Na een rit van 30 uur door een enorme hoeveelheid tunnels komen we aan in Kunming. Kunming is de hoofdstad en grootste stad van de provincie Yunnan. De stad heeft naar schattig 6,5 miljoen inwoners. Het is voor het eerst in China dat we slecht weer hebben. Het regent hard en met 20 graden is het ook erg fris. Dit lijkt in strijd te zijn met de bijnaam die deze stad draagt: 'stad van de eeuwige lente'. We zijn in elk geval erg blij met de jassen die we in Chengdu hebben aangeschaft. We denken te zijn aangekomen op het noordelijke treinstation. We zijn op zoek naar het Camellia Hotel, maar doordat we in werkelijkheid op het centraal station zijn aangekomen kunnen we ons niet oriënteren en komen we nergens terecht. We zouden natuurlijk een taxi kunnen pakken, maar dat vinden we dan weer te makkelijk. Uiteindelijk weten een bus te vinden, die ons in de buurt van het hotel kan afzetten. Stadsbussen in China heb je in twee smaken: de bus zonder luxe kost 1 RMB (€ 0,10) per rit, voor de bus met enige luxe moet 2 RMB (€ 0,20) worden betaald. Dit is ook weer iets dat je moet weten, want in eerste instantie denk je dus dat je wordt opgelicht .

Kunming is een goedkope stad om te overnachten. In het Camellia Hotel nemen we een 'dure' kamer, wat in Kunming betekent dat dit 120 RMB (€ 12,10) kost. Dat is dan ook nog inclusief ontbijtbuffet. In Yangshuo betaalden we 60 RMB (€ 6,05) voor onze hotelkamer en daarnaast nog eens 40 RMB (€ 4,04) voor het ontbijt. We betalen hier dus 20 RMB (€ 2,-) meer voor een luxere kamer. Het is bijzonder te beseffen hoe snel we ons aanpassen aan het goedkope land dat China is. In Mongolië betaalden we 80 RMB (€ 8,10) per persoon, voor een nacht in een slaapzaal. Dat vonden we toen goedkoop. De reden dat we overnachten in het Camellia Hotel is dat we hebben besloten om naar Vietnam en vervolgens naar Laos te reizen. In het hotel zijn de consulaten van deze landen gevestigd.

Omdat we niet langer dan noodzakelijk in Kunming willen blijven, nemen we een paar snelle beslissingen. Het consulaat van Laos verschaft binnen drie werkdagen een visum voor 30 dagen. We hebben 60 dagen de tijd om in Laos aan te komen, voordat de termijn van 30 dagen in gaat. De kosten voor dit visum bedragen 380 RMB (€ 38,40) per persoon. Het visum voor Vietnam kost 400 RMB (€ 40,40) per persoon en is 30 dagen geldig. Er moet een aanvraagformulier worden ingevuld die we afgeven aan de medewerker van het consulaat. Na drie dagen kunnen we dan terugkomen om ons paspoort af te geven, waarna we nog één dag moeten wachten op de verwerking. Het lijkt ons daarom slim om als eerste het visum voor Laos aan te vragen. We laten ons paspoort achter en betalen het gevraagde bedrag. Direct daarna gaan we langs bij het Vietnamese consulaat, waar we een ingevuld aanvraagformulier voor het Vietnamese visum achterlaten. Over drie dagen, net voor het weekend, kunnen we ons paspoort met het visum voor Laos ophalen. Vervolgens kunnen we dan ons paspoort inleveren bij het Vietnamese consulaat. In de tussentijd kunnen wij mooi nog een paar dagen doorbrengen in Dali.

