Slapen in de auto is ontzettend aangenaam. ‘s Nachts kijk je door de ramen naar de nachtelijke sterrenhemel. Wakker word je met het eerste ochtendlicht. Vanuit de auto zien we de wereld langzaam kleur krijgen. De zon komt iedere dag mooi op, maar er zijn nooit wolken om het nog mooier te maken. Wolken zijn hier sowieso een zeldzaam verschijnsel. Langzaam zien we de rotswand oranje worden aangelicht. In de ochtend en tegen de avond, wordt de kleur van het steen diep donkerrood. Bijna tegen paarsbruin aan. De vogels kwetteren en kwetteren nog wat meer. De wilde bloemen in het veld maken de wereld nog mooier dan die al was. Als de berg waar we op uit kijken voldoende rood is aangelicht, staan we op om een kopje koffie te zetten. Het is gelukkig niet meer zo koud als de afgelopen periode. Wel hebben we ‘s ochtends nog twee dikke truien nodig. We lijken langzaam maar zeker noordelijk genoeg te komen om de Australische winter achter ons te laten. Overdag hebben we weer genoeg aan alleen een T-shirt.

Het ontbijt bestaat uit gebakken eieren met koffie en thee. Het inruimen van de auto is zo gebeurd, want we zijn inmiddels erg handig in het organiseren. Alles heeft een vaste plek, waardoor alles perfect past en ook nog eens makkelijk is te vinden. Wie niet veel heeft, hoeft ook niet veel te zoeken. Klaar om te vertrekken, maar niet voordat we de kloof verkennen die direct in het verlengde van de rest area begint. We klauteren over stenen en boomstronken en zien een kleine uil. Slangen laten zich echter nog steeds niet zien. Het wordt echt wel eens tijd voor onze eerste levende slang. De kloof is minder diep dan we dachten, dus de ochtendwandeling is maar een korte. Doordat we elke dag actief bezig zijn, voelen we ons erg gezond. We vragen ons af hoe het straks in Nederland moet. Als we hier worden ingehaald door een andere auto, worden we al misselijk van de uitlaatgassen. In Nederland zouden we dat niet eens ruiken.  

Vandaag rijden we 289 km. We zijn op weg naar Indee Station. Daarvan hebben gehoord dat een goede stop is. En aangezien de overnachtingen op stations tot dusver tot de beste ervaringen van Australië behoren, maken we hier ook graag een stop voordat we doorrijden naar Port Hedland. De route gaat recht door en over de Hamersley ranges, de Engelse benaming van de Karijini. We vinden de Aboriginal namen wel een stuk mooier en intelligenter klinken dan de Engelse namen. De huidige Engelse namen zijn eigenlijk erg simplistisch en egoïstisch: ik zie een berg dus ik vernoem deze naar mijzelf. Zonder daarbij enige waarde te hechten aan de naam die de Aboriginals er al tienduizenden jaren aan hebben gegeven. Een naam die ook veel meer landschappelijke beschrijving inhoudt.
De Great Northern Highway slingert zich door een paar kloven, waarna we van ruim 700 meter, langzaam maar zeker afdalen naar zeeniveau. Het landschap en de vegetatie beginnen te veranderen. We laten de rode heuvels en bergen van de Karijini achter ons. We zijn weer in ‘Station land’. Dit land wordt intensief begraasd, waardoor de vegetatie minder rijk en divers is. We rijden door een landschap dat is bezaaid met halfronde en ovaalvormige bollen, waarvan het er naar uit ziet dat ze veel ijzer bevatten.

Vanaf de Great Northern Highway draaien we de 9 km lange onverharde oprijlaan van Indee Station op. Daar melden we ons bij de familie, van wie we te horen krijgen dat we maar moeten doen waar we zin in hebben. Per dag moeten we 12 dollar betalen, maar dat hoeven we pas af te rekenen bij vertrek. Omdat er in het uitgestrekte gebied 1.000 runderen rondlopen, kiezen we voor een plek tussen de hekken waar we vrij zijn van koeien. Niet dat we bang zijn voor koeien, maar wel voor het effect van een koe van een paar honderd kilo die per ongeluk over onze scheerlijnen struikelt. Het zou niet het eerste dier zijn dat de scheerlijnen niet ziet. Onze tent zetten we op onder een grote boom. Schaduw, dat is wat we nodig hebben in dit warme klimaat. We kamperen midden tussen de felgekleurde Sturt’s Desert Pea (Swainsona formosa), die bekendstaat om zijn opvallende bloedrode, bladachtige bloemen, die elk een bolvormig, zwart centrum of knobbel hebben. Het is een van de bekendste wilde planten van Australië. De plant komt van nature voor in de droge gebieden van centraal en noordwestelijk Australië.

Vanaf 15.30 uur kan er worden gedoucht met warm water. Dan staan de vuren aan onder de waterketels. Een fantastisch systeem. Douchen is een belevenis, want de douches zijn van hout en golfplaat. De combinatie van het hout en de geur van brandend hout, doet ons denken aan Rusland en Slowakije. Dit is echt geweldig. Opgefrist gaan we naar de 'happy-hour' die door de eigenaar wordt georganiseerd. De Engelse taal heeft geen goede term voor 'een borrel'. Er staan lekkere hapjes op tafel en met de leuke en interessante mensen (alleen maar Australiërs) worden sterke verhalen uitgewisseld. 's Avonds maken we ons eten klaar in de grote keuken van de station. We hebben een gezellige avond met een gezin waarvan de man Nederlandse ouders heeft. Ook nu worden er natuurlijk sterke verhalen uitgewisseld over hoe 'not-normal' dingen zijn in Australië: vliegen, de maan, sommige dorpen. Het wordt grappig als we herinneringen ophalen over boerenkool met worst, kroketten en mayonaise. We blijven Nederlanders.
We zitten nog steeds op campground Lakeside aan het Ningaloo Reef. We hebben echt geen zin om snel weg te gaan van deze zeer bijzondere plek. Waar vind je een natuurcamping als dit, met roofvogels in de lucht, kangoeroes en emus in het veld, terwijl de zee op nog geen 50 meter afstand ligt. Waar ook, hoef je vervolgens maar 30 meter te zwemmen om koraal en tropische vissen te zien. We zijn al die tijd in Australië al op zoek geweest naar een echt mooie plek; die plek hebben we nu gevonden. In tegenstelling tot bijna alle andere reizigers hebben wij echt geen haast. We hebben nog ruim zes maanden te gaan op ons visum en we hoeven helemaal niets. Als we niet verder komen dan Darwin is het ook goed.

