5.27 - Australië | Newman

Het is wel weer een vermelding waard dat we er een uitermate relaxed tempo op na houden. Ik heb al eerder geschreven over het Engelse stel dat in anderhalve week van Exmouth naar Darwin is gereden. Nu wil het geval dat wij sinds ons vertrek uit Exmouth 11 dagen onderweg zijn, maar nog niet verder zijn gekomen dan Newman. De LP schrijft alleen over Exmouth, Karijini en Broome, waardoor er daartussen geen andere reizigers zijn te vinden. Wij hebben geen haast en rijden straks rustig richting Broome. Daarna langs de Kimberley, om af te zakken naar Alice Springs in het midden van Australië. Daarna gaan we weer naar boven, waar we de laatste weken zullen doorbrengen in Darwin en omgeving. Vanaf Darwin willen we per vliegtuig naar Azië en verder naar Onze plannen veranderen echter met de dag. Dat we nu in Newman zijn, hadden we ook niet eerder kunnen bedenken. Vanaf Exmouth zijn we nu al met onze vierde routevariant bezig.

Newman hebben we om twee reden toegevoegd aan onze itinerary. Niet alleen omdat we het vertrek uit de fantastisch mooie Pilbara willen uitstellen. Ook om de grootste ijzerertsmijn ter wereld te bezoeken. Newman zelf is een prettige plaats, wat vooral komt door de vele bomen die er zijn gepland. De afwezigheid van bomen was echt het grote probleem met de plaatsen in South Australia. Newman is genoemd naar Mount Newman. ‘Ontdekt’ in 1896, maar pas na de ontdekking van een enorme ertsvoorraad (Mount Whaleback) in 1957, wordt er een begin gemaakt met de aanleg van Newman door BHP. Weer wat later wordt Newman voor één dollar verkocht aan de overheid en is Newman een normale plaats met normaal bestuur. Alhoewel BHP wel 60% van de woningen bezit en ook alles sponsort wat er te sponsoren valt. Zoals bijvoorbeeld de bibliotheek, die beschikt over nieuwe computers en een jaloersmakende collectie boeken. Bibliotheken zijn voor ons de plek waar we onze foto’s kunnen uitzoeken en nieuwe verhalen kunnen schrijven op de website. In Newman werk je voor de mijn of voor de overheid. Een andere keuze is er niet. Newman is tegenwoordig ook dat administratieve centrum van de gemeente (Shire) East Pilbara. Deze gemeente is de op 2 na grootste gemeente ter wereld en zelfs groter dan het hele land Noorwegen. De gemeente heeft het gigantische aantal van 12.000 inwoners, waarvan de meeste in Newman wonen.
Wat doe je op een zondag? Juist, dan bezoek je de grootste open ijzerertsmijn ter wereld. Kosten: $ 20 per persoon. Nonchalant gaan we op het punt staan waar we weten dat de bus zal stoppen. Als we een keer meegaan op een toer, willen we ook de beste plaatsen hebben. De rest van de deelnemers beseft nauwelijks waar we naar toe gaan. De gemiddelde leeftijd van onze mede toergroepers ligt tussen de 70 en 80 jaar. De bejaarden maken lelijke foto's van evenzo lelijke en zinloze situaties. Waarom zou je een foto maken van een bord met daarop geschreven 'Visitor Center'? De gids geeft een korte introductie en vraagt of er nog vragen zijn. Hierop reageerd een zinloze oudere met de vraag 'Sorry, what's your name again?' Net zoals in Tom Price gaan we op toer omdat het nou eenmaal de enige mogelijkheid is om de mijn te zien. De mijn is van BHP Billiton. Deze mijnbouwreus is voor de helft Australisch en voor de andere helft Zuid-Afrikaans. Het is het grootste mijnbedrijf ter wereld met activiteiten in 20 landen.

