Vandaag staat de beklimming van Mount Bruce (Punurrunha) op het programma. Met 1.235 meter is het de op één na hoogste top in Western-Australia (Mount Meharry is met 1.253 m de hoogste). De berg ligt op de rand van het National Park en is gemakkelijk aan te rijden vanaf Tom Price. Voor Australische begrippen is het een serieuze wandeling van 9 ½ kilometer heen en dezelfde afstand weer terug. Vanwege een gezellige avond met twee Nederlanders (Richard en Brenda), waarbij het 4-liter pak wijn is gesneuveld en In Search for Sunrise van Tiësto de muzikale omlijsting vormde, hebben we wat opstartproblemen. We rijden dan ook ‘pas’ om 10.00 uur weg van de camping, waarna we de auto op de parkeerplaats aan de voet van Mount Bruce achterlaten. We lopen in totaal 5 uur over de kam van de berg. In het begin is de wandeling eenvoudig, maar verderop moet behoorlijk worden geklauterd om de rotsen te bedwingen. Hoe hoger we komen, hoe meer de dimensies van het landschap lijken te veranderen. Beneden zien we het golvende rood-groene landschap zich in alle richtingen uitstrekken. Van boven krijgt het land het typerende beeld van de Australische outback. De heuvels vervlakken tot een biljartlaken van rode ondergrond vol puntige spinifex, doorsneden met droge kreekbeddingen. Vanaf de top van Mount Bruce kijken we uit op de hellingen van de Hamersley Ranges. De hellingen zijn opgebouwd uit golvende lagen, hardere gesteenten. De zachtere lagen zijn heel lang geleden uitgesleten  en weggeblazen. Ook kijken we uit op de Maraandoo Mine Site, die voor 1992 nog behoort tot het National Park Karijini. Dat leidt bij ons tot de vraag hoeveel er in de toekomst nog van het Park wordt afgesnoept in de niet te stillen honger naar grondstoffen. Men lijkt wel enigszins verantwoordelijk om te gaan met het landschap. Nadat de bodem is ontdaan van haar waardevolle bagage, wordt de toplaag weer teruggebracht tot boven het niveau van het grondwater en beplant met gebiedseigen soorten. Zo op het oog is het dan ook niet te zien of er ergens is gemijnd. De kleuren van de mijn zijn dan ook dezelfde als van de rest van het landschap: alles in dit gebied is rood-bruin.

Wat ook heel mooi is zijn de wilde bloemen die sinds een paar dagen de grond uit schieten. We begrijpen dat het komt door de regen van een paar weken geleden. Hierdoor is het land vers groen in plaats van stoffig rood. Met een ongelooflijke hoeveelheid bloemen (casia's, acasia's, bluebells en mulla-mullas), wordt er een geel-blauw-paars-rood kleurenpalet toegevoegd aan het reeds rijke kleurenpalet. We waren bang dat we net te laat waren om nog iets mee te krijgen van het bloeiseizoen. In de Pilbara lijkt niets minder waar. Overigens niet zo raar, want het is al eind juli, wat betekent dat de korte winter hier ten einde loopt en we dus deelgenoot worden van een flamboyant bloemenspektakel.  


