Omdat we door onze voedselvoorraad heen zijn, gaan we weer op pad. Het is tijd om naar Port Hedland te gaan dat 77 km verderop ligt. Iets ten zuiden van Port Hedland komen de twee belangrijkste wegen van West Australië samen (The Great Northern Highway en Highway 1), om als Highway 1 de circel rond Australie te voltooien. Vanaf hier is het dus ´druk' op de weg. Het verkeer bestaat voornamelijk uit caravans met hun bejaarde lading en grote vrachtwagens, oftewel de roadtrains met drie of vier bakken. Port Hedland heeft niet de ambitie meer te zijn dan een rooduitgeslagen industriestad. Voor de bezoeker zijn er een aantal dingen te doen: de grootste schepen en de langste treinen ter wereld kunnen hier van dichtbij worden bekeken. Verder kun je in Port Hedland naar de winkel om de voedselvoorraad weer aan te vullen voor de volgende etappe. Op de camping heb je dan de mogelijkheid om alles weer te organiseren en schoon te maken. De volgende dag kun je dan snel weer weg. In Port Hedland wonen twee soorten mensen. De eerste soort is hier om geld te verdienen. Heel veel geld te verdienen. Het is geen uitzondering dat je $ 4.000 per week met een baan als schoonmaker of metselaar verdient. De andere soort is zo'n ongelooflijke mislukkeling, dat deze Port Hedland heeft uitgekozen onze zinloze leven nog veel verschrikkelijker te maken. Het onderscheid tussen wit en bruin is daarbij zeer opvallend. De witen verdienen geld en de bruinen zijn voor hun leven mislukt en zetten het dus op een drinken.

Wij rijden eerst naar de havenfaciliteiten vond port Hedland. Deze zijn het eigendom van BHP Billiton. Hier worden gigantische schepen met een lengte tot 320 meter en een laadvermogen tot 220.000 ton volgeladen met ijzererts uit de Pilbara. Met vier tegelijk worden de schepen volgeladen. Getrokken en geduwd door vier sleepboten, varen deze monsters van schepen op enkele meters langs ons heen. Wat in Rotterdam nooit lukt, krijg je in Port Hedland wel voor elkaar. We rijden langs de Holden garage, waar we de stuurbekrachtigingvloeistof laten bijvullen. Hier hoeven we niet voor te betalen. Ons wordt verteld dat de bandenspanning met 30 psi echt te laag is. Dit moet 34 zijn.
Verder blijkt dat de vreemde slijtage aan de rechter voorband door een fabricage fout komt. Het is binnenkort tijd voor nieuwe banden. Na dit intermezzo gaan we door naar de spoorbrug, waar we zicht hebben op de aan en afrijdende Road trains en de extreem witte zoutberg van Dampier Salt. Hier is Cargill bezig met de winning van miljoenen kilo's zout, dat gewonnen wordt uit zeewater. Als dit zo makkelijk is en waarschijnlijk ook goedkoop, wat is dan het probleem met het winnen van drinkwater uit zeewater? We zijn hier echter niet naar toe gekomen om naar deze zoutberg te kijken. We staan hier op de spoorbrug om de af en aan rijdende ertstreinen uit Newman te bekijken. Het zijn de langste treinen ter wereld en we hebben het geluk zowel een lege als een volle langste zien komen.

Dan is het tijd om wat zaakjes te regelen. We rijden naar het iets zuidelijker gelegen South Hedland, waar de wat prettigere Port Hedlanders wonen. Port Hedland zelf is veel te stoffig om als niet Aboriginal te kunnen wonen. We gaan naar het winkelcentrum voor een grote hoeveelheid boodschappen. We hebben gehoord dat Broome erg duur is. Als een besparing mogelijk is, dan pakken we die natuurlijk. Met onze kortingsbon tanken we bij de BP. We hadden beter eerst na kunnen denken, want we tanken per ongeluk de duurste benzine van Port Hedland. Per liter betalen we $ 1,59. Dan gaan we naar de bibliotheek, waar we anderhalf uur kunnen internetten voor $ 2,75. Hiervoor hebben we de boel wel een beetje moeten oplichten, want eigenlijk kost het $ 2,75 per kwartier. Het resultaat is een nieuw verslag op de site. We zijn voortvarend bezig. Ik hoef alleen nog maar naar de kapper en dan hebben we alles gedaan wat we hebben willen doen. Omdat de kapper $ 22 kost, besluit ik nog even te wachten. We staan op de goedkoopste camping in town. Een nacht kost hier $ 16. Het valt inmiddels erg op dat onze auto meer rood dan blauw is. In Port Hedland is het bewolkt en ook is het behoorlijk vochtig. Op deze camping blijven reizigers maar één nacht staan. Alleen de mensen die hier zijn om kapitalen verdienen, hebben van deze camping hun tijdelijke huis gemaakt.  

