In de auto slapen was een goede beslissing. Niet alleen is het in de auto erg lekker en gezellig slapen en hebben we er geen last van de razende wind, ook is het lezen van een boek in het autobed erg relaxed. Dat het hard waaide werd benadrukt door onze slippers die een paar meter verderop in de struiken waren gewaaid. In de ochtend kregen we windkracht 60 voor de kiezen met polaire temperaturen. Het is nog maar acht graden met een gevoelstemperatuur die nog wel lager ligt. Het is dus een goede keuze om te vertrekken, want volgens de actuele weersverwachting blijft het tot vrijdag zo of zelfs nog erger. Het is overal koud. In Port Hedland wordt het niet warmer dan 14 graden en in het binnenland bedraagt de maximum temperatuur 7 graden. Zou het dan toch winter worden? In Exmouth doen we nog wat boodschappen, waarna we weer op weg kunnen. Alleen niet voordat ik nog een tweetal opvallendheden vermeld.

De eerste betreft het watertekort. Zowel Exmouth als Coral Bay zijn plaatsen in de woestijn. Er is geen zoet oppervlaktewater aanwezig. Je zou dus verwachten dat er op een verantwoorde wijze met het schaarse water zou worden omgegaan. Niet dus! De sprinklers staan werkelijk waar, 24 uur per dag aan om het gemeentegroen vochtig en dus groen te houden. Waarom? Het water wordt gepompt uit de diepe ijzerhoudende grondwaterlagen. Het grappige is dus dat waar wordt gesproeid er een ijzeroxide laag achterblijft, waardoor groen, straten en gebouwen een rode waas hebben. In de ‘weatbelt’ in het zuiden van Western Australia is het al vier van de laatste zes seizoenen te droog. Inmiddels is het zo dramatisch gesteld met de droogte het gebrek aan goede oogsten, dat zelfmoorden bij boeren een ‘normaal’ verschijnsel beginnen te worden. Veel boeren kiezen er dit jaar voor om niet eens de moeite te nemen om te zaaien, omdat er voorlopig geen regen wordt verwacht. Ook in de regio Perth is er veel te weinig neerslag gevallen. Het gaat dus helemaal niet goed, maar van waterbesparing hebben ze nog nooit gehoord. Men vindt dat er een enorme pijpleiding van de Kimberleys, een gebied met een wateroverschot, maar het midden en het zuiden moet worden aangelegd. Het is een typisch Amerikaanse aanpak, waarbij afgevraagd moet worden of er zo met water omgegaan moet worden. Hoe dan ook wordt daardoor het ecosysteem in het noorden aangetast. Wij zijn van mening dat de toekomst voor Australië in grootschalige en energie efficiënte ontziltingsunits. Er is hier namelijk geen gebrek aan zeewater en zonlicht. Ons idee: laat een club slimme mensen bij elkaar zitten met de opdracht iets goeds te maken met die twee elementen als uitgangspunt. Mocht daar een uiterst goed uitkomen, dan heeft Australië direct een goed exportproduct in handen.

De tweede opvallendheid betreft de dode kangoeroes die overal langs de weg liggen. Altijd weer is het een onprettig gezicht, wat erger wordt naarmate het kadaver al in verdere mate van ontbinding verkeerd. De weeïge stank die je dan krijgt blijft als een vettige waas een tijdje in de auto hangen. Het enige voordeel van een vers aangereden kangaroe is dat het zeer indrukwekkende en grote wedge tailed eagles aantrekt. Vlak langs de weg en opvliegend doordat we passeren, wordt de indrukwekkendheid versterkt tot WAUW! Voor Australiërs behoort het doodrijden van kangoeroes tot een normale gang van zaken. Als je een kangaroe op de weg zit zitten moet je deze niet proberen te ontwijken, maar met de linkervoorkant van de auto te raken, waardoor de kangaroe met een mooie boog in de berm beland, met de minste schade aan je auto. Remmen mag natuurlijk ook! We vragen ons wel hoe een aanrijding met een rode reus verloopt. Je ziet deze genoeg langs de weg liggen, maar we zien weinig auto’s met serieuze schade. We vinden het echter een schande dat er zoveel kangoeroes worden doodgereden in de nationale parken. Je weet dat er kangoeroes zijn en je wordt verzocht om langzaam te rijden. Maar ja, je doet niets tegen een patserige Aussie in een dikke auto met een bullbar, die zich daardoor onoverwinnelijk voelt. Aussies en natuur gaan vaak op een aparte en eenzijdige manier samen. Net als voor Chinezen is de natuur een attractie of in ieder geval een gebruiksvoorwerp. Natuur betekent niet direct dat je er op een verantwoordelijke manier mee hoeft om te gaan. De mening van de Australiër is dat ze ruimte en natuur genoeg hebben en je mag er dus op een overeenkomstige manier mee omgaan. Als veel mensen zo blijven denken zal er maar weinig overblijven.

