Omdat we door onze voedselvoorraad heen zijn, gaan we weer op pad. Het is tijd om naar Port Hedland te gaan dat 77 km verderop ligt. Iets ten zuiden van Port Hedland komen de twee belangrijkste wegen van West Australië samen (The Great Northern Highway en Highway 1), om als Highway 1 de circel rond Australie te voltooien. Vanaf hier is het dus ´druk' op de weg. Het verkeer bestaat voornamelijk uit caravans met hun bejaarde lading en grote vrachtwagens, oftewel de roadtrains met drie of vier bakken. Port Hedland heeft niet de ambitie meer te zijn dan een rooduitgeslagen industriestad. Voor de bezoeker zijn er een aantal dingen te doen: de grootste schepen en de langste treinen ter wereld kunnen hier van dichtbij worden bekeken. Verder kun je in Port Hedland naar de winkel om de voedselvoorraad weer aan te vullen voor de volgende etappe. Op de camping heb je dan de mogelijkheid om alles weer te organiseren en schoon te maken. De volgende dag kun je dan snel weer weg. In Port Hedland wonen twee soorten mensen. De eerste soort is hier om geld te verdienen. Heel veel geld te verdienen. Het is geen uitzondering dat je $ 4.000 per week met een baan als schoonmaker of metselaar verdient. De andere soort is zo'n ongelooflijke mislukkeling, dat deze Port Hedland heeft uitgekozen onze zinloze leven nog veel verschrikkelijker te maken. Het onderscheid tussen wit en bruin is daarbij zeer opvallend. De witen verdienen geld en de bruinen zijn voor hun leven mislukt en zetten het dus op een drinken.

Wij rijden eerst naar de havenfaciliteiten vond port Hedland. Deze zijn het eigendom van BHP Billiton. Hier worden gigantische schepen met een lengte tot 320 meter en een laadvermogen tot 220.000 ton volgeladen met ijzererts uit de Pilbara. Met vier tegelijk worden de schepen volgeladen. Getrokken en geduwd door vier sleepboten, varen deze monsters van schepen op enkele meters langs ons heen. Wat in Rotterdam nooit lukt, krijg je in Port Hedland wel voor elkaar. We rijden langs de Holden garage, waar we de stuurbekrachtigingvloeistof laten bijvullen. Hier hoeven we niet voor te betalen. Ons wordt verteld dat de bandenspanning met 30 psi echt te laag is. Dit moet 34 zijn.
Verder blijkt dat de vreemde slijtage aan de rechter voorband door een fabricage fout komt. Het is binnenkort tijd voor nieuwe banden. Na dit intermezzo gaan we door naar de spoorbrug, waar we zicht hebben op de aan en afrijdende Road trains en de extreem witte zoutberg van Dampier Salt. Hier is Cargill bezig met de winning van miljoenen kilo's zout, dat gewonnen wordt uit zeewater. Als dit zo makkelijk is en waarschijnlijk ook goedkoop, wat is dan het probleem met het winnen van drinkwater uit zeewater? We zijn hier echter niet naar toe gekomen om naar deze zoutberg te kijken. We staan hier op de spoorbrug om de af en aan rijdende ertstreinen uit Newman te bekijken. Het zijn de langste treinen ter wereld en we hebben het geluk zowel een lege als een volle langste zien komen.