Dat is dan wel direct het grote verschil tussen ons en bijna alle andere reizigers, open enkele oudere reiziger na; ze hebben allemaal haast. Veel te bang om iets te moeten missen. Ze reizen in een moordend tempo en hoogtepunt naar hoogtepunt. Ningaloo geven ze gemiddeld twee dagen, want ze hebben geen tijd. We komen daardoor ook bijna nooit al ontmoette reizigers tegen. Wij zijn namelijk altijd de achterblijvers. Qua originaliteit en creativiteit blijkt ook dat het overgrote deel van de reizigers bestaat uit kuddedieren, schapen en reisfundamentalisten. Dit was ons in Azië ook al opgevallen. Met gebruikt de LP op een letterlijke manier. Waar de LP niet over schrijft, zijn geen andere reizigers (backpackers) te vinden. Waar de LP wel over schrijft zijn er in een keer knetter veel backpackers, terwijl we ze daarvoor nooit tegenkomen. In Coral Bay stond het vol, in Exmouth was het nog erger, maar ondertussen staan ze niet op de bushcampings. Wat is dat toch voor een raar gedrag? Zijn de meeste mensen nou echt zo bang voor het onbekend? Durft men niets te missen, terwijl ze niet doorhebben dat ze daardoor juist alles missen? Het maakt ons natuurlijk niets uit. Integendeel! Het vermijden van de massa is daardoor over het algemeen erg gemakkelijk. Wij durven wel te stellen dat het gros van de reizigers weinig boeiende verhalen heeft te vertellen. Ze doen allemaal hetzelfde, ze zien hetzelfde en ze zijn hetzelfde. Steeds meer komen we er achter dat we niet dat soort mensen zijn. Wij willen ontdekken. Het gaat niet om A of B, maar om wat er tussen zit. We hebben onze vakanties altijd al zo ingevuld, dus het heeft niets te maken met het ouder worden. Wij worden ongelukkig van grote, dure en toeristische campings of plaatsen. We zijn in Australië voor de natuur en eigenlijk voor niets anders. Zeldzaam ontmoeten we mensen met wie we een klik hebben. Eigenlijk hebben we ook helemaal geen zin in het oppervlakkige gelul. We vinden het echt niet interessant om ‘gezellig’ te doen met een paar jongeren van 20 jaar, maar energie krijgen we ook niet van de grote hoeveelheid grijze nomaden om ons heen. Het is dus eigenlijk best balen dat er zo weinig mensen zijn van onze leeftijd die, net als wij, voor langere tijd door Australië reizen. Als ze er al zijn, dan hebben ze maar een paar weken, want de carrière, de koopwoning en de kinderen wachten.

Een ander punt blijven natuurlijk de tourgroepen. Ik weet het, ik moet daar over ophouden. Maar toch, tourgroepen blijven iets geweldig fascinerends. Wij zijn daar heel erg duidelijk niet de types voor. Er is een heel grappig verschil tussen zelfstandig en georganiseerd reizen. Als het goed is weet je bij een zelfstandige reis hoogstens globaal wat je gaat tegenkomen. Je reis is daardoor verrassend. De dingen die je beleefd, alles wat je ziet. Na je reis kun je pas vertellen wat je hebt gezien en hebt meegemaakt. Het kan dus eigenlijk nooit tegenvallen. Een georganiseerde reis werkt precies andersom. Je hebt voor die specifieke tour gekozen, omdat je hebt gezien en gelezen wat je precies gaat zien en meemaken. Al voor de reis kun je dus al vertellen wat je gaat zien en beleven. Zo’n reis moet dus vaak tegenvallen. Het leukste vinden wij nog wel de psychologie van de tourgroep deelnemers. Nooit, maar dan ook nooit zeggen deelnemers van een tourgroep gedag tegen voorbijgangers. Al ben je de enige op een verder geheel leeg strand, dan nog wordt je volkomen genegeerd. In het begin waren wij nog wel degenen die groetten, maar na de zoveelste verschrikte blijk zijn we er maar mee gestopt. Komt dit door de werking van de groepscocoon? Een ander fenomeen wordt gevormd door de ‘tourgroepdikkerds’. Het percentage dikke tourgroeppers is groter dan het percentage met een normaal postuur. Uit eigen onderzoek is ook gebleken dat er een 99 procent kans is dat een jonge dikkerd een tourgroepper is. Vandaar dus de naam ‘tourgroepdikkerd’. Het gedrag en deelnemersveld van tourgroeppers is voer voor psychologen. Je moet eigenlijk ook alleen naar Australië komen als je bereidt bent om een auto te kopen of te huren. Reizen met het openbaar vervoer of met tourgroepen is en veel te duur en je mist daardoor ook erg veel. Het programma wordt echt niet aangepast omdat het toevallig een slechte dag is. The show must go on. Met name de kosten zijn ongelooflijk. Zonder eigen vervoer ben je voor de overnachtingen aangewezen op hotels of hostels, wat je minimaal $ 25 voor een bed in een ‘dorm’ kost. Je kunt je reis door Australië volmaken door tours aan elkaar te knopen en tussendoor etappes af te leggen met de Greyhound. Een tour van Exmouth naar Turquoise Bay kost je $ 30. We vragen ons af hoe dat valt te betalen zonder dat je driekwart van de tijd moet werken. Het grootste deel van de tourgroepers is veel te jong om veel te hebben kunnen gespaard.
Het is ’s ochtends geheel windstil, wat een hele verademing is. De golven op het buitenrif zijn ook een stuk lager dan de dagen hiervoor en het water van de zee heeft inderdaad een turkooizen kleur. We gaan vandaag dus maar weer snorkelen. We zijn er wel achter dat het ’s ochtends het beste is om te snorkelen. Dan is er namelijk nog niemand anders. Tussen 11.00 – 13.00 uur is het zicht onder water het beste, omdat dan de zon recht boven je staat. De kleuren komen dan het beste uit en je hebt het minst last van vervelende reflecties. De beste tijden hangen ook samen met het omslagpunt van eb naar vloed of vice versa. Voor die tijden hebben we een getijdentabel. Echt snappen doen we het alleen niet, want de tijdstippen van de getijde wisseling verschuiven en ook de standen verschillen. Dat het met de maan heeft te maken is ons wel bekend, maar hoe dat nou precies werkt. Hoe weten ze de tijdstippen de waterstanden zo goed te voorspellen? Er zijn nog zo veel dingen waar we achter moeten komen. In dat opzicht zou het wel erg handig is om altijd en overal Internet ter beschikking te hebben. Nu blijven we regelmatig met onbeantwoorde vragen zitten.

