Slowakije

Slowakije | Door een bergachtig land

Nadat we een erg grijs, nat en koud weekend hadden doorgebracht in het gezellige appartement van Rasti en Ivana in Bratislava, was het weer tijd om verder te gaan. Kamperen in de Male Fatra, dat is waar we zin in hadden. Een mooi kampvuur, fijne gesprekken en pivo midden in de natuur. Ja, was het maar zo’n feest. De winter had besloten nog heel even haar spierballen te laten zien. De kou, sneeuw en de vele regen dwongen ons elke nacht in een pension door te brengen. Wij zweren dan wel bij kamperen, er is een grens aan wat wij prettig vinden. De Male Fatra is na de regen gelukkig nog minimaal zo mooi als voor de regen. Waterdamp uit de bergen vormt nieuwe wolken in de brede en smalle dalen. Zwetende klimmetjes tot 15 % worden afgewisseld met koude rillingen, wanneer we op heuveltoppen temperaturen van 2 graden moesten trotseren.

Read More

2.15 – Slowakije | Etappe 10: Snina – Perechyn (52 km)

Zoals bijna elke ochtend zijn we om 7.00 uur wakker en maken we ons klaar voor weer een nieuwe fietsdag. Vandaag een bijzondere, want het is de bedoeling dat we de Oekraïne worden binnengelaten. Omdat we niet weten wat ons in de Oekraïne te wachten staat, slaan we bij de lokale Tesco genoeg proviand in om ons minimaal twee dagen in leven te houden. Op naar de grensplaats Ubla. De route voert ons door een erg mooi dal waar de wilde bloemen in het veld tot een climax lijken te komen. Tussen het sappig groene lentegras is het wit fluitekruid en duizenden margrieten en roze van de dagkoekoeksbloem. Oude mannen maaien met de zeis, terwijl kromme oude vrouwtjes in bloemetjesjurk het onkruid wieden. Het is hier onwaarschijnlijk mooi. Langs de weg staan kleine kapelletjes, waar Jezus gedwee aan het kuis hangt. Hier beschikt hij echter over een niet te onderschatten six-pack.

Aan de grens is het verlaten van Slowakije een eenvoudige gang van zaken. Aan de kant van de Oekraïne duurt het allemaal wat langer en is het allemaal wat onduidelijker. Mevrouw de grenswacht is verwikkeld in een telefoongesprek en daarna in een geanimeerd gesprek met meneer de grenswacht. Dat wij staan te wachten lijkt alleen maar toe te voegen aan de duur van het gesprek. In al die ‘gezelligheid’ wordt er toch nog de tijd gevonden om ons te voorzien van een ‘entry-exit-formulier’. Wat we daar mee moeten snappen we inmiddels wel, maar wat er daarna van ons wordt verwacht ontgaat ons volkomen. Daarom hanteren we de strategie van de onschuldige en tikkeltje naïeve toerist. We stappen op de fiets en rijden net zo lang verder tot we bij een hek worden aangehouden. Halt! Waar is het stempel? Dat is in elk geval iets. We weten nu dat we een stempel moeten hebben. Nu er nog achter zien te komen hoe we aan zo?n stempel komen. Ga terug naar start. We fietsen weer terug naar mevrouw grenswacht. Ze is erg boos, want we hadden het ingevulde formulier met ons paspoort bij haar moeten inleveren. Had dat dan direct gezegd. Ondanks onze slechte relatie krijgen we het noodzakelijke stempel en kunnen we weer verder. Nu moeten we langs de bagagecontrole. Daar wordt ons gevraagd waar wij helemaal naar toe willen. ‘Naar Odessa!’ is daarop ons antwoord. ‘Op de fiets, met al die mooie rode tassen? Maak er eens een paar open!’ Wereldwijd blijken grenswachten weinig enthousiast te worden van stinkende kleding en salamiworsten tussen de bagage. Oekraïners zijn daarop geen uitzondering. We mogen door. Welkom in de Oekraïne!

Een zwarte rook uitbrakend olievat markeert onze entree tot een voor ons nog onbekend land. De Oekraïne is het grootste land van Europa, maar we weten er helemaal niets van. Verschillen met Slowakije: de weg is smaller, op die weg rijdt veel minder verkeer en de weg heeft meer en grotere gaten. We fietsen door langgerekte dorpen die duidelijk armer zijn dan die in Slowakije. De zijwegen van de verharde weg zijn van gravel, zand of een laatste restje asfalt. Iedereen, jong en oud, lijkt aan het werk te op het veld of in de tuin. In de weer met schoffel, hark en schop. We passeren donkere bossen van het type ‘onaangetast’. Het voelt fijn om hier te zijn. In een prettige stemming komen we aan in Perechyn, waar volgens onze informatie een pinapparaat zou moeten zijn. En inderdaad, achter het station, bij de ingang van een fabriek staat inderdaad een oude vertrouwde flappentapper. Voorzien van een verse stapel Hryvnia fietsen we door de hoofdstraat en enige straat van deze kleine stad met iets meer dan 7.000 inwoners. We graven in ons geheugen naar wat een hotel is in het Russisch en hoe we dat herkennen in Cyrillisch schrift.

Zonder dat de tegenpartij ook maar één woord over de grens spreekt, slaagt Floor er bij het enige hotel van de stad in om voor 200 UAH (€ 20,60) een prima kamer te organiseren. Onze fietsen kunnen we stallen in de sauna. Floor herhaalt haar kunstje in een café, wat tevens een pizzeria blijkt te zijn, waardoor we voor 51 UAH (€ 5,25) twee pizza’s en drie drankjes kunnen nuttigen. Daarna kunnen we voor 7 UAH (€ 0,72) twee uur lang internetten in het tegenover het hotel gelegen speelhol. Later op de avond kunnen we voor 4,5 UHA (€ 0,46) een pivo drinken op best wel een leuk terras. Zo krijgen we een eerst beeld van de prijsniveau in dit land. Voorlopige conclusie: prima te doen! In ons hotel vindt er die avond en nacht een bruiloft plaats. Dat levert een parade van korte rokjes, hoge hakken, baljurken en meer moois op. De bruid is niet te onderscheiden van de overige gasten. Vanaf 23.30 uur komt het feest goed op gang. Tijd voor oordoppen.