Net als de concurrent Rio Tinto, bezit BHP een groot aantal mijnen in deze regio, een gigantisch eigen spoorwegnet, havenfaciliteiten in Port Hedland, energiecentrales en ga zo maar door. BHP heeft ook grote belangen in de olie-industrie, waardoor de enorme eigen olie consumptie betaalbaar blijft. Japan en China zijn de grootste afnemers. Deze mijn is groot. Reusachtig groot. We kijken in een gat van 2 bij 5 km, met een diepte van bijna 500 m. En dan rekenen we de berg die inmiddels is verdwenen niet bij het gat, wat anders 1.700 meter diep zou zijn. Het gat waar we inkijken was eerst een berg van 800 m hoog. Sinds 1969 is er al meer dan 1 miljard ton ijzererts afgevoerd. Het is de verwachting dat er nog voor 25 jaar ijzererts te winnen is. Zagen we in Tom Price maar een handvol enorme trucks, hier zien we er tientallen rijden. Ze rijden voor en achter ons. Ze halen ons in, terwijl alleen al de wielen hoger zijn dan onze bus. Met tientallen zien we ze rondrijden in het giga-gat, waar op acht verschillende locaties tegelijk wordt gemijnd. Alles van deze mijn gaat je voorstellingsvermogen te boven. Elke truc kost drieënhalf miljoen dollar. De banden zijn 3,6 meter in diameter en wegen 5 ton per stuk. Elke band kost $ 50.000 en gaat 9-12 maanden mee. Eén truck kan 200 ton ijzererts verplaatsen. Alles is hier groter en efficiënter dan in Tom Price. Dit hadden we niet willen missen.
Omdat we nu wel even genoeg kloven hebben gezien en we niet verwachten dat het nog bijzonderder kan, rijden we terug naar Tom Price. Terug naar Tom Price omdat we de mijn nog willen bezoeken. Vanaf Weano is het ruim 60 kilometer over een rode gravelweg naar de hoofdweg. Omdat we zuinig zijn op onze auto, duurt het een eeuwigheid. Rijden op gravel is vermoeiend. Niet alleen omdat alles rammelt en trilt, maar ook omdat je uiterst geconcentreerd moet rijden, omdat de kwaliteit van de weg snel kan veranderen. Meestal wijst een verschil in kleur op een verandering van kwaliteit. Op dirtroads rijden is bijzonder cool en kan niet ontbreken in de betere Australia experience, maar toch zijn we altijd weer blij als we het gladde asfalt weer hebben bereikt.

In Tom Price rijden we naar het visitor centre om ons in te schrijven voor de mijntoer van morgen, waarvoor de kosten 19 dollar per persoon bedragen. ‘Jeroen en Floor on tour’…. Iets dat we sinds ons Driekloven debacle in China niet meer hebben gedaan. Het is lichtelijk tegen onze zin en ons principe, maar helaas is een individueel bezoek aan de mijn uitgesloten. Als we ons weer hebben geïnstalleerd op de camping is het tijd voor een lange, hete douche. We kunnen best een aantal dagen zonder wasbeurt, maar daarna is een hete douche en een scheerbeurt geen straf. De camping in Tom Price is uitermate geschikt voor het betere sanitaire onderhoud. De inmiddels rode auto wassen we later wel. Het opzetten van de tent gaat inmiddels al wat beter, omdat we weten dat we onze rotspennen met veel kracht in de solide klomp ijzererts moeten rammen. We grappen dat kampeerders die er in slagen hun tent op deze bodem op te zetten, direct een carrière bij de mijn moet worden aangeboden. De eigenaar van de camping rijdt ’s avonds nog een inspectierondje over de camping, om er zeker van te zijn dat er geen illegale kampeerders zijn neergestreken. Veel reizigers met busjes hebben er namelijk een handje van in het donker de camping op te rijden om gratis te kunnen staan. Best wel sneu, want gratis kamperen is wat ze willen, maar zonder toilet en douche kunnen ze niet. Wees dan een echte held en sta in het vrije veld en betaal voor die incidentele keer dat je een douche nodig hebt.