Maar gelukkig is er het Visitor Center, waar ze een bibliotheek hebben en waar je films kunt kijken over dit gebied. We zijn als het ware van ons huis op weg naar een gratis bioscoop. We vragen de documentaire ‘Natural Ningaloo’ aan, die op een groot scherm wordt vertoond. Het is een bijzonder mooie onderwater documentaire over het leven in en rond het Ningaloo Reef; van plankton tot de walvishaai. De meeste vissen die een gastrol hebben in de documentaire zijn we in het echt al tegengekomen. Door deze film hoe en waar we onder water op moeten letten en wat we zoal nog meer kunnen tegenkomen. Na de film kunnen we niet wachten om het water weer in te gaan. Het water is vandaag rustig en zeer helder. Floor blijft aan de rand van het koraal om zich op de details te storten. Ik ga water verder weg. Het speuren onder en tussen het koraal wordt beloond, want daar liggen vaak de grote vissen verscholen. Op dezelfde plek als eerder kom ik de lionfish weer tegen. Deze schijnt vaak samen te leven met de stonefish, maar als die er al is, dan onderscheid ik deze niet van de omgeving. Het met de stroming meedeinen van de poliepen blijft een fantastisch gezicht. Het leuke aan een beetje rondzwemmen tussen de koralen is dat je bij toeval van alles kunt tegenkomen. Het is bijzonder om te merken dat je iedere keer weer nieuwe vissen en koralen ontdekt. Hoe helderde het water hoe meer succes je natuurlijk hebt. In het heldere water kun de grote vissen en schilpadden al van ver zien aankomen.

Vanwege de helderheid van het water heb ik een groot aantal grote pijlstaartroggen gezien op de zanderige bodem, met een dikke straat die als een soort veer eindigt. Vaak zijn de staart en de ogen als enige zichtbaar, terwijl het lichaam onder het zand verborgen ligt. Natuurlijk zien weer de grote aantallen vissen in alle kleuren van de regenboog. Felgele en felblauwe visjes schieten tussen het koraal of verschuilen zich tussen de veilige anemonen als we te dichtbij komen. Onder water is het als een sprookje zo mooi. Bet valt ons op dat we dezelfde vissen op dezelfde plek blijven tegenkomen. Vissen zijn blijkbaar honkvast. Voor de derde zone met koraal vind ik iedere keer weer dezelfde grote schol snapper, sea mullet en trevally. Ik heb nog een geweldige close-encouter met een rifhaai, waar ik vijf minuten mee heb kunnen zwemmen. Ik kwam de haai tegen op dezelfde plek als waar ik deze al eerder had zien rusten in een holte tussen het koraal. Nu had ik de kans om de haai te dicht te naderen en te volgen, terwijl deze een grote cirkel maakte om weer terug te keren naar dezelfde rustplaats. Zelfs Floor durft nu verder te gaan dan de vorige keren. Er zijn nu geen merkbare sterke stromingen. De temperatuur van het water is nu ook veel gelijkmatiger. Niet meer van die koude en warme stromingen die elkaar afwisselen. De buurman is ondertussen bezig om de weinige bomen die er staan te snoeien, omdat hij last heeft van de takken wanneer hij er langs moet. We zien veel grote vissen. Ook de grootste die we tot dusver zijn tegengekomen. Een dik, lang, brui met wit gespikkelde patatocod. Terwijl wij in het water lagen en onder de indruk waren van de ‘patatocod’ van 1-2 meter, werden er door mensen aan de kant twee Dugongs gesignaleerd die vlak langs ons zwommen.
Podverdomme wat waait het hard. Nee, je weet echt niet hoe hard het waait. Het stormt. We mogen blij zijn dat we een tent hebben die ontworpen is om harde wind te weerstaan en dat we nog enigszins beschut staan achter de bomen. De meeste kampeerplekken in dit NP hebben namelijk in het geheel geen bomen, waardoor de wind en de zon vrij spel hebben. Hoe komen we aan kokend water voor de koffie en de thee. Met windkracht 80, heeft ons nieuwe kooktoestel, dat officieel een hitte efficiëntie heeft van 51 procent?, een efficiëntie van -85 procent. Achter de duinen, op het strand, waait het gelukkig een stuk minder. Dat wordt dus een ontbijt op het strand, wat zeker geen straf is. Vanaf welke ‘ontbijttafel’ heb je nou een uitzicht op een tropische lagune vol met koraal en mooie vissen. Wat ook mooi is, is de grote varaan, van het type perentie of goanna, die bijzonder rustig door ons kamp kwam stappen en zich niet al te druk zat te maken over deze ‘trespassing’.

