3.09 - Mongolië | Worteltjestaart

Midden op de Mongoolse steppe, ligt het weinig inspirerende Tsetserleg. In deze grauwe hoofdstad van de provincie Arhandgaj staan geen struiken en al helemaal geen bomen. Aan het einde van de hoofdstraat ligt een boeddhistisch klooster met de onuitspreekbare naam Buyandelgeruulekh Khidd. Het is gebouwd in 1586 en heeft de vernielingen van de Communisten overleefd. Vanaf de heuvel kijken we uit over Tsetserleg, waarvan een tiental lage betonnen gebouwen het kleurloze centrum vormen. Daaromheen ligt een rommelig gebied vol omheinde woonerven, met agressieve honden en versleten hutten en tenten. Tot onze grote verbazing heeft zich in dit weinig aantrekkelijke oord een Engels echtpaar gevestigd, dat hier een bedrijf runt met de naam Fairfield Bakery. De bakkerij verkoopt een assortiment broodjes en  gebak, waarvan het water je in de mond loopt. Een absolute aanrader is de versgebakken worteltjestaart. Een culinair orgasme na twee weken schapenvlees en zure yoghurt snoepjes.

Langzaam maar zeker hebben we genoeg van het rijden over de niet bestaande wegen van Mongolië. Alles doet zo onderhand ook zeer. Dit is ook niet zo verwonderlijk, want aan comfort is er bij het ontwerp van de Russische minibus niet gedacht. Het rijden wordt echter niet saai. Het land is zo mooi en indrukwekkend dat je maar naar buiten blijft kijken. Het landschap is onveranderd leeg en kaal, waardoor je enorm ver kunt kijken en alle gevoel voor schaal is verdwenen. De Mongoolse steppe bestaat uit kort, geelgroen gras. In de nattere delen is het gras voller, groener en sappiger met daartussen een weelderige bloemenzee.
IMG_1038 IMG_1051
De Mongoolse dorpen en steden zijn weinig aantrekkelijk Erdene Zuuklooster in Karakorum
Het land staat helemaal 'vol' met de kuddes die van de Mongoolse nomaden zijn. Er staan nergens hekken, zodat de schapen, geiten, paarden, koeien, yaks en de kruising daartussen, overal vrij rond kunnen lopen. Zoals al eerder gezegd maken die kuddes voor een groot deel het landschap. De schaal wordt daardoor inzichtelijk. Het is daarnaast een erg mooi gezicht al die stipjes. Het langs rijden is ook erg grappig. Regelmatig liggen de kuddes op de weg. Een hoop getoeter moet de beesten stimuleren om een andere plek te zoeken. De runderen boeit het echter allemaal niets en lopen bekakt een stukje verder. De schapen raken volledig in paniek en stuiteren de weg af. De geiten zijn koppig en nemen de tijd. Maar het mooiste zijn de grondeekhoorns. Er lopen er hier miljoenen. Ze zijn bijzonder grappig, want ze spelen veel of kijken rechtopstaand wat er allemaal aan de hand is. Wanneer we met de auto langskomen, ontstaat er paniek en duikelen ze allemaal richting hun  holen. Het gaat vaak niet zo soepel en ze gaan vaak op hun bek, je ziet ze uitglijden, met elkaar in botsing komen en ondersteboven in de holen duiken.

Aan het begin van de verharde weg naar Ulaan Baatar ligt Karakorum. De oude hoofdstad van Mongolië is in de 13e eeuw gesticht door Dzjengis Khan. Vlak buiten Karakorum ligt het uitgestrekte Erdene Zuuklooster. Het is het oudste Boeddhistische klooster in het land en staat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Het complex vormt een vierkant van 400 bij 400 meter. Het wordt omgeven door een 7,5 meter hoge muur waarin 108 stoepa's zijn verwerkt. Hangend tegen een van deze witte stoepa’s kijken we uit over het Mongoolse leven. Een leven waar de paarden worden gemelkt om te voorzien in een voorraad airag: de gefermenteerde paardenmelk waaraan je even moet wennen. Een beetje vreemd, maar wel lekker.

3.08 - Mongolië | Terkhiin Tsagaan Nuur

Aamaa heeft een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Hij wil er dan ook zeker van zijn dat we ergens staan, waarvan hij weet dat we er staan. De enige manier om dit te bereiken, is ons daar te brengen. Voor een ervaren chauffeur en met de Russische minibus, is geen weg te ruig en geen plek onbereikbaar. We klimmen over de eerste rij heuvels, waarna we diep in een trechtervorming dal worden afgezet op een plek met drinkwater en brandhout. We nemen afscheid van Aamaa die ons beloofd vanavond op te komen zoeken. Niet alleen voelt hij zich verantwoordelijk, bovenal vindt hij het plezierig om tijd met ons door te brengen.