2.14 – Slowakije | Etappe 9: Vodna Velka Domasa – Snina (63 km)

Stipt om 8.00 uur staat de pensionhouder klaar om de boel af te sluiten. Wij zijn alleen nog niet zo ver. Hij heeft haast want hij moet naar school waar de kinderen al met smart op hem zitten te wachten. We moeten zelf maar afsluiten, maar niet voordat hij in al zijn enthousiaste het water alvast afsluit. En bedankt. Gelukkig hebben we in elk geval nog één bidon kunnen vullen met kraanwater, wat overal in Slowakije te drinken is. Tot aan Humenne fietsen we door een wat grootschaliger landschap. Hier geen kleine velden die nog met de hand worden bewerkt. Wel grote oppervlakten met graan en koolzaad. Gisteren is ons verteld dat we nu de ‘Triangle of Death’ fietsen. Zo geheten vanwege de chemische industrie in dit gebied. Humenne is een heerlijk smerige socialistische industriestad, waarbij ze de moeite hebben genomen om de mensen zo dicht mogelijk bij hun werk te laten wonen. Grauwe appartementen voeren de boventoon. Hier is nog geen geld gevonden om er een vrolijk kleurtje tegen aan te gooien. Maar misschien houden ze hier wel helemaal niet van vrolijke kleuren, dat kan natuurlijk ook. Verrassend is dan wel het langgerekte plein in het centrum van deze geplande industriestad. Het is ontworpen en akkoord bevonden door de taaiste communisten en ook wij gunnen ons hier een prettige koffiepauze. Nog steeds wordt het goed gebruikt door de bevolking. Maar ja, een alternatief plein om anders te hangen, een sigaretje te roken of met je kinderwagen overheen te lopen is niet aanwezig.

Na Hummene nemen de langere, maar scenic route naar Snina. We worden niet teleurgesteld. Wat kunnen bossen mooi zijn als ze in hun natuurlijke staat worden gelaten. Met de zon aan de hemel is het land ook zo veel mooier. In de dungezaaide dorpen werkt jong en oud in de tuin. Er wordt gemaaid, gewied, geschoffeld, geharkt en geroddeld. Buiten de dorpen staan de reeën in het veld. Dat is hartstikke leuk voor die reeën, maar hier zijn we eigenlijk meer geïnteresseerd in beren en wolven. Die laten zich begrijpelijkerwijs niet zien. Pichne is het eerste dorp waar we doorheen komen, waarvan de plaatsnaam ook in het cyrillisch staat geschreven. Het is duidelijk dat we de grens met de Oekraïne beginnen te naderen.

Snina is misschien wel de laatste stad in Slowakije, waar de communistische geschiedenis nog moet worden uitgewist. Tientallen rijen met grauwe flats en een centrum uit de hoogtijdagen van socialistische realisme maken Snina tot een bijzonder smaakloze en onaantrekkelijke stad. Omdat er een zwarte lucht in aantocht is, Floor erg toe is aan een uurtje pitten en het informatiecentrum niet blijkt te bestaan, nemen we onze intrek in het woest aantrekkelijke Eurohotel Vihorlat. We kunnen kiezen uit een tweetal kamers. De kamers van € 16,- liggen aan een gang die niet zou misstaan in een scene uit een foute bloederige film en kennen een comfort waar een sloppenbewoner zijn neus voor zou ophalen. Op de verdieping daaronder treffen we een andere wereld aan. De kamers daar lijken enige recht te doen aan de drie sterren van het hotel. Alles is echter relatief, want de kamer heeft enkel glas, rottende kozijnen, ramen die niet goed sluiten en een televisiekabel die dwars door de kamer loopt. Er staat wel een comfortabel bed en daar is het ons natuurlijk om te doen. Voor dit paleis moet dan wel € 33,- worden betaald. Het meisje van de receptie doet ondertussen alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat er twee Nederlandse fietsers met fiets en al een kamer willen bezetten. Een trekje van de (oost)Slowaken begint ons op te vallen. We boeken een kamer en overhandigen daarvoor ons paspoort en het verschuldigde bedrag. De paspoorten en het eventuele wisselgeld komen dan weer terug en dan is het stil. Ze laten je niet weten of de transactie al is afgerond, of er misschien nog wat moet gebeuren. Er wordt ook helemaal niets gezegd. Stoïcijns gaan ze verder met waar ze dan ook meer verder gaan. Vertwijfeld laten ze je dan wachten, wat in de helft van de gevallen niet nodig blijkt.

2.13 – Slowakije | Etappe 8: Bardejov – Vodna Velka Domasa (75 km)

Met lichte weemoed nemen we afscheid van het muffe hotel met het oogverblindende blauwe restaurant. Een prima plek om een dagje uit te zieken, maar langer dan dat moeten we er ook niet blijven hangen. We trappen hem dus weer aan. We volgen een erg mooie route door het dal van de Topla. Het is een rustige route en we trappen de kilometers gemakkelijk weg. Op de velden staan de oude vrouwen in hun onafscheidelijke bloemetjesjurk gebukt het land te bewerken. Een oude oranje Skoda staat langs de rand van de weg geparkeerd. De eigenaren staan in het naastliggende veld te schoffelen en te wieden. Het landschap is kleinschalig en gevarieerd. De dichte bossen zijn hier niet in cultuur gebracht en kennen daardoor nog een grote natuurlijke diversiteit aan soorten. Het groen voert de boventoon, met daartussen een kleurenpalet van de vele wilde bloemen in de velden. Regelmatig komen we door een klein dorp, die zonder uitzondering één of meerdere ooievaarsparen huisvesten. Vrolijk klepperend staan ze op hun hoge nest, waarboven we soms de jongen bovenuit zien spieken. Vader of moeder ooievaar laten zich met ware doodsverachting uit het nest vallen om het nodige voedsel voor de hongerige jongen te verzamelen. Net voor een fatale crash stabiliseert de ooievaar zijn of haar vlucht en maakt dan weer hoogte. Wij snappen wel waarom KLM niet heeft gekozen voor een ooievaar.