5.23 - Australië | Karijini: Weano Gorge

Slapen in de auto is eigenlijk erg relaxed. Een goed alternatief als de bodem zo hard is dat we de rotspennen de grond niet inkrijgen. De nacht is volmaakt stil en wakker worden naast een termietenheuvel is een bijzondere ervaring. Tot het moment dat er enkele jaren geleden, één of andere idioot met z’n dronken kop ’s nachts in het ravijn pleurde, kon er bij Weano nog gewoon worden gekampeerd. Voor ons maakt dat nu niet uit, want we hebben kosteloos kunnen overnachten op een onbetaalbare plek. Om 7.00 uur staan we klaar om af te dalen in de Hancock Gorge. Via een soort van trap, die in de rotswand is uitgehouwen, een ladder en met een hoop geklauter, komen we aan op de bodem. De lopen in de richting van het vierklovenpunt, terwijl de kloof steeds smaller en het water dieper wordt. Om in een onderaards amfitheater te komen, moeten we door het ijskoude water waden, waarbij we nat worden tot boven onze heupen. Het is mogelijk om de kloof nog verder en dieper te exploreren, maar daardoor moeten we de zogenaamde ‘spiderwalk’ overwinnen. Dit betekent dat je jezelf met je knieën en ellebogen, over de gladde rotsen naar beneden moet zien te krijgen, door het krachtig stromende water. Het probleem is alleen dat je via dezelfde weg ook weer terug moet en dat je een probleem hebt als je uitglijdt en in de poel valt. Dan kun je namelijk niet meer terug. Vallen is überhaupt niet aan te raden, omdat de kans op serieus letsel groot is. Om twee redenen hebben we daar geen zin. Als eerste: Als je in of voorbij de Spider Walk wat breekt of alleen maar verstuikt, kun je niet meer zelfstandig terugkomen. Er moet dan een reddingsoperatie worden gestart die 13-14 uur in beslag neemt. Wanneer je vast komt te zitten in het ijskoude water dat hier maar 5 graden is, overleef je dat dus niet. Ten tweede: Je wordt door de hulptroepen vervoerd naar Perth, waarvan de lol alleen maar is dat je dan kunt vertellen dat je in een Flying Doctors vliegtuig hebt gezeten. De kans dat er iets fout gaat is dan wel kleiner dan de gevolgen, maar volgens onze risico-analyse, concluderen wij dat het niet verantwoord is om door te klauteren.

Maar wauw. Wat is dit te cool. En inderdaad beleven we dit ook helemaal alleen. We gaan terug zoals we zijn gekomen en gaan op weg naar de Weano Gorge. Helaas worden we nu achtervolgt door een vroege toergroep. Deze kloof is zo mogelijk nog indrukwekkende dan de Hancock Gorge. De kloof is zo smal en de wanden zo hoog, dat deze wandeling de illusie opwekt dat we onderweg zijn naar het middelpunt van de aarde. De smalle  
richels langs de steile wanden zijn zo glad, dat we er niet aan ontkomen om tot door het ijskoude water te waden, terwijl het water tot ons middel komt. Het is nog een heel gedoe om de rugtas droog te houden. Langs een touw dalen we in de Handrail Pool. We kunnen nog verder door de kloof totdat het water zo diep wordt dat we moeten zwemmen. Het water is hier ook maar maximaal 5 graden Celsius en we moeten dezelfde weg ook weer terug. Omdat er op deze diepte geen zonlicht doordringt raak je sneller onderkoelt dan je zou willen. We rillen en trillen wat af en vinden het dus wel mooi geweest. We hebben het punt bereikt dat we het risico onaanvaardbaar vinden. We zijn verbaasd over de toergroep, die heel langzaam verder gaat door het ijskoude water. Zonder uitzondering staan ze te wankelen van de kou. De gids is naar onze mening onverantwoord bezig. Er hoeft maar één toergroeper in een shock te raken en de hele groep wordt in de problemen gebracht.

Van dit gebied zijn we erg onder de indruk. Terwijl we ons diep in de kloof bevinden, komt de zon steeds hoger te staan. Langzaam zien we keuren verschijnen. De zwarte wanden kleuren donkerrood. Iemand die nooit in Australië is geweest, zal geen benul hebben wat rood is. Je hebt rood, rood, rood, rood en je hebt rood en alle roodtinten die daartussen vallen. Hoe kunnen we dit vastleggen? Onmogelijk. Dit moet opgeslagen worden in het geheugen voor de betere herinneringen.

Nog nagenietend van alle avonturen zien we voor ons de rode zon, die ondergaat achter een met bollen spinifex gevulde heuvel en onze volledig roodbestofte auto. Een van onze kisten hebben we als tafel voor ons neergezet, waarop twee glazen rosé staan van het merk Coolabah). Een meter achter ons staat een enorme roodpaarse termietenheuvel. Het landschap waar we nu zijn, laat zich enigszins als volgt omschrijven: een heuvelachtig landschap, waar tussen de groene bollen spinifex en de witte stammen van de eucalyptusbomen, de paarsrode bodem zichtbaar is. Overal staan de paarsrode kastelen, die worden bevolkt door de termieten. Tussen dit heuvelachtige landschap lopen, als donkere lijnen, de tot honderd meter diepe kloven. Indrukwekkender dan dit hebben we het nog niet eerder gezien. Ik vergeet nog te melden dat alle kleuren samengaan met de altijd aanwezige blauw lucht. Floor merkt op dat een voorbij huppende kangoeroe goed in het plaatje zou passen.