Niet snel daarna brandt ons vuur en staat er een potje met eten te pruttelen. In de rust van deze vallei is het genieten van de warme zon en de grondeekhoorns die zich niet laten verleiden voor een close-up. 
Wanneer de buitentemperatuur voldoende is gestegen om thermiek te genereren, verschijnen de grote vogels in de lucht. Adelaren en gieren met een enorme spanwijdte, waarvan de schaduwen op de grond nog veel groter zijn. Het duurt niet lang als we vanuit de verte een paar paarden zien naderen. Niet veel later zien we dat het niet alleen paarden zijn. Het is een Mongoolse familie die langzaam maar zeker dichterbij komt. Ze stoppen naast onze tent en stijgen van hun paard. We begroeten elkaar met ‘sain baina uu?’ en het daarop volgende ‘sain ta sain baina uu’. Helaas hebben we elkaar door de taalbarrière niet zo heel veel meer te melden. Een kop thee is echter altijd lekker en goed om aan te bieden. Het bijpassende biscuitje wordt afgeslagen. Na de thee nemen onze gasten afscheid, stappen op hun paard en verdwijnen langzaam in de Mongoolse leegte.
IMG_0921 IMG_0925
Na een kopje thee gaan de bezoekers weer verder Het uitzicht over Terkhiin Tsagaan Nuur is niet onplezierig
's Nachts blijkt dat het niet zo slim was om onze tent op te zetten in het trechtervormige dal. De wind jaagt met stormkracht vanuit de bergen door ons kamp. De tent trilt en trekt aan de scheerlijnen, maar houdt het gelukkig wel goed vol. Het kan alleen altijd gekker. Het begint te regenen en te onweren. Buiten de tent wordt de hemel verlicht door tientallen bliksemschichten. Miljoenen volts schieten naar de grond. De donder rolt krakend en knetterend door het dal, terwijl de tent bijna wordt losgetrokken van de grond. In deze wilde uitgestrektheid lijkt onze kleine tent niet geheel op haar plaats. We voelen ons dan ook niet heel prettig, maar kunnen daar ’s nachts niet zo veel aan veranderen.

De volgende dag besluiten we dat langer blijven geen optie is. Over de kale bergkammen lopen we langzaam terug naar beneden. Daar profiteren we van een luie dag. Het meer is uitermate geschikt voor een
grondige wasbeurt van lijf en kleding. Met de tandenborstel in de mond zwemmen we in het meer. We kopen een versgevangen vis van een local, die we door ons gastgezin laten klaarmaken. De vis wordt verwerkt in en soort van pannenkoeken, waar een lichte vissmaak aan zit. Het overgrote deel van de vis is waarschijnlijk in de magen van de familie verdwenen.

Een nieuwe onweerstorm bevestigd onze eerdere beslissing. We zijn blij dat we beneden zijn. De zon zakt langzaam maar zeker achter de bergen, ondertussen de bergen en de onweerswolken verlichtend met een diepe gele gloed. De gele kleur wordt dieper en gaat over naar oranje, waardoor er aan de horizon een enorme brand lijkt te woeden. Een lucht als deze hebben we nog nooit eerder gezien.

3.07 - Mongolië | Grondeekhoorns op de steppe

Het is ruim 300 kilometer over zandwegen, door kuilen en over hobbels, naar het zuidelijk gelegen Terkhiin Tsagaan Nuur (het grote witte meer). We steken de beboste bergen over, om weer in de lege Mongoolse steppe uit te komen. Boven op een pas hebben we zicht op een geweldig Mongools panorama. Hier stoppen we voor de lunch. Het opwarmen van de soep duurt alleen een eeuwigheid vanwege de ijle lucht. Het voordeel hiervan is dat we langer kunnen genieten van het indrukkende uitzicht. Aan de ene kant is het land lukraak voorzien van de witte gers van de nomaden en de verspreid staande kuddes met schapen, paarden en runderen. Door het ontbreken van water is het land aan de andere kant van de pas volkomen leeg. De oncomfortabele, maar zeer indrukwekende reis door het lege land wordt opgevrolijkt door de vele grondeekhoorns. Bij het zien of horen van onze auto schrikken ze zich een ongeluk. Ze snellen over de weg, rollen door het gras, vallen om, slippen weg en duiken op z’n kop hun hol in. Deze voor ons erg humorvolle paniekreactie wordt verstrekt als Aamaa op de claxon drukt; dan buitelen de grondeekhoorns over elkaar en duiken ze met z’n tweeën een hol in, waarvan de ingang er maar 1 per keer toelaat. Hilariteit alom. Ondertussen roken we sigaretten van het lokale merk Altai, waarvan we inmiddels niet meer hoeven te hoesten, vanwege de stoflongen die we hebben opgelopen door het rijden over deze wegen.
IMG_0857 IMG_0884
De hoofdwegen van Mongolië We passeren de provinciegrens: welkom in Zavkhan
Rijdend door dit landschap horen we voor de honderdste maal dezelfde Mongoolse muziek. Aamaa heeft dan wel meerdere cassettebandjes bij zich, er is maar één tape die nog iets anders voortbrengt dan gekraak en geruis. De muziek past perfect bij het landschap en het meezingen door Aamaa is zeker een toevoeging. Hij kan bijzonder goed zingen, vooral het zogenaamde zingen van (uit) de keel kan hij erg goed en zuiver. De muziek van Hishigbayar & Delgerma gaat over liefde, trouwen, mensen en kinderen. Het mooiste nummer gaat over het onderhouden van lange afstand relaties. Omdat Aamaa in elk stadje meerdere schatjes heeft, kunnen we hem hier goed mee pesten. Terkhiin Tsagaan Nuur ligt in een vulkanisch gebied en is omgeven door de kraters van de reeds geleden gedoofde vulkanen. Het diepblauwe water, midden van alle tinten groen van de steppe ziet er erg aantrekkelijk uit. Aan de oever van het meer zien we twee witte stippen staan, wat ons kamp voor de nacht blijkt te zijn. Het is hier alleen niet zo ontspannen als we hadden gehoopt. We waren al gewaarschuwd voor de vliegen in dit gebied, maar we waren niet voorbereid op een frontale aanval van miljoenen kleine vliegen die ons leven zuur proberen te maken. Het doordringende ‘bzzzzz’ is overal. Aangezien je hier prachtige wandelingen kunt maken in een vulkanische omgeving, besluiten we om straks met de tent de bergen in te gaan. Hopelijk vinden we daar meer ontspanning.