We zijn ondertussen nog steeds op weg uit Exmouth. We hebben besloten dat we als eerste naar Karijini NP gaan, want is aan de gehele kust koud met veel wind, waardoor zwemmen in de zee geen pretje is. Nu we weer bereik hebben met de telefoon ontvingen we een SMS bericht van een paar dagen oud, van het Engelse stel dat we in Coral Bay waren tegengekomen. Ze vroegen zich af waar we waren, want het leek ze wel gezellig om Damen een borrel te drinken……. In Darwin! In anderhalve week zijn ze door het mooiste gebied van Western-Australië getrokken en hebben ze 3.000 kilometer afgelegd. Zijn ze wel helemaal lekker? Wij rijden door een enorm uitgestrekte leegte naar de 150 kilometer verder gelegen Giralia Station, waar we kunnen kamperen. De toegang tot Giralia wordt gevormd door een vier kilometer lange oprijlaan bestaande uit donkerrode aarde (kleur gravel van tennisbaan). We worden begroet door drie honden van de categorie ‘veel blaffen, weinig effect’. Van de heer des station mogen we voor $ 16 een mooie plek uitzoeken, wat voor ons zoveel betekent als een windluwe plek achter een dichte groene zone. Het is lekker rustig en er zijn warme douches. De eerste warme douche in tweeënhalve week. We waren dan wel niet vies, maar zeker wel zout. Als je met je nagel over je hoofdhuid schraapt, haal je er toch wel een behoorlijke klont zout weg. Met je hoofd in een emmer warm water hangen, zal resulteren in een krachtige bouillon.

We zijn nu in een echt Australisch boerenland. Rechts van ons staan de schaapscheerderstallen, voor de schapen die ergens op het land ter grootte van half Nederland zouden moeten staan. Dat land zie ik voor en me en bestaat uit dor-geel lang gras, met daartussen een incidentele droevige boom. Ook rechts van mij zie ik een zwarte Aboriginal die hier werkt. Volgens de Australiërs is de enige goede Aboriginal er eentje die werkt. Het zit hier helemaal vol met witte kaketoes (corella’s), die zich om de zoveel tijd in een enorme witte vlucht verplaatsen. Het waarom er achter verklaard zich vooralsnog niet nader. Achter me zie ik het restant van een windmolen, dat het slachtoffer is geworden van de verwoestende cycloon Vince, die in 1999 de gehele station heeft platgelegd. Aan de Aboriginal, die zijn batterijen kookt in water om ze op te laden, vragen we waar de schapen ergens zijn. We kunnen echter niet meer informatie aan hem ontfutselen dan ‘No, we don’t have sheeps anymore’, Al met al dus een goede en vruchtbare dialoog. We delen de faciliteiten met een ouder Belgische kakstel dat ongelooflijk loopt te zeiken over het gebrek aan faciliteiten. Dit gezelschap is zo onprettig dat we veel liever een wandeling maken over de dieprode Flying Doctors Airstrip, die in de nog veel rodere bush ligt, om vanaf daar de zon te zien ondergaan. De ondergaande zon doet het hele rode landschap veranderen in een donkerpaarse lapjesdeken. Buiten de drukke (toeristen)plaatsen is Australië echt onwijs mooi. Dit is voor ons het echte Australië.
We worden om 6.00 uur gewekt door het geluid van een voor ons nieuwe vogel, die recht boven onze tent op een tak zit. De vogel brengt het geluid voort dat niet zou misstaan als alarmsignaal bij een op ontploffing staande kerncentrale. We willen vroeg op pad om vandaag een mooie plek langs het rif te bemachtigen. Een minuut voordat wij klaar zijn om te vertrekken, rijdt er een busje met Fransen van de camping weg. Shit! We moeten in het donker langzaam rijden, want overal staan kanga’s (roo’s) op en naast de weg. Al snel zien we het busje met Fransen rijden. Het is een beetje asociaal om ze in te halen, want ze zijn gewoon eerder. We blijven dus rustig achter ze rijden. Als ze besluiten om dertig te gaan rijden vragen ze er alleen wel om. Als allereerste staan we daarom om 7.00 uur bij de ingang van het NP, waar je gewoon door kunt rijden, ware het niet dat we een kampeerplek willen hebben. Omdat de ranger pas om acht uur komt, hebben we nog ruim de tijd om water te koken voor de koffie en thee en om een eitje te bakken. Al snel staan we met vier auto’s te wachten. Het zijn alleen maar jongeren. We hadden eigenlijk verwacht dat er vooral bejaarden met hun caravans zouden staan. Als de ranger er is, opent hij rustig het loket. Dan neemt hij via de radio contact op met de verschillende campgrounds. ‘ Ranger for Lakeside, do you have spots available today?’ Het antwoord is een positieve. Er wordt contact gezocht met de andere campings, waaruit blijkt dat er nog een aantal plekken beschikbaar zijn. Omdat wij als eerste in de rij staan, hebben wij de mogelijkheid als eerste te kiezen. Dit is een bijzonder goed systeem. Het is eerlijk en zorgt er voor dat je niet hoeft te zoeken naar een plek. Je moet er alleen wel vroeg voor opstaan. Wij kiezen voor Lakeside, omdat je er direct vanaf het strand kunt snorkelen. Als we niet binnen een uur zijn gearriveerd, wordt de plek weer vergeven.