Plaatsen om wat te eten zijn dun gezaaid. In Giraltovice eten we met de arbeiders in de lokale Hostinec. Altijd vinden we hier een energievolle maaltijd om ons door de rest van de dag te helpen. Helaas begint het daarna te regenen. Het begint hard te regenen. Het wordt kouder en wij worden chagrijnig. We rijden door een geweldig mooi en bijzonder gebied, maar voor de zoveelste keer gooit het slechte weer roet in het eten. Tot dusver hebben we in Slowakije nog maar één dag zonder regen gehad en dat was nou net de dag dat ik ziek in bed lag. Koud en verregent schuilen we onder de overkapping van een gesloten café. Daar hebben we weer zo’n ontmoeting die alles weer goed maakt. We raken in een geanimeerd gesprek met een jonge transporteur van chocolade producten. Hij blijkt in Meppel te hebben gewoond en daarna drie jaren in Engeland te hebben gewerkt. Hij is teruggekeerd naar Slowakije omdat hij nou eenmaal een Slowaak is. Je aard nou eenmaal het beste in je eigen land. Als dank voor het enthousiaste gesprek krijgen we ieder een chocoladereep cadeau. Voor de ontelbaarste keer leidt een minder prettige situatie als vanzelf tot een situatie die een positieve herinnering achterlaat.

De lucht is nog grijs als we na de regen onze weg vervolgen langs het Vodna Velka Domasa. Er zouden volgens onze kaart minimaal vijf campings aan de oever van dit meer moeten liggen. Je zou daaruit kunnen afleiden dat het niet moeilijk moet zijn om een fijne kampeerplek te vinden. Dat zou inderdaad zo zijn als we niet een paar weken te vroeg zouden zijn. Het korte kampeerseizoen begint pas in juli, waardoor alles nog is gesloten. Tijdelijke of permanente sluiting is overigens niet van elkaar te onderscheiden. Het gebied heeft duidelijk betere tijden gekend, maar misschien is het altijd al wel zo geweest. Via smalle en daardoor erg spannende paadjes door bossen en struikgewas komen we op het zuidpunt van het meer eindelijk een overnachtingsmogelijkheid tegen. Het pension bevindt zich dan wel in een staat van onderhoud, dat wil niet zeggen dat er geen geld kan worden verdiend. Voor € 20,- verkrijgen we een kamer die is volgestouwd met meubels, waarvan de te kleine bedden te korte dekbedden hebben. Wel hebben we een vrij uitzicht over het meer. Als de avond valt zijn we de enige menselijke bewoners in een gebied vol vogels en misschien zelfs wel een paar beren.

2.12 – Slowakije | Rustdag: Bardejov

De nacht in Bardejov is niet relaxed te noemen. Bijna uitgedroogd en uitgeput door de continue lekkage en wause dromen, is een gedwongen rustdag onvermijdelijk. Het is de allereerste dag waarop de lucht strak blauw is en de temperatuur een aangename 20 graden bereikt. Het is dan wel erg jammer dat ik verplicht in bed moet blijven. Floor kan gelukkig gewoon genieten van deze verrassende stad, die staat genoteerd op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Na de verleptheid aan de Poolse grens heerst hier weer civilisatie. Deze stad is mooi, knus en erg fijn om doorheen te struinen. Alcoholisten zijn er op straat niet te zien, wel veel jonge mensen die flaneren door het historische centrum met de gerenoveerde monumentale gebouwen, kerken en musea. De stad ademt rust, genot en cultuur uit. We hadden verwacht dat het oosten van Slowakije een achteruitgang zou betekenen met Bratislava. Het tegendeel lijkt waar te zijn. In Bratislava zit elke weg vol gaten, staan veel gebouwen op instorten, heerst er chaos en onrust. Waar Bratislava mijlenver verwijderd lijkt te zijn van een zelfverzekerde Europese stad, lijkt Bardejov de toekomst vol vertrouwen tegemoet te zien.

2.11 – Slowakije | Etappe 7: Mnisek nad Popraddm – Bardejov (79 km)

We hebben geen klachten over het Slowaakse ontbijt.  Ook hier wordt ons ‘s ochtends weer eens een voortreffelijk ontbijt voorgeschoteld: gebakken eieren, vers brood, vruchtensap, koffie en thee. Genoeg power om ons de eerste uren in beweging te houden. We fietsen naar de Poolse grens om af te slaan op een weg door het smalle en mooie dal van de Poprad rivier, die de grens vormt tussen Slowakije en Polen. Aan Slowaakse zijde fietsen we over een gravelweg, die overgaat in een zandweg en daarna in een modderpoel. De modder is wat nog over is van de overstromingen van nog maar een paar dagen geleden. Als het weer begint te regenen zijn we even bang dat we rechtsomkeert moeten maken. Gelukkig is er dan plotseling weer asfalt. Een beetje jammer dat ze de moeite niet hebben genomen om de hele weg te asfalteren.

Het gebied tussen Plavnica en Obrucne is zo verlept als dat je bij een grensgebied met Polen mag verwachten. De mistroostige dorpen zijn vervallen en verlaten. Langs de weg worden op grote en kleine reclameborden alcoholische dranken aangeprezen en wordt er gewezen op verlepte plaatsen waar alcohol is te krijgen. Het lijkt erop dat alcoholische dranken in Polen fors duurder zijn dan in Slowakije en hier dus sprake is van een ‘alcohol toerisme’. De weinige mensen die we op straat zien rondhangen doen dat met een flesje bier in de hand. Op zich is daar niets op tegen, maar wel als het pas vroeg in de ochtend is. Dit stukje Slowakije is behoorlijk droevig en geen plek om snel weer naar terug te keren. Gelukkig wordt het al snel beter. Een lange en geleidelijke afdeling brengt ons van 563 meter naar 271 meter, waarbij we met ruim 30 km p/u over een rustige weg suizen. We passeren een belangrijke waterscheiding, waarna al het water dat we vanaf nu gaan tegenkomen naar de Zwarte Zee stroomt. Het toeval wil dat wij daar ook naar toe gaan! De aantrekkelijke dorpen zien er weer onderhouden en netjes uit. Bij een enclave te midden van het groen, stoppen we voor de lunch bij een wegrestaurant. Zoals we inmiddels gewend zijn om te doen, bestellen we ook hier het dagmenu (denne menu). Voor ca. € 2,50 per persoon eten we zo iedere dag een stevige, gevarieerde maaltijd wat vooraf wordt gegaan door een heerlijke gevulde soep. Vanaf het terras kijken we uit over het Zigeuner getto, waar de vrouwelijke bewoners de was doen in het snelstromende water van de rivier.

