Het heeft de hele nacht flink geregend. Gelukkig is het droog als we na het ontbijt van gebakken eieren en brood (58 UAH = € 5,80) weer op de fiets stappen. De route die we in gedachten hebben, wordt ons ten zeerste afgeraden door twee mannen, waarvan er een Duits spreekt. De non-verbale communicatie die hij daarbij gebruikt, doet vermoeden dat we op die route vast komen te zitten in de zuigende modder. We gaan daarom verder op de ‘hoofdweg’, met het aanduiding ‘T’. In Verkhni Vorota die we wat aankopen in een kleine winkel. Veel keuze is er niet, maar wel vers brood en een zak biscuitjes. Met een telraam wordt het verschuldigde bedrag bepaald. We rijden door kleine boerendorpen met rijk versierde houten huizen in de kleuren lila, paars, blauw, groen of gewoon bruin. De buitenmuren hebben verfijnde patronen gemaakt met kleine latten. In Slowakije zijn dit soort dorpen inmiddels een toeristische attractie. Hier zijn dorpen als deze geen bijzonderheid. Andere toeristen zijn er sowieso niet. Op de erven zien we kippen en ganzen scharrelen, terwijl de honden lekker liggen te luieren. De bewoners zijn vooral druk met het uitlaten van hun koeien. In de groene weiden staan de koeien te grazen, onder het toeziend oog van een vader met zijn zoon. Tussen de velden stroomt het water van de kleine stroompjes naar beneden. In de velden staan constructies van hout, waartegen sommige als de eerste hooibergen zijn aangestapeld. Bloemen zijn hier in overvloed: margrieten, gevlekte orchis, grote ratelaar, achillea, knoop en viooltjes. Uitzonderlijk grote versgroene varens en berenklauw maken het beeld compleet. We fietsen door onbedorven bossen. Beekjes stromen in de lage delen en met watervalletjes worden de hoogteverschillen overbrugt. Het is hier zo groen als in een tropisch regenwoud. In de velden komen we koeien, schapen en geiten tegen. In een kleine winkel, annex wat dan ook, schuilen we tegen de regen. We bestellen een kopje thee, waarvan het water met ijzeren emmers uit de waterput wordt gehaald. Een van de aanwezige ‘Babushka’s’ is ongelooflijk dik en heeft helblauwe ogen. De enige vitrine in de winkel staat vol met ketchup en mayonaise. Een derde deel van de winkel is gevuld met sterke drank. De houten schappen zijn gevuld met honing, druivensap, ingeblikte vis, chocolade, oploskoffie, snoep, tandpasta, luchtverfrisser, maandverband, 14 kopjes, drie pannen, vier borden, 12 schalen, twee fluitketels en ca. 15 broden, waarvan een groepje meisjes er ieder een komt kopen, om deze vervolgens uit de hand te eten. 

Net voor Sojmy slaan we linksaf richting Dolyna. Het is een grotere weg, die wordt aangeduid met een ‘P’. Voor een hoofdweg is deze weg ook weer heerlijk rustig. Over een afstand van 30 kilometer moeten we een hoogteverschil van 500 meter overbruggen. De weg voert door het brede dal van de Rika rivier. Veel van de huizen in dit dal zijn van steen en de paar dorpen hebben een weinig interessante uitstraling. Naarmate we verder in het smaller wordende dal komen, komen er meer en meer houten huizen, is het land kleinschaliger en verandert de rivier in een bergstroom. De eerste 20 kilometer hebben we de wind in de rug, waardoor we fluitend tegen de lichte helling van 1-2 procent op fietsen. Dieper in het dal wordt de helling steiler met percentages van 8-10 procent. Gelukkig hebben ze niet bezuinigd op haarspeldbochten, zodat erger wordt voorkomen. 