Het is 12 kilometer rijden naar campground Lakeside. We melden ons bij de host (de kampcommandant) die hier voor een half jaar staat. Het is een super vriendelijke man aan wie we $ 10 per nacht zijn verschuldigd. We krijgen een eigen kampeerbaai toegewezen, welke enigszins is beschut tegen de wind. In totaal zijn er zeven plaatsen. Het waait nogal hard, maar verder is het hier helemaal perfect. We kijken uit over een met water gevulde kreek, daarachter ligt de groen/bruine bush. Daar weer achter ligt de langgerekte heuvelrug van Cape Range. Vanaf ons kamp moeten we twee meter lopen om zicht te hebben op het turkooizen water van de oceaan. Voor het witte strand moeten we 50 meter lopen en het koraal begint op een paar meter van het strand. Als we ons kamp in alle rust hebben opgezet gaan we in de middag snorkelen. Voor het eerst in het water van het Ningaloo Reef en ik heb direct contact met een Green Turtle. Deze laat me rustig 15 minuten mee zwemmen, zodat ik goed kan zien hoe de schildpad door het water zwemt. Ik kan het schild van het dier met mijn hand opmeten, waardoor ik er achter kom dat deze minimaal een meter groot is. De schildpad lijkt zich in het geheel niet aan mijn aanwezigheid te storen. Wat is de natuur gaaf.

Het water is helaas niet echt warm, waardoor je na een tijdje het water moet verlaten om weer op te warmen. Vanaf het rustige witte strand kun je goed zien waar het ‘outer reef’ ligt. Namelijk daar waar de golven breken en er dus een witte schuimkraag zichtbaar is. De donkere plekken in het water geven de plaatsen aan waar het koraal of het zeegras zit. Onder de lichtblauwe delen ligt de zanderige bodem. Als ik voor de tweede keer het water in ga, ontdek ik een langgerekte koraalzone met meer kleur en meer vis. Ik cirkel er om heen en denk een hele grote vis te zien. Het blijkt een hele grote pijlstaartrog te zijn, die groter is dan ik. Hij of zij zwemt rustig door het water, terwijl het als UFO gevormde lichaam, golvende bewegingen maakt. De rog nestelt zich op de bodem, waar nog zo’n grote unit ligt. Terwijl ze beiden op het witte zand van de zeebodem liggen, lijken ze mij met hun ogen, die bovenop hun lijf zitten, in de gaten te houden. Ze stijgen op, waarna ze langzaam om mij heen beginnen te cirkelen. Een exemplaar komt langzaam naar mij toe gezwommen. Ik weet dat de aanraking van de staart in het geheel niet prettig is. Ik besluit dat het daarom beter is om weg te gaan. Ik zwem terug naar het strand, waar ik geheel onder de indruk, Floor van sterke verhalen kan voorzien.

