van tarwe en andere granen. In de Oekraïne is de zwarte aarde tot 6 meter diep in de bodem te vinden. Naast de weg ligt een brede groenzone, waardoor we in de schaduw kunnen fietsen. Dit is nodig ook, want het begint al aardig warm te worden. We moeten vroeger beginnen met fietsen, want het is nu al 28 graden in de schaduw.

Wat opvalt is dat we geen kerken meer zien die in aanbouw zijn. Ook de bollenkerken lijken te zijn verdwenen. Kerken hebben hier weer een spitse toren, zoals ze dat ook in Nederland hebben. De kwaliteit van de wegen is aanmerkelijk beter dan waar we vandaan kwamen. Waarschijnlijk een combinatie van beter onderhoud (meer geld) en minder strenge vorst om schade aan te richten aan het wegdek. In dit glooiende landschap zijn bijna geen huizen van hout meer te vinden en ook de lintdorpen zijn verdwenen. Op het heetst van de dag, pauzeren we in Dunaivtsi op een terras. Het café is soms open, maar soms ook niet. Niet alleen heeft het de functie van café, waar dus iets kan worden gedronken en gegeten, ook is de wachtruimte voor de bus. Verder is het een winkel waar bier en loten het meest worden verkocht. Op het terras lijkt het eerst alsof we helemaal niet welkom zijn. Als we dan weer weg willen fietsen, blijken ze toch nog te willen weten waar we vandaan komen en waar we naar op weg zijn. Althans, wij denken dat dit de vragen zijn die ze ons stellen. Met een brede lach wordt ons dan een goede reis gewenst. Zo kwaad zijn de mensen hier dus helemaal niet. Ze zijn nogal gereserveerd en kijken het liefst de kat zo lang uit de boom dat die vanzelf er uit valt.

Na Dunaivtsi verandert het landschap dramatisch. Het glooiende landschap maakt plaats voor brede heuvelruggen, waarover de weg ons voert. Meerdere keren moeten we diep en steil naar beneden, om een in de laagte stromende rivier over te steken. In die laagte ligt steevast een dorp of stadje, waarvan de meeste huizen weer van hout zijn. Ook de bollenkerk is terug van weggeweest. Op de kleinschalige stukjes grond wordt weer met de hand gewerkt. Babushka’s in bloemetjesjurken zijn aan het hooien en oude mannen maken vloeiende bewegingen met hun zeis. De Oekraïner is te typeren als ‘ik zeis, dus ik ben’. Dit landschap is erg aantrekkelijk om doorheen te fietsen. Nadeel is alleen dat het ook een stuk zwaarder is. Wat naar beneden gaat, moet helaas aan de andere kant ook weer net zo hard omhoog. Frustrerend gewoon.

Een afdaling brengt ons in Nova Ushytsia, waar we verwachten een hotel aan te treffen. Die is echter verdwenen. Door meerdere mensen wordt ons verzekerd dat we in de volgende plaats meer succes zullen hebben. Er zit dus niets anders op dan aan de andere kant van de laagte weer helemaal omhoog te klimmen onder de brandende zon. Wat zijn we blij met de schaduw dat het gemengde bos ons biedt. Het blijft helaas niet bij die ene klim. We moeten nog twee keer naar beneden en dan weer omhoog, voordat we om 19.30 uur Murovani Kurylivtsi bereiken. Bij een ‘magazin’ vragen we de weg naar het hotel. ‘Njet’ is het antwoord dat we terug krijgen. Blijkbaar wil dat zeggen dat er hier geen hotel is. We zijn best uitgeput en Floor barst in huilen uit. De Oekraïners smelten direct, we zijn tenslotte maar een paar onschuldige, uitgeputte fietsers die het even niet meer weten. In een gebrekkige communicatie kopen we het nodige in de winkel, wat door moet gaan voor ons avondeten: bananen, salami, brood, koekjes en cola. We vertellen dat we uit Nederland komen en dat we op weg zijn naar Odessa. Irina, de eigenaar van de winkel biedt aan om bij haar en haar man (Victor) te overnachten. We kopen nog meer spullen voor het ontbijt van morgen. Het beste brood, de beste salami en de beste kaas wordt ons aanbevolen. De rest mogen we niet kopen, want dat is allemaal oud. Om 21.00 uur sluit de winkel, waarna we met Irina en Victor naar huis lopen. Wij mogen het gastenverblijf gebruiken dat bij hen in de tuin straat. Een dag die in een enorme deceptie leek te eindigen, verandert toch nog in iets positiefs.

