Slapen in de auto is ontzettend aangenaam. ‘s Nachts kijk je door de ramen naar de nachtelijke sterrenhemel. Wakker word je met het eerste ochtendlicht. Vanuit de auto zien we de wereld langzaam kleur krijgen. De zon komt iedere dag mooi op, maar er zijn nooit wolken om het nog mooier te maken. Wolken zijn hier sowieso een zeldzaam verschijnsel. Langzaam zien we de rotswand oranje worden aangelicht. In de ochtend en tegen de avond, wordt de kleur van het steen diep donkerrood. Bijna tegen paarsbruin aan. De vogels kwetteren en kwetteren nog wat meer. De wilde bloemen in het veld maken de wereld nog mooier dan die al was. Als de berg waar we op uit kijken voldoende rood is aangelicht, staan we op om een kopje koffie te zetten. Het is gelukkig niet meer zo koud als de afgelopen periode. Wel hebben we ‘s ochtends nog twee dikke truien nodig. We lijken langzaam maar zeker noordelijk genoeg te komen om de Australische winter achter ons te laten. Overdag hebben we weer genoeg aan alleen een T-shirt.

Het ontbijt bestaat uit gebakken eieren met koffie en thee. Het inruimen van de auto is zo gebeurd, want we zijn inmiddels erg handig in het organiseren. Alles heeft een vaste plek, waardoor alles perfect past en ook nog eens makkelijk is te vinden. Wie niet veel heeft, hoeft ook niet veel te zoeken. Klaar om te vertrekken, maar niet voordat we de kloof verkennen die direct in het verlengde van de rest area begint. We klauteren over stenen en boomstronken en zien een kleine uil. Slangen laten zich echter nog steeds niet zien. Het wordt echt wel eens tijd voor onze eerste levende slang. De kloof is minder diep dan we dachten, dus de ochtendwandeling is maar een korte. Doordat we elke dag actief bezig zijn, voelen we ons erg gezond. We vragen ons af hoe het straks in Nederland moet. Als we hier worden ingehaald door een andere auto, worden we al misselijk van de uitlaatgassen. In Nederland zouden we dat niet eens ruiken.  

Vandaag rijden we 289 km. We zijn op weg naar Indee Station. Daarvan hebben gehoord dat een goede stop is. En aangezien de overnachtingen op stations tot dusver tot de beste ervaringen van Australië behoren, maken we hier ook graag een stop voordat we doorrijden naar Port Hedland. De route gaat recht door en over de Hamersley ranges, de Engelse benaming van de Karijini. We vinden de Aboriginal namen wel een stuk mooier en intelligenter klinken dan de Engelse namen. De huidige Engelse namen zijn eigenlijk erg simplistisch en egoïstisch: ik zie een berg dus ik vernoem deze naar mijzelf. Zonder daarbij enige waarde te hechten aan de naam die de Aboriginals er al tienduizenden jaren aan hebben gegeven. Een naam die ook veel meer landschappelijke beschrijving inhoudt.
De Great Northern Highway slingert zich door een paar kloven, waarna we van ruim 700 meter, langzaam maar zeker afdalen naar zeeniveau. Het landschap en de vegetatie beginnen te veranderen. We laten de rode heuvels en bergen van de Karijini achter ons. We zijn weer in ‘Station land’. Dit land wordt intensief begraasd, waardoor de vegetatie minder rijk en divers is. We rijden door een landschap dat is bezaaid met halfronde en ovaalvormige bollen, waarvan het er naar uit ziet dat ze veel ijzer bevatten.

Vanaf de Great Northern Highway draaien we de 9 km lange onverharde oprijlaan van Indee Station op. Daar melden we ons bij de familie, van wie we te horen krijgen dat we maar moeten doen waar we zin in hebben. Per dag moeten we 12 dollar betalen, maar dat hoeven we pas af te rekenen bij vertrek. Omdat er in het uitgestrekte gebied 1.000 runderen rondlopen, kiezen we voor een plek tussen de hekken waar we vrij zijn van koeien. Niet dat we bang zijn voor koeien, maar wel voor het effect van een koe van een paar honderd kilo die per ongeluk over onze scheerlijnen struikelt. Het zou niet het eerste dier zijn dat de scheerlijnen niet ziet. Onze tent zetten we op onder een grote boom. Schaduw, dat is wat we nodig hebben in dit warme klimaat. We kamperen midden tussen de felgekleurde Sturt’s Desert Pea (Swainsona formosa), die bekendstaat om zijn opvallende bloedrode, bladachtige bloemen, die elk een bolvormig, zwart centrum of knobbel hebben. Het is een van de bekendste wilde planten van Australië. De plant komt van nature voor in de droge gebieden van centraal en noordwestelijk Australië.

Vanaf 15.30 uur kan er worden gedoucht met warm water. Dan staan de vuren aan onder de waterketels. Een fantastisch systeem. Douchen is een belevenis, want de douches zijn van hout en golfplaat. De combinatie van het hout en de geur van brandend hout, doet ons denken aan Rusland en Slowakije. Dit is echt geweldig. Opgefrist gaan we naar de 'happy-hour' die door de eigenaar wordt georganiseerd. De Engelse taal heeft geen goede term voor 'een borrel'. Er staan lekkere hapjes op tafel en met de leuke en interessante mensen (alleen maar Australiërs) worden sterke verhalen uitgewisseld. 's Avonds maken we ons eten klaar in de grote keuken van de station. We hebben een gezellige avond met een gezin waarvan de man Nederlandse ouders heeft. Ook nu worden er natuurlijk sterke verhalen uitgewisseld over hoe 'not-normal' dingen zijn in Australië: vliegen, de maan, sommige dorpen. Het wordt grappig als we herinneringen ophalen over boerenkool met worst, kroketten en mayonaise. We blijven Nederlanders.
In de auto slapen was een goede beslissing. Niet alleen is het in de auto erg lekker en gezellig slapen en hebben we er geen last van de razende wind, ook is het lezen van een boek in het autobed erg relaxed. Dat het hard waaide werd benadrukt door onze slippers die een paar meter verderop in de struiken waren gewaaid. In de ochtend kregen we windkracht 60 voor de kiezen met polaire temperaturen. Het is nog maar acht graden met een gevoelstemperatuur die nog wel lager ligt. Het is dus een goede keuze om te vertrekken, want volgens de actuele weersverwachting blijft het tot vrijdag zo of zelfs nog erger. Het is overal koud. In Port Hedland wordt het niet warmer dan 14 graden en in het binnenland bedraagt de maximum temperatuur 7 graden. Zou het dan toch winter worden? In Exmouth doen we nog wat boodschappen, waarna we weer op weg kunnen. Alleen niet voordat ik nog een tweetal opvallendheden vermeld.