5.21 - Australië | Karijini: Dales Gorge

We staan ‘s ochtends om 6.30 uur op voor een bezoek aan de Dales Gorge. Niet heel comfortabel want voor zonsopkomst is nog erg koud. Als de zon boven de horizon uitkomt, worden we al snel aangenaam verwarmd door de eerste zonnestralen. De vogels begeleiden ons met hun melodieën. Om de een of andere reden horen we in Australië dagelijks een nieuwe vogel, of het is een vogel die een enorme variëteit een melodietjes heeft? Hoe het ook is, in Australië zijn een heleboel vogels. Vanaf het uitzichtpunt kijken we dit keer honderd meter loodrecht naar beneden naar Circular Pool, zonder dat we andere mensen zien. Kijkend naar rechts zien we de Dales Gorges, waar we straks doorheen zullen lopen. Via een steile afdaling langs de rotswand komen we beneden in de kloof. Beneden lopen we eerst naar rechts, richting Circular Pool. Het door de zon beschenen deel van de rotswand wordt steeds groter. In het water dat in de kloof stroomt, wordt de roodverlichte rotswand gereflecteerd. De bodem en de wanden van de kloof zijn opgebouwd uit in rechte hoeken geërodeerde platen gesteente, die voor een groot deel bestaan uit ijzer en silicium. De rechte hoeken zijn gevormd door breuken, waarlangs de erosie (versneld) heeft plaatsgevonden. De bovenste laag van de wand, wordt gevormd door ‘ouderwetse’ rotsen. Deze laag is poreus, waardoor het water er door heen naar beneden in de kloof sijpelt en stroomt en op de niet waterdoorlatende laag terecht komt. Daar vormt het water watervallen, stroompjes en poeltjes. Het is voor het eerst dat we in Australië water horen stromen. Het geluid van een kabbelend beekje is toch fantastisch, vooral met een voor- en achtergrond van steeds roder wordende kloofwanden.

We ontbijten beneden bij Circular Pool. Het is een waar paradijs zo tussen het groen, aan het water en 100 meter in de aarde. Er is verder helemaal niemand en we horen ook niemand. We maken een wandeling door de gehele Dales Gorge naar de Fortescue Falls. De wandeling in de kloof is extra bijzonder, omdat er ook erg veel bomen in staan. Als een langwerpige groene oases tussen het dorre land er om heen. Fortescue Falls is bijzonder, vanwege de trapvormige opbouw en het water wat trapsgewijs naar beneden klatert. Het is inmiddels 9.30 uur en we zijn helemaal niemand
tegengekomen. Ook al is het de drukste tijd in Australië en is de camping helemaal vol, het is nog steeds mogelijk om alleen van een wandeling te genieten. Men staat niet vroeg op en over het algemeen zijn ze ook te lui of dik om een ‘grote’ afstand te lopen. We volgen de bovenrand van de kloof weer terug naar de camping. Vanaf dat punt is het zicht fantastisch op de rode kloof, het reliëf aan de overzijde en de begroeiing met pollen spinifex en de witte stammen van de eucalyptusbomen, die perfect verspreid op de hellingen staan. De lucht is diepblauw, de aarde paarsrood met daartussen de overal aanwezige termietenheuvels in de kleuren van het land.

