01 - Letland | Via Rügen naar Riga

Vrijdagnacht zijn we met onze reisgenoten Martin en Brent vertrokken naar andere oorden. Na eerst nog eens bijzonder goed te hebben gegeten met de mama's en de papa. De auto volgeladen, de nodige diesel bijgevuld, de banden op de juiste spanning gebracht....... en gaan. Het snorren van de motor bracht een fijn gevoel te weeg. Eindelijk na zo lang voorpret en aftellen. Wij direct gecrasht op de achterbank, want het verhuizen en de laatste voorbereidingen waren toch wel erg veel van het goede. Helemaal stuk op weg naar Rügen in Duitsland voor de eerste stop. Martin en Brent leiden de weg. 's Ochtends om een uur of negen aangekomen op de eerste camping. Gelegen aan het strand op het eiland Rügen in de Oostzee bij het plaatsje Binz. De vrouw van de receptie had 10 kilo ongemalen koffiebonen genuttigd of ze was nog ADHDer dan Jeroen. Het bleek dat we een het kamperen waren naast een strand waar naakt toch wel de voornaamste uiting was. Helaas zijn altijd de verkeerde mensen naakt. Wij lekker zonnen, witbiertjes drinken en lekker chillen. Zelfs zwemmen in de Oostzee. Het was namelijk meer dan 30 graden.

De voornaamste reden om naar Rügen te gaan, was het Hotel dat Hitler daar in de jaren dertig had laten aanleggen (Prora). Zowel als werkverschaffingproject als voor de recreatie voor de arbeiders van het Derde Rijk.. Doelstelling was om op jaarbasis 14 miljoen mensen onderdak te bieden in het hotel. Hitler was dus de 'uitvinder' van het massa toerisme. Het neerzetten van het hotel is ze in ieder geval gelukt.. Er is daar een betonnen kolos neergezet van 5 kilometer. De afstand dus van 1 etappe van de avondvierdaagse. Een pleuris eind dus. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is het hotel nooit in gebruik genomen. Een deel is na de oorlog opgeblazen door de Russen, maar ze zijn er maar mee gestopt. Het grootste deel is verder in tact, in vervallen toestand weliswaar. Toevallig bleek onze camping er naast te liggen. Dus het uitstapje was zo gemaakt. Ook maar gelijk het gebouw van binnen bezichtigd. Niet volledig legaal, maar goed.

De volgende dag, 29 mei 2005, na een duik in de bijzonder aangename zee (waarom komen er überhaupt nog Duitsers naar het Nederlandse strand?), een warme douche en een aangenaam ontbijt. De auto weer gestart en op naar Polen. Maar eerst nog een uitstapje naar Peenemünde, het gebied waar Nazi Duitsland (Werner von Braun) hun raketcentrum had en waar vandaan de V2 werden gelanceerd richting Engeland. Helaas bleek Peenemünde niets meer te zijn dan een verlopen rondvluchten voor evenzo verlopen toeristen. In de verte wel wat bunkers. Maar deze waren waarschijnlijk Russische overblijfselen van het kernwapenarsenaal dat hier lag opgeslagen. Van Peenemünde door naar Polen. Eerst in Szczenin naar de winkel der winkels (De Tesco) voor het bijvullen van het proviand (bier en vlees). Daarna door naar de geplande stop.. Het grote meer J. Miedwie. Lang doorgereden, helaas niets kunnen vinden, zelfs 
geen acceptabele wildkampeerplek. Bijzonder onvriendelijke mensen op straat. Zelfs weggestuurd van een gevonden camping, omdat we geen surfers waren. Het moet niet gekker worden. Advies: ga je naar Polen, neem dan een surfplank mee of anders een strijkplank. Toen toch maar een detailkaart van Polen gekocht, want de campings waren wel erg dun gezaaid en we waren wel heel erg aan het dwalen. Toen eindelijk om half 10 aangekomen op een camping. Maar muggen. Niet meer normaal hoeveel muggen. In record tijd korte kleding omgewisseld voor lang, ge-deed en een rokerig vuur aangelegd. De schade was echter al enorm. Nou ja, het wordt nog wel erger.

De volgende ochtend, 30 mei 2005, wakker geworden in een zware onweersbui. Eén voordeel: de tent bleek waterdicht. De hele dag in de auto gezeten en door een landschap gereden dat afwisselend bos, bos, bos, moeras, moeras en akkerland was. Weer veel moeite om een kampeerplek te vinden, want veel campings zijn (nog) niet in gebruik. In de stromende regen een plek gevonden op een kampeerveld bij Wygryny in het Pojezierze Mazurskie. Onder de gelukkig aanwezige overkapte toiletunit het eten klaargemaakt. Het leven was weer goed.

