3.13 - Oekraïne | Etappe 9: Murovani Kurylivtsi - Tomashpil (94 km)

Om zo lang mogelijk te profiteren van de koeltje van de ochtend, staan we om 6.15 uur op. Een goede nachtrust was in de stilte van deze landelijke omgeving geen probleem. Douchen kunnen we in de badkuip door emmertjes met koud water over ons heen te gieten. Het toilet is een hokje achter in de tuin, waar moet worden gemikt in een volle, ranzige emmer. De inhoud daarvan zal worden verspreid over de eigen groententuin. Onze fietsen staan in een apart schuurtje en de deur daarvan is op slot. Helaas moeten we Irina dus wakker maken om te kunnen vertrekken. Floor heeft een ansichtkaart geschreven in haar beste Oekraïens en er een biljet van 100 UAH aan toegevoegd. Dit wil Irina eerst niet accepteren, maar wij staan er op. We zouden het dubbele hebben moeten uitgeven als we een hotel hadden gevonden. Wij voelen ons daardoor niet schuldig dat we hier hebben geslapen en zij houden er nog wat aan over. Misschien dat we ze op een idee hebben gebracht voor als er nog een keer reizigers door Murovani Kurylivtsi komen.

Ondanks het vroege uur, zijn de winkeltjes al open. Water is wat we nodig hebben. Inmiddels hebben we zes liter water bij ons, waarbij we het water in een fles op smaak brengen met limonade poeder. Het landschap van gisteren zet zich voort. Diep naar beneden, de rivier over en dan weer moeizaam omhoog. Over de heuvelkam fietsen door glooiende velden met graan, zonnebloemen en koolzaad. Tot dat we weer een volgend rivierdal bereiken, naar beneden moeten en dan weer omhoog. Na Vendychany wordt het land langzaam vlakker. De dalen zijn minder diep. Nog steeds liggen de dorpen en stadjes beneden, met bebouwing langs het water en tegen de hellingen. De heuvels zijn in agrarisch gebruik. Door al die zware klimmetjes zijn we oververhit, bezweet en vies. We kunnen echter geen water vinden om aan te pauzeren. Dan maar langs een graanveld, dat vol staat met klaprozen en andere wilde bloemen. Daarboven staat een blauwe hemel, waarin wolken als watten drijven. Ook al stinken we een uur in de wind, we prijzen ons gelukkig dat we hier kunnen fietsen.

In Chernivtsj stoppen we bij een ‘magazin’ om vers water, cola, koekjes en brood te kopen. Het wordt bijna gewoon hoe dat proces verloopt. Ik stap de winkel binnen en word ronduit slecht en bijna onbeschoft geholpen. Ze weten namelijk echt niet wat ze met die zwetende buitenlander aanmoeten. Dat we elkaar niet kunnen verstaan draagt ook niet bij een soepele communicatie. Toch slaag ik er in om te krijgen wat we willen hebben. Als we dan in de schaduw voor het winkeltje zitten om af te koelen en bij te komen, komen ze ‘per ongeluk’ naar buiten. Dan zien ze een aantal zaken. Als eerste dat ik hier niet alleen ben, maar dat er ook een vrouwtje bij is. Helemaal mooi wordt wanneer ze daarna de fietsen zien staan. Je ziet de lucht opklaren en de sfeer omslaan. Het ijs is gebroken. Koffie en chocolade wordt ons als cadeau aangevonden en als we willen kunnen we blijven slapen. Althans, we denken dat er een slaapplek wordt aangeboden. Het begint net wat af te koelen en de suikers in de cola beginnen hun werk te doen. Floor staat er dus op om verder te fietsen. Weer laten we een zelfgemaakte ansichtkaart achter om ze te bedanken. Iedere keer weer een gouden zet. De kaart gaat de hele winkel door, zo leuk vinden ze zet. Hoe veel jaren later zou onze ansichtkaart er nog staan? We kopen nog wat extra proviand en vullen onze watervoorraad aan tot acht liter. Weer krijgen we alleen wat volgens hen goed, koud en vers is. Langdurig worden we uitgezwaaid als we weer op weg gaan. De Oekraïners lijken zo stug, maar het is meer dat ze niet weten wat ze met je aan moeten.

We zijn terug in het grootschalige landschap. Graanvelden bedekken de glooiende heuvels. Italiaanse populieren aan weerszijden van de weg. Op de weg is het enorm rustig. De dorpjes zijn uitgestorven. Als de avond begint te vallen, de mensen terugkeren van hun akkers (lopend, op de tractor of op de zijspan), de laatste Lada’s worden gevuld met gras voor de koe, het paard of de konijnen, rijden wij Tomashpil binnen. Nergens zijn we hotels of restaurants tegengekomen en zijn dus voorbereid op een nacht in het veld. De vraag aan een taxichauffeur levert een onverwacht positief resultaat op. Er is hier een hotel. Een ‘charmant’ gebouw in authentieke Soviet-architectuur, dat niet herkenbaar is als hotel. Mevrouw de hotelbewaakster is streng en in eerste instantie helemaal niet blij dat we er zijn. Als we haar vertellen dat we op weg zijn naar Odessa ontdooid ze. Als we haar bedanken in het Oekraïens begint ze breed te lachen. Ze heeft een kamer met douche voor 200 UAH (€ 20,-). Die douche is hard nodig na een lange dag stof, zweet, insecten en afzien. Herboren gaan we in dit stadje met brede straten en een standbeeld van Lenin, op zoek naar een restaurant. Het worden pizza’s met ketchup, kaas en salami op het terras voor het hotel. Twee grote pizza’s, thee en twee Pivo voor 40 UAH (€ 4,-). We delen het terras met een paar groepen familie en vrienden. Gedroogde vissen worden gezamenlijk gesloopt en weggespoeld met halve liters Pivo uit plastic bekers. Ook op dit terras komen de mensen langs met petflessen om ze te laten vullen met bier uit de tap. Dit is in Oost-Europa zo normaal, dat wij er eigenlijk niet meer van opkijken. Maar stel je eens voor dat je in Nederland naar de kroeg gaat met een lege petfles, om die aan de bar te laten vullen om vervolgens thuis op te drinken.

Last modified on maandag, 23 maart 2015 20:40

Ga naar boven