3.06 - Mongolië | Khovsgol Nuur

Terwijl Björn en Jeroen zich afvragen waar die heipaal in hun hoofd vandaan komt, komt de gids met de paarden voorgereden; te paard welteverstaan. De paarden zijn vanochtend uit de bergen gehaald, waar ze een half wilde kudde hebben rondlopen. Ze zijn van een beduidend kleiner type dan dat we in Nederland kennen, waardoor we er wat suffig uitzien als we de paarden hebben bestegen. Een kort practicum in linksaf, rechtsaf, remmen en starten (tsjuu, tsjuu) en dan gaan we op pad. Het tempo ligt laag, want luisteren doen de paarden niet en zin hebben ze al hemaal niet. Het paard van Floor moet zelfs worden voortgetrokken door de gids.

Na een kleine twee uur zien we Kvosgol Nuur schitteren in het brede dal. Het water is azuurblauw en zo helder en vlak als een spiegel. Het meer is onderdeel van dezelfde breukzone als Baikal, heeft een gemiddelde diepte van 264 meter en bevat 2 procent van werelds zoetwatervoorraad.
Omdat het water zo schoon is, kan het direct uit het meer worden gedronken. In het winter is het meer volledig dichtgevroren. Het 120 centimeter dikke ijs vormt dan de tijdelijke hoofdweg tussen Mongolië en Rusland.

We maken ons kamp op de oostelijke oever van het meer. Het water is te koud om uitgebreid te zwemmen, maar een snelle wasbeurt is na uren te paard geen overbodige luxe. Een kampvuur is noodzakelijk, want met het ondergaan van de zon, verdwijnt ook alle warmte. In het wateroppervlak wordt de pastelkleurige schemering weerspiegelt. Langzaam wordt het donker en gaat de hemel over naar een inktzwart plateau, waarin miljoenen sterren staan te schitteren. De weerspiegeling van het wateroppervlak maakt het onmogelijk te bepalen waar de lucht eindigt en het water begint.
IMG_0749 IMG_0777
Kvosgol Nuur schittert ons tegemoet  Het water van het meer is zo helder en vlak als een spiegel
De nacht is zo koud, dat er van een comfortabele nachtrust geen sprake is. Onze Mongoolse gidsen, die overigens gewoon buiten bleven slapen zonder slaapzak, lijken daar in het geheel geen last van te hebben gehad. De lange wollen traditionele jas (een del) die zij dragen is duidelijk van betere kwaliteit dat onze dure slaapzakken. Volgens hen was het ook helemaal niet koud. Als je gewend bent aan temperaturen tot veertig graden onder nul, heb je natuurlijk ook wel een ander referentiekader. Fysiek is de tweede dag op het paard een marteling. Door de benen en billen gaan een vreemd soort stekende pijnen. Leuk vinden we het eigenlijk niet meer. Net als we besluiten dat het voor alle partijen beter is om te stoppen, komen we aan op onze bestemming. Bovenop een heuvel, uitkijkend over het uitgestrekte water van het meer, maken we ons kamp. Het gezellige geknabbel van de reeën naast onze tent, is het enige geluid dat we ’s nachts horen. De stilte is verder volmaakt.

3.05 - Mongolië | Sprinkhanen en vodka

Vanaf Moron is nog een kleine 100 kilometer naar Khovsgol Nuur, het grootste en naar verluid mooiste meer van Mongolië. Omdat de weg voornamelijk bestaat uit sporen vol kuilen en gaten, hebben we er toch nog drie uur voor nodig. Bij de ingang van het nationale park moeten we 2 dollar per persoon betalen. Voor dat bedrag mogen we hier nu drie dagen verblijven. Tot onze teleurstelling rijden we vandaag niet door naar het meer, maar worden we afgezet in een kleine toeristenkamp in het dorpje Hatgal. Daar maken we kennis met Jimmy, met wie we een tweedaagse paardrijtocht langs de westzijde van het meer organiseren. We nemen ook een gids en een pakpaard mee. Dan zien we tenminste het meer en kunnen we ook in de vrije natuur slapen. Dat is tenslotte wat we willen. Dat is pas vanaf morgen, vandaag blijven we in Hatgal.