Aangezien de wind maar niet gaat liggen, besluiten we om een wandeling te gaan maken. Cape Range NP ligt in een noord-zuid richting parallel aan de zee gedrapeerd. De Range vormt als het ware een scheiding tussen de woestijn en het rif. De Range en het vlakke land tussen de bergen en deze, is gevormd uit opgestuwde zeebodem. Dit is goed te zien in de spectaculaire Mandu mandu Gorge, waar doorheen we een wandeling maken. Van deze uitgesleten kloof, bestaan de rotsen op de top uit vlijmscherpe stukken koraal. Het is niet verstandig om met je knie op zo’n stuk vlijmscherp koraal te vallen, want er zou weinig overblijven van die voorheen functionele knie. Vanuit de kloof kijk je langs bruinrode wanden naar de het verder en lager gelegen turkooizen water van het Ningaloo Reef. Vanaf de hoogte kunnen we het buitenrif bijzonder goed zien liggen: de plek waar de brekende golven zorgen voor een witte rand, een rand die zich gerafeld naar het noorden en het zuiden uitstrekt. We hebben zicht op het deel van Turquoise Bay waar je op moet passen voor gevaarlijke stromingen. Stromingen die worden veroorzaakt door een openingen in het rif. Je kunt goed zien dat er een opening zit in het buitenrif en dat het rif een knik maakt, waardoor er op die plek een verraderlijke en krachtige stroming staat. Vooral nu het water van de oceaan extra wordt opgestuwd moet je erg oppassen. Met grote golven slaat het water, van de aan zware deining onderhevige open oceaan, over het buitenrif. Hierdoor ontstaat in de lagune een te veel aan water, dat via gaten tussen het rif wordt afgevoerd. Dit afvoeren van overtollig water gebeurt op niet geheel subtiele wijze door krachtige stromingen onder te wateroppervlak. Een paar maanden geleden wilden drie jongens naar het buitenrif zwemmen. Na 200 meter keerde de eerste terug. Na 500 meter hield de tweede het voor gezien. Van de derde is nooit meer wat vernomen.

Vanwege het opgestuwde water, is de helderheid van het water in de lagune enorm afgenomen. Door de vele wervelingen is er veel zand met het water vermengd, wat het zicht verminderd. Het water heeft daardoor een meer groene dan turkooizen kleur. Hoe meer turkoois het water van kleur is, hoe helderder het water. Deze helderheid bevordert op een tweetal manieren de kans om grote vissen tegen te komen. Doordat het water helder is, kun je de grote vissen beter zien (aankomen), maar grote vissen zijn ook juist in helder water te vinden, omdat ze niet zand in de kieuwen houden. Bij dat laatste kan ik me wel wat voorstellen. We leren dat het niet verstandig is om in het donker te gaan zwemmen, omdat er dan minder plezierige haaien actief zijn die niet geheel opletten waar ze een hap in zetten. Volgens de kamphost, die in het donker wel eens het water opgaat, zijn er in het duister veel ‘weird and funny noises’ te horen.

5.07 - Australië | Ningaloo: Lakeside

De buren aan weerszijden van ons kamp gaan vandaag weg. Een van de buren bestaat uit een jong Engels stel die hier de maximale kampeertijd van 28 dagen hebben doorgebracht. Volgens deze kenners is Lakeside de beste en meest populaire kampeerplek van het NP. Dit vanwege de aanwezigheid van schaduw, het eenvoudig te bereiken koraal en het fijne strand. We hebben schijnbaar ‘geluk’ gehad met de keuze van de kampeerplek. Omdat wij van mening zijn dat de vertrekkende buren een betere plek bezetten, nemen we hun plek over. We moeten de tent dan wel verplaatsten, met als probleem dat we opnieuw moeten proberen de stalen pennen in de bodem van beton te krijgen. Maar dan hebben we wel een plek die aan twee kanten wordt begrensd door bomen, wat voorziet in de hoognodige schaduw en windbreking. Door de verplaatsing hebben we direct ook de beschikking over een grote houten kampeertafel. Nu kan het relaxen echt goed beginnen. Sinds we zijn aangekomen in Australië zijn we op zoek geweest naar een plek waar het echt de moeite is om langer te blijven. Nu, voor het eerst hebben we zo’n plek gevonden. Het kost weinig geld om hier te staan, het is hier rustig, de omgeving is fantastisch en de zee doet dienst als douche en afwasteil. Dit zijn de plekken die jaloersmakend werken op anderen. Dit zijn de plekken, waarvan je denkt dat ze niet bestaan. Nadeel is alleen de wind. Gelukkig wordt de wind voor een groot deel tegengehouden door de bomen de caravans en luifels van de buren.

In de loop van de middag is het weer windstil. De helderheid van het water is vandaag minder dan gisteren. Wel nog steeds helder genoeg om goed te kunnen genieten van de enorme hoeveelheden vis. In Exmouth hebben we boekjes gekocht met plaatjes van vissen die hier voorkomen. Het is ons alleen nog niet duidelijk wat voor vissen we nou eigenlijk allemaal tegenkomen. Het zijn er veel, heel erg veel. Vanaf het moment dat je met je hoofd onder water gaat ben je omringt door vis. Om de duur van de onderwaterpret niet onnodig te verkorten is het zaak dat de glazen van de duikbril met spuug worden ingesmeerd. Om de een of andere reden gaat dat het beslaan van de ramen tegen. We zien honderden, duizenden vissen in een grote verscheidenheid aan soorten, kleuren en maten. Zwevend in het water, langs een geel gekleurde wand van koraal, omringt door al die vissen, lijkt het alsof je in een heel mooi aquarium bent beland. Er is alleen wel een verschil: dit is echt! Dit is natuur, natuur die we zelf ontdekken. De meest bijzondere ontdekking van de dag bestaat uit twee lionfish, die zich in een holte tussen het koraal bevinden. Dit schijnt bijzonder te zijn om te zien, maar ik heb ze wel mooi gezien. Ik, want Floor is nog niet zo’n snorkelheld. Ze durft nog niet ver en lang het water in en ze kan ook nog niet met d’r snorkel helemaal onder water. Ook vlak langs het strand is er genoeg te zien, maar voor de meer bijzondere dingen moet wel wat meer moeite worden gedaan.

