Tsjechie

Tsjechië | Van Praag naar Slowakije

Vanaf ons luxe appartement in het toeristische centrum van Praag, stappen we op onze fietsen voor de eerste kilometers van wat er enkele duizenden moeten worden. Door de winkeliers in de Joodse wijk worden we voorzichtig uitgezwaaid, omdat ze het niet echt normaal vinden dat we op de fiets naar Syrië op weg zijn. In Praag starten we op fietsroute 1 naar Brno, een route die door een steeds groener wordend Tsjechië voert. De heuvels worden langzaam hoger. Velden vol met koolzaad worden afgewisseld met stukken bos van het type den. De wegen voeren door kleine dorpen en af een toe een stad als het historische Kutna Hora. Langs de rustige wegen staan de kersen-, appel- en perenbomen vol in de bloesem. De lucht is dik van de geuren: bloesem vermengd met koolzaad en dan weer een vleugje bruinkool: heerlijk, we zijn in Tsjechië.

Read More

1.13 – Tsjechië | Etappe 10: Bojkovice – Trencin (75 km)

We hebben er goed aan gedaan een chalet te huren. Het heeft de hele nacht doorgeregend, maar inmiddels is het droog. Het beloofd zelfs een mooie fietsdag te gaan worden. We rijden ruim dertig kilometer door het geweldig mooi landschap van de Witte Karpaten. De heuvels worden hoger. De weiden tegen de hellingen en in de dalen groener, de bossen donkerder en de dorpen landelijker. Vanaf een heuveltop hebben we een spectaculair uitzicht over de groene weiden, waar tientallen reeën ons in de gaten aan het houden zijn. Van auto’s schrikken ze niet op, maar ze weten niet zo goed wat ze met een fietser aanmoeten. Helaas kiezen ze er om verder het veld in te springen. Hoe dichter we bij de grens komen, hoe stugger de mensen. Ze kijken verschrikt en verbaasd op van hun werkzaamheden of overpeinzingen, om die twee fietsers met al die rode tassen voorbij te zien glijden. We komen steeds hoger. De klimmetjes worden langer en zwaarder. Floor vindt het maar een vervelende eigenschap van grenzen dat ze vaak op hoge plaatsten liggen. Zo ook hier. De laatste paar kilometer moeten we klimmen met uitschieters van 15 procent. We halen het zonder af te stappen, dat dan weer wel.

De grensovergang tussen Tsjechië en Slowakije is verlaten. Op deze stille weg is geen ander verkeer. Deze grens heeft maar erg kort bestaan en sinds de aansluiting van beide landen bij de Europese Unie, zijn er geen formaliteiten meer nodig. We passeren een belangrijke waterscheiding. Al het water dat aan de Slowaakse zijde valt, zal via de Donau haar weg vinden naar de Zwarte Zee. We verlaten het fijne Tsjechië en dalen af door een bosrijk en steeds breder wordend dal. De bergen zijn hier ruwer en we passeren kale rotswanden. Het naaldbos is in het begin donker en dicht. Het eerste dorp kansloos en verlept. Verderop zijn de huizen mooier en worden ze onderhouden. Veel huizen zijn van hout. De mensen en de dorpen zien er minder welvarend uit dan in Tsjechië. Zou er zo’n groot verschil bestaan tussen deze twee buurlanden? We zullen het de komende weken wel ontdekken. De Tsjechische dorpjes en de mensen beginnen er al aardig westers uit te zien. Er rijden dan nog wel skoda’s rond, het worden er rap minder.

Na 13 kilometer te hebben gedaald, komen we in het dal van de Vah Rivier. Het is nog 23 kilometer naar Trencin. Het is verder dan we hadden gedacht en het is ook nog eens in de verkeerde richting. Maar, A. we gaan morgen met de trein naar Bratislava, en B. in de wijde omgeving is er geen andere camping. Over een grote weg rijden we in zuidwestelijke richting. Het dal is geheel vlak en we hebben de wind in de rug. Met een bijna constante snelheid van 27 km/u rijden we naar Trencin. Na alle bergen is het wel eens lekker om met deze snelheid over het asfalt te suizen. We passeren best een hoop andere fietsers. Fietsen doen de Slowaken dus ook. Het andere verkeer is gewend aan fietsers en houdt genoeg afstand. Trencin lijkt op het eerste gezicht een standaard stad met grauwe flats en stinkende fabrieken. In deze ruwe steen schuilt echter een erg mooi hart. De burcht kijkt vanaf een klif uit over de oude stad. We komen op een camping dat op een eiland in de Vah ligt. Daar moeten we weer in euro?s betalen, want in tegenstelling tot Tsjechië is Slowakije onderdeel van de eurozone. Voor een nacht betalen we € 5,50 wat dus niet afwijkt van de prijs in Tsjechië. We mogen maar een nacht blijven, want morgen vindt er een besloten feest plaats. We komen er al snel achter wat voor een feest, want de zwartgeklede motorrijders druppelen met steeds grotere snelheid binnen. Het zijn grote mannen met evenzo grote baarden en een voorliefde voor jaren zestig platen. Uit een autoradio klinkt dan ook een weergave van wat de Top2000 had kunnen zijn.

Nadat we hebben gedoucht en onze nog natte kleding hebben uitgehangen in het zonnetje, voor € 1,30 een Pivo te hebben gedronken, gaan we op de fiets naar het station. We willen weten hoe we in Bratislava komen. Er blijken diverse treinen te gaan en voor € 14,50 scoort Floor de kaartjes om niet alleen ons zelf, maar ook onze fietsen naar Bratislava te transporteren. Rond het station ziet alles er aardig verlept uit. Matig tot zeer gare mensen, gare bussen, gaar asfalt en gare kiosken. Het is alsof we ons diep in Rusland bevinden. We komen terecht in het verrassend mooie historische centrum van Trencin. Veel terrassen en flanerende mensen. Zo van, jouw heb ik al minimaal vier keer voorbij zien lopen. Trencin is kortom een prima stad voor een van onze favoriete tijdverdrijven: het terras. De koffie is dan wel duurder dan een Pivo, de koffie smaakt er niet minder om. Als de maag begint te rommelen, bestellen we voor ? 5,- een specialiteit van de kaart. In plaats van een overheerlijke pasta, blijkt de ‘slovenska’ een bijzonder lekkere knoflookpizza te zijn. We eten onverwacht veel pizza’s. Gedurende het eten van de pizza wordt de lucht weer eens loodgrijs. Zo loodgrijs, dat we door het personeel worden verzocht binnen te komen zitten. In hoog tempo wordt het terras afgebroken en naar binnen gehaald. Dan barst het noodweer los. Het begint te onweren en ondertussen komt de regen met bakken naar beneden. Het drogen van de was is bij deze mislukt. Nadat we aantal uren tevergeefs hebben gewacht op enige vermindering van de watersnood, besluiten we om ons maar nat te laten regenen. Terug naar de camping, waar de tent het gelukkig goed heeft gehouden en we niet per ongeluk in een kuil staan.