De eerste betreft het watertekort. Zowel Exmouth als Coral Bay zijn plaatsen in de woestijn. Er is geen zoet oppervlaktewater aanwezig. Je zou dus verwachten dat er op een verantwoorde wijze met het schaarse water zou worden omgegaan. Niet dus! De sprinklers staan werkelijk waar, 24 uur per dag aan om het gemeentegroen vochtig en dus groen te houden. Waarom? Het water wordt gepompt uit de diepe ijzerhoudende grondwaterlagen. Het grappige is dus dat waar wordt gesproeid er een ijzeroxide laag achterblijft, waardoor groen, straten en gebouwen een rode waas hebben. In de ‘weatbelt’ in het zuiden van Western Australia is het al vier van de laatste zes seizoenen te droog. Inmiddels is het zo dramatisch gesteld met de droogte het gebrek aan goede oogsten, dat zelfmoorden bij boeren een ‘normaal’ verschijnsel beginnen te worden. Veel boeren kiezen er dit jaar voor om niet eens de moeite te nemen om te zaaien, omdat er voorlopig geen regen wordt verwacht. Ook in de regio Perth is er veel te weinig neerslag gevallen. Het gaat dus helemaal niet goed, maar van waterbesparing hebben ze nog nooit gehoord. Men vindt dat er een enorme pijpleiding van de Kimberleys, een gebied met een wateroverschot, maar het midden en het zuiden moet worden aangelegd. Het is een typisch Amerikaanse aanpak, waarbij afgevraagd moet worden of er zo met water omgegaan moet worden. Hoe dan ook wordt daardoor het ecosysteem in het noorden aangetast. Wij zijn van mening dat de toekomst voor Australië in grootschalige en energie efficiënte ontziltingsunits. Er is hier namelijk geen gebrek aan zeewater en zonlicht. Ons idee: laat een club slimme mensen bij elkaar zitten met de opdracht iets goeds te maken met die twee elementen als uitgangspunt. Mocht daar een uiterst goed uitkomen, dan heeft Australië direct een goed exportproduct in handen.

De tweede opvallendheid betreft de dode kangoeroes die overal langs de weg liggen. Altijd weer is het een onprettig gezicht, wat erger wordt naarmate het kadaver al in verdere mate van ontbinding verkeerd. De weeïge stank die je dan krijgt blijft als een vettige waas een tijdje in de auto hangen. Het enige voordeel van een vers aangereden kangaroe is dat het zeer indrukwekkende en grote wedge tailed eagles aantrekt. Vlak langs de weg en opvliegend doordat we passeren, wordt de indrukwekkendheid versterkt tot WAUW! Voor Australiërs behoort het doodrijden van kangoeroes tot een normale gang van zaken. Als je een kangaroe op de weg zit zitten moet je deze niet proberen te ontwijken, maar met de linkervoorkant van de auto te raken, waardoor de kangaroe met een mooie boog in de berm beland, met de minste schade aan je auto. Remmen mag natuurlijk ook! We vragen ons wel hoe een aanrijding met een rode reus verloopt. Je ziet deze genoeg langs de weg liggen, maar we zien weinig auto’s met serieuze schade. We vinden het echter een schande dat er zoveel kangoeroes worden doodgereden in de nationale parken. Je weet dat er kangoeroes zijn en je wordt verzocht om langzaam te rijden. Maar ja, je doet niets tegen een patserige Aussie in een dikke auto met een bullbar, die zich daardoor onoverwinnelijk voelt. Aussies en natuur gaan vaak op een aparte en eenzijdige manier samen. Net als voor Chinezen is de natuur een attractie of in ieder geval een gebruiksvoorwerp. Natuur betekent niet direct dat je er op een verantwoordelijke manier mee hoeft om te gaan. De mening van de Australiër is dat ze ruimte en natuur genoeg hebben en je mag er dus op een overeenkomstige manier mee omgaan. Als veel mensen zo blijven denken zal er maar weinig overblijven.

We zijn ondertussen nog steeds op weg uit Exmouth. We hebben besloten dat we als eerste naar Karijini NP gaan, want is aan de gehele kust koud met veel wind, waardoor zwemmen in de zee geen pretje is. Nu we weer bereik hebben met de telefoon ontvingen we een SMS bericht van een paar dagen oud, van het Engelse stel dat we in Coral Bay waren tegengekomen. Ze vroegen zich af waar we waren, want het leek ze wel gezellig om Damen een borrel te drinken……. In Darwin! In anderhalve week zijn ze door het mooiste gebied van Western-Australië getrokken en hebben ze 3.000 kilometer afgelegd. Zijn ze wel helemaal lekker? Wij rijden door een enorm uitgestrekte leegte naar de 150 kilometer verder gelegen Giralia Station, waar we kunnen kamperen. De toegang tot Giralia wordt gevormd door een vier kilometer lange oprijlaan bestaande uit donkerrode aarde (kleur gravel van tennisbaan). We worden begroet door drie honden van de categorie ‘veel blaffen, weinig effect’. Van de heer des station mogen we voor $ 16 een mooie plek uitzoeken, wat voor ons zoveel betekent als een windluwe plek achter een dichte groene zone. Het is lekker rustig en er zijn warme douches. De eerste warme douche in tweeënhalve week. We waren dan wel niet vies, maar zeker wel zout. Als je met je nagel over je hoofdhuid schraapt, haal je er toch wel een behoorlijke klont zout weg. Met je hoofd in een emmer warm water hangen, zal resulteren in een krachtige bouillon.