3.23 - Australië | Fremantle - Perth

We hebben vandaag twee activiteiten op de agenda staan: werk zoeken en met spoed op zoek naar een andere camping. Vanaf de camping is het een paar honderd meter lopen naar de bushalte waar we de gratis Cat Bus kunnen nemen naar het centrum van Fremantle. De omgeving van de camping is weer typisch voor veel Australische campings: de camping ligt midden in een verlopen industriegebied. Fremantle zelf is wel een aantrekkelijk stadje. Het centrum bestaat uit kronkelende straten met 'oude' gebouwen uit het einde van de 19e eeuw. De huizen zijn mooi, gevarieerd en niet zo belachelijk groot als overal elders. Dit alles geeft Fremantle een prettige uitstraling.

We bezoeken een internet café om onze CV's een update te geven. Na tien minuten zijn onze CV's klaar en afgedrukt en gaan we met frisse moed op zoek naar een baan. Helaas is het in de bibliotheek niet toegestaan gebruik te maken van het Internet als je geen lid ben. Dat wordt dus een onderzoek per benenwagen. Bij de eerste paar uitzendbureaus komen we geen steek verder, want deze worden gesubsidieerd door de Australische overheid en staan daarom alleen open voor Australiërs. We verkrijgen wel een uitgebreide lijst van recruitment agency's in de regio Perth. Doordat we zo lekker aan het struinen zijn zien we veel van Fremantle. We komen alleen geen steek verder, want geholpen worden we eigenlijk nergens. Morgen proberen we het wel in Perth.

In de middag rijden we een rondje langs verschillende campings in Perth. Het rijden in de stad is wel weer even wennen, want we hebben zo lang op rustige wegen gereden. We gaan eerst op zoek naar een camping die vlak aan het strand zou moeten liggen. Met veel moeite vinden we deze, maar daarvan kunnen we concluderen dat het geen camping genoemd mag worden. Een plaats langs een drukke weg zou $ 26 kosten, terwijl de camping zelf niet veel groter is dan een flinke achtertuin van een woning. Dan hebben we keuze uit twee andere campings, waar vriendelijkheid geen unique-selling-point is, omdat ze daar beiden in uitblinken. De camping in Karrinyup steekt echter met kop en schouders overal boven uit. Ze hebben daar alle ruimte, een relaxte keuken, een mooie omgeving en zacht groen gras. Het loont duidelijk om verder te kijken dan dat de meeste neuzen lang zijn. Het is onbegrijpelijk dat de camping in Fremantle zo populair is.

