4.06 - China | De zandduinen van Dunhuang

De Lonely Planet blijkt erg handig om betaalbare accommodatie te vinden. Voor 60 RMB bemachtigen we een eigen kamer in het Feitian Binguan. Het Feitian is een keten met vestigingen langs de gehele zijderoute. Genietend van een koude píji? (bier) op het terras voor het hotel, ontmoeten we een Nederlands stel uit Hengelo en een Australische vrouw. Van hen komen we te weten hoe we de belachelijke toegangsprijs van 80 RMB voor de zandduinen kunnen omzeilen. Laat in de middag huren we fietsen voor 1 RMB per fiets. Over een brede en legen boulevard fietsen we in de richten van de 100 meter hoge zandduinen, die zich majestueus achter de stad manifesteren. De zandduinen van Dunhuang vormen de oostelijke rand van de uitgestrekte Taklamakan woestijn. De officiële toegang tot de duinen bestaat uit een enorme poort. Daar moet je betalen, tenzij je zo eigenwijs bent om het hek te volgen. 

We rijden langs kleine lemen boerderijen over smalle paden. Dan gaan we weer links en dan weer rechts. We beginnen ons een beetje zorgen te maken over de nijverheid van de Chinezen, als we na een kleine 2 kilometer het einde van het hek bereiken. Voor hetzelfde geld hadden de Chinezen de hele woestijn van een hek voorzien. Ze hebben tenslotte al eens eerder een duizenden kilometers lange muur gebouwd. Maar wat is het hier afschuwelijk heet. Zo voelt het dus in een echte woestijn. Onze thermometer laat zien dat het 41 graden in de schaduw is. Noodgedwongen wachten we daarom tot de zon ondergaat. Dat is overigen vrij laat op de avond, want er is maar één tijd die in China geldt en dat is ‘Beijing tijd’. In het 2.500 kilometer oostelijker gelegen Beijing is de zon al op een ‘normale’ tijd onder gegaan als die in Dunhuang nog ruim boven de westelijke horizon staat.

IMG_1503 IMG_1512
De zandduinen zijn per fiets te bereiken vanuit Dunhuang Het beklimmen van de duin gaat het beste over de kam

Het beklimmen van een hoge zandduin is niet handig, wanneer je vlak daarvoor drie halve liters píji? hebt gedronken. Het afzien wordt verstrekt doordat we de fout maken de zandduin niet via de kam, maar via de steile zijkant te beklimmen; twee stappen vooruit en weer één wegzakkend in het poederzand. Meer dood dan levend bereiken we echter wel de top, waar we worden beloond met een weids panorama. Vanaf de top van de duin kijken we uit over het pretpark, waar de entree voor moet worden betaald. Het ’pretpark’ wordt gevormd door een natuurlijk meertje dat midden tussen de zandduinen ligt. Het is wel bijzonder, maar om daar nou 80 RMB voor te betalen…. Daarvoor mag je niet eens de hoge zandduin beklimmen (door middel van een trap), daar weer afglijden en zelfs een rondje op een kameel rijden. Nee, daar moet je ook nog eens extra voor betalen. Wauw! De Chinezen houden duidelijk van een ander soort toerisme dan (een deel van) de individuele westerling. De Chinees denkt: massa, dus goed! En ze zijn bereidt daar grof voor te betalen. Tussen de zandduinen paraderen een tiental geüniformeerde Chinezen om wan-betalende bezoekers tegen te gaan. Dit duidelijk met wisselend succes.

Het allermooiste is de terugkeer naar de vast grond. Met het zand in alle kieren van de onderbroek en tussen alle tenen en tanden, vliegen en glijden we met grote sprongen naar beneden.

4.05 - China | Het treinavontuur naar Liuyuan

We zijn weer terug in Zhongwei om op het station kaartjes te kopen voor de trein naar Liuyuan in de provincie Gansu. We zijn goed voorbereid en hebben op een papiertje geschreven waar we naar toe willen, welke klasse we willen rijden en met welke trein we willen reizen. We kunnen de dienstregeling op het station inmiddels al aardig ontcijferen. We krijgen het alleen niet voor elkaar om de kaartjes te kopen.  Gefrustreerd gaan we op zoek naar hulp. Iets wat in China nooit ver weg is. Er is altijd wel iemand die zijn of haar Engels op je wilt oefenen, waarbij een case als de onze natuurlijk smullen is geblazen. Zo komen we er achter dat de loketbeambte ons eerder duidelijk probeerde te maken dat er op dit station geen plaatsten zijn te reserveren. Omdat er voor de klasse waarmee we willen reizen altijd gereserveerd moet worden, kon hij ons niet helpen. Voor de reis van 17 uur zijn we daarom aangewezen op de zogenaamde ‘hard-seat-klasse’.

