BestemmingOnbekend

BestemmingOnbekend
Met oordoppen in was het een rustige nacht. Voor zevenen verlaten we het hotel en worden we uitgezwaaid door de beheerder van het hotel. Wederom de bevestiging dat wanneer het ijs eenmaal is ontdooid de relatie ook niet meer stuk kan. Het magazin, annex café, is gelukkig al om 7.00 uur geopend. Brood, salami, yoghurt, en vruchtensap. Koffie en thee krijgen we gratis en voor niets. We beginnen de Oekraïners steeds leuker te vinden. Of zijn de Oekraïners aardiger naarmate ze oostelijker wonen? Het is vandaag minder heet dan gisteren. Ook hoeven we minder te klimmen. In het stadje Vapniarka pauzeren we voor een kopje koffie met een groot zoet brood, bij een magazin/café op de markt. Het is er een drukte van belang. De persoon die naast ons zit blijkt in Odessa te wonen en geeft ons zijn telefoonnummer. Het waarom wordt ons niet duidelijk, want bellen zullen we waarschijnlijk toch niet. Wat heeft het voor zin om iemand te bellen als je elkaar toch niet kunt verstaan? In de Oekraïne zijn we een aardige bezienswaardigheid. Zonder uitzondering worden we aangekeken en nagekeken. Als wij dan reageren met ‘dobry den’ worden de (gouden) tanden bloot gelachen. Vanaf vandaag wordt er ook getoeterd door de auto’s. Fietsen is zo veel leuker dan rondtrekken met de rugtas.

Kryzhopil blijkt een stoffig stadje te zijn met een hotel en meerdere restaurants. We stoppen er voor een lunch van halve kip met brood dat we wegspoelen met halve liters kvas. De rekening bedraagt 34 UAH (€ 3,40). We fietsen op kaarten uit de geweldige Wegenatlas voor de Oekraïne op schaal 1: 500.000 (verkrijgbaar bij Reisboekhandel Pied à Terre in Amsterdam), maar nog steeds kunnen we niet aflezen wat we ergens kunnen verwachten. De kans op een hotel lijkt te worden vergroot door het aantal wegen dat er samen komen. Na Kryzhopil fietsen we door een breed dal, waarin een keten van kleine en grotere meertjes ligt. Bij één van die meertjes stoppen we om er het heetst van de dag te rusten. Onze fietsen zijn misschien een bijzonder vervoermiddel om er mee op het strandje te liggen, maar de locals komen met paard en wagen, wat wij weer erg bijzonder vinden. Hele families nemen een verfrissende duik, stappen weer op de wagen en rijden terug naar waar ze vandaag kwamen. Een andere Oekraïner komt in zijn auto aangereden. Hij is nog aan het aan werk en tussen het grote aantal telefoontjes dat hij pleegt, vindt hij tijd voor ook een paar minuten in het verfrissende water. Hij vindt onze fietser een stuk interessanter en mooier dan de Skoda waarin hij rijdt. Daar zijn wij het mee eens. Misschien ook wel door de vrolijke rode tasjes.

Door bossen en langs rietkragen fietsen we naar Bershad. Onderweg stoppen we ergens voor een koude cola, waarvan we hebben gemerkt dat dit erg lekker is bij zware inspanning bij hoge temperaturen. Vooral Floor gaat als een trein wanneer er een cola of een banaan in gaat. Het motortje krijgt dan een kick-start van jewelste, zodat ik hard moet trappen om d’r bij te houden. Aan de bosrand staan de locals aardbeien, veenbessen en paddenstoelen te verkopen. Om mooi moment om op te merken, dat er in de Oekraïne vaak een wandelaar of een fietser zomaar ergens uit het bos komt zetten. Zo kun je ergens midden in het niets aan het fietsen zijn, wanneer er plotseling een fietser tevoorschijn komt. Waar komt hij vandaan en waar gaat hij naar toe? Het hotel in Bershad heeft een kamer voor 260 UAH (€ 26,-). Eten doen we tussen de lokale jeugd, dat een feestje aan het vieren is, zonder dat er ook maar enige vorm van feestvreugde is te bemerken. Wij vallen ten prooi aan steelse blikken en geroezemoes. Wie zijn die mensen en wat doen ze hier? Het is jammer dat niemand hier Engels spreekt, want het zou wel leuk zijn om meer met de mensen in gesprek te komen.
Om zo lang mogelijk te profiteren van de koeltje van de ochtend, staan we om 6.15 uur op. Een goede nachtrust was in de stilte van deze landelijke omgeving geen probleem. Douchen kunnen we in de badkuip door emmertjes met koud water over ons heen te gieten. Het toilet is een hokje achter in de tuin, waar moet worden gemikt in een volle, ranzige emmer. De inhoud daarvan zal worden verspreid over de eigen groententuin. Onze fietsen staan in een apart schuurtje en de deur daarvan is op slot. Helaas moeten we Irina dus wakker maken om te kunnen vertrekken. Floor heeft een ansichtkaart geschreven in haar beste Oekraïens en er een biljet van 100 UAH aan toegevoegd. Dit wil Irina eerst niet accepteren, maar wij staan er op. We zouden het dubbele hebben moeten uitgeven als we een hotel hadden gevonden. Wij voelen ons daardoor niet schuldig dat we hier hebben geslapen en zij houden er nog wat aan over. Misschien dat we ze op een idee hebben gebracht voor als er nog een keer reizigers door Murovani Kurylivtsi komen.