Je weet dat je in Tsjechië bent wanneer:

  • De Pivo goed smaakt
  • bij het binnenrijden van de dorpen de muziek uit de luidsprekers schalt;
  • er fik mag worden gestookt op de camping;
  • de muzikale begeleiding in het restaurant bestaat uit metal muziek;
  • door de straten skoda?s rijden;
  • er met een Tsjech een gesprek kan worden gevoerd zonder dat je de taal spreekt;
  • de deuren van het toilet geen sloten meer hebben;
  • de helft van het menu niet te verkrijgen is.

1.12 – Tsjechië | Etappe 9: Uhersky Hradiste – Bojkovice (45 km)

We worden vroeg wakker gemaakt door de koekoek die maar door blijft koekoeken in de boom die naast onze tent staat. Goedemorgen alle afwezige kampeerders. Tot onze verbazing is de lucht geheel grijs. Wel fijn dat er geen regen naar beneden komt. We stappen op onze stalen tweewielers om via een onverharde weg de 336 meter hoge heuvel Rovning te bedwingen. De onverharde weg voert ons verder langs akkers vol met koolzaad en opkomend graan. Als we de elektriciteitskabels wegdenken hadden we net zo goed in Mongolië kunnen fietsen. Het landschap is kaal en leeg en al snel rijden we verkeerd. Het pad loopt dood in het koolzaadveld. Niet zo leuk als je net van een steile afdaling hebt genoten en je dus weer omhoog moet. Als we een laatste afdaling van 15 procent over een gravelweg zonder valpartij proberen te bedwingen, springt er vlak voor mijn neus, een ree met een sierlijke sprong over de weg. Zo van dichtbij blijk een ree toch best een groot dier te zijn.

Hoe dichter we bij de Slowaakse grens komen, hoe hoger de bergen en dichter de bossen worden. Het is helaas weer gaan regenen, wat in dit enorm groene gebied ook wel is te verwachten. We zijn aangekomen in de Bile Karpaty, oftewel de Witte Karpaten. Dit eerste deel van de Karpaten vormt de grens tussen Tsjechië en Slowakije. In het dorpje Zahorovice schuilen we tegen de regen in een ‘hostinec’. Daar betalen we het minimale bedrag van 30 KC (€ 1,20) voor een kopje koffie en thee. De eigenaar komt speciaal naar buiten gelopen om te zien of we inderdaad zo gek zijn om met al onze spullen naar de Oekraïne te fietsen. We weten toch wel dat Slowakije een bergachtig land is?

Omdat de lucht van het type regenachtig grijs is, het daarom ook serieus regent en het er ook niet naar uitziet dat het vandaag beter gaat beter, huren we op de camping in Bojkovice een chalet voor 500 KC (€ 19,80). Het chalet ruikt als de bungalow die we hadden op Borneo. Het is hier buiten net zo groen en vochtig. We zitten op de veranda en wanen ons weer in de tropische jungle van Maleisië of Thailand. Het enige dat ontbreekt is het geschreeuw van de apen. Het gebied waar we nu zijn aangekomen, is een stuk meer toeristisch dan de eerste paar honderd kilometer na Brno. We kunnen weer een beetje met Engels uit de voeten en in de restaurants is het menu ook in een andere taal dan het Tsjechisch beschikbaar. Soms is het wel zo prettig om te weten wat je besteld, vooral als je een stevige trek hebt. Een ander punt om te vermelden is dat we merkbaar in oostelijke richting aan het reizen zijn. Het is ‘s avonds rond 21.00 uur al weer donker, waardoor het om 5.30 uur al weer volkomen licht is. Pas in de Oekraïne kan de klok een uur vooruit.

Morgen fietsen we door naar het in Slowakije gelegen Trencin. Omdat dit niet ver is van Bratislava, waar Rasti en Ivana wonen, sturen we onze Slowaakse vrienden een SMS met het bericht dat we naar Trenzin komen en of ze zin hebben in een Pivo. Direct ontvangen we een enthousiaste SMS terug, maar dat naar Trencin komen wat lastig is. We worden gebeld door Rasti en spreken af dat we vrijdag naar Bratislava komen. We hebben daar wel zin in. Het is erg fijn dat dit soort contacten standhouden.

We zijn het er over eens dat Tsjechië een nog veel fijner land is dan dat we al vonden. Als fietsland is het waarschijnlijk niet te overtreffen. We hebben veel vrijgelegen fietspaden of speciale fietsroutes door de mooiste gebieden kunnen volgen. De Tsjechen zijn zelf ook enthousiast fietsers. In sommige steden lijk je eerder naar een Nederlands straatbeeld te kijken, zoveel fietsers en fietsenrekken op straat. In de plaats van de in Nederland gebruikelijk twee of zelfs drie sloten, staan de meeste fietsen op slot met slecht een dun cijferslot, of zelfs helemaal geen slot. Dat is misschien nog wel het fijnste aan Tsjechië: de mensen zijn er relaxed en vriendelijk en in het geheel niet asociaal. We voelen ons altijd veilig en je kunt er vanuit gaan dat de mensen van je spullen afblijven.