Het buitenrif ligt ongeveer drie kilometer van de kust. Hierop breken de golven, die over de Indische Oceaan aan komen rollen, met donderend geweld. Het buitenrif zorgt er voor dat het water daarachter kalm is. De zee is wel ruiger dan normaal het geval is. De golven die op het buitenrif slaan zijn hoog en vormen tunnels van drie meter hoogte. Als de zon ondergaat en de golven van de achterzijde worden beschenen, is goed zichtbaar dat er een hoop waterdamp vrijkomt, die als wolken meters de lucht in waaien. Dit indrukwekkende schouwspel schijnt te komen door een heftige storm ergens ver weg op de Indische Oceaan. Het resultaat hier is dat de helderheid van het water is afgenomen en dat er gevaarlijke stromingen staan tussen de verschillende rifsystemen. Als je in de buurt zou komen van de geulen in het buitenrif, loop je een heel groot risico naar buiten te worden gezogen. Dit zal je waarschijnlijk niet zo snel meer kunnen navertellen.

Toen we vanuit Exmouth hier naar toe zijn gereden, hadden we geen rekening gehouden met een lang verblijf in de natuur. We zijn daardoor door onze voorraden heen. We moeten dus boodschappen doen in de ‘grote stad’. Zoals het hoort vragen we aan de anderen op de campground of ze nog iets nodig hebben. Dan rijden we de 53 kilometer naar Exmouth, waar we ons drinkwater aanvullen. We hebben nu een voorraad van bijna 50 liter. We proberen dit keer voor een hele week boodschappen te kopen. Dag 1: chili con carne; dag 2: pasta carbonara; dag 3: pannenkoeken; dag 4: curry met pompoen; dag 5: aardappelen, groenten uit blik en vis (die we hopelijk krijgen); dag 6: pasta met smac. Gelukkig valt de inflatie erg mee. Wat niet meevalt is de prijs van de benzine. We mogen dit keer $ 1,62 voor een liter betalen. Net als in Carnarvon is het heel opvallen dat de prijs van de benzine niet schommelt. De prijs staat vast en is hoog. Het moet wel zo zijn dat je keihard wordt opgelicht, want het transport van benzine wordt door de overheid gesubsidieerd. In Exmouth bezoeken we het kantoor van CALM (Conservation and Land Management), met de vraag of ze wellicht nog vrijwilligers nodig hebben in de omgeving. Helaas zijn er in november pas weer mensen nodig , tijdens het legseizoen van de schildpadden. Het lijkt ons best leuk om een bijzondere werkervaring op te doen, dat niet perse geld hoeft op te leveren.
Na een luidruchtige nacht, worden we wakker onder een dikker wordend wolkendek. Wat is dat nou? Wordt het weer zo’n actie van Jeroen en Floor die aan het strand zijn. Aangezien wij denken dat er veel betere plekken aan het rif te vinden zijn dan dit pretpark, besluiten we om weg te gaan. Met twee Engelsen die we hebben ontmoet besluiten we om samen naar Exmouth te reizen, want het is misschien wel leuk om de komende dagen samen te kamperen. Het landschap gedurende de 160 kilometer naar Exmouth is zoals verwacht weer erg afwisselend. Op lage grassen en struiken na is het land geheel leeg. Dit is een landschap waarin we ons al sinds Shark Bay bevinden. De rode termietenheuvels zorgen voor afwisseling in deze monotonie. We rijden Exmouth binnen aan de kant waar een grote ‘marina’ in combinatie in combinatie met dure (vakantie)woningen wordt ontwikkeld. Het blauwe water van de zee wordt de nieuwe wijk binnengeleid. Het moet worden gezegd dat het er op het plaatje erg goed uit ziet. De locals vinden deze ontwikkeling maar niets, want vroeg of laat zal de nieuwe wijk worden platgelegd door een cycloon. In 1999 lag Exmouth in de baan van een categorie 5 cycloon, wat de zwaarst mogelijke is. Er is toen niet veel van Exmouth overeind gebleven.

Ook Exmouth is een toeristenplaats. We rijden langs twee grote en overvolle campings. Overal hangen grote en kleine affiches van de Whale Shark Tours, waar het Ningaloo Reef om bekend is. Walvishaaien zijn de grootste vissen die er zijn. Ze komen overal in de tropische en warmere wateren van de oceanen voor, maar het Ningaloo Marine Park is een van de weinige plaatsen ter wereld, waar ze in de periode maart-juli gegarandeerd vlak voor de kust zijn te zien. Vanuit Exmouth vertrekken tours die je voor $ 130 per persoon de gelegenheid bieden om met een whale shark te zwemmen. Het wordt gebracht als een hele bijzondere ervaring, maar naar onze mening is het niet veel meer dan een hype. We zien er de lol niet van in, om samen met 20 anderen op een van de zes boten op zoek te gaan naar een walvishaai, om vervolgens met tientallen tegelijk in het water te liggen om te kunnen zeggen: ‘wauw, ik heb met een walvishaai gezwommen’. Met een vliegtuigje wordt iedere dag naar de walvishaaien gezocht. Vervolgens worden de boten er naar toe geleid. Leuk! Wij beleven de natuur liever op een meer spontane wijze. Zie we nu geen walvishaai, dan wellicht een keer in de komende veertig jaar. Je kunt en moet niet alles willen zien en zeker niet door middel van een tour. We zijn zoals gewoonlijk natuurlijk een minderheid met deze eigenwijze gedachte, omdat bijna iedereen die in deze periode naar Exmouth gaat wel met zo’n tour meegaat. Walvishaaien zijn hier big business.