Ondanks het vroege uur, zijn de winkeltjes al open. Water is wat we nodig hebben. Inmiddels hebben we zes liter water bij ons, waarbij we het water in een fles op smaak brengen met limonade poeder. Het landschap van gisteren zet zich voort. Diep naar beneden, de rivier over en dan weer moeizaam omhoog. Over de heuvelkam fietsen door glooiende velden met graan, zonnebloemen en koolzaad. Tot dat we weer een volgend rivierdal bereiken, naar beneden moeten en dan weer omhoog. Na Vendychany wordt het land langzaam vlakker. De dalen zijn minder diep. Nog steeds liggen de dorpen en stadjes beneden, met bebouwing langs het water en tegen de hellingen. De heuvels zijn in agrarisch gebruik. Door al die zware klimmetjes zijn we oververhit, bezweet en vies. We kunnen echter geen water vinden om aan te pauzeren. Dan maar langs een graanveld, dat vol staat met klaprozen en andere wilde bloemen. Daarboven staat een blauwe hemel, waarin wolken als watten drijven. Ook al stinken we een uur in de wind, we prijzen ons gelukkig dat we hier kunnen fietsen.

In Chernivtsj stoppen we bij een ‘magazin’ om vers water, cola, koekjes en brood te kopen. Het wordt bijna gewoon hoe dat proces verloopt. Ik stap de winkel binnen en word ronduit slecht en bijna onbeschoft geholpen. Ze weten namelijk echt niet wat ze met die zwetende buitenlander aanmoeten. Dat we elkaar niet kunnen verstaan draagt ook niet bij een soepele communicatie. Toch slaag ik er in om te krijgen wat we willen hebben. Als we dan in de schaduw voor het winkeltje zitten om af te koelen en bij te komen, komen ze ‘per ongeluk’ naar buiten. Dan zien ze een aantal zaken. Als eerste dat ik hier niet alleen ben, maar dat er ook een vrouwtje bij is. Helemaal mooi wordt wanneer ze daarna de fietsen zien staan. Je ziet de lucht opklaren en de sfeer omslaan. Het ijs is gebroken. Koffie en chocolade wordt ons als cadeau aangevonden en als we willen kunnen we blijven slapen. Althans, we denken dat er een slaapplek wordt aangeboden. Het begint net wat af te koelen en de suikers in de cola beginnen hun werk te doen. Floor staat er dus op om verder te fietsen. Weer laten we een zelfgemaakte ansichtkaart achter om ze te bedanken. Iedere keer weer een gouden zet. De kaart gaat de hele winkel door, zo leuk vinden ze zet. Hoe veel jaren later zou onze ansichtkaart er nog staan? We kopen nog wat extra proviand en vullen onze watervoorraad aan tot acht liter. Weer krijgen we alleen wat volgens hen goed, koud en vers is. Langdurig worden we uitgezwaaid als we weer op weg gaan. De Oekraïners lijken zo stug, maar het is meer dat ze niet weten wat ze met je aan moeten.

We zijn terug in het grootschalige landschap. Graanvelden bedekken de glooiende heuvels. Italiaanse populieren aan weerszijden van de weg. Op de weg is het enorm rustig. De dorpjes zijn uitgestorven. Als de avond begint te vallen, de mensen terugkeren van hun akkers (lopend, op de tractor of op de zijspan), de laatste Lada’s worden gevuld met gras voor de koe, het paard of de konijnen, rijden wij Tomashpil binnen. Nergens zijn we hotels of restaurants tegengekomen en zijn dus voorbereid op een nacht in het veld. De vraag aan een taxichauffeur levert een onverwacht positief resultaat op. Er is hier een hotel. Een ‘charmant’ gebouw in authentieke Soviet-architectuur, dat niet herkenbaar is als hotel. Mevrouw de hotelbewaakster is streng en in eerste instantie helemaal niet blij dat we er zijn. Als we haar vertellen dat we op weg zijn naar Odessa ontdooid ze. Als we haar bedanken in het Oekraïens begint ze breed te lachen. Ze heeft een kamer met douche voor 200 UAH (€ 20,-). Die douche is hard nodig na een lange dag stof, zweet, insecten en afzien. Herboren gaan we in dit stadje met brede straten en een standbeeld van Lenin, op zoek naar een restaurant. Het worden pizza’s met ketchup, kaas en salami op het terras voor het hotel. Twee grote pizza’s, thee en twee Pivo voor 40 UAH (€ 4,-). We delen het terras met een paar groepen familie en vrienden. Gedroogde vissen worden gezamenlijk gesloopt en weggespoeld met halve liters Pivo uit plastic bekers. Ook op dit terras komen de mensen langs met petflessen om ze te laten vullen met bier uit de tap. Dit is in Oost-Europa zo normaal, dat wij er eigenlijk niet meer van opkijken. Maar stel je eens voor dat je in Nederland naar de kroeg gaat met een lege petfles, om die aan de bar te laten vullen om vervolgens thuis op te drinken.
OGeen ontspannen ontbijt in het restaurant van het hotel. Opvallend is dat er vandaag geen koffie is te krijgen. Thee is wat het is. Als dat nou alles was, dan was daar nog wel mee te leven. Helaas staat er ook muziek in de categorie Celine Dion hard aan. Normaal al niet te harden, maar helemaal niet ’s ochtends vroeg zonder koffie. Het verzoek om de muziek wacht zachter te zetten, leidt dan wel tot het gewenste resultaat, de sfeer wordt er in elk geval niet beter op. De arrogante serveerster is not amused. Hoe durf je dit aan me te vragen, zie je niet dat ik veel beter ben dan jij? De meisjes en jonge vrouwen in de Oekraïne zijn dan wel bijzonder mooi en hebben klasse, hun uitstraling is vreselijk. Zeldzaam zulke neerbuigende types gezien als hier. Het moet echt vermoeiend zijn om vrouw te zijn in dit land. Alles draait hier om het uiterlijk vertoon. Vrouwen worden door andere vrouwen openlijk bekeken en bekritiseerd.