1.11 – Tsjechië | Etappe 8: Jesov – Uhersky Hradiste (38 km)

We worden wakker gemaakt door een fazant die het fijn vindt om vlak naast de tent te schreeuwen. De zwaluwen tjilpen en kraken alsof er een radioactieve wolk is vrijgekomen. In Jesov kraait een haan om te meden dat er een nieuwe dag is aangebroken. Alsof niemand dat nog doorhad. De lucht is blauw en het zonnetje staat vrolijk te schijnen. Daar worden wij ook wel vrolijk van. We pakken onze spullen weer bij elkaar en stappen op de fiets voor de volgende etappe. We hebben een flinke klim door het beukenbos van Nationaal Park Chirby. Dit stuk heb ik gisteren ook al gefietst, maar ik vind te mooi om het Floor niet te laten zien. In het bos horen we alleen de vogels en het suizen van onze banden over het asfalt. ‘What goes up, must go down’, dus als we boven zijn aangekomen, volgt een lange afdaling door een dicht bebost dal, waar het heerlijk geurt. Buiten het bos is het iedere keer weer een verrassing wast we tegenkomen. Rond sommige dorpen zien we de mensen het land met de hand bewerken, omdat zware machines waarschijnlijk toch niets uithalen op de steile hellingen. Dan komen we weer door een kleine stad met een grote kerk en een kloostercomplex. Over een vrijgelegen fietspad rijden we naar Stare Mesto en het aan de overkant van de rivier gelegen Uherske Hradiste. Daar valt het Floor op dat het onder deze stralend blauwe hemel wel erg goed toeven is op het terras. Ik wil liever doorfietsen, want ik vind het lekker om onderweg te zijn. Floor vindt het leuker om op een bestemming te zijn aangekomen.

We fietsen naar een camping dicht bij de stad. Ze zijn nog druk bezig met de voorbereidingen voor het nieuwe seizoen. Het gras moet nog worden gemaaid en de douches zijn nog in gebruik als opslagplaats. We mogen van de eigenaar kosteloos onze tent opzetten. Erg fijn, want hij had ons net zo goed kunnen wegsturen. Als de tent staat en de tien rode tassen een onderkomen hebben gevonden in de voortent, fietsen we door de velden terug naar Uhersky Hradiste. Daar lopen we een paar rondjes door het oude centrum, waardoor we er achter komen dat de stad veel kleiner is dan dat we in eerste instantie hadden gedacht. De Vietnamezen hebben de kledingmarkt in handen en bieden overal dezelfde vormloze en fantasieloze textiel rommel aan. Als we dat hebben ontdekt drinken we een Pivo hier en dan weer daar. Wat later gaan we over op het vullen van onze maag. Het is niet altijd aan te bevelen om van de kaart te kiezen wat je niet kunt lezen, want een bord met 20 kippenvleugels is een grote tegenvaller als dat de specialiteit van het huis blijkt te zijn. Voor het ontbijt van morgenochtend fietsen we langs de 24 uur per dag geopende TESCO. Als Nederland een 24-uurs economie heeft, dan spreken ze Vlaams in Tsjechië.

1.10 – Tsjechie | Rustdag: Jesov

Midden in de nacht schrikken we wakker van een tot op heden nog onbekend geluid. Wat voor een prehistorisch dier maakt er een geluid als een jankende kettingzaag op lage toeren? Bij mijn middernachtelijke plasactie schijn ik met mijn zaklamp in een paar koplampen, waarvan de eigenaar zich niet voorstelt, maar wegglipt in de nacht. Het was kortom een rustige, maar wel een spannende nacht. Om 7.15 uur worden we de tent uitgebrand. Het zonnetje staat lekker te schijnen aan de blauwe hemel. We staan hier op een fijne plek te kamperen en we zijn wel toe aan een rustdag. In het zonnetje proberen we te genieten van een ontbijt van waterige havermout. Niet te eten, dus snel op de fiets naar de lokale supermarkt voor een uitgebreid ontbijt van sinaasappel, yoghurt, brood met salami, kaas en tomaat. Dat vult een stuk beter.

Floor heeft zin om lekker in de zon te chillen en te lezen. Ik ga de omgeving verkennen. Zonder bagage vormen de hellingen en de onverharde bospaden geen enkel probleem. Ik volg een verharde weg in noordelijke richting door de beboste hellingen van Nationaal Park Chriby. De route door het beukenbos is erg mooi en sereen. Er is niemand anders dan ik. Ik passeer tientallen beekjes die van de hellingen naar benende klateren. Richting Stupava volgt een zwaar deel, waarbij flink moet worden geklommen over onverharde paden. Ik kom terecht in een hooggelegen weidegebied tussen de loofbossen. Het groen is hier aanwezig in een grote variëteit aan verschijningsvormen. De lente is een prachtig seizoen, want ook de weidebloemen staan vol bloei. Ik passeer kleine boerendorpen en rij over wegen die worden omzoomd door kastanjes in volle bloesem. Over een onverhard en door de modder glad pad, vervolg ik mijn weg in zuidelijke richting. Dit stuk is zwaar met hellingen tot 15 procent. De moeite wordt beloond, want niet alleen is de omgeving erg mooi, ook steken er twee ree‰n, in alle rust, vlak voor me over. Even later volgt er een vos die het wat sneller doet. Vanaf Vresovice rij ik weer tussen de gele velden. In de dorpen hebben de huizen in de heuvels gemetselde opslagplaatsen. Deze zijn afgesloten met zware houten deuren. In de boom achter ons koekoekt een koekoek. Het mysterie van het nachtelijke prehistorische geluid is opgelost. We kamperen in de buurt van een kinderboerderij, waarvan de ezel ‘s nachts helemaal los gaat.

Als ik weer terug ben op de camping heb ik er 37 kilometer opzitten. Tijd voor ontspanning en enig onderhoud aan de fietsen. De remmen afstellen en de ketting reinigen en smeren. De fietsen lopen weer als een zonnetje. Dat is maar goed ook, want we moeten voor het avondeten naar het zes kilometer verderop gelegen Medlovice. We waren even vergeten dat bijna alle restaurants in Tsjechië op maandag zijn gesloten. We sluiten de dag af bij ons kampvuur met op de achtergrond het vrolijke gefluit van de vogels die nog niet slapen willen.