In Zhongwei veranderd het stationsplein ’s avonds van een saaie lege plek, in een drukbezochte ontspannings- en ontmoetingsplek voor de inwoners. De fontein gaat aan en dat is dan direct het signaal voor de mensen om te recreëren. Er wordt gezeten, gedronken en gegeten. Er wordt gebadmintond, ge-voetvolleyd en er is een luchtkussen voor de kleintjes. Het mooiste zijn de palen vol met kunstzinnige led-figuren. Ze veranderen van kleur en geven de indruk van een ware vuurwerkshow. Ook hier geldt: ‘Geef de mensen brood en spelen’.

We zijn weer een uur voor vertrek van de trein aanwezig op het staton. Omdat we geen gereserveerde plaatsen hebben, maken we ons een beetje zorgen over het comfort voor de komende 17 uur. We duwen en trekken ons zelf naar binnen in de al overvolle trein, waar ons een paar ‘vrije’ plekken worden gegund. Helaas zitten we niet aan het raam. Dit is jammer, want we rijden door een indrukwekkend kaal en woest landschap. Aan weerszijden van de rails strekken de zandduinen zich uit. De zone direct langs het spoor is voorzien van matten met stro. Hoe verder we naar het westen rijden, hoe hoger de bergen worden. We stijgen flink en komen uit in een ander soort woestijn: de kale steenwoestijn (in het Chinees Gobi geheten). Wanneer we in de provincie Gansu rijden, zien we voor een groot aantal kilometers de Chinese muur. Soms in nog best goede staat met lemen wachttorens.

IMG_1431 IMG_1499
'Vuurwerk'  op het stationsplein van Zhongwei De hard-seat klasse (derde klasse) van de trein naar Liuyuan

De trein zelf is weer een hele belevenis. De mensen die een beetje Engels kunnen, laten dat ook blijken. De mensen zijn erg vriendelijke en ondanks de drukte hangt er een ontspannen, bijna huiselijke sfeer. We zitten middenin de Chinese vakantieperiode. Vanwege de drukte en de hogere prijzen is dit niet de beste periode om in China rond te reizen. Iedereen in de trein is na een vakantie ergens in China (‘toevallig’ met name in Chengdu), op weg naar huis (het grootste deel naar Ürumqi). In de trein wordt van alles verkocht. Je had zelfs geen eten mee hoeven te nemen. Het is alleen wat duurder dan buiten de trein. Het meeste wordt verkocht door het treinpersoneel. Variërend van Chinese snacks tot kant en klaar maaltijden. Enkele passagiers hebben een deal gesloten met het treinpersoneel, waarbij ze handel mogen drijven, in ruil voor een frequente poetsbeurt van de wagon.

Aan boord van de trein wordt een ‘amazing discovery’ aangeprezen. Gewapend met een op volle sterkte afgesteld luidspreker, wordt toegelicht hoe sterk de enige echte wondersok is. De demonstratie laat zien dat je aan de wondersok kan trekken, in kan prikken en er met een staalborstel overheen gaan raspen. En dit allemaal zonder ook maar enige schade aan de wondersok. Wauw! It’s amazing Mike! De demonstratie bracht de nodige hilariteit teweeg, omdat het enige bravoure uitlokte bij een paar studenten, die de verkoper met sokken bekogelden.

Slapen in deze klasse is bijna niet mogelijk. Op een zitplaats heb je niet veel ruimte om lekker te zitten, laat staan om te liggen. Gelukkig komen we om 1.30 uur ’s nachts aan in Liuyan. Met een Chinese hebben we een deal gemaakt om een taxi te delen naar Dunhuang. Voor 30 yuan per persoon, maken we een rit van 130 kilometer door de nachtelijke woestijn, waarna we om 4.00 uur aankomen in Dunhuang. We zijn aangekomen op een plaats in de wereld, waarover we al erg lang hebben gedroomd. Een plek op de kaart is nu een echte plek gevonden. Deze plaats vraagt om verdere exploratie.