Dan is het tijd om wat zaakjes te regelen. We rijden naar het iets zuidelijker gelegen South Hedland, waar de wat prettigere Port Hedlanders wonen. Port Hedland zelf is veel te stoffig om als niet Aboriginal te kunnen wonen. We gaan naar het winkelcentrum voor een grote hoeveelheid boodschappen. We hebben gehoord dat Broome erg duur is. Als een besparing mogelijk is, dan pakken we die natuurlijk. Met onze kortingsbon tanken we bij de BP. We hadden beter eerst na kunnen denken, want we tanken per ongeluk de duurste benzine van Port Hedland. Per liter betalen we $ 1,59. Dan gaan we naar de bibliotheek, waar we anderhalf uur kunnen internetten voor $ 2,75. Hiervoor hebben we de boel wel een beetje moeten oplichten, want eigenlijk kost het $ 2,75 per kwartier. Het resultaat is een nieuw verslag op de site. We zijn voortvarend bezig. Ik hoef alleen nog maar naar de kapper en dan hebben we alles gedaan wat we hebben willen doen. Omdat de kapper $ 22 kost, besluit ik nog even te wachten. We staan op de goedkoopste camping in town. Een nacht kost hier $ 16. Het valt inmiddels erg op dat onze auto meer rood dan blauw is. In Port Hedland is het bewolkt en ook is het behoorlijk vochtig. Op deze camping blijven reizigers maar één nacht staan. Alleen de mensen die hier zijn om kapitalen verdienen, hebben van deze camping hun tijdelijke huis gemaakt.  
Na een luidruchtige nacht, worden we wakker onder een dikker wordend wolkendek. Wat is dat nou? Wordt het weer zo’n actie van Jeroen en Floor die aan het strand zijn. Aangezien wij denken dat er veel betere plekken aan het rif te vinden zijn dan dit pretpark, besluiten we om weg te gaan. Met twee Engelsen die we hebben ontmoet besluiten we om samen naar Exmouth te reizen, want het is misschien wel leuk om de komende dagen samen te kamperen. Het landschap gedurende de 160 kilometer naar Exmouth is zoals verwacht weer erg afwisselend. Op lage grassen en struiken na is het land geheel leeg. Dit is een landschap waarin we ons al sinds Shark Bay bevinden. De rode termietenheuvels zorgen voor afwisseling in deze monotonie. We rijden Exmouth binnen aan de kant waar een grote ‘marina’ in combinatie in combinatie met dure (vakantie)woningen wordt ontwikkeld. Het blauwe water van de zee wordt de nieuwe wijk binnengeleid. Het moet worden gezegd dat het er op het plaatje erg goed uit ziet. De locals vinden deze ontwikkeling maar niets, want vroeg of laat zal de nieuwe wijk worden platgelegd door een cycloon. In 1999 lag Exmouth in de baan van een categorie 5 cycloon, wat de zwaarst mogelijke is. Er is toen niet veel van Exmouth overeind gebleven.

Ook Exmouth is een toeristenplaats. We rijden langs twee grote en overvolle campings. Overal hangen grote en kleine affiches van de Whale Shark Tours, waar het Ningaloo Reef om bekend is. Walvishaaien zijn de grootste vissen die er zijn. Ze komen overal in de tropische en warmere wateren van de oceanen voor, maar het Ningaloo Marine Park is een van de weinige plaatsen ter wereld, waar ze in de periode maart-juli gegarandeerd vlak voor de kust zijn te zien. Vanuit Exmouth vertrekken tours die je voor $ 130 per persoon de gelegenheid bieden om met een whale shark te zwemmen. Het wordt gebracht als een hele bijzondere ervaring, maar naar onze mening is het niet veel meer dan een hype. We zien er de lol niet van in, om samen met 20 anderen op een van de zes boten op zoek te gaan naar een walvishaai, om vervolgens met tientallen tegelijk in het water te liggen om te kunnen zeggen: ‘wauw, ik heb met een walvishaai gezwommen’. Met een vliegtuigje wordt iedere dag naar de walvishaaien gezocht. Vervolgens worden de boten er naar toe geleid. Leuk! Wij beleven de natuur liever op een meer spontane wijze. Zie we nu geen walvishaai, dan wellicht een keer in de komende veertig jaar. Je kunt en moet niet alles willen zien en zeker niet door middel van een tour. We zijn zoals gewoonlijk natuurlijk een minderheid met deze eigenwijze gedachte, omdat bijna iedereen die in deze periode naar Exmouth gaat wel met zo’n tour meegaat. Walvishaaien zijn hier big business.

