06 - Marokko | Zouala – Merzouga (102 km)

Ontbijten doen we met pannenkoeken en honing. De koffie en thee worden geserveerd in mooie, glimmende kannen. De warme melk komt apart. Buiten staat onze auto met het ijs op de ramen te wachten op de eerste zonnestralen die over de rand van de kloof komen. Onder de bomen staat nog één ezel te wachten. De andere is al vroeg vertrokken naar de velden. Zaïd raadt ons aan om in Merzouga te logeren in Nasser Palace. We vervolgen onze weg door de Tafilalt oase in zuidelijke richting, waarbij we het water van de Oued Ziz blijven volgen. Kleine wegen voeren ons door kleine dorpen met lemen huizen. Het leven hier lijkt tijdloos te zijn. Het palmbos blijft dichtbegroeid, maar de kloof opent zich langzaam. De wanden worden lager en komen verder uit elkaar te liggen. De weg voert over een kale, nietszeggende vlakte, naar het van fantasieloze hotels vergeven Erfoud.

Na Erfoud neemt het landschap indrukwekkende vormen aan. Tussen de palmbomen en de beginnende zandduinen liggen de restanten van in meer of mindere mate ‘gesmolten’ lemen dorpen en ‘kashba’s’. De kasba of kashba is het verdedigbare deel van de medina. Het gebouw kenmerkt zich door hoge muren. Vroeger werd deze gebruikt als woning voor het dorpshoofd. Rissani blijkt een drukke bedoening te zijn, waar een ‘souk’ wordt gehouden. Het is er een drukte van belang. Auto’s, ezels, karren, kramen, mensen met en zonder handelswaar, bussen. Alles gaat dwars door elkaar en wij rijden ons zelf bijna vast in deze chaos. Heel anders is de route rond Rissani, die ons van de ene indrukwekkende ‘ksar’ naar de andere leidt. Een ‘ksar’ is een versterkt dorp van een specifieke stam. Het zijn massieve bouwwerken die bij gebrek aan ander materiaal zijn opgetrokken uit klei van de rivieroevers (pisébouw). Deze unieke en waarschijnlijk inheemse bouwwerken van de Berbers zijn vaak monumentaal en de buitenmuren en de schuine torens zijn prachtig versierd met krachtige reliëfs en schilderingen van geometrische patronen. De lemen dorpen liggen in een uitgestrekte oase, maar de dichtheid van de palmen is lang niet zo groot als in de Ziz-vallei. De meeste vrouwen in dit meest zuidelijke deel van de Tafilalt, dragen een alles bedekkende zwarte sluier, waaronder alleen de ogen nog net zichtbaar zijn.

Voorbij de oase van Rissani zien de roodbruine zandduinen van Erg Chebbi opdoemen. Een ‘erg’ is een zandzee of een binnenlands zandduingebied dat groter is dan 125km². Deze ‘erg’ is zeker niet de grootste van de Sahara, maar wel heeft het indrukkende zandduinen van 150 meter hoogte. Over een verharde weg rijden we naar de voet van de zandduinen. Naast de hoogste zandduinen ligt Nasser Palace. Een ‘over-the-top’ uit leem opgetrokken paleis met een zwembad binnen de kantelen. We hebben het complex geheel voor ons zelf. Niet dat dit ons heel veel kan schelen, want we zijn meer geïnteresseerd in de beklimming van de hoogste duin. Vanaf de top kijken we in oostelijke richting uit over Algerije. Tussen hier en de Nijl, 5.000 kilometer verderop ligt alleen maar zand, gruis en stenen. Welkom in de Sahara.

Langzaam zakt de zon naar de westelijke horizon. Het zand kleurt naar rood, paars en bruin. De schaduwen worden langer, waardoor er nog meer zandduinen in de zee van zandduinen zichtbaar worden. Om 20.00 uur is het geheel donker en straalt Nasser Palace ons tegemoet. Het is verlicht als ‘Porno Palace’. Ook al zijn we de enige gasten, toch is men vergeten voor ons te koken. Ze doen echter hun uiterste best om het goed te maken. In het restaurant krijgen we eerst thee en wordt speciaal voor ons een CD met Ciline Dion en Mariah Carrey opgezet. Vanzelfsprekend ook een tandje te hard. Een warm gevoel ontstaat van binnen, want wie zou er nou niet genieten van die muziek, als je ook zou kunnen genieten van de stilte van de woestijn? Het diner bestaat uit drie gangen: soep, gemengde salade en een tajine waar een elders gegaarde kip is gelegd. Erg bizar om de enige gasten te zijn in een paleis dat prima had kunnen figureren in de verhalen van 1001-nacht.
Ga naar boven