We zijn nu in een echt Australisch boerenland. Rechts van ons staan de schaapscheerderstallen, voor de schapen die ergens op het land ter grootte van half Nederland zouden moeten staan. Dat land zie ik voor en me en bestaat uit dor-geel lang gras, met daartussen een incidentele droevige boom. Ook rechts van mij zie ik een zwarte Aboriginal die hier werkt. Volgens de Australiërs is de enige goede Aboriginal er eentje die werkt. Het zit hier helemaal vol met witte kaketoes (corella’s), die zich om de zoveel tijd in een enorme witte vlucht verplaatsen. Het waarom er achter verklaard zich vooralsnog niet nader. Achter me zie ik het restant van een windmolen, dat het slachtoffer is geworden van de verwoestende cycloon Vince, die in 1999 de gehele station heeft platgelegd. Aan de Aboriginal, die zijn batterijen kookt in water om ze op te laden, vragen we waar de schapen ergens zijn. We kunnen echter niet meer informatie aan hem ontfutselen dan ‘No, we don’t have sheeps anymore’, Al met al dus een goede en vruchtbare dialoog. We delen de faciliteiten met een ouder Belgische kakstel dat ongelooflijk loopt te zeiken over het gebrek aan faciliteiten. Dit gezelschap is zo onprettig dat we veel liever een wandeling maken over de dieprode Flying Doctors Airstrip, die in de nog veel rodere bush ligt, om vanaf daar de zon te zien ondergaan. De ondergaande zon doet het hele rode landschap veranderen in een donkerpaarse lapjesdeken. Buiten de drukke (toeristen)plaatsen is Australië echt onwijs mooi. Dit is voor ons het echte Australië.
We zitten nog steeds op campground Lakeside aan het Ningaloo Reef. We hebben echt geen zin om snel weg te gaan van deze zeer bijzondere plek. Waar vind je een natuurcamping als dit, met roofvogels in de lucht, kangoeroes en emus in het veld, terwijl de zee op nog geen 50 meter afstand ligt. Waar ook, hoef je vervolgens maar 30 meter te zwemmen om koraal en tropische vissen te zien. We zijn al die tijd in Australië al op zoek geweest naar een echt mooie plek; die plek hebben we nu gevonden. In tegenstelling tot bijna alle andere reizigers hebben wij echt geen haast. We hebben nog ruim zes maanden te gaan op ons visum en we hoeven helemaal niets. Als we niet verder komen dan Darwin is het ook goed.

Dat is dan wel direct het grote verschil tussen ons en bijna alle andere reizigers, open enkele oudere reiziger na; ze hebben allemaal haast. Veel te bang om iets te moeten missen. Ze reizen in een moordend tempo en hoogtepunt naar hoogtepunt. Ningaloo geven ze gemiddeld twee dagen, want ze hebben geen tijd. We komen daardoor ook bijna nooit al ontmoette reizigers tegen. Wij zijn namelijk altijd de achterblijvers. Qua originaliteit en creativiteit blijkt ook dat het overgrote deel van de reizigers bestaat uit kuddedieren, schapen en reisfundamentalisten. Dit was ons in Azië ook al opgevallen. Met gebruikt de LP op een letterlijke manier. Waar de LP niet over schrijft, zijn geen andere reizigers (backpackers) te vinden. Waar de LP wel over schrijft zijn er in een keer knetter veel backpackers, terwijl we ze daarvoor nooit tegenkomen. In Coral Bay stond het vol, in Exmouth was het nog erger, maar ondertussen staan ze niet op de bushcampings. Wat is dat toch voor een raar gedrag? Zijn de meeste mensen nou echt zo bang voor het onbekend? Durft men niets te missen, terwijl ze niet doorhebben dat ze daardoor juist alles missen? Het maakt ons natuurlijk niets uit. Integendeel! Het vermijden van de massa is daardoor over het algemeen erg gemakkelijk. Wij durven wel te stellen dat het gros van de reizigers weinig boeiende verhalen heeft te vertellen. Ze doen allemaal hetzelfde, ze zien hetzelfde en ze zijn hetzelfde. Steeds meer komen we er achter dat we niet dat soort mensen zijn. Wij willen ontdekken. Het gaat niet om A of B, maar om wat er tussen zit. We hebben onze vakanties altijd al zo ingevuld, dus het heeft niets te maken met het ouder worden. Wij worden ongelukkig van grote, dure en toeristische campings of plaatsen. We zijn in Australië voor de natuur en eigenlijk voor niets anders. Zeldzaam ontmoeten we mensen met wie we een klik hebben. Eigenlijk hebben we ook helemaal geen zin in het oppervlakkige gelul. We vinden het echt niet interessant om ‘gezellig’ te doen met een paar jongeren van 20 jaar, maar energie krijgen we ook niet van de grote hoeveelheid grijze nomaden om ons heen. Het is dus eigenlijk best balen dat er zo weinig mensen zijn van onze leeftijd die, net als wij, voor langere tijd door Australië reizen. Als ze er al zijn, dan hebben ze maar een paar weken, want de carrière, de koopwoning en de kinderen wachten.

