5.19 - Australië | Tom Price

Het opstaan was geen pretje vanwege de kou. Volgens de thermometer was het zo’n acht graden, maar de wind… en die bleef ook maar waaien. Met een dikke trui naar het badhok om zo lang mogelijk en zo heet mogelijk te douchen om door te warmen. Gelukkig is het in Tom Price erg prettig. De mensen zijn er vriendelijk, het stadje is erg groen, de wegen en straten hebben bochten, er zijn heuvels en we worden niet besodemieterd in de supermarkt. Tom Price is een van de betere plaatsten die we in Australië zijn tegengekomen. Het is een mijnstadje en de mensen verdienen zich het apelazarus. Mijnbouw is booming, dat hebben we ook al kunnen lezen in de krant. Er wordt ontzettend veel personeel gevraagd. Het probleem is alleen dat er geen betaalbare woonruimte beschikbaar is. De prijzen van de beperkt beschikbare woningen ligt al snel op het dubbelde niveau als in Perth. We spreken met een man die tijdelijk op de camping woont, omdat hij hoogspanningsnetwerken in de regio onderhoud. Hij ontvangt $ 200 vergoeding per dag voor zijn overnachting, terwijl hij op deze camping ‘maar’ $ 60 kwijt is. Hij vindt dus allemaal wel best en na een paar maanden gaat hij weer terug naar zijn eigen huis in Perth. Voor mensen die hier vast aan de slag gaan ligt het anders. Omdat zij geen betaalbare woning kunnen vinden, wonen ze noodgedwongen op de camping. Het mijnbedrijf biedt goedkope woningen aan voor de mensen die minimaal een half jaar in dienst zijn. Nou werk je al vrij snel voor de mijn, wat het is een reusachtig bedrijf. Tom Price is feitelijk in eigendom van het bedrijf, evenals het spoorweg netwerk, de havenfaciliteiten in Dampier, elektriciteitscentrales, het hoogspanningsnet, wegen en dan kunnen we nog wel even doorgaan. In Tom Price doen we de boodschappen voor de hele week. Sinds Melbourne hebben we de Coles kunnen vermijden, maar hier hebben we geen alternatief. De Coles blijkt onverwacht een fijne winkel te zien met veel keuze en normale prijzen. Een groot verschil met de afzetters van de IGA in Exmouth. We kunnen hier ook weer tanken voor $ 1,52 in plaats van de $ 1,64 waar ze in Exmouth om vroegen.
Vliegen blijven ongelooflijk irritant. Het feit dat er altijd zoemende insecten rond je hoofd zwermen went wel, maar de wijze waarop die kleine vliegen je het leven zo zuur mogelijk proberen te maken, went echt niet. Hoe warmer en droger het ergens is, hoe meer er van zijn. Altijd kruipen ze achter je bril, blijven net zo lang rond je hoofd zoemen tot je er gek van wordt. Ze kruipen met z’n zessen tegelijk in je oren en je neus en dan vooral als je probeert te schrijven of ergens een foto van probeert te maken. Alleen al vanwege de vliegen zou je hier niet moeten willen wonen. Het zou echt heerlijk zijn om keer helemaal vliegloos te zijn, want dat gezoem en die kriebelende pootjes maken je af en toe helemaal gek. Ze zijn alleen maar geïnteresseerd in je gezicht en niet in het eten, je voeten of andere lichaamsdelen. De vliegen hebben inmiddels gewonnen. We hebben ons vliegennet maar opgezet.

