4.11 - China | We laten de woestijn achter ons

We hebben twee opties om naar het 800 kilometer noordoostelijker gelegen Xining te reizen. De bus vertrekt ’s ochtends, maar zal er tussen de 20-24 uur over doen. De trein rijdt ’s nachts en doet er maar de helft van de tijd over. We kiezen dus voor de trein. We worden dus geholpen door een Chinees, die dankbaar gebruik maakt van de mogelijkheid om zijn Engels op en met ons te oefenen. Voor 120 RMB per persoon hebben we hardsleeper plaatsen voor de trein die vanavond om 20.00 uur vertrekt. Voor het meeste comfort hebben we dit keer gekozen voor de middelste bedden (niveau 2)

Voordat we de vertrekruimte van het station van Golmud mogen betreden, moeten we door een strenge toegangscontrole. Militairen controleren paspoorten en de bagage moet door de scanner. We vragen ons af of het voor Chinezen wel mogelijk is om vrij te reizen. Moet je als Chinese burger misschien een vergunning hebben om van A naar B te reizen? Of is dat alleen in de gevoelige grensgebieden met Tibet het geval?  De vertrekhal is afgeladen met reizigers die allemaal met dezelfde trein mee willen. Er is geen sprake van een georganiseerde chaos. Laat staan dat er sprake is van een nette rij. Om het perron te kunnen bereiken is een professioneel potje duw- en trekwerk noodzakelijk. Onze grote rugtassen fungeren daarbij als een prettig stootkussen. Het duwen en trekken bleek in ons geval echter niet nodig. Wij hebben namelijk gereserveerde plaatsen. Het duw- en trekwerk is voor de mensen die schaarse zitplaatsen in de niet reserveerbare en goedkope hardseat klasse willen bemachtigen.

IMG_1652 IMG_1664
Buiten Golmud begint de woestenij Het land is leeg, doods en verlaten

We hopen dat het lang genoeg licht blijft om van het desolate landschap buiten de trein te kunnen genieten. Dit is jammer genoeg niet het geval. Nu balen we dat we hebben gekozen voor de snelste weg, terwijl het waarschijnlijk de enige keer van ons leven dat we door dit onherbergzame gebied reizen. Een gebied dat verborgen blijft in het nachtelijk duister van Qinghai. Misschien hadden we toch voor de bus moeten kiezen. In het donker zit er weinig anders op dan in bed te gaan liggen. We hebben ieder een middelste bed. Het bovenbed is vanwege de beperkte ruimte de goedkoopste. Het onderste bed is logischerwijs de duurste, maar eerlijk gezegd is de middelste plek de meest ontspannen plek om in te slapen en te lezen.

We worden wakker in een ander landschap. De trein kronkelt door smalle, groene dalen. Het is een prachtige omgeving met rijstterrassen en een fonkelend heldere rivier. We hebben de woestijn achter ons gelaten. Terwijl we dit groene landschap op ons laten inwerken, genieten we van ons ontbijt dat bestaat uit de door ons zelf meegebrachte havermout met gedroogde banaantjes en basterdsuiker. Stukken beter te hachelen dan iedere keer weer die mie-soep in de ochtend.

4.10 - China | Golmud

Het in de provincie Qinghai gelegen Golmud, is de stopplaats voor de dagen durende busreis van het noordelijke deel van China naar Tibet. Wij zijn echter eigenwijs en weigeren de hoge kosten te betalen die daar mee gemoeid zijn. Wij vinden 1.600 RMB per persoon en de verplichting om in een groep te reizen nou niet bepaald uitnodigend om het authentieke Tibet te leren kennen. Daarom trekken wij ons eigen plan en besteden onze tijd in Golmud aan het leren kennen van deze stad. Daarvoor hebben we onze intrek genomen in het Golmud Hotel, waar we een kamer hebben voor 40 RMB per nacht. We hebben beiden last van neusbloedingen. Waarschijnlijk vanwege de ijle lucht in verband met de hoogte waarop we momenteel verblijven. Met 210.000 inwoners is het op 2.800 meter hoogte gelegen Golmud een voor Chinese begrippen kleine stad. Het zal echter niet lang duren voordat deze stad uit haar voegen zal gaan barsten. Sinds juli 2006 is de stad namelijk het startpunt van de nieuwe spoorlijn naar Lhasa. Voor het eerst is Tibet toegankelijk per spoor.