We verlaten Kamianets-Podilskyi in noordelijke richting. Direct buiten de stad is het zoals gewoonlijk weer erg rustig op de weg. We rijdend door een grootschalig agrarisch landschap, waar de graanvelden rood zijn gekleurd van de miljoenen klaprozen. Dit levert een geweldige kleurenpracht op. Hier geen paard en wagens, of boeren met de handen in de aarde. Machines doen hier het werk op de meest vruchtbare bodem van Europa: Chernozem (zwarte aarde). Chernozem is zeer vruchtbaar en heeft geen (kunst)mest nodig. De zwarte aarde is geschikt voor de verbouw van tarwe en andere granen. In de Oekraïne is de zwarte aarde tot 6 meter diep in de bodem te vinden. Naast de weg ligt een brede groenzone, waardoor we in de schaduw kunnen fietsen. Dit is nodig ook, want het begint al aardig warm te worden. We moeten vroeger beginnen met fietsen, want het is nu al 28 graden in de schaduw.

Wat opvalt is dat we geen kerken meer zien die in aanbouw zijn. Ook de bollenkerken lijken te zijn verdwenen. Kerken hebben hier weer een spitse toren, zoals ze dat ook in Nederland hebben. De kwaliteit van de wegen is aanmerkelijk beter dan waar we vandaan kwamen. Waarschijnlijk een combinatie van beter onderhoud (meer geld) en minder strenge vorst om schade aan te richten aan het wegdek. In dit glooiende landschap zijn bijna geen huizen van hout meer te vinden en ook de lintdorpen zijn verdwenen. Op het heetst van de dag, pauzeren we in Dunaivtsi op een terras. Het café is soms open, maar soms ook niet. Niet alleen heeft het de functie van café, waar dus iets kan worden gedronken en gegeten, ook is de wachtruimte voor de bus. Verder is het een winkel waar bier en loten het meest worden verkocht. Op het terras lijkt het eerst alsof we helemaal niet welkom zijn. Als we dan weer weg willen fietsen, blijken ze toch nog te willen weten waar we vandaan komen en waar we naar op weg zijn. Althans, wij denken dat dit de vragen zijn die ze ons stellen. Met een brede lach wordt ons dan een goede reis gewenst. Zo kwaad zijn de mensen hier dus helemaal niet. Ze zijn nogal gereserveerd en kijken het liefst de kat zo lang uit de boom dat die vanzelf er uit valt.

Na Dunaivtsi verandert het landschap dramatisch. Het glooiende landschap maakt plaats voor brede heuvelruggen, waarover de weg ons voert. Meerdere keren moeten we diep en steil naar beneden, om een in de laagte stromende rivier over te steken. In die laagte ligt steevast een dorp of stadje, waarvan de meeste huizen weer van hout zijn. Ook de bollenkerk is terug van weggeweest. Op de kleinschalige stukjes grond wordt weer met de hand gewerkt. Babushka’s in bloemetjesjurken zijn aan het hooien en oude mannen maken vloeiende bewegingen met hun zeis. De Oekraïner is te typeren als ‘ik zeis, dus ik ben’. Dit landschap is erg aantrekkelijk om doorheen te fietsen. Nadeel is alleen dat het ook een stuk zwaarder is. Wat naar beneden gaat, moet helaas aan de andere kant ook weer net zo hard omhoog. Frustrerend gewoon.

Een afdaling brengt ons in Nova Ushytsia, waar we verwachten een hotel aan te treffen. Die is echter verdwenen. Door meerdere mensen wordt ons verzekerd dat we in de volgende plaats meer succes zullen hebben. Er zit dus niets anders op dan aan de andere kant van de laagte weer helemaal omhoog te klimmen onder de brandende zon. Wat zijn we blij met de schaduw dat het gemengde bos ons biedt. Het blijft helaas niet bij die ene klim. We moeten nog twee keer naar beneden en dan weer omhoog, voordat we om 19.30 uur Murovani Kurylivtsi bereiken. Bij een ‘magazin’ vragen we de weg naar het hotel. ‘Njet’ is het antwoord dat we terug krijgen. Blijkbaar wil dat zeggen dat er hier geen hotel is. We zijn best uitgeput en Floor barst in huilen uit. De Oekraïners smelten direct, we zijn tenslotte maar een paar onschuldige, uitgeputte fietsers die het even niet meer weten. In een gebrekkige communicatie kopen we het nodige in de winkel, wat door moet gaan voor ons avondeten: bananen, salami, brood, koekjes en cola. We vertellen dat we uit Nederland komen en dat we op weg zijn naar Odessa. Irina, de eigenaar van de winkel biedt aan om bij haar en haar man (Victor) te overnachten. We kopen nog meer spullen voor het ontbijt van morgen. Het beste brood, de beste salami en de beste kaas wordt ons aanbevolen. De rest mogen we niet kopen, want dat is allemaal oud. Om 21.00 uur sluit de winkel, waarna we met Irina en Victor naar huis lopen. Wij mogen het gastenverblijf gebruiken dat bij hen in de tuin straat. Een dag die in een enorme deceptie leek te eindigen, verandert toch nog in iets positiefs.

3.11 - Oekraïne | Kamianets-Podilskyi

Ons hotel ligt in het nieuwe, door de communisten aangelegde deel van de stad. Wij lopen naar het oude centrum, waarvoor we over de brug over de 50 meter diepe kloof moeten. Het historische centrum van Kamianets-Podilskyi staat op een ‘eiland’ in een scherpe bocht van de Smotrych rivier. Veel van de straten en de oude gebouwen zijn dringend toe aan onderhoud. Indrukwekkend is het kasteel dat in het verlengde van de oude stad ligt. In tegenstelling tot het kasteel bij Khotyn, mag hier na betaling van 20 UAH (€ 0,20) vrij worden gedwaald. Wandelen over de kantelen, beklimmen van de torens, dwalen door lange donkere gangen en zwerven in het binnenste van het kasteel. Een betere kasteel ervaring dan dit kun je waarschijnlijk nergens krijgen. Jammer alleen van de handvol schoolklassen die hier de tijd van hun leven hebben.