Onder een stralend blauwe hemel rijdend we een paar uur later Bardejov binnen. Met al weer 79 kilometer op de teller, is het de hoogste tijd voor een pivo op het plein in het middeleeuwse stadscentrum. Floor loopt naar het toeristisch informatiepunt voor informatie over overnachtingsmogelijkheden in deze kleine stad. We kiezen voor een ‘karaktervol’ hotel in socialistische stijl, waar we voor € 20,- een heerlijk spartaanse kamer krijgen. Dit is natuurlijk prima, maar gezellig en romantisch is zo’n kamer echt niet te noemen. Praktisch wel. Dat is nou net wat ik nodig heb, want ik heb te leiden onder een acute voedselvergiftiging. Het lijkt er op dat ik ben vergiftigd door mijn grote vriend ‘Pivo’.

2.10 – Slowakije | Etappe 6: Cerveny Klastor – Mnisek nad Popraddm (46 km)

Thuis in de tent breekt die nacht de regenhel los. En paar enorme onweersbuien, met roffelende donders en krakende flitsen en hoosbuien geselen onze tent. Het regent zo hard dat het condens aan de binnenkant van de tent naar beneden druppelt, daardoor regent het zelfs binnen in de tent. Die nacht is het slechte weer een centraal onderwerp in ieders gedachten: Jeroen vraagt zich waar we dit aan hebben verdiend; Floor vraagt zich af waar we mee bezig zijn om het slechte weer maar te blijven trotseren; de paar overige campinggasten blijken zich af te vragen hoe het de fietsers in dat kleine tentje vergaat. Althans, dat krijgen we te horen als we ‘s ochtends in het zonnetje – die verrassend genoeg aan de bijna blauwe hemel staat te lonken – zitten te ontbijten en de bezorgde campingburen op bezoek krijgen. We vertellen dat we op weg zijn naar Jordanië. Zij denken dat we leip zijn. Hoe verder we komen, hoe gekker we worden. Bij het wegrijden worden we uitgezwaaid en krijgt Floor een tak paarse seringen van de Slowaakse buurman. Ondanks het vele slechte weer weten we weer waarom fietsen zo fijn is: we zijn een bijzondere verschijning met een bijzonder verhaal dat de mensen willen horen. Dat we misschien een beetje leip zijn, zien we dan ook als een groot compliment.

Om de ingang van de Dunajcon kloof te bereiken, moeten we weer terug naar het festivalterrein. We passeren daarbij de bungalow van onze vrienden van gisteren. Ze zien ons passeren en zwaaien ons uit. Toen we met Rasti en Ivana door Bratislava reden, zagen we een jeep gevuld met kaalkoppen die de Hitler-groet brachten. Nooit eerder hebben we zo iets zien gebeuren. We zijn gechoqueerd en zijn bang dat dit de trend zou gaan worden in de rest van Slowakije. Rasti maakte zich erg boos over dit gedrag van deze paar idioten, die helaas in aantal en populariteit toenemen. Tot op heden is het echter bij dit ene incident gebleven. We volgen het goede, geasfalteerde fietspad langs de Dunajec die door de gelijknamige kloof loopt. Het is duidelijk een populair tijdverdrijf om op zondag door de kloof te fietsen, want we zijn zeker niet de enigen op het fietspad langs het bruine water van de bruisende en kolkende rivier. Heel wat anders dan het rustige water op de foto’s van de grote reclameborden langs de weg, die adverteren over de vlottochten over het kalme water van de rivier. Een vlottocht door de Dunajcon kloof is één van de toeristische toppers van Slowakije. Een andere topper zijn de waterpretparken, waarvoor in het hele land wordt geadverteerd. Langs de weg staan enorme billboards de aandacht te trekken voor bijvoorbeeld Tatralandia, het reusachtige en spiksplinternieuwe waterpretpark aan de voet van de Hoge Tatra. Negentig procent van de billboard vervuiling komt echter voor rekening van de politieke partijen, die aandacht trekken voor de komende nationale verkiezingen. De grijze koppen grijzen ons door het hele land tegemoet. Vooral de lijsttrekker van de socialistische partij, de huidige regeringspartij, maakt op ons een zeer onbetrouwbare indruk. Volgens Rasti is hij dan ook verantwoordelijk voor de huidige corruptie en financiële problemen van het land.

Ik dwaal nu echter af van de beschrijving van de tocht door de Dunajcon kloof, die wij overigens maar weinig boeiend vinden. Veel mooier wordt het landschap voorbij Lesnica, aan het andere einde van de kloof. Het landschap ontploft daar in een grote diversiteit aan groenschakeringen. Er moet alleen wel weer worden geklommen. Het is een zware klim van 12 % over een lengte van vier kilometer, naar de top van een 717 meter hoge pas. Daar worden we beloond met een weids uitzicht over dit geweldige groene gebied, terwijl wolken als watten majestueus voorbij drijven in de blauwe hemel. We raken aan de praat met een bezoeker en de eigenaar van het koffietentje op deze pas. Met een potpourri van Engels, Duits en Tsjechisch en Slowaaks, hebben we een conversatie over het hoe en waarom van onze aanwezigheid op deze plek. We vertellen dat we op weg zijn naar Odessa aan de Zwarte Zee en dat we de 1e duizend kilometers er bijna op hebben zitten. We tekenen het gastenboek met teksten van Slowaken, Japanners, Koreanen, Australiërs, Engelsen en natuurlijk meerdere Nederlanders. Na het kopje koffie, het mooie uitzicht en het aangename gesprek, is het extra genieten van de lange afdaling door de groene, geurende, zuurstofrijke en vooral erg mooie Pieninsky Vallei.