Een ander punt blijven natuurlijk de tourgroepen. Ik weet het, ik moet daar over ophouden. Maar toch, tourgroepen blijven iets geweldig fascinerends. Wij zijn daar heel erg duidelijk niet de types voor. Er is een heel grappig verschil tussen zelfstandig en georganiseerd reizen. Als het goed is weet je bij een zelfstandige reis hoogstens globaal wat je gaat tegenkomen. Je reis is daardoor verrassend. De dingen die je beleefd, alles wat je ziet. Na je reis kun je pas vertellen wat je hebt gezien en hebt meegemaakt. Het kan dus eigenlijk nooit tegenvallen. Een georganiseerde reis werkt precies andersom. Je hebt voor die specifieke tour gekozen, omdat je hebt gezien en gelezen wat je precies gaat zien en meemaken. Al voor de reis kun je dus al vertellen wat je gaat zien en beleven. Zo’n reis moet dus vaak tegenvallen. Het leukste vinden wij nog wel de psychologie van de tourgroep deelnemers. Nooit, maar dan ook nooit zeggen deelnemers van een tourgroep gedag tegen voorbijgangers. Al ben je de enige op een verder geheel leeg strand, dan nog wordt je volkomen genegeerd. In het begin waren wij nog wel degenen die groetten, maar na de zoveelste verschrikte blijk zijn we er maar mee gestopt. Komt dit door de werking van de groepscocoon? Een ander fenomeen wordt gevormd door de ‘tourgroepdikkerds’. Het percentage dikke tourgroeppers is groter dan het percentage met een normaal postuur. Uit eigen onderzoek is ook gebleken dat er een 99 procent kans is dat een jonge dikkerd een tourgroepper is. Vandaar dus de naam ‘tourgroepdikkerd’. Het gedrag en deelnemersveld van tourgroeppers is voer voor psychologen. Je moet eigenlijk ook alleen naar Australië komen als je bereidt bent om een auto te kopen of te huren. Reizen met het openbaar vervoer of met tourgroepen is en veel te duur en je mist daardoor ook erg veel. Het programma wordt echt niet aangepast omdat het toevallig een slechte dag is. The show must go on. Met name de kosten zijn ongelooflijk. Zonder eigen vervoer ben je voor de overnachtingen aangewezen op hotels of hostels, wat je minimaal $ 25 voor een bed in een ‘dorm’ kost. Je kunt je reis door Australië volmaken door tours aan elkaar te knopen en tussendoor etappes af te leggen met de Greyhound. Een tour van Exmouth naar Turquoise Bay kost je $ 30. We vragen ons af hoe dat valt te betalen zonder dat je driekwart van de tijd moet werken. Het grootste deel van de tourgroepers is veel te jong om veel te hebben kunnen gespaard.
Het is ’s ochtends geheel windstil, wat een hele verademing is. De golven op het buitenrif zijn ook een stuk lager dan de dagen hiervoor en het water van de zee heeft inderdaad een turkooizen kleur. We gaan vandaag dus maar weer snorkelen. We zijn er wel achter dat het ’s ochtends het beste is om te snorkelen. Dan is er namelijk nog niemand anders. Tussen 11.00 – 13.00 uur is het zicht onder water het beste, omdat dan de zon recht boven je staat. De kleuren komen dan het beste uit en je hebt het minst last van vervelende reflecties. De beste tijden hangen ook samen met het omslagpunt van eb naar vloed of vice versa. Voor die tijden hebben we een getijdentabel. Echt snappen doen we het alleen niet, want de tijdstippen van de getijde wisseling verschuiven en ook de standen verschillen. Dat het met de maan heeft te maken is ons wel bekend, maar hoe dat nou precies werkt. Hoe weten ze de tijdstippen de waterstanden zo goed te voorspellen? Er zijn nog zo veel dingen waar we achter moeten komen. In dat opzicht zou het wel erg handig is om altijd en overal Internet ter beschikking te hebben. Nu blijven we regelmatig met onbeantwoorde vragen zitten.

Maar gelukkig is er het Visitor Center, waar ze een bibliotheek hebben en waar je films kunt kijken over dit gebied. We zijn als het ware van ons huis op weg naar een gratis bioscoop. We vragen de documentaire ‘Natural Ningaloo’ aan, die op een groot scherm wordt vertoond. Het is een bijzonder mooie onderwater documentaire over het leven in en rond het Ningaloo Reef; van plankton tot de walvishaai. De meeste vissen die een gastrol hebben in de documentaire zijn we in het echt al tegengekomen. Door deze film hoe en waar we onder water op moeten letten en wat we zoal nog meer kunnen tegenkomen. Na de film kunnen we niet wachten om het water weer in te gaan. Het water is vandaag rustig en zeer helder. Floor blijft aan de rand van het koraal om zich op de details te storten. Ik ga water verder weg. Het speuren onder en tussen het koraal wordt beloond, want daar liggen vaak de grote vissen verscholen. Op dezelfde plek als eerder kom ik de lionfish weer tegen. Deze schijnt vaak samen te leven met de stonefish, maar als die er al is, dan onderscheid ik deze niet van de omgeving. Het met de stroming meedeinen van de poliepen blijft een fantastisch gezicht. Het leuke aan een beetje rondzwemmen tussen de koralen is dat je bij toeval van alles kunt tegenkomen. Het is bijzonder om te merken dat je iedere keer weer nieuwe vissen en koralen ontdekt. Hoe helderde het water hoe meer succes je natuurlijk hebt. In het heldere water kun de grote vissen en schilpadden al van ver zien aankomen.

Vanwege de helderheid van het water heb ik een groot aantal grote pijlstaartroggen gezien op de zanderige bodem, met een dikke straat die als een soort veer eindigt. Vaak zijn de staart en de ogen als enige zichtbaar, terwijl het lichaam onder het zand verborgen ligt. Natuurlijk zien weer de grote aantallen vissen in alle kleuren van de regenboog. Felgele en felblauwe visjes schieten tussen het koraal of verschuilen zich tussen de veilige anemonen als we te dichtbij komen. Onder water is het als een sprookje zo mooi. Bet valt ons op dat we dezelfde vissen op dezelfde plek blijven tegenkomen. Vissen zijn blijkbaar honkvast. Voor de derde zone met koraal vind ik iedere keer weer dezelfde grote schol snapper, sea mullet en trevally. Ik heb nog een geweldige close-encouter met een rifhaai, waar ik vijf minuten mee heb kunnen zwemmen. Ik kwam de haai tegen op dezelfde plek als waar ik deze al eerder had zien rusten in een holte tussen het koraal. Nu had ik de kans om de haai te dicht te naderen en te volgen, terwijl deze een grote cirkel maakte om weer terug te keren naar dezelfde rustplaats. Zelfs Floor durft nu verder te gaan dan de vorige keren. Er zijn nu geen merkbare sterke stromingen. De temperatuur van het water is nu ook veel gelijkmatiger. Niet meer van die koude en warme stromingen die elkaar afwisselen. De buurman is ondertussen bezig om de weinige bomen die er staan te snoeien, omdat hij last heeft van de takken wanneer hij er langs moet. We zien veel grote vissen. Ook de grootste die we tot dusver zijn tegengekomen. Een dik, lang, brui met wit gespikkelde patatocod. Terwijl wij in het water lagen en onder de indruk waren van de ‘patatocod’ van 1-2 meter, werden er door mensen aan de kant twee Dugongs gesignaleerd die vlak langs ons zwommen.
Podverdomme wat waait het hard. Nee, je weet echt niet hoe hard het waait. Het stormt. We mogen blij zijn dat we een tent hebben die ontworpen is om harde wind te weerstaan en dat we nog enigszins beschut staan achter de bomen. De meeste kampeerplekken in dit NP hebben namelijk in het geheel geen bomen, waardoor de wind en de zon vrij spel hebben. Hoe komen we aan kokend water voor de koffie en de thee. Met windkracht 80, heeft ons nieuwe kooktoestel, dat officieel een hitte efficiëntie heeft van 51 procent?, een efficiëntie van -85 procent. Achter de duinen, op het strand, waait het gelukkig een stuk minder. Dat wordt dus een ontbijt op het strand, wat zeker geen straf is. Vanaf welke ‘ontbijttafel’ heb je nou een uitzicht op een tropische lagune vol met koraal en mooie vissen. Wat ook mooi is, is de grote varaan, van het type perentie of goanna, die bijzonder rustig door ons kamp kwam stappen en zich niet al te druk zat te maken over deze ‘trespassing’.