10 - China | Langs de randen van de Himalaya

Dunhuang - Golmud - Xining
Vanaf het begin dat we in China zijn, hebben we tot Xining door de woestijn gereisd. Zeer indrukwekkend om de leegte van China te ervaren (waar wonen al die 1,3 miljard Chinezen toch?) in een kaal en woest landschap. In de omgeving van Dunhuang enorme zandduinen en de hoogste temperatuur die we tot nu hebben gehad: 41 graden in de schaduw! Dunhuang is een hele relaxte stad om te verblijven, terrassen genoeg om een koel Chinees biertje te drinken. Gelukkig zijn de biertjes van het volwassen formaat: 680 ml. Vanaf Dunhuang hebben we de bus genomen naar Golmud. Een stad in de provincie Qinghai. Onze rit ging door een bar en kaal landschap. We reden over de Tibetaanse hoogvlakte (Golmud ligt op een hoogte van 2.800 meter). Een troosteloos, maar zeer indrukwekkend deel van de rit ging door een doods zoutgebied. De hele omgeving bar, kaal en wit. Daartussen veel zout gerelateerde industrie en weggerotte dorpjes met weggerotte mensen die werkten in de zoutbende. Echte armoede, alhoewel het ons niet zou verbazen wanneer we dwangarbeiders hebben gezien. De gehele weg wordt vrij gehouden door een leger mannen en vrouwen in oranje hesjes, die met een bezem het zand en gruis van de weg vegen. Ondertussen werd de sfeer in de bus verhoogd door een enorm foute en luidruchtige Thaise remake van Rocky, met veel sex en geweld. En dat terwijl de bus vol zat met kleine kinderen.

Golmud is voor de meeste reizigers enkel een stopplaats om de trip naar Tibet te organiseren. Wij hadden al eerder besloten dat niet te gaan doen, want we hebben geen zin om veel geld te betalen aan de Chineze overheid en om verplicht in een groep te reizen. We hebben Golmud 'noodgedwongen' wat meer verkend. Het is iedere keer weer opvallend dat iedere Chineze plaats die we tot nu hebben bezocht, leuker en relaxter is dan de eerste indruk die je krijgt. Altijd lekker eten, alhoewel we niet altijd weten wat we eten, en altijd vriendelijke mensen en een relaxte sfeer. Alleen de hitte!! Vanaf Golmud reizen we met de nachttrein naar Xining (de hoofdstad van de provincie Qinghai). We vinden ons zelf erg cool dat we zo eenvoudig trein- en buskaartjes bemachtigen. Zelfs zonder hulp van een Chinees. Je moet alleen weten hoe het systeem werkt. Het vinden van goedkope hotels gaat ook zeer voorspoedig net als het afdingen. We hebben onveranderd een eigen kamer in een hotel voor 4-5 euro. Zelfs als de 'echte' prijs het drievoud daarvan is.

Xining - Tongren - Xiahe
Xining was voor ons een stop om te starten met onze bustrip door de bergen richting Chengdu. Met de bus gingen we als eerste richting Tongren en daarna verder naar Xiahe. De wegen zijn hier zo mogelijk nog slechter dan in Mongolië. Over een stukje van 100 km deden we maar liefst 5 1/2 uur. De reis ging door een spectaculair landschap van bergen die steeds hoger werden. Ook wij gingen steeds hoger. In Xiahe zaten we op een hoogte van 3.000 meter. Deze hoogte bleek voor Floor te veel. Ze kreeg een acute aanval van hoogteziekte. Met veel rust ging het gelukkig al snel beter. De omgeving was in ieder geval spectaculair: kale bergen, diepe kloven met ruig water. Xiahe was een echte verrassing. Het is een klein stadje met het grootste en belangrijkste tempelcomplex naast Lhasa in Tibet. Er leven ruim 3.000 monniken. De rest van de ruimte wordt ingenomen door Tibetanen op bedevaart in hun mooiste kleding: jurken en mantels met de felste kleuren. Mooie sprekende gezichten. Wat anders dan de saaie nietszeggende gezichten van de Chinezen. Het stadje kent ook een Tibetaanse wijk, waar het heel fijn struinen is tussen de lemen huizen die tegen de berg zijn aangebouwd. We worden naar binnen gevraagd in het nonnenklooster, waar we een gratis rondleiding krijgen door plekken die normaal voor toeristen zijn gesloten. In Xiahe logeren we in een klein hotel, waar we slapen tussen de monniken. We hebben leuke contacten met de mensen: Het blonde haar van Floor is bijzonder intrigerend voor de mensen, net als ons spelletje yahtzee (ze kennen hier geen dobbelstenen) en de opblaasbare wereldbol! Jeroen zwemt ondertussen met de monniken!

