Gelukkig is het gestopt met regenen als we ’s ochtends wakker worden. We kunnen daardoor alles rustig inpakken, onder een weliswaar loodgrijze, maar wel rustige hemel. In de supermarkt kopen we proviand voor onderweg en water voor in de bidons. Waarom drinken we in Tsjechië eigenlijk geen kraanwater? Het is 11 graden wanneer we op de fiets stappen. Hoe komen we zo snel mogelijk deze stad uit? De bordjes geven niet de juiste richting, waarvoor we over een te drukke weg, net niet in de juiste richting rijden. Het is bijzonder onaangenaam weer. We hebben een harde, kille tegenwind. Er kan niet worden beweerd dat het lente is. De eerste 25 kilometer na Kutna Hora zijn weinig boeiend. In de dorpen die we passeren is geen enkele activiteit. Het land is kaal, omdat de gewassen nog moeten opkomen. De hele ochtend horen we het razen van de gevechtsvliegtuigen die van de nabijgelegen luchtmachtbasis opstijgen en landen.

Verderop neemt het reliëf toe. Het nog kale landbouwgebeid wordt afgewisseld met bossen en beekjes. De klimmetjes zijn zwaarder dan gedacht. We ondervinden lange hellingen met stijgingspercentages van 8 – 10 procent, met een enkele uitschieter van 11 procent. Onze benen zijn daar duidelijk nog niet aan gewend. Als we na veel gepuf en gevloek, bezweet en wel boven op het plateau zijn aangekomen, worden we beloond op het voor ons typerende en aantrekkelijke Tsjechië: Rustige dorpjes met goed onderhouden boerderijen, te midden van de groene en gele velden en tienduizenden paardenbloemen. De wegen worden omzoomd door linden, appel- en perenbomen en populieren op de lager gelegen delen. Aan de bosrand zien we een enkele ree. In de velen zien we de grote oren van de hazen boven het gras uitkomen. Het gekwetter en gefluit van de vogels is overal om ons heen.

IMG_4100 IMG_4107
Hard trappen tegen de kille wind Koffiepauze in de beschutting van het station van Horky

Nadat we vandaag 49 kilometer hebben gefietst komen we rond 14.00 uur aan in Sec. We hebben geen zin en geen puf meer om verder te fietsen. Mede door de harde en koude tegenwind, was dit een zware dag. We komen terecht op een grote, geheel verlaten camping aan het water van een meer. Door de vriendelijke en humoristische eigenaar worden we gewezen op alle ruimte. ‘Weten jullie zeker dat jullie hier willen kamperen?’ Omdat het koud is krijgen we 40 % korting. De camping kost ons 140 KC (€ 5,55). Alle natte spullen van onze mislukte was van gisteren, hangen we opnieuw aan de waslijn. We genieten van een lange, hete douche en trekken al onze kleren aan. Met vijf lagen is het nog enigszins te doen. Het is tenslotte maar 9 graden. Het is dus in het geheel niet vreemd dat er geen andere masochisten zijn en dat de campingeigenaar niet zo goed begrijpt wat we hier doen.

Het is te koud om voor de tent te hangen en de tent is niet groot genoeg om de hele middag in rond te hangen. We nemen onze toevlucht in een restaurant in Sec. Daar brengen we een uur of vier door met lezen en schrijven, onder het genot van Pivo en hete thee. Ons ‘romantische’ diner wordt begeleid door rustgevend metal muziek. De halve dag chillen, eten en bier drinken voor 500 KC (€ 19,80). ’s Avonds begint het weer aangenaam te regenen, terwijl het kwik niet boven de 9 graden uitkomt.

Iets voor achten staan we buiten onze tent. We zijn gewekt door de vele vogels. Verder ontbreekt bijna al het geluid. Heerlijk dit. Geen auto’s, vliegtuigen, huilende baby’s, alleen maar vogels. Omdat we gisteren al na aankomst hebben gedoucht, is het ochtendritueel als volgt: wakker worden, water opzetten voor de koffie en de thee, de thermosfles vullen, Floor komt de tent uit, waarna we samen de gisteren gekochte broodjes eten. Wanneer Jeroen zijn tanden poetst, ruimt Floor het bed op. Als Floor haar tanen poetst, breekt Jeroen de tent af. Alle rode tassen worden weer gevuld met de spullen en op de fietsen gehangen. Om 9.15 uur zijn we klaar om te vertrekken. Onder een grijze hemel, waarvan de temperatuur maar 9 graden is, gaan we op weg naar Kutna Hora. 

