3.07 - Oekraïne | Etappe 5: Kolomyia - Kosiv (40 km)

De totale rekening van Guesthouse On the Corner voor 3 nachten, het lekkere eten ’s ochtends en ’s avonds en was, bedraagt 900 UAH (€ 90,-). Dat is niet duur voor de fijnste plek tot nu toe. Nog veel fijner vinden we de stralend blauwe hemel. We worden uitbundig uitgezwaaid. Mama vindt het onbegrijpelijk dat we hier op de fiets zijn gekomen en dat we zelfs op weg zijn naar Odessa. Verderop in de straat wordt een soort van braderie gehouden. Een enthousiaste man komt naar ons toe en begint in het Oekraïens tegen ons aan te praten en maakt ons duidelijk dat we even moeten wachten. Er zijn drie mogelijkheden waarop we moeten wachten: 1. Hij is ook een fietser en wil ons zijn fiets laten zien; 2. Hij wil met ons mee fietsen en is nu zijn fiets aan het halen; 3. Hij wil iemand anders onze fietsen laten zien en hij die persoon nu ergens vandaan. Als hij terugkeert zonder fiets en zonder vriend, maar wel met een hand vol speldjes van Kolomyia, blijkt dat hij ons duidelijk probeerde te maken dat we niet mogen vertrekken zonder van hem een speldje te hebben gekocht.

Begeleid door een stralende zon en een zacht briesje in de rug, fietsen we op ons gemakje in zuidelijke richting. De temperatuur bereikt een aangename 22 graden. De weg voert langs een aaneengesloten lint van dorpen, waarvan de houten huizen zijn versierd met tinnen ornamenten aan gevel en dakrand. Ook in dit gebied heeft elk huis haar eigen waterput. Paard en wagen zien we regelmatig. Het uitlaten van koeien is hier voorbij. Nieuwe huizen worden gebouwd van steen, waarvan we er best een boel in aanbouw zien. Over 20-30 jaar zullen de authentieke houten huizen hier grotendeels tot het verleden behoren. We kunnen de mensen geen ongelijk geven, maar zonde is het wel. Wat we de laatste dagen vooral veel tegenkomen, zijn kerken. Van hout of steen. Met gouden of zilveren koepels. Soms zijn er wel twee of drie kerken te vinden in een lintdorp van een kilometer lang. Tussen alle kerken staat een veelvoud aan kapelletjes. Maria heeft het inmiddels overgenomen van Jezus, die we in de grensstreek met Slowakije nog regelmatig aan het kruis zagen hangen. Bij het passeren van een kerk, slaan de mensen steevast en kruis. Er is vast ook geen land ter wereld waar er nog zo veel kerken in aanbouw zijn. De gehele gemeenschap werkt daar aan mee. Zouden de jongeren nog net zo religieus zijn als de ouderen? Veel baby’s zien we hier overigens niet. Dat was in de dorpen in Slowakije wel anders. Een hoog geboortecijfer hangt meestal samen met een positief toekomstbeeld. Vul de rest zelf maar in.

We zijn naar Kosiv gefietst voor de wekelijkse Hutsul markt. Het zou de plek moeten zijn om authentiek handwerk te zien en te kopen. We zijn er ruim voor 12 uur, maar de markt wordt al weer afgebroken. Het is een aangenaam tijdverdrijf om de uittocht van Lada’s te bekijken, waarvan sommigen de tinnen overkapping voor de waterput op het dak vervoeren. Weten we ook direct dat deze kant en klaar worden aangeschaft en verklaart het ook waarom bijna iedereen zo’n ding heeft. Ik raak met handen en voeten aan de praat met een Oekraïner, die in de inkoop-verkoop zit. Een typisch beroep voor de typerende Oekraïner als je geen boer of fabrieksarbeider bent. Op een briefje van 1 UAH noteert hij zijn telefoonnummer en drukt ons op het hart vooral te bellen, wanneer we de in de problemen mochten komen. Daar proosten we op met een paar glaasjes vodka.

De markt en het plaatsje Koviv kunnen ons verder niet bijster boeien. We fietsen dus verder en komen langs de Oekraïense versie van Center Parcs. Het grote bord langs de weg wekt duidelijk de suggestie dat er hier ook kan worden gekampeerd. Dat wordt echter niet begrepen en in plaats van een kampeerplaats, wordt ons een chalet toegewezen voor 250 UAH (€ 25,-). We laten onze tent niet en maken het gebaar van een tent. ‘Camping, no problem’, maar hoe dan ook moeten we het doen met het chalet. ‘Security, also no problem’. ‘Many security and camera’, wordt ons vol trots verteld. Niet dat wij ons hier zorgen zouden maken over onze veiligheid, maar het is in elk geval fijn dat we het Oekraïense leger hier zorgt draagt voor ons welbehagen. Althans, al die militaire uniformen waar de Oekraïense man zich graag in kleed, wekken de suggestie dat er nogal wat militairen zijn.

Het park is opgezet als een soort van Hutsul themapark. De serveersters lopen in klederdracht, de chaletjes zijn uitgevoerd in authentieke bouwstijl en de zelf aan hooibergen is gedacht. Veel volk is er echter niet. Het vele personeel lijkt zich allemaal stierlijk te vervelen. Net als verwaarloosde wolven en de bruine beer, die in veel te kleine kooien hun frustratie inmiddels hebben afgeleerd. We hopen dat dit dieren zijn die gered zijn van erger, maar we zijn bang dat dit de dierentuin voor moet stellen van het Hutsul recreatiepark. Het trekt gasten van het type ‘patser Oekraïner met geld’. Met hen delen we het restaurant, waar we het menu in Cyrillisch schrift moeten ontcijferen om iets te kunnen bestellen. Op voorhand kansloos en daarom passen we de beproefde methode maar weer eens toe: ‘Wat kunt u ons aanbevelen?’ Dit keer gaat het beter dan verwacht, want we krijgen wel vier verschillende gerechten voorgeschoteld. Als eerste wordt er Borsjtsj (bietensoep) geserveerd, met daarna een salade. Vervolgens een gerecht met verse geitenkaas, ‘kasha’ (geroosterde boekweit) en uitgebakken spek. We zijn al aardig verzadigd, als we nog een pannetje kip in saus en kasha voorgeschoteld krijgen. In de Oekraïne zijn we gewend geraakt aan net te kleine porties, dit is echt te veel. De rekening is met 213 UAH (€ 21,-) ook niet mals te noemen, maar dan hebben we ook wel op Hutsul wijze gegeten.
Ga naar boven