Het hotel is onverwacht rustig, waardoor we heerlijk hebben kunnen slapen. Om 7.30 uur staat het ontbijt klaar, wat we gisteren nog hebben kunnen laten regelen. Vanwege de ellende van de vorige etappe en de grote afstand die we nog moeten afleggen tot aan Odessa, maken we ons wel enige zorgen. We hebben geen idee wat ons vandaag te wachten staat. Gaan we het redden of niet. Veel keuze hebben we niet, want op de kaart ziet het gebied er nou niet bepaald dichtbevolkt uit. We laden onze fietsen vol met water en al het eten dat we kunnen vinden. Het lot blijkt ons positief gestemd: er staat een harde wind uit het noorden, terwijl wij naar het zuiden moeten. Hier moeten we van profiteren. Met 35 kilometer per uur suizen we voor over het gladde asfalt, naar de 15 kilometer verderop gelegen ongelijkvloerse kruising met de snelweg tussen Odessa en Kiev. De eerste die we in de Oekraïne zijn tegengekomen.

Na de kruising is de weg meer gat dan glad. Alle typen wegdek komen nu onder onze banden door: asfalt, gravel, zand, kinderkopjes. We zijn al zo gewend aan gaten in de weg dat we er met relatief hoge snelheid, behendig langs manoeuvreren. Maar als dit de komende 100 kilometer zo doorgaat dan halen we Odessa nooit. Gelukkig wordt het wegdek tussen de gaten beter. Door de hitte heeft het asfalt op sommige plaatsen het effect van kauwgom. Door de zuigende werking, neemt de weerstand toe en moeten we meer kracht gebruiken om vooruit te komen. Na 2 ½ uur hebben we 55 kilometer afgelegd en zijn we al in Ivanivka. We drinken iedere een liter koude kvas, eten wat en gaan weer op weg. Over de 2e helft maken we ons echter de meeste zorgen.

Niet nodig blijkt. Voor het grootste deel is de weg voorzien van nieuw asfalt. We fietsen door een breed dal met een stormachtige wind in de rug, die ons met grote snelheid over de rustige weg helpt glijden. Het land is verandert. De vegetatie doet ons denken aan Zuid-Frankrijk en Kreta. De dorpen zijn totaal anders dan hoe we ze eerder zijn tegengekomen. Bijna elk huis heeft dikke muren, die diepblauw zijn geschilderd. We wanen ons in de mediterrane. Dit gebied behoort tot de mooiste waar we doorheen zijn gekomen. Dat hadden we niet bepaald gedacht. Volgeladen karren met hooi die worden voortgetrokken door sterke knollen, komen ons tegemoet. Tegen de grijs-groen-paarse hellingen grazen de schapen en de koeien. Langs de weg staat regelmatig een geit aan een touw te blèren. Stieren staan de ketting voor het huis waartoe ze behoren. Kippen, kalkoenen en ganzen lopen over de erven en voor de huizen over de weg, waar ze dan weer vanaf worden geveegd met een bezem. 
Langzaam maar zeker wordt het kleinschalige landschap weer grootschaliger. Uitgestrekte graanvelden van horizon tot aan horizon. Dit is het landschap waar de Oekraïense vlag aan is ontleend: gele graanvelden onder een diepblauwe hemel. Vanaf een heuvel op tien kilometer voor Odessa, zien we de stad aan de Zwarte Zee nu duidelijk liggen. Het verkeer neemt toe en wordt asocialer. Nadat we een snelweg zijn overgestoken, waarbij de auto’s wonderbaarlijk genoeg stoppen om ons de ruimte te geven, rijden we over een stoffig en vervallen industrieterrein vol chemische industrie, Odessa binnen. Onze entree tot de stad is een is een zandweg vol kuilen en grote dampende vrachtwagens. We fietsen langs chemische industrie, kilometers pijpen en leidingen en lange treinen met chemische lading. Omdat we het ook niet meer weten, biedt een vrachtwagen ons aan hem te volgen, waardoor we niet verdwalen en weer op een hoofdweg komen.