De camping in Karrinyup kost $ 29 voor de eerste nacht. Dit is wel flink aan de prijs, maar dan hebben we ook wel een hele goede plek. We staan ergens achteraan, op een groen en zacht grasveld waaruit blijkt dat tentenbezitters (kampeerders dus) op deze camping niet worden gediscrimineerd. Het is ons al vaker opgevallen dat wanneer je een 'powered-spot' neemt, je op een afgekaderde plek zit tussen de meute. Met een 'non-powered spot' zoek je het zelf maar lekker uit waar je wilt staan. We proberen altijd zo veel mogelijk ruimte te claimen als compensatie voor de enorme caravans die hetzelfde bedrag betalen voor de camping. We zetten onze tent op, verslepen een grote kampeertafel, zodat deze onderdeel wordt van ons kamp en aanschouwen het resultaat. De zon blijft maar schijnen. Het is zelfs warm. We besluiten dat we wel een keer zon en rust hebben verdiend. Dat solliciteren komt morgen wel en daarnaast hebben we gisteren al met de eigenaar van deze camping gesproken over de mogelijkheid van werk. Hij wist te melden dat de bloemkwekerij naast de camping nog mensen nodig had vanwege Moederdag.
We zijn ’s ochtends weer heel vroeg wakker. We genieten rustig van ons ontbijt, waarna we onze spullen weer inpakken. Als we alles hebben ingepakt is de ranger nog steeds niet langs geweest om de $ 10,- te innen die we eigenlijk zijn verschuldigd voor deze overnachting. Zo’n gratis overnachting vinden wij niet vervelend. We gaan het nu maar proberen in Porongurop. Daar aangekomen blijkt dat de Australiërs er ook van houden om op zondag een wandeling te maken. We hadden duidelijk niet naar de Stirling Ranges hoeven te gaan, want het is hier veel mooier en het is hier ook nog eens mooi weer. We lopen langs bijzondere planten en bloemen. De top hebben we zo bereikt. Eerst lopen we langs ‘Balancing Rock’, dit is een groot stuk graniet dat perfect op een punt is gebalanceerd. Dan kruipen en klauteren we door een paar spleten en komen we via een ladder op een loodrecht stuk graniet uit. Deze geweldig mooie wandeling vinden we in zo maar een nationaal park in Australië. Op de weg terug komen we toevallig langs een camping die helemaal fantastisch blijkt te zijn. Deze staat als ‘non-star-rated’ in onze gids. We wisten al dat camping relaxter en beter zijn hoe minder sterren ze hebben. We komen er achter dat non-star-rated betekent dat er nog geen bezoek is geweest van de RAC (de Australische ANWB). Een bezoek dat de camping zelf moet aanvragen. Deze camping heeft er bewust voor gekozen om geen ster-vermelding te krijgen om ongewenst publiek buiten de deur te houden. De mensen zijn hier super vriendelijk. Voor $ 18,- hebben we, zoals gewoonlijk op dit soort campings, een van de groter en betere plekken. We proberen een potje te tennissen, maar dat is geen succes, want Floor is niet zo’n sportief typje. De lucht is blauw, het zonnetje schijnt. We vinden het hier bijzonder prettig. ’s Avonds koelt het flink af, maar dat is hier geen probleem, want er is een riante keuken en een zitkamer met haardvuur. Het is zelfs gezellig te noemen. We ontmoeten een stel uit Perth met wie we samen de reizende senioren proberen te begrijpen. We worden door hun uitgenodigd om bij hen in Perth te komen eten.

We komen met de twee Australiërs tot de conclusie dat al die reizende bejaarden toch echt wel vervelend zijn. We wisten natuurlijk al dat de vergrijzing van de samenleving niet alleen maar veel geld gaat kosten. Wij zullen naar alle waarschijnlijkheid nooit zo veel geld te besteden hebben, als wij toetreden tot de grijze parade. De huidige oude(re) generatie in Australië is precies hetzelfde als die in Nederland. Ze zijn reeds gestopt met werken of ze bekleding nog een functie met een riant salaris. Maar zeker zijn ze in het bezit van een riante woning, die enorm in waarde is gestegen sinds hun aankoop vele jaren geleden. Het resultaat daarvan is lage kosten, maar wel een riante financiële reserve in de vorm van een eigen woning. Ook zijn ze in het bezit van tweede huizen, dure auto’s, boten en zo voort. Deze spullen zijn natuurlijk niet met contact geld betaald kunnen worden, maar wel door het afsluiten van een 2e of zelfs 3e hypotheek op de overwaarde. Dat soort dingen hoeven wij straks niet te proberen. Het resultaat is dat de oude(re) generatie zeer materialistisch is ingesteld en hun luxeleven niet op wil geven. Als een steeds groter wordende groep zijn zij politiek natuurlijk zeer interessant. Het gevolg daarvan zal een scheve vertegenwoordiging zijn in de politiek. Een voorbeeld daarvan is de populariteit van het CDA in Nederland. De seniorenpartij bij uitstek. Je komt de bejaarden ook overal tegen. Heel de Australische oudere generatie lijkt in het bezit te zijn van een camper, of zelfs gehele bussen, inclusief trailer met auto en/of boot. Het lijkt ook alsof ze niets willen of durven opgeven want ze hebben een enorme hoeveelheid luxe producten bij zich. Natuurlijk hebben ze allemaal een televisie, stereo, koelkast en dat soort ‘standaard’ producten. Een groot deel heeft ook een digitale (video) camera bij zich en een laptop voor de opslag en bewerking van de opnamen. We zijn zelfs units tegengekomen met ovens, wasmachines en de dan ‘noodzakelijke’ beveiliging. Wij als zogenaamd materialistisch ingestelde jongeren hebben weinig luxe producten bij ons. Onze luxe is dat we op reis zijn. Het probleem is ook dat het op veel plekken erg druk is met bejaarden, die zeer gezellig in hun caravan zitten en altijd hetzelfde gesprek met je willen hebben. We hebben gemerkt dat de meeste van deze mensen nog nooit buiten Australië is geweest. Een gesprek met deze bejaarden wordt meestal gekenmerkt door een enorme oppervlakkigheid. Door al deze bezittende bejaarden staan de powered-spots op de camping bijna altijd bomvol. Een goede camping heeft ook een riant gebied voor tenten (unpowered). Wat er door de verschillende groepen betaald moet worden is eigenlijk belachelijk. Een enorme bus met aanhanger hoeft maar twee dollar meer te betalen dat wij met ons kleine tentje. Gelukkig kunnen we de bejaarden vrij goed vermijden door zo veel als mogelijk op bushcampings te staan. Helaas wordt het steeds moeilijker om echte eenzaamheid te vinden in Australië.