In het informatiecentrum van Exmouth vragen we naar informatie over de kampeermogelijkheden in het nationale park. Er wordt ons verteld dat er nu waarschijnlijk geen kampeerplekken beschikbaar zijn. Voor ons geldt dat de campings in Exmouth er nou ook niet bepaald aanlokkelijk uit zien. De twee Engelsen beginnen te piepen, want ze vinden een douche toch wel erg belangrijk en denken toch liever in Exmouth te blijven. Aangezien wij geen zin hebben in gedoe en er ook geen behoefte aan hebben om in deze toeristenplaats te blijven, besluiten we om het maar gewoon te gaan proberen. De mazzel. In de winkel slaan we levensmiddelen in voor de komende dagen. We voelen ons hier zeer ongemakkelijk. Waar komen al die toeristen en backpackers in een keer allemaal vandaan? De mensen zijn veel te jong of veel te oud. Waar zijn ‘ons-soort-mensen’? We moeten hier weg. Het kan echt wel beter dan dit.

Zo rijden we vanuit Exmouth in noordelijke richting om Cape Ranges te ronden, waarna we parallel aan de zee in zuidelijke richting naar het NP rijden. Onderweg passeren we een tweetal campings vlak aan zee die er al een stuk beter uitzien dan die overvolle grasvelden in Exmouth, die als campings moeten doorgaan. Bij de ingang van het NP wordt ons door de ranger verteld dat alle kampeerplekken inderdaad zijn bezet. Volgens dezelfde ranger moeten we het morgenochtend vroeg maar proberen, want er is altijd een kans dat er ’s ochtends een plek vrij komt. We balen stiekem wel een beetje, maar weten natuurlijk ook wel dat we echt niet hadden kunnen verwachten nog een bushcamping aan zee te kunnen vinden om 14.00 uur. We rijden terug naar de eerste camping voor het National Park. Het is een station en camping met de naam Yardie Homestead Caravan Park, waar we voor $ 18,50 een plek krijgen op een bijna leeg grasveld. Na de herrie in Coral Bay is dit een verademing. Dit soort kleine campings passen veel beter bij ons.

5.04 - Australië | Coral Bay

Vandaag maken we er met onze vier nieuwe vrienden een stranddag van. Vanaf de camping lopen we naar het strand en dan is het nog ongeveer een kilometer links aanhouden. Het is daar rustig, want de meeste mensen zijn veel te lui om een stuk te lopen. Vanaf het punt, waar we ons basiskamp maken, is het een paar meter zwemmen tot het grote veld met koraal. Het nadeel is dat er veel wind staat, waardoor het water vrij troebel is en het ook vrij koud is, wanneer je weer uit het water komt. Het koraal heeft hier niet veel kleur, wat door de temperatuur van het water komt. Warm water geeft gekleurd koraal en het koude water zorgt voor ongekleurd koraal. Grote constructies van koraal zijn zichtbaar in het water. Enorme schelpen, kasstelen met kantelen, geweien met een groot aantal zijtakken en kandelaren. Al deze constructies komen we tegen. Het levende koraal wuift mee met de deinig en stroming van de zee. Het dode koraal is hard als steen, omdat het uitwendige skelet van kalk is achtergebleven. Veel vis is er niet te zien. Grote snappers houden zich op boven het zand en tussen het koraal zien we kleine aantallen gekleurde vissen. Het zijn hier niet de aantallen die we in Quobba hebben gezien. Floor begint haar angst gelukkig langzaam te overwinnen en durft al wat verder het water in. Ik zie uit mijn ooghoek een schim van iets dat de vorm en grootte van een haai heeft wegschieten. Cool.