De avond valt langzaam boven Lakeside. Tussen 17.00 – 18.00 uur is er altijd happy hour. Dit is een sociaal gezelschapuurtje voor de mensen die hier op de campground staan. Op deze eerste dag zijn we alleen meer geïnteresseerd in de zon, die als een grote oranje bol onder gaat in het water van de Indische Oceaan. Dit zien we recht voor onze neus gebeuren, terwijl we met een glas wijn op het strand zitten. Als het helemaal donker is geworden, ontvouwd zich de nachtelijke sterrenhemel. Doordat de maan zich nog achter de horizon bevindt en we ons midden in de natuur in een vlak landschap aan zee bevinden, is het aantal zichtbare sterren belachelijk en onvoorstelbaar groot. Er is geen spatje lichtverontreiniging te zien. Als je probeert je een zo groot mogelijk aantal sterren voor te stellen, dan nog kom je niet in de buurt van de sterrenhemel boven Ningaloo.
Na een luidruchtige nacht, worden we wakker onder een dikker wordend wolkendek. Wat is dat nou? Wordt het weer zo’n actie van Jeroen en Floor die aan het strand zijn. Aangezien wij denken dat er veel betere plekken aan het rif te vinden zijn dan dit pretpark, besluiten we om weg te gaan. Met twee Engelsen die we hebben ontmoet besluiten we om samen naar Exmouth te reizen, want het is misschien wel leuk om de komende dagen samen te kamperen. Het landschap gedurende de 160 kilometer naar Exmouth is zoals verwacht weer erg afwisselend. Op lage grassen en struiken na is het land geheel leeg. Dit is een landschap waarin we ons al sinds Shark Bay bevinden. De rode termietenheuvels zorgen voor afwisseling in deze monotonie. We rijden Exmouth binnen aan de kant waar een grote ‘marina’ in combinatie in combinatie met dure (vakantie)woningen wordt ontwikkeld. Het blauwe water van de zee wordt de nieuwe wijk binnengeleid. Het moet worden gezegd dat het er op het plaatje erg goed uit ziet. De locals vinden deze ontwikkeling maar niets, want vroeg of laat zal de nieuwe wijk worden platgelegd door een cycloon. In 1999 lag Exmouth in de baan van een categorie 5 cycloon, wat de zwaarst mogelijke is. Er is toen niet veel van Exmouth overeind gebleven.

Ook Exmouth is een toeristenplaats. We rijden langs twee grote en overvolle campings. Overal hangen grote en kleine affiches van de Whale Shark Tours, waar het Ningaloo Reef om bekend is. Walvishaaien zijn de grootste vissen die er zijn. Ze komen overal in de tropische en warmere wateren van de oceanen voor, maar het Ningaloo Marine Park is een van de weinige plaatsen ter wereld, waar ze in de periode maart-juli gegarandeerd vlak voor de kust zijn te zien. Vanuit Exmouth vertrekken tours die je voor $ 130 per persoon de gelegenheid bieden om met een whale shark te zwemmen. Het wordt gebracht als een hele bijzondere ervaring, maar naar onze mening is het niet veel meer dan een hype. We zien er de lol niet van in, om samen met 20 anderen op een van de zes boten op zoek te gaan naar een walvishaai, om vervolgens met tientallen tegelijk in het water te liggen om te kunnen zeggen: ‘wauw, ik heb met een walvishaai gezwommen’. Met een vliegtuigje wordt iedere dag naar de walvishaaien gezocht. Vervolgens worden de boten er naar toe geleid. Leuk! Wij beleven de natuur liever op een meer spontane wijze. Zie we nu geen walvishaai, dan wellicht een keer in de komende veertig jaar. Je kunt en moet niet alles willen zien en zeker niet door middel van een tour. We zijn zoals gewoonlijk natuurlijk een minderheid met deze eigenwijze gedachte, omdat bijna iedereen die in deze periode naar Exmouth gaat wel met zo’n tour meegaat. Walvishaaien zijn hier big business.

In het informatiecentrum van Exmouth vragen we naar informatie over de kampeermogelijkheden in het nationale park. Er wordt ons verteld dat er nu waarschijnlijk geen kampeerplekken beschikbaar zijn. Voor ons geldt dat de campings in Exmouth er nou ook niet bepaald aanlokkelijk uit zien. De twee Engelsen beginnen te piepen, want ze vinden een douche toch wel erg belangrijk en denken toch liever in Exmouth te blijven. Aangezien wij geen zin hebben in gedoe en er ook geen behoefte aan hebben om in deze toeristenplaats te blijven, besluiten we om het maar gewoon te gaan proberen. De mazzel. In de winkel slaan we levensmiddelen in voor de komende dagen. We voelen ons hier zeer ongemakkelijk. Waar komen al die toeristen en backpackers in een keer allemaal vandaan? De mensen zijn veel te jong of veel te oud. Waar zijn ‘ons-soort-mensen’? We moeten hier weg. Het kan echt wel beter dan dit.

Zo rijden we vanuit Exmouth in noordelijke richting om Cape Ranges te ronden, waarna we parallel aan de zee in zuidelijke richting naar het NP rijden. Onderweg passeren we een tweetal campings vlak aan zee die er al een stuk beter uitzien dan die overvolle grasvelden in Exmouth, die als campings moeten doorgaan. Bij de ingang van het NP wordt ons door de ranger verteld dat alle kampeerplekken inderdaad zijn bezet. Volgens dezelfde ranger moeten we het morgenochtend vroeg maar proberen, want er is altijd een kans dat er ’s ochtends een plek vrij komt. We balen stiekem wel een beetje, maar weten natuurlijk ook wel dat we echt niet hadden kunnen verwachten nog een bushcamping aan zee te kunnen vinden om 14.00 uur. We rijden terug naar de eerste camping voor het National Park. Het is een station en camping met de naam Yardie Homestead Caravan Park, waar we voor $ 18,50 een plek krijgen op een bijna leeg grasveld. Na de herrie in Coral Bay is dit een verademing. Dit soort kleine campings passen veel beter bij ons.