In het kamp is een Nederlands stel neergestreken. Zij hebben besloten om zich permanent te vestigen in Mongolië en iets te gaan beginnen voor
 toeristen. Wat en een hoe ze de winter willen gaan overleven weten ze nog niet. Wij overleven hier stiekem best prettig. Niet alleen kunnen we lang en warm douchen, ook krijgen we rundvlees te eten. De hoeveelheid valt alleen wat tegen. Geen steak per persoon, maar een klein schaaltje reepjes om te delen met ons vijven. Omdat onze gezonde trek niet voldoende is verholpen, besluiten we dat het tijd is voor een experiment met de vele sprinkhanen in het veld. Deze schijnen gefrituurd erg lekker te zijn. Na een succesvolle sprinkhanenjacht keren de jagers terug met een goed gevulde pot. Na een paar mislukte pogingen, blijkt 20 seconden in de hete olie de optimale tijd om de springhanden krokant, knapperig en smakelijk te bereiden. De Mongolen denken hier toch anders over, want vol gruwel wordt het bord vol delicatessen afgewezen. En wij maar denken dat het in Mongolië onfatsoenlijk is om te weigeren wat je wordt aangeboden.
IMG_0815 IMG_0728
De rivier Egiin Gol stroomt uit Khovsgol Nuur Slecht weer maakt de leegte alleen maar indrukwekkender
Een kampvuur is een fijne plek om elkaar te leren kennen. Aamaa blijkt te zijn geboren in het westen van Mongolië en is een jaar of zes geleden naar Ulaan Baatar gekomen. Dat kostte hem 29 dagen. In de winter rijdt hij ook toeristen rond, maar dan met name in de Gobi. De rest is dan namelijk volstrekt onbegaanbaar. Hij is volgens ons een echte Mongoolse hotshot en heeft de aandacht van alle Mongoolse vrouwen. Wij denken dat hij in elk stadje een schatje heeft. Volgens Aamaa klopt dit niet, want in Moron heeft hij er een stuk of vier. Dat zijn er minder dan de naar schatting 24.000 wolven die er in dit land leven. Er wordt flink op deze wilden beesten gejaagd, omdat ze het vee opvreten. ’s Winters gaan daarom de schapen op stal, het overige vee blijft buiten staan. De roedels wolven jagen ook op de koeien en de yaks. De Mongolen hebben daar wat op gevonden, want de koeyak (khainag), wordt met rust gelaten. Het is dan ook niet het meest aantrekkelijke dier om te zien. Wat het oog niet blieft, dat vreet het niet.  Jeroen en Björn worden door Aamaa en Jimmy uitgenodigd om mee te gaan naar de lokale kroeg. In een kleine colonne, met Mongolen en twee toeristen afgeladen auto’s, rijden we naar de paar straten verderop gelegen kroeg: een houten keet met tafels en drank. Er is geen muziek, dus het zijn de verhalen en de volksliederen die zorgen voor het amusement, die beter worden als er meer vodka op tafel verschijnt. Taktoi!, zoals de Mongoolse proost gaat. Later in de nacht wordt er nog gedanst, of hoe die door vodka opgewekte spastishe bewegingen ook mogen heten. De alcohol wint echter langzaam maar zeker van ook de sterkste Mongool. Aamaa wordt om 2.00 uur ’s nachts horizontaal in een andere kamer gedeponeerd. Björn wordt dronken van de straat geplukt en Jeroen weet het allemaal niet zo heel goed meer, behalve dat we erg vroeg op de ochtend weer thuis worden afgeleverd.