Op het eerste gezicht lijkt er in Golmud niets te beleven. Het stadsdeel tussen ons hotel en het station is een aaneenschakeling van nieuwe woonblokken zonder smaak of kraak. Elke straat heeft haar eigen functie. Er is een straat vol computerwinkels, een straat met verkopers van stenen en mineralen, enz. Alsof de gilden hier nog in volle glorie haar werk doen. Het ontbreekt hier alleen aan klanten en andere leven om het hier gezellig te kunnen noemen. Aan kleur ontbreekt het echter niet. Er wordt scheutig omgesprongen met de rode Chinese vlaggen en de straten zijn vergeven van de groene (lege) taxi’s.

IMG_1635 IMG_1636
Boulevard voor het Golmud hotel De nachtelijke bazaar van Golmud

Net als we de conclusie trekken dat Golmud een lege stad is, komen we  uit bij een grote bazaar. Er wordt verkocht en gekocht. Er wordt gehandeld en onderhandeld. Je kunt je laten wegen. Schoenen kunnen worden gepoetst en gemaakt. Jeroen laat een lief oud vrouwtje zijn schoenen  repareren voor 1 RMB. Golmud is hier kleurrijk en vol leven. Maar ook een vreselijke teringherrie. Voor iedere winkel staan een paar grote luidsprekers opgesteld, waaruit de meest verschrikkelijk muziek klinkt op een volume dat meer past bij een houseparty. Het is bedoeld om klanten mee te lokken, maar op ons heeft het eerder het averechtse effect. Buiten de bazaar is een groot plein voorzien van terrassen waar gegeten en gedronken kan worden. We worden uitgenodigd aan een tafel met een groep Chinezen. Met behulp van ons Chinese woordenboekje komen we een heel eind in de richting van een goede conversatie. Dit gaat als volgt: Wat je wilt zeggen of vragen wijs je aan in het woordenboek. De ander kan dan in zijn eigen taal lezen wat je bedoeld en op dezelfde wijze terug ‘praten’. Zo komen we er achter dat onze vrienden geen Engels kunnen spreken, maar wel enkele Engelse zinnen kunnen schrijven. Zij komen te weten dat wij ongehuwd samenwonen. Dit leidt tot veel verbazing. Bijna net zo veel als het bevoelen van onze neuzen, die enorm groot zijn in vergelijking met het verfijnde Chinese rookorgaan. We hebben het helemaal naar ons zin. Golmud blijkt dus toch een leuke stad te zijn.

4.09 - China | Desolatie en gorigheid

Het busstation ligt tegenover het hotel. Daar vertrekt om 9.00 uur de bus naar Golmud. Voor 78 RMB per persoon kopen we een kaartje aan het loket. Op het kaartjes staat het nummer van de bus, wat correspondeert met het nummer dat op de bus staat. Het busstation is al best een belevenis. Dunhuang is een oude handelsplaats aan de Zijderoute en ligt op een kruispunt van volkeren. Dit is wel te zien aan de karaktervolle koppen van de Islamitische Oeigoeren en de Boeddhistische Tibetanen. Ze dragen enorme balen bagage en/of handelswaar bij zich. Het resultaat van een ‘weekend winkelen’ in de handelsplaats Dunhuang. De mannen zitten in alle rust te wachten en te roken in een kenmerkende houding: diep gehurkt, met de billen bijna tegen de grond en de armen leunend op de knieën. 

De busreis naar het 525 kilometer zuidelijker gelegen Golmud duurt 9 uur. De eerste tientallen kilometer vanuit Dunhuang rijden we parallel aan de zandduinen. Deze gaan langzaam maar zeker over in de bergen,  met in de dalen hier en daar een verdwaalde zandduin. Er is geen vegetatie dat het zicht belemmert op het ruige en kale landschap. Op 2.800 meter hoogte breken we door de bergen en rijden we door een desolate leegte. In de platheid groeit af en toe een plukje gras tussen de kiezels, het stof en het gruis. De kleurloosheid van het land wordt verstrekt door de grauwe wolken die met hoge snelheid langs de hemel glijden. Regelmatig passeren we een ploeg wegwerkers (of misschien toch dwangarbeiders), gekleed in oranje overalls en gewapend met bezems. Zij zijn belast met het zandvrij houden van deze vitale noordelijke toegangsweg naar Tibet. Aan de zuidelijke horizon zien we de eerste witte toppen van de Himalaya.