3.11 – Oekraïne | Kamianets-Podilskyi

Ons hotel ligt in het nieuwe, door de communisten aangelegde deel van de stad. Wij lopen naar het oude centrum, waarvoor we over de brug over de 50 meter diepe kloof moeten. Het historische centrum van Kamianets-Podilskyi staat op een ‘eiland’ in een scherpe bocht van de Smotrych rivier. Veel van de straten en de oude gebouwen zijn dringend toe aan onderhoud. Indrukwekkend is het kasteel dat in het verlengde van de oude stad ligt. In tegenstelling tot het kasteel bij Khotyn, mag hier na betaling van 20 UAH (€ 0,20) vrij worden gedwaald. Wandelen over de kantelen, beklimmen van de torens, dwalen door lange donkere gangen en zwerven in het binnenste van het kasteel. Een betere kasteel ervaring dan dit kun je waarschijnlijk nergens krijgen. Jammer alleen van de handvol schoolklassen die hier de tijd van hun leven hebben.

Een leuke wandeling kan er worden gemaakt in de kloof, die onderlangs de oude stad loopt. De steile rotswanden met daarop het ondoordringbare kasteel, de rivier en de woningen daarlangs, de vele ruïnes en het groene landschap, maken dit tot een indrukwekkende wandeling. Het water van de rivier wordt gebruikt om in te zwemmen. Watervallen komen van boven uit de stad naar beneden. Deze stad is een van de meest indrukwekkende die we kennen. Een must voor iedereen die afreist naar de Oekraïne. In de oude stad staat een aparte kerktoren. De originele kerk werd in de 17e eeuw door de Ottomanen voorzien van een minaret. Toen de stad in 1699 werd teruggeven aan de Polen, werd de afspraak gemaakt dat de minaret zou blijven staan. Wel met de concessie dat er nu een 3,5 meter hoog beeld van Maria op staat.

De Duitsers hadden de strategische ligging van het oude centrum ook goed in de gaten. Ze maakten er een Joods getto van, waaruit niet veel te ontsnappen zonder in de omringende kloof te pletter te vallen. Dit leidde in 1941 tot de eerste en grootste massamoord in de “Endlösung” van de nazi’s. In twee dagen werden 23.600 Joden vermoord en de lichamen in de kloof achtergelaten. Toen de stad uiteindelijk werd bevrijd door het Rode Leger, lag meer dan 70 % van de stad in puin. Er moet nog een hoop werk worden verzet om de stad weer in oude allure terug te brengen. Als dat al ooit helemaal gebeurt. In de oude stad worden al weer nieuwe panden gebouwd in oude stijl en ook wordt het een en andere gerenoveerd. Nog wel op kleine schaal, maar de potentie is aanwezig om van deze stad een toeristische trekpleister te maken. Nu nog iemand vinden met een zak geld die zich verantwoordelijk voelt voor het onderhoud van de wegen, want slechter dan dit is het bijna niet te krijgen.