Voorbij Kamienka lunchen we tussen de bloeiende en sterk geurende koolzaadvelden. De voorgrond wordt gevormd door de besneeuwde toppen van de Hoge Tatra, die nog steeds zichtbaar zijn. De lucht vibreert en zoemt van de vele vliegen, bijen, hommels en andere vliegende insecten. De koekoek koekt, zoals deze zo vaak in Slowakije koekt. Op de kaart staat een dun lijntje wat best wel eens een goede shortcut kan zijn naar sedlo Vabec. Niet alleen scheelt dit in minimaal een tiental kilometers, belangrijker is dat we hiermee een zinloze afdaling en daaropvolgende klim vermijden. Toen wisten we alleen nog niet dat we hiermee twee bijzondere plaatsen (Hriezdne en Stara Lubovna) missen. Toch wel jammer in een land waar de meeste plaatsen weinig bijzonder zijn. We kiezen nu echter voor het avontuur. De shortcut mag dan schelen in het aantal kilometers, in moeite zeker niet. Het onverharde pad is op veel plaatsen maar moeilijk begaanbaar. De brug over de rivier is ingestort, waardoor we al klauterend en slepend onze fietsen en bagage over een berg ijzer en hout moeten zien te krijgen. Aan de overzijde van het water komen we twee locals tegen, die in het geheel niet verbaasd lijken te zijn over een tweetal fietsers op een doodlopend pad in ‘the middle of nowhere’. Ze zijn pollen van paardenbloemen (kvetny pel) aan het verzamelen, die erg lekker en gezond schijnen te zijn. We krijgen een pot met droge korrels cadeau van ze cadeau. We vinden dit echt ongelooflijk; het is het derde cadeau in 24 uur dat we zomaar spontaan krijgen. Dit gebeurt ook alleen maar op de fiets.

Het is een laatste klim naar een pas van 766 meter. Daarna volgt een bijna tien kilometer lange afdaling door het meest groene gebied dat er lijkt te bestaan. De bossen zijn gemengd, waarvan het loof nog lentevers en lichtgroen. De weiden tegen de gloeiende hellingen staan vol jong, sappig gras met daartussen een keur aan weidebloemen. Een vos kijkt verschrikt op als die twee fietsers met vrolijk rode tassen voorbij ziet snellen. Ander wild laat zich vooralsnog niet zien. Vlak voor de Poolse grens in Mnisek nad Popradem, stoppen we bij een pension voor een stevige goulash. Het eten smaakt goed en de plek is fijn, waardoor we spontaan besluiten dat het verder fietsen best tot morgen kan wachten. Een overnachting kost € 26,- inclusief ontbijt. We kunnen overnachten op een knusse zolderkamer, waar alles van hout is: de vloer, de meubels, de muren en het plafond. Terwijl we liggen te luisteren na de fluitende vogels en de kabbelende beekje, realiseren we ons met vreugde dat dit onze eerste dag zonder regen is in Slowakije. Zou het dan toch goed gaan komen met het weer?

2.09 – Slowakije | Etappe 5: Tatranska Lomnica – Cerveny Klastor (63 km)

We worden wakker onder een stralend blauwe hemel. Wat is het fijn om weer eens aangenaam warme zonnestralen te voelen. Het is al bijna juni en het is voor het eerst dat we iets van een lentedag kunnen verwachten. Het land is dan wel erg mooi, het weer heeft ons tot nu grandioos in de steek gelaten.  Het aantal dagen dat we hebben moeten fietsen in de stromende regen valt gelukkig op 1 hand te tellen, maar aangename temperaturen hebben we eigenlijk nog niet gehad. Door het tegenvallende weer hebben we pas vier keer kunnen kamperen, terwijl Tsjechië en Slowakije nou juist de kampeerlanden bij uitstek zijn. Laten we hopen dat daar nu verandering in komt.

Met een krachtige tegenwind fietsen we van de camping terug omhoog naar Tatranska Lomnica, waar we proviand voor de komende etappe halen bij de lokale supermarkt. De tegenwind neemt in kracht toe als we rechtsom rond de Hoge Tatra koersen. Hier worden we niet langer geconfronteerd met een apocalyptisch landschap, maar met geurende en gemengde bossen. We slaan af van de hoofdweg en komen na vijf kilometer door Lendak, waar de zijstraten nog onverhard zijn. Vlak buiten Lendak stoppen we bij een kapelletje langs de weg; een perfecte plek voor een kop koffie en zoetigheid. In de tien minuten dat we er pauzeren, passeren er drie door paarden voortgetrokken wagens; op weg naar de velden voor een dag vol arbeid zonder machines. We liggen tegen een groene helling, waarvan de groene weide vol bloemen, hogerop overgaat in een donkergroen naaldwoud. Rechts zien we de besneeuwde toppen van de Hoge Tatra, die gedeeltelijk aan het zicht worden onttrokken door een grauw wolkendek.

Meer naar het oosten komen we door het eerste Zigeunerdorp. Het leven wordt er buiten geleefd, maar dan wel in een ongelooflijke bende. Bergen afval liggen her en der verspreidt rondom de woningen die je eerder in een sloppenwijk zou verwachten. De vrouwen doen de was aan het water, waarbij de kleding op de stenen schoongeslagen en -gewreven wordt. De mannen staan te roken en een groter aantal kinderen dan wat je hier eigenlijk zou verwachten, rent overal tussendoor. De kinderen roepen, joelen en zwaaien ons toe en ook de volwassen zwaaien ons gedag met een vriendelijk ‘dobriden’. De reactie van de mensen is anders dan wat je zou verwachten na het dringende advies dat we eerder hebben gekregen: ‘pas op voor zigeunerdorpen! Dit zijn gevaarlijke plaatsen die je beter kunt vermijden’. Over vooroordelen en discriminatie gesproken. De Zigeuners leven dan wel in hetzelfde land, ze maken geen onderdeel uit van dezelfde samenleving. Het is absoluut waar dat ze een enorme bunzing bende maken van hun leefomgeving en ja, er lijkt weinig economische activiteit plaats te vinden; maar betekent dit ook dat ze gevaarlijker en onbetrouwbaarder zijn dan andere mensen?