3.04 - Mongolië | Moron de gekste

We rijden over de hoofdwegen van Mongolië. Dit zijn niet meer dan zandwegen met flinke kuilen en gaten, die zich door het landschap slingeren. Ieder jaar liggen de wegen weer anders, omdat ze min of meer de gerkampen verbinden, die ook ieder jaar weer ergens anders staan. Bij een stop wil Aamaa worstelen. Hij is klein, maar zeer gespierd en sterk. Natuurlijk verliest Jeroen, maar er zal een moment komen dat er wordt gewonnen. Jeroen eet niet voor niets de hele dag door lamsvlees. De beestenboel wordt gevormd door een lucht vol vogels en een steppe vol met grondeekhoorns, aan paar joekels van marmotten en af en toe een vos. We komen aan in Moron. Een stad(je) tussen het niets. Helaas is er nog geen water beschikbaar, waardoor we even moeten wachten op de noodzakelijke opknapbeurt. Dan maar basketballen met de kinderen. De meest fanatieke jongen weet niet van ophouden. Niet zonder reden, want hij zit in het Mongoolse team en daarmee is hij zelfs in Novosibirsk geweest om tegen Rusland te spelen. Niet alleen heeft hij van Rusland gewonnen, maar ook maakt hij gehakt van de lange toeristen. Hij vindt het erg geweldig om Engels te spreken met de reizigers die langskomen. Wij vinden het wat minder om met hem te spelen.
Het winkelcentrum van Moron De winkelstraat 'main street' van Moron
We besluiten om op stap te gaan. Waar is het centrum van deze ‘stad’? We volgen de zandweg naar de enige kruising. Er valt op straat bijzonder weinig te beleven. Grote aantallen fanatieke of valse honden staan achter de omheiningen vol opwinding te blaffen en te kwijlen. Dit doen ze vast niet omdat ze ons zo aardig vinden. Voor de zekerheid wapenen we ons daarom maar wat wat stenen. Achter een groot standbeeld van de held van deze aimag (‘aimag’ betekent stam, maar wordt ook gebruikt om de regio aan te duiden), de heer Davaadorj, treffen we een groot uitgevoerde ger. Het is de lokale disco. Binnen is het een donker hol, waar de muziek van twijfelachtige smaak (R&B en rap) is en van nog slechtere geluidskwaliteit. Het is in deze dicotheek niet de bedoeling om te zitten of ze zijn hier niet gewend aan bezoekers met lange benen, want de zitplaatsen zijn bijzonder oncomfortabel. De benen passen niet tussen bank of tafel. Na een paar lokale biertjes vinden we zitten ook niet meer nodig en dansen we de sterren van de hemel tussen en met de lokale jeugd. Het is maar goed dat we hier nooit meer terugkomen.

