2.02 - Australië | Skenes Creek – Cape Otway (49 km)

Het is echt fantastisch lekker slapen, terwijl je de zee tegen de kust hoort beuken. We pakken al onze spullen in en rijden weer verder. We komen door Apollo Bay, waar veel reizigers blijkbaar een stop maken. Wij hebben nog altijd de mening dat de meest populaire plekken de minst interessante plekken zijn. We moeten hier alleen wel even stoppen om verse producten in te slaan. Het is hier alleen strervens duur. De benzine kost hier al $1,35 per liter in plaats van $1,12 per liter wat we in Melbourne betaalden. Wordt dit de standaard voor de rest van de reis? We hopen het niet, want dan zijn we zo failliet. We moeten op de prijzen letten, anders zijn we zo weer thuis. Jeroen is niet voor niets gestopt met roken. $10,- voor een pakje sigaretten gaat toch echt te ver.

We rijden door naar een camping in Cape Otway, midden in het Cape Otway National Park. We hebben vandaag 49 kilometer afgelegd. We hebben geen haast. We rijden door een erg mooi bos om over via een zandweg op de camping aan te komen. Zo komen we erachter dat er over een geribbelde (corrugated) zandweg (dirtroad) met minimaal 50 kilometer per uur moet worden gereden om trillingsvrij te kunnen rijden. De campingbaas is erg enthousiast en heeft wel iets weg van een koala, wat ook niet zo heel vreemd is, aangezien deze camping zit vol met deze beesten. We kunnen hier voor $22,- staan. De camping staat vol met bizar gevormde eucalyptus bomen die genoeg schaduw bieden. De douches en toiletten zijn erg schoon. We zetten onze tenten op en spotten de eerste koala’s die hier in de bomen stoned zitten te wezen van de eucalyptus bladeren (het is namelijk het enige dat ze eten). Koala’s zijn al sinds een kleine 25 miljoen jaar op deze wereld. Ze hebben het dus bijzonder goed volgehouden. En dan te bedenken dat ze het hersenvolume van een pinda hebben en het grootste deel van de dag slapend doorbrengen om te ontgiften van de eucalyptus. Je hoeft blijkbaar niet slim te zijn om het lang te kunnen volhouden in het leven.

Ecosystemen zijn er in groot en klein Vreemd gevormde eucalyptus bomen


Na een gebakken ei is het tijd om de omgeving te verkennen. Volgens de campingbaas is hier erg mooi en dat klopt ook wel. We lopen door een duinlandschap waarachter we de zee zien glinsteren. Ook vandaag is de lucht strakblauw. Van het type kwaliteitsblauw. In de duinen is een waterpomp geplaatst, waar we de waterflessen bij kunnen vullen. Dit is geen overbodige luxe, want met deze hitte moet je echt veel drinken. We komen op het strand met fijn, lichtbruin zand. De golven zijn heftig, terwijl de zee nog gewoon rustig is. Je moet hier niet gaan zwemmen, want de frequentie van de golven is veel te hoog en de stroming is ook veel te krachtig. Een stuk bij ons vandaag zien we dat de zandduinen overgaan in rotskliffen. We lopen er naar toe, terwijl we over verschillende basalt stukken klauteren. Bij vloed zouden we dit niet kunnen doen. Er is een grote ‘waterval’, die wordt gevormd door water dat uit de rotsen sijpelt. De water is een grote kleurenmassa, vanwege de oxidatie en de algen die op de wand groeien. Veel interessanter zijn de poeltjes tussen het basalt. In enkelen is een apart micro-ecosysteem ontstaan. We vinden een poeltje dat niet veel groter is dan 50 centimeter in diameter en misschien 40 centimeter diep. Hierin zitten schelpdieren, kleine zeesterren, krabbetjes en rode zachte dingen. Als je goed kijkt zie je dat de hele poel leeft. De rode zachte dingen blijken zeeanemonen te zijn waaruit net een groot aantal soort van rode voelsprieten tevoorschijn komt. Het blijkt etenstijd te zijn. Met hun ‘voelsprieten’ worden kleine schelpdieren naar het inwendige van de anemoon geleid. De horror van de natuur. Door een experiment komen we er achter dat zeesterren niet tot het menu behoren.

Ga naar boven