Ondanks het mooie koraal moeten we ons wel de vraag stellen of we het hier wel zo leuk vinden. Het is dan wel een plaatje waarvan je heel warm wordt als je zo’n plaats ergens afgebeeld ziet staan. Het is ook een plaatje waarmee je mensen erg jaloers kunt maken, maar dat plaatje zou alleen maar een oppervlakkig beeld schetsen van deze plek. Coral Bay heeft ook een groot aantal nadelen, waarvan de belangrijkste is dat het hier gewoon veel en veel te toeristisch is. Als je een stukje over het strand loopt ben je wel weer met weinig anderen, maar het water wordt wel door heel veel mensen gebruikt. Vanaf het strand in Coral Bay worden grote aantallen patser boten te water gelaten, die heen en weer over het rif varen. In het water moet je serieus opletten dat je niet wordt overvaren. Het is dan ook weer typisch Australisch: dit is zogenaamd een beschermd gebied, maar je kunt vervolgens wel alles doen met je boot. Voor Australiërs geldt het gezegde: ‘ik vis, dus ik ben’. Ook hier gaat dat op. De mensen staan hier niet met hun hengels niet op het strand, maar ze gaan met hun boot boven het rif liggen om daar tussen de snorkelende mensen te vissen. Er bestaan wel regels, maar die meer betrekking op de minimale grootte van een vis die er gevangen mag worden. Iets ten noorden van Coral Bay ligt zelfs een gebied waar je op het rif mag spelen met je waterscooter. Waarom zou je dat überhaupt boven een rif willen en moeten doen? Er zijn hier gewoon te veel mensen. Het is hier eigenlijk niets meer dan een ordinair pretpark. Terug op de camping blijkt dat privacy hier ook niet bestaat. We zijn volledig ingebouwd, terwijl de rest van de camping nog lege plekken genoeg heeft. Op deze camping zijn ze alleen maar uit op je geld. In het bieden van kwaliteit zijn ze niet geïnteresseerd. De camping is al duur, maar wil je de BBQ gebruiken, dan moet je daar nog steeds 1 dollar voor betalen. Hier zijn dan wel weer veel jongeren, maar daardoor is eigenlijk niets anders dan een partycentrum. Het vinden van gelijkgestemden is moeilijk.
We hadden eigenlijk gepland om nog een dag langer in Quobba te blijven, ware het niet dat onze brander kapot is en we weer 90 kilometer terug moeten rijden naar Carnarvon. In Carnarvon vullen we onze versvoorraad aan en schaffen een nieuw kooktoestel aan voor $ 30. We kopen er direct 12 gasflessen bij voor $ 2,50 per stuk. We trakteren ons nog een keer op een mok cappuccino op het terras. Het is behoorlijk relaxed dat we weer genoeg geld hebben, waardoor we wat meer kunnen genieten. Bij het tankstation vullen we onze jerrycans met water, want de komende 610 kilometer is water schaars. Vanaf Carnarvon is het ruim 200 kilometer naar Coral Bay. We zijn die lange afstanden inmiddels wel gewend, maar voor iemand die nog nooit in Australië is geweest zullen deze afstanden niet zijn voor te stellen. Helmaal niet omdat je gedurende die 200 kilometer helemaal niets tegenkomt. De lucht is zoals gewoonlijk blauw, zonder dat er ook maar een wolkje is te zien. De bush waar we doorheen rijden is vergelijkbaar met een licht glooiend vergeeld en vergrasd heidelandschap. Zo ongeveer 50 kilometer voor Coral Bay zien we dat er een steeds groter wordend aantal termietenheuvels in het landschap staat. Eerst zien we er maar een en dan zien we er honderden zover het oog reikt. Ze hebben stuk voor de stuk de kleur van de rode aarde in variëren in hoogte van halve tot ruim twee meter. Een nadere inspectie van deze bouwwerken zal zeker volgen. We registreren dat we om 13.14 uur de Tropic of Capricorn kruizen. Volgens Floor ‘een zeer bijzondere ervaring, die nog enige tijd natintelde in mijn buik!’ Coral Bay is een toeristenplaats van de eerst orde. Het ligt bij het meest zuidelijke punt van het Ningaloo Reef. Coral Bay is beroemd omdat het koraal hier een meter van het strand al begint. Er zijn hier twee grote, drukke en veel te dure campings. Wij zoeken de minst beroerde van de twee uit, waar we nog steeds $ 25,75 moeten betalen voor een plek zonder schaduw. Hoe durven ze dit soort absurde bedragen te vragen. Het is de duurste camping sinds Melbourne. Het is vandaag knetter warm, waarvan we meten dat het 33 graden in de schaduw is. Dit is wel weer een riante temperatuur om te zwemmen. Naast onze komt een stel te zijn dat sinds hun auto in Perth is komen de overlijden, al liftend verder aan het reizen is. We gaan met elkaar naar het strand, waar we nog een paar mensen ontmoeten. We kunnen gerust stellen dat Coral Bay onze eerste tropische strand ervaring is. Wat we hebben gezocht in Azie, hebben we hier gevonden. De zee is turkoois en donker blauw, het strand is wit, de lucht is blauw en de zon gaat hier langzaam onder in een oranje bol. Het enige nadeel is dat het water van de zee nog steeds niet warm is. Dit is wel een plek waarbij je zou willen dat je nu een telefoon met camera zou hebben, om een foto te kunnen sturen naar de werkende mensen thuis. Al snorkelend in de baai komen we een paar roggen en een shark ray, dat inderdaad qua beeld een kruising is tussen een rog en een haai. Veel meer vissen zijn er niet te zien. Door al het op- wervelende zand is het water in de baai voor de campings erg troebel. Het zichtbare koraal is van het type dood. We denken dat het is veroorzaakt door het grote aantal boten dat hier te water wordt gelaten en door het water ploegt.

