5.29 - Australie | Mt. Robinson rest area - Indee Station (289 km)

Slapen in de auto is ontzettend aangenaam. ‘s Nachts kijk je door de ramen naar de nachtelijke sterrenhemel. Wakker word je met het eerste ochtendlicht. Vanuit de auto zien we de wereld langzaam kleur krijgen. De zon komt iedere dag mooi op, maar er zijn nooit wolken om het nog mooier te maken. Wolken zijn hier sowieso een zeldzaam verschijnsel. Langzaam zien we de rotswand oranje worden aangelicht. In de ochtend en tegen de avond, wordt de kleur van het steen diep donkerrood. Bijna tegen paarsbruin aan. De vogels kwetteren en kwetteren nog wat meer. De wilde bloemen in het veld maken de wereld nog mooier dan die al was. Als de berg waar we op uit kijken voldoende rood is aangelicht, staan we op om een kopje koffie te zetten. Het is gelukkig niet meer zo koud als de afgelopen periode. Wel hebben we ‘s ochtends nog twee dikke truien nodig. We lijken langzaam maar zeker noordelijk genoeg te komen om de Australische winter achter ons te laten. Overdag hebben we weer genoeg aan alleen een T-shirt.

Het ontbijt bestaat uit gebakken eieren met koffie en thee. Het inruimen van de auto is zo gebeurd, want we zijn inmiddels erg handig in het organiseren. Alles heeft een vaste plek, waardoor alles perfect past en ook nog eens makkelijk is te vinden. Wie niet veel heeft, hoeft ook niet veel te zoeken. Klaar om te vertrekken, maar niet voordat we de kloof verkennen die direct in het verlengde van de rest area begint. We klauteren over stenen en boomstronken en zien een kleine uil. Slangen laten zich echter nog steeds niet zien. Het wordt echt wel eens tijd voor onze eerste levende slang. De kloof is minder diep dan we dachten, dus de ochtendwandeling is maar een korte. Doordat we elke dag actief bezig zijn, voelen we ons erg gezond. We vragen ons af hoe het straks in Nederland moet. Als we hier worden ingehaald door een andere auto, worden we al misselijk van de uitlaatgassen. In Nederland zouden we dat niet eens ruiken.  

Vandaag rijden we 289 km. We zijn op weg naar Indee Station. Daarvan hebben gehoord dat een goede stop is. En aangezien de overnachtingen op stations tot dusver tot de beste ervaringen van Australië behoren, maken we hier ook graag een stop voordat we doorrijden naar Port Hedland. De route gaat recht door en over de Hamersley ranges, de Engelse benaming van de Karijini. We vinden de Aboriginal namen wel een stuk mooier en intelligenter klinken dan de Engelse namen. De huidige Engelse namen zijn eigenlijk erg simplistisch en egoïstisch: ik zie een berg dus ik vernoem deze naar mijzelf. Zonder daarbij enige waarde te hechten aan de naam die de Aboriginals er al tienduizenden jaren aan hebben gegeven. Een naam die ook veel meer landschappelijke beschrijving inhoudt.
De Great Northern Highway slingert zich door een paar kloven, waarna we van ruim 700 meter, langzaam maar zeker afdalen naar zeeniveau. Het landschap en de vegetatie beginnen te veranderen. We laten de rode heuvels en bergen van de Karijini achter ons. We zijn weer in ‘Station land’. Dit land wordt intensief begraasd, waardoor de vegetatie minder rijk en divers is. We rijden door een landschap dat is bezaaid met halfronde en ovaalvormige bollen, waarvan het er naar uit ziet dat ze veel ijzer bevatten.

Vanaf de Great Northern Highway draaien we de 9 km lange onverharde oprijlaan van Indee Station op. Daar melden we ons bij de familie, van wie we te horen krijgen dat we maar moeten doen waar we zin in hebben. Per dag moeten we 12 dollar betalen, maar dat hoeven we pas af te rekenen bij vertrek. Omdat er in het uitgestrekte gebied 1.000 runderen rondlopen, kiezen we voor een plek tussen de hekken waar we vrij zijn van koeien. Niet dat we bang zijn voor koeien, maar wel voor het effect van een koe van een paar honderd kilo die per ongeluk over onze scheerlijnen struikelt. Het zou niet het eerste dier zijn dat de scheerlijnen niet ziet. Onze tent zetten we op onder een grote boom. Schaduw, dat is wat we nodig hebben in dit warme klimaat. We kamperen midden tussen de felgekleurde Sturt’s Desert Pea (Swainsona formosa), die bekendstaat om zijn opvallende bloedrode, bladachtige bloemen, die elk een bolvormig, zwart centrum of knobbel hebben. Het is een van de bekendste wilde planten van Australië. De plant komt van nature voor in de droge gebieden van centraal en noordwestelijk Australië.

Vanaf 15.30 uur kan er worden gedoucht met warm water. Dan staan de vuren aan onder de waterketels. Een fantastisch systeem. Douchen is een belevenis, want de douches zijn van hout en golfplaat. De combinatie van het hout en de geur van brandend hout, doet ons denken aan Rusland en Slowakije. Dit is echt geweldig. Opgefrist gaan we naar de 'happy-hour' die door de eigenaar wordt georganiseerd. De Engelse taal heeft geen goede term voor 'een borrel'. Er staan lekkere hapjes op tafel en met de leuke en interessante mensen (alleen maar Australiërs) worden sterke verhalen uitgewisseld. 's Avonds maken we ons eten klaar in de grote keuken van de station. We hebben een gezellige avond met een gezin waarvan de man Nederlandse ouders heeft. Ook nu worden er natuurlijk sterke verhalen uitgewisseld over hoe 'not-normal' dingen zijn in Australië: vliegen, de maan, sommige dorpen. Het wordt grappig als we herinneringen ophalen over boerenkool met worst, kroketten en mayonaise. We blijven Nederlanders.

Last modified on woensdag, 20 mei 2015 11:27

Ga naar boven