Het zijn vijftien aangename kilometers naar de 949 meter hoge Magurske Sedlo Het is een lange, maar geleidelijke klim met een gemiddeld stijgingspercentage van 12 %. Voor vertrek maakten we ons nog ernstig zorgen gemaakt over klimmetje als deze. Het is duidelijk te merken dat onze benen al veel sterker zijn geworden. We trappen daarom rustig verder onder een gedeeltelijk blauwe hemel, waarin de zon vriendelijk staat te stralen. Bovenop de Magurske Sedlo staat een houten keet met een paar kampeertafels. Er worden hapjes en drankjes verkocht. Met een welverdiend kopje koffie genieten we van het weidse uitzicht over het dal waaruit we net zijn gekomen.

‘What goes up, must go down’. We dalen meer dan twintig kilometer af door een dal met sappig groenen weiden vol met paardenbloemen. De dorpen beginnen meer en meer Poolse trekjes te vertonen, wat geen wonder mag heten, aangezien we vanaf Spisska Stara Ves de grens met Polen volgen. We rijden door naar Cerveny Klastor, waar het kampeerterrein is ingenomen door een festival, waardoor we tweeënhalve kilometer door moeten rijden naar een mooi gelegen camping aan het water met uitzicht op een steile rotswand. De kosten van deze camping bedragen € 8,50. We hebben onze tent nog niet opgezet of de lucht betrekt en het begint te hozen. Je weet dat je in Slowakije bent als het iedere dag regent. Het is toch werkelijk ongelooflijk. We hadden ons verheugd om eens lekker voor de tent in het zonnetje te chillen. Helaas wordt ons dit genot niet gegund. Er zit niets anders op dan plan B in uitvoering te brengen: het bezoeken van het folklore festival op het kampeerterrein van Cerveny Klastor, waarvan de entree € 5,- per persoon bedraagt. De security is in grote getale aanwezig om er voor te zorgen dat niemand zich op illegale wijze toegang tot het festival verschaft. Een festival wat eerlijk gezegd nogal saai en suf is. We raken aan de praat met een groepje Slowaken, die tot de organisatie van dit festival blijken te behoren. Het podium staat opgesteld voor de ingang van de Dunajcon kloof, daarvoor staat een 20-tal rijen met houten banken voor de toeschouwers. Aan de linkerzijde van het terrein staan  diverse eet- en drinkstalletjes. In Slowakije hoef je geen tekort aan pivo te verwachten. Aan de rechterzijde staan de bussen van de optredende dansgezelschappen. De variatie daarin is groot. We zien kinderen volksdansen en vervolgens oudere jongeren in klederdracht danspasjes maken. Onder de indruk raken we van een gezelschap uit Grozny, dat gekleed als ninja’s een paar spectaculaire dansen opvoert. De begeleidende muziek zal niet hebben misstaan op een Techno party.

2.08 – Slowakije | Etappe 4: Liptovska Mara – Tatranska Lomnica (76 km)

Net als iedere ochtend worden we nu ook weer om 7.30 uur wakker. Ook al hadden we bij nader inzien best kunnen kamperen, overnachten in Slowaakse pensions is geen straf. De kamers zijn er ruim en schoon, het ontbijt smakelijk en meer dan voldoende en de service van de vriendelijke eigenaar altijd goed. Andere gasten dan wij zijn er echter nooit. Het seizoen is nog niet begonnen en buiten het seizoen komt hier duidelijk niemand. Misschien wel omdat het hier zulk slecht weer is. Volgens de eigenaar van het pension is het de afgelopen twee weken al erg wisselvallig. Ook vandaag is het bewolkt, maar het is nu in elk geval droog.

We fietsen naar Liptovska Mikulas, waar het socialisme nog flink zichtbaar is in het straatbeeld: Grauwe flats, geweldig lelijke maar erg functionele gevels van openbare gebouwen, stinkende fabrieken en veel skoda’s. Maar wel een groen fietspad dwars door deze langgerekte industriestad. De 20 kilometer lange weg naar Liptovsky Hradok moeten we delen met grote vrachtwagens en andere gemotoriseerd verkeer. Om de kans op overlijden en de blootstelling aan giftige uitlaatgassen te minimaliseren, snellen we met ruim 30 kilometer per uur door het Vah dal, om zo snel als mogelijk de afslag met weg 537 te bereiken. Deze landelijke weg loopt door bloeiende koolzaadvelden en door een aantal landelijk gelegen dorpen, naar de voet van de Hoge Tatra. Dan begint een 40 kilometer lange klim over een rustige weg door donkere dennenbossen. Naarmate we hoger komen, wordt het uitzicht op de 2.494 meter hoge Krivan indrukwekkender. Vrolijker worden we alleen niet. Hoe verder we komen hoe meer bomen er niet meer staan. Op grove schaal vindt hier kaalslag plaats.

We zetten een nieuw persoonlijk record: Met 1.325 meter bereiken we het hoogste punt van deze fietsreis. Ook een hoogtepunt is de kaalslag die hier heeft huisgehouden. Op de lange en geleidelijke afdaling tussen Strbske Pleso en Stary Smokovec staat er niets dat het zicht op de met sneeuw bedekte toppen van de Hoge Tatra belemmert. Links van ons zien we Gerlachovsky Skit, met 2.654 meter de hoogste top van Slowakije en de Karpaten. Er staan geen bomen die ons het zicht op deze magnifieke piek ontnemen. We hebben een vrij uitzicht over het dal waar we de stad Poprad in de diepte zien liggen. Aan de overzijde van het dal zien we de bergruggen van de Lage Tatra. Normaal gesproken zouden we erg blij worden van de zon die staat te stralen aan de inmiddels blauwe hemel. Helaas valt hier weinig te lachen. We worden alleen maar bozer naarmate we meer worden geconfronteerd met de kale hellingen. Hellingen die een paar jaar geleden nog bedekt waren met uitgestrekte en natuurlijke bossen. De voorheen zo aantrekkelijke wandelpaden lopen nu door een woestenij van stronken en wortels. We zijn zo boos over de vernietiging van dit gebied, waarvan het lijkt alsof er een atoombom is ontploft, dat we verhaal gaan halen bij het informatiecentrum in Stary Smokovec. Daar wordt ons verteld dat er in november 2005 een orkaan heeft gewoed, die alle bomen in dit gebied als luciferhoutjes heeft omgeblazen. Onze boosheid op de mensen was dus niet terecht. De schaal van vernietiging is ook niet echt menselijk te noemen. We zijn stiekem wel een beetje opgelucht: er is hier geen sprake van hebzucht, maar van ongeluk.

