16 - Laos | Vierduizend eilanden en olifanten

Het laatste verslag zijn we geëindigd in Pakse. Vanaf Pakse zijn we via een stop in Champasak, naar het zuidoosten van Laos gegaan: Si Phan Don. Dit gebied was wel zo ongelooflijk relaxed dat we hier de laatste dagen van ons visum voor Laos hebben 'uitgezeten'. Nadat we iets te relaxed waren geworden, zijn we weer terug gegaan naar Pakse, om vanaf daar de oversteek te maken naar Thailand. In Thailand hebben we eerst een korte stop gemaakt in de eerste grotere plaats (Ubon Ratchathani), om te acclimatiseren. Toen zijn we doorgegaan naar het Khao Yai National Park boven Bangkok, waar we bijna een week op een camping in de jungle hebben gekampeerd (kamperen kan Thailand!). Toen we alle wilde beesten zo ongeveer bij naam kenden, zijn we richting Bangkok gegaan! Daar zitten we nu inmiddels al weer drie dagen.. Bangkok hadden we inmiddels hard nodig, want we moesten shoppen, lekker eten, naar de tandarts en ga maar door. Nu eerst maar het verslag van onze afgelopen weken!

Pakse - Champasak - Si Phan Don - Pakse
Reizen met de bus, is in Laos altijd een avontuur. Je weet nooit waar je aan toe bent, hoe laat de bus vertrekt en met hoeveel mensen en producten je de bus deelt. Vaak zijn er meerdere bussen per dag, maar deze vertrekt pas wanneer deze meer dan vol zit. Soms moet er een aantal uren worden gewacht en combineert de bus van 9.00 uur met die van 10.00 en 11.00 uur. Economisch denken! Waarom zou je een lege bus moeten laten rijden. Haast heeft hier toch niemand en als je dat al had, dan leer je dat hier wel af. Door een rit met de bus, vaak een open bus in felle kleuren, leer je wel het echte Lao leven kennen.. Soms iets te goed, door de geringe hoeveelheid persoonlijke ruime en ondefinieerbare consumpties. De bussen rijden in ieder geval altijd en voor zo ver wij kunnen vrij veilig, soms stort er alleen een zak met kikkers leeg in de bus!

We zijn naar Champasak gegaan, om een indrukwekkende Ankhor tempel te bekijken (Wat Phu Champasak). Het is een stuk minder groot dan de Ankhor tempel in Cambodja, maar als je van boven de ruïnes en de Mekong vallei overziet, vraag je je toch echt af wie die mensen waren die dit complex hebben neergezet. Qua bouwkunst waren ze vergelijkbaar met de Zuid-Amerikaanse volkeren: grote stenen in bizarre vormen, die perfect op elkaar gestapeld staan; er past geen scheermes tussen! Eerst was het een Hindoeïstisch complex, maar later is het een Boeddhistisch complex geworden! Er wordt hier alleen geen ruzie over gemaakt!

Helemaal in het zuidoosten van Loas ligt Si Phan Don (Vier Duizend Eilanden). De rustig stromende Mekong is hier 14 kilometer breed en vormt een inlandse delta, bestaande uit een groot aantal, voor een deel bewoonde, eilanden en zandbanken. Naarmate we verder naar het zuiden zijn gegaan in Azië, werd het leven steeds relaxter! Het hoogtepunt was zeker te vinden in dit gebied! Met uitzondering van het grootste eiland, is er hier geen elektriciteit en rijden er geen auto's. Wij verbleven op het eiland Don Det, waar we bij een hele lieve familie (we moesten ze mama en papa noemen) een bungalowtje huurden met eigen veranda met twee hangmatten. Dit voor het bijzonder lage bedrag van 1 euro per dag! Buiten dat je per fiets een klein rondje kunt gaan fietsen, met papa met de longboat tussen de eilanden kan varen, poedelen in de Mekong en zonnen op een onbewoond eiland, is hier verder erg weinig te doen! Het leven gaat hier op z'n zachts gezegd nogal rustig. De locals liggen in hun hangmat, dus dat doen wij dan ook maar. De knorrende varkentjes en de tokkende kippen zorgen voor wat gezellige muzikale ondersteuning. Je leeft tijdelijk met de familie samen in een Loa dorp. Maar wie komen we hier nou tegen: Lotte! Een meisje dat Jeroen nog kent uit Deventer en 4,5 jaar niet heeft gezien! We zijn met 30 toeristen op het hele eiland en dan kom je haar net tegen. Niet op straat, maar in de bungalow naast de onze!