De paradox van schulden.
Floor signaleert dat de Tsjechen steeds vaker in een nieuwe, dure auto rondrijden. De meeste mensen kunnen dan nooit met eigen geld betaald hebben. Ze hebben dus geld moeten lenen om de auto te kunnen kopen. Wat geldt voor auto?s, geldt voor de meeste dure spullen die men heeft. Hoe meer mensen aan materiële bezittingen hebben, hoe rijker ze dus zouden moeten zijn. Vaak echter bestaat hun bezit uit de afbetaling van de schulden die zijn gemaakt om de spullen überhaupt te kopen. Een hypotheek is niets anders dan een lening, waarbij het huis als onderpand dient. Het hele economische systeem is er bij gebaat dat er zo veel mogelijk hypotheken zijn en worden afgesloten. Het is fictief geld, maar al die fictie creëert wel onze welvaart. Rijkdom en welvaart zijn paradoxaal genoeg gebaseerd op schulden. Een land zonder schulden, heeft daardoor een ander land moeten leegroven. Iets of iemand moet het noodzakelijke schuldengat vullen. Een land als Tsjechië kende tot voor kort waarschijnlijk maar weinig huishoudens met een hypotheek. De huizen waren van de mensen, vooral de huizen buiten de steden. Totdat er iemand langs kwam met een geniaal idee. Die persoon kon de huizenbezitter zonder schulden, geld lenen voor de aanschaf van mooie dingen of voor het onderhoud van de woning. Het enige wat er werd gevraagd was de woning als onderpand te laten dienen. Zie daar de strop. Midden in de nacht schrik je wakker met de realisatie dat je helemaal geen eigen woning meer hebt. Je hebt een schuld en als je die niet afbetaald, word je uit je woning gezet. Wat een geniaal systeem. Rijkdom gaat niet over de hoeveelheid spullen die je hebt, maar over de mate van onafhankelijkheid.

1.09 – Tsjechië | Etappe 7: Zidlochovice – Jesov (74 km)

Wakker worden in onze veel te grote, maar vooral groene kamer is een aanval op de zintuigen. Een artistiek persoon heeft zich volledig laten gaan met een grote variëteit aan groentinten. De muren, het plafond, alles is groen. Aan de muren hangen schilderijen en op het plafond is een grote schildering gemaakt. In de ontbijtzaal wordt de televisie aangezet. Het is 65 jaar geleden dat de Duitsers zich gewonnen gaven en een enorm militair vertoon op de Rode Plein is wat de Russen nodig vinden. Soldaten, tanks, kernraketten, helikopters, gevechtsvliegtuigen, het hele arsenaal komt langs. Het is een machtsvertoon van jewelste. Merkel is aanwezig en zij kwebbelt vrolijk met Poetin. De Chinese president heeft een goede tijd met Medvedev. Vertegenwoordigers van andere landen ontbreken. Dit is interessant. Wat is hier aan de hand? Van wat voor een toekomst zien we hier een tipje van de sluier worden opgelicht?

Nadat de gebakken eieren een rustige plek hebben gevonden in onze maag, stappen we op de fiets. We volgen een deel van de wijnroute, maar deze route levert ons meer modder en klei op dan druiven. Sterker nog, de klei is van betere kwaliteit dan dat de wijn ooit zou kunnen zijn. Op de onverharde paden rijden we ons helemaal vast. We houden het voorlopig wel op verharden wegen, want deze wijnroute ‘sucks big time’. Veel klei en weinig druif. Het is een nietszeggend landschap waar we doorheen rijden. In de onaantrekkelijke dorpjes vindt geen enkele activiteit plaats. Het is een agrarisch gebied met grote vervallen stallen en schuren en velden vol met opkomend graan. De velden zijn groen en bruin, maar niet boeiend. Tot Zdanice is er niets dat interessant genoemd kan worden. Het is zondag, dus er is nog meer niets dan dat er normaal iets zou zijn. Daarna wordt het landschap plotseling aantrekkelijker en interessanter. In het heuvelachtige landschap liggen dorpjes met huizen van rode dakpannen, roodbruine muren en nette tuinen vol met bloemen en gewassen. Grote velden, geel van het koolzaad, liggen tegen de hellingen gedrapeerd. Daartussen het lichte paars van de geurende seringen. Hier zijn het niet de fruitbomen, maar de kastanjes die vol in bloei staan.

Net buiten Jesov komen we terecht op een camping voor 110 KC (€ 4,35). We staan aan de bosrand en op een heuvel. De vogels fluiten vrolijk en de krekels sjirpen maar door. In de verte kwaken de kikkers. De fazanten kloeken in het veld en ergens in het bos loopt een gek geworden pauw, die af en toe een schreeuw geeft om aandacht. Met een paar biertjes uit de kroeg en een kampvuur naast de tent, is het leven bijzonder aangenaam. Dit is de reden waarom we zou graag willen kamperen. Dit zijn de situaties waarom we met de fiets op reis wilden. De hele dag buiten zijn, de geluiden van de natuur om je heen. We zijn de enige kampeerders, maar wel is er een chalet bezet door een Tsjechische familie. Vader is bijzonder geïnteresseerd in onze Rohloff, maar spreekt geen woord over de grens. Dochter wordt er bij gehaald voor de Duitse vertaling.

Wat ons sinds gisteren begint op te vallen is dat onze benen en longen veel sterker zijn geworden. Hellingen vormen geen enkel probleem meer. Een klimmetje van 12 procent is nog steeds niet leuk, maar ook deze redden we zonder pijn en zonder ademnood. Gelukkig maar, want fietsen in de bergen is het mooiste dat er is. Niets is hier ook vlak, dus klimmen zullen we wel moeten. Het grote voordeel van fietsen boven wandelen is wel dat je na een klim, bijna altijd wordt beloond met een afdaling. In tegenstelling tot wandelen, kost een afdaling je op de fiets geen energie. Tot nu toe is de maximaal behaalde snelheid 52 km/u. Dat was vandaag. Floor ligt inmiddels lekker te slapen in de tent. Mijn Radegast is leeg en het vuur is bijna uit. Het is buiten erg donker en alleen het geluid van mijn pen over het papier, de krekels en de kikkers zijn nog te horen. Het is tijd om ook in de tent te kruipen.