IMG_1617 IMG_1621
De lange rechte weg tussen Dunhuang en Golmud Een 'idyllische' plaats voor een plaspauze 

Halverwege het niets maken we een stop in een afschuwelijke nederzetting. Een plaspauze van 30 minuten. We zijn inmiddels wel wat gewend wat betreft hygiëne, maar dit gaat echt wat ver. Waar de Mongolen gaten graven van 2-3 meter diep, maken de Chinezen een verhoging boven het maaiveld. Je hangt 50 centimeter boven een antiperistaltische impuls opwekkende berg stront, pis, maandverband en ander  ellende. Jeroen lukte het niet om het hok überhaupt te naderen. Voor Floor was de nood dermate hoog dat er geen andere optie was. De toiletten zijn van die Franse plees, zonder scheidingswandjes, maar wel met enorme kakranden en nog goorder: rochels voor de plee. De vrouwen zitten gerust tien minuten op de plee voor zich uit te rochelen. Floor is gechoqueerd. Hoe netter de dame, hoe viezer het pleegebruik. Een broeinest voor ziektes. Nu begrijpen we waarvoor we vaccinaties hebben en waarom mensen sterven door onhygiënische omstandigheden. Zich niet bewust van het risico, spelen kinderen hun onschuldige spel tussen alle viezigheid. Grenzend aan de buitenplee liggen de keukens van de restaurantjes. Lekker koken naast de stront.

Het meest heftige zijn de zoutgebieden, waar we circa 100 kilometer voor Golmud door heen rijden. De hoogvlakte is hier ook nog steeds plat en indrukwekkend desolaat. De aarde is dood en wit. Alles staat hier in het teken van de zoutwinning. Het landschap is volledig kapot gemaakt. Her en daar staan fabrieken die het gewonnen zout verwerken tot welk product dan ook. Grote hopen wit zout en grote kuilen in een dood landschap.  Daartussen ligt een dorpje waarvan de bewoners hun dag vullen met  het handmatig afgraven van het zout. De mannen lopen met loodzware zakken vol zout door de grauwe straten. Er is geen plukje groen te ontdekken om het nog enigszins leefbaar te houden. Hier moeten leven kan niet anders dan afschuwelijk zijn. Wij zien dat alles comfortabel door het raam van de bus, waarin een uiterst gewelddadige Chinese versie van Rambo wordt vertoond. Dat maakt het contrast en de indruk die dit op ons achterlaat alleen maar groter.

10 - China | Langs de randen van de Himalaya

Dunhuang - Golmud - Xining
Vanaf het begin dat we in China zijn, hebben we tot Xining door de woestijn gereisd. Zeer indrukwekkend om de leegte van China te ervaren (waar wonen al die 1,3 miljard Chinezen toch?) in een kaal en woest landschap. In de omgeving van Dunhuang enorme zandduinen en de hoogste temperatuur die we tot nu hebben gehad: 41 graden in de schaduw! Dunhuang is een hele relaxte stad om te verblijven, terrassen genoeg om een koel Chinees biertje te drinken. Gelukkig zijn de biertjes van het volwassen formaat: 680 ml. Vanaf Dunhuang hebben we de bus genomen naar Golmud. Een stad in de provincie Qinghai. Onze rit ging door een bar en kaal landschap. We reden over de Tibetaanse hoogvlakte (Golmud ligt op een hoogte van 2.800 meter). Een troosteloos, maar zeer indrukwekkend deel van de rit ging door een doods zoutgebied. De hele omgeving bar, kaal en wit. Daartussen veel zout gerelateerde industrie en weggerotte dorpjes met weggerotte mensen die werkten in de zoutbende. Echte armoede, alhoewel het ons niet zou verbazen wanneer we dwangarbeiders hebben gezien. De gehele weg wordt vrij gehouden door een leger mannen en vrouwen in oranje hesjes, die met een bezem het zand en gruis van de weg vegen. Ondertussen werd de sfeer in de bus verhoogd door een enorm foute en luidruchtige Thaise remake van Rocky, met veel sex en geweld. En dat terwijl de bus vol zat met kleine kinderen.