Pakse - Ubon Ratchathani - Khao Yai National Park
Nadat we onze laatste Laos visum dagen hadden opgebruikt, zijn we naar Thailand gegaan! We hebben een bijzondere tijd gehad in Laos, maar in veel opzichten is Laos iets te relaxed (althans het gebied wat wij hebben bezocht). Op veel plekken is het niet mogelijk om echt de natuur in te gaan, of om activiteiten te ontplooien. Om die reden keken we uit naar Thailand, omdat we verwachtten dat Thailand iets meer te bieden heeft. Aan de andere kant waren we ook wel bang voor de eerste indruk, omdat Thailand een waanzinnige toeristenmagneet is. Thailand is voor ons het eerste land dat we op deze trip bezoeken, dat niet communistisch / socialistisch is (geweest). Ook bijzonder: we hebben een keer geen visum nodig! Dat scheelt weer in de kosten en deze reis is al zo duur! Hahahaha!
De grens tussen Laos en Thailand was de makkelijkste ooit. Iedereen kan de grens zonder problemen over steken. Wij moesten speciaal vragen naar de plak voor de stempels vragen; je zou deze anders zo missen! Eenmaal in Thailand, valt gelijk op dat we in een ander land terecht zijn gekomen. Tot zover werd het leven, naarmate we zuidelijker kwamen, steeds relaxter, maar dat is hier duidelijk anders; er gebeurd hier van alles. De wegen zijn nieuw en geasfalteerd, er rijden dure auto's op de weg, de bussen zijn nieuwer en vertrekken zonder dat ze vol zittten, de Thai zien er goed gekleed uit en langs de weg is er veel (agrarische) bedrijvigheid. Stiekem kijken we toch wel een beetje uit naar een Whopper. Dat moet hier toch lukken! Na een paar uur bussen kwamen we aan in Ubon Ratchathani en kunnen we rustig gaan wennen aan het Thaise leven! Het schrift en de taal nagenoeg hetzelfde als in Laos, maar wel zeggen ze weer anders gedag en bedankt. Het kan ook nooit eens makkelijk! Veel te acclimatiseren viel hier eigenlijk ook weer niet. We genoten alleen van het voordeel dat we weer alles konden kopen wat we nodig hadden!

Omdat er in Ubon verder niet zo veel was te beleven gingen we de volgende dag direct door naar Khao Yai National Park. We hebben in Vietnam en Laos geen wandelingen in de jungle kunnen maken en dat hopen we hier goed te maken. We nemen voor de eerste keer de trein in Thailand, maar dat is tevens de laatste keer. We dachten wel wat gewend te zijn, maar deze trein was wel zo traag en niet comfortabel, dat we de volgende keer maar met de bus gaan, die twee keer zo snel is! We moeten de trein uit in Pak Chong, waar we de 'fout' maken om een gratis lift te nemen naar een hotel, omdat we denken dat het hotel naast de ingang van het Nationale Park ligt. Dat was zeker niet het geval en het hotel was gevuld met toeristen van het type Duitse toergroep. We schrokken ons volledig een ongeluk en we vertrokken per direct op eigen houtje naar het park, waar we via verschillende liften, een camping vonden midden in de jungle. Wauw.

Samen met een Duits meisje waren we de enigen op de hele camping. De camping werd overdag bevolkt door apen en 's avonds en 's nachts door grote reeën, stekelvarkens en enorme hagedissen! In het weekend raakte de camping overbevolkt door alle Thai die met het gezin kwamen kamperen! Wat leuk om in een land te zijn, waar ze kamperen! We zijn de enige falang (buitenlanders) tussen de Thai, wat natuurlijk een positieve uitwerking heeft. We worden door een Thai meegenomen op een nachtelijke rit door de jungle, waarbij we wilde olifanten tegen komen! Overdag maken we wandelingen door het uitgestrekte (moesson = soms nat, soms droog) regenwoud (het is het grootste aaneengesloten moesson regenwoud in Zuidoost-Azië), waarbij we heen of terug liften! Gewapend met kompas en een kaart verkennen we de paden. Al snel blijkt echter waar de term regenwoud vandaan komt! Lopend door de hoosbuien over gladde paadjes heeft wel wat, vooral als je zeer vreemd uitziende insecten tegenkomt en je benen en je rug onder de bloedzuigers zitten! We passeren veel groen, reusachtige bomen, kleine stroompjes, watervallen, felgekleurde vogels en rustplaatsen van de olifanten diep in het bos! Wat zijn we een ontdekkingsreizigers! Omdat we de enige blanken zijn die wild in het bos lopen, zijn we al na een dag bekenden van alle rangers en gidsen! Niet dat wij hen kennen, maar goed!

Bangkok
Na bijna een week regenwoud waren we toe aan schimmel bestrijding, een goed en droog bed en lekker eten! Op naar Bangkok dus! Direct buiten de camping kregen we een lift achter in een pick-up-truck, direct tot in het centrum van Bangkok! Dat was nog eens een stads-entree! Bangkok is groot en druk en er wonen nogal veel mensen: 12 miljoen! Het is echter (nog) niet het gekkenhuis dat we hadden verwacht aan te treffen. We denken zelf dat dat komt door onze ervaringen in China: niets kan erger zijn dan de Chinese steden! We zitten nu in een hotel in een rustige straat in de toeristenwijk! Het aantal blanken hier is schokkend! We moeten nog even wennen aan het feit dat er ook nog vakantiegangers op de wereld zijn! We hebben de laatste dagen al vast goed besteed: we zijn weer in het nieuw gestoken en we hebben onze tanden laten schoonmaken en vullingen laten zetten bij de tandarts! Dat kost hier helemaal niets! Heb je een nieuwe garderobe nodig en moet je toevallig ook nog een serieuze renovatie van je gebit laten uitvoeren: koop dan voor 450 euro een retour Bangkok!

Last modified on woensdag, 25 maart 2015 09:47

Ga naar boven