2.12 - Slowakije | Rustdag: Bardejov

De nacht in Bardejov is niet relaxed te noemen. Bijna uitgedroogd en uitgeput door de continue lekkage en wause dromen, is een gedwongen rustdag onvermijdelijk. Het is de allereerste dag waarop de lucht strak blauw is en de temperatuur een aangename 20 graden bereikt. Het is dan wel erg jammer dat ik verplicht in bed moet blijven. Floor kan gelukkig gewoon genieten van deze verrassende stad, die staat genoteerd op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Na de verleptheid aan de Poolse grens heerst hier weer civilisatie. Deze stad is mooi, knus en erg fijn om doorheen te struinen. Alcoholisten zijn er op straat niet te zien, wel veel jonge mensen die flaneren door het historische centrum met de gerenoveerde monumentale gebouwen, kerken en musea. De stad ademt rust, genot en cultuur uit. We hadden verwacht dat het oosten van Slowakije een achteruitgang zou betekenen met Bratislava. Het tegendeel lijkt waar te zijn. In Bratislava zit elke weg vol gaten, staan veel gebouwen op instorten, heerst er chaos en onrust. Waar Bratislava mijlenver verwijderd lijkt te zijn van een zelfverzekerde Europese stad, lijkt Bardejov de toekomst vol vertrouwen tegemoet te zien.

Nadat we een erg grijs, nat en koud weekend hadden doorgebracht in het gezellige appartement van Rasti en Ivana in Bratislava, was het weer tijd om verder te gaan. Kamperen in de Male Fatra, dat is waar we zin in hadden. Een mooi kampvuur, fijne gesprekken en pivo midden in de natuur. Ja, was het maar zo’n feest. De winter had besloten nog heel even haar spierballen te laten zien. De kou, sneeuw en de vele regen dwongen ons elke nacht in een pension door te brengen. Wij zweren dan wel bij kamperen, er is een grens aan wat wij prettig vinden. De Male Fatra is na de regen gelukkig nog minimaal zo mooi als voor de regen. Waterdamp uit de bergen vormt nieuwe wolken in de brede en smalle dalen. Zwetende klimmetjes tot 15 % worden afgewisseld met koude rillingen, wanneer we op heuveltoppen temperaturen van 2 graden moesten trotseren.

De velden staan vol met wilde, geurende bloemen Infrastructuur in Bratislava

Zo tussen de buien doorfietsend kwamen we bij de Hoge Tatra. Het had een geweldig mooie fietsdag door de uitgestrekte naaldbossen langs de grillige toppen moeten worden. Het werd helaas een dag waarop we steeds bozer werden. Hoe verder we kwamen, hoe mooier het uitzicht werd op de besneeuwde toppen. Deze uitzichten hadden niet mogelijk moeten zijn wanneer er nog bomen hadden gestaan. We werden boos om de hebzucht van mensen, boos om het korte termijn denken. Langzaam echter nam ongeloof het over: deze schaal van vernietiging is niet menselijk. Het kan toch niet zo zijn dat ze alles hebben kaalgekapt? Het lijkt er meer op dat er een apocalyptische ramp heeft plaatsgevonden! Dit doe je gewoon niet. Boos bezochten we een toerisme informatiecentrum met de vraag wanneer het is geweest dat deze atoombom was gevallen. Van hebzucht bleek gelukkig geen sprake te zijn geweest. Het was de natuur die had laten zien wie de sterkste is. Op 19 november 2004 heeft een enorme storm (Tatranska Bora) een gebied van 13.000 hectare met bos, omgerekend zo'n 3 miljoen kubieke meter hout, totaal vernietigd. Voorheen mooie wandelpaden lopen nu door zielige bossen met stronkjes. Helaas zal de Hoge Tatra de komende 50 jaar een stuk minder interessant zijn voor toeristen. Behalve natuurlijk voor degenen die een natuurlijke afkeer hebben van bomen.
De gevolgen van de Tatranska Bora zijn dramatisch zichtbaar Paard en wagen ten oosten van de Hoge Tatra