3.23 - Australië | Fremantle - Perth

We hebben vandaag twee activiteiten op de agenda staan: werk zoeken en met spoed op zoek naar een andere camping. Vanaf de camping is het een paar honderd meter lopen naar de bushalte waar we de gratis Cat Bus kunnen nemen naar het centrum van Fremantle. De omgeving van de camping is weer typisch voor veel Australische campings: de camping ligt midden in een verlopen industriegebied. Fremantle zelf is wel een aantrekkelijk stadje. Het centrum bestaat uit kronkelende straten met 'oude' gebouwen uit het einde van de 19e eeuw. De huizen zijn mooi, gevarieerd en niet zo belachelijk groot als overal elders. Dit alles geeft Fremantle een prettige uitstraling.

We bezoeken een internet café om onze CV's een update te geven. Na tien minuten zijn onze CV's klaar en afgedrukt en gaan we met frisse moed op zoek naar een baan. Helaas is het in de bibliotheek niet toegestaan gebruik te maken van het Internet als je geen lid ben. Dat wordt dus een onderzoek per benenwagen. Bij de eerste paar uitzendbureaus komen we geen steek verder, want deze worden gesubsidieerd door de Australische overheid en staan daarom alleen open voor Australiërs. We verkrijgen wel een uitgebreide lijst van recruitment agency's in de regio Perth. Doordat we zo lekker aan het struinen zijn zien we veel van Fremantle. We komen alleen geen steek verder, want geholpen worden we eigenlijk nergens. Morgen proberen we het wel in Perth.

In de middag rijden we een rondje langs verschillende campings in Perth. Het rijden in de stad is wel weer even wennen, want we hebben zo lang op rustige wegen gereden. We gaan eerst op zoek naar een camping die vlak aan het strand zou moeten liggen. Met veel moeite vinden we deze, maar daarvan kunnen we concluderen dat het geen camping genoemd mag worden. Een plaats langs een drukke weg zou $ 26 kosten, terwijl de camping zelf niet veel groter is dan een flinke achtertuin van een woning. Dan hebben we keuze uit twee andere campings, waar vriendelijkheid geen unique-selling-point is, omdat ze daar beiden in uitblinken. De camping in Karrinyup steekt echter met kop en schouders overal boven uit. Ze hebben daar alle ruimte, een relaxte keuken, een mooie omgeving en zacht groen gras. Het loont duidelijk om verder te kijken dan dat de meeste neuzen lang zijn. Het is onbegrijpelijk dat de camping in Fremantle zo populair is.