Xiahe - Langmusi
Vanaf Xiahe reizen we met de bus door naar Langmusi. Voor de eerste keer kregen we te maken met het onvermogen van de mensen om een rij te vormen: met 25 man proberen ze het wereldrecord 'aantal mensen per m2' te verbeteren. Door het acteertalent van Floor (ik word geplet en het doet zo'n zeer, help!!), verkrijgen we echter als eerste een kaartje! Met de bus gaan we hoger en hoger. Je voelt je erg klein wanneer je door dit landschap reist. Het landschap is vergelijkbaar met dat van Mongolië, met dat verschil dat hier een aantal punten van het tafellaken hebben opgelift! Langmusi ligt op de grens van de provincies Gansu en Sichuan op een hoogte van 3.300 meter. Dat merk je dus echt: een versnelde ademhaling en minder lucht. Jeroen heeft er minder last van, hij is het gewend om minder lucht te hebben door dat gepaf! Langmusi is een stoffig gat, waar de bevolking bestaat uit Tibetanen, Moslims en toeristen.. De omgeving is wel de moeite waard: we worden omringt door toppen tot 5.500 meter. Maar geen sneeuw en ijs: in dit deel van de wereld begint de sneeuwgrens pas op 6.500 meter. Geen snowboarden voor Jeroen helaas! We hoorden van warmwaterbronnen in de omgeving waar we met een geregelde auto naar toe gingen: een privé(zwavel)bad te midden van de Tibetanen, de hoge bergen en enorme edelweiss.

Langmusi - Songpan - Jiuzhaigou
Met 8 personen, inclusief bagage, in een verrotte minibus gingen we door naar Songpan. De rit van 9,5 uur was afzien, maar het uitzicht op de grote hoeveelheid enorme marmotten, eagles op de telefoonpalen en de gieren vlak langs de weg, maakten erg veel goed. We reden voor een groot deel over een vlakte van ruim 4.000 meter hoogte.. Voor Floor moet het niet nog gekker worden! In Songpan kregen we voor het eerst te maken met het massatoerisme van de Chinezen. Toeringcars racen als volledige asocialen door de smalle straten om hun lading van gecomputeriseerde Chinezen van A naar B te brengen. Het is niet 1 bus, het zijn er honderden in een continue stroom! Dit is niet meer normaal. We hadden besloten om naar het Jiuzhaigou te gaan. Een UNESCO World Heritage Site, maar we begonnen ons een beetje zorgen te maken over de waarschijnlijk extreme drukte.

Jiuzhaigou ligt diep verscholen temidden van de bergen. Het bestaat uit drie kloven met voor een deel loodrechte wanden. Het bevat 108 meren, met de mooiste kleuren, 11.900 Chinese en 100 Westerse toeristen, 200 touringcars, verharde wegen en heel veel grote watervallen. De toegang is extreem prijzig: ruim 30 euro!!! Maar het is het waard, helemaal wanneer je, niet geheel legaal, een overnachting regelt in het park! Dan heb je dus twee dagen in een van de mooiste plekken van de wereld. In 
China zie je in de meeste hotels en restaurants grote afbeeldingen hangen van watervallen, de inspiratie komt hier vandaan! Helaas hebben de Chinezen een ander begrip van stilte en natuur! Ze zien het enkel en alleen als een pretpark: het maakt niet uit of het Disneyland of natuur is. Voor hun maakt het ook niet uit als de watervallen nep zouden zijn. Alles wat in het park aanwezig is, wordt gezien als een toeristische attractie. Zo ook wij dus! Er wordt geschreeuwd en gedaan op de stilste plekjes om 7.00 uur in de ochtend, want stilte is iets bijzonder angstigs voor de Chinees, evenals alleen zijn. Een Chinees is op z'n slechtst, wanneer die alleen op een stille plek is. Een spontane depressie zal het gevolg zijn! In deze omgeving leeft de Panda, maar de kans op een encounter wordt helemaal verwaarloosbaar klein door de Chinees in kwestie! De Chinees is gelukkig een luie en voorspelbare toerist en geen individu! Ze racen met de bus door het park, stappen massaal uit bij de bijzondere plekjes, ondersteunt door vlaggetjes en parapluutjes (wat het geheel een vrolijke indruk geeft), kijken naar de plekjes door hun camera, poseren allemaal en zijn naar 5 minuten weer weg, zonder een rondje te lopen!! De paden tussen de plekjes zijn dus Chinees vrij!! En dat is zo prettig!! Er is sprake van een 100% camera dichtheid! Ondertussen kopen ze alles wat los en vast zit: allemaal lopen ze met malle (nep)Tibetaanse doekjes, cowboy hoeden en de meest waardeloze prullaria! Nee, de Chinese toerist is geen prettig gegeven!!