Het plan was om vandaag door de fietsen naar Dolyna, maar als we op 900 meter hoogte langs een hotel fietsen, besluiten we dat het voor vandaag mooi is geweest. Voor 250 UAH (€ 25,-) krijgen we een kamer in het verder geheel verlaten hotel. Al het personeel helpt mee om onze collectie rode tassen naar de kamer te verplaatsen. Ook in dit best wel luxe hotel zijn de gordijnen te kort en is het tweepersoons bed voorzien van twee te kleine dekbedden. Maar gelukkig hebben wel een grote televisie. In het hotel maken we kennis met een Tsjech, die in dit hotel een ‘schatje’ heeft. Niet dat zijn vrouw in Tsjechië dat weet. Hij staat er op dat we vodka met hem drinken. Hij tipt ons ook over de specialiteit van het restaurant. De forel is echter nog rauw, waardoor de kok en de serveerster niet ophouden met het aanbieden van hun excuses. Wij proberen zo snel mogelijk excuses te maken om in alle rust nog een wandeling door de mooie omgeving te maken. 
We worden rond achten wakker, wanneer de klokken van een van de kerken vrolijk, maar dwingend luiden. Het is iedere ochtend weer verbazingwekkend hoe we al onze spullen, die door de hele kamer liggen verspreid, weer georganiseerd in de tassen krijgen. We halen onze fietsen uit de sauna, waar ze gisteren nog een paar uur met naakte Oekraïners hebben doorgebracht. Alle deuren om het hotel te verlaten zijn nog gesloten, dus worden we door de schoonmaker (of is het de kok?) via de bakkerij naar buiten geleid. Een versgebakken brood krijgen we cadeau. De mensen zijn allemaal erg aardig. Op een terras drinken we een goede cappuccino en een riante kop thee voor 6 UAH (€ 0,60) per stuk. 

De oude vrouwtjes met hun hoofddoeken lopen naar de kerk. Begeleid door het kerkelijk gezang stappen wij op de fiets om Perechyn te verlaten. Maar niet voordat we extra water en een paar bananen hebben gekocht in een van de kleine shopjes, die op zondag gewoon geopend blijken te zijn. Hoe rijker en ontwikkelder een land hoe minder er sprake lijkt te zijn van een 24-uurs economie en omgekeerd. Over een weg vol gaten en hobbelend asfalt rijden we in oostelijke richting. De mensen zitten ontspannen voor hun huizen te kijken naar het leven dat hier in traag tempo voorbij lijkt te gaan. Groepjes mannen zitten gehurkt te roken en te praten. Kinderen zijn lekker aan het rotzooien. De huizen staan langs de geasfalteerde hoofdweg, daarachter is het leeg. De lintdorpen zijn dan ook enorm uitgestrekt. De paar zijwegen zijn onverhard. Verderop rijden we door het nog onaangetaste bosgebied van de Karpaten. Het dichte loofwoud bestaat uit beuken, linden en schijnbeuken. Daartussen staan bloeiende acacia’s die heerlijk geuren. Snelstromende beekjes stromen door de dicht beboste hellingen naar beneden. 

Hoe verder we komen, hoe mooier het wordt. Omdat het een mooie zondag is, zijn de mensen volop aan het picknicken,
barbecueën en het ontspannen op de gemaaide groene weiden langs de beekjes. Kampvuurtjes worden aangestoken, waarvan de rook een fijne geur verspreid. De onvermijdelijke Lada staat steevast bij de eigenaar in het veld geparkeerd. Als de Lada de meest voorkomende auto in dit gebied is, dan is de Lada Niva met stip het meest voorkomende type in dit berggebied. Een Lada met een enorme takkenbos op het dak is geen uitzondering. Kinderen zwaaien enthousiast. Bijna iedereen reageert verbaasd en dan vriendelijk op ons voorbijgaan. Met al die vrolijk zwaaiende kinderen wanen we ons in Laos. Het land is ongelooflijk mooi, groen, landelijk, leeg en natuurlijk. Het landschap is anders dan we gewend zijn en daarom een genot om doorheen te fietsen. De wegen zijn verlaten. Drinkwater halen we uit een van de vele natuurlijke bronnen langs de weg, waarvan er een is opgeleukt als een enorme theepot en de ander wordt gezegend door Jezus en Maria samen. Als dat water niet heilzaam werkt, dan weten we het ook niet meer. 