Na een veel te korte nacht staan we uitgeput op. De nacht was vol lawaai. Chinezen zijn zo vreselijk asociaal en luidruchtig. Op straat wordt er geschreeuwd door de reizigers die ’s nachts aan zijn gekomen op het station. Stel je voor dat niet iedereen je zou horen! De hele nacht je televisie aan laten staan op het hoogste volume is ook heel normaal. Wat kan jou de rest van de wereld nou schelen? Tegen de belofte in worden we niet gewekt door de ‘wake-up call’ en is de uitgang van het hotel afgesloten met een hekwerk. Er is maar één mogelijkheid om dit hotel tijdig te verlaten en dat is net zo asociaal te doen als de rest van de mensen. Onze herrie leidt gelukkig als snel tot het gewenste resultaat. Een slaperige Chinese heeft een sleutel bij zich om ons te bevrijden uit dit weinig prettige hotel. We hebben een trein te halen. In de trein hebben we dit keer gescheiden plaatsen. We hebben een boven- en een onderbed, maar dan in gescheiden compartimenten.

We merken dat het landschap waar we doorheen reizen is ons steeds minder kan enthousiastmeren. In het begin maakten we nog veel foto’s vanuit de trein. Nu vinden we dat eigenlijk helemaal niet meer interessant. We zijn het ruige en bergachtige Chinese landschap ‘normaal’ gaan vinden. We kijken nu veel meer naar de details. Ook willen we het land en de mensen echt proberen te begrijpen. Waarom zijn ze zo ‘irritant’ anders dan wij? Waarom lukt het ons niet om ze te begrijpen? Inmiddels weten we dat ‘gezichtsverlies’ misschien wel het belangrijkste is dat door een Chinees voorkomen dient te worden. We hebben ook geleerd dat iemand recht in de ogen kijken als iets respectloos en aanvallends wordt gezien. Bij ons is dat precies andersom. Ook leren we dat de Han-stads-Chinees wil voorkomen dat hij of zij als een boer of een arbeider wordt gezien. Daarom ook lopen bijna alle vrouwen met een paraplu. Niet tegen de regen, maar om te voorkomen dat je bruin wordt. Bruine gezichten en armen zijn iets voor de armen. Het is het teken dat je op het land werkt. Het hebben van schone, fijne handen met lange nagels verstrekt dit streven om niet als een boer of arbeider gezien te worden. Regelmatig zien we een Chinees, mannen, vrouw, jong of oud, met één of meer nagels van 10 centimeter of langer. Enorm arrogant als je er zo bij stil staat.

We moeten ook constateren dat Chinezen niet bijzonder goed zijn in logisch nadenken en probleemoplossend vermogen. Een afwachtende houding is iets wat je het meeste tegenkomt. Wat je op de Chinese televisie ziet benadrukt dat nog eens te meer. Volgens ons kan het zeer interessant zijn om een groep Chinezen op Robinson eiland te plaatsen. Je zou daar zeer interessante televisie van krijgen. Het grote nadeel zou echter zijn dat geen enkele Chinees dit zou overleven. Iets anders zijn de kinderen. Als een kind iets laat vallen, dan gaat het huilen. Het kind is niet in staat te bedenken, dat het weer zelf oppakken de enige juiste oplossing voor het probleem is. Bij de kinderen kan deze houding echter ook te maken met het gevolg van het één-kind-beleid. Kinderen worden daardoor verschrikkelijk verwend. Er groeit een hele generatie kinderen op die enkel hoeft te piepen om iets voor elkaar te krijgen. Dat kan nooit goed gaan. Het is vreemd te beseffen dat een hele generatie Chinezen opgroeit zonder ooms en tantes.

Het valt ons iedere keer weer op dat de studenten erg ver van hun ouderlijk huis studeren. Is er misschien sprake van een actief spreidingsbeleid om studenten naar afgelegen gebieden te sturen met al doel heel China te laten overheersen door de Han Chinezen? We vermoeden van wel. In de trein zit ook een politieagent uit functie, maar wel in uniform. Hij is extreem ranzig en zit aan één stuk te rochelen en te spugen op de grond. Het gaat de hele nacht en dag door. Niemand anders dan wij lijken zich daaraan te storen. Hij is trots op zijn uniform met rode ster en laat overduidelijk blijken zich erg belangrijk te vinden. Dat is allemaal prima. Dat moet hij lekker zelf weten, maar dat kan ook best zonder al dat vieze gerochel. Het fluimen zelf is nog tot daar aan toe, maar dat schrapende en raspende geluid van de rochel die ergens achter in de keel wordt klaargemaakt is echt te smerig.

