4.05 - Australië | Nanga Bay - Denham (50 km)

Na twee dagen te hebben doorgebracht in Nanga Bay, vinden we het wel weer mooi geweest. We rijden naar Denham, de meest westelijke bewoonde plek van Australië. We vinden daar een camping waar we onze tent opzetten op het witte ‘zand’ aan het strand. We betalen $ 29 voor een plek die in eerste instantie helemaal niet prettig lijkt te zijn. De bodem is hier van beton, waardoor we alle haringen krom slaan. Goede haringen kennen ze hier niet. De enige goede haringen zijn rotspennen, maar die zijn nergens te krijgen. Wel kunnen een boormachine lenen om de gaten voor te boren. Het is vandaag helaas ook een grauwe dag, We lopen naar het Tourism Information Office, waar we te horen krijgen dat er hier eigenlijk helemaal niets te doen is. Het national park kom je zonder 4WD niet in. Zo’n auto kun je dan wel huren bij de lokale onderwijzer, maar dat zou je dan $ 120 per dag kosten. Boten zijn niet te huur en goede plekken om te snorkelen zijn er niet. Het enige goede aan onze kampeerplek is de aanwezigheid van een supermarkt op 10 meter afstand. Daar kopen we verschillende bouwstenen van een tosti en maken deze klaar op de BBQ.

Emiel en ik gaan schaken en raken aan de praat met een Australiër die een boot heeft. Voor de grap merken we op dat we graag vrienden willen worden vanwege zijn boot. Hij vindt dat geen enkel probleem en al snel zitten met z’n allen op zijn kleine boot. Het doel dat we hebben is het vinden van een goede snorkelplek tussen het zeegras. We gaan een paar keer het water in, maar op een peer kleine whiting na zien we helemaal niets. We hebben het eigenlijk vooral erg koud. We hebben het eigenlijk al opgegeven en varen al langzaam teug naar de ‘jetty’, als we een dolfijn vlak naast de boot een tuimeling zien maken. We zetten de ‘achtervolging’ in. De dolfijn laat zich meerdere keren van dichtbij zien. Zelfs op nog geen meter van de boot en onder onze boot door. We zijn met z’n allen behoorlijk euforisch. Deze dag is door deze dolfijn toch nog helemaal fantastisch geworden. Dit bleek pas het begin te zijn. Toen we terugkeerden naar de jetty, zagen we een groep donkere schijven in het heldere water passeren. Zijn dat schilpadden? Nee, het zijn roggen. Binnen twee minuten liggen we in het water. Floor en de schipper Rosco blijven op de boot. Bij toeval vind ik de roggen als eerste. Ik hang in mijn eentje 50 centimeter boven een groep van vijftien pijlstaartroggen. Ze liggen om de een of andere reden op elkaar gestapeld op de zandige bodem. Voor de lange zwarte staart moet je oppassen, want het uiteinde daarvan kan je een serieuze wond toebrengen. Al snel zijn Emiel en Heidi in de buurt, waardoor de roggen verschrikt raken. Met een noodgang zwemmen ze weg in golvende bewegingen. Waar zijn ze gebleven? Floor en Rosco zijn als professionele roggenjagers de roggen aan het volgen. Op aanwijzing van Floor weet ik de roggen keer op keer terug te vinden. Het scheelt behoorlijk dat ik goed kan zwemmen. Als ik even niet meer tussen de roggen zwem, bevind ik mij te midden van een enorme schol jonge whiting. Dit avontuur was echt erg stoer en volgens Heidi ook iets zeer unieks. Omdat we inmiddels onderkoelingsverschijnselen hebben opgelopen, gaan we snel weer terug naar de camping om een lange hete douche te nemen. De douches op de campings zijn vaak een glibberige bende vanwege de bejaarden die zich zelf na het douchen geheel overstrooien met talkpoeder. Dit schijnt overmatig zweten en ruiken tegen te gaan.
Ga naar boven