4.03 - Australië | Walkaway - Kalbarri (200 km)

’s Ochtends, toen de vliegen al weer lekker irritant waren, maar de kangoeroes zich nog steeds niet lieten zien, gingen we weer op weg. Er is een roadtrain gekanteld op de weg naar Geraldton en hebben het geluk het ongeluk net voor de afsluiting te kunnen passeren. In Gerarldton worden we door Emiel en Heidi getrakteerd op een kopje koffie op een leuk terras. Het komt niet heel vaak voor in Australië dat je leuke plekje hebt, waarvan het de moeite waard is er even te gaan zitten voor een kopje koffie. Heidi regelt hier kaartjes voor de Greyhound van Overlander Roadhouse naar Perth voor over 10 dagen. We doen onze boodschappen en rijden verder naar Kalbari. Het is een rit van een paar honderd kilometer door akkerland. Nadat de boeren het graag hebben geoogst, hebben ze vreemde gewoonte om alles plat te branden, waardoor er overal rook hangt. We rijden langs een groot zoutmeer, waar we uitstappen om dit fenomeen van dichter bij te bekijken. De witte toplaag is gebarsten en de zoutkristallen zijn goed zichtbaar. Door de aanwezige schimmels hebben grote delen van deze zoutvlakte een roze kleur. We kunnen hier mooie foto’s maken van springen mensen in de leegte.

Kalbarri is een toeristenplaats aan zee in het gelijknamige National Park. We vinden een camping buiten het dorp, waar we een eigen grasveld aan de achterzijde van de camping mogen gebruiken. De zee ligt nog geen 100 meter verderop. In een hele kleine baai, geklemd tussen de rotsen, gaan we snorkelen. Vanaf de kust gezien lijkt het een dode plek, waar je niet zo snel te water zou gaan. Onderwater blijkt het water echter heel helder te zijn. Het water zit vol met waterplanten en vissen, waardoor het mogelijk is te snorkelen tussen grote scholen nieuwsgierige vissen. De kleine gekleurde vissen zitten verscholen tussen de rotsen en de waterplanten. Dan zien we een groep van zes vissen met de serieuze lengte van 60 centimeter; grote vissen, die willen we zien. Het is jammer dat het water zo koud is, waardoor je niet langer dan een half uur in het water kunt blijven.

Kalbarri NP is een enorm natuurgebied dat bestaat uit laag bushgewas dat voor tientallen kilometers aaneengesloten doorgaat. Dwars er door heen loopt de Murchison River die dramatische kloven heeft uitgesleten. De kust bestaat uit ruige kliffen. Vandaag wilden we een lange bushwandeling maken door de meest indrukwekkende kloof: The Loop. Om daar te kunnen komen moesten we bijna dertig kilometer rijden over een gravelroad, die we makkelijk zouden moesten kunnen rijden als we de banden wat zouden laten leeglopen. Volgens de ranger is de weg voor onze auto geen enkel probleem. Na een paar honderd meter te hebben gereden over de hele slechte weg, besluiten we echter dat we veel te zwaar zijn beladen en dat het niet verstandig is om door te rijden. De auto trilt volledig uit elkaar en omdat te voorkomen moeten we minsten 80 gaan rijden, maar dan voel je de auto constant wegglijden. Niet doen dus. We zijn wel teleurgesteld, want we hadden ons wel verheugd op een mooie bushwandeling. Om het leed te verzachten gaat we weer terug naar Kalbari om de vanzelfsprekend aanwezige gratis BBQ aan zee een groot aantal tosti’s te bereiden.

’s Middags maken we een wandeling over de kliffen langs de kust buiten de camping. He zandsteen is door wind- en watererosie uitgesleten tot bizarre en kunstzinnige vormen. Er zijn ook verticale kolommen zichtbaar die het resultaat zijn van prehistorische wormen. Hun ‘cement’ is harder dan het omliggende zandsteen en is dus achter gebleven. Het zandsteen is zowel rood als geel van kleur. Omdat het vandaag zo heet is in de zon, zijn we blij dat het maar een korte wandeling is. ’s Avonds worden we door Emiel mee uit eten genomen vanwege zijn promotie. Wij gaan nooit uit eten in Australië, maar dit is wel erg lekker. We vinden een goed en sfeervol restaurant waar we zonder teelvisie en TL-verlichting konden eten. Pasta met garnalen voor mij en een Pink Snapper voor Floor.
Ga naar boven