5.04 - Australië | Coral Bay

Vandaag maken we er met onze vier nieuwe vrienden een stranddag van. Vanaf de camping lopen we naar het strand en dan is het nog ongeveer een kilometer links aanhouden. Het is daar rustig, want de meeste mensen zijn veel te lui om een stuk te lopen. Vanaf het punt, waar we ons basiskamp maken, is het een paar meter zwemmen tot het grote veld met koraal. Het nadeel is dat er veel wind staat, waardoor het water vrij troebel is en het ook vrij koud is, wanneer je weer uit het water komt. Het koraal heeft hier niet veel kleur, wat door de temperatuur van het water komt. Warm water geeft gekleurd koraal en het koude water zorgt voor ongekleurd koraal. Grote constructies van koraal zijn zichtbaar in het water. Enorme schelpen, kasstelen met kantelen, geweien met een groot aantal zijtakken en kandelaren. Al deze constructies komen we tegen. Het levende koraal wuift mee met de deinig en stroming van de zee. Het dode koraal is hard als steen, omdat het uitwendige skelet van kalk is achtergebleven. Veel vis is er niet te zien. Grote snappers houden zich op boven het zand en tussen het koraal zien we kleine aantallen gekleurde vissen. Het zijn hier niet de aantallen die we in Quobba hebben gezien. Floor begint haar angst gelukkig langzaam te overwinnen en durft al wat verder het water in. Ik zie uit mijn ooghoek een schim van iets dat de vorm en grootte van een haai heeft wegschieten. Cool.