In het informatiecentrum van Exmouth vragen we naar informatie over de kampeermogelijkheden in het nationale park. Er wordt ons verteld dat er nu waarschijnlijk geen kampeerplekken beschikbaar zijn. Voor ons geldt dat de campings in Exmouth er nou ook niet bepaald aanlokkelijk uit zien. De twee Engelsen beginnen te piepen, want ze vinden een douche toch wel erg belangrijk en denken toch liever in Exmouth te blijven. Aangezien wij geen zin hebben in gedoe en er ook geen behoefte aan hebben om in deze toeristenplaats te blijven, besluiten we om het maar gewoon te gaan proberen. De mazzel. In de winkel slaan we levensmiddelen in voor de komende dagen. We voelen ons hier zeer ongemakkelijk. Waar komen al die toeristen en backpackers in een keer allemaal vandaan? De mensen zijn veel te jong of veel te oud. Waar zijn ‘ons-soort-mensen’? We moeten hier weg. Het kan echt wel beter dan dit.

Zo rijden we vanuit Exmouth in noordelijke richting om Cape Ranges te ronden, waarna we parallel aan de zee in zuidelijke richting naar het NP rijden. Onderweg passeren we een tweetal campings vlak aan zee die er al een stuk beter uitzien dan die overvolle grasvelden in Exmouth, die als campings moeten doorgaan. Bij de ingang van het NP wordt ons door de ranger verteld dat alle kampeerplekken inderdaad zijn bezet. Volgens dezelfde ranger moeten we het morgenochtend vroeg maar proberen, want er is altijd een kans dat er ’s ochtends een plek vrij komt. We balen stiekem wel een beetje, maar weten natuurlijk ook wel dat we echt niet hadden kunnen verwachten nog een bushcamping aan zee te kunnen vinden om 14.00 uur. We rijden terug naar de eerste camping voor het National Park. Het is een station en camping met de naam Yardie Homestead Caravan Park, waar we voor $ 18,50 een plek krijgen op een bijna leeg grasveld. Na de herrie in Coral Bay is dit een verademing. Dit soort kleine campings passen veel beter bij ons.
We rijden weg van de camping in Hamelin, waarvoor we $ 36 moesten betalen. Ze durven wel enorme tarieven te vragen voor dat beetje voorzieningen en een stoffig veldje. De Greyhound naar Perth zou volgens planning om 8.25 uur vertrekken en men wordt verzocht om 30 minuten voor tijd aanwezig te zijn. Wij zijn op tijd, maar de bus is verre van op tijd. We wachten en wachten nog wat langer. Om 8.30 uur is er nog geen bus. Om 9.00 uur is er nog steeds geen bus. Wel komt er een bandlid van ZZ-Top uit het roadhouse gelopen, die in zijn roadtrain stapt. Om 9.15 uur komt de bus aangereden, waarna het hele ritueel van uitstappen, instappen, wisseling van chauffeur, koffie drinken, peukje roken, enz. nog moet plaatsvinden. Na een vertraging van anderhalf uur zwaaien we onze vrienden uit. Zij zullen in Perth met het vliegtuig naar Cairns gaan voor hun laatste twee weken in Australië.

Wij zijn weer op elkaar aangewezen. We hebben het ontzettend naar ons zin gehad zo met z’n vieren. Het is jammer dat ze nu weer weg zijn. We hebben deze vakantie met hun wel even nodig gehad. Heerlijk Nederlands praten met vrienden die ons goed kennen. We zijn gelukkig niet zo verandert dat de vriendschap niet meer werkt. Het is erg fijn om te weten dat we zulke vrienden hebben in Nederland. Dit is een reden om terug te gaan naar Nederland. Voor nu is het op naar Carnarvon. Vanaf Overlander wordt het landschap direct anders. Het wordt kaler en droger. Hier lijkt toch echt iets van een woestijn te beginnen. De 200 kilometer lange weg naar Carnarvon is weer van het type recht. De incidentele bocht in de weg lijkt er alleen te zitten omdat de wegwerkers naar elkaar toewerkten en daarbij niet helemaal uitkwamen. Zo’n incidentele bocht is toch wel spannend. ‘Heb je het stuur goed vast?’ We komen aan in Carnarvon, nadat we vanaf Denham 350 kilometer hebben gereden. Het is hemelsbreed een afstand van nog geen 100 kilometer, maar het water maakt deze omweg noodzakelijk.