1.08 – Tsjechië | Etappe 6: Tisnov – Zidlochovice (62 km)

We worden wakker in onze mooie kamer, die is ingericht naar het beste dat het vroegere socialistische Tsjechië kon bieden. Een blik uit het raam levert helaas niet het positieve beeld op dat we hadden gehoopt; het regent weer eens. Dan maar uitgebreid ontbijten. We kiezen voor menu 6, wat wil zeggen dat we gaan voor de variant met de gekookte eieren. Dat wordt behoorlijk letterlijk opgevat, want het resultaat van deze keuze is dat we ieder drie gekookte eieren gepresenteerd krijgen. Een ei is dan wel vrij minimaal, twee eieren valt in de categorie prima, vanaf drie wordt het toch wel een wat overdreven. Als het is gestopt met regenen rijden we onze fietsen uit de feestzaal van het hotel en gaan op weg. Het zonnetje komt steeds vaker en langer tevoorschijn tussen de grijze wolken, als we in zuidelijke richting fietsen. Ook in dit gebied staan de bloeiende kersenbomen aan weerszijden van de weg. We hebben hier geluk mee, want de bloeitijd is maar kort. In Veverska Bityska stoppen we voor een kopje koffie en een pannenkoek met chocolade. We zijn hier in 2004 al eens geweest, maar toch herkennen we het nog. Het is inmiddels al lekker warm geworden en het is dus zweten geblazen tijdens het laatste klimmetje van vandaag. Met 20 graden is het tijd voor de korte broek. We zien en horen steeds vaker voor ons onbekende vogels, waaronder een vogel met een vrolijk kuifje. Dat is goed nieuws, want dat betekent dat we goed op weg zijn naar elders.

We vervolgen onze route langs de Suratka rivier, die op dit punt tijdelijk is verandert in een stuwmeer. Er vliegt een motorrijder door de lucht, die door een kasteel werd afgeleid, waardoor hij de bocht mistte. Plotseling komen we terecht in een enorme drukte. Mensen flaneren, drinken bier, eten een hoop eten, fietsen, skeeleren en laten hun hond, baby, of zich zelf uit. We komen uit op de stedelijke kermis van Brno. Geweldig. Na dagen in een rustige omgeving te hebben gefietst, tettert de drukte ons tegemoet. Fietsroute 1 voert ons dwars door de tweede stad van het land. Deze stadsroute is de verrassing van Tsjechië. We rijden grotendeels door bossen, langs het water en door moestuinen. Gedurende de 25 kilometer dwars door Brno, komen we maar twee stoplichten tegen en rijden we op een geheel vrij liggend fietspad. Omdat het zaterdag is delen we de route met duizenden Brno-ers op de fiets of met skeelers onder de voeten. Nog nooit hebben we zoveel activiteit gezien. Het is dan ook lekker zonnig weer. Op het fietspad wordt campagne gevoerd door een politieke partij, waarvan de gratis beschikbaarheid van drinkwater tot een van haar speerpunten lijkt te behoren. Massa’s flessen met bronwater worden uitgedeeld. Zo rijden we met veel plezier door de stad Brno, waarvan we hadden verwacht dat het een verkeersdrama zou gaan worden. Een aanrader voor iedere fietser is de geheel vrij liggende fietsroute dwars door Brno.

Fietsroute 1 eindigt ten zuiden van Brno. Voor alle sportievelingen is daar een biertent geplaatst. Tsjechië is een geweldig land met de juiste prioriteiten. We gaan verder op fietsroute 4 in de richting van de Oostenrijkse grens. We krijgen nog een flinke bui op ons dak, die we samen met de andere fietsers zo goed als mogelijk maar gewoon ondergaan. In Zidlochovice vinden we onderdak in een pension. Voor 1.100 KC (€ 43,60) krijgen we een enorm groot appartement, dat bestaat uit verschillende ruimten. Wat is het verschil tussen een pension en een hotel? We zouden veel liever kamperen, maar campings zijn hier dun gezaaid en op de fiets is je actieradius een stuk beperkter dan met de auto. De voedzame maaltijd bestaat uit Kachna, in het Nederlands beter bekend als eend.

1.07 – Tsjechië | Etappe 5: Hlinsko – Tisnov (83 km)

We kijken uit het raam en zien een strakblauwe lucht. Wauw! Het lijkt de goede kant op te gaan. Een wandeling naar de COOP voor de noodzakelijke boodschappen van vandaag om daarna met de brander op het grasveld in de weer om water te koken. Als de beheerder langskomt verklaart hij mij voor gek, want er is een gezamenlijke keuken met een waterkoker. Had dat dan eerder verteld! Zit ik hier buiten een beetje moeilijk te doen. Nadat we alles weer hebben ingepakt en op de fiets hebben geladen gaan we weer op pad. De blauwe lucht is inmiddels verandert in een halfbewolkte situatie. Wel is het droog en niet koud. Het is ongeveer 25 kilometer fietsen naar het hoogste punt van onze route door Tsjechië. Een 750 meter hoge heuvel dicht bij Kadov. De route brengt ons door productiebos en over wegen die niet toegankelijk zijn voor gemotoriseerd verkeer. Langs de weg stromen beekjes die rustig voortkabbelen.

In Bystrica nad Pernstejnem stoppen we bij de Penny om ons proviand aan te vullen. Uit de luidsprekers in de straten schallen de klanken van Bon Jovi, waarna er een groot aantal mededelingen volgt over onderwerpen die ons niet duidelijk worden. In de straten rijden grote aantallen skoda’s. Veel vrouwen hebben roodgeverfd haar en de meeste mensen dragen goedkope, slecht passende spijkerbroeken. Het is heerlijk om door dit deel van Tsjechië te kunnen fietsen. Tussen de dennenbossen rond Hlinsko en het begin van de loofbossen na Nedvedice ligt een relatief vlak landbouwgebied. De velden met koolzaad zijn minder interessant dan de heuvels en de bergen, maar de afwisseling is prettig. We komen langs een van de mooist denkbare kastelen. Pernstein is een van de grootste kastelen in Moravië en dateert uit het jaar 1285. Er wordt veel tijd, geld en energie gestoken in de restauratie.