3.02 - Mongolië | Paarden en kloosters

Van de tientallen, of misschien wel honderden boeddhistische kloosters die er ooit in Mongolië hebben gestaan, hebben er maar een paar de religieuze en culturele vernietiging door de communisten overleefd. Volgens de communisten was het boeddhisme niet goed voor een te ontwikkelen land. Communisme is socialisme plus elektriciteit. Je hebt werkers nodig en een grote bevolking. Beiden worden niet geleverd door de monniken. Verbieden dus en voortplanten allemaal. Amarbayas Galant Khiid is een van de drie belangrijkste klooster die nog over is. Het ligt diep in de Iven Vallei, aan de voet van de Büren-Khaan berg. Dit klooster is de eerste bestemming van onze expeditie door Mongolië. Onze chauffeur, Aamaa, is een jonge, gespierde Mongool die deze eerste dag gebukt gaat onder een enorme kater en elke gelegenheid aangrijpt om wat bij te slapen. Het vervoermiddel is een grijze Russische minibus, met maar weinig comfort , en even zo weinig dat kapot kan gaan. De buitenwijken van Ulan Bator bestaan uit grote, ronde witte tenten (gers), de traditionele woning van de nomaden. Het is een vrij bizar beeld om door dit uitgestrekte tentenkamp te rijden, waarvan de erven zijn afgezet met houten omheiningen. Hoe anders wordt het als we de stad achter ons laten. Het Mongoolse land is van niemand, waardoor hekken en omheiningen ontbreken en de dichtheid van de bewoning enorm afneemt. Na 100 kilometer in noordelijke richting over een verharde weg te hebben gereden, slaan we af op een onverharde weg. Het heuvelland land is kaal en leeg. Her en der in dit kale landschap staan de witte tenten en grazen de kuddes schapen, geiten, paarden en runderen.
De weg naar Amarbayas Galant Khiid Het klooster is tussen 1727 en 1736 gebouwd in Chinese stijl
Midden op de steppe komen we langs een grote samenscholing van mensen en paarden. Het blijkt een lokale Nadaam (het nationale festival) te zijn, waar men in afwachting is van de paardenraces. Wachten en geduld blijken onontbeerlijk te zijn in Mongolië en het duurt uren voor er ook maar iets van paardenraces lijkt te gebeuren. Uren die we besteden met het bekijken van de lokale worstelkampioenschappen. Dit wordt gekenmerkt door mooie billen in mooie pakken en af en toe wat geduw en getrek. Plotseling komt de mensenmassa in beweging en zien we een stofwolk snel naderbij komen. Voor we er goed en wel erg in hebben stuiven er tientallen paarden met kinderen of kinderen met paarden vlak langs ons heen. Er wordt gejuicht en gejoeld en kinderen worden op schouders getild. De race is aflopen en de winnaars zijn bekend en wij rijden weer verder als we Aamaa eindelijk wakker hebben gekregen. Aan het begin van een breed dal stoppen we bij een oovoo. Dit is een heilige hoop stenen met kleurige vlaggen die een belangrijke spirituele plek markeert. Om de invloeden gunstig te stemmen lopen we er drie rondjes, met de klok mee, om heen. De weg door het dal wordt ruiger door de grote kuilen en gaten blijft er maar weinig over van het concept weg. Het ontbreken van vering draagt niet bij een comfortabele paar laatste uren. Om het half uur moeten we stoppen om de oververhitte motor af te laten koelen. Tijdens het wachten genieten we van het uitgestrekte landschap met de witte stippen van de tenten en de donkere silhouetten van het vee. In de verte zien we het klooster waar we langzaam op af rijden. Naast het klooster staan een tweetal gers, waarvan er een onze slaapplaats voor de nacht is. Genieten van een maaltijd van schapenvlees met rijst en pasta, worden we vrolijk van de tientallen grondeekhoorns die buiten de tent rond rennen.
Direct na de grens is het lege en kale Mongoolse landschap bijzonder indrukwekkend. Met de mede passagiers doen we een spelletje ‘wie spot de eerste ger’. Geheel tegen de verwachting blijkt dit spel kinderlijk eenvoudig te zijn, want na de eerste Mongoolse bocht wordt de eerste witte stip gespot. En nog één, en nog één en daar nog twee. Blijkbaar is een ger niet heel bijzonder in dit land. Een ger lijkt in dit land net zo gewoon als een koepeltentje op een festival in Nederland. Na een nacht vol dromen over witte stippen, en lange treinreizen komen we om 6.00 uur ’s ochtends aan in Ulan Bator. Ook al hebben we er elf uur gedaan over gedaan om de grens over te komen, toch liggen we een uur voor op de planning. De afstand tot Moskou bedraagt 5.900 kilometer en sinds ons vertrek uit Nederland hebben we al 9.478 kilometer afgelegd. We zijn in een nieuw land voor nieuwe avonturen.  In de trein maken we kennis met Björn, de Duitse agent uit Frankfurt en Patrick en Maikie, het Zwitsers-Japanse stel. Omdat Patrick en Maikie al een reservering hadden gemaakt in UB Guesthouse, leek het ons praktisch en daar met z’n allen dan maar naar toe te gaan. Voor 5 dollar per persoon, inclusief ontbijt, hebben we daar een slaapplaats. Het guesthouse wordt gerund door Mr. Kim en Bobby, twee enthousiaste en commercieel ingestelde Koreanen, die ook rondreizen door Mongolië voor ons kunnen organiseren. Samen met Patrick, Maikie en Björn organiseren we een trip van 14 dagen met een Russische minivan. Voor de 4WD, chauffeur en benzine betalen we 210 dollar per persoon.
 De lange trein slingert door het Mongoolse landschap Het guesthouse in Ulan Bator is gevestigd in een flatgebouw
Voordat we kunnen vertrekken moeten er nog wel een aantal zaken worden geregeld. Hiervan is geld toch wel de belangrijkste. Er zijn in Ulan Bator geen pinapparaten waar je eenvoudig geld uit de muur kunt trekken. Voor het verkrijgen van dollars, waarmee we het guesthouse moeten betalen, en Tögrög (de Mongoolse munteenheid), zijn we aangewezen op een bank met beperkte openingstijden. Hier kunnen we alleen met onze creditcard terecht. Met 300.000 aan Tögrögs (ca. 200 Euro) verkrijgt onze portemonnee een aangename dikte en zijn we in staat om onze boodschappen te betalen in de State Department Store. In dit grootste warenhuis van Mongolië gaan de zaken er nogal omslachtig. aan toe. We zijn op zoek naar een hoed voor Floor wat als volgt gaat: je maakt je keuze uit een aantal modellen, de winkelbediende schrijft een bon. Met die bon loop je naar de kassa, waar je betaald voor de aankoop, waarna je een nieuwe bon ontvangt. Met deze bon ga je terug naar waar het allemaal begon. Je overhandigd de 2e bon aan de bediende en de hoed is van jou. Wij zijn Nederlanders, dus wij denken: dit kan efficiënter! Gelukkig is een stuk eenvoudiger om twee winkelwagens vol te laden met eten en drinken en deze vervolgens af te rekenen. Wij zijn klaar voor de expeditie.