Golmud is voor de meeste reizigers enkel een stopplaats om de trip naar Tibet te organiseren. Wij hadden al eerder besloten dat niet te gaan doen, want we hebben geen zin om veel geld te betalen aan de Chineze overheid en om verplicht in een groep te reizen. We hebben Golmud 'noodgedwongen' wat meer verkend. Het is iedere keer weer opvallend dat iedere Chineze plaats die we tot nu hebben bezocht, leuker en relaxter is dan de eerste indruk die je krijgt. Altijd lekker eten, alhoewel we niet altijd weten wat we eten, en altijd vriendelijke mensen en een relaxte sfeer. Alleen de hitte!! Vanaf Golmud reizen we met de nachttrein naar Xining (de hoofdstad van de provincie Qinghai). We vinden ons zelf erg cool dat we zo eenvoudig trein- en buskaartjes bemachtigen. Zelfs zonder hulp van een Chinees. Je moet alleen weten hoe het systeem werkt. Het vinden van goedkope hotels gaat ook zeer voorspoedig net als het afdingen. We hebben onveranderd een eigen kamer in een hotel voor 4-5 euro. Zelfs als de 'echte' prijs het drievoud daarvan is.

Xining - Tongren - Xiahe
Xining was voor ons een stop om te starten met onze bustrip door de bergen richting Chengdu. Met de bus gingen we als eerste richting Tongren en daarna verder naar Xiahe. De wegen zijn hier zo mogelijk nog slechter dan in Mongolië. Over een stukje van 100 km deden we maar liefst 5 1/2 uur. De reis ging door een spectaculair landschap van bergen die steeds hoger werden. Ook wij gingen steeds hoger. In Xiahe zaten we op een hoogte van 3.000 meter. Deze hoogte bleek voor Floor te veel. Ze kreeg een acute aanval van hoogteziekte. Met veel rust ging het gelukkig al snel beter. De omgeving was in ieder geval spectaculair: kale bergen, diepe kloven met ruig water. Xiahe was een echte verrassing. Het is een klein stadje met het grootste en belangrijkste tempelcomplex naast Lhasa in Tibet. Er leven ruim 3.000 monniken. De rest van de ruimte wordt ingenomen door Tibetanen op bedevaart in hun mooiste kleding: jurken en mantels met de felste kleuren. Mooie sprekende gezichten. Wat anders dan de saaie nietszeggende gezichten van de Chinezen. Het stadje kent ook een Tibetaanse wijk, waar het heel fijn struinen is tussen de lemen huizen die tegen de berg zijn aangebouwd. We worden naar binnen gevraagd in het nonnenklooster, waar we een gratis rondleiding krijgen door plekken die normaal voor toeristen zijn gesloten. In Xiahe logeren we in een klein hotel, waar we slapen tussen de monniken. We hebben leuke contacten met de mensen: Het blonde haar van Floor is bijzonder intrigerend voor de mensen, net als ons spelletje yahtzee (ze kennen hier geen dobbelstenen) en de opblaasbare wereldbol! Jeroen zwemt ondertussen met de monniken!

Xiahe - Langmusi
Vanaf Xiahe reizen we met de bus door naar Langmusi. Voor de eerste keer kregen we te maken met het onvermogen van de mensen om een rij te vormen: met 25 man proberen ze het wereldrecord 'aantal mensen per m2' te verbeteren. Door het acteertalent van Floor (ik word geplet en het doet zo'n zeer, help!!), verkrijgen we echter als eerste een kaartje! Met de bus gaan we hoger en hoger. Je voelt je erg klein wanneer je door dit landschap reist. Het landschap is vergelijkbaar met dat van Mongolië, met dat verschil dat hier een aantal punten van het tafellaken hebben opgelift! Langmusi ligt op de grens van de provincies Gansu en Sichuan op een hoogte van 3.300 meter. Dat merk je dus echt: een versnelde ademhaling en minder lucht. Jeroen heeft er minder last van, hij is het gewend om minder lucht te hebben door dat gepaf! Langmusi is een stoffig gat, waar de bevolking bestaat uit Tibetanen, Moslims en toeristen.. De omgeving is wel de moeite waard: we worden omringt door toppen tot 5.500 meter. Maar geen sneeuw en ijs: in dit deel van de wereld begint de sneeuwgrens pas op 6.500 meter. Geen snowboarden voor Jeroen helaas! We hoorden van warmwaterbronnen in de omgeving waar we met een geregelde auto naar toe gingen: een privé(zwavel)bad te midden van de Tibetanen, de hoge bergen en enorme edelweiss.