We vertrekken weer vroeg van Giralia Station. Al snel komen we op de North-West Coastel Highway terecht. We rijden momenteel op 150 kilometer van de kust, maar nog steeds wordt de weg de Coastal Highway genoemd. Dit is vergelijkbaar met een weg die langs Deventer loopt en die de Noordzee route noemen. Het landschap is inmiddels verandert. Het lijkt er op alsof dit gebied niet wordt begraasd, wat alleen niet lijkt te kloppen doordat we twee enorm grote, maar dode koeien langs de weg zien liggen. Deze beesten zijn overduidelijk aangereden door een road-train, waarvan je toch moet denken dat zo’n enorme vrachtwagen daar last van moet hebben gehad. Het eerste stuk rijden we door en over, haaks op de weg staande heuvels. Het zijn rode zandduinen die (tijdelijk) zijn gestopt met door het land ‘wandelen’. Ze lange rode duinen zijn begroeid met bollen (Floor kan er geen betere benaming voor vinden, want ze is verdiept in een boek) spinifex. De heuvels, duinen dus eigenlijk, hebben dezelfde richting en lengte en liggen op ongeveer gelijke afstand van elkaar. Dit fenomeen wordt veroorzaakt door de bijna constante windrichting. We kruisen een aantal kreken, waar zoals gewoonlijk geen water in staat. We raken dus wel van slag als we de Ashburton River oversteken, waar wel veel water in staat en dat zelfs stroomt. De laatste keer dat we een rivier met water gevuld hebben gezien moet in Perth geweest zijn. We rijden langs het Nanutarra Roadhouse, waarvan we te horen hebben gekregen er niet te stoppen, omdat de eigenaar een oplichter is. De locals schijnen het Roadhouse ook te mijden, omdat de eigenaar het zelfs presteert om tijdens rampen (cyclonen), water voor woekerprijzen te verkopen.

We slaan af in de richting van Paraburdoo en Tom Price. Wat volgt is de mooiste weg die we tot dusver hebben gereden. Om de een of andere domme reden delen we de reis naar Tom Price niet in twee delen, waardoor we de afstand van 440 kilometer in een dag overbruggen. Dit is veel te veel voor een dag. We willen niet nog een keer zo’n afstand afleggen op een dag, want we missen daardoor erg veel moois. We hebben geen haast, dus waarom zouden we zo veel kilometer op een dag maken, wanneer we in een zo mooi gebied zijn. We zijn in de Pilbarra. Sinds Giralia is het landschap dramatisch verandert. Er is veel reliëf en het land staat vol met paarse en gele bloemen. Het landschap is enorm kleurrijk. Er staan dan wel geen bomen, het groen bestaat uit miljoenen schakeringen op en tussen een volledig diep paars-rode ondergrond. Het land wordt ruiger en we rijden door een soort van heuveldalen, terwijl we worden omringd door rode en paarse rotswanden. We zien een grijszwarte wilde kat de weg oversteken en ook zien we een gelige hond. Wat doet een hond hier alleen in de bush? Het is een dingo die behoedzaam langs de weg ziet te klooien. Er ligt namelijk een kadaver van een vers aangereden kangaroe, waarop ook al een enorme adelaar is neergestreken. We passeren droge en met water gevulde kreken. Het is hier opvallend vochtiger dan waar we vandaag zijn gekomen. Via het mijnstadje Paraburdoo komen we uiteindelijk aan in Tom Price aan de voet van de Karijini. We hebben genoeg van het rijden. Het ziet er hier wel erg gaaf uit. Tom Price is een mijnstadje maar dan wel met een prettige uitstraling. De wegen en een spoorlijn kronkelen zich er tussen de rode bergen door. We bevinden ons nog steeds in de woestijn, maar Tom Price is als een oase zo groen. Het is een van de mijnbouwcentra in de Pilbarra en op een hoogte van 747 meter is het hoogstgelegen plaats in Western-Australia. Het wordt omringd door fantastische bergen waarvan de hoogste de naam Mt. Nameless draagt. Deze naam vinden de Aboriginals compleet belachelijk, omdat voor hen de berg al duizenden jaren de naam Jarndrunmunhna draagt