Na een laatste klim door haarspeldbochten en over een heuvelrug, waarover kleine bussen en velgekleurde Lada’s komen snellen, zien we ons einddoel liggen. Volovets ligt beneden in het dal, te midden van de dichtbegroeide, groene heuvels van de Karpaten. We tellen al snel een stuk of vier hotels. We drinken een pivo in de binnentuin van een hotel en besluiten dat dit wel een mooie plek is voor een overnachting. De taalbarrière vormt echter wel een probleem. Er wordt zoals gewoonlijk geen woord over de grens gesproken. Met veel hilariteit wordt uiteindelijk een kamer geregeld, bekeken en akkoord bevonden. De kosten daarvan bedragen 150 UAH (€ 15,-). De lakens en de dekbedden zijn te klein, de gordijnen te kort, de douchekop komt van de muur, maar dart hoort er natuurlijk allemaal bij. Daarna doen we ons voor 100 UAH (€ 10,-) te goed aan een stevige maaltijd en een paar Pivo. 


Zoals bijna elke ochtend zijn we om 7.00 uur wakker en maken we ons klaar voor weer een nieuwe fietsdag. Vandaag een bijzondere, want het is de bedoeling dat we de Oekraïne worden binnengelaten. Omdat we niet weten wat ons in de Oekraïne te wachten staat, slaan we bij de lokale Tesco genoeg proviand in om ons minimaal twee dagen in leven te houden. Op naar de grensplaats Ubla. De route voert ons door een erg mooi dal waar de wilde bloemen in het veld tot een climax lijken te komen. Tussen het sappig groene lentegras is het wit fluitekruid en duizenden margrieten en roze van de dagkoekoeksbloem. Oude mannen maaien met de zeis, terwijl kromme oude vrouwtjes in bloemetjesjurk het onkruid wieden. Het is hier onwaarschijnlijk mooi. Langs de weg staan kleine kapelletjes, waar Jezus gedwee aan het kuis hangt. Hier beschikt hij echter over een niet te onderschatten six-pack.

Aan de grens is het verlaten van Slowakije een eenvoudige gang van zaken. Aan de kant van de Oekraïne duurt het allemaal wat langer en is het allemaal wat onduidelijker. Mevrouw de grenswacht is verwikkeld in een telefoongesprek en daarna in een geanimeerd gesprek met meneer de grenswacht. Dat wij staan te wachten lijkt alleen maar toe te voegen aan de duur van het gesprek. In al die ‘gezelligheid’ wordt er toch nog de tijd gevonden om ons te voorzien van een ‘entry-exit-formulier’. Wat we daar mee moeten snappen we inmiddels wel, maar wat er daarna van ons wordt verwacht ontgaat ons volkomen. Daarom hanteren we de strategie van de onschuldige en tikkeltje naïeve toerist. We stappen op de fiets en rijden net zo lang verder tot we bij een hek worden aangehouden. Halt! Waar is het stempel? Dat is in elk geval iets. We weten nu dat we een stempel moeten hebben. Nu er nog achter zien te komen hoe we aan zo’n stempel komen. Ga terug naar start. We fietsen weer terug naar mevrouw grenswacht. Ze is erg boos, want we hadden het ingevulde formulier met ons paspoort bij haar moeten inleveren. Had dat dan direct gezegd. Ondanks onze slechte relatie krijgen we het noodzakelijke stempel en kunnen we weer verder. Nu moeten we langs de bagagecontrole. Daar wordt ons gevraagd waar wij helemaal naar toe willen. ‘Naar Odessa!’ is daarop ons antwoord. ‘Op de fiets, met al die mooie rode tassen? Maak er eens een paar open! Wereldwijd blijken grenswachten weinig enthousiast te worden van stinkende kleding en salamiworsten tussen de bagage. Oekraïners zijn daarop geen uitzondering. We mogen door. Welkom in de Oekraïne!