Een leuke wandeling kan er worden gemaakt in de kloof, die onderlangs de oude stad loopt. De steile rotswanden met daarop het ondoordringbare kasteel, de rivier en de woningen daarlangs, de vele ruïnes en het groene landschap, maken dit tot een indrukwekkende wandeling. Het water van de rivier wordt gebruikt om in te zwemmen. Watervallen komen van boven uit de stad naar beneden. Deze stad is een van de meest indrukwekkende die we kennen. Een must voor iedereen die afreist naar de Oekraïne. In de oude stad staat een aparte kerktoren. De originele kerk werd in de 17e eeuw door de Ottomanen voorzien van een minaret. Toen de stad in 1699 werd teruggeven aan de Polen, werd de afspraak gemaakt dat de minaret zou blijven staan. Wel met de concessie dat er nu een 3,5 meter hoog beeld van Maria op staat.

De Duitsers hadden de strategische ligging van het oude centrum ook goed in de gaten. Ze maakten er een Joods getto van, waaruit niet veel te ontsnappen zonder in de omringende kloof te pletter te vallen. Dit leidde in 1941 tot de eerste en grootste massamoord in de "Endlösung" van de nazi's. In twee dagen werden 23.600 Joden vermoord en de lichamen in de kloof achtergelaten. Toen de stad uiteindelijk werd bevrijd door het Rode Leger, lag meer dan 70 % van de stad in puin. Er moet nog een hoop werk worden verzet om de stad weer in oude allure terug te brengen. Als dat al ooit helemaal gebeurt. In de oude stad worden al weer nieuwe panden gebouwd in oude stijl en ook wordt het een en andere gerenoveerd. Nog wel op kleine schaal, maar de potentie is aanwezig om van deze stad een toeristische trekpleister te maken. Nu nog iemand vinden met een zak geld die zich verantwoordelijk voelt voor het onderhoud van de wegen, want slechter dan dit is het bijna niet te krijgen.

3.10 - Oekraïne | Intermezzo

Ik moet hier een aantal onderwerpen behandelen, die ik anders ga vergeten. Als eerste het ‘handen geven’ door de Oekraïense man. In Perechyn ging het schudden van handen, van bekenden en minder bekenden, er de hele dag door. Alleen de mannen doen het. Elkaar aankijken of een stevige handdruk zijn niet noodzakelijk. Een losse polsbeweging is voldoende. In Kamianets-Podilskyi is dit gebruik afgenomen en lijken alleen de echte bekenden elkaar een hand te geven. Het vormen van ‘rijen’ is een ander fenomeen. Een rij houdt hier in dat je enorm in elkaars persoonlijke ruimte gaat staan. Voor ons lijkt het alsof ze als een groep vrienden of familie op hetzelfde staan te wachten. Zo dicht staan ze namelijk op elkaar. Het is belangrijk dat je elke ruimte die valt in een rij direct opvult, anders ben je al snel je plek kwijt en kom je nooit aan de beurt, waarvoor je überhaupt in de rij staat. In een postkantoor merken we dus mensen letterlijk tegen aan staan, terwijl wij op dat moment worden geholpen. Het lijkt er dan op dat er voor voorgedrongen, maar dat is dus ook weer niet het geval. Jij bent aan de beurt, dus jij wordt geholpen, maar privacy wordt je niet gegund. Als we staan te pinnen komt er gerust een oud vrouwtje in onze persoonlijke ruimte staan, waardoor wij door onze Nederlandse mentaliteit afvragen of ze wel of niet is te vertrouwen.

Het drinken van bekertjes koffie op straat, te verkrijgen bij een van de vele kiosken, is een favoriete bezigheid van de Oekraïners. Verwacht alleen niet dat het daarmee eenvoudig is om goede koffie te krijgen. Het is meestal oploskoffie, waar je er twee van moet drinken om er wakker van te worden. Semi-functionele koffie dus. Soms word je echter blij verrast en klapperen de tanden je bijna uit de mond, zo sterk is de espresso dan. Dat is een ander belangrijk kenmerk aan de Oekraïne: je weet nooit wat je kunt verwachten. Bijvoorbeeld in restaurants, waar je het beste maar gewoon rustig moet wachten of er misschien nog meer eten op tafel wordt gezet. Meestal hoop je daar ook echt op, want grote porties zoals in Tsjechië en Slowakije, zijn hier niet gebruikelijk. De volgorde waarmee de gerechten op tafel worden gezet is vooral willekeurig. Soep kan best als afsluiter worden gegeten en een bakje yoghurt doet het prima voor dat je aan de kip begint.

Nog iets dat opvalt, is het grote aantal zwerfhonden dat er in het gebied tot aan Kolomyia op straat liep. Niemand lijkt zich er aan te storen en ze lijken zelf te worden bijgevoederd. Af en toe rennen ze achter onze fietsen met de rode tassen aan, maar meestal zijn ze te lui om überhaupt te reageren. Meestal lijken ze een vast onderdeel te vormen van de samenleving waarbinnen ze leven. In groepen lopen ze af en toe over straat. Vaak achtervolgen ze elkaar door het drukke verkeer, niemand kijkt er van op. De meeste honden hebben we gezien in Kolomyia. In Chernivtsi was het al een heel stuk minder en in Kamianets-Podilskyi zien we er geen meer.
In het hotel kunnen we helaas niet ontbijten. Nergens blijkt er een terras open te zijn om mensen als wij van ontbijt te voorzien. Er is zelfs nergens geen vers brood te krijgen. Blijkbaar zijn alle bakkerijen op maandag gesloten en is er dus ook geen brood. Noodgedwongen ontbijten we met koekjes en koffie, dat in het hotel gelukkig nog wel is te krijgen. Onder een blauwe hemel fietsen we daarna door het drukke verkeer deze mooie stad uit. Een stad die wel wat aan Boedapest doet denken, vooral door dat typische stadsluchtje dat je krijgt als de zon lekker haar gang kan gaan. Een beetje stoffig, een beetje smog, maar in zekere zin toch ook wel aangenaam.