Het kost ons wat moeite om te kunnen genieten van de plek waar we zijn, omdat we vandaag veel te lang hebben gereden. De camping kost ons $ 20, maar daarvoor hebben we wel een knettervet uitzicht op de roodpaarse rotswanden van Mt. Nameless. De grond van de camping bestaat uit massief ijzererts, waardoor we ons helemaal het ongans slaan met de hamer om de dikke stalen pennen de ijzerklomp te rammen. De tent begint langzaam aan het leven te laten, want er is weer een nieuwe scheur ontstaan, maar gelukkig is er ducttape. Vanwege de schoolvakanties is het vrij druk op de camping, maar met onze plek aan de bosrand moeten we niet klagen. Voor een commerciële camping is het uitzicht een keer fantastisch. Het kan wedijveren met de campings Wilpena Pound en Venus Bay. Het is hier alleen afschuwelijk koud. De ijskoude wind maakt de gevoelstemperatuur nog lager. Als Australië een warm continent is, dan merken wij daar helemaal niets van. Iedereen loopt rond in dikke truien, jassen en mutsen. Gelukkig is er een overvolle maar wel gezellige keuken zonder muren, waar we nog enigszins beschut kunnen zitten. Er wordt gekookt, afgewassen, gegeten en gedronken in verschillende volgordes.

5.02 - Australië | Quobba

Het is vandaag de langste dag op het noordelijk halfrond, wat betekent dat wij de kortste dag hebben. Het wordt pas na zeven uur in de ochtend licht. Maar wat geeft zo’n kortste dag nou in een winter als dit. Een lange nacht is ook erg relaxed, wanneer je zo veel sterren ziet en het zo stil is. Quobba is maar een ‘raar’ gebiedje. De gemeente Carnarvon staat het hier toe dat je hier tegen een geringe vergoeding kunt verblijven. Langs een twee kilometer lange zone langs de zee, mag je staan waar je wilt en hoe lang je wilt. Dit tegen een vergoeding van $ 5,50 per nacht. Dit is spotgoedkoop, want voor dit geld heb je een geweldige plek, biologische toiletten en wordt voorzien in afvalinzameling. Wat heb je verder nog nodig? We hebben genoeg drinkwater mee en douchen kan in de zee. Veel mensen verblijven hier de hele winter, weer anderen leven in het weekend in golfplaten huisjes, wat het hier doet voorkomen als een sloppenwijk. Australiërs zijn er erg goed in om alles er zo pauperig mogelijk uit te laten zien.

We hebben zonder twijfel de beste kampeerplek in dit gebied. We zitten in een eigen duinpan, afgeschermd van de rest en de wind. Vannacht was het op de brekende golven na, compleet stil. Geen televisies, geen generatoren, geen verkeer… helemaal niets. Het is ook volkomen donker. Er is geen spatje lichtverontreiniging en er staat ook geen maan. De sterrenhemel is daardoor van horizon tot horizon is alle windrichtingen perfect zichtbaar. De Melkweg is als een langwerpige lichtgevende wolk aan de hemel zichtbaar. Hij knalt er uit en verplaatst zicht in de loop van de avond en nacht langs de horizon. Het is jammer dat er niet veel meer vallende sterren zichtbaar zijn. 

Het is uitermate chill wakker worden met de wetenschap dat we vandaag helemaal niets hoeven te doen. Een beetje chillen, boek lezen, dagboek schrijven en snorkelen. Een uitermate druk en vervelend programma. Dit gebied is ook bekend onder de naam ‘Blow Holes’, vanwege het water van de zee dat 20 meter kan opspuiten uit gaten in de rotsen, doordat het water in nauwe spleten wordt geperst. Indrukwekkend, maar veel toffer is het koraal dat hier op loopafstand van onze kamp begint. Het water is ’s ochtends niet warm, maar op het moment dat je met je hoofd onder water gaat merk je daar niets meer van. Je bent direct omringt door grote hoeveelheden vis en op nog geen meter van de kant begint het koraal. Het nadeel is dat het hier zeer ondiep is. Als je in het water ligt, zweef je ongeveer 30-50 centimeter boven het koraal. Je moet dus erg oppassen. Je ziet al veel fel gekleurde vissen die thuishoren in je tropische dromen. Langs de rand van het koraal zwemmen snappers. Ik kom zelf oog in ook met een schildpad van ca. 50 centimeter, waarvan ik denk dat het een loggerhead is.