Om 22.00 uur gaan zoals gewoonlijk de lichten uit in de trein. Tijd om te slapen betekent dat. Alleen niet iedereen in de trein denkt er hetzelfde over. Aardige mensen die Chinezen met wie we de coupe delen, maar ook zij kunnen absoluut niet tegen stilte. Ze praten maar door en dan ook niet op een volume dat past bij de nacht. Het principe van een fluistergesprek lijken ze niet te kennen. Rekening houden met anderen ook niet. Gelukkig zijn de Chinezen wel gewend om te luisteren naar opdrachten. Als je dus aan ze vraagt om stil te zijn, dan doen ze dat ook. Ze staan er alleen totaal niet bij stil dat ze anderen tot last zijn.

13 - Vietnam | Het bijzondere noorden

Inmiddels is het al weer bijna 3 weken geleden dat we een laatste verslag hebben geschreven over onze ervaringen in het verre oosten. Ons laatste verslag hebben we geschreven vanuit Dali (China). Daar hebben we een aantal dagen doorgebracht om te wachten op ons visum voor Vietnam. Aan de afstanden in China zijn we inmiddels gewend geraakt. We moesten 3 dagen wachten op het visum, dus daarom gingen we maar 350 kilometer verderop daar op wachten! Vreemd eigenlijk. Dali was ontspannen, maar het was wel duidelijk dat we inmiddels genoeg hadden van China. Het kon ons allemaal niet heel meer boeien! Terug naar Kunming om een dag later met de bus naar de grens te gaan (Hekou). Kunming is een overvolle, vervuilde stad. Wanneer je op straat loopt, zijn je ledematen zwaar en de ademhaling moeilijk. Ook echt niet meer normaal wat een hoop verkeer en een lawaai. Weg hier, maar eerst een CD met Chinese muziek gekocht, voor de prijs van 1,60 euro. Zoals al eerder gezegd: je wordt hier extreem hebberig, want alles is hier zo verschrikkelijk goedkoop. 'Helaas' leent onze reis zich niet voor veel aankopen!

Vanaf Kunming gingen we met de bus naar de grens. Een nieuwe ervaring, want het was een nachtbus. In China betekent dat een sleeper-bus. Een bus gevuld met bedden (3 rijen, 2 hoog). Een kant bestond uit een zeer smal 2-persoonsbed. Gelukkig reizen wij samen, want je moet er echt niet aan denken om naast een rochelende Chinees te liggen in een bed, waarin persoonlijke ruimte niet bestaat. Om je in deze bus niet onveilig te voelen, moet je niet denken aan mogelijk gevaar. De uitdrukking 'rijden als een Mongool', kennen we al.. Maar je kunt de uitdrukking ook makkelijk aanpassen 'rijden als een Chinees'. Het credo is: eerst doen, dan nadenken! Gelukkig zijn we heelhuids (geradbraakt) aangekomen bij de grens. Inmiddels hadden we een groepje gevormd met 3 mede-reizigers. Bij de grens, in een achteraf straatje, het resterende Chinese geld (Yuan) omgewisseld naar Vietnamese valuta (Dong). De verhouding Euro-Dong is 1 op 20.000. Na ook nog wat dollars te hebben omgewisseld, waren me multi-miljonair met 3,6 miljoen Dong in de pocket! De grens was een makkie, vergeleken met de eerdere grensovergangen die we hadden gehad: de grens bestaat uit een brug over de rivier, die je per voet oversteekt. De grenswachten zijn vriendelijk en behulpzaam en na een uur, gevuld met diverse officiële bezigheden, kwamen we in ons volgende socialistische land: Vietnam.

