3.18 - Australië | Norfolk Ridge Vineyard

De wekker gaat om 4.45 uur, want we moeten om 6.00 uur beginnen op de wijngaard die tien kilometer van de camping ligt. Volgens onze beproefde methode hebben we alles de vorige avond al klaargelegd. We trekken onze speciale druivenpluk-kleding aan, we eten onze beker havermout leeg en drinken onze koffie en thee. Maar wat is het deze ochtend koud. Het is echt niet meer normaal hoe koud dat het is. In een geheel beslagen auto rijden we naar de boerderij, waar we om 5.45 uur aankomen. Het is nog donker en Steve (de man bij wie wij ons dienen te melden) arriveert pas om 6.30 uur. Dan kunnen we ook direct aan de slag. Dat we het zo koud hebben lijkt een reden te hebben. Het is ook werkelijk koud: het ijs staat nog in de emmers die we moeten vullen met de druiven en om 7.00 uur is het nog steeds maar 2 graden. Èn wij slapen nog steeds in een tent!

De sfeer bij het plukken is veel relaxter dan in McLaren Vale. We krijgen per uur $ 15,90 bruto betaald. Daarvan moeten we 30 procent afdragen aan de belasting. Australiërs hoeven bij dit soort werk slechts 13 procent belasting te betalen. Het is de bedoeling dat we een groot veld met druiven van hele slechte kwaliteit leeg plukken. Dit keer zijn er maar vier reizigers. Vanwege de schoolvakantie bestaat de rest van de in totaal 23 plukkers uit scholieren uit Albany. Er wordt rustig gewerkt met het vullen van de emmers van 20 liter. Het knippen zelf is vrij moeilijk en ranzig door de enorme hoeveelheid rotte en aangevreten druiven. Door de slechte zomer hebben de druiven te weinig zonuren gehad. Hierdoor zijn de druiven niet goed gerijpt. De druiven zijn daarom langer dan normaal aan de struiken blijven hangen. Toen het begon te regenen, af te koelen en weer op te warmen was het gebeurd: schimmel! De druiven stinken en de trossen vallen vaak bij aanraking als stof uit elkaar. Het is maar goed dat we niet per emmer worden betaald, want dat zou niets opleveren. De werkdag duurt 9 ½ uur, waar we vanzelfsprekend erg blij mee zijn. Wat begon als een verschrikkelijke dag eindigde na een lange dag werken in een voldaan gevoel. Werken in de buitenlucht is geen straf.

De volgende dag starten we om 6.30 uur. We worden opgedeeld in een aantal groepen om verschillende druiven te plukken. Wij gaan samen met een paar Aboriginal meiden aan de slag met de eigenaar. Tony, de eigenaar is een relaxte vent en we praten wat over en weer. Hij geeft aan dat hij het prettig werken vindt met ons. Het is dus jammer dat er niet veel werk meer is te doen, want we zouden graag door willen werken. Na zes uur te hebben gewerkt, krijgen we in de lunchpauze te horen dat we allemaal naar huis worden gestuurd, terwijl het werk nog helemaal niet is afgerond. Het blijkt dat het werktempo van iedereen, met uitzondering van een viertal harde werkers, zo verschrikkelijk laag ligt, dat er geld wordt verloren in plaats van verdiend. Hier balen we goed van, want we hebben de dollars hard nodig. Tony merkt op dat hij ons graag had willen laten doorwerken, wat wij weer als een prettig compliment ervaren. We laten onze telefoonnummer achter voor het geval er na het weekend nog werk mocht zijn. Terug op de camping in Mt. Barker douchen we lang en uitgebreid om los te komen van de druiventroep. Gestoken in schone kleren, bellen we met de twee uitzendbureaus in Albany en nemen contact op met de Harvest Line. Helaas blijkt er nergens werk te zijn. We besluiten om morgen naar Perth te rijden, want op deze manier schiet het niet op. We gaan naar de bibliotheek waar ze de enige internetverbinding in de regio hebben. Dit vinden we onvoorstelbaar. In Azië was Internet overal aanwezig. Zelfs in de dorpen van Laos hadden we sneller Internet dan hier. Dan worden we gebeld door Tony met het bericht dat we maandag bij hem kunnen werken.
Ga naar boven