3.09 – Oekraïne | Etappe 7: Chernivtsi – Kamianets-Podilskyi (85 km)

In het hotel kunnen we helaas niet ontbijten. Nergens blijkt er een terras open te zijn om mensen als wij van ontbijt te voorzien. Er is zelfs nergens geen vers brood te krijgen. Blijkbaar zijn alle bakkerijen op maandag gesloten en is er dus ook geen brood. Noodgedwongen ontbijten we met koekjes en koffie, dat in het hotel gelukkig nog wel is te krijgen. Onder een blauwe hemel fietsen we daarna door het drukke verkeer deze mooie stad uit. Een stad die wel wat aan Boedapest doet denken, vooral door dat typische stadsluchtje dat je krijgt als de zon lekker haar gang kan gaan. Een beetje stoffig, een beetje smog, maar in zekere zin toch ook wel aangenaam.

De eerste 40 kilometer zijn zwaar door de steile heuvels die we op en af moeten. De bebouwing langs de weg stopt maar niet. De stad hebben we dan wel achter ons gelaten, het ene lintdorp naar het andere zorgt er wel voor dat de bebouwing langs de weg door blijft gaan. De meeste van de huizen zijn versierd met patronen die met verf onder de dakrand zijn aangebracht. Nog steeds heeft elk huis een waterput. Op zondag wordt er niet op het land gewerkt. Maar vandaag is het maandag. Iedereen is dus weer druk in de weer met schoffel, zeis of hark. Voor het eerst rijden we door de graanvelden die in dit heuvelachtige land een toevoeging zijn. Op sommige plaatsen zijn de velden compleet rood van de klaproos. De heuvels met de tegen de hellingen kronkelende zandwegen doen ons denken aan Mongolië. De langgerekte dorpen, die ruiken naar stof en kampvuur, doen ons denken aan Laos. Foor moet wel haar mindset veranderen om meer van dit bijzondere landschap te kunnen genieten. Zo erg zijn al die heuvels toch niet?

Langs de hoofdweg richting Khotyn worden kersen, kersen en kvas verkocht. De weg word omzoomd door populieren, die voor een aangename schaduw zorgen. Elke opening in de bijna onafgebroken bomenrij, levert een doorkijkje naar het agrarische land erachter dat zich over de heuvels uitstrekt. Vaak is het landschap als een schilderij zo mooi en vormen de bomen een natuurlijk kader voor de foto. Het zijn de landschappen die we vanaf nu terugzien als schildering op de bushaltes. In Khotyn bezoeken we het indrukwekkende kasteel dat uitkijkt over de brede en bruine Dnister. Dit is met voorsprong met meest indrukwekkende kasteel dat we ooit hebben gezien. Met de bouw van het fort werd gestart in 1325, terwijl belangrijke verbeteringen aangebracht zijn in de 14e en 15e eeuw. Het kasteel heeft model gestaan in veel Russische films. Vanwege renovaties is het helaas niet mogelijk om overal rond te struinen.

Als we Khotyn weer achter ons laten, komen we de eerste medefietser tegen. Een Engelse die ook op weg is naar Odessa, om daarna door te rijden naar China. Zij neemt de route door Moldavië, dus ze gaat precies de andere kant op als wij. Wij steken de brede Dnister over en rijden door naar Kamianets-Podilskyi. Het is een brede weg, waar het drukke verkeer ons gelukkig de ruimte geeft en waar we een vluchtstrook hebben om uit te wijken wanneer er een vrachtauto achter ons zit. We zijn erg blij met onze achteruitkijkspiegel, waardoor we zien wat er achter ons gebeurt.