De volgende ochtend om 9.30 uur gaat de mijntour van start. We zijn verreweg de jongste deelnemers. De overige deelnemers zijn zo oud, dat wij in het geheel geen effect hebben op de gemiddelde leeftijd. Aangezien wij in China veel ervaring hebben opgedaan met het bemachtigen van de beste plekken , slagen wij er dit keer ook in om de plaatsen voorin de bus te kapen. De bus is net op weg, wanneer onze tourgroep-fobie wordt bevestigd wanneer de buschauffeur annex tourguide zichzelf voorstelt met het legendarische ‘I’m your tourguide, my name is Bob’,
waarop de groep en masse uitroept: ‘Goodmorning Bob’. De tour brengt ons naar Mount Tom Price. Dit is de locatie van de grootse ijzerertsmijn van de Rio Tinto Group. Deze mijn vormt samen met zes andere mijnen in de regio onderdeel van Hamersley Iron. Het geheel bezit een eigen spoorwegnet, treinen en havenfaciliteiten in Dampier. Het spoorwegnetwerk is 638 kilometer lang. De gemiddeld 2,4 kilometer lange ersttreinen, bestaan uit 220 wagons met elk 105 ton laadvermogen en worden getrokken door twee diesellocomotieven. Vanaf Mount Tom Price vertrekken dagelijks zes treinen naar Dampier. Daar wordt de erts tot een ideale mix vermengd met de erts uit de andere zes mijnen van Hamersley Iron. Vervolgens wordt deze erts in de grootste schepen ter wereld geladen met bestemming China en Japan.

De mijntour is erg cool. We rijden door de hekken en langs de rooduitgeslagen installaties. We zien de gigantische ‘haul-trucks’, die 200 ton erts per keer naar de ‘crushers’ transporteren. Alles hier is gigantisch. De graafmachines (excavators en shovels), de rijdende watertanks die continue sproeien tegen het stof en de ‘pit’ zelf. We rijden naar een uitzichtpunt, vanaf waar we uitkijken op het enorme gat dat zich voor en onder ons uitstrekt. Beetje bij beetje wordt de berg naar andere delen van de wereld getransporteerd. De eerste stap in het proces is het onderzoek naar de plek waar beste erts te winnen is. Vervolgens wordt de gekozen zone klaargemaakt voor ‘mining’ door een groot aantal explosieven in de grond te plaatsen. Na een enorme explosie en een minsten zo’n enorme stofwolk, gaan de ‘mean-machines’ aan het werk. Erg indrukwekkend om die grote machines aan het werk te zien, maar we vinden het aantal nogal tegenvallen. Naar ons idee wordt er ook weinig efficiënt gewerkt, want regelmatig zien we een volgeladen shovel wachten op een lege truck. De haul-trucks transporteren het erts naar de ‘crushers’. Waar de grote stenen worden vermalen tot erts met een grootte van 10-16 mm. Al dat heen en weer rijden is niet gratis. Per gereden kilometer verbruikt een haul-trucks 20 liter diesel. Per etmaal verbruikt zo’n truck 4.920 liter diesel. Via kilometers lange lopende banden wordt het vermalen erts naar het laadstation getransporteerd. Dit is in feite een groot uitgevallen trechter, waaronder een treintunnel is aangelegd. Het volledig vullen van een trein met 220 wagons duurt vier uur. Tom Price is door Rio Tinto aangelegd voor de medewerkers van de mijn. Nog steeds is 60 procent van de woningen in eigendom van het bedrijf. Iedere werknemer kan in aanmerking komen voor gesubsidieerde woonruimte (200 dollar per maand). De salarissen liggen daarnaast nog eens erg hoog en wij hebben de indruk dat Tom Price helemaal geen beroerde plek is om te wonen.
Ga naar boven