Aangezien de wind maar niet gaat liggen, besluiten we om een wandeling te gaan maken. Cape Range NP ligt in een noord-zuid richting parallel aan de zee gedrapeerd. De Range vormt als het ware een scheiding tussen de woestijn en het rif. De Range en het vlakke land tussen de bergen en deze, is gevormd uit opgestuwde zeebodem. Dit is goed te zien in de spectaculaire Mandu mandu Gorge, waar doorheen we een wandeling maken. Van deze uitgesleten kloof, bestaan de rotsen op de top uit vlijmscherpe stukken koraal. Het is niet verstandig om met je knie op zo’n stuk vlijmscherp koraal te vallen, want er zou weinig overblijven van die voorheen functionele knie. Vanuit de kloof kijk je langs bruinrode wanden naar de het verder en lager gelegen turkooizen water van het Ningaloo Reef. Vanaf de hoogte kunnen we het buitenrif bijzonder goed zien liggen: de plek waar de brekende golven zorgen voor een witte rand, een rand die zich gerafeld naar het noorden en het zuiden uitstrekt. We hebben zicht op het deel van Turquoise Bay waar je op moet passen voor gevaarlijke stromingen. Stromingen die worden veroorzaakt door een openingen in het rif. Je kunt goed zien dat er een opening zit in het buitenrif en dat het rif een knik maakt, waardoor er op die plek een verraderlijke en krachtige stroming staat. Vooral nu het water van de oceaan extra wordt opgestuwd moet je erg oppassen. Met grote golven slaat het water, van de aan zware deining onderhevige open oceaan, over het buitenrif. Hierdoor ontstaat in de lagune een te veel aan water, dat via gaten tussen het rif wordt afgevoerd. Dit afvoeren van overtollig water gebeurt op niet geheel subtiele wijze door krachtige stromingen onder te wateroppervlak. Een paar maanden geleden wilden drie jongens naar het buitenrif zwemmen. Na 200 meter keerde de eerste terug. Na 500 meter hield de tweede het voor gezien. Van de derde is nooit meer wat vernomen.

Vanwege het opgestuwde water, is de helderheid van het water in de lagune enorm afgenomen. Door de vele wervelingen is er veel zand met het water vermengd, wat het zicht verminderd. Het water heeft daardoor een meer groene dan turkooizen kleur. Hoe meer turkoois het water van kleur is, hoe helderder het water. Deze helderheid bevordert op een tweetal manieren de kans om grote vissen tegen te komen. Doordat het water helder is, kun je de grote vissen beter zien (aankomen), maar grote vissen zijn ook juist in helder water te vinden, omdat ze niet zand in de kieuwen houden. Bij dat laatste kan ik me wel wat voorstellen. We leren dat het niet verstandig is om in het donker te gaan zwemmen, omdat er dan minder plezierige haaien actief zijn die niet geheel opletten waar ze een hap in zetten. Volgens de kamphost, die in het donker wel eens het water opgaat, zijn er in het duister veel ‘weird and funny noises’ te horen.

5.07 - Australië | Ningaloo: Lakeside

De buren aan weerszijden van ons kamp gaan vandaag weg. Een van de buren bestaat uit een jong Engels stel die hier de maximale kampeertijd van 28 dagen hebben doorgebracht. Volgens deze kenners is Lakeside de beste en meest populaire kampeerplek van het NP. Dit vanwege de aanwezigheid van schaduw, het eenvoudig te bereiken koraal en het fijne strand. We hebben schijnbaar ‘geluk’ gehad met de keuze van de kampeerplek. Omdat wij van mening zijn dat de vertrekkende buren een betere plek bezetten, nemen we hun plek over. We moeten de tent dan wel verplaatsten, met als probleem dat we opnieuw moeten proberen de stalen pennen in de bodem van beton te krijgen. Maar dan hebben we wel een plek die aan twee kanten wordt begrensd door bomen, wat voorziet in de hoognodige schaduw en windbreking. Door de verplaatsing hebben we direct ook de beschikking over een grote houten kampeertafel. Nu kan het relaxen echt goed beginnen. Sinds we zijn aangekomen in Australië zijn we op zoek geweest naar een plek waar het echt de moeite is om langer te blijven. Nu, voor het eerst hebben we zo’n plek gevonden. Het kost weinig geld om hier te staan, het is hier rustig, de omgeving is fantastisch en de zee doet dienst als douche en afwasteil. Dit zijn de plekken die jaloersmakend werken op anderen. Dit zijn de plekken, waarvan je denkt dat ze niet bestaan. Nadeel is alleen de wind. Gelukkig wordt de wind voor een groot deel tegengehouden door de bomen de caravans en luifels van de buren.