Wij zijn hier om te chillen en te snorkelen dus we gaan het water weer in. Floor moet haar watervrees afleren, want bank zijn om onder water te gaan is hier behoorlijk zonde. Over en langs de koralen in het ondiepe en heldere water. Het is wel een beetje oppassen waar je naar toe drijft, want voor je het weet kun je geen kant meer op vanwege de koralen die zeer ondiep liggen. Ik kom een paar pijlstaartroggen tegen, waarvan er eentje verscholen ligt onder het koraal. Toevallig kom ik ook langs een zeewezen, waarvan ik in eerst instantie denk dat het een kwal is, maar bij nadere inspectie een octopus blijkt te zijn, die zich door mijn afwezigheid direct verschuilt tussen het koraal: je ziet me lekker toch niet. De octopus is paars met ogen die uit zijn lichaam komen. Hij kan als het ware om het hoekje kijken. Hij komt helaas niet meer te voorschijn. Ik had duidelijk te maken met een verlegen octopus.

Het is hier ook fantastisch om de hoge golven te horen en te zien. De baai is als het ware opgedeeld in twee delen. Rechts is de baai afgeschermd door een eiland en het rif dat iets uit de kust ligt. Links heeft de zee vrij spel en komen de golven al van verre aanrollen. Je ziet de golven in lange, aaneengesloten rijen als blauwe driehoeken door het water reizen, en een witte kop krijgen als ze breken. Met een surfplank zou het hier fantastisch zijn, want de golven vormen tunnels, alvorens ze met veel geweld op de kust slaan. Het nadeel aan surfen op deze plek is het grote aantal minder vriendelijke haaien dat hier vlak voor de kust zwemt. Als snorkelend in het ondiepe en beschutte rechter deel van de baai, heb je daar in ieder geval geen last van. Het geluid van de brekende golven is toch wel een van de meest indrukwekkende, maar gelijk ook meest rustgevende geluid dat er is. Quobba is zeker een van de mooiste plekken om te kamperen. Vanaf je tent loop je zo naar het strand of de duinen in, waar je helemaal niemand tegenkomt. Op het strand ben je ook maar met maximaal twee anderen die een paar honderd meter verderop liggen. Het is helaas wel afgelopen met de rust op onze kampeerplek, want er is een camper met generator gearriveerd in ‘onze’ duinpan. Als onze brander die avond ook komt te overlijden, zit er niets anders op dat te besluiten dat we morgen weer terug moeten naar Carnarvon. Noodgedwongen eten we deze avond boterhammen met jam, in plaats van de geplande risotto.

3.17 - Australië | Porongurop NP

Het valt eigenlijk nog mee dat we überhaupt nog wakker worden. Het is tenslotte verschrikkelijk koud. Het is erg bout dat het ’s nachts volkomen helder is, maar dat het ’s ochtends weer compleet bewolkt is. De lucht is grauw en het is koud. De keuken op de camping is volkomen kut, maar ten minste nog overdekt. Gelukkig regent het niet, waardoor we een uitstapje kunnen maken naar het nabijgelegen Porongurop National Park, terwijl we bij een waangaard die we passeren, vragen of er eventueel werk beschikbaar is. Helaas is dat niet het geval.

Het nationale park is een hele fijne verrassing. Het is er erg mooi en hebben zelfs een zonnetje dat ons gezelschap houdt. Het is maar een klein gebied dat bestaat uit een granieten ‘drempel’ in het verder platte landschap. De drempel kent enkele toppen tot 500 meter. We maken een mooie wandeling over een tweetal toppen, terwijl we uitkijken over het gecultiveerde land er om heen, dat bestaat uit wijngaarden en boomkwekerijen. De bolvormige granieten toppen (koepels) zijn door hun schaal indrukwekkend. Het is klauteren over het gladde graniet naar de toppen. Het blijft bijzonder om te zien hoe anders de vegetatie hier is in vergelijking tot elders binnen en buiten Australië. De structuur van de bladeren, bloemen, bomen en stammen is volledig anders. Na de wandeling weer eens in recordtijd te hebben uitgelopen komen we nog door een indrukwekkende zone met karri bomen. Het zijn eucalyptus bomen die met hun hoogte tot 90 meter tot de hoogste bomen ter wereld behoren. Het voelt erg goed om actief bezig te zijn. We hebben daardoor het gevoel de dag goed te hebben besteed.