Via de hoofdweg komen we in het centrum van de stad. Daar stoppen we om te overleggen wat we gaan doen. Daarop worden we in het Nederlands aangesproken door Arthur. Hij is een Nederlandse Armeniër, die hier staat met zijn gloednieuwe Mercedes S-klasse met Engels kenteken. Hij heeft een zware gouden ketting met kruis om zijn nek. Hij spreekt vier talen vloeiend en zit in de import-export (natuurlijk). Hij heeft een paar vrienden bij zich in net zulke dikke auto’s, waarin de mooiste meisjes van Odessa lijken te zitten. Hij vraagt of hij ons misschien kan helpen, want hij heeft toevallig een vriend die appartementen verhuurd in Odessa. Een telefoontje is genoeg om een afspraak te maken. Hij rijdt voorop in zijn dikke Mercedes en wij fietsen er weer achteraan. Omdat we nou eenmaal slecht gelovige Nederlanders zijn, twijfelen we een beetje aan zijn goede bedoelingen. Maar ja, waarom zou iemand de moeite nemen om een paar vieze en stinkende fietsers te beroven als je zelf een auto hebt van bijna een ton?

Er wordt ons een appartement geshowd dat € 80,- per dag kost. Mooi is het zeker, maar wat hebben we aan vier kamers met leren bankstellen en een king-size bed? Wij zaten meer te denken aan een appartement van rond de € 60,-. Dat is ook geen probleem. Hij heeft een appartement met een grote badkamer, slaapkamer en een aparte keuken midden in het centrum van de stad. We hebben het vermoeden dat we een goede deal hebben, omdat er wat verwarring is over de koers die er wordt gehanteerd. Omdat we in hryvnja betalen, kost het appartement ons 480 UAH per dag. Wij rekenen echter met een wisselkoers van 1:9,7 (1 Euro = 9,7 UAH) waardoor we volgens ons maar € 48,- in plaats van € 60,- betalen. Dat is dan weer een mooie meevaller.
Na 2.400 kilometer fietsen hebben we de stad van Floor haar dromen bereikt: Odessa aan de Zwarte Zee. Het was een route door bergen en door dalen, langs stad en platteland en door uitgestrekte en minder uitgestrekte bossen. Hoe oostelijker we kwamen, hoe meer de tijd stil leek te hebben gestaan. Deze etappe door de Oekraïne zijn we begonnen in het in de Karpaten gelegen stadje Perechyn. Door kilometerslange lintdorpen met houten huizen en decoraties, passeren we een landelijk leven zoals we dat niet eerder zijn tegengekomen. Het werken op het land gaat met de hand of met behulp van paardenkracht. Aan de oostelijke kant van de Karpaten rijden we langs historische plaatsen (Kolomyya, Chernivtsi en Kamyanets-Podilsky) met indrukwekkende kastelen. Daar worden we eindelijk verblijdt met stralend blauwe luchten en zomerse temperaturen. De laatste 500 kilometer door de Oekraïne voerde ons door een verrassend divers landschap. De dorpen en stadjes waren allemaal stoffig en versleten, maar het landschap vaak adembenemend mooi en eeuwig glooiend. Met bovenbenen van beton reden we Odessa in. Daar genieten we zonder gene van ons luxe appartement, pivo, witte wijn, lange warme douches en algehele civilisatie en revitalisatie.