Het is een grauwe dag, maar gelukkig blijft het droog. We rijden door een mooi bos dat aan het water ligt. We passeren enorm grote en naar alle waarschijnlijkheid dure huizen. De rijken uit Praag zullen hier wel hun optrekjes hebben. We slaan af op een bospad, waar we onze eerste pittige klim voor de kiezen krijgen. Dankzij de hellingmeter kan ik zien dat we hier te maken hebben met een helling van maximaal 12 %. Podverdikkeme. In totaal leggen we vandaag een afstand af van 54 kilometer door een aantrekkelijk, glooiend landschap. De route die we volgens is erg slecht aangegeven. Desondanks lukt het ons voor 14.00 uur een camping te bereiken in Kutna Hora. Daar treffen we een eerste Nederlandse camper aan. Nederlanders kom je nou eenmaal overal en altijd tegen. Voor deze mooie en rustige camping betalen we 240 KC (€ 9,50). De camping heeft het mooiste, schoonste en meest moderne sanitairgebouw dat we ooit in Tsjechië zijn tegengekomen.

IMG_4061 IMG_4081
We fietsen door een licht glooiend landschap 40.000 skeletten verwerkt tot kunstwerk

Nadat we de tent hebben opgezet, hebben gedoucht, andere kleren hebben aangetrokken en hebben geluncht, gaan we op weg om de plek te bezoeken, waarvoor we hier zijn gekomen: Kostnice Sedlec (Ossuarium van Sedlec). In vroeger tijden was deze rooms-katholieke kapel een geliefde plek om begraven te worden. Een vroegere kruisvaarder had een handvol aarde meegenomen van de berg Golgota in Jeruzalem, en deze verspreid over het kerkhof. Sindsdien was deze grond heilig en dus erg in trek. Na de pestepidemie in de 14e eeuw raakte de begraafplaats overvol en moest voortdurend worden uitgebreid. In de 19e eeuw werd een beeldhouder de opdracht gegeven om de binnenkant van de kapel aan te pakken. Het resultaat was een kunstwerk waarin ca. 40.000 menselijke skeletten zijn verwerkt. Het is interessant om te zien, maar we hadden eerlijk gezegd meer creativiteit verwacht. Het trekt in elk geval busladingen toeristen; dat dan weer wel.

We lopen 2,5 kilometer terug naar het centrum van Kutna Hora. We struinen door de straten van dit aantrekkelijke Tsjechische stadje. In het centrum is een politieke manifestatie aan de gang, waarvan het goedkope bier - 5 KC (€ 0,20) voor een halve liter - de voornaamste trekker lijkt te zijn. De interessante mix van PVV en PvdA stemmers is al aardig dronken en luidruchtig. Enkele lokale alcoholisten maken zich zelf onsterfelijk door voor het podium uit hun plaat te gaan op de voor politieke doeleinden gecoverde uitvoerig van YMCA. Kutna Hora is dan wel een mooie stad, maar we hebben het al zo vaak gezien, dat het voor ons niet zo heel veel bijzonders betekent. We komen terecht in een fijn Tsjechisch restaurant, waar we voor 300 KC (€ 11,90) genieten van een maaltijd bestaande uit kaassnitschel, gebakken aardappel en salade. Het begint te regenen als we na het eten weer terug naar de camping lopen. Omdat het in de regen niet aangenaam toeven is voor de tent, gaan we naar de bar. Van het lezen van een boek komt niet terecht, omdat we al snel aan de praat raken met de vorige eigenaar van de camping. Hij spreekt goed Engels; iets dat niet vaak voorkomt in Tsjechië. Hij is een enthousiast lid van de Simca club. Hij reist daarvoor heel Europa door. Door hem komen we te weten dat Kutna Hora de zilveren stad werd genoemd. De voormalige rivaal van Praag vergaarde veel macht en rijkdom door het zilver dat er werd gewonnen. Helaas weet hij ons ook te vertellen dat het in elk geval tot zondag slecht weer blijft. Lekker is dat!