In de loop van de middag is het weer windstil. De helderheid van het water is vandaag minder dan gisteren. Wel nog steeds helder genoeg om goed te kunnen genieten van de enorme hoeveelheden vis. In Exmouth hebben we boekjes gekocht met plaatjes van vissen die hier voorkomen. Het is ons alleen nog niet duidelijk wat voor vissen we nou eigenlijk allemaal tegenkomen. Het zijn er veel, heel erg veel. Vanaf het moment dat je met je hoofd onder water gaat ben je omringt door vis. Om de duur van de onderwaterpret niet onnodig te verkorten is het zaak dat de glazen van de duikbril met spuug worden ingesmeerd. Om de een of andere reden gaat dat het beslaan van de ramen tegen. We zien honderden, duizenden vissen in een grote verscheidenheid aan soorten, kleuren en maten. Zwevend in het water, langs een geel gekleurde wand van koraal, omringt door al die vissen, lijkt het alsof je in een heel mooi aquarium bent beland. Er is alleen wel een verschil: dit is echt! Dit is natuur, natuur die we zelf ontdekken. De meest bijzondere ontdekking van de dag bestaat uit twee lionfish, die zich in een holte tussen het koraal bevinden. Dit schijnt bijzonder te zijn om te zien, maar ik heb ze wel mooi gezien. Ik, want Floor is nog niet zo’n snorkelheld. Ze durft nog niet ver en lang het water in en ze kan ook nog niet met d’r snorkel helemaal onder water. Ook vlak langs het strand is er genoeg te zien, maar voor de meer bijzondere dingen moet wel wat meer moeite worden gedaan.

Het buitenrif ligt ongeveer drie kilometer van de kust. Hierop breken de golven, die over de Indische Oceaan aan komen rollen, met donderend geweld. Het buitenrif zorgt er voor dat het water daarachter kalm is. De zee is wel ruiger dan normaal het geval is. De golven die op het buitenrif slaan zijn hoog en vormen tunnels van drie meter hoogte. Als de zon ondergaat en de golven van de achterzijde worden beschenen, is goed zichtbaar dat er een hoop waterdamp vrijkomt, die als wolken meters de lucht in waaien. Dit indrukwekkende schouwspel schijnt te komen door een heftige storm ergens ver weg op de Indische Oceaan. Het resultaat hier is dat de helderheid van het water is afgenomen en dat er gevaarlijke stromingen staan tussen de verschillende rifsystemen. Als je in de buurt zou komen van de geulen in het buitenrif, loop je een heel groot risico naar buiten te worden gezogen. Dit zal je waarschijnlijk niet zo snel meer kunnen navertellen.

Toen we vanuit Exmouth hier naar toe zijn gereden, hadden we geen rekening gehouden met een lang verblijf in de natuur. We zijn daardoor door onze voorraden heen. We moeten dus boodschappen doen in de ‘grote stad’. Zoals het hoort vragen we aan de anderen op de campground of ze nog iets nodig hebben. Dan rijden we de 53 kilometer naar Exmouth, waar we ons drinkwater aanvullen. We hebben nu een voorraad van bijna 50 liter. We proberen dit keer voor een hele week boodschappen te kopen. Dag 1: chili con carne; dag 2: pasta carbonara; dag 3: pannenkoeken; dag 4: curry met pompoen; dag 5: aardappelen, groenten uit blik en vis (die we hopelijk krijgen); dag 6: pasta met smac. Gelukkig valt de inflatie erg mee. Wat niet meevalt is de prijs van de benzine. We mogen dit keer $ 1,62 voor een liter betalen. Net als in Carnarvon is het heel opvallen dat de prijs van de benzine niet schommelt. De prijs staat vast en is hoog. Het moet wel zo zijn dat je keihard wordt opgelicht, want het transport van benzine wordt door de overheid gesubsidieerd. In Exmouth bezoeken we het kantoor van CALM (Conservation and Land Management), met de vraag of ze wellicht nog vrijwilligers nodig hebben in de omgeving. Helaas zijn er in november pas weer mensen nodig , tijdens het legseizoen van de schildpadden. Het lijkt ons best leuk om een bijzondere werkervaring op te doen, dat niet perse geld hoeft op te leveren.
We rijden weg van de camping in Hamelin, waarvoor we $ 36 moesten betalen. Ze durven wel enorme tarieven te vragen voor dat beetje voorzieningen en een stoffig veldje. De Greyhound naar Perth zou volgens planning om 8.25 uur vertrekken en men wordt verzocht om 30 minuten voor tijd aanwezig te zijn. Wij zijn op tijd, maar de bus is verre van op tijd. We wachten en wachten nog wat langer. Om 8.30 uur is er nog geen bus. Om 9.00 uur is er nog steeds geen bus. Wel komt er een bandlid van ZZ-Top uit het roadhouse gelopen, die in zijn roadtrain stapt. Om 9.15 uur komt de bus aangereden, waarna het hele ritueel van uitstappen, instappen, wisseling van chauffeur, koffie drinken, peukje roken, enz. nog moet plaatsvinden. Na een vertraging van anderhalf uur zwaaien we onze vrienden uit. Zij zullen in Perth met het vliegtuig naar Cairns gaan voor hun laatste twee weken in Australië.

Wij zijn weer op elkaar aangewezen. We hebben het ontzettend naar ons zin gehad zo met z’n vieren. Het is jammer dat ze nu weer weg zijn. We hebben deze vakantie met hun wel even nodig gehad. Heerlijk Nederlands praten met vrienden die ons goed kennen. We zijn gelukkig niet zo verandert dat de vriendschap niet meer werkt. Het is erg fijn om te weten dat we zulke vrienden hebben in Nederland. Dit is een reden om terug te gaan naar Nederland. Voor nu is het op naar Carnarvon. Vanaf Overlander wordt het landschap direct anders. Het wordt kaler en droger. Hier lijkt toch echt iets van een woestijn te beginnen. De 200 kilometer lange weg naar Carnarvon is weer van het type recht. De incidentele bocht in de weg lijkt er alleen te zitten omdat de wegwerkers naar elkaar toewerkten en daarbij niet helemaal uitkwamen. Zo’n incidentele bocht is toch wel spannend. ‘Heb je het stuur goed vast?’ We komen aan in Carnarvon, nadat we vanaf Denham 350 kilometer hebben gereden. Het is hemelsbreed een afstand van nog geen 100 kilometer, maar het water maakt deze omweg noodzakelijk.

