5.24 - Australië | Karijini: Weano Gorge - Tom Price (85 km)

Omdat we nu wel even genoeg kloven hebben gezien en we niet verwachten dat het nog bijzonderder kan, rijden we terug naar Tom Price. Terug naar Tom Price omdat we de mijn nog willen bezoeken. Vanaf Weano is het ruim 60 kilometer over een rode gravelweg naar de hoofdweg. Omdat we zuinig zijn op onze auto, duurt het een eeuwigheid. Rijden op gravel is vermoeiend. Niet alleen omdat alles rammelt en trilt, maar ook omdat je uiterst geconcentreerd moet rijden, omdat de kwaliteit van de weg snel kan veranderen. Meestal wijst een verschil in kleur op een verandering van kwaliteit. Op dirtroads rijden is bijzonder cool en kan niet ontbreken in de betere Australia experience, maar toch zijn we altijd weer blij als we het gladde asfalt weer hebben bereikt.

In Tom Price rijden we naar het visitor centre om ons in te schrijven voor de mijntoer van morgen, waarvoor de kosten 19 dollar per persoon bedragen. ‘Jeroen en Floor on tour’…. Iets dat we sinds ons Driekloven debacle in China niet meer hebben gedaan. Het is lichtelijk tegen onze zin en ons principe, maar helaas is een individueel bezoek aan de mijn uitgesloten. Als we ons weer hebben geïnstalleerd op de camping is het tijd voor een lange, hete douche. We kunnen best een aantal dagen zonder wasbeurt, maar daarna is een hete douche en een scheerbeurt geen straf. De camping in Tom Price is uitermate geschikt voor het betere sanitaire onderhoud. De inmiddels rode auto wassen we later wel. Het opzetten van de tent gaat inmiddels al wat beter, omdat we weten dat we onze rotspennen met veel kracht in de solide klomp ijzererts moeten rammen. We grappen dat kampeerders die er in slagen hun tent op deze bodem op te zetten, direct een carrière bij de mijn moet worden aangeboden. De eigenaar van de camping rijdt ’s avonds nog een inspectierondje over de camping, om er zeker van te zijn dat er geen illegale kampeerders zijn neergestreken. Veel reizigers met busjes hebben er namelijk een handje van in het donker de camping op te rijden om gratis te kunnen staan. Best wel sneu, want gratis kamperen is wat ze willen, maar zonder toilet en douche kunnen ze niet. Wees dan een echte held en sta in het vrije veld en betaal voor die incidentele keer dat je een douche nodig hebt.

De volgende ochtend om 9.30 uur gaat de mijntour van start. We zijn verreweg de jongste deelnemers. De overige deelnemers zijn zo oud, dat wij in het geheel geen effect hebben op de gemiddelde leeftijd. Aangezien wij in China veel ervaring hebben opgedaan met het bemachtigen van de beste plekken , slagen wij er dit keer ook in om de plaatsen voorin de bus te kapen. De bus is net op weg, wanneer onze tourgroep-fobie wordt bevestigd wanneer de buschauffeur annex tourguide zichzelf voorstelt met het legendarische ‘I’m your tourguide, my name is Bob’,
waarop de groep en masse uitroept: ‘Goodmorning Bob’. De tour brengt ons naar Mount Tom Price. Dit is de locatie van de grootse ijzerertsmijn van de Rio Tinto Group. Deze mijn vormt samen met zes andere mijnen in de regio onderdeel van Hamersley Iron. Het geheel bezit een eigen spoorwegnet, treinen en havenfaciliteiten in Dampier. Het spoorwegnetwerk is 638 kilometer lang. De gemiddeld 2,4 kilometer lange ersttreinen, bestaan uit 220 wagons met elk 105 ton laadvermogen en worden getrokken door twee diesellocomotieven. Vanaf Mount Tom Price vertrekken dagelijks zes treinen naar Dampier. Daar wordt de erts tot een ideale mix vermengd met de erts uit de andere zes mijnen van Hamersley Iron. Vervolgens wordt deze erts in de grootste schepen ter wereld geladen met bestemming China en Japan.

De mijntour is erg cool. We rijden door de hekken en langs de rooduitgeslagen installaties. We zien de gigantische ‘haul-trucks’, die 200 ton erts per keer naar de ‘crushers’ transporteren. Alles hier is gigantisch. De graafmachines (excavators en shovels), de rijdende watertanks die continue sproeien tegen het stof en de ‘pit’ zelf. We rijden naar een uitzichtpunt, vanaf waar we uitkijken op het enorme gat dat zich voor en onder ons uitstrekt. Beetje bij beetje wordt de berg naar andere delen van de wereld getransporteerd. De eerste stap in het proces is het onderzoek naar de plek waar beste erts te winnen is. Vervolgens wordt de gekozen zone klaargemaakt voor ‘mining’ door een groot aantal explosieven in de grond te plaatsen. Na een enorme explosie en een minsten zo’n enorme stofwolk, gaan de ‘mean-machines’ aan het werk. Erg indrukwekkend om die grote machines aan het werk te zien, maar we vinden het aantal nogal tegenvallen. Naar ons idee wordt er ook weinig efficiënt gewerkt, want regelmatig zien we een volgeladen shovel wachten op een lege truck. De haul-trucks transporteren het erts naar de ‘crushers’. Waar de grote stenen worden vermalen tot erts met een grootte van 10-16 mm. Al dat heen en weer rijden is niet gratis. Per gereden kilometer verbruikt een haul-trucks 20 liter diesel. Per etmaal verbruikt zo’n truck 4.920 liter diesel. Via kilometers lange lopende banden wordt het vermalen erts naar het laadstation getransporteerd. Dit is in feite een groot uitgevallen trechter, waaronder een treintunnel is aangelegd. Het volledig vullen van een trein met 220 wagons duurt vier uur. Tom Price is door Rio Tinto aangelegd voor de medewerkers van de mijn. Nog steeds is 60 procent van de woningen in eigendom van het bedrijf. Iedere werknemer kan in aanmerking komen voor gesubsidieerde woonruimte (200 dollar per maand). De salarissen liggen daarnaast nog eens erg hoog en wij hebben de indruk dat Tom Price helemaal geen beroerde plek is om te wonen.
Ga naar boven