3.11 - Australie | Eucla - Norseman (742 km)

We hebben voor vandaag onze langste etappe tot dusver gepland. We willen in een ruk doorrijden naar Norseman, dat 742 kilometer verderop ligt. Het is afstand van Nederland naar Tsjechië, maar dan door totale leegte en over kaarsrechte wegen. We zijn erg onder de indruk van het gebied waar we doorheen rijden. We hadden het idee dat we de kale Nullarbor bij Eucla achter ons hadden gelaten. Het tegendeel bleek waar. Het moest eigenlijk nog beginnen. Van de lage kustvlakte reden we het plateau weer op. We passeren enorme aantallen doodgereden kangoeroes, waarschijnlijk de slachtoffers van de ’s nachts rijdende roadtrains, die niets merken van een aanrijding met een kangoeroes en waarvan wij vanaf de camping de lichtbundels door de donkere nacht zagen klieven. Die kapot gereden kangoeroes zijn geen prettig gezicht, helemaal niet wanneer de kop naar je toe is gericht. Ook vanwege het gevaar om beesten aan te rijden, willen wij ’s nachts niet rijden.

De Nullarbor is inmiddels verandert in een woestijn. De weg is kaarsrecht en het langste stuk rechte weg van Australië gaat door een extreem plat en kaal landschap, waar luchtspiegelingen de dienst uitmaken. We rijden 146 kilometer zonder ook maar de flauwste bocht. Omdat we onze cruise control op maximaal 80 km/u hebben staan, doen we daar dus bijna twee uur over. Het is alleen jammer dat er meer verkeer is dan dat we hadden gedacht. Er rijden behoorlijk wat grote roadtrains, auto’s met caravans en campers. Buiten vracht- en recreatieverkeer rijdt er verder niets. Vanwege de afstanden rijdt het tegemoetkomende verkeer in verschillende tijdsblokken die afhankelijk zijn van het vertrekpunt. Tussen de verschillende tijdsblokken kom je geen verkeer tegen. De leegte inspireerde Floor tot het volgende gedicht:

De Nullarbor-hoer:

We crosten de Nullarbor,
We zagen geen hoer,
We zagen geen tiet,
Misschien was ze er wel niet.
Na al die lange rechte stukken kan een record geen kwaad Het is 146 kilometer kaarsrecht ontspannen rijden

Na de extreme leegte van de Nullarbor is onze aankomst op de camping van Norseman een enorme deceptie. We hadden in totaal bijna 1.000 kilometer door totale leegte gereden, staan we alsnog tussen de bejaarden met hun te grote caravans, op een baggercamping die ons $ 18,- kost. We spreken af dat we dit soort campings zoveel als mogelijk gaan vermijden, want het gaat behoorlijk ten koste van het plezier in de reis. Om af en toe op een camping te staan is prima, maar niet iedere dag. Rij je de hele dag door een mooi gebied, ga je alsnog op een kluitje zitten tussen de hekken. Er mag wel wat meer avontuur komen.
We rijden een groot stuk over een gravelroad, die ons onder andere langs de Murphy’s Haystacks brengt. Dit zijn vreemde, granieten rotsformaties, die de rest van het geërodeerde landschap hebben overwonnen. Je moet in Australië niet alleen voor een bepaalde rotsformatie een bepaalde route gaan rijden, want dan zal het je tegenvallen, wamt het zijn geen kleine afstanden die moeten worden afgelegd. Wij zijn via deze gravelroad op weg naar Point Labatt, waar een permanente zeeleeuwenkolonie aanwezig zou zijn.