Langmusi - Songpan - Jiuzhaigou
Met 8 personen, inclusief bagage, in een verrotte minibus gingen we door naar Songpan. De rit van 9,5 uur was afzien, maar het uitzicht op de grote hoeveelheid enorme marmotten, eagles op de telefoonpalen en de gieren vlak langs de weg, maakten erg veel goed. We reden voor een groot deel over een vlakte van ruim 4.000 meter hoogte.. Voor Floor moet het niet nog gekker worden! In Songpan kregen we voor het eerst te maken met het massatoerisme van de Chinezen. Toeringcars racen als volledige asocialen door de smalle straten om hun lading van gecomputeriseerde Chinezen van A naar B te brengen. Het is niet 1 bus, het zijn er honderden in een continue stroom! Dit is niet meer normaal. We hadden besloten om naar het Jiuzhaigou te gaan. Een UNESCO World Heritage Site, maar we begonnen ons een beetje zorgen te maken over de waarschijnlijk extreme drukte.

Jiuzhaigou ligt diep verscholen temidden van de bergen. Het bestaat uit drie kloven met voor een deel loodrechte wanden. Het bevat 108 meren, met de mooiste kleuren, 11.900 Chinese en 100 Westerse toeristen, 200 touringcars, verharde wegen en heel veel grote watervallen. De toegang is extreem prijzig: ruim 30 euro!!! Maar het is het waard, helemaal wanneer je, niet geheel legaal, een overnachting regelt in het park! Dan heb je dus twee dagen in een van de mooiste plekken van de wereld. In 
China zie je in de meeste hotels en restaurants grote afbeeldingen hangen van watervallen, de inspiratie komt hier vandaan! Helaas hebben de Chinezen een ander begrip van stilte en natuur! Ze zien het enkel en alleen als een pretpark: het maakt niet uit of het Disneyland of natuur is. Voor hun maakt het ook niet uit als de watervallen nep zouden zijn. Alles wat in het park aanwezig is, wordt gezien als een toeristische attractie. Zo ook wij dus! Er wordt geschreeuwd en gedaan op de stilste plekjes om 7.00 uur in de ochtend, want stilte is iets bijzonder angstigs voor de Chinees, evenals alleen zijn. Een Chinees is op z'n slechtst, wanneer die alleen op een stille plek is. Een spontane depressie zal het gevolg zijn! In deze omgeving leeft de Panda, maar de kans op een encounter wordt helemaal verwaarloosbaar klein door de Chinees in kwestie! De Chinees is gelukkig een luie en voorspelbare toerist en geen individu! Ze racen met de bus door het park, stappen massaal uit bij de bijzondere plekjes, ondersteunt door vlaggetjes en parapluutjes (wat het geheel een vrolijke indruk geeft), kijken naar de plekjes door hun camera, poseren allemaal en zijn naar 5 minuten weer weg, zonder een rondje te lopen!! De paden tussen de plekjes zijn dus Chinees vrij!! En dat is zo prettig!! Er is sprake van een 100% camera dichtheid! Ondertussen kopen ze alles wat los en vast zit: allemaal lopen ze met malle (nep)Tibetaanse doekjes, cowboy hoeden en de meest waardeloze prullaria! Nee, de Chinese toerist is geen prettig gegeven!!

Jiuzhaigu - Chengdu
Vanaf het park gaan we met de bus door naar Chengdu! De weg die we zouden moeten nemen blijkt afgesloten door een ingestorte berg. Er wordt de bus dus verteld dat iedereen aan de buschauffeur extra geld moet betalen. De Chinezen betalen zonder morren en zonder vragen te stellen. De westerlingen in de bus (4 in totaal), weigeren in eerste instantie te betalen: je gaat toch niet zomaar geld betalen bovenop het al betaalde buskaartje, zonder dat je weet waarom?! De Chinees dus wel, die stelt geen vragen! De weg die we nemen is mooi, maar ook gevaarlijk.. We kruipen over een pas van 4.500 meter, waar we ons record aantal haarspeldbochten voor onze kiezen krijgen. Overal stenen en puinlawines op de weg. Op veel plekken is een deel van de weg ook afgesloten: slik! Wanneer we de pas over zijn, zijn we in een keer in een ander klimaat terechtgekomen: het is hier vochtig en warm. Overal bamboe, subtropische gewassen, grote vlinders, bananen- en palmbomen.. Relaxed!!