Het landschap voor Tisnov is het mooiste waar we tot nu toe doorheen zijn gereden. We rijden door een diep dal met aan weerszijden loofbossen en een beek dat langs de weg stroomt. In de weinige dorpen werken de mensen op het land of zijn druk in de weer met het hakken van hout of onderhoud aan hun woning. Dit is een gebied waar lekker kan worden geklooid. Hier heeft men de ruimte te midden van een fantastisch groen gebied. Omdat het nog te ver is naar een camping, stoppen we in Tisnov, waar we op zoek gaan naar een pension. We informeren bij een gebouw waar volgens het bord een pension gevestigd zou moeten zijn. We worden meewarig aangekeken. Na wat communicatieproblemen blijkt waarom. Een pension is ook een plek waar bejaarden hun laatste dagen slijten en is dus totaal iets anders dan dat wij nodig hebben. Het wordt dus hotel Kuetnica aan het mooie plein, waar we 800 KC (€ 31,70) voor een kamer moeten betalen. In het beste restaurant van de stad eten we uitgebreid voor 497 KC (€ 19,70). We delen de eetzaal met echtparen die een speciale avond uit vieren. Niet dat de muziek daarop wordt aangepast. Je weet dat je in Tsjechië bent, wanneer de radio aanstaat bij wijze van smaakvolle muzikale omlijsting, inclusief schreeuwerige reclames.

1.05 – Tsjechie | Etappe 3: Kutna Hora – Sec (49 km)

Gelukkig is het gestopt met regenen als we ‘s ochtends wakker worden. We kunnen daardoor alles rustig inpakken, onder een weliswaar loodgrijze, maar wel rustige hemel. In de supermarkt kopen we proviand voor onderweg en water voor in de bidons. Waarom drinken we in Tsjechië eigenlijk geen kraanwater? Het is 11 graden wanneer we op de fiets stappen. Hoe komen we zo snel mogelijk deze stad uit? De bordjes geven niet de juiste richting, waarvoor we over een te drukke weg, net niet in de juiste richting rijden. Het is bijzonder onaangenaam weer. We hebben een harde, kille tegenwind. Er kan niet worden beweerd dat het lente is. De eerste 25 kilometer na Kutna Hora zijn weinig boeiend. In de dorpen die we passeren is geen enkele activiteit. Het land is kaal, omdat de gewassen nog moeten opkomen. De hele ochtend horen we het razen van de gevechtsvliegtuigen die van de nabijgelegen luchtmachtbasis opstijgen en landen.

Verderop neemt het reliëf toe. Het nog kale landbouwgebied wordt afgewisseld met bossen en beekjes. De klimmetjes zijn zwaarder dan gedacht. We ondervinden lange hellingen met stijgingspercentages van 8-10 procent, met een enkele uitschieter van 11 procent. Onze benen zijn daar duidelijk nog niet aan gewend. Als we na veel gepuf en gevloek, bezweet en wel boven op het plateau zijn aangekomen, worden we beloond op het voor ons typerende en aantrekkelijke Tsjechië: Rustige dorpjes met goed onderhouden boerderijen, te midden van de groene en gele velden en tienduizenden paardenbloemen. De wegen worden omzoomd door linden, appel- en perenbomen en populieren op de lager gelegen delen. Aan de bosrand zien we een enkele ree. In de velen zien we de grote oren van de hazen boven het gras uitkomen. Het gekwetter en gefluit van de vogels is overal om ons heen.

Nadat we vandaag 49 kilometer hebben gefietst komen we rond 14.00 uur aan in Sec. We hebben geen zin en geen puf meer om verder te fietsen. Mede door de harde en koude tegenwind, was dit een zware dag. We komen terecht op een grote, geheel verlaten camping aan het water van een meer. Door de vriendelijke en humoristische eigenaar worden we gewezen op alle ruimte. ‘Weten jullie zeker dat jullie hier willen kamperen?’ Omdat het koud is krijgen we 40 % korting. De camping kost ons 140 KC (€ 5,55). Alle natte spullen van onze mislukte was van gisteren, hangen we opnieuw aan de waslijn. We genieten van een lange, hete douche en trekken al onze kleren aan. Met vijf lagen is het nog enigszins te doen. Het is tenslotte maar 9 graden. Het is dus in het geheel niet vreemd dat er geen andere masochisten zijn en dat de campingeigenaar niet zo goed begrijpt wat we hier doen.

Het is te koud om voor de tent te hangen en de tent is niet groot genoeg om de hele middag in rond te hangen. We nemen onze toevlucht in een restaurant in Sec. Daar brengen we een uur of vier door met lezen en schrijven, onder het genot van Pivo en hete thee. Ons ‘romantische’ diner wordt begeleid door rustgevend metal muziek. De halve dag chillen, eten en bier drinken voor 500 KC( € 19,80). ‘s Avonds begint het weer aangenaam te regenen, terwijl het kwik niet boven de 9 graden uitkomt.

1.06 – Tsjechië | Etappe 4: Sec – Hlinsko (45 km)

‘s Nachts is het opgehouden met regenen. De vogels gaan onverminderd door met fluiten, zich niets aantrekkend van de grauwe lucht. Het lijkt er even op dat we al voor negen uur op de fiets zouden zitten, ware het niet dat ons ontbijt wordt ingekort door een nieuwe regenbui. We gaan de tent maar weer in. Om 10.00 uur stopt het gelukkig weer met regenen. Dit hadden we niet meer verwacht, want het leek zo’n typische regenachtige Tsjechische dag te gaan worden. In plaats daarvan is het droog, waarbij de zon zich zelfs geregeld laat zien. We fietsen over een mooie route, langs het stuwmeer van Sec. Het is onverminderd klimmen en dalen, door een kleinschalig agrarisch landschap. Hier grazen de koeien, de boerderijen zijn origineel, de mensen doen hun dingen, afval wordt verbrandt, de was hangt buiten vrolijk te wapperen, de vogels fluiten de kersenbomen staan in bloei. Helaas staat er ook een harde wind, die we natuurlijk tegen hebben. Dat is bijzonder onprettig, want daardoor vormen de helling van 7-9 procent een enorme uitdaging. Bij afdalingen moet er zelfs worden bijgetrapt. In een van de vele dorpjes passeren we een duizend jaar oude linde. Geweldig dat deze bomen worden onderhouden en beschermt om voort te bestaan.