Ondanks het mooie koraal moeten we ons wel de vraag stellen of we het hier wel zo leuk vinden. Het is dan wel een plaatje waarvan je heel warm wordt als je zo’n plaats ergens afgebeeld ziet staan. Het is ook een plaatje waarmee je mensen erg jaloers kunt maken, maar dat plaatje zou alleen maar een oppervlakkig beeld schetsen van deze plek. Coral Bay heeft ook een groot aantal nadelen, waarvan de belangrijkste is dat het hier gewoon veel en veel te toeristisch is. Als je een stukje over het strand loopt ben je wel weer met weinig anderen, maar het water wordt wel door heel veel mensen gebruikt. Vanaf het strand in Coral Bay worden grote aantallen patser boten te water gelaten, die heen en weer over het rif varen. In het water moet je serieus opletten dat je niet wordt overvaren. Het is dan ook weer typisch Australisch: dit is zogenaamd een beschermd gebied, maar je kunt vervolgens wel alles doen met je boot. Voor Australiërs geldt het gezegde: ‘ik vis, dus ik ben’. Ook hier gaat dat op. De mensen staan hier niet met hun hengels niet op het strand, maar ze gaan met hun boot boven het rif liggen om daar tussen de snorkelende mensen te vissen. Er bestaan wel regels, maar die meer betrekking op de minimale grootte van een vis die er gevangen mag worden. Iets ten noorden van Coral Bay ligt zelfs een gebied waar je op het rif mag spelen met je waterscooter. Waarom zou je dat überhaupt boven een rif willen en moeten doen? Er zijn hier gewoon te veel mensen. Het is hier eigenlijk niets meer dan een ordinair pretpark. Terug op de camping blijkt dat privacy hier ook niet bestaat. We zijn volledig ingebouwd, terwijl de rest van de camping nog lege plekken genoeg heeft. Op deze camping zijn ze alleen maar uit op je geld. In het bieden van kwaliteit zijn ze niet geïnteresseerd. De camping is al duur, maar wil je de BBQ gebruiken, dan moet je daar nog steeds 1 dollar voor betalen. Hier zijn dan wel weer veel jongeren, maar daardoor is eigenlijk niets anders dan een partycentrum. Het vinden van gelijkgestemden is moeilijk.
We hadden eigenlijk gepland om nog een dag langer in Quobba te blijven, ware het niet dat onze brander kapot is en we weer 90 kilometer terug moeten rijden naar Carnarvon. In Carnarvon vullen we onze versvoorraad aan en schaffen een nieuw kooktoestel aan voor $ 30. We kopen er direct 12 gasflessen bij voor $ 2,50 per stuk. We trakteren ons nog een keer op een mok cappuccino op het terras. Het is behoorlijk relaxed dat we weer genoeg geld hebben, waardoor we wat meer kunnen genieten. Bij het tankstation vullen we onze jerrycans met water, want de komende 610 kilometer is water schaars. Vanaf Carnarvon is het ruim 200 kilometer naar Coral Bay. We zijn die lange afstanden inmiddels wel gewend, maar voor iemand die nog nooit in Australië is geweest zullen deze afstanden niet zijn voor te stellen. Helmaal niet omdat je gedurende die 200 kilometer helemaal niets tegenkomt. De lucht is zoals gewoonlijk blauw, zonder dat er ook maar een wolkje is te zien. De bush waar we doorheen rijden is vergelijkbaar met een licht glooiend vergeeld en vergrasd heidelandschap. Zo ongeveer 50 kilometer voor Coral Bay zien we dat er een steeds groter wordend aantal termietenheuvels in het landschap staat. Eerst zien we er maar een en dan zien we er honderden zover het oog reikt. Ze hebben stuk voor de stuk de kleur van de rode aarde in variëren in hoogte van halve tot ruim twee meter. Een nadere inspectie van deze bouwwerken zal zeker volgen. We registreren dat we om 13.14 uur de Tropic of Capricorn kruizen. Volgens Floor ‘een zeer bijzondere ervaring, die nog enige tijd natintelde in mijn buik!’ Coral Bay is een toeristenplaats van de eerst orde. Het ligt bij het meest zuidelijke punt van het Ningaloo Reef. Coral Bay is beroemd omdat het koraal hier een meter van het strand al begint. Er zijn hier twee grote, drukke en veel te dure campings. Wij zoeken de minst beroerde van de twee uit, waar we nog steeds $ 25,75 moeten betalen voor een plek zonder schaduw. Hoe durven ze dit soort absurde bedragen te vragen. Het is de duurste camping sinds Melbourne. Het is vandaag knetter warm, waarvan we meten dat het 33 graden in de schaduw is. Dit is wel weer een riante temperatuur om te zwemmen. Naast onze komt een stel te zijn dat sinds hun auto in Perth is komen de overlijden, al liftend verder aan het reizen is. We gaan met elkaar naar het strand, waar we nog een paar mensen ontmoeten. We kunnen gerust stellen dat Coral Bay onze eerste tropische strand ervaring is. Wat we hebben gezocht in Azie, hebben we hier gevonden. De zee is turkoois en donker blauw, het strand is wit, de lucht is blauw en de zon gaat hier langzaam onder in een oranje bol. Het enige nadeel is dat het water van de zee nog steeds niet warm is. Dit is wel een plek waarbij je zou willen dat je nu een telefoon met camera zou hebben, om een foto te kunnen sturen naar de werkende mensen thuis. Al snorkelend in de baai komen we een paar roggen en een shark ray, dat inderdaad qua beeld een kruising is tussen een rog en een haai. Veel meer vissen zijn er niet te zien. Door al het op- wervelende zand is het water in de baai voor de campings erg troebel. Het zichtbare koraal is van het type dood. We denken dat het is veroorzaakt door het grote aantal boten dat hier te water wordt gelaten en door het water ploegt.
We rijden weg van de camping in Hamelin, waarvoor we $ 36 moesten betalen. Ze durven wel enorme tarieven te vragen voor dat beetje voorzieningen en een stoffig veldje. De Greyhound naar Perth zou volgens planning om 8.25 uur vertrekken en men wordt verzocht om 30 minuten voor tijd aanwezig te zijn. Wij zijn op tijd, maar de bus is verre van op tijd. We wachten en wachten nog wat langer. Om 8.30 uur is er nog geen bus. Om 9.00 uur is er nog steeds geen bus. Wel komt er een bandlid van ZZ-Top uit het roadhouse gelopen, die in zijn roadtrain stapt. Om 9.15 uur komt de bus aangereden, waarna het hele ritueel van uitstappen, instappen, wisseling van chauffeur, koffie drinken, peukje roken, enz. nog moet plaatsvinden. Na een vertraging van anderhalf uur zwaaien we onze vrienden uit. Zij zullen in Perth met het vliegtuig naar Cairns gaan voor hun laatste twee weken in Australië.

