4.04 - Australië | Kalbarri - Nanga Bay (330 km)

Omdat we de verwachting hebben een groot aantal kilometers te moeten rijden, vertrekken we weer vroeg. We tanken eerst nog voor $ 1,45. Het wordt steeds duurder. We rijden rustig aan en stoppen een aantal keren om in het park te genieten van de uitgestrektheid, de banksias en de zoektocht naar kangoeroes). Normaal gesproken zien we er overal erg veel, maar om de een of andere reden wil het met Emiel en Heidi er bij niet echt lukken. De hoofdreden voor het ontbreken van kangoeroes in de Kalbarri is het grote aantal verwilderde geiten, die de kangoeroes hebben verdreven. Het lijkt ons niet heel moeilijk om van de geiten af te komen; vanaf een uitzichtpunt boven een kloof, waarin tientallen geiten lopen, hebben we een fantastisch schootsveld. We wisten al dat er te veel vliegen waren, maar dus ook te veel geiten. Het vossenprobleem wordt opgelost door met natuurlijke stoffen vergiftigd vlees (1080) te verspreiden in de nationale parken. Door het ontbreken van andere natuurlijke vijanden, zijn de Australische dieren een gemakkelijke prooi voor de door de Europeanen geïntroduceerde vossen. De vossen waren oorspronkelijk bedoeld om een einde te maken aan de eveneens door de Europeanen veroorzaakte konijnenplaag. Het valt ons op dat er in de kalbarri niet mag worden gebushcamped. Het is overduidelijk een lokaal initiatief om dit al dan niet toe te staan en wat wordt ingegeven door de al dan niet aanwezige officiële camping. Het onderhoud van de wegen wordt naar ons idee ook wel eens strategisch achterwege gelaten om mensen met een tour mee te krijgen of een 4WD te laten huren. En die tours zijn niet goedkoop. Een dagje kanoën in een grote groep kost $ 75 per persoon.

Volgens ons gratis-kamperen-gids valt er gratis te kamperen op een rustplaats langs de Murchison River, buiten het national park. Het is opvallend te merken dat de echte natuur per direct ophoudt buiten het nationale park. Het land behoort dan weer tot een boer wat is omgeven door hekken en het land wordt begraasd. De kampeerplaats langs de rivier blijkt nogal kloten te zijn. We lunchen daar snel, maar het is geen plek om voor de lol te staan. Het ligt direct langs de hoofdweg, waardoor je ’s nachts enorm veel herrie zult hebben van de passerende roadtrains. De rivier is kortgeleden ook buiten haar oevers getreden en er is nog veel natte modder aanwezig. Het is geen plek waar je kunt staan als het stroomopwaarts hard regent. De rivier staat nu bijna droog, terwijl het afwateringsgebied groter is dan Nederland, wat maar weer aangeeft hoe droog het hier is. We besluiten dat het beter is om door te rijden naar Shark Bay, waarvoor we nog wel 300 kilometer moeten rijden. Als we die afstand vandaag overbruggen, hoeven we dat morgen niet meer te doen. Daarnaast is het vandaag bewolkt en is het dus een perfecte dag om te rijden.

Deze etappe van een paar honderd kilometer is heel indrukwekkend vanwege de schaal van het Australische landschap. Tot aan het Overlander Roadhouse, dat 160 kilometer verderop is, komen we helemaal niets tegen. De begroeiing langs de kant van de weg is eerst zo hoog dat niet veel meer zien dan de zwarte en rechte streep asfalt voor en achter ons. Langzaam komen we in een gebied waar de begroeiing lager is. We laten de grijze bewolking achter ons. Als we aankomen in Overlander is de lucht weer helemaal blauw en is het weer lekker heet. Na een hete beker met koffie zijn we klaar voor de laatste 140 kilometer. We rijden het schiereiland op, dat als een wormvormig aanhangsel een dikke 180 kilometer in Shark Bay ligt. Het landschap is VET en bestaat alleen maar uit lage struiken en grassen in een knetter rode bodem. Het is voor het eerst dat we echte rode aarde zien. Op dit moment is er een luchtgevecht gaande tussen een groep acrobatische en luidruchtige kaketoes. We hebben het plan om te gaan kamperen op een verlaten stuk wit strand aan een zeer blauwe zee. Hier blijken we echter vooraf toestemming voor hebben moeten vragen, anders bestaat er de reële kans op een veel te hoge boete. Nadeel is ook het volstrekt ontbreken van schaduw, waardoor we besluiten om onze tent op te zetten op de camping in Nanga Bay, waarvoor we $ 17 moeten betalen.

Het lichte ruizen van de zee is het 's nachts het enige geluid. De zee ligt achter de duin achter onze tenten. Na het ontbijt gaan we met z’n vieren enthousiast het heldere en koude water in. Dat valt toch wel wat tegen, want je verwacht dat water met zo’n mooie blauwe kleur tegen zo’n mooie blauwe hemel van een tropische warmte is. Volgens de expert Heidi moeten we naar de zeegrasvelden voor het betere onderwater werk. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want voor dit zeegras moeten we een kleine kilometer zwemmen in het koude water. Het zou veel schelen als we een boot zouden hebben. In dit gebied schijnen er 30.000 zeekoeien te leven. Het zou toch geweldig zijn om deze te zien grazen tussen de zeegrasvelden. We gaan het water uit en als vier beachgasten stappen we in onze zwemkleding in de auto om op zoek te gaan naar een betere plek om te snorkelen. Als eerste bezoeken we het witte Shell Beach, dat bestaat uit triljoenen witte schelpen, maar waar verder niets valt te beleven.

We rijden daarom maar verder en komen een vers aangereden walibi tegen. Vers, want er zijn twee wedge tailed eagles bezig met de slachting. We rijden langzaam achteruit om het tafereel van naderbij te aanschouwen. De vier ‘biologen’ op locatie. Deze walibi kon hier leven omdat ze uit dit gebied ca. 30.000 geiten over het hek hebben geflikkerd. We komen vervolgens nog een paar emoes tegen die over het strand lopen en waar we een uurtje kunnen snorkelen tussen de rotsen. Ons laatste bezoek van de dag brengt ons bij Eagles Bluff. Het is een uitzichtpunt over het ondiepe, maar zeer heldere water van de baai. Het blijkt hier vol te zitten met leven en juist boven het witte zand van de ondiepe baai blijk je de meeste kans te hebben om het tegen te komen. Vanaf het uitzichtpunt kunnen we dat goed zien. We zien een paar roggen zwemmen en ook zien we een haai langzaam grote cirkels zwemmen. Dan, ja hoor, zien we zes dolfijnen al tuimelend aan komen zwemmen. Wauw! Een dolfijn zit duidelijk achter een vis aan, want hij beweegt zich met een fascinerende snelheid door het water. Deze dag, die we op de camping afsluiten met rode pasta en uitgebakken smac, kan niet meer stuk.
Ga naar boven