Jiuzhaigu - Chengdu
Vanaf het park gaan we met de bus door naar Chengdu! De weg die we zouden moeten nemen blijkt afgesloten door een ingestorte berg. Er wordt de bus dus verteld dat iedereen aan de buschauffeur extra geld moet betalen. De Chinezen betalen zonder morren en zonder vragen te stellen. De westerlingen in de bus (4 in totaal), weigeren in eerste instantie te betalen: je gaat toch niet zomaar geld betalen bovenop het al betaalde buskaartje, zonder dat je weet waarom?! De Chinees dus wel, die stelt geen vragen! De weg die we nemen is mooi, maar ook gevaarlijk.. We kruipen over een pas van 4.500 meter, waar we ons record aantal haarspeldbochten voor onze kiezen krijgen. Overal stenen en puinlawines op de weg. Op veel plekken is een deel van de weg ook afgesloten: slik! Wanneer we de pas over zijn, zijn we in een keer in een ander klimaat terechtgekomen: het is hier vochtig en warm. Overal bamboe, subtropische gewassen, grote vlinders, bananen- en palmbomen.. Relaxed!!

Wanneer we aankomen in Chengdu is het nogal een schok! We hebben twee weken doorgebracht in de bergen in de kleine dorpen. We zitten plotseling in een stad met 14 miljoen inwoners. Overal hoogbouw, Chinezen, fietsers, auto's, bussen, maar vooral winkels!! De Chinezen zijn helemaal leip van shoppen! Shopfanaten opgelet: ga naar China! Hier in Chengdu kun je vooral je lol op bij het kopen van kleding (iets wat wij echt moesten doen, want de kleding die we hadden was goor en versleten. We hebben nu dus nieuwe partypakjes!). Je vindt hier alleen maar belachelijk grote kledingwinkels: 12 verdiepingen hoog, en dan 12 naast elkaar.. Alleen maar kleding, kleding en nog eens kleding. Alles kun je hier krijgen voor helemaal niets.. In Nederland kun je geen of amper leuke kleding vinden. Hier het hipste van het hipste (vaak nep, maar wat boeit dat) in 100.000-voud. Een broek voor nog geen 6 euro, een jas voor 8 euro en t-shirts voor 2-3 euro. Dezelfde kwaliteit als thuis! Je wordt hier hebberig, maar we hebben geen ruimte! Emiel: sorry, ik heb afscheid moeten nemen van het rode t-shirt!