In Carnarvon blijkt direct dat we aan een nieuw deel van de reis zijn begonnen. We bevinden ons in een subtropisch landschap, met een overeenkomstig klimaat. Doordat de Cascoyne River hier uitmondt in zee is dit gebied vruchtbaar, dit in tegenstelling tot de omringende woestijn. De Tropic of Capricorn (Steenboks-keerkring) bevindt zich nog maar 150 kilometer ten noorden van ons. De luchtvochtigheid is hier veel hoger dan waar we vandaag zijn gekomen. Gelukkig hebben we de koude nachten in Perth achter ons gelaten. We komen langs de eerste bananenbomen, mango’s en gezond uitziende palmbomen. Ook de insecten zijn hier van een serieus formaat. Motten met een lengte van 15 centimeter, krekels met een formaat als dat van een kleine muis en mieren die met hun lengte van 5 centimeter indruk maken. Waar zijn de enorme spinnen? Grappig om te beseffen dat we in Australië, al rijdend in noordelijke richting, exact hetzelfde mee maken als in Azië in zuidelijke richting: ander klimaat, andere gewassen, andere mensen. In Carnarvon komen we zelfs Vietnamezen tegen die met strohoed op hun land werken. Volgens onze informatie zijn hier een groot aantal plantages waar wij zouden kunnen werken. We rijden een rondje door Carnarvon en signaleren dat er een groot aantal camping is en dat er hier een Woolworths zit. Dit is erg gunstig, want onze voorraden zijn tot een minimum bestaansniveau gedaald. We trekken de conclusie dat Carnarvon Caravan Park de meeste geschikte camping is voor ons. Het is ook de goedkoopste. Per dag bedragen de kosten $ 16 of $ 80 per week. We claimen een groot stuk zacht gras, wat vanaf dat moment dienst doet als officiële plaats. Dan is het tijd om uitgebreid te chillen.

4.06 - Australië | Denham

Vandaag hebben we een rustdag. We doen allemaal een ons eigen ding. Een beetje boekje lezen, ouwehoeren, sigaretje roken en dat soort dingen meer. Omdat er vandaag wel iets aan activiteit moet worden ondernomen gaan Heidi en ik nog even snorkelen. Het is grappig om tussen grote scholen jonge whiting te zwemmen. De scholen steken als grote bewegende donkere vlekken af in het heldere ondiepe water. Volgens Heidi zat er een dolfijn op 10 meter van me vandaan. Helaas heb ik die gemist. We ontmoeten vandaag twee Nederlanders (Ellie en Bas), die met een 4WD met Nederlands kenteken, van Nederland door Afrika, naar Australië zijn gekomen. Ze laten ons een filmpje zien van een leeuw die dwars door hun kamp loopt, ergens in de wildernis van Afrika. De leeuw loopt door het kamp, terwijl Bas in dat zelfde kamp rustig een boek aan het lezen is. Het mooiste is dat ze UNOX gehaktballen in blik bij zich hebben. Deze hebben ze al sinds hun vertrek uit Nederland, nu 2 ½ jaar geleden, in hun auto staan. Wij krijgen dit blik samen met drie pakken UNOX-beefburgers. Is er iets meer Nederlands dan UNOX?

De volgende dag brengen we door op een verlaten strand met rood zand in de buurt van Monkey Mia. Dit is de toeristentrekker voor de regio Shark Bay. Daar betaal je zes dollar per persoon om op het strand van het gelijknamige resort, met tientallen, of zelfs honderden anderen, te krijgen hoe dolfijnen op het strand worden gelokt. Aan zoiets fouts, massaals, neps, doen wij natuurlijk niet mee. Wij zijn naar de andere kant van het schiereiland gereden voor een meer relaxte snorkelplek. We zijn daarvoor in de richting van Monkey Mia gereden, waarna we vlak voor het einde een dirttrack van rood zand zijn ingeslagen. We kwamen uit op een fantastisch mooi strand. De duinen achter ons met de kleur van terracotta, die surrealistisch afsteken tegen de donkerblauwe hemel. Het strand is wit met een zee die voor de ene helft lichtblauw en voor de andere helft donkerblauw is. Dit is nou zo’n plek van de foto’s in de brochures van de meeste geweldige bestemmingen ter wereld. Het mooiste van dit alles is de totale verlatenheid: buiten ons is er helemaal niemand.

We snorkelen wat. We schaken een paar potjes en dan spotten we dolfijnen. De waterexpert Heidi gaat direct het water in en wanneer ze daar tot haar middel in staat slaat ze met haar handen lichtjes op het water. Waarschijnlijk denken de dolfijnen dat we de Monkey Mia crew zijn, want ze komen tot op het strand. Floor krijgt een grijze bottlenose dolfijn aan haar voeten en een andere dolfijn zwemt 80 meter met Emiel mee, die door de branding rent. Helaas komen de dolfijnen er vrij snel achter dat ze in de maling worden genomen. Er valt hier niets te halen. We hebben dan wel 12 gehaktballen in blik, maar die laat Floor zich toch echt niet ontnemen. Wat is dit allemaal geweldig. Nu is het tijd om gehaktballen te eten op deze super plek. Floor en gehaktballen, orgastische ballen. Ze zijn vast niet zo lekker als de huisgemaakte, maar is er een betere plek voor het eten van UNOX gehaktballen, die via Afrika hier bij ons op het strand terecht zijn gekomen. 

Vlak bij Denham ligt nog een mooie lagune. Heidi en ik gaan gewapend met snorkel en duikbril het water in. Behalve dat er heel veel waterplanten zijn, die er uit zien als kleine bonsai boompjes, waardoor je het gevoel hebt boven een bonsaiplantage te zweven, is er niet zo veel te zien. Er is een mooie grote kwal aangespoeld, die zorgt voor een fotomoment. Heidi en ik lopen met onze blote voeten door het water, maar als we naar de camping terug lopen, komen we er achter dat op blote voeten lopen misschien niet zo verstandig is. We lopen langs een waarschuwingsbord bij de toegang tot de lagune met het opschrift: ‘Stonefish are found here’. De stonefish ziet er uit als een lelijk stuk steen, maar je moet er alleen niet op gaan staan. Je gaat er dan wel niet aan dood, maar je krijgt schijnbaar de behoefte om je been te amputeren. Naar het schijnt resulteert de aanraking met een stonefish in een gevoel, alsof er iemand met een honkbalknuppel tegen je been slaat en blijft slaan. Hmmm, dat lijkt ons persoonlijk geen prettig gevoel. In dit gebied zouden ook bilby’s moeten leven. Dit is een klein soort buideldier met enorm grote oren, die wij helaas niet tegenkomen. Dit is ook niet zo vreemd, want met z’n grote oren heeft hij ons vast al lang van te voren kunnen horen.