Vanaf ons luxe appartement in het toeristische centrum van Praag, stappen we op onze fietsen voor de eerste kilometers van wat er enkele duizenden moeten worden. Door de winkeliers in de Joodse wijk worden we voorzichtig uitgezwaaid, omdat ze het niet echt normaal vinden dat we op de fiets naar Syrië op weg zijn. In Praag starten we op fietsroute 1 naar Brno, een route die door een steeds groener wordend Tsjechië voert. De heuvels worden langzaam hoger. Velden vol met koolzaad worden afgewisseld met stukken bos van het type den. De wegen voeren door kleine dorpen en af een toe een stad als het historische Kutna Hora. Langs de rustige wegen staan de kersen-, appel- en perenbomen vol in de bloemsem. De lucht is dik van de geuren: bloemsem vermengd met koolzaad en dan weer een vleugje bruinkool: heerlijk, we zijn in Tsjechië.
Grote oppervlakten van het land zijn begroeid met koolzaad De fruitbomen langs de wegen staan in de bloesem
Fietsen naar Brno is een feest. De route volgt rustige wegen en af en toe rijden we over speciale fietspaden. Dan weer verhard, dan weer onverhard. We rijden ons zelf een keer vast in de klei, van het type waarmee je op school leert boetseren. We komen er daardoor achter dat de wielen dan niet meer draaien en de remmen niet meer werken. Het voordeel is dat je geen remmen nodig hebt als de wielen niet meer draaien. Over fietsroute 1 komen we op een zaterdag Brno binnen rijden. Na alle rustige wegen zijn we aanbeland in een enorme massa recreërende Brno-ers. Met hun duizenden zijn ze aan het fietsen, wandelen, skeeleren, kinderwagens aan het verplaatsen en van de zon genieten. Ze zijn dus massaal aanwezig op het geheel vrij gelegen, 20 kilometer lange fietspad door deze industriestad in het oosten van Tsjechië. Twee stoplichten zijn de enige hindernissen die we tegenkomen. Brno is een paradijs voor een fietser.

Vanaf Brno is het nog steeds een kleine 200 kilometer naar de Slowaakse
grens. We volgen een groene route, die ons eerst door het Moravische wijngebied voert. Heuvels vol met wijngaarden worden afgewisseld door de gele koolzaadvelden. Dit landschap levert een mooi kleurenpalet op: de blauwe lucht met de groene hellingen van het nog tot bloei komende koolzaad en de gele velden met reeds bloeiend koolzaad. Dan gaan we door uitstrekte loofbossen gevuld met beuken. Kleine beekjes stromen langs de weg; het kabbelende water werkt rustgevend. Behalve het suizen van onze banden, wordt het enige andere geluid veroorzaakt door de duizenden vogels die fluiten en tsjilpen alsof hun laatste keer is. Aan de bosrand zien we tientallen reeën die af en toe vlak voor ons over de weg springen. Het zou maar zo kunnen gebeuren dat we er een keer eentje aanrijden. Hebben we gelijk ons avondmaal te pakken. Dicht bij de Slowaakse grens komen we terecht in de Witte Tatra. De heuvels worden hoger en de hellingen steiler. Ons benen zijn nu al veel sterker dan twee weken geleden. De hellingen vormen geen probleem meer. We zijn fysiek wel klaar voor de bergen van Slowakije.
Velehrad is een belangrijke bedevaartsplaats Moravië is het wijngebied van Tsjechië
De grens tussen Tsjechië en Slowakije heeft maar kort bestaan. Toch hebben ze op deze kleine overgang, waar maar weinig gebruik van wordt gemaakt, de moeite genomen om een gebouw te plaatsen. Nu natuurlijk geheel verlaten. In Slowakije dalen we over een afstand van twintig kilometer naar het dal van de Vah rivier. De bergen zijn hier rauwer dan aan de Tsjechische kant. De dorpen zien er armoediger uit en de wegen hebben grote gaten.  We gaan weer over op de Euro, nadat we in Tsjechië met de Kroon hebben betaald. Op de camping in Trencin komen we terecht tussen mannen in het zwart, met grote baarden en nog veel grotere motoren. Het feest dat ze op de camping zouden gaan vieren, valt helaas volledig in het water door een enorme regenbui die 12 uur aaneengesloten uit de lucht komt vallen. Het was een bui van het type: nou, nou, was dit nou echt nodig
Ga naar boven