2.9 - Rusland | Het ijzeren gordijn

Voordat we op de trein naar Mongolië kunnen stappen, moeten we de in Nederland bestelde treinkaartjes nog ophalen bij het reisbureau in Irkutsk. We volgen de aanwijzingen op de ons gemailde routebeschrijving, waardoor we ons al snel in een bus bevinden die ons naar de buitenwijken van de stad brengt. Op aanwijzing van de buschauffeur stappen we uit in een wijk vol met flats van zes verdiepingen. Klopt dit wel? In Rusland is het adres opgebouwd uit het blok-, flat- en huisnummer. Aangezien bordjes geheel ontbreken werkt die informatie weinig verhelderend, waardoor we aangewezen zijn op de aanwijzingen van de mensen op straat. Zo komen we terecht in een flat, waar we op de 5e verdieping (een lift ontbreekt) een deur aantreffen met een bel. Achter deze deur bevindt zich een kleine driekamerflat, waarbinnen een volledig operationeel reisbureau is gevestigd met 12 medewerkers. Een van deze medewerkers is Igor, waarmee we al veelvuldig e-mailcontact hebben gehad. Hij is blij ons te zien en overhandigd ons de kaartjes voor de trein naar Mongolië die later vanavond vertrekt. Waren we de eerste twee etappes de enige niet-Russen in de trein, deze keer blijken we de wagon alleen maar met anderen toeristen te delen. Dit is ook wel eens fijn, want af en toe willen we wel iets meer dan een houtje-touwtje gesprek. Jammer genoeg rijdt de trein vanaf Irkutsk zo langzaam dat we pas bij zonsondergang langs Baikal rijden. Hierdoor krijgen we maar een heel klein stuk van deze mooie route mee, voordat de nacht langzaam maar zeker valt. Net zo langzaam maar zeker, maar dan langzamer, naderen we Mongolië. Niet alleen rijdt de trein met een slakkengang, ook stoppen we in elk dorp dat we onderweg tegenkomen. Na Ulan-Ude verandert het landschap al snel in een steppelandschap met hier en daar een dorpje langs de rails. Buiten de trein zien we dat de mensen meer Mongoolse trekken krijgen. Dit stemt ons hoopvol, aangezien we onderweg zijn naar Mongolië.
De taiga heeft  hebben plaatsgemaakt voor de steppe Dit is inderdaad de trein van Irkutsk naar Ulan Bator
Laat in de ochtend komen we aan bij de ‘grens’, wat eigenlijk meer een grenszone is. Aan de Russische kant stopt de trein om volgens de dienstregeling de komende zeven uur ook niet meer verder te rijden. Gelukkig is er buiten het kleine station een markt. Daar kunnen we niet alleen wat boodschappen doen, ook laten we ons de shaslick en de pivo goed smaken. Floor besluit terug naar de trein te gaan om in de coupe te luieren, terwijl Jeroen op het perron een boek leest (en pivo drinkt). Als de trein plotseling begint te rijden worden de achterblijvers enigszins ongerust. Helemaal als de terugkeer van de trein nogal lang op zich laat wachten. Maar ach, de provodnitza loopt ook nog op het perron rond en de trein zal toch zeker niet zonder conducteur vertrekken. Toch? Het duurt twee lange uren voordat de trein weer aan komt rijden. Deze trein bestaat op dat moment nog maar uit twee wagons, waarbij Floor er uit één uit het raam zwaait. De afgelopen uren heeft de trein van voor naar achteren bewogen om de rest van de wagons af te koppelen. Als de achterblijvers instappen begint de trein nog eens drie uur lang heen en weer te rijden. Van A naar B en weer terug naar A om weer door te gaan naar B om weer een volledige trein te worden. Het waarom hiervan ontgaat ons volledig.

Dan zijn we weer terug op het station. De grenspolitie stapt in. De paspoorten worden gecheckt door grenswacht 1 en ingenomen door grenswacht 2. We vullen de in- en uitreisformulieren in die we van grenswacht 3 hebben ontvangen, waarna we weer twee uur moeten wachten. Al die tijd zijn de toiletten afgesloten, waardoor iedereen
inmiddels moet pissen als een otter. Dat we flink aan de pivo hebben gezeten maakt dit niet comfortabeler. Dan krijgen we onze paspoorten weer terug en rijden we de daadwerkelijke grenszone binnen. Het is een zwaar bewaakt gebied met militairen, wachttorens, kilometerslange hekken met prikkeldraad en honden. Langs weerszijden van het hek loopt een brede zandweg waarover militaire jeeps rijden.

Aan de Mongoolse kant worden de toiletten vrijgegeven, waarna er in de wagon een ontspannen en tevreden sfeer neerdaalt. De Mongoolse grenspolitie komt binnen en overhandigt ons een in het Mongools opgesteld vragen formulier. Wat is het en wat moeten we waar invullen? Met de hulp van een Mongoolse en een staaltje internationale samenwerking, waar de VN een puntje aan kan zuigen, komen we er uit. De paspoorten worden gecheckt, de bagage gecontroleerd, met zaklampen wordt er onder de banken en boven de deur gekeken, waarna we nog een tweetal formulieren moeten invullen. Of we vreemde en/of besmettelijke ziektes onder de leden hebben en of we radioactieve stoffen bij ons hebben. Wat voor soort mensen zullen dat laatste positief beantwoorden? Na alle grensformaliteiten rijden we een paar kilometer verder om halt te houden in Sukhbaatar. Hier moeten we nog eens drie tot vier uur wachten. Na elf lange uren hebben we dan toch eindelijk de grens tussen Rusland en Mongolië overgestoken. Een grens die nog functioneert als een ijzeren gordijn.

08 - Mongolië | Met de trein naar China

In Ulaan Baatar zijn we op de trein gestapt richting China. We hebben absoluut genoten van Mongolië. De hoofdstad is wel een stad waar je tijdelijk zou kunnen wonen. Een stad vol contrasten, dat wel. Veel zwerfkinderen op de straat, tussen de enorm dure auto's. Veel zooi op straat. Wat vooral opvalt is het ontbreken van een groot deel van de putdeksels. We hebben na 30 dagen Mongolië nu wel zin om verder te gaan. Het wordt tijd voor iets nieuws; we kennen inmiddels ook al veel te veel mensen in Ulaan Baatar (reizigers en Mongolen).