In Carnarvon blijkt direct dat we aan een nieuw deel van de reis zijn begonnen. We bevinden ons in een subtropisch landschap, met een overeenkomstig klimaat. Doordat de Cascoyne River hier uitmondt in zee is dit gebied vruchtbaar, dit in tegenstelling tot de omringende woestijn. De Tropic of Capricorn (Steenboks-keerkring) bevindt zich nog maar 150 kilometer ten noorden van ons. De luchtvochtigheid is hier veel hoger dan waar we vandaag zijn gekomen. Gelukkig hebben we de koude nachten in Perth achter ons gelaten. We komen langs de eerste bananenbomen, mango’s en gezond uitziende palmbomen. Ook de insecten zijn hier van een serieus formaat. Motten met een lengte van 15 centimeter, krekels met een formaat als dat van een kleine muis en mieren die met hun lengte van 5 centimeter indruk maken. Waar zijn de enorme spinnen? Grappig om te beseffen dat we in Australië, al rijdend in noordelijke richting, exact hetzelfde mee maken als in Azië in zuidelijke richting: ander klimaat, andere gewassen, andere mensen. In Carnarvon komen we zelfs Vietnamezen tegen die met strohoed op hun land werken. Volgens onze informatie zijn hier een groot aantal plantages waar wij zouden kunnen werken. We rijden een rondje door Carnarvon en signaleren dat er een groot aantal camping is en dat er hier een Woolworths zit. Dit is erg gunstig, want onze voorraden zijn tot een minimum bestaansniveau gedaald. We trekken de conclusie dat Carnarvon Caravan Park de meeste geschikte camping is voor ons. Het is ook de goedkoopste. Per dag bedragen de kosten $ 16 of $ 80 per week. We claimen een groot stuk zacht gras, wat vanaf dat moment dienst doet als officiële plaats. Dan is het tijd om uitgebreid te chillen.
We zijn ’s ochtends weer heel vroeg wakker. We genieten rustig van ons ontbijt, waarna we onze spullen weer inpakken. Als we alles hebben ingepakt is de ranger nog steeds niet langs geweest om de $ 10,- te innen die we eigenlijk zijn verschuldigd voor deze overnachting. Zo’n gratis overnachting vinden wij niet vervelend. We gaan het nu maar proberen in Porongurop. Daar aangekomen blijkt dat de Australiërs er ook van houden om op zondag een wandeling te maken. We hadden duidelijk niet naar de Stirling Ranges hoeven te gaan, want het is hier veel mooier en het is hier ook nog eens mooi weer. We lopen langs bijzondere planten en bloemen. De top hebben we zo bereikt. Eerst lopen we langs ‘Balancing Rock’, dit is een groot stuk graniet dat perfect op een punt is gebalanceerd. Dan kruipen en klauteren we door een paar spleten en komen we via een ladder op een loodrecht stuk graniet uit. Deze geweldig mooie wandeling vinden we in zo maar een nationaal park in Australië. Op de weg terug komen we toevallig langs een camping die helemaal fantastisch blijkt te zijn. Deze staat als ‘non-star-rated’ in onze gids. We wisten al dat camping relaxter en beter zijn hoe minder sterren ze hebben. We komen er achter dat non-star-rated betekent dat er nog geen bezoek is geweest van de RAC (de Australische ANWB). Een bezoek dat de camping zelf moet aanvragen. Deze camping heeft er bewust voor gekozen om geen ster-vermelding te krijgen om ongewenst publiek buiten de deur te houden. De mensen zijn hier super vriendelijk. Voor $ 18,- hebben we, zoals gewoonlijk op dit soort campings, een van de groter en betere plekken. We proberen een potje te tennissen, maar dat is geen succes, want Floor is niet zo’n sportief typje. De lucht is blauw, het zonnetje schijnt. We vinden het hier bijzonder prettig. ’s Avonds koelt het flink af, maar dat is hier geen probleem, want er is een riante keuken en een zitkamer met haardvuur. Het is zelfs gezellig te noemen. We ontmoeten een stel uit Perth met wie we samen de reizende senioren proberen te begrijpen. We worden door hun uitgenodigd om bij hen in Perth te komen eten.

We komen met de twee Australiërs tot de conclusie dat al die reizende bejaarden toch echt wel vervelend zijn. We wisten natuurlijk al dat de vergrijzing van de samenleving niet alleen maar veel geld gaat kosten. Wij zullen naar alle waarschijnlijkheid nooit zo veel geld te besteden hebben, als wij toetreden tot de grijze parade. De huidige oude(re) generatie in Australië is precies hetzelfde als die in Nederland. Ze zijn reeds gestopt met werken of ze bekleding nog een functie met een riant salaris. Maar zeker zijn ze in het bezit van een riante woning, die enorm in waarde is gestegen sinds hun aankoop vele jaren geleden. Het resultaat daarvan is lage kosten, maar wel een riante financiële reserve in de vorm van een eigen woning. Ook zijn ze in het bezit van tweede huizen, dure auto’s, boten en zo voort. Deze spullen zijn natuurlijk niet met contact geld betaald kunnen worden, maar wel door het afsluiten van een 2e of zelfs 3e hypotheek op de overwaarde. Dat soort dingen hoeven wij straks niet te proberen. Het resultaat is dat de oude(re) generatie zeer materialistisch is ingesteld en hun luxeleven niet op wil geven. Als een steeds groter wordende groep zijn zij politiek natuurlijk zeer interessant. Het gevolg daarvan zal een scheve vertegenwoordiging zijn in de politiek. Een voorbeeld daarvan is de populariteit van het CDA in Nederland. De seniorenpartij bij uitstek. Je komt de bejaarden ook overal tegen. Heel de Australische oudere generatie lijkt in het bezit te zijn van een camper, of zelfs gehele bussen, inclusief trailer met auto en/of boot. Het lijkt ook alsof ze niets willen of durven opgeven want ze hebben een enorme hoeveelheid luxe producten bij zich. Natuurlijk hebben ze allemaal een televisie, stereo, koelkast en dat soort ‘standaard’ producten. Een groot deel heeft ook een digitale (video) camera bij zich en een laptop voor de opslag en bewerking van de opnamen. We zijn zelfs units tegengekomen met ovens, wasmachines en de dan ‘noodzakelijke’ beveiliging. Wij als zogenaamd materialistisch ingestelde jongeren hebben weinig luxe producten bij ons. Onze luxe is dat we op reis zijn. Het probleem is ook dat het op veel plekken erg druk is met bejaarden, die zeer gezellig in hun caravan zitten en altijd hetzelfde gesprek met je willen hebben. We hebben gemerkt dat de meeste van deze mensen nog nooit buiten Australië is geweest. Een gesprek met deze bejaarden wordt meestal gekenmerkt door een enorme oppervlakkigheid. Door al deze bezittende bejaarden staan de powered-spots op de camping bijna altijd bomvol. Een goede camping heeft ook een riant gebied voor tenten (unpowered). Wat er door de verschillende groepen betaald moet worden is eigenlijk belachelijk. Een enorme bus met aanhanger hoeft maar twee dollar meer te betalen dat wij met ons kleine tentje. Gelukkig kunnen we de bejaarden vrij goed vermijden door zo veel als mogelijk op bushcampings te staan. Helaas wordt het steeds moeilijker om echte eenzaamheid te vinden in Australië.