Op de camping maken we ’s avonds natuurlijk een vuur. Hout verzamelen, in stukken zagen en aansteken maar. Met een glas wijn voor het warme vuur praten we over ons verblijf in Australië. Vooral Floor vindt Australië tot nu toe erg tegenvallen. Het landschap is allemaal wel erg mooi, maar het is geen Azië en het is ook geen Europa. De natuur is geweldig, maar dat is het dan ook wel. Ze vindt het een stuk minder relaxed dat eerder gedacht. In Azië konden we doen wat we wilden, want het was tenslotte betaalbaar. Hier hebben we niet zo veel geld te besteden, maar daar staat we weer de vrijheid van een eigen auto tegenover. Ik vind dat Azië niet te veel met Australië moeten vergelijken. Natuurlijk, het valt erg tegen met het weer, maar dat is de pech die we hebben en het zal verderop vast beter worden. En ja, we moeten werken, want helaas kost reizen geld. We spreken af om na Australië naar India te gaan. Ik wil het niet hebben over terug gaan naar Nederland, want ik weet niet wat ik daar van moet vinden. Wat ik van Australië vind weet ik ook nog niet zo goed. Laten we genieten van het feit dat we nu in Australië zijn ook al is het nu even niet zo leuk.

06 - Australië | De Pilbara

Met genoeg dollars op zak, zijn we bijna anderhalve maand geleden vertrokken, om meer dan voorheen onder de indruk te raken van Australië! West Australië wordt alleen maar mooier, ruiger, leger en minder ontwikkeld naar mate we verder komen. Vanaf Carnarvon volgden we de kust om uit te komen bij het Ningaloo Reef, waar we twee en een halve week hebben doorgebracht, waarna we landinwaarts zijn getrokken om de waanzinnige kloven en bergen van de Hamersley Ranges te exploreren. Afsluitend zijn we de grootste mijnen, de grootse auto's, de grootste treinen en de grootste schepen ter wereld tegen gekomen op weg naar Port Hedland aan de rand van de Great Sandy Dessert, waar we nu in de bibliotheek dit verslag zitten te tikken!

Ningaloo
Wat in Azië niet is gelukt vanwege het slechte weer, hebben we hier ruimschoots goed kunnen maken. Aan de westkust van Australië ligt het Ningaloo Reef, wat onwaarschijnlijk toegankelijk is. Vanaf onze kampeerplek in de duinen, was het 100 meter lopen naar het witte strand met het turquoise water van de Indische Oceaan! Het koraal, dat alle kleuren van de regenboog en alle denkbare vormen heeft, begon na een paar slagen zwemmen in het aangename water. Gewapend met snorkel en duikbril waren we iedere dag een paar keer te vinden op onze zoektocht naar de onderwaterbewoners! Conclusie: wat bestaan er veel vissen in alle kleuren en maten! We zwemmen met haaien,schildpadden en enorme roggen en Jeroen achtervolgd nog een dugong (zeekoe). De wateren hier zitten ook 'vol' met walvishaaien en humpback wales, maar we hebben niet het geluk deze tussen het rif tegen te komen. We hadden makkelijk nog een paar weken door kunnen snorkelen, want iedere keer 'ontdekten' we weer een paar nieuwe soorten, maar helaas sloeg het weer om! In Australië betekent dat het gaat waaien, waarbij de wind van Antarctica komt! Wat ze hier wind noemen, zouden we in Nederland een storm noemen!

Hamersley / Karijini
We gingen dus op weg naar het binnenland, want de hele kust was een niet aan te raden gebied. Zo reden we door de Hamersley Ranges op weg naar Tom Price om het Karijini Nationaal Park te bezoeken! Dit hele gebied (The Pilbara) is voor ons Australië; het is hier zo ontzettend mooi en indrukwekkend. De bergen in dit gebied hebben toppen tot 1.200 meter, maar zijn de restanten van een veel ouder en veel hoger gebergte! Het beeld wordt gevormd door een glooiend knetter rood landschap, dat helemaal vol staat met spinifex, wilde bloemen, termieten heuvels en de witte stammen van de eucalyptus die verspreid tussen het spinifex staan. In het vorige verslag hadden we al gerept over de miljoenen groen en rood tinten, maar dit bleek nog helemaal niets te zijn! We durven ook gerust te stellen dat je niet weet wat rood is, wanneer je niet in Australië bent geweest! Zowel zwart, paars als geel zijn rood varianten. Wauw!