We fietsen door naar camping Tatranec, waar we € 5,- betalen om te kamperen en € 11,- voor het avondeten. Onze aanwezigheid haalt de gemiddelde leeftijd voor geen meter naar beneden, want bejaarden zijn hier in overvloed. In grote campers en caravans welteverstaan, want daarmee rijden ze in een georganiseerde colonne door Oost-Europa. Gezelligheid troef in deze ‘toergroep-bubble’, maar na het eten wel snel de eigen caravan in om voor de buis te kruipen. De schotelantenne is niet voor niets mee.

2.07 – Slowakije | Etappe 3: Vodna Nadrz Orava – Liptovska Mara (63 km)

Helaas, het regent. Gelukkig zitten we in een fijn pension met een lieve gastvrouw. We krijgen een uitgebreid ontbijt voorgeschoteld van gebakken eieren en zoete broodjes. Een hele kan koffie en thee maken het ontbijt compleet. Van een ontbijt als dit worden we direct weer vrolijk. Regen of geen regen. Als onze thermosfles is gevuld met heet water en onze waterflessen met leidingwater (in Slowakije kan het leidingwater zonder problemen worden gedronken) gaan we weer op pad. De lucht is egaal grijs en een gestage motregen maakt het landschap er niet veel vrolijker op. Het stuk tot aan Vitanova is dan ook vreselijk saai. Indrukwekkend is de stuwdam in de Orava die we moeten oversteken. Het heeft zo veel geregend dat het waterniveau van het stuwmeer gestegen is tot een gevaarlijk hoog niveau. De overstort in de dam wordt nu dan ook maximaal benut om het water weg te laten stromen. Met tientallen m3 per seconde kolkt het water omlaag om met donderend geweld en geraas de Orava te vullen. Op de stuwdam voelen we de laagfrequente trillingen van al dit geweld.

Vanaf Vitanova vervolgen we de Oravska Cyclo Magistrala. We klimmen gestaag over een rustige weg door de dennenbossen. Beekjes stromen langs en onder de weg door. Naarmate we hoger komen wordt het water daarvan helderder. Het zicht op de toppen van de maximaal 1.000 meter hoge bergen wordt belemmerd door de laaghangende wolken. Wolken stijgen op uit de natgeregende en beboste hellingen. We klimmen met percentages tot maar liefst 17 %. De warmte die we daardoor ondervinden komt goed van pas, want hoe hoger we komen hoe kouder het wordt. Bij elke uitademing, verlaten wolken waterdamp onze longen. De velden langs de weg zijn wit van de verse sneeuwval. We zouden bijna denken dat we een winterfietstocht aan het maken zijn. Iets wat toch echt niet de bedoeling was. De daarop volgende afdaling na Zuberec is lang en geleidelijk. De hellingen boven de 9.00 meter zijn nog bedekt met een laag sneeuw. Links van ons liggen zouden we de toppen van de Hoge Tatra al moeten zien liggen. Helaas wordt ons dit uitzicht niet gegund door de eeuwige bewolking, waar we langzamerhand meer dan genoeg van hebben.

In Zuberec lunchen we samen met de locals. We bestellen de daghap: gekookte aardappelen en gevulde paprika. De locals betalen met de lunchbonnen, die werkgevers wettelijk verplicht zijn uit de reiken aan hun medewerkers. De daghap kost € 3,- waarvan de 2/3 voor rekening van de werkgever is. Een goede deal. Tussen de middag een stevige warme maaltijd lijkt sowieso een stuk praktischer dan ‘s avonds. Overdag heb je de energie nog nodig, vooral als fietser. Wij moeten vooral klimmen en nog eens klimmen tot we rechts afslaan om af te dalen naar de Kvacianska Dolina. We rijden door Huty, een pittoresk dorp met houten huizen en een kleine begraafplaats met bloemen op de graven. Aan het einde van het dorp gaat de verharde weg over in gravel en rijden we langs de Kvacianska de kloof binnen. Naarmate we dieper in de kloof komen wordt het pad moeilijker begaanbaar en de rotswanden hoger, net als de watervallen die er van af storten. De vele regen heeft toch nog een voordeel. We klimmen tot ver boven het snelstromende water van de rivier. Aan weerszijden vormen de steile rotsen de begrenzing van de nauwe kloof. Een aantal keren moeten we afstappen om de fietsen over een door een waterstroom weggespoeld deel van het pad te krijgen. Het is een landschappelijk erg aantrekkelijke route, maar dit wandelpad kan geen gemakkelijk toegankelijk fietspad worden genoemd.

Aan het einde van de kloof worden we beloond met een bewolkte lucht, waarin het egaal grijze van hier voor heeft plaatsgemaakt voor gedeelten van blauw. Het is een lange en ontspannen afdaling naar Liptvoska Mara. De temperatuur stijgt merkbaar en de zon komt zelfs achter de wolken tevoorschijn. Het is voor het eerst in ruim een week dat we onze gele vriend meer eens mogen meemaken. In plaats van de 90°C die we aan de andere kant van de kloof nog op de thermometer zagen verschijnen, is de temperatuur hier gestegen tot een aantrekkelijke 150°C. We zijn terug in de lente: langs de weg staan de appelbomen in de bloesem en op de velden bloeit het koolzaad in een wellustig geel. We vinden het moeilijk te geloven dat we het slechte weer achter ons hebben gelaten, daarom nemen we voor € 36,- een kamer met ontbijt in een pension met uitzicht op Liptvoska Mara. Op de naastgelegen camping durven ze hetzelfde bedrag te vragen voor een verlept chalet zonder ontbijt en eigen douche.

Vandaag hebben we voor het eerst over rustige wegen en paden zonder auto’s kunnen fietsen. Het is zo veel fijner en meer ontspannen fietsen als het geraas van vrachtwagens, auto’s en motoren ontbreekt. Er is een direct verband tussen het ontbreken van gemotoriseerd verkeer en het fietsgenot.