De camping in Karrinyup kost $ 29 voor de eerste nacht. Dit is wel flink aan de prijs, maar dan hebben we ook wel een hele goede plek. We staan ergens achteraan, op een groen en zacht grasveld waaruit blijkt dat tentenbezitters (kampeerders dus) op deze camping niet worden gediscrimineerd. Het is ons al vaker opgevallen dat wanneer je een 'powered-spot' neemt, je op een afgekaderde plek zit tussen de meute. Met een 'non-powered spot' zoek je het zelf maar lekker uit waar je wilt staan. We proberen altijd zo veel mogelijk ruimte te claimen als compensatie voor de enorme caravans die hetzelfde bedrag betalen voor de camping. We zetten onze tent op, verslepen een grote kampeertafel, zodat deze onderdeel wordt van ons kamp en aanschouwen het resultaat. De zon blijft maar schijnen. Het is zelfs warm. We besluiten dat we wel een keer zon en rust hebben verdiend. Dat solliciteren komt morgen wel en daarnaast hebben we gisteren al met de eigenaar van deze camping gesproken over de mogelijkheid van werk. Hij wist te melden dat de bloemkwekerij naast de camping nog mensen nodig had vanwege Moederdag.
We zijn ’s ochtends weer heel vroeg wakker. We genieten rustig van ons ontbijt, waarna we onze spullen weer inpakken. Als we alles hebben ingepakt is de ranger nog steeds niet langs geweest om de $ 10,- te innen die we eigenlijk zijn verschuldigd voor deze overnachting. Zo’n gratis overnachting vinden wij niet vervelend. We gaan het nu maar proberen in Porongurop. Daar aangekomen blijkt dat de Australiërs er ook van houden om op zondag een wandeling te maken. We hadden duidelijk niet naar de Stirling Ranges hoeven te gaan, want het is hier veel mooier en het is hier ook nog eens mooi weer. We lopen langs bijzondere planten en bloemen. De top hebben we zo bereikt. Eerst lopen we langs ‘Balancing Rock’, dit is een groot stuk graniet dat perfect op een punt is gebalanceerd. Dan kruipen en klauteren we door een paar spleten en komen we via een ladder op een loodrecht stuk graniet uit. Deze geweldig mooie wandeling vinden we in zo maar een nationaal park in Australië. Op de weg terug komen we toevallig langs een camping die helemaal fantastisch blijkt te zijn. Deze staat als ‘non-star-rated’ in onze gids. We wisten al dat camping relaxter en beter zijn hoe minder sterren ze hebben. We komen er achter dat non-star-rated betekent dat er nog geen bezoek is geweest van de RAC (de Australische ANWB). Een bezoek dat de camping zelf moet aanvragen. Deze camping heeft er bewust voor gekozen om geen ster-vermelding te krijgen om ongewenst publiek buiten de deur te houden. De mensen zijn hier super vriendelijk. Voor $ 18,- hebben we, zoals gewoonlijk op dit soort campings, een van de groter en betere plekken. We proberen een potje te tennissen, maar dat is geen succes, want Floor is niet zo’n sportief typje. De lucht is blauw, het zonnetje schijnt. We vinden het hier bijzonder prettig. ’s Avonds koelt het flink af, maar dat is hier geen probleem, want er is een riante keuken en een zitkamer met haardvuur. Het is zelfs gezellig te noemen. We ontmoeten een stel uit Perth met wie we samen de reizende senioren proberen te begrijpen. We worden door hun uitgenodigd om bij hen in Perth te komen eten.

