08 - La Palma | Ruta de Los Volcanes

We hebben met Rene afgesproken dat hij ons om 7.15 uur naar El Pilar brengt, het statpunt van de lange wandeling over de vulkanen: de Ruta de Los Vulcanes. We zijn de eerste en voor uren de enigen die hier aan het wandelen zijn. Het is in de schaduw nog best koud en op de ‘ridge’ (de Cumbre Vieja) waait het stormachtig. Vanaf de Cumbre Vieja hebben we een geweldig uitzicht over bijna het hele eiland. Aan weerszijden schittert de blauwe oceaan en we zien Tenerife en La Gomera (de pudding rechts van Tenerife) duidelijk liggen. In het noorden wordt de steile wand van de caldera en de Pico Bejenado mooi aangelicht door de ochtendzon. Er is geen wolkje aan de lucht, door de ‘calima’ die al een paar dagen uit het oosten waait. De calima is een harde warme wind, die zand en warmte van de Sahara richting La Palma blaast. In de zomer is deze wind heet en kunnen de dagtemperaturen tijdelijk oplopen tot 40°C, waardoor alles verschroeid.

Onze wandeling over de Cumbre Vieja voert door uitgestrekte lavavelden en over brede wandelpaden van zwart vulkaanzand en gravel. De Cumbre, een vulkanische heuvelrug in het midden van het eiland, zorgt voor een tweedeling op het eiland. Wolken blijven boven dit gebied hangen en dringen zo niet door tot in het zuiden. Hierdoor kent het eiland verschillende klimaat- en vegetatiezones. Het noorden is vochtig en dichtbegroeid en het zuiden is droog met kale maanlandschappen. La Palma is ook een eiland met forse hoogteverschillen. Hierdoor kan aan de Westkust op het strand volop van de zon worden genoten, terwijl het hoog in de bergen verraderlijk koud is. Soms ligt op de hoogste toppen zelfs sneeuw. De wandeling is niet zo spectaculair als die van gisteren, maar de vele intense kleuren blijven dat onveranderd wel. Vanaf ‘Vulcan Martin’ lopen we door het gebied dat in de zomer van 2012 getroffen is door heftige bosbranden. De zwart-grijze bodem heeft geen onderbegroeiing en de stammen van de dennen zijn zwartgeblakerd, terwijl verse groene naalden de dennen inmiddels al aardig bedekken. Tegen de diepblauwe achtergrond levert dit een fantastisch mooi kleurenspel op. Na een wandeling van 18 kilometer komen we aan in Los Canarios. ‘Ons’ café is helaas gevuld met een tourgroep, dus tijdelijk minder geschikt voor ons. Omdat de kans bestaat dat de bus naar Los Llanos elk moment kan komen,wachten we bij de bushalte. Uiteindelijk moeten we nog ruim een uur wachten op de bus die eens per twee uur rijdt. Voor € 2,- per persoon rijden we mee naar Los Llanos.

Na zo’n lange wandeling is een siësta op het dakterras geen straf. Uitgerust lopen we rond zevenen naar het centrum van Los Llanos, waar we een drietal tapa’s eten in een klein cafe met een binnenplaats: gegrilde geitenkaas met guacamole, varkenslever (foutje, want na een paar happen is dat echt niet meer zo lekker) en een bord vol kaas en wordt varianten. Aan de enige andere tafel zit een groep vrienden of familie langzaam dronken te worden, terwijl ze muziek maken en uit volle borst (zuiver) songteksten zingen vanaf hun telefoon. Door de botanische tuin lopen we naar het huis van Rene en Patricia. Zij wonen in het voormalige restaurant van de tuin. Het zijn erg gezellige mensen, die een avontuurlijk leven achter de rug hebben. Trouwen en kinderen krijgen wilden ze nooit. Nu zijn ze getrouwd en hebben ze twee kinderen. Rene is een fanatiek sportvisser, die de kneepjes van het vissen heeft geleerd in Australië, waar hij op schepen heeft gewerkt die toeristen van en naar het Great Barrier Reef brengen. Hij wil een website maken om de klandizie voor het sportvissen en de huisjes ook in de toekomst veilig te stellen. Iets waarmee ik hem ruim kan voorzien in tips.
Ga naar boven