2.06 – Slowakije | Etappe 2: Terchova – Vodna Nadrz Orava (75 km)

De hele nacht horen we het water onder ons raam doorrazen. Je zag alleen niets, want het is buiten pikzwart. We zijn de enige gasten in het pension (nog steeds weten we niet wat het verschil is tussen een pension en een hotel). Niet geheel onverwacht is de lucht vertrouwd grijs. Positief is wel dat het is gestopt met waaien en dat er geen regen naar beneden komt. Naar de overkant waar een Lidl zich heeft gevestigd, voor de boodschappen. Ook hier geen regenbroeken, maar we duikpakken in de aanbieding. Met zo veel hemelwater kan dat best wel eens van pas gaan komen. Je vraagt je wel af wat iemand in de bergen zou willen met een duikpak. Om 8.20 uur starten we onze fietsen. Met onze rode tassen maken we een onveranderd vrolijke indruk. De Slowaken zijn vroege vogels. Om 7.00 uur zijn de supermarkten open en wordt er direct flink geshopt. Om 8.00 uur stromen de scholieren uit bussen en auto’s, om tussen de muren van het schoolgebouw te verdwijnen.

Vanaf Terchova is het gestaag klimmen. We fietsen tussen de rauwe toppen van de Mala Fatra, waarvan de hellingen zijn begroeid met donkergroene dennen en lichtgroene loofbomen. Op de sappig groene weiden grazen koeien en schapen. De dorpen bestaan grotendeels uit houten huizen. We trotseren en overwinnen een lange helling met een stijgingspercentage van 14 procent. Buiten adem en bezweet komen we op de top aan. We zitten tussen de wolken. Met 2 graden is het erg koud te noemen. Met een hoge frequentie verlaten dikke wolken met damp onze longen. We trekken al onze kleren aan voor de onvermijdelijke afdaling. Het is een geweldig mooie, lange en koude afdaling langs en door de Mala Fatra, met toppen die 1.200 tot 1.600 meter in de koude lucht steken. Deze toppen zijn in witte nevelen geheuld. Het dal is smal en door het vele water wat er de afgelopen dagen is gevallen, klateren er tientallen watervallen langs de sappig groene hellingen naar beneden. Ons blikveld wordt bepaald door een grijs-zwarte streep asfalt door een verder geheel groen landschap. Dit is het leefgebied van beren, wolven en lynxen.

Voor Dolny Kubin komen wel langs de Orava te rijden. Deze rivier is verandert in een kolkende watermassa. Het aantal bomen dat in het water staat, maakt duidelijk dat de waterstaat aanzienlijk hoger is dan wat gebruikelijk is. In Dulny Kubin drinken we koffie en eten we een warme, dikke soep. Een groep scholieren komt zingend naar binnen om geld in te zamelen voor hun eindfeest. Ze worden weggestuurd door een groep politieagenten, die op de bovenverdieping wat dan ook voor politiedingen aan het doen zijn. Wij doneren ook enige munten aan het goede doel, maar dan wel in ruil voor een groepsfoto. Voor wat, hoort wat. Hierna moeten we over een drukke, met vrachtwagens vergeven smalle weg, de rivier in noordelijke richting volgen. We zijn zo blij met onze achteruitkijkspiegels. Als je ziet aankomen wat er zo veel lawaai maakt, heb je de tijd om te anticiperen in plaats van te worden aangereden.

We fietsen op een gedetailleerde kaart, dus weten we dat we bij het indrukwekkende, op een heuveltop gelegen ‘Oravsky Hrad’, af kunnen slaan op een kleinere weg. De weg is dan wel rustiger, het is wel kilometers lang klimmen met een stijgingspercentage van gemiddeld 11 procent. Ondanks de kou zweten we ons helemaal het apezuur. Even, maar vanwege de kou niet te lang, op adem komen op de 808 meter hoge top. Dan een lange afdaling, waarbij we snelheden tot 53 kilometer per uur bereiken. Dit zijn geen aangename temperaturen voor fietsers als wij. We hebben het koud en de vingers doen zeer. Op het net niet vlakke stuk tussen Hrustin en Vavrecka kunnen we ons weer warm fietsen. We fietsen door een glooiend dal, waarin fotogenieke dorpjes en identieke kerkjes her en der tussen het agrarische gebied gedrapeerd liggen. De oude vrouwen dragen jurken van het type ouderwets (of moet je wellicht authentiek noemen) en om hun hoofd dragen ze een hoofddoek. Vaak lopen ze in een hoek van 90 graden vanwege het zware werk dat ze hun leven lang hebben gedaan en vaak nog doen.

We komen aan bij ‘Vodna Nadrz Orava’, een stuwmeer van 36 km2 en 360 miljoen m3 water. In de zomer is het een favoriete toeristenplaats voor zowel Slowaken, als het aan de overkant van het meer gelegen Polen. Het gebied is nu grauw, verlaten en heeft dringend behoefte aan een lenteschoonmaak. We vinden een fijn pension aan het water, waar we voor € 37,- een kamer krijgen inclusief ontbijt. Helaas is kamperen nog steeds geen optie.

2.05 – Slowakije | Etappe 1: Zilina – Terchova (27 km)

Het is de vierde keer in mijn leven dat ik in Žilina ben. Het is voor het eerst dat ik deze stad op de fiets en in de regen verlaat. Bij de TESCO doen we een laatste poging een regenbroek te vinden. Ook zonder resultaat. We proberen naar de Aldi te fietsen, maar daarbij komen we per ongeluk op de snelweg terecht. We besluiten dat we ons maar moeten laten natregenen in plaats van doodgereden worden. We gaan op weg naar Terchova. Het is 26 kilometer over een nagenoeg vlakke, maar wel een drukke weg. We raken geheel doorweekt en lichtelijk onderkoeld. Het landschap zal vast erg mooi zijn, maar op deze manier kunnen wij er niet van genieten. Voor Slowaken is Terchova wat Broome is voor de Australiërs; ze worden er poëtisch van. Voor ons is Terchova het dorp waar we voor vandaag besluiten te stoppen. Er is zo geen lol aan. Voor ? 20,- krijgen we een fijne kamer in een pension, met uitzicht op de bergen, de grijze licht en de woeste stroom die door het van toeristen verstoken, toeristendorp kolkt. Hoogtepunt van de dag wordt gemaakt door de maaltijd die bestaat uit een lokaal gerecht met brinza (kaas van schapenmelk)