Australië 2006

Australië 2006

Met een Holden Commodore station wagen rijden we in 11 maanden, bijna 24.000 kilometer van Melbourne, via Adelaide, Perth en Alice Springs naar Darwin in The Northern Territory.

08 - Australië | Het rode en lege midden

Sinds het laatste verslag hebben we een groot aantal kilometers gemaakt. Na ons werk in de Bungle Bungles hebben we ons in Kununurra klaargemaakt voor de lange trip naar Alice Springs. Tussen de uitgestrekte eentonigheid van de Australische savanne, bestaande uit eucalyptus en acacia's, werden we verrast door tropische stukjes langs de aanwezige kreken, rivieren en poelen, die hier wel gevuld zijn met water. Sinds lange tijd zien we weer zoet water waarin we zelfs kunnen zwemmen, terwijl we worden omringt door palmen, gevuld met vleermuizen. Helaas kan niet overal worden gezwommen vanwege de aanwezigheid van de gevaarlijke zoutwaterkrokodil. Via de zeer saaie weg tussen Katherine en Alice Springs, bereiken we het midden van Australië. In het midden maken we het toeristische rondje, waarna weer terug te keren naar het noorden. We zijn nu net terug van een bezoek aan Kakadu en zitten nu in een tropisch en zeer groen, heet en vochtig Darwin, waar we vannacht onze eerste regenbui sinds meer dan vijf maanden hebben gehad!

Het midden van Australië
Een bezoek aan Australië kan niet zonder een bezoek te brengen aan de grote rode rots met de naam Uluru, maar die meer bekend is onder de blanke naam Ayers Rock! Vanaf Katherine en weer terug hebben we meer dan 3.000 kilometer gereden om het midden van Australië te bezoeken, waarvan Uluru de afsluiter zou zijn. Inmiddels hebben we al zo veel gezien, het zou toch niet tegenvallen?! Om Uluru te bezoeken, moet je van Alice nog steeds 450 kilometer rijden; de afstanden zijn hier altijd extreem. Pas ten zuiden van Alice begint het landschap 'eindelijk' kaal te worden, zoals je verwacht in een woestijn. Eerst nog wordt het relief gevormd door met grassen begroeide rode zandduinen, waar tussendoor naar schatting 500.000 wilde kamelen rond struinen. Dan wordt het landschap kaal en plat, waarna je ontzettend onder de indruk raakt van een grote rode rots waar je langzaam op af rijdt. Met een omtrek van 9,5 kilometer en een hoogte van 350 meter is deze monoliet extreem indrukwekkend. Als je er omheen loopt, krijg je pas echt een idee van de vaagheid van de rots! Volgens de moderne opvattingen is Uluru het overblijfsel van tienduizenden jaren erosie, volgens de Aboriginals is Uluru het spirituele centrum van hun geloof (dreaming), wij zijn meer geneigd om te denken dat Uluru het nest is van prehistorische termietensaurussen!

Het tropische noorden
Van het midden gingen we weer via dezelfde weg terug naar het noorden. Omdat deze weg zo ontzettend saai en eentonig is deden we maar twee dagen over 1.100 kilometer, voor ons een absoluut snelheidsrecord. Onderweg zijn een groot aantal historische sites te bezoeken voor de geschiedenis fetisjist, want dit betreft nooit meer dan de een of andere lelijke paal of betonblokken die we in Nederland zouden bestempelen als bouwafval, maar ook lege en verroeste olievaten krijgen het label 'historical site'. Na een paar dagen zwemmen op de mooiste plekjes
tussen palmen en rotspartijen, om al het rode stof uit de poriën te krijgen, gingen we op weg naar Kakadu National Park. Dit park behoort met Uluru tot de zogenaamde hoogtepunten van de Northern Territory. Het park heeft dezelfde oppervlakte als Nederland en is voor 80 procent gevuld met eentonige savanne, maar voor de resterende 20 procent met uitgestrekte groene wetlands. Lopend door de wetlands, wanen we ons in de uiterwaarden van de IJssel, ware het niet dat er vogels zitten die in Nederland niet voorkomen, dat er overal palmen staan, maar ook omdat we enorme aantallen grote krokodillen in het water liggen. Een Discovery moment krijgen we als we oog in oog staan met misschien wel een miljoen ganzen, met daartussen door pelikanen, ibissen, eenden en ander gevogelte. Je zou er honger van krijgen. Honger hebben de krokodillen zeker. Aan een rivier staan we oog in oog met negen zoutwater krokodillen (salty's), allemaal met een lengte van ruim vier meter. Wauw, je begrijpt dat je hier niet moet gaan zwemmen. Volgens een vissende local is dit het grootste aantal salty's dat hij ooit op zo'n klein oppervlak heeft gezien. Het gaat dus goed met deze grootste reptielen ter wereld. Deze krokodillen zijn eng, want je weet dat ze naar je kijken als een lekker hapje!

Omdat Floor op een gegeven moment enorm veel trek kreeg in patat met mayonaise, zijn we vervroegd naar Darwin gereden, wat overigens een goede keuze leek te zijn. Na meer dan zes maanden in de stoffige bush, tussen de altijd aanwezige zeer vervelende vliegen en de zwermen muggen, waar we de laatste tijd last van hebben, is het groene en tropische Darwin een verademing. We kamperen momenteel op een bijna lege camping aan de zee (waarin we niet kunnen zwemmen, vanwege de dodelijke kwallen, krokodillen en haaien), waar onze tent is opgesteld op een sappig groen grasveld. Weet je hoe lang het wel niet is geleden dat we op gras hebben gekampeerd? Het is hier zo rustig omdat het hier inmiddels laagseizoen is. Deze periode heet de 'build-up', waarin de temperatuur en de luchtvochtigheid steeds meer toe gaan nemen. Daarop volgt de regentijd (moesson), die hier 'the wet', wordt genoemd. De echte heftige regen gaat pas vallen vanaf januari, maar vanaf nu kunnen we al spectaculaire onweersstromen verwachten en zelfs hebben we vannacht onze eerste regen sinds vijf maanden gehad.

Wat gaan we allemaal nog doen? Morgen verlaten we Darwin weer om het gebied ten zuiden hiervan te verkennen. We komen echter waarschijnlijk snel weer terug, want de afstanden zijn vanaf nu erg klein en we zullen Darwin als basis gebruiken om deze erg mooie tropische groene regio te te ontdekken. Inmiddels weten we ook dat we op 12 december vanaf Darwin naar Singapore gaan vliegen. Daarna moeten we het nog maar zien wat we gaan doen. We hebben voor ons vertrek nog wel een hoop te doen, waaronder de verkoop van onze auto. Wellicht dat we ook nog een paar weken moeten gaan werken, maar dat moeten we ook nog maar zien. Australië begint voor ons in ieder geval ten einde te lopen. Onze terugkeer naar Nederland komt dus naderbij.
Ga naar boven