3.14 - Mongolië | Problemen aan de grens

De trein stopt in Zamyn-Uud. In deze stoffige plaats moeten de Mongoolse formaliteiten worden afgehandeld. Vrij snel na aankomst op het verrassend mooie station worden de paspoorten ingenomen. Waar onze medepassagiers de gestempelde paspoorten na een paar uur weer terugkrijgen, moeten wij de trein verlaten. Ons visum blijkt te zijn verlopen. Het visum is 30 dagen geldig, maar inmiddels is het de 31ste dag. Met droge ogen wordt ons medegedeeld dat we daarom $266 moeten betalen. Niet alleen zullen we een nieuw visum moeten kopen om onze aanwezigheid te legaliseren, ook worden we beboet vanwege een strafbaar feit. Niets lijkt er erger te zijn dan het bezit van een verlopen visum. We proberen te charmeren, te discussiëren, mee te buigen en om te buigen. Niets werkt. De grenscommandant is onvermurwbaar.

We zijn ontzettend dom en naïef geweest. Niet alleen hebben we de dagen verkeerd geteld, ook hebben we bijna geen contant geld bij ons. We zijn gelukkig niet de enige die uit de trein zijn gehaald.
De Koreaanse familie Lee heeft precies dezelfde problemen. Om de één of andere duistere reden zijn er in Zamyn-Uud vier banken. Nummer 1 is gesloten. Nummer 2 accepteert geen Mastercard en heeft ook geen ATM. Nummer 3 accepteert geen buitenlanders en nummer 4 is net zo gesloten als de eerste. We hebben dus nog steeds een probleem. Maar hoe komen we aan geld om het probleem op te lossen? In een situatie als deze blijkt hoe aardig en goed van vertrouwen mensen kunnen zijn. De Nederlanders met wie de coupe delen lenen ons € 150,- Met de dollars die wij nog hebben zouden we genoeg moeten hebben. Helaas vindt de grenscommandant het nodig om een rondje zinloos te bellen om de precieze koers van de Euro te bepalen. Daarna volgen nog een aantal onduidelijke administratieve handelingen die in een slakkengang worden afgehandeld. We zien onze trein het station verlaten als de laatste stempel wordt gezet en onze paspoorten met een grote grijns worden teruggegeven.
Het Mongoolse grensstation Zamyn-Uud Na uren wachten rijdt deze trein zonder ons verder
Samen met de familie Lee blijven we achter op het lege station. Zij wonen al jaren in Mongolië en kennen de taal en de gebruiken. Door deze lieve familie worden we op sleeptouw genomen om op een alternatieve manier in Erenhot te komen. We charteren een ‘taxi’ naar de grens. Onderweg wordt er in een stoffige zijstraat een vaag papiertje opgehaald, wat nodig lijkt te zijn om de met de auto de grens over te steken. Op wonderlijke wijze raakt de taxi bij de grens oververhit en blijkt daarna kapot te zijn. Er zit niets anders op dan het laatste stukje te lopen. De Mongoolse zijde van de grens bestaat uit prikkeldraad, grote aantallen grenswachten en een slagboom over een grintpad dat de weg moet voorstellen. Gebouwen zijn er niet. Achter het prikkeldraad wacht een groot aantal mensen op een lift over de grens. Lopend mag de grens niet worden overgestoken. De familie Lee regelt en ritselt en weet een jeep te charteren die beschikt over de juiste papieren. Dan gaat het snel. In sneltreinvaart worden de Mongoolse formaliteiten afgehandeld en snellen we door niemandsland naar de Chinese grens.

De superioriteit van de Chinezen straalt ons tegemoet. De weg is voorzien van een verse plak asfalt, er staan nieuwe gebouwen die staan te zoemen van de airco, computers en efficiency. Onder een enorme regenboog lopen we China binnen. We stappen weer in de jeep om over de brede en lege straten van Erenhot naar het station te snellen. De trein naar Hohhot staat er nog, maar van de Chinees met onze kaartjes is geen spoor meer te bekennen. Aan het loket slaagt de taalbarrière er niet in om de aanschaf van twee kaartjes te voorkomen. Voor 70 Yuan (€ 7) hebben we recht op plek in de afgeladen ‘hard-seat klasse’, waar we uitgeput, stoffig en bezweet plaatsnemen op het tussenbalkon. We worden aangestaard of we van Mars komen. Dit ligt niet ver van de waarheid als we ons bedenken waar we ons net nog bevonden.

08 - Mongolië | Met de trein naar China

In Ulaan Baatar zijn we op de trein gestapt richting China. We hebben absoluut genoten van Mongolië. De hoofdstad is wel een stad waar je tijdelijk zou kunnen wonen. Een stad vol contrasten, dat wel. Veel zwerfkinderen op de straat, tussen de enorm dure auto's. Veel zooi op straat. Wat vooral opvalt is het ontbreken van een groot deel van de putdeksels. We hebben na 30 dagen Mongolië nu wel zin om verder te gaan. Het wordt tijd voor iets nieuws; we kennen inmiddels ook al veel te veel mensen in Ulaan Baatar (reizigers en Mongolen).

