5.12 - Australië | Ningaloo: Wind en vliegen

Het is twee dagen windstil geweest, maar vannacht is de wind rond 2.00 uur weer met al haar geweld opgestoken. Door de gierende wind en de klapperende zeilen van de voorzettenten is iedereen wakker Ze kennen hier twee windrichtingen: rechts of links. Het is wachten tot de wind gaat draaien. We zitten nu beschut achter en tussen een paar bomen en twee caravans. Wind is een erg serieus verschijnsel. Het huidige natuurgeweld wordt hier ‘wind’ genoemd. Terwijl we deze wind in Nederland al wel zouden classificeren als een flinke storm. In het gebied waar we nu zijn, maar eigenlijk bijna overal in Australië, is er nies om de wind tegen te houden. Voor duizenden kilometers zijn er geen bergen van betekenis of bomen om de wind te breken of van richting te doen veranderen. De wind komt vanuit de verte aanrazen, je hoort de wind naar je toe denderen. Dan raakt de wind je die je hebt horen aankomen. Als golven in de lucht hoor je dan de volgende golf wind al weer op je afkomen. De wind wordt veroorzaakt door de enorme verschillen in temperatuur. Overdag wordt het land op een ongelooflijke manier opgewarmd door de zon. Zelfs in de winter worden overdag temperaturen van ruim dertig graden bereikt. Hierdoor ontstaan overdag grote lage drukgebieden. Boven zee blijft de temperatuur altijd wat meer gelijkmatiger en koeler. Boven zee ontstaat daardoor overdag een hogedrukgebied. Het gevolg hiervan is dat er een sterke, verkoelende wind van zee waait. ’s Avonds en ’s nachts koelt het land enorm af, omdat er niets is om de warmte van de dag vast te houden. Hierdoor ontstaat er boven land een hoge drukgebied dat een verkillende harde wind vanaf het land naar de zee brengt. Er zijn eigenlijk maar weinig momenten dat ze in Australië een ideaal klimaat hebben. Het is of veel te koud, te heet, of er staat te veel wind. Staat er geen wind, dan heb je last van duizenden vliegen die je het leven zuur maken. Het voordeel is wel dat de lucht blauw is. We hebben nu eigenlijk last van een storm, maar de lucht is nog steeds stralend blauw. Hoe vaak komt het in Nederland voor dat je een compleet wolkenloze hemel hebt? Hier is het makkelijker om de dag met wolken te tellen. De wind is inmiddels uit twee richtingen komen waaien en is in kracht toegenomen. This wind sucks big time!

Australië heeft twee grote nadelen: vliegen en wind. Waait het niet, dan zijn er vliegen. Zijn er geen vliegen dan is de (harde) wind er de enige oorzaak van. De wind begint te liggen, wat resulteert dat de vliegen de schade van hun verloren ochtend willen inhalen. Als vanouds zoemen ze om je hoofd en landen ze in je oren, op je lippen, in je neus en wandelen ze over je bril. Australië is een erg mooi land, maar de natuur keert zich wel in extreme mate tegen de mens. Volgens sommige Aussies moeten ze heel Australië buiten de oostkust, aan de zwarten (abo’s) geven. Het is geen gebied voor een blanke. Voor het eerst krijgen we vandaag te maken met een steeds krachtiger wordende wind. Alles waait weg, ook daar word je op den duur chagrijnig van. Om minder last van de wind te hebben, lopen we naar het strand. Dit is dan wel geen straf, maar daar hebben we weer geen schaduw. De conclusie hiervan is dat er altijd wel wat te zeuren is. Op het strand is het lekker chillen met een boek. Vanaf het strand zien we niet al te ver in zee beweging in het water. Waarneming en onderzoek met de verrekijker wijst uit dat het hier om een dugong gaat. Deze is bruin, beweegt zich traag door het water met een staart als die van een zeeleeuw. Wat volgt is te omschrijven als de ‘chase for the dugong’. Ik ga het water om te proberen bij de dugong in de buurt te komen. Floor geeft vanaf het strand aanwijzingen. Ik zwem wat ik zwemmen kan, naar links; nee naar rechts. Ja bijna! Doordat de zee echter vrij ruig is en mijn zicht zonder bril niet het beste, mis ik de dugong op nog geen tien meter. In de middag gaat de wind gelukkig liggen. De temperatuur neemt gelijk toe, waardoor het al snel ruim dertig graden is. Dan is toch lekker dat je heerlijk kunt snorkelen in het verkoelende water, waar een hoop valt te beleven en te ontdekken. Er cirkelen drie visarenden (osprey) boven de kreek, waarvan er een met een enorme plons het water in duikt om vervolgens met een vis in zijn klauwen vliegen. Vanochtend zagen we een visarend met een slang in zijn klauwen vliegen. Het water is vandaag, tegen alle verwachtingen in, erg helder. Opvallend is wel dat de grote roggen het laten afweten. Al snorkelend ontdek ik de rustplaats van de gigantische patato cod. Helaas laat deze zich niet verleiden om naar buiten te komen. Ik weet nu in ieder geval waar zijn huis woont. Omdat Floor niet mee snorkelen is, kom ik natuurlijk weer een grote schilpad tegen, waarmee ik weer heerlijk kan zwemmen. 

Vanaf het strand is het weer genieten van de zonsondergang. Omdat er erg veel ‘swell’ (deining) is, zijn de golven die op het buitenrif slaan hoog. Het witte schuim dat hoog opspuit wordt gevangen door de wind, waardoor er nevels van water ontstaan. Dit zorgt voor een waanzinnig mooi beeld wanneer de oranje zon achter de golven zakt. Omdat we ons feitelijk aan de rand van de woestijn bevinden, is de luchtvochtigheid hier erg laag. De halve maan is daardoor scherper dan ooit. Met de verrekijker zien we de contouren van de enorme hoeveelheid kraters op de maan. Precies op de rand van de halve maan zien we bergen. De toppen van die bergen worden nog of al verlicht door de zon, terwijl de rest van de berg nog in de schaduw valt. Er valt zoveel te zien en te ontdekken als je er de tijd voor hebt.
Ga naar boven