Het hele gebied zit ook vol met kloven, waarvan de meest spectaculaire zijn gevoegd in het Karijini National Park! We hebben inmiddels al veel kloven gezien, maar dit slaat toch wel alles! Door de ouderdom van het
gebied en de eroderende werking van tijd, zijn gesteenten, die tot de oudste ter wereld behoren (2,5 - 3,5 miljard), blootgelegd! Het zijn dunne platen bestaande uit ijzer, silicium en asbest! De gesteenten zijn zo oud, dat er geen fossielen in te vinden zijn, om de hele simpele reden dat de gesteenten ouder zijn dan de oorsprong van het leven op aarde! Is dat niet ontzettend gaaf? Je kunt wandelingen maken door kloven, waarvan de wanden 100-120 meter loodrecht oprijzen! De wanden en de bodem worden gevormd door de in scherpe hoeken afgesleten dunne platen, alsof je door een 3-dimensionale puzzel loopt. In sommige kloven wordt de inspiratie en creativiteit van Floor de landschapsarchitect geprikkeld: in de kloven stroomt water (de eerste keer dat we in Australië stromend water zien en horen), er zijn sprookjesachtige poelen en watervallen en de vegetatie is divers! In andere kloven wordt de avonturier in ons geprikkeld: we klauteren door nauwe spleten, lopen tot onze oksels door ijskoud water (4 graden) om naar het diepste van de aarde te raken! Dit is echter niet zonder gevaar, want er is geen weg terug wanneer er iets fout gaat!

Mean Machines
Het gebied waar we ons nu bevinden zit stampvol met delfstoffen. Het gebied is de motor van Australië, wat zichtbaar is door de enorme hoeveelheid mijnen voor alles dat maar gemijnd kan worden! Wij hebben ons bezig gehouden naar een verder onderzoek over de mining van ijzererts! We hebben de grootste ijzerertsmijn ter wereld bezocht die werkt volgens het principe van 'dagbouw', wat wil zeggen dat er vanaf de oppervlakte wordt gegraven! Wat eerst een berg van 812 meter hoog was, is nu een gat van 460 meter diep, 5 kilometer lang en twee kilometer breed! In dat enorme gat rijden de grootste machines ter wereld, waarvan transport trucks 2 miljoen euro kosten en banden hebben van 3,6 meter in diameter! Ze vervoeren 200 ton ijzererts per keer en verbruiken 20 liter diesel per gereden kilometer! Per 24 uur verbruikt een truck 4.920 liter diesel! Het ijzererts wordt vervolgens vermalen en vermengd tot de optimale variant en met de langste treinen ter wereld (2,5 - 3,8 kilometer), naar de haven gebracht, waar het in de grootste schepen ter wereld wordt geladen! Deze schepen zijn tot 320 meter lang en varen een pendel tussen Australië en China/Japan, want 75 % van al het Australische ijzererts gaat naar Japan en China! Waar de trein niet wordt gebruikt, worden vrachtwagens gebruikt die hier de serieuze benaming van road trains hebben, want ze hebben vier bakken en een lengte van 50 meter!

En verder
We zijn nu in Port Hedland en we vertrekken straks in de richting van Broome, waarna we via de Kimberleys eerst op weg gaan naar Alice Springs om dan weer richting het noorden (Darwin) te gaan. De leegte van Western Australia is gigantisch. Je kunt hier uren rijden en helemaal niets tegenkomen en dan ook echt helemaal niets! Geen boom, geen huis, geen boerderij, geen tankstation, helemaal niets! We zijn nu langzaam op weg naar het tropische noorden van Australië, dus we zijn benieuwd wat dat wordt!
Ga naar boven