De treinreis ging tot de grens zeer voorspoedig. We deelden de coupe (na wisselen) met een Mongoolse en een Filippijn, die in Nederland wonen en die net in Mongolië waren getrouwd. Leuk om de verhalen te horen en de foto's van de Mongoolse bruiloft te zien. We reizen in de nacht, dus we zien pas de volgende ochtend dat we door de Gobi rijden: een kale, maar wel intrigerende leegte. Bij de grens aangekomen, blijkt er volgens de Mongoolse grenswacht een probleem met ons visum. We zijn 31 dagen in Mongolië. Eén dag de visum termijn overschreden...... shit. Afhankelijk van de telling klopt dit of klopt dit niet. We moeten de trein uit om een en ander te regelen. We zijn niet de enige: een Koreaans gezin heeft het zelfde probleem. De grenswacht is een Nazi van de übereerste orde. Hij is onvermurwbaar en legt ons een boete op van 266!! dollar. Paspoorten zijn ingenomen, de trein gaat al bijna weer verder en zoveel geld hebben we niet bij ons. Verlagen van de boete is niet aan de orde. De vier banken in dit grensstadje zijn of gesloten of accepteren onze creditcard niet. Wat moeten we doen? Het stel waarmee we de coupe deelden, leent ons 150 euro. Hiermee verkrijgen we genoeg om met veel tegenzin de boete te betalen. Dan moeten er nog veel duistere administratieve handelingen worden verricht. De grens kakkerlak neemt zo z'n tijd dan we de trein missen. Met het Koreaanse gezin blijven we achter op een leeg station.

Maar we moeten naar China. We moeten in de grensplaats Erlian onze trein hebben naar onze bestemming Hohhot. We hebben nog maar twee uur. De Koreanen moeten daar ook naar toe. We besluiten om samen te blijven. We charteren samen een jeep om ons de grens over te brengen. Je mag niet te voet de grens over. De grens aan de Mongoolse zijde is niets meer dan veel prikkeldraad in een stoffige omgeving, zonder asfalt en zonder gebouwen. Het is een enorme drukte. Onze 1e chauffeur is plotsklaps verdwenen (we hadden nog niets betaald). We hebben nog maar een uur. Na veel moeite vinden we een nieuwe
chauffeur. Met wat via via connecties lukt het ons om met voorrang Mongolië uit te komen. Dan komen we bij de grens met China. Wat een verschil met het ontwikkelingsland Mongolië. Asfalt, nieuwe nette gebouwen, computers, airco en staats propaganda. We zijn blij, maar wat een rij. Ook hier lukt het ons om met voorrang door de paspoortcontrole te komen. We hebben nog maar 15 minuten. We racen met de auto naar het station. We hebben vouchers die we moeten omwisselen voor treinkaartjes, maar het is al te laat. Als een idioot naar het loket om voor elkaar te krijgen dat we binnen 5 minuten 2 kaartjes naar Hohhot krijgen (een rit van 9 uur voor maar 3,5 euro per kaartje). Wie zeg dat het moeilijk is. We halen op het nippertje de trein en blijken in de laagste klasse te 'zitten' (hardseat). Volledig afgeladen, maar het maakt ons allemaal niets uit. We negeren alle blikken en vinden een plaatsje op de grond in de tussenruimte. We zijn kapot, maar op dit moment zeer blij dat we het 'achterlijke' Mongolië uit zijn. De treinreis is niet zo oncomfortabel als we dachten. We zijn een bezienswaardigheid, maar iedereen is vriendelijk en veel willen ons helpen, eten met ons delen of hun schaarse Engels oefenen. We komen om 22.00 uur aan in Hohhot (6 uur later dan Nederland). Het Koreaanse gezin brengt ons naar een goedkoop hotel (5 dollar per nacht voor een kamer). We zijn ze veel dank verschuldigd. We zijn blij dat we in China zijn.

Hohhot
Deze stad is de hoofdstad van de provincie Inner Mongolië. Een voor Chinese begrippen kleine stad: zo ongeveer 3 miljoen inwoners. Een enorme Chinese drukte, veel vreemde tekens, extreem veel nieuwe gebouwen, banken, kantoren, fietsen, maar bovenal vel winkels. We huren een fiets, eten veel voor weinig (een verademing na Mongolië), ontmoeten Chinezen die ons de stad laten zien. We zien bijzondere oude Chinese wijken, maar ook extreem grote nieuwe gebieden. De Chinezen pakken alles extreem aan: geld speelt hier duidelijk geen rol. We worden rondgeleid door Chinezen, we bevinden ons in een Chinese woning, we zien een extreem groot water en licht spektakel, afgesloten door ons eerste Chinese vuurwerk. We weten niet wat ons verder te wachten staat, of dat deze stad representatief is voor de rest van China. Indien dan wel zo is, dan moeten we ons in Europa ernstig zorgen gaan maken. De mensen zijn wel niet vrij en ze zijn ook behoorlijk geïndoctrineerd door de overheid, maar ze zijn wel zeer slim, gedisciplineerd en vooral gemotiveerd. Volgens onze 'gids' zijn alle gebouwen die we zien van de laatste 5 jaar.
Ga naar boven