We hebben inmiddels al goed door dat je harder dan 60 kilometer per uur moet rijden om geen last te hebben van de ribbels in de weg. Het is cool om zo over een gravelroad te rijden, waarbij we ook nog eens een riante stofwolk achter ons laten. Het landschap is erg mooi: het is een zoutwater wetland gebied. We rijden over een smalle strook land richting Point Labatt. Aan de ene kant van de weg liggen witte zandduinen, met daartussen kleurige vegetatie en veel koolzaad. Het is zo groen en kleurig door het natte weer van de laatste paar dagen. Aan de andere kant van de weg ligt het blauwe water van de zeearm die hier diept het land in steekt. Cape Labatt ligt hoog boven het water van de Southern Ocean. Er is daar een uitkijkplatform gebouwd, waar vanaf je de zeeleeuwen kunt bekijken. Enkele tientallen liggen te relaxen op de granieten rotsen, waaruit de kustlijn hier bestaat. We zitten zo’n beetje 40-50 meter boven de zeeleeuwen, maar we hebben door de verrekijker een goed zicht op de zwarte en bruine zeeleeuwen. Deze kolonie is de enige permanente kolonie zeeleeuwen op het Australisch continent. De grotere mannetjes zijn niet altijd aanwezig, omdat zij regelmatig andere kolonies bezoeken. De zeeleeuwen liggen lekker te zonnen, maar ook hoppen ze op hun vinnen van A naar B. Het is duidelijk dat ze hier beschut kunnen zitten. De zee is hier erg ruig. Op dit moment is er alleen wat deining, maar nog steeds spuit het water zo’n 20 meter op. Voor de kust ligt ook een natuurlijk barrière in de vorm van net onderwater liggende granieten rotsen. Hierdoor kunnen de haaien niet te dicht in de buurt komen. Hier zitten zeker weten witte haaien.
Murphy's Haystacks, South Australia Zeeleeuwen liggen op de rotsen in Point Labatt Conservation Park 

Via de mooie en gevarieerde kustroute rijden we door een duinenlandschap, waarachter verlaten witten stranden liggen. In Stricky Bay kopen we enkele versproducten, waarna we via de A1, hier Flinders Highway geheten, naar Smokey Bay rijden. Daar dachten we leuk te kunnen kamperen. Nou, toch maar niet. In Australië hebben ze alle ruimte, maar dan nog gaat iedereen met de caravan op een kluitje staan, op een te klein en volledig omheind terrein. We rijden dus door naar Ceduna, daar waar we gaan beginnen met de oversteek naar Western-Australia. De campings zijn hier duur en staan ook weer vol met bejaarden. Voor $ 17 krijgen we een plek op een camping aan zee, die helaas ook weer door grote hekken aan het zicht is onttrokken. Je hebt een pincode nodig om van de douches en toiletten gebruik te kunnen maken, maar ook om de camping te kunnen betreden. Dit schijnbaar ook weer vanwege de doelloos rondhangende Aboriginals, die ook niet echt een prettige indruk maken. Het wordt ons wel duidelijk dat het witte Australië niet samengaat met de Aboriginals.