Een zwarte rook uitbrakend olievat markeert onze entree tot een voor ons nog onbekend land. De Oekraïne is het grootste land van Europa, maar we weten er helemaal niets van. Verschillen met Slowakije: de weg is smaller, op die weg rijdt veel minder verkeer en de weg heeft meer en grotere gaten. We fietsen door langgerekte dorpen die duidelijk armer zijn dan die in Slowakije. De zijwegen van de verharde weg zijn van gravel, zand of een laatste restje asfalt. Iedereen, jong en oud, lijkt aan het werk te op het veld of in de tuin. In de weer met schoffel, hark en schop. We passeren donkere bossen van het type ‘onaangetast’. Het voelt fijn om hier te zijn. In een prettige stemming komen we aan in Perechyn, waar volgens onze informatie een pinapparaat zou moeten zijn. En inderdaad, achter het station, bij de ingang van een fabriek staat inderdaad een oude vertrouwde flappentapper. Voorzien van een verse stapel Hryvnia fietsen we door de hoofdstraat en enige straat van deze kleine stad met iets meer dan 7.000 inwoners. We graven in ons geheugen naar wat een hotel is in het Russisch en hoe we dat herkennen in Cyrillisch schrift.

Zonder dat de tegenpartij ook maar één woord over de grens spreekt, slaagt Floor er bij het enige hotel van de stad in om voor 200 UAH (€ 20,60) een prima kamer te organiseren. Onze fietsen kunnen we stallen in de sauna. Floor herhaalt haar kunstje in een café, wat tevens een pizzeria blijkt te zijn, waardoor we voor 51 UAH (€ 5,25) twee pizza’s en drie drankjes kunnen nuttigen. Daarna kunnen we voor 7 UAH (€ 0,72) twee uur lang internetten in het tegenover het hotel gelegen speelhol. Later op de avond kunnen we voor 4,5 UHA (€ 0,46) een pivo drinken op best wel een leuk terras. Zo krijgen we een eerst beeld van de prijsniveau in dit land. Voorlopige conclusie: prima te doen! In ons hotel vindt er die avond en nacht een bruiloft plaats. Dat levert een parade van korte rokjes, hoge hakken, baljurken en meer moois op. De bruid is niet te onderscheiden van de overige gasten. Vanaf 23.30 uur komt het feest goed op gang. Tijd voor oordoppen.