Vietnam: Sapa
Vanaf de grens was het een half uur naar het bergstadje Sapa. Een voormalig Frans koloniaal rustoord, maar doordat de Fransen er in de jaren 50 zijn uitgeknikkerd, is het er een zeer aangenaam oord. Hier hebben we zes dagen doorgebracht, te midden van de Montagnards (Frans voor bergbewoners), die ons eerst van alles willen verkopen (tassen, sieraden, armbanden, kleden, opium en marihuana), maar later vriendinnen worden! Door het continue gezuig op de opiumbolletjes, zijn ze in de avond echter zo vaag als een knikker. Deze mensen kunnen bijna geen van allen lezen en schrijven, maar ze zijn opvallend taalgevoelig. Ze spreken vloeiend Engels (geleerd van de toeristen), maar daarnaast spreken ze een beetje Duits, Nederland, Frans, Italiaans, Spaans... Ga maar door.. Je zegt ze een keer een zin in het Nederlands voor en daarna weten ze deze zin te onthouden en ook nog eens perfect uit te spreken. Dit moet iets genetisch zijn. In Sapa hebben we veel gewandeld tussen de rijst-terrassen en de de afgelegen dorpen, die alleen per voet zijn te bereiken. Waar vind je dat soort plekken nog? Hier kun je tenminste wandelen in de natuur! Erg bijzonder om op plekken te komen, waar het leven hetzelfde is als een paar honderd jaar geleden! Geen auto's, geen televisie. Alleen de houten huizen op palen met de waterbuffels en de vriendelijke en mooie Montagnards! We wilden vanuit Sapa eigenlijk een 2-daagse tocht op de motor maken, maar een tyfoon 300 kilometer ten zuiden van ons, maakte dit onmogelijk. Twee dagen van extreme regenval, wat de wegen zeer gevaarlijk maakte. Dit vanwege de aardverschuivingen en de grote hoeveelheid water en modder op de weg. In plaats daarvan gingen we met ons tijdelijke reisgroepje, een aantal dagen later met een 4-wheel-drive met chauffeur op weg voor een 7-daagse tocht door het noord-westen van Vietnam. Vanaf Sapa, via Lai Chau, Dien Bien Phu, Son La, zijn we inmiddels aangeland in Hanoi.

Sapa - Hanoi
Je kunt stellen dat rijstterrassen misschien wel het enige door mensen gemaakte cultuurland is, wat het landschap alleen maar aantrekkelijk heeft gemaakt. Onze tocht door het noordwesten van Vietnam, nam ons niet alleen langs dit indrukwekkende landschap, maar ook door het tropisch regenwoud in het grensgebied met Laos. Wat een tocht! Duidelijk
van het toeristenpad, want blanken zijn we op twee na niet tegen gekomen! Zwemmen in de rivier om af te koelen in de tropische hitte van de dag, poolen op krakkemikkige pooltafels op straat (je kunt hierdoor de tafel de schuld geven van je slechte spel), exploderende vallende sterren, regenbogen in de blauwe lucht, grote vlinders, frisse lucht, kakkerlakken op je rug, invasies van mieren op de hotelkamer, 'romantische' klamboes, pijproken met de locals, motorrijden over bochtige wegen, hitte, groener dan groene bomen, enz. enz. Vage dingen: 1. alcoholische dranken in flessen, gevuld met slangen, schorpioenen en zeer vieze insecten. 2. een 'hotel' in een kelder onder een restaurant, waarschijnlijk voor mensen op 'doorreis' naar Laos, maar misschien bewaakt door psychopatische Vietcong soldaten. Dit 'hotel' hebben we maar overgeslagen.