Wij zijn weer op elkaar aangewezen. We hebben het ontzettend naar ons zin gehad zo met z’n vieren. Het is jammer dat ze nu weer weg zijn. We hebben deze vakantie met hun wel even nodig gehad. Heerlijk Nederlands praten met vrienden die ons goed kennen. We zijn gelukkig niet zo verandert dat de vriendschap niet meer werkt. Het is erg fijn om te weten dat we zulke vrienden hebben in Nederland. Dit is een reden om terug te gaan naar Nederland. Voor nu is het op naar Carnarvon. Vanaf Overlander wordt het landschap direct anders. Het wordt kaler en droger. Hier lijkt toch echt iets van een woestijn te beginnen. De 200 kilometer lange weg naar Carnarvon is weer van het type recht. De incidentele bocht in de weg lijkt er alleen te zitten omdat de wegwerkers naar elkaar toewerkten en daarbij niet helemaal uitkwamen. Zo’n incidentele bocht is toch wel spannend. ‘Heb je het stuur goed vast?’ We komen aan in Carnarvon, nadat we vanaf Denham 350 kilometer hebben gereden. Het is hemelsbreed een afstand van nog geen 100 kilometer, maar het water maakt deze omweg noodzakelijk.

In Carnarvon blijkt direct dat we aan een nieuw deel van de reis zijn begonnen. We bevinden ons in een subtropisch landschap, met een overeenkomstig klimaat. Doordat de Cascoyne River hier uitmondt in zee is dit gebied vruchtbaar, dit in tegenstelling tot de omringende woestijn. De Tropic of Capricorn (Steenboks-keerkring) bevindt zich nog maar 150 kilometer ten noorden van ons. De luchtvochtigheid is hier veel hoger dan waar we vandaag zijn gekomen. Gelukkig hebben we de koude nachten in Perth achter ons gelaten. We komen langs de eerste bananenbomen, mango’s en gezond uitziende palmbomen. Ook de insecten zijn hier van een serieus formaat. Motten met een lengte van 15 centimeter, krekels met een formaat als dat van een kleine muis en mieren die met hun lengte van 5 centimeter indruk maken. Waar zijn de enorme spinnen? Grappig om te beseffen dat we in Australië, al rijdend in noordelijke richting, exact hetzelfde mee maken als in Azië in zuidelijke richting: ander klimaat, andere gewassen, andere mensen. In Carnarvon komen we zelfs Vietnamezen tegen die met strohoed op hun land werken. Volgens onze informatie zijn hier een groot aantal plantages waar wij zouden kunnen werken. We rijden een rondje door Carnarvon en signaleren dat er een groot aantal camping is en dat er hier een Woolworths zit. Dit is erg gunstig, want onze voorraden zijn tot een minimum bestaansniveau gedaald. We trekken de conclusie dat Carnarvon Caravan Park de meeste geschikte camping is voor ons. Het is ook de goedkoopste. Per dag bedragen de kosten $ 16 of $ 80 per week. We claimen een groot stuk zacht gras, wat vanaf dat moment dienst doet als officiële plaats. Dan is het tijd om uitgebreid te chillen.

06 - Australië | De Pilbara

Met genoeg dollars op zak, zijn we bijna anderhalve maand geleden vertrokken, om meer dan voorheen onder de indruk te raken van Australië! West Australië wordt alleen maar mooier, ruiger, leger en minder ontwikkeld naar mate we verder komen. Vanaf Carnarvon volgden we de kust om uit te komen bij het Ningaloo Reef, waar we twee en een halve week hebben doorgebracht, waarna we landinwaarts zijn getrokken om de waanzinnige kloven en bergen van de Hamersley Ranges te exploreren. Afsluitend zijn we de grootste mijnen, de grootse auto's, de grootste treinen en de grootste schepen ter wereld tegen gekomen op weg naar Port Hedland aan de rand van de Great Sandy Dessert, waar we nu in de bibliotheek dit verslag zitten te tikken!

Ningaloo
Wat in Azië niet is gelukt vanwege het slechte weer, hebben we hier ruimschoots goed kunnen maken. Aan de westkust van Australië ligt het Ningaloo Reef, wat onwaarschijnlijk toegankelijk is. Vanaf onze kampeerplek in de duinen, was het 100 meter lopen naar het witte strand met het turquoise water van de Indische Oceaan! Het koraal, dat alle kleuren van de regenboog en alle denkbare vormen heeft, begon na een paar slagen zwemmen in het aangename water. Gewapend met snorkel en duikbril waren we iedere dag een paar keer te vinden op onze zoektocht naar de onderwaterbewoners! Conclusie: wat bestaan er veel vissen in alle kleuren en maten! We zwemmen met haaien,schildpadden en enorme roggen en Jeroen achtervolgd nog een dugong (zeekoe). De wateren hier zitten ook 'vol' met walvishaaien en humpback wales, maar we hebben niet het geluk deze tussen het rif tegen te komen. We hadden makkelijk nog een paar weken door kunnen snorkelen, want iedere keer 'ontdekten' we weer een paar nieuwe soorten, maar helaas sloeg het weer om! In Australië betekent dat het gaat waaien, waarbij de wind van Antarctica komt! Wat ze hier wind noemen, zouden we in Nederland een storm noemen!