De eerste 40 kilometer zijn zwaar door de steile heuvels die we op en af moeten. De bebouwing langs de weg stopt maar niet. De stad hebben we dan wel achter ons gelaten, het ene lintdorp naar het andere zorgt er wel voor dat de bebouwing langs de weg door blijft gaan. De meeste van de huizen zijn versierd met patronen die met verf onder de dakrand zijn aangebracht. Nog steeds heeft elk huis een waterput. Op zondag wordt er niet op het land gewerkt. Maar vandaag is het maandag. Iedereen is dus weer druk in de weer met schoffel, zeis of hark. Voor het eerst rijden we door de graanvelden die in dit heuvelachtige land een toevoeging zijn. Op sommige plaatsen zijn de velden compleet rood van de klaproos. De heuvels met de tegen de hellingen kronkelende zandwegen doen ons denken aan Mongolië. De langgerekte dorpen, die ruiken naar stof en kampvuur, doen ons denken aan Laos. Foor moet wel haar mindset veranderen om meer van dit bijzondere landschap te kunnen genieten. Zo erg zijn al die heuvels toch niet?

Langs de hoofdweg richting Khotyn worden kersen, kersen en kvas verkocht. De weg word omzoomd door populieren, die voor een aangename schaduw zorgen. Elke opening in de bijna onafgebroken bomenrij, levert een doorkijkje naar het agrarische land erachter dat zich over de heuvels uitstrekt. Vaak is het landschap als een schilderij zo mooi en vormen de bomen een natuurlijk kader voor de foto. Het zijn de landschappen die we vanaf nu terugzien als schildering op de bushaltes. In Khotyn bezoeken we het indrukwekkende kasteel dat uitkijkt over de brede en bruine Dnister. Dit is met voorsprong met meest indrukwekkende kasteel dat we ooit hebben gezien. Met de bouw van het fort werd gestart in 1325, terwijl belangrijke verbeteringen aangebracht zijn in de 14e en 15e eeuw. Het kasteel heeft model gestaan in veel Russische films. Vanwege renovaties is het helaas niet mogelijk om overal rond te struinen.

Als we Khotyn weer achter ons laten, komen we de eerste medefietser tegen. Een Engelse die ook op weg is naar Odessa, om daarna door te rijden naar China. Zij neemt de route door Moldavië, dus ze gaat precies de andere kant op als wij. Wij steken de brede Dnister over en rijden door naar Kamianets-Podilskyi. Het is een brede weg, waar het drukke verkeer ons gelukkig de ruimte geeft en waar we een vluchtstrook hebben om uit te wijken wanneer er een vrachtauto achter ons zit. We zijn erg blij met onze achteruitkijkspiegel, waardoor we zien wat er achter ons gebeurt.

De entree van Kamianets-Podilskyi is indrukwekkend. Fietsend over een brede weg, met aan weerszijden grauwe Soviet-blokken. Dan fietsen we over de 50-meter diepe kloof van de Smotrych rivier en zien we de boven op de heuvels de schoorstenen van de zware industrie roken. Zonder problemen vinden we het nieuwe centrum van deze historische stad, waar we een kamer nemen in het ‘7-days hotel’. Een enorm lelijke, grauwe doos, maar wel met comfortabele kamers voor € 44,- per nacht. Inclusief diner en ontbijt, want dat zit er standaard bij. Of wilt of niet. De Oekraïne is niet goedkoop en veel keuze voor overnachten is er niet. Onze fietsen kunnen we achterlaten op het beveiligde parkeerterrein. De twee man van de security staan er op dat ze onze bagage afleveren op onze kamer op de 9e etage. Daar hebben we een fantastisch mooi uitzicht over het historische deel van de stad. Net al alle andere hotelkamers die we tot nu toe in de Oekraïne hebben gehad, heef ook de zeker maar een oppervlakkige luxe. De toiletpot zit bijvoorbeeld los en een aantal lampen is kapot. Het water van de douche is warm, maar daar moet je het water dan wel eerst 15 minuten voor laten stromen. Het diner in het zogenaamd chique restaurant is een belevenis. Alle drie de gangen worden tegelijk op tafel gezet, zodat er zes borden op de te kleine tafel staan. Gelukkig is de bediening erg vriendelijk, zodat de drankjes ook niet worden geleverd. Wat is een land als dit toch heerlijk.
De wekker gaat om 7.15 uur. Spullen pakken en ontbijten met bananen en een mueslireep. De lucht is stralend blauw als we op de fiets stappen. Niet eerder hebben we zo’n mooie dag gehad. Niet eerder hebben we zo’n mooie dag gehad. We fietsen langs de groene heuvels en volgen de rivier en de spoorlijn naar Chernivtsi. Het land is verandert. Er rijden minder Lada’s, paard en wagen lijken uit het straatbeeld te zijn verdwenen, houten huizen worden schaarser en het gebruik van tinnen decoraties is niet meer de regel. De Karpaten met hun Hutsul cultuur, hebben we definitief achter ons gelaten. Onderweg drinken we koffie, in zomaar een plaatsje bij het busstation. Het wisselgeld bestaat uit een paar zuurtjes. Het oude vrouwtje slaat een kruis voor onze behouden fietstocht.

Chernivtsi is een grote stad en telt 260.000 inwoners. Het verkeer is er asocialer en over de kasseien rijden trolleybussen. Om het verrassend mooie centrum van de stad te bereiken moeten we een flinke klim over de gladde kasseien maken. In de stad is het aanmerkelijk warmer dan daarbuiten en daarom gaan we snel op zoek naar een terras. We worden erg onvriendelijk geholpen. Al snel komt iemand zich bij ons opdringen met geveinsde interesse over onze fietstocht. Natuurlijk vertrouwen we het niet en houden onze spullen en fietsen (die op slot staan) extra in de gaten. Al snel zit er een klein kind op de fiets van Floor, terwijl de moeder Floor begint te paaien. 1 op 1 is hier nu duidelijk 35. Het kan geen kwaad om duidelijk te maken dat het hele onbetrouwbare stelletje op moet zouten. Wij gaan op zoek naar een hotel, waarvan we vlak op de hoek eentje vinden. Voor 280 UAH (€ 28,-) een mooie kamer, terwijl de fietsen veilig worden gestald in de afgesloten tuin.