Het agrarische landschap van de Karpaten Miljoenen klaprozen bloeien tussen het graan
Achtergrondinformatie
Het is eigenlijk verbazingwekkend dat het grootste land van Europa zo onbekend is bij de meeste mensen. Daarom kan het geen kwaad om te beginnen met wat achtergrond informatie. Het land meet 2.000 kilometer van west naar oost en 1.000 kilometer van noord naar zuid. In dit uitgestrekte land wonen 47 miljoen mensen. Hiervan bestaat 78 procent uit etnische Oekraïners, 17 procent uit Russen. Het overige deel bestaat uit een grote verscheidenheid aan andere etnische groeperingen. Een relatief smalle bergachtige strook wordt gevormd door de Karpaten (Hutsul Alps), dat wordt bewoond door de zogenaamde Hutsul. De industrie van het land is voornamelijk geconcentreerd in het oosten, terwijl de grootste commerciële haven is gevestigd in Odessa. De rest van dit grote land bestaat uit glooiende heuvels en uitgestrekte vlakten met graanvelden en graslanden. Het behoort tot de meest vruchtbare gebieden ter wereld. De vlag van de Oekraïne is gebaseerd op dit kenmerkende landschap: geel van de graanvelden en blauw van de lucht daarboven. De geschiedenis is niet bijzonder vrolijk te noemen, aangezien ze vaker wel dan niet onderdeel waren van bijzonder bloedige oorlogen en andere ellende. De Tweede Wereldoorlog heeft het leven gekost aan naar schatting zes tot acht miljoen Oekraïners. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd Oekraïne in 1991 voor het eerst in haar geschiedenis een zelfstandige natie. Het zelfvertrouwen van de inwoners lijkt hier niet mee te zijn geholpen. De bevolking neemt namelijk gestaag af en het geboortecijfer is laag. Het land behoort tot de armste van Europa, waarbij het platteland veel kenmerken van een ontwikkelingsland vertoont. De potentie van dit land is enorm, aangezien het beschikt over gigantische natuurlijke reserves. Wijdverspreide corruptie en  
zelfverrijking van een beperkt aantal mensen, houdt de rem echter op een gezonde en duurzame economische ontwikkeling.

Het land en de mensen
De Karpaten zijn misschien wel het mooiste deel van dit land. In dit bergland leven de Hutzul. Zij leven een rustig en teruggetrokken agrarisch bestaan. Koeien genieten van het sappige groene gras dat tegen de hellingen groeit. Ganzen worden door babushka's in kleurige jurken met bezems de rommelige erven op gedreven. De mensen wonen in houten huizen, die zijn afgewerkt met geometrische patronen van hout en tin. Men is hier religieus, als het aantal kerken daar een maatstaf van kan zijn. Zo niet, dan wel het aantal kerken dat er nog (van hout) wordt gebouwd. Buiten de Karpaten verdwijnen de kuddes koeien en de houten huizen langzaam uit het beeld. De mensen hier lijken er twee favoriete tijdsbestedingen op na te houden. 1: het uitlaten van hun een of twee koeien en 2: het voor het huis zitten en het leven aanschouwen. Als fietser zijn wij vaak maar enkele seconden onderdeel van dit leven. Zelfs die paar seconden zijn genoeg voor een hartelijke lach, waarbij vele gouden tanden het daglicht zien. Hoe dichter we Odessa naderen hoe armer het land lijkt te worden. Hoe meer ook de alcohol een probleem begint te vormen. Was er eerst alleen maar pivo, verderop zien we vodka met liters tegelijk worden weggetankt. Floor was getuige van een buschauffeur die om 9.00 uur 's ochtends een beker vodka achterover sloeg en daarna weer doodleuk in zijn met passagiers gevulde bus stapte. Wij houden het overdag verantwoord bij water en het verfrissende, van oud gebrouwen kvas. 