Wanneer we aankomen in Chengdu is het nogal een schok! We hebben twee weken doorgebracht in de bergen in de kleine dorpen. We zitten plotseling in een stad met 14 miljoen inwoners. Overal hoogbouw, Chinezen, fietsers, auto's, bussen, maar vooral winkels!! De Chinezen zijn helemaal leip van shoppen! Shopfanaten opgelet: ga naar China! Hier in Chengdu kun je vooral je lol op bij het kopen van kleding (iets wat wij echt moesten doen, want de kleding die we hadden was goor en versleten. We hebben nu dus nieuwe partypakjes!). Je vindt hier alleen maar belachelijk grote kledingwinkels: 12 verdiepingen hoog, en dan 12 naast elkaar.. Alleen maar kleding, kleding en nog eens kleding. Alles kun je hier krijgen voor helemaal niets.. In Nederland kun je geen of amper leuke kleding vinden. Hier het hipste van het hipste (vaak nep, maar wat boeit dat) in 100.000-voud. Een broek voor nog geen 6 euro, een jas voor 8 euro en t-shirts voor 2-3 euro. Dezelfde kwaliteit als thuis! Je wordt hier hebberig, maar we hebben geen ruimte! Emiel: sorry, ik heb afscheid moeten nemen van het rode t-shirt!

China en de Chinezen: vervolg
Typen Chinezen: In China zijn er 3 typen Chinezen te onderscheiden: de stads-chinees, de plattelands-chinees en de oorspronkelijke-bewoner-Chinees (de minderheden, maar dat klinkt zo lullig, want het zijn er altijd nog meer dan de gehele bevolking van Frankrijk).
  • De oorspronkelijke-bewoner-Chinees is de meest relaxte Chinees. Deze mensen leven hun eigen leven, hebben andere meer traditionele gebruiken en hebben over het algemeen echte karakterkoppen. Van wat wij zien, trekken ze zich ook niet echt wat aan van China en de Chinese overheid. Ze zijn meer individueel.
  • De plattelands-Chinees is nog altijd in de meerderheid. 60-70% van de Chinezen is boer. Deze leeft zijn of haar eigen leventje en houdt zich eigenlijk met niet meer bezig dan te zorgen dat het agrarische werk wordt gedaan, tussendoor wordt er gesocialised met de dorpsgenoten, onder het genot van een kopje thee, de eeuwige sigaret en een spelletje kaart of mahjong.
  • De stads-chinees is de marionette van de overheid. Deze Chinees houdt van massa's en stelt geen vragen. Voor de mensen die George Orwells boek '1984' hebben gelezen: een live-versie van dat boek tref je in de Chinese steden! Ze lijken allemaal op elkaar, ze doen hetzelfde, ze eten hetzelfde, ze kopen hetzelfde en ga zo maar door! Deze Chinees staat ook stijf van de propaganda en spreekt geen Engels, maar Chinglisch (de Chinese versie van het Engels = de letterlijke computervertaling van het Chinees).
  • De Chinese afwachtcultuur: Chinezen zijn geen individuele en logische denkers. Wanneer er een situatie plaatsvindt, die duidelijk een logische oplossing nodig heeft, gebeurt er niets. Voorbeeld 1: We reden met de minibus van A naar B. De weg was geblokkeerd door een vastgelopen wegwerkmachine en een hoop zand. Gevolg: Weg geblokkeerd. Oplossing: zand weghalen! Resultaat: de Chinezen keken er naar en deden niets, wij pakten de schoppen op en maakten de weg vrij, zodat we verder konden rijden! Voorbeeld 2: We reden met de bus over een drukke smalle weg. In een dorp was de weg geblokkeerd door een motor die op de weg lag. Een klein ongeluk. Gevolg: Weg geblokkeerd en een enorme file. Oplossing: motor verplaatsen zodat het verkeer weer door kon gaan! Resultaat: de Chinezen keken er naar en deden niets, twee politieauto's reden langs en deden niets. Na 1,5 uur kwam er een heldere agent, die verplaatste de motor. Naar het scheen konden wij niets doen, want als we de motor zouden verplaatsen, zouden wij de schuld krijgen van de beschadigde motor.
  • De geen-vragen-stellen cultuur: In China worden geen vragen gesteld. Dit heeft voor het grootste deel te maken met de waarde die in de Chinees cultuur wordt gehecht aan het voorkomen van gezichtsverlies. Op scholen worden daarom weinig tot geen vragen gesteld, want stel dat de docent het antwoord niet weet, dan lijdt hij dus gezichtsverlies. Je stelt ook geen vragen over de regering, want alles wat de regering doet is goed!



Ga naar boven