China en de Chinezen: vervolg
Typen Chinezen: In China zijn er 3 typen Chinezen te onderscheiden: de stads-chinees, de plattelands-chinees en de oorspronkelijke-bewoner-Chinees (de minderheden, maar dat klinkt zo lullig, want het zijn er altijd nog meer dan de gehele bevolking van Frankrijk).
  • De oorspronkelijke-bewoner-Chinees is de meest relaxte Chinees. Deze mensen leven hun eigen leven, hebben andere meer traditionele gebruiken en hebben over het algemeen echte karakterkoppen. Van wat wij zien, trekken ze zich ook niet echt wat aan van China en de Chinese overheid. Ze zijn meer individueel.
  • De plattelands-Chinees is nog altijd in de meerderheid. 60-70% van de Chinezen is boer. Deze leeft zijn of haar eigen leventje en houdt zich eigenlijk met niet meer bezig dan te zorgen dat het agrarische werk wordt gedaan, tussendoor wordt er gesocialised met de dorpsgenoten, onder het genot van een kopje thee, de eeuwige sigaret en een spelletje kaart of mahjong.
  • De stads-chinees is de marionette van de overheid. Deze Chinees houdt van massa's en stelt geen vragen. Voor de mensen die George Orwells boek '1984' hebben gelezen: een live-versie van dat boek tref je in de Chinese steden! Ze lijken allemaal op elkaar, ze doen hetzelfde, ze eten hetzelfde, ze kopen hetzelfde en ga zo maar door! Deze Chinees staat ook stijf van de propaganda en spreekt geen Engels, maar Chinglisch (de Chinese versie van het Engels = de letterlijke computervertaling van het Chinees).
  • De Chinese afwachtcultuur: Chinezen zijn geen individuele en logische denkers. Wanneer er een situatie plaatsvindt, die duidelijk een logische oplossing nodig heeft, gebeurt er niets. Voorbeeld 1: We reden met de minibus van A naar B. De weg was geblokkeerd door een vastgelopen wegwerkmachine en een hoop zand. Gevolg: Weg geblokkeerd. Oplossing: zand weghalen! Resultaat: de Chinezen keken er naar en deden niets, wij pakten de schoppen op en maakten de weg vrij, zodat we verder konden rijden! Voorbeeld 2: We reden met de bus over een drukke smalle weg. In een dorp was de weg geblokkeerd door een motor die op de weg lag. Een klein ongeluk. Gevolg: Weg geblokkeerd en een enorme file. Oplossing: motor verplaatsen zodat het verkeer weer door kon gaan! Resultaat: de Chinezen keken er naar en deden niets, twee politieauto's reden langs en deden niets. Na 1,5 uur kwam er een heldere agent, die verplaatste de motor. Naar het scheen konden wij niets doen, want als we de motor zouden verplaatsen, zouden wij de schuld krijgen van de beschadigde motor.
  • De geen-vragen-stellen cultuur: In China worden geen vragen gesteld. Dit heeft voor het grootste deel te maken met de waarde die in de Chinees cultuur wordt gehecht aan het voorkomen van gezichtsverlies. Op scholen worden daarom weinig tot geen vragen gesteld, want stel dat de docent het antwoord niet weet, dan lijdt hij dus gezichtsverlies. Je stelt ook geen vragen over de regering, want alles wat de regering doet is goed!



09 - China | Woestijnen en Chinezen

Vanaf Hohhot namen we de trein naar de stad Zhongwei in de provincie Ningxia. We hadden deze keer zogenaamde hard-sleeper plaatsen genomen, omdat het een rit zou worden van 12 uur. Het station van Hohhot en het 'boarden' van de trein was al een belevenis. In het station werd de massa verdeeld over een tweetal wachtkamers. Jouw wachtruimte is afhankelijk van het treinnummer. In de wachtruimte moet je plaatsnemen in een rij, welke ook weer afhankelijk is van het treinnummer.. De rij wordt zeer strikt gehandhaafd; dit hadden we al eerder meegemaakt. Volgens ons zijn ze hier in China bezig met een zeer uitgebreide heropvoedingscampagne. De zogenaamde hard-sleeper klasse, is niet zo hard als de naam voordoet. Echt comfortabel is het alleen niet. Je hebt in een wagon een groot aantal bedden die 3-hoog zijn gestapeld.. Het is wel een gezellig sfeertje. Het onderste bed is om op te zitten. Maar voor wat comfort ga je maar op je eigen bed liggen, waar je dus in slaap valt. In de trein is standaard heet water beschikbaar. Met name gebruikt voor thee en de continue stroom instant noodles pakketten.

Zhongwei
Deze vrij kleine stad, met ook weer extreem veel nieuwbouw projecten ligt op de plek, waar de zandduinen van de woestijn het water van de Gele Rivier raken. Met een taxi maken we een rit door het gebied. Ze zijn hier in de omgeving met grote projecten bezig om het zand te bedwingen. Zeer veel irrigatie kanalen, aanplantingen en stromatten. Het heeft zo te zien wel succes. Tussen de duinen ook grote stukken Chinese Muur in de 'originele' staat. Dat wil zeggen als ruïne, maar daarom extra indrukwekkend. En beter nog, we zijn de enige toeristen. Van de plek waar de duinen het water raken, hebben de Chinezen een vermaak oort gemaakt. Het is bijzonder grappig om te zien hoe Chinees toerisme werkt en hoe Chinezen toeriste spelen. De vlaggetjes zijn overal, net als de paraplu's en de rondleidingen.