We zijn terug op onze kampeerplek als het nog maar 10.30 uur is. We zijn er in geslaagd om dit gebied alleen, zonder andere mensen te zien en te beleven. Omdat we bij de tent A. last hebben van de vliegen en B. last hebben van de wind, gaan we na de lunch een educatieve activiteit ondernemen. We rijden naar het Visitor Center, waar ze een tentoonstelling hebben van het gebied. We leren er een hoop. Zo komen we te weten dat Karijini de Aboriginal naam is van de Hamersley Ranges. De Aboriginals hebben hier al duizenden jaren gewoond, maar zijn de laatste honderd jaar door de blanke stationhouders gebruikt als slaven. Tot de jaren zeventig van de vorige eeuw, moesten ze werken zonder dat ze daar een salaris voor kregen. Het is dus niet zo vreemd, dat de Aboriginals een probleem hebben met de blanken. Er wordt grootschalig ijzererts gedolven en er werd blauw asbest gewonnen. Zowel de lagen met ijzererts als het asbest zijn goed zichtbaar in de kloof. De gesteenten waar we hier tussendoor lopen zijn zo oud, dat ze geen fossielen bevatten om de hele simpele reden dat er 2,5-3,5 miljard geleden nog geen leven bestond, buiten de stromateolieten. Dit is fascinerend. Verder leren we nog dat het hele land tot voor kort volledig naar de kloten werd geholpen door het veel te grote aantal runderen en schapen, die de al arme en droge grond onherstelbaar beschadigden. Dingo’s werden afgeschoten omdat ze achter de schapen aanzaten. Geef die dingo eens ongelijk! Wat zijn mensen eigenlijk vreselijke schoften.

06 - Australië | De Pilbara

Met genoeg dollars op zak, zijn we bijna anderhalve maand geleden vertrokken, om meer dan voorheen onder de indruk te raken van Australië! West Australië wordt alleen maar mooier, ruiger, leger en minder ontwikkeld naar mate we verder komen. Vanaf Carnarvon volgden we de kust om uit te komen bij het Ningaloo Reef, waar we twee en een halve week hebben doorgebracht, waarna we landinwaarts zijn getrokken om de waanzinnige kloven en bergen van de Hamersley Ranges te exploreren. Afsluitend zijn we de grootste mijnen, de grootse auto's, de grootste treinen en de grootste schepen ter wereld tegen gekomen op weg naar Port Hedland aan de rand van de Great Sandy Dessert, waar we nu in de bibliotheek dit verslag zitten te tikken!

Ningaloo
Wat in Azië niet is gelukt vanwege het slechte weer, hebben we hier ruimschoots goed kunnen maken. Aan de westkust van Australië ligt het Ningaloo Reef, wat onwaarschijnlijk toegankelijk is. Vanaf onze kampeerplek in de duinen, was het 100 meter lopen naar het witte strand met het turquoise water van de Indische Oceaan! Het koraal, dat alle kleuren van de regenboog en alle denkbare vormen heeft, begon na een paar slagen zwemmen in het aangename water. Gewapend met snorkel en duikbril waren we iedere dag een paar keer te vinden op onze zoektocht naar de onderwaterbewoners! Conclusie: wat bestaan er veel vissen in alle kleuren en maten! We zwemmen met haaien,schildpadden en enorme roggen en Jeroen achtervolgd nog een dugong (zeekoe). De wateren hier zitten ook 'vol' met walvishaaien en humpback wales, maar we hebben niet het geluk deze tussen het rif tegen te komen. We hadden makkelijk nog een paar weken door kunnen snorkelen, want iedere keer 'ontdekten' we weer een paar nieuwe soorten, maar helaas sloeg het weer om! In Australië betekent dat het gaat waaien, waarbij de wind van Antarctica komt! Wat ze hier wind noemen, zouden we in Nederland een storm noemen!

Hamersley / Karijini
We gingen dus op weg naar het binnenland, want de hele kust was een niet aan te raden gebied. Zo reden we door de Hamersley Ranges op weg naar Tom Price om het Karijini Nationaal Park te bezoeken! Dit hele gebied (The Pilbara) is voor ons Australië; het is hier zo ontzettend mooi en indrukwekkend. De bergen in dit gebied hebben toppen tot 1.200 meter, maar zijn de restanten van een veel ouder en veel hoger gebergte! Het beeld wordt gevormd door een glooiend knetter rood landschap, dat helemaal vol staat met spinifex, wilde bloemen, termieten heuvels en de witte stammen van de eucalyptus die verspreid tussen het spinifex staan. In het vorige verslag hadden we al gerept over de miljoenen groen en rood tinten, maar dit bleek nog helemaal niets te zijn! We durven ook gerust te stellen dat je niet weet wat rood is, wanneer je niet in Australië bent geweest! Zowel zwart, paars als geel zijn rood varianten. Wauw!