Chernivtsi is best een fijne en mooie stad. De gebouwen langs de met grote bomen omzoomde straten en boulevards, wijzen op een rijk verleden toen het nog onderdeel was van het Habsburgse rijk. Het meest in het oog springende bouwwerk in de stad, is de universiteit. Het is een neobyzantijnse creatie uit de jaren 1867–1874 van de Tsjechische architect Josef Hlávka, die ook de Armeense kerk ontwierp. Het gebouw werd in 2011 geplaatst op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO. Zonder twijfel helpen de studenten deze stad vooruit. Zonder studenten zou er voor deze stad waarschijnlijk geen toekomst zijn. In het grote stadpark lijkt de hele stad samen te komen. Jong en oud struinen ze er rond op hoge hakken en in korte rokken. Bier drinken en shaslick eten op een van de terrassen, waar de bediening prima Engels blijkt te speken.

Opvallend is het grote aantal bedelende oude vrouwen, dat de karige opbrengsten lijkt te moeten aanvullen met wat de vuilnisbakken hen hebben te bieden. Dit vinden we erg naar om te zien, want we denken dat dit de generatie is die hun mannen hebben verloren in de 2e Wereld Oorlog of aan de Goelag. En met de val van de Sovjet-Unie is hun pensioen hen afgenomen. Noodgedwongen moeten zij hun laatste jaren op deze eerloze wijze vullen.
De totale rekening van Guesthouse On the Corner voor 3 nachten, het lekkere eten ’s ochtends en ’s avonds en was, bedraagt 900 UAH (€ 90,-). Dat is niet duur voor de fijnste plek tot nu toe. Nog veel fijner vinden we de stralend blauwe hemel. We worden uitbundig uitgezwaaid. Mama vindt het onbegrijpelijk dat we hier op de fiets zijn gekomen en dat we zelfs op weg zijn naar Odessa. Verderop in de straat wordt een soort van braderie gehouden. Een enthousiaste man komt naar ons toe en begint in het Oekraïens tegen ons aan te praten en maakt ons duidelijk dat we even moeten wachten. Er zijn drie mogelijkheden waarop we moeten wachten: 1. Hij is ook een fietser en wil ons zijn fiets laten zien; 2. Hij wil met ons mee fietsen en is nu zijn fiets aan het halen; 3. Hij wil iemand anders onze fietsen laten zien en hij die persoon nu ergens vandaan. Als hij terugkeert zonder fiets en zonder vriend, maar wel met een hand vol speldjes van Kolomyia, blijkt dat hij ons duidelijk probeerde te maken dat we niet mogen vertrekken zonder van hem een speldje te hebben gekocht.

Begeleid door een stralende zon en een zacht briesje in de rug, fietsen we op ons gemakje in zuidelijke richting. De temperatuur bereikt een aangename 22 graden. De weg voert langs een aaneengesloten lint van dorpen, waarvan de houten huizen zijn versierd met tinnen ornamenten aan gevel en dakrand. Ook in dit gebied heeft elk huis haar eigen waterput. Paard en wagen zien we regelmatig. Het uitlaten van koeien is hier voorbij. Nieuwe huizen worden gebouwd van steen, waarvan we er best een boel in aanbouw zien. Over 20-30 jaar zullen de authentieke houten huizen hier grotendeels tot het verleden behoren. We kunnen de mensen geen ongelijk geven, maar zonde is het wel. Wat we de laatste dagen vooral veel tegenkomen, zijn kerken. Van hout of steen. Met gouden of zilveren koepels. Soms zijn er wel twee of drie kerken te vinden in een lintdorp van een kilometer lang. Tussen alle kerken staat een veelvoud aan kapelletjes. Maria heeft het inmiddels overgenomen van Jezus, die we in de grensstreek met Slowakije nog regelmatig aan het kruis zagen hangen. Bij het passeren van een kerk, slaan de mensen steevast en kruis. Er is vast ook geen land ter wereld waar er nog zo veel kerken in aanbouw zijn. De gehele gemeenschap werkt daar aan mee. Zouden de jongeren nog net zo religieus zijn als de ouderen? Veel baby’s zien we hier overigens niet. Dat was in de dorpen in Slowakije wel anders. Een hoog geboortecijfer hangt meestal samen met een positief toekomstbeeld. Vul de rest zelf maar in.

We zijn naar Kosiv gefietst voor de wekelijkse Hutsul markt. Het zou de plek moeten zijn om authentiek handwerk te zien en te kopen. We zijn er ruim voor 12 uur, maar de markt wordt al weer afgebroken. Het is een aangenaam tijdverdrijf om de uittocht van Lada’s te bekijken, waarvan sommigen de tinnen overkapping voor de waterput op het dak vervoeren. Weten we ook direct dat deze kant en klaar worden aangeschaft en verklaart het ook waarom bijna iedereen zo’n ding heeft. Ik raak met handen en voeten aan de praat met een Oekraïner, die in de inkoop-verkoop zit. Een typisch beroep voor de typerende Oekraïner als je geen boer of fabrieksarbeider bent. Op een briefje van 1 UAH noteert hij zijn telefoonnummer en drukt ons op het hart vooral te bellen, wanneer we de in de problemen mochten komen. Daar proosten we op met een paar glaasjes vodka.

De markt en het plaatsje Koviv kunnen ons verder niet bijster boeien. We fietsen dus verder en komen langs de Oekraïense versie van Center Parcs. Het grote bord langs de weg wekt duidelijk de suggestie dat er hier ook kan worden gekampeerd. Dat wordt echter niet begrepen en in plaats van een kampeerplaats, wordt ons een chalet toegewezen voor 250 UAH (€ 25,-). We laten onze tent niet en maken het gebaar van een tent. ‘Camping, no problem’, maar hoe dan ook moeten we het doen met het chalet. ‘Security, also no problem’. ‘Many security and camera’, wordt ons vol trots verteld. Niet dat wij ons hier zorgen zouden maken over onze veiligheid, maar het is in elk geval fijn dat we het Oekraïense leger hier zorgt draagt voor ons welbehagen. Althans, al die militaire uniformen waar de Oekraïense man zich graag in kleed, wekken de suggestie dat er nogal wat militairen zijn.