We werden wakker (31 mei) in in de kou (ongeveer 15 graden).. Lekker rondgereden met de auto.. Martin en Brent voorin.. Na te hebben vastgezeten en de uitlaat kapot te hebben gereden (we maken nu het geluid van een opgefokte Golf GTI; erg cool volgens de monteur, dus niets aan doen, maar afgesproken dat we een Bluebird rijden en geen Patrol.. Aan het einde van de dag een verlaten camping gevonden, met veel beversporen langs de waterkant (of een kunstzinnige houthakker met tijd te veel). Een fijne constructie gemaakt van zeilen tegen het slechte weer, waarna de zon natuurlijk direct ging schijnen. Inmiddels zitten we op 40 kilometer van de grens met Litouwen. Het aantal gereden kilometers bedraagt inmiddels 2427. Vandaag, 1 juni 2005, zijn we aangekomen in Litouwen. Erg veel Lee Towers op straat en geen touw vast te knopen aan de taal. De mensen hebben Scandinavische trekjes en het mannelijk deel van het reis gezelschap wordt steeds vrolijker. Op een camping bij Tytunenai de tent opgezet. Getracht ons in te schrijven, maar de persoon achter de receptie begreep zelfs ons potje Pictionary niet.. En wilde 20 euro rekenen voor 1 dag. Zonder ook maar een douche gelegenheid wel erg overdreven. De kans dat we dus vertrekken zonder te betalen is dus groot. Het landschap van Litouwen is verbazingwekkend saai. Dat zal ook wel door het weer komen. Maar goed, veel vervallen, ontmantelde fabrieken, veel houten huisjes. Maar de wegen zijn erg goed. Vele malen beter dan in Polen. De mensen zijn ook veel vriendelijker. Helaas is Moskou ver en moeten we constant kilometers maken.. We snakken inmiddels na een dag rust om lekker te chillen. Morgen zullen we aankomen in de hoofdstad van Letland (Riga). Daar zullen we twee dagen blijven.

1.4 - Estland | Leeg en verlaten

Aan de grens met Estland komen we er achter dat de cocktails in Riga toch niet zo goedkoop waren. Door een 'kleine' rekenfout hebben we € 375,- uitgegeven in minder dan twee dagen Omdat we al depressief worden van het slechte weer, staan we niet te lang stil bij deze vergissing. We rijden door een landschap dat alleen maar uit bos bestaat, met af en toe een venster op de Oostzee. Er is bijna geen verkeer en volgens de borden hoeven we alleen maar op te passen voor de elanden. Deze laten zich helaas niet zien, wat suggereert dat elanden meer van lekker weer houden. Het land is leeg en verlaten. Dit is niet zo vreemd, want Estland is anderhalf keer zo groot als Nederland en heeft maar 1,3 miljoen inwoners. Daarvan wonen er dan weer 500.000 in Tallinn, de oude Hanzestad aan de Finse Golf. Als we in Tallinn aankomen is het serieus gaan regenen.

De Tallinn City Camping heeft een dusdanig gezellige ambiance, dat we besluiten daar direct weer te vertrekken. In de regen op een stuk asfalt achter een lege sporthal is niet ons idee van prettig kamperen. Tallinn zal vast en zeker een mooie stad zijn, maar wij hebben nu meer interesse in het grensgebied met Rusland. Het is een gebied van verlaten badplaatsen, restanten van kuuroorden en
deels ontmantelde zware industrieën. In het industriegebied hangt een dikke pittige stank die direct op de longen slaat.

De mensen die nog in de grauwe betonnen flats tussen de fabrieken wonen, zullen vast niet oud worden. Op de grote bergen grijsbruin restafval groeien enkel wat kleine berken. We komen er achter dat dit gebied in de tijd van de Sovjet-Unie werkt gebruikt voor het delven en opwerken van uranium. Met de onafhankelijkheid van Estland werden de industrieën ontmanteld, bleef de troep achter en trokken de meeste Russen naar Rusland. Estland, succes! Het moerasgebied langs het Peipusmeer, dat op de grens van Estland en Rusland ligt, is een gebied van bevers, maar vooral van muggen. Aan de overkant van het water zien we de wachtposten die op Russisch grondgebied staan. Langs het water staan veel restanten van vroeger recreatief gebruik. Zou dit ook te maken hebben met het vertrek van de Russen? Russen of geen Russen, de Russisch Orthodoxe kerk is in elk geval nog steeds aanwezig. Nonnen in het zwart kussen de deuren van de kerk en doen de dingen die nonnen nou eenmaal doen. Het schoonmaken van het toilet hoort daar niet bij, want ons eerste smerige hurktoilet is hier een feit. Er zullen er nog velen volgen.
We zouden zo maar elanden tegen kunnen komen
Fik stoken is het mooiste wat er is
Op de camping in Toyla ontmoeten we Gerrit die wat waspoeder nodig heeft. Hij fietst in zijn eentje van Nederland naar Moermansk, om via de Noordkaap weer terug naar huis te fietsen. Dit is al een hele prestatie als je jong bent, maar Gerrit is de 65 al ruim gepasseerd. Hij fietst deze afstand om geld in te zamelen voor een weeshuis in Roemenie. Rond het kampvuur op het kiezelstrand genieten we van een gezamenlijke maaltijd en de smeuïge verhalen van Gerrit. Omdat het zo noordelijk niet meer donker wordt, hebben we geen idee hoe laat (of vroeg) we uiteindelijk gaan slapen. Het strand is in elk geval aardig ontdaan van het vele aangespoelde hout, waarmee een prima vuur is te stoken dat in Helsinki nog te zien moet zijn geweest.