De treinreis ging tot de grens zeer voorspoedig. We deelden de coupe (na wisselen) met een Mongoolse en een Filippijn, die in Nederland wonen en die net in Mongolië waren getrouwd. Leuk om de verhalen te horen en de foto's van de Mongoolse bruiloft te zien. We reizen in de nacht, dus we zien pas de volgende ochtend dat we door de Gobi rijden: een kale, maar wel intrigerende leegte. Bij de grens aangekomen, blijkt er volgens de Mongoolse grenswacht een probleem met ons visum. We zijn 31 dagen in Mongolië. Eén dag de visum termijn overschreden...... shit. Afhankelijk van de telling klopt dit of klopt dit niet. We moeten de trein uit om een en ander te regelen. We zijn niet de enige: een Koreaans gezin heeft het zelfde probleem. De grenswacht is een Nazi van de übereerste orde. Hij is onvermurwbaar en legt ons een boete op van 266!! dollar. Paspoorten zijn ingenomen, de trein gaat al bijna weer verder en zoveel geld hebben we niet bij ons. Verlagen van de boete is niet aan de orde. De vier banken in dit grensstadje zijn of gesloten of accepteren onze creditcard niet. Wat moeten we doen? Het stel waarmee we de coupe deelden, leent ons 150 euro. Hiermee verkrijgen we genoeg om met veel tegenzin de boete te betalen. Dan moeten er nog veel duistere administratieve handelingen worden verricht. De grens kakkerlak neemt zo z'n tijd dan we de trein missen. Met het Koreaanse gezin blijven we achter op een leeg station.

Maar we moeten naar China. We moeten in de grensplaats Erlian onze trein hebben naar onze bestemming Hohhot. We hebben nog maar twee uur. De Koreanen moeten daar ook naar toe. We besluiten om samen te blijven. We charteren samen een jeep om ons de grens over te brengen. Je mag niet te voet de grens over. De grens aan de Mongoolse zijde is niets meer dan veel prikkeldraad in een stoffige omgeving, zonder asfalt en zonder gebouwen. Het is een enorme drukte. Onze 1e chauffeur is plotsklaps verdwenen (we hadden nog niets betaald). We hebben nog maar een uur. Na veel moeite vinden we een nieuwe
chauffeur. Met wat via via connecties lukt het ons om met voorrang Mongolië uit te komen. Dan komen we bij de grens met China. Wat een verschil met het ontwikkelingsland Mongolië. Asfalt, nieuwe nette gebouwen, computers, airco en staats propaganda. We zijn blij, maar wat een rij. Ook hier lukt het ons om met voorrang door de paspoortcontrole te komen. We hebben nog maar 15 minuten. We racen met de auto naar het station. We hebben vouchers die we moeten omwisselen voor treinkaartjes, maar het is al te laat. Als een idioot naar het loket om voor elkaar te krijgen dat we binnen 5 minuten 2 kaartjes naar Hohhot krijgen (een rit van 9 uur voor maar 3,5 euro per kaartje). Wie zeg dat het moeilijk is. We halen op het nippertje de trein en blijken in de laagste klasse te 'zitten' (hardseat). Volledig afgeladen, maar het maakt ons allemaal niets uit. We negeren alle blikken en vinden een plaatsje op de grond in de tussenruimte. We zijn kapot, maar op dit moment zeer blij dat we het 'achterlijke' Mongolië uit zijn. De treinreis is niet zo oncomfortabel als we dachten. We zijn een bezienswaardigheid, maar iedereen is vriendelijk en veel willen ons helpen, eten met ons delen of hun schaarse Engels oefenen. We komen om 22.00 uur aan in Hohhot (6 uur later dan Nederland). Het Koreaanse gezin brengt ons naar een goedkoop hotel (5 dollar per nacht voor een kamer). We zijn ze veel dank verschuldigd. We zijn blij dat we in China zijn.

Hohhot
Deze stad is de hoofdstad van de provincie Inner Mongolië. Een voor Chinese begrippen kleine stad: zo ongeveer 3 miljoen inwoners. Een enorme Chinese drukte, veel vreemde tekens, extreem veel nieuwe gebouwen, banken, kantoren, fietsen, maar bovenal vel winkels. We huren een fiets, eten veel voor weinig (een verademing na Mongolië), ontmoeten Chinezen die ons de stad laten zien. We zien bijzondere oude Chinese wijken, maar ook extreem grote nieuwe gebieden. De Chinezen pakken alles extreem aan: geld speelt hier duidelijk geen rol. We worden rondgeleid door Chinezen, we bevinden ons in een Chinese woning, we zien een extreem groot water en licht spektakel, afgesloten door ons eerste Chinese vuurwerk. We weten niet wat ons verder te wachten staat, of dat deze stad representatief is voor de rest van China. Indien dan wel zo is, dan moeten we ons in Europa ernstig zorgen gaan maken. De mensen zijn wel niet vrij en ze zijn ook behoorlijk geïndoctrineerd door de overheid, maar ze zijn wel zeer slim, gedisciplineerd en vooral gemotiveerd. Volgens onze 'gids' zijn alle gebouwen die we zien van de laatste 5 jaar.
Pagina 1 van 2
Ga naar boven