Hoe oostelijker in Slowakije, hoe mooier en puurder het land. De huizen zijn er van hout. De dalen groen van de weiden die omhoog kruipen tegen de hellingen. De heuvels zin oogverblindend groen van het gemengde woud in al haar jonge frisse lentepracht. De weiden staan vol met wilde bloemen in de kleuren paars, rood, geel, roze en blauw. Het geluid van vogels vult de lucht van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. We rijden door bossen die nog nooit door menselijk handelen zijn aangetast. Nooit geweten uit wat voor diversiteit een bos eigenlijk zou moeten bestaan. Hoe dichter we de Oekraïne naderen hoe meer mensen er werken op het land. Jong en oud zijn in de weer met schoffel, hark en spade. Het zachtjes voorbijglijden van die twee felgekleurde fietsers met al die rode tassen, doet de mensen verbaasd opkijken van hun werk. Een hartelijk 'dobri den' doet bij iedereen een lach ontstaan. Wat is fietsen toch fijn. We passeren de grens met de Oekraïne bij Ubla en zijn inmiddels in een andere wereld. Daarover meer in het volgende verslag.
Vanaf ons luxe appartement in het toeristische centrum van Praag, stappen we op onze fietsen voor de eerste kilometers van wat er enkele duizenden moeten worden. Door de winkeliers in de Joodse wijk worden we voorzichtig uitgezwaaid, omdat ze het niet echt normaal vinden dat we op de fiets naar Syrië op weg zijn. In Praag starten we op fietsroute 1 naar Brno, een route die door een steeds groener wordend Tsjechië voert. De heuvels worden langzaam hoger. Velden vol met koolzaad worden afgewisseld met stukken bos van het type den. De wegen voeren door kleine dorpen en af een toe een stad als het historische Kutna Hora. Langs de rustige wegen staan de kersen-, appel- en perenbomen vol in de bloemsem. De lucht is dik van de geuren: bloemsem vermengd met koolzaad en dan weer een vleugje bruinkool: heerlijk, we zijn in Tsjechië.
Grote oppervlakten van het land zijn begroeid met koolzaad De fruitbomen langs de wegen staan in de bloesem
Fietsen naar Brno is een feest. De route volgt rustige wegen en af en toe rijden we over speciale fietspaden. Dan weer verhard, dan weer onverhard. We rijden ons zelf een keer vast in de klei, van het type waarmee je op school leert boetseren. We komen er daardoor achter dat de wielen dan niet meer draaien en de remmen niet meer werken. Het voordeel is dat je geen remmen nodig hebt als de wielen niet meer draaien. Over fietsroute 1 komen we op een zaterdag Brno binnen rijden. Na alle rustige wegen zijn we aanbeland in een enorme massa recreërende Brno-ers. Met hun duizenden zijn ze aan het fietsen, wandelen, skeeleren, kinderwagens aan het verplaatsen en van de zon genieten. Ze zijn dus massaal aanwezig op het geheel vrij gelegen, 20 kilometer lange fietspad door deze industriestad in het oosten van Tsjechië. Twee stoplichten zijn de enige hindernissen die we tegenkomen. Brno is een paradijs voor een fietser.

Vanaf Brno is het nog steeds een kleine 200 kilometer naar de Slowaakse
grens. We volgen een groene route, die ons eerst door het Moravische wijngebied voert. Heuvels vol met wijngaarden worden afgewisseld door de gele koolzaadvelden. Dit landschap levert een mooi kleurenpalet op: de blauwe lucht met de groene hellingen van het nog tot bloei komende koolzaad en de gele velden met reeds bloeiend koolzaad. Dan gaan we door uitstrekte loofbossen gevuld met beuken. Kleine beekjes stromen langs de weg; het kabbelende water werkt rustgevend. Behalve het suizen van onze banden, wordt het enige andere geluid veroorzaakt door de duizenden vogels die fluiten en tsjilpen alsof hun laatste keer is. Aan de bosrand zien we tientallen reeën die af en toe vlak voor ons over de weg springen. Het zou maar zo kunnen gebeuren dat we er een keer eentje aanrijden. Hebben we gelijk ons avondmaal te pakken. Dicht bij de Slowaakse grens komen we terecht in de Witte Tatra. De heuvels worden hoger en de hellingen steiler. Ons benen zijn nu al veel sterker dan twee weken geleden. De hellingen vormen geen probleem meer. We zijn fysiek wel klaar voor de bergen van Slowakije.
Velehrad is een belangrijke bedevaartsplaats Moravië is het wijngebied van Tsjechië
De grens tussen Tsjechië en Slowakije heeft maar kort bestaan. Toch hebben ze op deze kleine overgang, waar maar weinig gebruik van wordt gemaakt, de moeite genomen om een gebouw te plaatsen. Nu natuurlijk geheel verlaten. In Slowakije dalen we over een afstand van twintig kilometer naar het dal van de Vah rivier. De bergen zijn hier rauwer dan aan de Tsjechische kant. De dorpen zien er armoediger uit en de wegen hebben grote gaten.  We gaan weer over op de Euro, nadat we in Tsjechië met de Kroon hebben betaald. Op de camping in Trencin komen we terecht tussen mannen in het zwart, met grote baarden en nog veel grotere motoren. Het feest dat ze op de camping zouden gaan vieren, valt helaas volledig in het water door een enorme regenbui die 12 uur aaneengesloten uit de lucht komt vallen. Het was een bui van het type: nou, nou, was dit nou echt nodig
Ga naar boven