Het kasteeel van Kamyanets-Podilsky De melkwagen verzameld de verse melk huis aan huis
Oekraïners zijn (bijna) zonder uitzondering vriendelijke en hartelijke mensen. Het kost soms even wat moeite om door het scherm van communisme residu heen te breken. Vaak zakt het scherm na het praten van een paar woorden Oekraïens en het besef dat we inderdaad zo leip zijn om te zijn komen fietsen. Dan krijg je slaapplekken, cadeautjes en verfrissingen aangeboden en willen ze allemaal weten waar je vandaan komt en waar je naar toe gaat. Niet dat het geheel duidelijk is wat er allemaal precies wordt gezegd en gevraagd, want gedurende onze tijd in de Oekraïne zijn we welgeteld een persoon tegengekomen die (vloeiend) Engels sprak. Het eten in de zeldzame restaurants was daarom ook iedere keer een uitdaging, want probeer maar eens wat te bestellen van een menu in Cyrillisch Schrift, waarvan driekwart niet eens beschikbaar is. Op de weg worden we steevast aangestaard, soms nagezwaaid, vaker succes toegetoeterd, maar vooral toegelachen als we met een welgemeend 'dobry den' langs komen rijden. Wat niet onvermeld mag blijven is de kenmerkende schoonheid van de Oekraïense vrouwen. Het is bij hen ongelooflijk hoe zij bezig zijn met hun uiterlijk. Zowel in de stad als op het platteland paraderen zij in de meest hippe kleding, vaak van het type kort rokje, en op ultiem hoge hakken. Het maakt niet uit dat de ondergrond zich niet leent voor deze hakken, op hoge hakken zal er gelopen moeten worden. Helaas treedt er vaker wel dan niet een vrij dramatische en onverklaarbare metamorfose van 'babe' tot 'babushka' op, wanneer er wordt getrouwd en er een of meerdere kinderen op de wereld zijn gezet. Dan is de babe op op hoge hakken gemetamorfiseerd tot een vaak wat dikkere dame in een vormloze gekleurde (bloemetjes) jurk, met roodgeverfd kort haar en gebit vol gouden tanden. We kunnen hier heel correct gaan doen door het ook over de man te hebben, maar die overgang is bij lange na niet zo dramatisch. Daarnaast lopen de meest mannen niet in korte rokjes en op hoge hakken.
Eenzame kilometers door een uitgestrekt landschap De slechte kwaliteit van de weg houdt niemand tegen
De wegen en de gebruikers
Het begrip 'slecht wegdek' heeft in de Oekraïne een geheel andere betekenis gekregen. Er kan worden geconcludeerd dat er tussen de (grote en diepe) gaten soms asfalt ligt. De verscheidenheid aan wegdek kent ook geen grenzen, alhoewel vlak en strak asfalt een zeldzaamheid is. Op de fiets moeten zandwegen, kinderkopjes, gravel, modder, gaten, asfalt met de viscositeit van kauwgum, grint en lossen keien worden getrotseerd. Het is bijzonder af te raden om na of tijdens een regenbui op een zandweg te rijden, want dan loop je gegarandeerd tot de assen van je wielen en tot boven je enkels vast. Zelfs de onverwoestbare lada kan dan niet meer verder. Dan blijft de berm bestaande uit doornstruiken en miljoenen muggen als enige optie over. Als je dan van top tot teen onder de modder zit, is het geen pretje om aan te komen in een hotel waar ze geen stromend water hebben.
De (rustige) wegen worden voornamelijk bereden door lada's in alle kleuren en grote stinkende vrachtwagen van het wereldberoemde merk Kamaz. Een groot deel van dit verkeer hoor je al van verre aan komen ratelen, grommen, piepen en kraken. Het is wonderbaarlijk te noemen dat sommige auto's überhaupt nog rijden. Vrachtwagens die in Nederland en Duitsland al 15 jaar geleden zijn afgeschreven, leven in de Oekraïne nog een 'plezierig' tweede leven. Buiten het lawaai en de stank is het verkeer boven verwachting sociaal tegen ons fietsers. Er wordt afstand gehouden en met (overbodig) getoeter wordt hun komst aangekondigd. Andere gebruikers van de weg zijn de vele koeien, stieren, paarden, schapen, geiten, ganzen, kippen, kalkoenen, oude suïcidale vrouwtjes, honden en katten. Het zou kunnen zijn dat alle beren, wolven en ander inmiddels zijn doodgereden of naar elders zijn verhuisd, want deze hebben zich helaas niet laten zien. 
Ga naar boven