Donhuang
Vanuit Zhongwei nemen we de trein naar Liuyuan, waar een gedeelde taxi nemen naar Donhuang in de provincie Gansu. De treinreis is vermoeiend. We zitten 17 uur in de trein, waar we dit keer de zogenaamde hardseat klasse hebben. Dit is de goedkoopste klasse, zonder bedden en zonder ruimte. Maar nog altijd meer comfortabel dan de hard-sleeper klasse. De contacten met de Chinezen zijn erg grappig. Degenen die Engels 'spreken', willen dat ook in de praktijk brengen. Niet veel rust, wel veel plezier. Ook in deze trein wordt van alles, continue verkocht. Het mooiste was de presentatie van de 'wondersok'. Sokken die onbreekbaar zijn, werd op zeer bijzondere wijze gedemonstreerd. Amazing Discoveries. Mike ontbrak helaas. We reden door een
bijzonder indrukwekkend landschap. De trein reed tussen de zandduinen, die aan weerszijden van de rails lagen. We zagen de eerste hoge bergen van deze reis: 5.500 meter. Voor ons beiden een record. Übervet. Het land is verder leeg en kaal, afgezien van 
de Chinese Muur die we regelmatig vanuit de trein zien. We komen 's nachts met de taxi aan in Donhuang. Deze stad met 180.000 inwoners ligt in een oase midden in de woestijn. Aan de rand van de stad liggen de zeer hoge duinen (200 meter!!), die je vanuit de stad kunt zien liggen. We zitten nu aan de oostzijde van het Turpan Basin, onderdeel van de Taklamakan woestijn. De Gobi (Chinees voor steenwoestijn), ligt ten noorden van ons. Het is hier HEET. Pepers zijn er niets bij. 41 graden in de schaduw hebben we inmiddels gemeten. De temperatuur in de zon, kon de thermometer helaas niet aan (gaat 'maar' tot 50 graden).

Chinezen vinden het noodzakelijk om rond alles wat de moeite van het bezoeken waard is, een hek te plaatsen en extreme toegangsprijzen te vragen. Voor de zandduinen durven ze het aan om 8 euro entree te vragen. Dat geeft je enkel de mogelijkheid om in het gebied te zijn, je moet extra betalen om eventueel gebruik te maken van een trap?? de duin op. Wij zijn natuurlijk niet van gisteren en weten ook wel dat je een heel groot hek nodig hebt om de hele woestijn af te sluiten. Met de fiets is een inspectierondje snel gemaakt en al snel ontdekken we het einde van het hek. Hier kunnen we in ieder geval gratis de duinen in. En beter nodig, zonder massa toerisme. Ons principe: natuur is van iedereen en moet dus gratis zijn. Soms moet je daar wat moeite voor doen.

De Chinezen
Chinezen zijn goor en kennen geen hygiëne! Dit is de stelling we nu aandurven. Gaandeweg onze China ervaring zullen we deze stelling al dan niet aanpassen. Chinezen poetsen wel alsof hun leven er van af hangt, maar om de een of andere reden vinden ze het niet nodig om te WC daarbij te betrekken. Roggelen is een verhaal apart. Het daadwerkelijke spugen is het probleem niet, maar het afschuwelijke geluid van de uit het diepste van de keel komende roggel, is wel zo ongelooflijk onsmakelijk. Ze doen het allemaal! Gadverdamme. Vooral 's ochtends onder je hotelkamer is het iets wat je niet wilt horen. De recreërende Chinees is makkelijk te vermaken en houdt van de massa en wil daar graag grof voor betalen. Er wordt een hek om iets moois geplaatst en en massa gaan de Chinezen de bezienswaardigheid bekijken. Er is nagenoeg niemand die er van afwijkt. In iedere stad die we tot dusver hebben we gezien, is er een plein of een park, waar iedereen 's avond naar toe gaat ten vermaak. Het lijkt alsof de Chinezen zeer snel tevreden zijn. Het is wel aandoenlijk om te zien. De individuele Chinese toerist kennen ze nog niet. 
Ga naar boven