Na 2.400 kilometer fietsen hebben we de stad van Floor haar dromen bereikt: Odessa aan de Zwarte Zee. Het was een route door bergen en door dalen, langs stad en platteland en door uitgestrekte en minder uitgestrekte bossen. Hoe oostelijker we kwamen, hoe meer de tijd stil leek te hebben gestaan. Deze etappe door de Oekraïne zijn we begonnen in het in de Karpaten gelegen stadje Perechyn. Door kilometerslange lintdorpen met houten huizen en decoraties, passeren we een landelijk leven zoals we dat niet eerder zijn tegengekomen. Het werken op het land gaat met de hand of met behulp van paardenkracht. Aan de oostelijke kant van de Karpaten rijden we langs historische plaatsen (Kolomyya, Chernivtsi en Kamyanets-Podilsky) met indrukwekkende kastelen. Daar worden we eindelijk verblijdt met stralend blauwe luchten en zomerse temperaturen. De laatste 500 kilometer door de Oekraïne voerde ons door een verrassend divers landschap. De dorpen en stadjes waren allemaal stoffig en versleten, maar het landschap vaak adembenemend mooi en eeuwig glooiend. Met bovenbenen van beton reden we Odessa in. Daar genieten we zonder gene van ons luxe appartement, pivo, witte wijn, lange warme douches en algehele civilisatie en revitalisatie.
Het agrarische landschap van de Karpaten Miljoenen klaprozen bloeien tussen het graan
Achtergrondinformatie
Het is eigenlijk verbazingwekkend dat het grootste land van Europa zo onbekend is bij de meeste mensen. Daarom kan het geen kwaad om te beginnen met wat achtergrond informatie. Het land meet 2.000 kilometer van west naar oost en 1.000 kilometer van noord naar zuid. In dit uitgestrekte land wonen 47 miljoen mensen. Hiervan bestaat 78 procent uit etnische Oekraïners, 17 procent uit Russen. Het overige deel bestaat uit een grote verscheidenheid aan andere etnische groeperingen. Een relatief smalle bergachtige strook wordt gevormd door de Karpaten (Hutsul Alps), dat wordt bewoond door de zogenaamde Hutsul. De industrie van het land is voornamelijk geconcentreerd in het oosten, terwijl de grootste commerciële haven is gevestigd in Odessa. De rest van dit grote land bestaat uit glooiende heuvels en uitgestrekte vlakten met graanvelden en graslanden. Het behoort tot de meest vruchtbare gebieden ter wereld. De vlag van de Oekraïne is gebaseerd op dit kenmerkende landschap: geel van de graanvelden en blauw van de lucht daarboven. De geschiedenis is niet bijzonder vrolijk te noemen, aangezien ze vaker wel dan niet onderdeel waren van bijzonder bloedige oorlogen en andere ellende. De Tweede Wereldoorlog heeft het leven gekost aan naar schatting zes tot acht miljoen Oekraïners. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd Oekraïne in 1991 voor het eerst in haar geschiedenis een zelfstandige natie. Het zelfvertrouwen van de inwoners lijkt hier niet mee te zijn geholpen. De bevolking neemt namelijk gestaag af en het geboortecijfer is laag. Het land behoort tot de armste van Europa, waarbij het platteland veel kenmerken van een ontwikkelingsland vertoont. De potentie van dit land is enorm, aangezien het beschikt over gigantische natuurlijke reserves. Wijdverspreide corruptie en  
zelfverrijking van een beperkt aantal mensen, houdt de rem echter op een gezonde en duurzame economische ontwikkeling.