Na 30 kilometer te hebben gefietst zijn we kapot en versleten van het vele klimmen en de harde tegenwind. Voor de lunch stoppen we in Trhova Kamenice. Te midden van de arbeiders genieten we van de daghap bestaande uit aardappelen augurken en flink stuk beenham. Wij spoelen het eten weg met frisdrank. De arbeiders vinden Pivo en vodka een betere keuze. De rekening bedraagt 159 KC (€ 6,30). Opgeladen door het stevige eten stappen we weer op de fiets voor de laatste kilometers naar Hlinsko. Het is een verrassend aantrekkelijk plaatsje. Bij toeval fietsen we door de museumwijk Bethlem, bestaande uit houten huizen uit de 16e-18e eeuw. Het gras loopt tot aan de houten gevels, waardoor het er erg mooi uitziet. Met wat moeite vinden we het pension, waar we te midden van de houten gebouwen een kamer krijgen voor 700 KC (€ 27,75). Erg prettig om buiten het seizoen op pad te zijn. Accommodatie vormt geen enkel probleem en het is overal lekker rustig.

Binnen een half uur hebben we onze kamer omgevormd tot een grote uitdragerij van spullen en kleren. We stoken de kachel flink om alles te laten drogen. Onze fietsen staan in de schuur, met onze tent er uitgespreid naast. Het is best riant om af en toe niet te hoeven kamperen. We lopen een rondje door het kleine, maar interessante plaatsje. We zijn op zoek naar een plek om lekker te kunnen eten. In de kroeg, annex restaurant is op de benedenverdieping een bejaarden partij aan de gang, inclusief accordeon en dronken 60-plussers aan het bier. Geen goede plek voor ons. We zouden de gemiddelde leeftijd maximaal met een jaar naar beneden halen. Boven kan er gelukkig in een voor ons betere sfeer worden gegeten. Floor besteld de forel en ik kies een iets onbekends van de kaart, wat een spies blijkt te zijn. Het lokaal gebrouwen Rychter spoelt alles heerlijk weg. De kosten van dit avondmaal bedragen 310 KC (€ 12,30).

1.04 – Tsjechie | Etappe 2: Vyzlenka – Kutna Hora (54 km)

Iets voor achten staan we buiten onze tent. We zijn gewekt door de vele vogels. Verder ontbreekt bijna al het geluid. Heerlijk dit. Geen auto’s, vliegtuigen, huilende baby’s, alleen maar vogels. Omdat we gisteren al na aankomst hebben gedoucht, is het ochtendritueel als volgt: wakker worden, water opzetten voor de koffie en de thee, de thermosfles vullen, Floor komt de tent uit, waarna we samen de gisteren gekochte broodjes eten. Wanneer Jeroen zijn tanden poetst, ruimt Floor het bed op. Als Floor haar tanen poetst, breekt Jeroen de tent af. Alle rode tassen worden weer gevuld met de spullen en op de fietsen gehangen. Om 9.15 uur zijn we klaar om te vertrekken. Onder een grijze hemel, waarvan de temperatuur maar 9 graden is, gaan we op weg naar Kutna Hora.

Het is een grauwe dag, maar gelukkig blijft het droog. We rijden door een mooi bos dat aan het water ligt. We passeren enorm grote en naar alle waarschijnlijkheid dure huizen. De rijken uit Praag zullen hier wel hun optrekjes hebben. We slaan af op een bospad, waar we onze eerste pittige klim voor de kiezen krijgen. Dankzij de hellingmeter kan ik zien dat we hier te maken hebben met een helling van maximaal 12 %. In totaal leggen we vandaag een afstand af van 54 kilometer door een aantrekkelijk, glooiend landschap. De route die we volgen is erg slecht aangegeven. Desondanks lukt het ons voor 14.00 uur een camping te bereiken in Kutna Hora. Daar treffen we een eerste Nederlandse camper aan. Nederlanders kom je nou eenmaal overal en altijd tegen. Voor deze mooie en rustige camping betalen we 240 KC (€ 9,50). De camping heeft het mooiste, schoonste en meest moderne sanitairgebouw dat we ooit in Tsjechië zijn tegengekomen.

Nadat we de tent hebben opgezet, hebben gedoucht, andere kleren hebben aangetrokken en hebben geluncht, gaan we op weg om de plek te bezoeken, waarvoor we hier zijn gekomen: Kostnice Sedlec (Ossuarium van Sedlec). In vroeger tijden was deze rooms-katholieke kapel een geliefde plek om begraven te worden. Een vroegere kruisvaarder had een handvol aarde meegenomen van de berg Golgota in Jeruzalem, en deze verspreid over het kerkhof. Sindsdien was deze grond heilig en dus erg in trek. Na de pestepidemie in de 14e eeuw raakte de begraafplaats overvol en moest voortdurend worden uitgebreid. In de 19e eeuw werd een beeldhouwer de opdracht gegeven om de binnenkant van de kapel aan te pakken. Het resultaat was een kunstwerk waarin ca. 40.000 menselijke skeletten zijn verwerkt. Het is interessant om te zien, maar we hadden eerlijk gezegd meer creativiteit verwacht. Het trekt in elk geval busladingen toeristen; dat dan weer wel.

We lopen 2,5 kilometer terug naar het centrum van Kutna Hora. We struinen door de straten van dit aantrekkelijke Tsjechische stadje. In het centrum is een politieke manifestatie aan de gang, waarvan het goedkope bier – 5 KC (€ 0,20) voor een halve liter – de voornaamste trekker lijkt te zijn. De interessante mix van PVV en PvdA stemmers is al aardig dronken en luidruchtig. Enkele lokale alcoholisten maken zich zelf onsterfelijk door voor het podium uit hun plaat te gaan op de voor politieke doeleinden gecoverde uitvoerig van YMCA. Kutna Hora is dan wel een mooie stad, maar we hebben het al zo vaak gezien, dat het voor ons niet zo heel veel bijzonders betekent. We komen terecht in een fijn Tsjechisch restaurant, waar we voor 300 KC (€ 11,90) genieten van een maaltijd bestaande uit kaas schnitzel, gebakken aardappel en salade. Het begint te regenen als we na het eten weer terug naar de camping lopen. Omdat het in de regen niet aangenaam toeven is voor de tent, gaan we naar de bar. Van het lezen van een boek komt niet terecht, omdat we al snel aan de praat raken met de vorige eigenaar van de camping. Hij spreekt goed Engels; iets dat niet vaak voorkomt in Tsjechië. Hij is een enthousiast lid van de Simca club. Hij reist daarvoor heel Europa door. Door hem komen we te weten dat Kutna Hora de zilveren stad werd genoemd. De voormalige rivaal van Praag vergaarde veel macht en rijkdom door het zilver dat er werd gewonnen. Helaas weet hij ons ook te vertellen dat het in elk geval tot zondag slecht weer blijft. Lekker is dat!