3.19 - Australië | Stirling Ranges NP (62 km)

Vandaag vertrekken we van de camping in Mt. Barker. We hebben er vier nachten gestaan, waarvan we er maar drie hebben betaald door de chaotische administratie van de camping. Hebben we de hoge prijs van de camping toch nog kunnen compenseren. $ 16,- is veel te duur voor deze brakke camping die adverteert ‘je huis van huis’ te zijn. Ons verblijf op deze camping was enkel praktisch. Zo praktisch dat we zelfs de foto’s hebben kunnen uitzoeken op de televisie. Een totaal brakke camping, maar dan wel met een televisie. Er vliegt net een pelikaan over, die achterna wordt gezeten door twee kleine vogels. We rijden naar de 70 kilometer verderop gelegen Stirling Ranges, maar niet voordat we in de supermarkt eten hebben gehaald voor op de BBQ. Door de toppen van de Stirling Ranges worden de wolken net genoeg uiteengedreven, zodat het zonnetje kan doorkomen. Dit zonnetje voelt lekker.

De top heeft een hoogte van 1.200 meter en kan worden bereikt via een pad dat een lengte heeft van nog geen twee kilometer. Dit betekent dus een flinke klim. We beginnen met goede moed, maar die moed wordt al snel minder wanneer we zien dat de top in wolken is gehuld en dat er behoorlijk veel wind staat. We trekken er een tweetal conclusies uit: 1) dat we nat zullen regenen als we de wandeling doorzetten; 2) dat de afdaling door de gladde rotsen zeer onprettig zal gaan worden. We hebben daar eigenlijk helemaal geen zin in en zo mooi is het hier ook weer niet. Na een half uur te hebben gelopen keren we dus maar weer terug naar de auto. Terug in de auto balen we behoorlijk, want voor deze afgebroken wandeling waren we naar de Stirling Ranges gekomen. Wederom gooit het slechte weer roet in het eten. Voordeel is dan wel dat de vele regen van de afgelopen tijd voor genoeg drinkwater heeft gezorgd. Op de camping in Mt. Barker was het water niet te drinken door het vele chloor dat ze er aan hadden toegevoegd. Je vraagt je af waarom ze er zo veel chloor in doen. Een slok zwembadwater is lekkerder. Het ‘drinkwater’ in South-Australia was ook al zo ranzig. Doordat we een voorraad van 45 liter water bij ons kunnen hebben, hebben we nog altijd kunnen voorkomen om ranzig water te drinken. Als we lekker water tegenkomen vulen we direct onze watervoorraad.

3.17 - Australië | Porongurop NP

Het valt eigenlijk nog mee dat we überhaupt nog wakker worden. Het is tenslotte verschrikkelijk koud. Het is erg bout dat het ’s nachts volkomen helder is, maar dat het ’s ochtends weer compleet bewolkt is. De lucht is grauw en het is koud. De keuken op de camping is volkomen kut, maar ten minste nog overdekt. Gelukkig regent het niet, waardoor we een uitstapje kunnen maken naar het nabijgelegen Porongurop National Park, terwijl we bij een waangaard die we passeren, vragen of er eventueel werk beschikbaar is. Helaas is dat niet het geval.

Het nationale park is een hele fijne verrassing. Het is er erg mooi en hebben zelfs een zonnetje dat ons gezelschap houdt. Het is maar een klein gebied dat bestaat uit een granieten ‘drempel’ in het verder platte landschap. De drempel kent enkele toppen tot 500 meter. We maken een mooie wandeling over een tweetal toppen, terwijl we uitkijken over het gecultiveerde land er om heen, dat bestaat uit wijngaarden en boomkwekerijen. De bolvormige granieten toppen (koepels) zijn door hun schaal indrukwekkend. Het is klauteren over het gladde graniet naar de toppen. Het blijft bijzonder om te zien hoe anders de vegetatie hier is in vergelijking tot elders binnen en buiten Australië. De structuur van de bladeren, bloemen, bomen en stammen is volledig anders. Na de wandeling weer eens in recordtijd te hebben uitgelopen komen we nog door een indrukwekkende zone met karri bomen. Het zijn eucalyptus bomen die met hun hoogte tot 90 meter tot de hoogste bomen ter wereld behoren. Het voelt erg goed om actief bezig te zijn. We hebben daardoor het gevoel de dag goed te hebben besteed.

Op de camping maken we ’s avonds natuurlijk een vuur. Hout verzamelen, in stukken zagen en aansteken maar. Met een glas wijn voor het warme vuur praten we over ons verblijf in Australië. Vooral Floor vindt Australië tot nu toe erg tegenvallen. Het landschap is allemaal wel erg mooi, maar het is geen Azië en het is ook geen Europa. De natuur is geweldig, maar dat is het dan ook wel. Ze vindt het een stuk minder relaxed dat eerder gedacht. In Azië konden we doen wat we wilden, want het was tenslotte betaalbaar. Hier hebben we niet zo veel geld te besteden, maar daar staat we weer de vrijheid van een eigen auto tegenover. Ik vind dat Azië niet te veel met Australië moeten vergelijken. Natuurlijk, het valt erg tegen met het weer, maar dat is de pech die we hebben en het zal verderop vast beter worden. En ja, we moeten werken, want helaas kost reizen geld. We spreken af om na Australië naar India te gaan. Ik wil het niet hebben over terug gaan naar Nederland, want ik weet niet wat ik daar van moet vinden. Wat ik van Australië vind weet ik ook nog niet zo goed. Laten we genieten van het feit dat we nu in Australië zijn ook al is het nu even niet zo leuk.
Pagina 1 van 2
Ga naar boven