Het park is opgezet als een soort van Hutsul themapark. De serveersters lopen in klederdracht, de chaletjes zijn uitgevoerd in authentieke bouwstijl en de zelf aan hooibergen is gedacht. Veel volk is er echter niet. Het vele personeel lijkt zich allemaal stierlijk te vervelen. Net als verwaarloosde wolven en de bruine beer, die in veel te kleine kooien hun frustratie inmiddels hebben afgeleerd. We hopen dat dit dieren zijn die gered zijn van erger, maar we zijn bang dat dit de dierentuin voor moet stellen van het Hutsul recreatiepark. Het trekt gasten van het type ‘patser Oekraïner met geld’. Met hen delen we het restaurant, waar we het menu in Cyrillisch schrift moeten ontcijferen om iets te kunnen bestellen. Op voorhand kansloos en daarom passen we de beproefde methode maar weer eens toe: ‘Wat kunt u ons aanbevelen?’ Dit keer gaat het beter dan verwacht, want we krijgen wel vier verschillende gerechten voorgeschoteld. Als eerste wordt er Borsjtsj (bietensoep) geserveerd, met daarna een salade. Vervolgens een gerecht met verse geitenkaas, ‘kasha’ (geroosterde boekweit) en uitgebakken spek. We zijn al aardig verzadigd, als we nog een pannetje kip in saus en kasha voorgeschoteld krijgen. In de Oekraïne zijn we gewend geraakt aan net te kleine porties, dit is echt te veel. De rekening is met 213 UAH (€ 21,-) ook niet mals te noemen, maar dan hebben we ook wel op Hutsul wijze gegeten.

3.06 - Oekraïne | Kolomyia

In dit fijne guesthouse nemen we een rustdag. Voor het ontbijt krijgen we een soort van poffertjes met verse jam en honing. Aan de ontbijttafel raken we aan de praat met Vitali, de eigenaar van Guesthouse On the Corner. Hij weet ons te vertellen dat we pech hebben met het weer. Het slechte weer is begonnen toen we aankwamen in de Oekraïne en het is de verwachting dat het vandaag en morgen ook nog slecht blijft. Daarna wordt het mooi. In het guesthouse kunnen we kosteloos gebruik maken van het internet. Daar maken we mooi gebruik door de foto’s op de website te plaatsen. Ondanks de regen gaan we ’s middags de stad in. Op slippers, want onze schoenen zijn nog doorweekt. Slippers blijken een goede keuze te zijn, want het gaat steeds harder regenen en de plassen worden dieper. Alle straten met hun diepe gaten staan blank. Droge voeten zijn een illusie. Floor dwingt mij om een pakje sigaretten te kopen, want ik ben al twee dagen niet te genieten door het slechte weer. Ik was dan gestopt, maar nood breekt wet.

In Kolomyia zijn twee musea die we kunnen bezoeken. Als eerste het Hutsul museum. De Hoetsoelen bevolken het gedeelte van de Karpaten in het grensgebied tussen Oekraïne en Roemenië. De Hoetsoelen zijn bekend om hun volkscultuur: muziek, klederdracht en houtsnijwerk. Kolomyia vormt het centrum van deze cultuur, vandaar ook het Hutsul museum. Zo krijgen we een beetje een beeld van de streek en de gewoonten waar we doorheen zijn gefietst. De kleding, kleuren en motieven met hun geometrische patronen hebben wel wat weg van Mongolië. We vinden het opvallend dat authentieke culturen zo veel overeenkomsten met elkaar lijken te hebben. Houtsnijwerk is waar de Hoetsoelen echt in uitblinken: houten kisten, uitgesneden ‘schilderijen’, kunstvoorwerpen. Als we nog eens een oude boerderij kopen, dan halen we de inrichting uit de Oekraïne. Als tweede bezoeken we het ‘wereldberoemde’ Pysanka Museum. Het centrale deel van het museum is in de vorm van een pysanka (Oekraïens Paasei). Het is het enige museum ter wereld gewijd aan de pysanka. Een pysanka is een net traditionele motieven versierd ei. Het woord pysanka komt van het werkwoord pysaty, "schrijven", aangezien de ontwerpen niet worden geschilderd, maar geschreven met bijenwas. Op dit moment beschikt het museum over een collectie van meer dan 10.000 pysanky. Ze zijn allemaal beschilderd in een enorme verscheidenheid aan uiterst precieze en gedetailleerde geometrische patronen. 

Er moet ook nog worden gewinkeld. Als eerste gaan we op zoek naar Engelstalige boeken. In een container, omgebouwd tot winkel, moeten we even wachten, maar dan blijkt er een stapeltje Engelse boeken uit een geheim vakje te zijn getoverd. In een andere boekwinkel vinden we voor 320 UAH (€ 33,-) een fotoboek van de Karpaten. Zo’n boek voegt veel toe aan onze herinneringen en daarom hebben we de hoge kosten er voor over. Er mee rond blijven slepen is echter geen optie en daarom gaan we direct door naar postkantoor om het boek naar huis te sturen. Een postkantoor is altijd weer een heel avontuur, vooral als werkelijk niemand ook maar één woord Engels spreekt. Als eerste moeten we een enveloppe hebben, maar de stevige enveloppe blijkt niet groot genoeg te zijn. Naar een ander loket, waar we een doos kopen waar het boek wel in past, maar waar ‘Holland’ een onbekende bestemming lijkt te zijn. Maar na enige tijd en na betaling van 113 UAH (€ 11,-) blijkt Holland plotseling toch een plek te zijn waar een pakje naar toe kan. Laten we hopen dat het goed komt.