Hamersley / Karijini
We gingen dus op weg naar het binnenland, want de hele kust was een niet aan te raden gebied. Zo reden we door de Hamersley Ranges op weg naar Tom Price om het Karijini Nationaal Park te bezoeken! Dit hele gebied (The Pilbara) is voor ons Australië; het is hier zo ontzettend mooi en indrukwekkend. De bergen in dit gebied hebben toppen tot 1.200 meter, maar zijn de restanten van een veel ouder en veel hoger gebergte! Het beeld wordt gevormd door een glooiend knetter rood landschap, dat helemaal vol staat met spinifex, wilde bloemen, termieten heuvels en de witte stammen van de eucalyptus die verspreid tussen het spinifex staan. In het vorige verslag hadden we al gerept over de miljoenen groen en rood tinten, maar dit bleek nog helemaal niets te zijn! We durven ook gerust te stellen dat je niet weet wat rood is, wanneer je niet in Australië bent geweest! Zowel zwart, paars als geel zijn rood varianten. Wauw!

Het hele gebied zit ook vol met kloven, waarvan de meest spectaculaire zijn gevoegd in het Karijini National Park! We hebben inmiddels al veel kloven gezien, maar dit slaat toch wel alles! Door de ouderdom van het
gebied en de eroderende werking van tijd, zijn gesteenten, die tot de oudste ter wereld behoren (2,5 - 3,5 miljard), blootgelegd! Het zijn dunne platen bestaande uit ijzer, silicium en asbest! De gesteenten zijn zo oud, dat er geen fossielen in te vinden zijn, om de hele simpele reden dat de gesteenten ouder zijn dan de oorsprong van het leven op aarde! Is dat niet ontzettend gaaf? Je kunt wandelingen maken door kloven, waarvan de wanden 100-120 meter loodrecht oprijzen! De wanden en de bodem worden gevormd door de in scherpe hoeken afgesleten dunne platen, alsof je door een 3-dimensionale puzzel loopt. In sommige kloven wordt de inspiratie en creativiteit van Floor de landschapsarchitect geprikkeld: in de kloven stroomt water (de eerste keer dat we in Australië stromend water zien en horen), er zijn sprookjesachtige poelen en watervallen en de vegetatie is divers! In andere kloven wordt de avonturier in ons geprikkeld: we klauteren door nauwe spleten, lopen tot onze oksels door ijskoud water (4 graden) om naar het diepste van de aarde te raken! Dit is echter niet zonder gevaar, want er is geen weg terug wanneer er iets fout gaat!

Mean Machines
Het gebied waar we ons nu bevinden zit stampvol met delfstoffen. Het gebied is de motor van Australië, wat zichtbaar is door de enorme hoeveelheid mijnen voor alles dat maar gemijnd kan worden! Wij hebben ons bezig gehouden naar een verder onderzoek over de mining van ijzererts! We hebben de grootste ijzerertsmijn ter wereld bezocht die werkt volgens het principe van 'dagbouw', wat wil zeggen dat er vanaf de oppervlakte wordt gegraven! Wat eerst een berg van 812 meter hoog was, is nu een gat van 460 meter diep, 5 kilometer lang en twee kilometer breed! In dat enorme gat rijden de grootste machines ter wereld, waarvan transport trucks 2 miljoen euro kosten en banden hebben van 3,6 meter in diameter! Ze vervoeren 200 ton ijzererts per keer en verbruiken 20 liter diesel per gereden kilometer! Per 24 uur verbruikt een truck 4.920 liter diesel! Het ijzererts wordt vervolgens vermalen en vermengd tot de optimale variant en met de langste treinen ter wereld (2,5 - 3,8 kilometer), naar de haven gebracht, waar het in de grootste schepen ter wereld wordt geladen! Deze schepen zijn tot 320 meter lang en varen een pendel tussen Australië en China/Japan, want 75 % van al het Australische ijzererts gaat naar Japan en China! Waar de trein niet wordt gebruikt, worden vrachtwagens gebruikt die hier de serieuze benaming van road trains hebben, want ze hebben vier bakken en een lengte van 50 meter!

En verder
We zijn nu in Port Hedland en we vertrekken straks in de richting van Broome, waarna we via de Kimberleys eerst op weg gaan naar Alice Springs om dan weer richting het noorden (Darwin) te gaan. De leegte van Western Australia is gigantisch. Je kunt hier uren rijden en helemaal niets tegenkomen en dan ook echt helemaal niets! Geen boom, geen huis, geen boerderij, geen tankstation, helemaal niets! We zijn nu langzaam op weg naar het tropische noorden van Australië, dus we zijn benieuwd wat dat wordt!
Ga naar boven