Een pluspunt aan deze camping is de relaxte ‘campkitchen’. We kunnen lekker koken op een echt fornuis. De bejaarden hier met hun grote caravans, campers, boten, four-wheel-drives, en wat al niet meer, zijn allemaal hartstikke vriendelijk, maar we worden er langzamerhand helemaal gek van om binnen tien minuten, vier keer te moeten vertellen over waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan. Het wordt daardoor allemaal een beetje vermoeiend. Gelukkig smaakt ons het eten erg goed. Deze avond hebben we masseman curry met verse kip. Floor had taugé (beansprouts) gekocht, die ze allemaal afzonderlijk ging zitten pellen. Deze avond hebben we een belangrijke ontdekking gedaan. Buiten zitten is vaak niet relaxed, vanwege de harde wind of de kou. In de tent lezen is veel relaxter. We zetten de olielamp in de voortent, zodat we vanuit ons bed heerlijk kunnen lezen. Wijntje er bij en het is helemaal riant.
We worden gewekt door een vlucht luidruchtige kaketoes, van die witte vogels met een gele kuif en een roze buik. We negeren zo goed en zo kwaad als het kan de vele vliegen, terwijl we genieten van het ontbijt op deze bijzondere plek. Als we de auto inpakken om naar Port Augusta te rijden, komen we erachter dat we voor het eerst iets zijn kwijtgeraakt. Een van de slaapzakken is niet meer. De slaapzak moet ergens uit de auto zijn gevallen. We slapen tegenwoordig onder een dekbed dus nodig hebben we ze niet. Neemt niet weg dat het balen is, want het zijn erg fijne en vooral kleine slaapzakken. Via een scenec drive over een dirtroad door het zuidelijk deel van de Flinders Ranges, komen we weer door Hawker. Daar willen we voor het eerst ons goedkope benzine uit de jerrycan in de tank gooien. Dit blijkt niet zonder een grote trechter van $ 6,- te werken.

Port Augusta ligt aan het einde van een smalle zeearm. We naderen dit belangrijke knooppunt vanaf en hoog en vooral weids plateau. Al het verkeer uit het oosten van Australië dat naar het westen of het noorden moet, komt hier door heen. Voor het eerst zien we dan ook de oversized vrachtwagens: de 'road-trains'. Het uitzicht wordt gedomineerd door de energiecentrale, waar de kolen uit Copley wordt omgezet in elektriciteit. We waren al 'gewaarschuwd' voor Port Augusta. Australiërs zijn niet bepaald positief over Aboriginals, zonder dat ze racistisch willen worden. Ze waarschuwen je voor eventuele problemen. Zo zijn we geadviseerd om in het westelijk deel van de stad op de camping te staan en vooral dus niet in het oosten. De camping is omgeven door prikkeldraad, waarvan het hek 's avonds op slot gaat. Dat is hier blijkbaar nodig. Dit is niet ons soort camping, maar je hebt niet altijd keus. Voor $ 19 kunnen we hier staan en voorbereidingen maken voor het volgende deel van de reis. Het is weer tijd om alles schoon te maken en op te ruimen.

In Port Augusta hangt een onprettige sfeer. Er hangen overal doelloze Aboriginals rond in morsige en versleten kleding en op blote voeten. Het is best een treurig gezicht, maar wat moet je hier nou mee? De Aboriginals schijnen niet te werken en lijken zich vooral met alcohol bezig te houden. Dit levert natuurlijk problemen op en daarom mag er op publieke plekken niet worden gedronken. De inwoners van Port Augusta zijn verre van vriendelijk. Gegroet wordt er niet, negeren des te meer. De mensen zijn ook significant dikker en onaantrekkelijker dan elders. Wie wil er nou op zo'n plek wonen? Als je de keuze hebt, dan moet je hier echt weg zijn. Dit is een heel ander type Australië dan dat we eerder zijn tegen gekomen. Gelukkig hebben ze hier wel weer een bibliotheek, waar we gratis gebruik kunnen maken van het internet.

Tussen de middag trakteren we ons op de grootste 'whopper' die we hier kunnen krijgen. De Burger King heet hier dan wel 'Hungry Jacks', omdat de naam Burger King al in gebruik was door een andere keten. Bij de Woolworths slaan we groot in voor de komende periode: de oversteek van de Nullarbor. Voor meer dan $ 100,- kopen we pasta en chicken tonight benodigdheden, een grote hoeveelheid snacks en al het andere om de maag rustig te houden. Op de camping raken we aan de praat met een echtpaar uit Melbourne dat op hun Harley op weg is naar Alice Springs. We zijn blij dat we af en toe leuke mensen tegen komen. Mensen die op dezelfde golflengte zitten. Mensen waarmee we een gezellige avond kunnen hebben.
Ga naar boven