De entree van Kamianets-Podilskyi is indrukwekkend. Fietsend over een brede weg, met aan weerszijden grauwe Soviet-blokken. Dan fietsen we over de 50-meter diepe kloof van de Smotrych rivier en zien we de boven op de heuvels de schoorstenen van de zware industrie roken. Zonder problemen vinden we het nieuwe centrum van deze historische stad, waar we een kamer nemen in het ‘7-days hotel’. Een enorm lelijke, grauwe doos, maar wel met comfortabele kamers voor € 44,- per nacht. Inclusief diner en ontbijt, want dat zit er standaard bij. Of wilt of niet. De Oekraïne is niet goedkoop en veel keuze voor overnachten is er niet. Onze fietsen kunnen we achterlaten op het beveiligde parkeerterrein. De twee man van de security staan er op dat ze onze bagage afleveren op onze kamer op de 9e etage. Daar hebben we een fantastisch mooi uitzicht over het historische deel van de stad. Net al alle andere hotelkamers die we tot nu toe in de Oekraïne hebben gehad, heeft ook deze maar een oppervlakkige luxe. De toiletpot zit bijvoorbeeld los en een aantal lampen is kapot. Het water van de douche is warm, maar daar moet je het water dan wel eerst 15 minuten voor laten stromen. Het diner in het zogenaamd chique restaurant is een belevenis. Alle drie de gangen worden tegelijk op tafel gezet, zodat er zes borden op de te kleine tafel staan. Gelukkig is de bediening erg vriendelijk, zodat de drankjes ook niet worden geleverd. Wat is een land als dit toch heerlijk.

3.10 – Oekraïne | Intermezzo

Ik moet hier een aantal onderwerpen behandelen, die ik anders ga vergeten. Als eerste het ‘handen geven’ door de Oekraïense man. In Perechyn ging het schudden van handen, van bekenden en minder bekenden, er de hele dag door. Alleen de mannen doen het. Elkaar aankijken of een stevige handdruk zijn niet noodzakelijk. Een losse polsbeweging is voldoende. In Kamianets-Podilskyi is dit gebruik afgenomen en lijken alleen de echte bekenden elkaar een hand te geven. Het vormen van ‘rijen’ is een ander fenomeen. Een rij houdt hier in dat je enorm in elkaars persoonlijke ruimte gaat staan. Voor ons lijkt het alsof ze als een groep vrienden of familie op hetzelfde staan te wachten. Zo dicht staan ze namelijk op elkaar. Het is belangrijk dat je elke ruimte die valt in een rij direct opvult, anders ben je al snel je plek kwijt en kom je nooit aan de beurt, waarvoor je überhaupt in de rij staat. In een postkantoor merken we dus mensen letterlijk tegen aan staan, terwijl wij op dat moment worden geholpen. Het lijkt er dan op dat er voor voorgedrongen, maar dat is dus ook weer niet het geval. Jij bent aan de beurt, dus jij wordt geholpen, maar privacy wordt je niet gegund. Als we staan te pinnen komt er gerust een oud vrouwtje in onze persoonlijke ruimte staan, waardoor wij door onze Nederlandse mentaliteit afvragen of ze wel of niet is te vertrouwen.

Het drinken van bekertjes koffie op straat, te verkrijgen bij een van de vele kiosken, is een favoriete bezigheid van de Oekraïners. Verwacht alleen niet dat het daarmee eenvoudig is om goede koffie te krijgen. Het is meestal oploskoffie, waar je er twee van moet drinken om er wakker van te worden. Semi-functionele koffie dus. Soms word je echter blij verrast en klapperen de tanden je bijna uit de mond, zo sterk is de espresso dan. Dat is een ander belangrijk kenmerk aan de Oekraïne: je weet nooit wat je kunt verwachten. Bijvoorbeeld in restaurants, waar je het beste maar gewoon rustig moet wachten of er misschien nog meer eten op tafel wordt gezet. Meestal hoop je daar ook echt op, want grote porties zoals in Tsjechië en Slowakije, zijn hier niet gebruikelijk. De volgorde waarmee de gerechten op tafel worden gezet is vooral willekeurig. Soep kan best als afsluiter worden gegeten en een bakje yoghurt doet het prima voordat je aan de kip begint.