1.03 – Tsjechië | Etappe 1: Praag – Vyzlenka (48 km)

Na de avondwandeling zijn we vroeg gaan slapen in ons riante bed. Ik probeer nog wat te lezen in The Alchemist, maar al na een paar pagina?s gaat het lampje uit. Om 21.30 uur lig ik al diep te slapen om vanochtend pas om 8.00 uur weer wakker te worden. Doordat ik in de trein op de tocht heb gezeten, voel ik mij niet voor de volle honderd procent OK. Ik ben enorm verkouden en heb pijn in mijn keel. Leuk zo’n goedkope treinreis, maar goed voor je gezondheid is het niet. Vandaag gaan we van start met het fietsen. Om 9.00 uur hebben we al onze spullen ingepakt. Op straat groeten we de security Jood, die inmiddels ook vriendelijk terug groet. Voor het ontbijt vinden we een kleine bakkerij, waar we in eerste instantie bijna worden weggekeken. Als dan blijkt dat we met de paar woorden Tsjechisch die we spreken in staat zijn om koffie en broodjes te bestellen, ontdooit het hele spulletje en is het direct dikke mik. Tsjechië is en blijft een heerlijk land. We kopen nog vier gebakjes voor de eerste koffiepauze.

Wanneer we onze fietsen ophalen bij Elisa, verteld ze ons dat ze het jammer vindt dat we al weer gaan. ‘Het zijn altijd de leuke mensen die maar een nacht blijven’. Helaas, we zijn hier om te fietsen niet voor een stedentrip. In het portiek van ons appartement laden we de tien rode tassen op onze fietsen. We monteren de achteruitkijk spiegels en trekken onze regenjas aan. Helaas nodig, want op het moment van vertrek begint het te regenen. De winkeliers lopen uit om ons te bekijken. Als we vertellen dat we van plan zijn om naar Jordanië te fietsen, worden we ongelovig aangekeken. ‘You mean, the River Jordan?’ Ze zijn unaniem van mening dat we niet helemaal lekker zijn. Voor een Jood zijn landen als Syrië en Jordanië natuurlijk ook niet de meest veilige te noemen. In deze straat in het toeristische Praag worden we al aangekeken of we van een andere planeet komen. Hoe zal het verderop wel niet zijn?

We fietsen langs het station, waar we de bordjes met ‘fietsroute 1’ tegenkomen. Dat gaat gemakkelijk. Net zo snel als dat we de bordjes hebben gevonden, raken we ze ook weer kwijt. Als de weg die we volgen drukker en breder wordt beginnen we ons af te vragen of het wel goed gaat. We hebben geen plattegrond van Praag, waardoor we niet weten waar we zijn en welke kant we op moeten. Bij een benzinestation wordt ons door de vriendelijke medewerker de weg uitgetekend op een stadsplattegrond. Het lijkt dus een goed plan om 80 KC (€ 3,20) te investeren in deze kaart, die het verschil maakt tussen verdwalen of ze zo snel mogelijk de stad kunnen verlaten. Gelukkig wordt er door het verkeer rekening gehouden met ons fietsers en krijgen we de ruimte. We zijn wel blij met onze felle achterlampen, die onze zichtbaarheid in dit grauwe weer aanzienlijk vergroten. In een buitenwijk van Praag komen we terecht op een fietspad door een groen gebied. Deze sluit verderop weer aan op fietsroute 1. We zitten weer op de goede weg. Wat is eigenlijk de goede weg? Is dat belangrijk?

Buiten Praag fietsen we over rustige wegen, door velden vol met geel koolzaad. De wegen worden omzoomd door kersenbomen die vol in de bloesem staan. De lucht is dik van de vele geuren. Ik weet niet of ik het lekker of onaangenaam vind. De zon breekt geregeld door, waardoor het direct zweten is geblazen bij de klimmetjes. Het fietsen is heerlijk en we trappen de kilometers gemakkelijk weg. In een dorpje voor onze geplande eerste stop, doen we boodschappen bij de lokale ‘potraviny’ en pinnen we extra Kronen. Om onze brander te kunnen gebruiken, hebben we nog benzine nodig. Enige creativiteit is daarbij benodigd want er moet minimaal 2 liter worden afgenomen. Omdat we maar een halve liter nodig hebben is het een kwestie van wachten op een eerste auto die benzine (dus geen diesel) gaat tanken. De eerste automobilist is zo vriendelijk om mijn kronen niet in ontvangst te willen nemen.

Volgens onze kaart zou er in Vyslenka een camping moeten zijn. De locals weten echter van niets. Omdat de kennis, of het gebrek daarvan, van de locals niet altijd te vertrouwen is, gaan we zelf toch maar even op onderzoek uit. Maar goed ook, want via wat achterstraten komen we uit bij een pension. Als we door het hek rijden zien we dat het pension in kwestie een communistisch gebouw is met een groot grasveld. Op een paar bosbouwers en de oude eigenaar is, is er helemaal niemand. Er wordt geen woord over de grens gesproken, maar dat heeft geen invloed op onze probleemstelling. We kunnen hier namelijk onze tent opzetten en wel voor 100 KC (€ 4), waarvan het niet geheel duidelijk wordt of het al dan niet nodig was te betalen. We hebben een prima eerste kampeerplek te pakken. In het warme café zitten we heerlijk te lezen en te schrijven. De pivo smaakt erg goed. We eten groentesoep met leverballen en een enkele grote, groene spruit. Verder krijgen we een bord met salade, gekookte aardappelen en een flink stuk ham. Stevig voedsel voor de kranige fietser. Totale kosten voor het eten en het drinken bedragen 204 KC (€ 8,10).