We komen met de twee Australiërs tot de conclusie dat al die reizende bejaarden toch echt wel vervelend zijn. We wisten natuurlijk al dat de vergrijzing van de samenleving niet alleen maar veel geld gaat kosten. Wij zullen naar alle waarschijnlijkheid nooit zo veel geld te besteden hebben, als wij toetreden tot de grijze parade. De huidige oude(re) generatie in Australië is precies hetzelfde als die in Nederland. Ze zijn reeds gestopt met werken of ze bekleding nog een functie met een riant salaris. Maar zeker zijn ze in het bezit van een riante woning, die enorm in waarde is gestegen sinds hun aankoop vele jaren geleden. Het resultaat daarvan is lage kosten, maar wel een riante financiële reserve in de vorm van een eigen woning. Ook zijn ze in het bezit van tweede huizen, dure auto’s, boten en zo voort. Deze spullen zijn natuurlijk niet met contact geld betaald kunnen worden, maar wel door het afsluiten van een 2e of zelfs 3e hypotheek op de overwaarde. Dat soort dingen hoeven wij straks niet te proberen. Het resultaat is dat de oude(re) generatie zeer materialistisch is ingesteld en hun luxeleven niet op wil geven. Als een steeds groter wordende groep zijn zij politiek natuurlijk zeer interessant. Het gevolg daarvan zal een scheve vertegenwoordiging zijn in de politiek. Een voorbeeld daarvan is de populariteit van het CDA in Nederland. De seniorenpartij bij uitstek. Je komt de bejaarden ook overal tegen. Heel de Australische oudere generatie lijkt in het bezit te zijn van een camper, of zelfs gehele bussen, inclusief trailer met auto en/of boot. Het lijkt ook alsof ze niets willen of durven opgeven want ze hebben een enorme hoeveelheid luxe producten bij zich. Natuurlijk hebben ze allemaal een televisie, stereo, koelkast en dat soort ‘standaard’ producten. Een groot deel heeft ook een digitale (video) camera bij zich en een laptop voor de opslag en bewerking van de opnamen. We zijn zelfs units tegengekomen met ovens, wasmachines en de dan ‘noodzakelijke’ beveiliging. Wij als zogenaamd materialistisch ingestelde jongeren hebben weinig luxe producten bij ons. Onze luxe is dat we op reis zijn. Het probleem is ook dat het op veel plekken erg druk is met bejaarden, die zeer gezellig in hun caravan zitten en altijd hetzelfde gesprek met je willen hebben. We hebben gemerkt dat de meeste van deze mensen nog nooit buiten Australië is geweest. Een gesprek met deze bejaarden wordt meestal gekenmerkt door een enorme oppervlakkigheid. Door al deze bezittende bejaarden staan de powered-spots op de camping bijna altijd bomvol. Een goede camping heeft ook een riant gebied voor tenten (unpowered). Wat er door de verschillende groepen betaald moet worden is eigenlijk belachelijk. Een enorme bus met aanhanger hoeft maar twee dollar meer te betalen dat wij met ons kleine tentje. Gelukkig kunnen we de bejaarden vrij goed vermijden door zo veel als mogelijk op bushcampings te staan. Helaas wordt het steeds moeilijker om echte eenzaamheid te vinden in Australië.
We worden gewekt door een vlucht luidruchtige kaketoes, van die witte vogels met een gele kuif en een roze buik. We negeren zo goed en zo kwaad als het kan de vele vliegen, terwijl we genieten van het ontbijt op deze bijzondere plek. Als we de auto inpakken om naar Port Augusta te rijden, komen we erachter dat we voor het eerst iets zijn kwijtgeraakt. Een van de slaapzakken is niet meer. De slaapzak moet ergens uit de auto zijn gevallen. We slapen tegenwoordig onder een dekbed dus nodig hebben we ze niet. Neemt niet weg dat het balen is, want het zijn erg fijne en vooral kleine slaapzakken. Via een scenec drive over een dirtroad door het zuidelijk deel van de Flinders Ranges, komen we weer door Hawker. Daar willen we voor het eerst ons goedkope benzine uit de jerrycan in de tank gooien. Dit blijkt niet zonder een grote trechter van $ 6,- te werken.

Port Augusta ligt aan het einde van een smalle zeearm. We naderen dit belangrijke knooppunt vanaf en hoog en vooral weids plateau. Al het verkeer uit het oosten van Australië dat naar het westen of het noorden moet, komt hier door heen. Voor het eerst zien we dan ook de oversized vrachtwagens: de 'road-trains'. Het uitzicht wordt gedomineerd door de energiecentrale, waar de kolen uit Copley wordt omgezet in elektriciteit. We waren al 'gewaarschuwd' voor Port Augusta. Australiërs zijn niet bepaald positief over Aboriginals, zonder dat ze racistisch willen worden. Ze waarschuwen je voor eventuele problemen. Zo zijn we geadviseerd om in het westelijk deel van de stad op de camping te staan en vooral dus niet in het oosten. De camping is omgeven door prikkeldraad, waarvan het hek 's avonds op slot gaat. Dat is hier blijkbaar nodig. Dit is niet ons soort camping, maar je hebt niet altijd keus. Voor $ 19 kunnen we hier staan en voorbereidingen maken voor het volgende deel van de reis. Het is weer tijd om alles schoon te maken en op te ruimen.