Het land en de mensen
De Karpaten zijn misschien wel het mooiste deel van dit land. In dit bergland leven de Hutzul. Zij leven een rustig en teruggetrokken agrarisch bestaan. Koeien genieten van het sappige groene gras dat tegen de hellingen groeit. Ganzen worden door babushka's in kleurige jurken met bezems de rommelige erven op gedreven. De mensen wonen in houten huizen, die zijn afgewerkt met geometrische patronen van hout en tin. Men is hier religieus, als het aantal kerken daar een maatstaf van kan zijn. Zo niet, dan wel het aantal kerken dat er nog (van hout) wordt gebouwd. Buiten de Karpaten verdwijnen de kuddes koeien en de houten huizen langzaam uit het beeld. De mensen hier lijken er twee favoriete tijdsbestedingen op na te houden. 1: het uitlaten van hun een of twee koeien en 2: het voor het huis zitten en het leven aanschouwen. Als fietser zijn wij vaak maar enkele seconden onderdeel van dit leven. Zelfs die paar seconden zijn genoeg voor een hartelijke lach, waarbij vele gouden tanden het daglicht zien. Hoe dichter we Odessa naderen hoe armer het land lijkt te worden. Hoe meer ook de alcohol een probleem begint te vormen. Was er eerst alleen maar pivo, verderop zien we vodka met liters tegelijk worden weggetankt. Floor was getuige van een buschauffeur die om 9.00 uur 's ochtends een beker vodka achterover sloeg en daarna weer doodleuk in zijn met passagiers gevulde bus stapte. Wij houden het overdag verantwoord bij water en het verfrissende, van oud gebrouwen kvas. 
Het kasteeel van Kamyanets-Podilsky De melkwagen verzameld de verse melk huis aan huis
Oekraïners zijn (bijna) zonder uitzondering vriendelijke en hartelijke mensen. Het kost soms even wat moeite om door het scherm van communisme residu heen te breken. Vaak zakt het scherm na het praten van een paar woorden Oekraïens en het besef dat we inderdaad zo leip zijn om te zijn komen fietsen. Dan krijg je slaapplekken, cadeautjes en verfrissingen aangeboden en willen ze allemaal weten waar je vandaan komt en waar je naar toe gaat. Niet dat het geheel duidelijk is wat er allemaal precies wordt gezegd en gevraagd, want gedurende onze tijd in de Oekraïne zijn we welgeteld een persoon tegengekomen die (vloeiend) Engels sprak. Het eten in de zeldzame restaurants was daarom ook iedere keer een uitdaging, want probeer maar eens wat te bestellen van een menu in Cyrillisch Schrift, waarvan driekwart niet eens beschikbaar is. Op de weg worden we steevast aangestaard, soms nagezwaaid, vaker succes toegetoeterd, maar vooral toegelachen als we met een welgemeend 'dobry den' langs komen rijden. Wat niet onvermeld mag blijven is de kenmerkende schoonheid van de Oekraïense vrouwen. Het is bij hen ongelooflijk hoe zij bezig zijn met hun uiterlijk. Zowel in de stad als op het platteland paraderen zij in de meest hippe kleding, vaak van het type kort rokje, en op ultiem hoge hakken. Het maakt niet uit dat de ondergrond zich niet leent voor deze hakken, op hoge hakken zal er gelopen moeten worden. Helaas treedt er vaker wel dan niet een vrij dramatische en onverklaarbare metamorfose van 'babe' tot 'babushka' op, wanneer er wordt getrouwd en er een of meerdere kinderen op de wereld zijn gezet. Dan is de babe op op hoge hakken gemetamorfiseerd tot een vaak wat dikkere dame in een vormloze gekleurde (bloemetjes) jurk, met roodgeverfd kort haar en gebit vol gouden tanden. We kunnen hier heel correct gaan doen door het ook over de man te hebben, maar die overgang is bij lange na niet zo dramatisch. Daarnaast lopen de meest mannen niet in korte rokjes en op hoge hakken.
Eenzame kilometers door een uitgestrekt landschap De slechte kwaliteit van de weg houdt niemand tegen
De wegen en de gebruikers
Het begrip 'slecht wegdek' heeft in de Oekraïne een geheel andere betekenis gekregen. Er kan worden geconcludeerd dat er tussen de (grote en diepe) gaten soms asfalt ligt. De verscheidenheid aan wegdek kent ook geen grenzen, alhoewel vlak en strak asfalt een zeldzaamheid is. Op de fiets moeten zandwegen, kinderkopjes, gravel, modder, gaten, asfalt met de viscositeit van kauwgum, grint en lossen keien worden getrotseerd. Het is bijzonder af te raden om na of tijdens een regenbui op een zandweg te rijden, want dan loop je gegarandeerd tot de assen van je wielen en tot boven je enkels vast. Zelfs de onverwoestbare lada kan dan niet meer verder. Dan blijft de berm bestaande uit doornstruiken en miljoenen muggen als enige optie over. Als je dan van top tot teen onder de modder zit, is het geen pretje om aan te komen in een hotel waar ze geen stromend water hebben.
De (rustige) wegen worden voornamelijk bereden door lada's in alle kleuren en grote stinkende vrachtwagen van het wereldberoemde merk Kamaz. Een groot deel van dit verkeer hoor je al van verre aan komen ratelen, grommen, piepen en kraken. Het is wonderbaarlijk te noemen dat sommige auto's überhaupt nog rijden. Vrachtwagens die in Nederland en Duitsland al 15 jaar geleden zijn afgeschreven, leven in de Oekraïne nog een 'plezierig' tweede leven. Buiten het lawaai en de stank is het verkeer boven verwachting sociaal tegen ons fietsers. Er wordt afstand gehouden en met (overbodig) getoeter wordt hun komst aangekondigd. Andere gebruikers van de weg zijn de vele koeien, stieren, paarden, schapen, geiten, ganzen, kippen, kalkoenen, oude suïcidale vrouwtjes, honden en katten. Het zou kunnen zijn dat alle beren, wolven en ander inmiddels zijn doodgereden of naar elders zijn verhuisd, want deze hebben zich helaas niet laten zien. 
Ga naar boven