1.2 - Polen | Nattigheid

Na een duik in het heldere water van de Oostzee en een uitgebreid ontbijt, stappen we in de auto en rijden we door naar Peenemünde. Het is de plek waar nazi-Duitsland een grote U-boot haven had. Ook was het de locatie was waar Werner von Braun werkte aan de V2. We zijn erg benieuwd naar de restanten, dus we worden steeds ongeduldiger als we verder het schiereiland oprijden. Het wordt helaas een anticlimax. Peenemünde is tegenwoordig niet veel meer dan een badplaats en een vliegveld voor rundvluchten. In de verte zien we wel wat bunkers, maar het is onmogelijk om dichterbij te komen. We komen te weten dat de Sovjets deze basis na de oorlog hebben gebruikt voor de stationering van atoomwapens en gevechtsvliegtuigen.

Van Peenemünde rijden we door naar Polen. We steken de grens over bij Szczenin (Stettin), waar we ons proviand bijvullen. Het is het plan om te kamperen aan het Jezioro Miedwie, waar we zelfs
geen acceptabele vrijkampeerplek vinden. Bijzonder onvriendelijke mensen voerden hier de boventoon. We worden zelfs weggestuurd bij de enige camping, omdat we geen surfers zijn. Eh, we hebben opvouwbare planken mee! We worden hier niet vrolijk van. We kunnen geen slaapplaats vinden en we komen alleen maar buitengewoon onvriendelijke mensen tegen. Wat is het toch met Polen? We kopen toch maar een detailkaart van Polen, waarmee we om half tien 's avonds in korte broek en T-shirt aankomen op een kleine camping in bij Gorzow Wielkopolski. We hebben de nog niet opengetrokken, of we hebben per persoon al tien muggenbeten te pakken. We zijn in een waar slagveld terechtgekomen. Mens tegen mug. Even lijken we te worden verslagen, maar een bijzonder rokerig vuur maakte een einde aan deze illusie. We halen de ingrediënten voor een geslaagde avond naar voren. Met bier, wijn en een barbecue hebben we het weer enorm naar ons zin.
De Nissan Bluebird die inmiddels klinkt als een Porsche Zonsondergang boven onze tenten in Suwalki
Onze tent blijkt waterdicht als we de volgende ochtend wakker worden in een zware regen en onweersbui. Dat is dan wel weer een voordeel. Het is een nadeel dat we de hele dag in de miezer regen door een landschap rijden dat afwisselend bos, bos, bos, moeras, meer, moeras en Noordoost Groningen is. De weg is slecht, zit vol met gaten en door de grote hoeveelheid vrachtwagens schieten we niet op. Wel komen we op plekken waar beren en wolven voorkomen. Op ontdekkingsreis naar een kampeerplek komen we vast te zitten op een verlopen zandweg. We spreken af dat we een Bluebird rijden en geen Patrol. Wel iets te laat, want we hebben een gat in de uitlaat. Volgens de monteur moeten we daar niet moeilijk over doen. Dit klinkt toch veel beter?· Aan het einde van de middag richten we ons kamp in op de zoveelste verlaten camping die we tegenkomen. In verband met het goede weer, spannen we een paar zeilen, waardoor we een briljante plek hebben aan een meer bij Suwalki in het Wigierski Park Narodowy. We weten dat we tussen de bevers zitten, omdat de tanden zien staan in het hout langs de waterkant. Terwijl de regen steeds harder tegen het zeildoek slaat, bedenken we dat we ons 40 kilometer van Litouwen en 60 kilometer van Rusland (Kalingrad) bevinden, dat we in totaal hebben 1.723 kilometer hebben gereden, Moskou nog erg ver weg is en dat er te veel muggen op de wereld zijn.
Ga naar boven