In Port Augusta hangt een onprettige sfeer. Er hangen overal doelloze Aboriginals rond in morsige en versleten kleding en op blote voeten. Het is best een treurig gezicht, maar wat moet je hier nou mee? De Aboriginals schijnen niet te werken en lijken zich vooral met alcohol bezig te houden. Dit levert natuurlijk problemen op en daarom mag er op publieke plekken niet worden gedronken. De inwoners van Port Augusta zijn verre van vriendelijk. Gegroet wordt er niet, negeren des te meer. De mensen zijn ook significant dikker en onaantrekkelijker dan elders. Wie wil er nou op zo'n plek wonen? Als je de keuze hebt, dan moet je hier echt weg zijn. Dit is een heel ander type Australië dan dat we eerder zijn tegen gekomen. Gelukkig hebben ze hier wel weer een bibliotheek, waar we gratis gebruik kunnen maken van het internet.

Tussen de middag trakteren we ons op de grootste 'whopper' die we hier kunnen krijgen. De Burger King heet hier dan wel 'Hungry Jacks', omdat de naam Burger King al in gebruik was door een andere keten. Bij de Woolworths slaan we groot in voor de komende periode: de oversteek van de Nullarbor. Voor meer dan $ 100,- kopen we pasta en chicken tonight benodigdheden, een grote hoeveelheid snacks en al het andere om de maag rustig te houden. Op de camping raken we aan de praat met een echtpaar uit Melbourne dat op hun Harley op weg is naar Alice Springs. We zijn blij dat we af en toe leuke mensen tegen komen. Mensen die op dezelfde golflengte zitten. Mensen waarmee we een gezellige avond kunnen hebben.
Ik zit er nog even aan te denken om vandaag te gaan werken. Maar ja, waarom zou ik mij voor $ 50,- uit gaan sloven, terwijl Floor mijn hulp veel beter kan gebruiken? Ze knapt langzaam maar zeker op, maar de pijn is in lichte mate nog steeds aanwezig. Het is dus goed dat ik aanwezig ben om haar drie keer per dag te voorzien van eten en meerdere keren voor kopjes thee. Ik heb speciaal voor Floor een jerrycan met bronwater gekocht, want ze durft nog niet van het kraanwater te drinken. Tussendoor doe ik nog de nodige aankopen die we straks nodig denken te hebben. Zo hebben we extra haringen nodig, maar rotspennen blijken ze hier niet te kennen. Ook kopen we een stalen jerrycan voor 20 liter benzine. We hebben namelijk gesignaleerd dat de prijzen van benzine nogal verschillen per plaats en per dagdeel. Aangezien de zon nogal fel is koop ik ook een 'stoere' zonnebril, die ik over mijn normale bril kan dragen. Een goed alternatief voor een zonnebril op sterkte.

Aangezien je het van winkelen warm krijgt, is een bezoek aan de zee geen straf. De lucht is stralend blauw met een temperatuur van rond de 28 graden. De zee is kristalhelder en het water heerlijk warm. Na een uurtje te hebben gezwommen (zonder haaien gezien te hebben) rij ik door naar de supermarkt, waar ik mij niet kan bedwingen om buiten het eten voor die avond, stokbrood, echte kaas en leverworst te kopen. Lekker eten is erg belangrijk. Floor eet het allemaal zonder problemen op. Het gaat inmiddels weer zo goed dat we een kleine wandeling maken door het naast de camping gelegen natuurgebied. Ze zijn daar bezig om de in het gebied aanwezige kreek weer terug te brengen in de natuurlijke staat. Dit betekent dat de uitheemse soorten (wilgen en populieren) worden verwijderd. In Nederland zijn dat juist de inheemse soorten. In de bomen zitten enorm veel ruziemakende papegaaien.

's Avonds gebruiken we de camping barbecue, waarop we een lekker stuk vlees, gebakken zoete aardappel en sugar snaps (suiker erwt) klaar maken. We delen de barbecue met een familie die op de camping haar familie ruïne heeft. We worden direct door hen opgenomen en krijgen een biertje en champagne aangeboden. Spontaan worden we door een vrouw uitgenodigd om bij haar langs te komen. Ze woont ergens ten noorden van Melbourne. Australiërs zijn erg spontaan, aardig en relaxed.

 

Pagina 1 van 2
Ga naar boven