16 - Slowakije | Pod Žitkovským vrchem

Floor heeft vandaag een rustdag op de camping om een boek te lezen. Omdat het daarnaast ook nog eens een mooie dag lijkt te gaan worden ga ik alleen op stap. Door de velden loop allereerst naar Krhov. Omdat ik tegen de wind in loop kan ik de reeën in het veld dicht naderen. Ik kom een paar Tsjechen tegen die mij ongevraagd de we wijzen, maar vervolgens moeten concluderen dat ik sowieso de goede kant op loop. Als je zo maar aan het dwalen bent is de goede kant natuurlijk ook niet zo makkelijk te missen. Het is een steile klim door een donker dennen- en beukenbos naar Pod Žitkovským vrchem. Dit is een kom tussen de groene heuvels van de Witte Karpaten. Meerdere watervallen komen aan de rand van het bos en de weide naar beneden. De koeien grazen hier tegen de groene steile hellingen. Er is gelukkig een hotel waar ik voor 112 Kronen (€ 4,30) een Kofola (Tsjechische cola met een lichte karamelsmaak) en Bryndzove halusky (brokjes aardappeldeeg met schapenkaas) bestel. Ik ben de enige gast op het terras. Zoals gewoonlijk ben ik eerst een ongewenste gast, maar nadat ik de bestelling geheel in het Tsjechisch heb gedaan, is het ijs gebroken.

Het weidegebied van Pod Žitkovským vrchem, met uitzicht op de Slowaakse bergen is erg aantrekkelijk. Op mijn terugweg door het bos wordt het erg donker. Pas wanneer ik aan de rand van het donkere beukenbos sta, met uitzicht op het diep in het dal gelegen Bojkovice, zie ik waarom. Een inktzwarte wolk, met rode vlekken komt op mij af. Onder de dreigende wolk hangen slurven, alsof er elk moment een tornado uit tevoorschijn kan komen. Beneden in het dal zie ik de striemende regen neerkomen. Het noodweer komt mijn kant op. Er is geen ontkomen aan. Ik ben te druk om foto’s te maken om tijdig een droge schuilplaats te zoeken. Aan de rand van het bos ziek ik dekking achter de stam van een dikke dennenboom. Dan komt de eerste windvlaag. Whammm! De regen komt horizontaal naar beneden. De wind beukt tegen de bomen, die diep het bos in worden gebogen. Ik ben bang dat ze als luciferhoutjes zullen knappen en maak met zo laag mogelijk tegen de boom zo klein mogelijk. De donder klapt en kraakt en het begint nog harder te regenen. De ene windstoot na de andere geeft de bomen er van langs. Mijn regenjas blijkt onder al dit geweld weinig regen te kunnen tegenhouden en ook mijn boom biedt weinig tot geen beschutting. Ik ben doorweekt.

Het noodweer duurt nog geen tien minuten maar de lucht blijft instabiel. Aan de andere kant van het dal zie ik de felle flitsen en hoor ik de donder aan komen rollen. Een tweede onweersstorm is al weer in aantocht. Het pad naar beneden is een is een modderige rivier geworden. Het grote voordeel van de regen blijkt te zijn dat de dieren mij niet meer ruiken en horen. De reeën in het veld laten zich tot 200 meter naderen. Vlak voor mij op het pad lopen reeën die niet doorhebben dat er een wandelaar in aantocht is. Pas op het allerlaatste moment schieten ze verschrikt weg. Een marter of hermelijn steekt vlak voor me het pad over. Het is een ware beestenboel, waardoor ik al snel vergeet dat ik geheel doorweekt ben. De loodgrijze lucht vormt een geweldige achtergrond voor de foto’s in dit landschap. De bomen en de bloemen daardoor veel beter tot hun recht. Na 8 ½ uur en misschien wel 25-30 kilometer te hebben gewandeld, kom ik drijfnat aan op de camping.

Ga naar boven