Na alle avonturen keren we aan het einde van de middag terug naar de camping. Het is oppassen met teruglopen naar de auto, want de dieprode aarde ligt vol met stekelbolletjes, die dwars door de zolen van onze slippers gaan. Op de camping maken we perfecte broodjes hamburger van de UNOX beefburgers die we hebben gekregen. De hamburgers gaan op de BBQ en worden samen met gebakken ui en champions tussen een broodje geplaatst. Daar gaat dan weer een dikke laag met tomato sauce (tomaten ketchup) en whole-egg-mayonaise overheen. Bas ziet ons ‘zijn’ hamburgers eten en is jaloers op de creatie die we consumeren. Emiel doopt mij ondertussen tot ‘bullshitter’. Hij heeft een artikel gelezen over ‘bullshitters’ en ‘liars’. Volgens Emiel ben ik dus een bullshitter, omdat het grootste deel van wat ik zeg niet perse juist is en/of daadwerkelijk in die mate heeft plaatsgevonden. Van je vrienden moet je het hebben. We hebben nog een gesprek met twee Australiërs die helemaal enthousiast zijn over een dorpje bij Adelaide, waarvan het echt jammer is dat we dat hebben gemist vanwege de Duitse historie. Dit doet mij opmerken dat we voor Duitse historie in Europa een land hebben dat Duitsland heet. Altijd grappig dat historische besef van de Australiërs. Alles dat ouder is dan 30 jaar wordt gelabeld met ‘historical site’. Je moet het ze wel nageven dat ze vooruitdenkend zijn, want voor over een paar honderd jaar, als het echt geschiedenis is geworden, staan alle bordjes en hekken al klaar.

4.05 - Australië | Nanga Bay - Denham (50 km)

Na twee dagen te hebben doorgebracht in Nanga Bay, vinden we het wel weer mooi geweest. We rijden naar Denham, de meest westelijke bewoonde plek van Australië. We vinden daar een camping waar we onze tent opzetten op het witte ‘zand’ aan het strand. We betalen $ 29 voor een plek die in eerste instantie helemaal niet prettig lijkt te zijn. De bodem is hier van beton, waardoor we alle haringen krom slaan. Goede haringen kennen ze hier niet. De enige goede haringen zijn rotspennen, maar die zijn nergens te krijgen. Wel kunnen een boormachine lenen om de gaten voor te boren. Het is vandaag helaas ook een grauwe dag, We lopen naar het Tourism Information Office, waar we te horen krijgen dat er hier eigenlijk helemaal niets te doen is. Het national park kom je zonder 4WD niet in. Zo’n auto kun je dan wel huren bij de lokale onderwijzer, maar dat zou je dan $ 120 per dag kosten. Boten zijn niet te huur en goede plekken om te snorkelen zijn er niet. Het enige goede aan onze kampeerplek is de aanwezigheid van een supermarkt op 10 meter afstand. Daar kopen we verschillende bouwstenen van een tosti en maken deze klaar op de BBQ.

Emiel en ik gaan schaken en raken aan de praat met een Australiër die een boot heeft. Voor de grap merken we op dat we graag vrienden willen worden vanwege zijn boot. Hij vindt dat geen enkel probleem en al snel zitten met z’n allen op zijn kleine boot. Het doel dat we hebben is het vinden van een goede snorkelplek tussen het zeegras. We gaan een paar keer het water in, maar op een peer kleine whiting na zien we helemaal niets. We hebben het eigenlijk vooral erg koud. We hebben het eigenlijk al opgegeven en varen al langzaam teug naar de ‘jetty’, als we een dolfijn vlak naast de boot een tuimeling zien maken. We zetten de ‘achtervolging’ in. De dolfijn laat zich meerdere keren van dichtbij zien. Zelfs op nog geen meter van de boot en onder onze boot door. We zijn met z’n allen behoorlijk euforisch. Deze dag is door deze dolfijn toch nog helemaal fantastisch geworden. Dit bleek pas het begin te zijn. Toen we terugkeerden naar de jetty, zagen we een groep donkere schijven in het heldere water passeren. Zijn dat schilpadden? Nee, het zijn roggen. Binnen twee minuten liggen we in het water. Floor en de schipper Rosco blijven op de boot. Bij toeval vind ik de roggen als eerste. Ik hang in mijn eentje 50 centimeter boven een groep van vijftien pijlstaartroggen. Ze liggen om de een of andere reden op elkaar gestapeld op de zandige bodem. Voor de lange zwarte staart moet je oppassen, want het uiteinde daarvan kan je een serieuze wond toebrengen. Al snel zijn Emiel en Heidi in de buurt, waardoor de roggen verschrikt raken. Met een noodgang zwemmen ze weg in golvende bewegingen. Waar zijn ze gebleven? Floor en Rosco zijn als professionele roggenjagers de roggen aan het volgen. Op aanwijzing van Floor weet ik de roggen keer op keer terug te vinden. Het scheelt behoorlijk dat ik goed kan zwemmen. Als ik even niet meer tussen de roggen zwem, bevind ik mij te midden van een enorme schol jonge whiting. Dit avontuur was echt erg stoer en volgens Heidi ook iets zeer unieks. Omdat we inmiddels onderkoelingsverschijnselen hebben opgelopen, gaan we snel weer terug naar de camping om een lange hete douche te nemen. De douches op de campings zijn vaak een glibberige bende vanwege de bejaarden die zich zelf na het douchen geheel overstrooien met talkpoeder. Dit schijnt overmatig zweten en ruiken tegen te gaan.
Ga naar boven