Nog iets dat opvalt, is het grote aantal zwerfhonden dat er in het gebied tot aan Kolomyia op straat liep. Niemand lijkt zich er aan te storen en ze lijken zelf te worden bijgevoederd. Af en toe rennen ze achter onze fietsen met de rode tassen aan, maar meestal zijn ze te lui om überhaupt te reageren. Meestal lijken ze een vast onderdeel te vormen van de samenleving waarbinnen ze leven. In groepen lopen ze af en toe over straat. Vaak achtervolgen ze elkaar door het drukke verkeer, niemand kijkt er van op. De meeste honden hebben we gezien in Kolomyia. In Chernivtsi was het al een heel stuk minder en in Kamianets-Podilskyi zien we er geen meer.

3.08 – Oekraïne | Etappe 6: Kosiv – Chernivtsi (76 km)

De wekker gaat om 7.15 uur. Spullen pakken en ontbijten met bananen en een mueslireep. De lucht is stralend blauw als we op de fiets stappen. Niet eerder hebben we zo’n mooie dag gehad. Niet eerder hebben we zo?n mooie dag gehad. We fietsen langs de groene heuvels en volgen de rivier en de spoorlijn naar Chernivtsi. Het land is verandert. Er rijden minder Lada’s, paard en wagen lijken uit het straatbeeld te zijn verdwenen, houten huizen worden schaarser en het gebruik van tinnen decoraties is niet meer de regel. De Karpaten met hun Hutsul cultuur, hebben we definitief achter ons gelaten. Onderweg drinken we koffie, in zomaar een plaatsje bij het busstation. Het wisselgeld bestaat uit een paar zuurtjes. Het oude vrouwtje slaat een kruis voor onze behouden fietstocht.

Chernivtsi is een grote stad en telt 260.000 inwoners. Het verkeer is er asocialer en over de kasseien rijden trolleybussen. Om het verrassend mooie centrum van de stad te bereiken moeten we een flinke klim over de gladde kasseien maken. In de stad is het aanmerkelijk warmer dan daarbuiten en daarom gaan we snel op zoek naar een terras. We worden erg onvriendelijk geholpen. Al snel komt iemand zich bij ons opdringen met geveinsde interesse over onze fietstocht. Natuurlijk vertrouwen we het niet en houden onze spullen en fietsen (die op slot staan) extra in de gaten. Al snel zit er een klein kind op de fiets van Floor, terwijl de moeder Floor begint te paaien. 1 op 1 is hier nu duidelijk 35. Het kan geen kwaad om duidelijk te maken dat het hele onbetrouwbare stelletje op moet zouten. Wij gaan op zoek naar een hotel, waarvan we vlak op de hoek eentje vinden. Voor 280 UAH (€ 28,-) een mooie kamer, terwijl de fietsen veilig worden gestald in de afgesloten tuin.

Chernivtsi is best een fijne en mooie stad. De gebouwen langs de met grote bomen omzoomde straten en boulevards, wijzen op een rijk verleden toen het nog onderdeel was van het Habsburgse rijk. Het meest in het oog springende bouwwerk in de stad, is de universiteit. Het is een neobyzantijnse creatie uit de jaren 1867-1874 van de Tsjechische architect Josef Hlávka, die ook de Armeense kerk ontwierp. Het gebouw werd in 2011 geplaatst op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Zonder twijfel helpen de studenten deze stad vooruit. Zonder studenten zou er voor deze stad waarschijnlijk geen toekomst zijn. In het grote stadspark lijkt de hele stad samen te komen. Jong en oud struinen ze er rond op hoge hakken en in korte rokken. Bier drinken en shaslick eten op een van de terrassen, waar de bediening prima Engels blijkt te speken.

Opvallend is het grote aantal bedelende oude vrouwen, dat de karige opbrengsten lijkt te moeten aanvullen met wat de vuilnisbakken hen hebben te bieden. Dit vinden we erg naar om te zien, want we denken dat dit de generatie is die hun mannen hebben verloren in de 2e Wereld Oorlog of aan de Goelag. En met de val van de Sovjet-Unie is hun pensioen hen afgenomen. Noodgedwongen moeten zij hun laatste jaren op deze eerloze wijze vullen.