Het gebied waar we doorheen reden, was het gebied waar de Fransen hun nederlaag leden in de jaren 50. Vietnam was namelijk een kolonie van de Fransen en ze wilden deze na 2e wereldoorlog terughebben of behouden ( het hangt er van af hoe je het bekijkt). De Vietnamezen dachten daar toch even anders over. Helaas vonden de Amerikanen het nodig om zich er mee te gaan bemoeien en ze namen het na de nederlaag van de Fransen over. Niet nadat ze serieus hadden nagedacht op een atoombom te flikkeren op Dien Bien Phu om de Fransen te 'helpen'. Krediet voor de Fransen: zij waren daar zeer op tegen. Het is echter wel vaak om te weten dat je in een plaats bent gewent die er bijna niet meer was geweest. Kolere Amerikanen.

7 dagen waren eigenlijk ook weer te kort. We hadden dus besloten om onze auto en chauffeur gedag te zeggen en te blijven hangen in de jungle. Maar net toen we dat hadden besloten, was er een nieuwe tyfoon in Vietnam aangekomen. Dit keer een stuk zuidelijker, maar de regenval en de wind waren er niet minder op.. We besloten dus toch maar door te gaan naar Hanoi. De reis er naar toe was de meest gevaarlijke die we tot nu toe hadden gemaakt. De werking van erosie in de meest extreme zin: overal nieuwe aardverschuivingen en modderstromen, zicht soms nul vanwege de regen, afgesloten wegen en vastgelopen auto's. We waren blij met de 4-wheel drive en onze beheerste chauffeur. Hij bleef cool, dus wij bleven cool (coolheidsfactor was overigens wel verschillend). Aangekomen in Hanoi, bleek hoe hard het eigenlijk wel niet had geregend.. Volledig ondergelopen straten:20 centimeter of meer. De Vietnamezen kon het niet deren, deze reden vrolijk door op hun motoren en scooters. Door de enorme hoeveelheid van deze dingen en de grote hoeveelheid water, was dit de meest indrukwekkende stadsentree die we ooit hebben gehad.

Vietnam en de Vietnamezen
Onze eerste indruk van de Vietnamezen is bijzonder positief. Het is net als China een socialistisch land. Maar buiten de rode vlaggen, de staatsaffiches en de luidsprekers die propaganderen, merk je daar niets van. De Vietnamees is een individu en geen collectief. De Vietnamees lacht veel en is zeer vriendelijk en behulpzaam. Je moet echter wel oppassen voor dubieuze oplicht praktijken. Gelukkig zijn we wijs geworden in China. We hadden bijvoorbeeld een contract opgesteld voor de 4-wheel drive tocht. Je moet hier ook altijd vragen wat iets kost, voor je iets koopt. Dit geeft echter geen garantie dat de uiteindelijke rekening dan ook klopt. Beproefde methode: de rekening en een pen pakken en zelf de prijzen aanpassen en doorstrepen waar je het niet mee eens bent. Werkt tot nu toe iedere keer. Vietnam is verder een goedkoop land om te reizen, maar overnachtingen zijn weer duurder dan in China. Al met al geven we echter niet veel geld uit. We houden het voorlopig dus nog wel even uit!

En verder
We blijven de komende dagen nog even in Hanoi hangen tot de tyfoon is gepasseerd. Daarna gaan we naar de kust: Halong Bay (Cat Ba Island). We hebben al 4 maanden geen zee meer gezien en we hebben beiden nog nooit een tropisch strand gezien, laat staan in een tropische zee gezwommen of onder een kokosboom of palmboom op een wit strand gelegen. We kijken daar erg naar uit. Helemaal omdat je daar op het strand kunt kamperen met je eigen tent. Die hebben we nog steeds bij ons en het wordt weer eens tijd om deze te gebruiken. Na Mongolië heeft onze tent ook meer karakter, net als wij! Qua gezondheid valt er alleen maar op te merken dat alles zonder problemen verloopt. Floor verbrandt af en toe en Jeroen heeft een aantal wratten die verwijderd moeten worden. Dat is eigenlijk het enige waar we last van hebben! Dat zal wel niet zo blijven, aangezien we na Vietnam de jungle van Laos in gaan. Jullie zullen het allemaal wel weer horen!
Ga naar boven