Het hele gebied zit ook vol met kloven, waarvan de meest spectaculaire zijn gevoegd in het Karijini National Park! We hebben inmiddels al veel kloven gezien, maar dit slaat toch wel alles! Door de ouderdom van het
gebied en de eroderende werking van tijd, zijn gesteenten, die tot de oudste ter wereld behoren (2,5 - 3,5 miljard), blootgelegd! Het zijn dunne platen bestaande uit ijzer, silicium en asbest! De gesteenten zijn zo oud, dat er geen fossielen in te vinden zijn, om de hele simpele reden dat de gesteenten ouder zijn dan de oorsprong van het leven op aarde! Is dat niet ontzettend gaaf? Je kunt wandelingen maken door kloven, waarvan de wanden 100-120 meter loodrecht oprijzen! De wanden en de bodem worden gevormd door de in scherpe hoeken afgesleten dunne platen, alsof je door een 3-dimensionale puzzel loopt. In sommige kloven wordt de inspiratie en creativiteit van Floor de landschapsarchitect geprikkeld: in de kloven stroomt water (de eerste keer dat we in Australië stromend water zien en horen), er zijn sprookjesachtige poelen en watervallen en de vegetatie is divers! In andere kloven wordt de avonturier in ons geprikkeld: we klauteren door nauwe spleten, lopen tot onze oksels door ijskoud water (4 graden) om naar het diepste van de aarde te raken! Dit is echter niet zonder gevaar, want er is geen weg terug wanneer er iets fout gaat!

Mean Machines
Het gebied waar we ons nu bevinden zit stampvol met delfstoffen. Het gebied is de motor van Australië, wat zichtbaar is door de enorme hoeveelheid mijnen voor alles dat maar gemijnd kan worden! Wij hebben ons bezig gehouden naar een verder onderzoek over de mining van ijzererts! We hebben de grootste ijzerertsmijn ter wereld bezocht die werkt volgens het principe van 'dagbouw', wat wil zeggen dat er vanaf de oppervlakte wordt gegraven! Wat eerst een berg van 812 meter hoog was, is nu een gat van 460 meter diep, 5 kilometer lang en twee kilometer breed! In dat enorme gat rijden de grootste machines ter wereld, waarvan transport trucks 2 miljoen euro kosten en banden hebben van 3,6 meter in diameter! Ze vervoeren 200 ton ijzererts per keer en verbruiken 20 liter diesel per gereden kilometer! Per 24 uur verbruikt een truck 4.920 liter diesel! Het ijzererts wordt vervolgens vermalen en vermengd tot de optimale variant en met de langste treinen ter wereld (2,5 - 3,8 kilometer), naar de haven gebracht, waar het in de grootste schepen ter wereld wordt geladen! Deze schepen zijn tot 320 meter lang en varen een pendel tussen Australië en China/Japan, want 75 % van al het Australische ijzererts gaat naar Japan en China! Waar de trein niet wordt gebruikt, worden vrachtwagens gebruikt die hier de serieuze benaming van road trains hebben, want ze hebben vier bakken en een lengte van 50 meter!

En verder
We zijn nu in Port Hedland en we vertrekken straks in de richting van Broome, waarna we via de Kimberleys eerst op weg gaan naar Alice Springs om dan weer richting het noorden (Darwin) te gaan. De leegte van Western Australia is gigantisch. Je kunt hier uren rijden en helemaal niets tegenkomen en dan ook echt helemaal niets! Geen boom, geen huis, geen boerderij, geen tankstation, helemaal niets! We zijn nu langzaam op weg naar het tropische noorden van Australië, dus we zijn benieuwd wat dat wordt!
Ga naar boven