5.25 - Australië | Tom Price - Karijini: Mount Bruce (107 km)

Vandaag staat de beklimming van Mount Bruce (Punurrunha) op het programma. Met 1.235 meter is het de op één na hoogste top in Western-Australia (Mount Meharry is met 1.253 m de hoogste). De berg ligt op de rand van het National Park en is gemakkelijk aan te rijden vanaf Tom Price. Voor Australische begrippen is het een serieuze wandeling van 9 ½ kilometer heen en dezelfde afstand weer terug. Vanwege een gezellige avond met twee Nederlanders (Richard en Brenda), waarbij het 4-liter pak wijn is gesneuveld en In Search for Sunrise van Tiësto de muzikale omlijsting vormde, hebben we wat opstartproblemen. We rijden dan ook ‘pas’ om 10.00 uur weg van de camping, waarna we de auto op de parkeerplaats aan de voet van Mount Bruce achterlaten. We lopen in totaal 5 uur over de kam van de berg. In het begin is de wandeling eenvoudig, maar verderop moet behoorlijk worden geklauterd om de rotsen te bedwingen. Hoe hoger we komen, hoe meer de dimensies van het landschap lijken te veranderen. Beneden zien we het golvende rood-groene landschap zich in alle richtingen uitstrekken. Van boven krijgt het land het typerende beeld van de Australische outback. De heuvels vervlakken tot een biljartlaken van rode ondergrond vol puntige spinifex, doorsneden met droge kreekbeddingen. Vanaf de top van Mount Bruce kijken we uit op de hellingen van de Hamersley Ranges. De hellingen zijn opgebouwd uit golvende lagen, hardere gesteenten. De zachtere lagen zijn heel lang geleden uitgesleten  en weggeblazen. Ook kijken we uit op de Maraandoo Mine Site, die voor 1992 nog behoort tot het National Park Karijini. Dat leidt bij ons tot de vraag hoeveel er in de toekomst nog van het Park wordt afgesnoept in de niet te stillen honger naar grondstoffen. Men lijkt wel enigszins verantwoordelijk om te gaan met het landschap. Nadat de bodem is ontdaan van haar waardevolle bagage, wordt de toplaag weer teruggebracht tot boven het niveau van het grondwater en beplant met gebiedseigen soorten. Zo op het oog is het dan ook niet te zien of er ergens is gemijnd. De kleuren van de mijn zijn dan ook dezelfde als van de rest van het landschap: alles in dit gebied is rood-bruin.

Wat ook heel mooi is zijn de wilde bloemen die sinds een paar dagen de grond uit schieten. We begrijpen dat het komt door de regen van een paar weken geleden. Hierdoor is het land vers groen in plaats van stoffig rood. Met een ongelooflijke hoeveelheid bloemen (casia's, acasia's, bluebells en mulla-mullas), wordt er een geel-blauw-paars-rood kleurenpalet toegevoegd aan het reeds rijke kleurenpalet. We waren bang dat we net te laat waren om nog iets mee te krijgen van het bloeiseizoen. In de Pilbara lijkt niets minder waar. Overigens niet zo raar, want het is al eind juli, wat betekent dat de korte winter hier ten einde loopt en we dus deelgenoot worden van een flamboyant bloemenspektakel.  


Ga naar boven