Markten zijn van die plekken waar je echt ervaart dat je op reis bent. Alles wat je kunt bedenken, wordt hier wel verkocht. Fiets-, motor- en auto-onderdelen, gereedschap, speelgoed, kleding, schoenen, snoep, brood, groenen en fruit. Vis en vlees wordt verkocht in een aparte hal. De randen van de markt zijn voor de babushka’s in hun bloemetjesjurken en hoofddoeken. Zij verkopen verse melk, paddenstoelen, stekjes, kruiden, kazen, groenten uit eigen tuin, een paar bloemkolen, een tiental appels. Karige handel om hun karige pensioen mee aan te vullen. Waarschijnlijk voor een groot deel weduwe sinds hun mannen niet meer zijn teruggekeerd van de slagvelden van de 2e WO. Aan het einde van de dag keren zij in een van de vele overvolle bussen terug naar een van de omliggende dorpen. Voor 20 UAH (€ 2,-) laat ik mijn haar nog knippen in een boetiek. Aan mijn makkelijke kapsel valt niet veel fout te gaan, dus ook hier vormt de taalbarrière geen probleem.

In het guesthouse raken we aan de praat met een Italiaan, die wel wat weg heeft van Sylvester Stallone. Voorheen een lange termijn reiziger en jaren gewoond op de Canarische eilanden. Voor altijd rusteloos geworden en daarom de laatste jaren voor de helft van het jaar op pad. We begrijpen wat hij bedoeld. Verhalen over grensovergangen en onbegrijpelijke situaties worden afgewisseld met politieke en sociale uiteenzettingen. Hij is pro-Berlusconi en anti-religieus. Tegenwoordig probeert hij wat geld te verdienen met kleine vastgoed projecten in de Oekraïne. Hij kent de regio goed en weet ons te vertellen dat we er niet verstandig aan zouden doen om naar Moldavië te gaan. We zijn er vlakbij, maar we zouden een grote kans lopen in Transnistrië terecht te komen. Een strook land dat zich zelfstandig heft verklaard, maar door niemand wordt erkend behalve Rusland. Het schijnt te worden bestuurd en in handen te zijn van criminelen, oude communisten, maffioso en ander fout volk. Een ding lijkt zeker te zijn als je door Transnistrië komt: je wordt er een stuk armer van. Wij verwachten nog genoeg avonturen in de Oekraïne te kunnen beleven.
Acht uur opstaan en dan om half negen present te zijn voor het ontbijt, is te vroeg voor de Oekraïne. We willen al weg rijden zonder te ontbijten, als blijkt dat de kok uit bed is gehaald om speciaal voor ons het ontbijt te maken. Omdat de Oekraïne een formidabele taalbarrière oplevert, begrijpen we voor geen meter wat we hier zouden kunnen ontbijten. We laten ons dus verrassen. Sowieso het beste wat je kunt doen als je lekker wilt eten. Ook dit keer valt het resultaat niet tegen: met verse bosbessen gevulde pannenkoeken.

Het lijkt er in eerste instantie op dat het een mooie dag gaat worden. Wat wij aanzien voor blauwe plekken tussen de wolken, blijken echter wolken te zijn die zware regenbuien over ons uitstorten. Het wordt wel eens tijd dat het slechte weer ophoudt met ons te treiteren. Elke dag weer die dikke grijze luchten en bijna elke dag regen. We hebben er aardig genoeg van. De zonnebril lijkt een overdreven stuk in de bagage te zijn, net als de tent die we nog steeds amper hebben kunnen gebruiken. Maar goed, ondanks het godvergeten tering weer, fietsen we wel door een mooi landschap. Dat dan weer wel. De agrarische lintdorpen strekken zich kilometers aan weerszijden van de rustige weg uit. Elk huis heeft haar eigen waterput, die vaak is voorzien van een afdak van houtsnijwerk. Verderop maakt het hout plaats voor tin, waarmee de mensen zich hier ook goed hebben uitgeleefd. Hoe verder we komen hoe meer de huizen zelf ook zijn voorzien van tinnen versieringen langs de dakranden en de gevel. Het begint ook steeds harder te regenen. Gelukkig is de weg vlak en rustig en staat er een lichte rugwind, waardoor we met 25 km/u verder kunnen snellen. In Nadvirna pauzeren we voor een kopje koffie en thee. Nadvirna blijkt zo waar een echt stadje te zijn, met echte gebouwen, mensen op straat, kraampjes, een winkelstraat en een lichte verkeerschaos. Jammer van de regen, maar het voelt hier wel fijn. De grote olieraffinaderij aan de rand van Nadvirna is omgeven door een vervaarlijk hek met wachttorens.

Tussen Nadvirna en Kolomyia passeren we geen enkel restaurant of andere eetgelegenheid. Het ene lintdorp gaat ongemerkt over in de andere, zodat we er niet aan ontkomen om een plaspauze te houden bij iemand in de tuin. Omdat het regent vinden we het bepaald fijn om een lunchpauze te houden in de openlucht, maar gelukkig zijn er altijd nog de bushaltes. Dit zijn iedere keer weer ware kunstwerken: dan weer een socialistisch-realistische schildering, dan weer een mozaïek dat het agrarische leven verbeeld. Een prima plek voor een lunch van brood met kaas en salami. Helaas heeft de tand des tijds voet aan de grond gekregen en worden de bushaltes niet langer onderhouden. Het zal dus niet lang duur, voordat dit moois niet meer is.

In een ware hoosbui rijden we over een brede, maar rustige vierbaansweg Kolomyia binnen. Vanaf de stadsgrens tot wat wij definiëren als het stadscentrum is het nog zeker tien kilometer flink doortrappen. Ruimte hebben ze hier zat, dus waarom zouden ze een stad klein en compact houden? Op de rotonde aan de rand van de stad staat een soort van bemande wachttoren. Ze zullen wel bellen dat we eraan komen. We gaan naar On the Corner Guesthouse, waar we 10 % korting krijgen op de kamer, omdat we fietsers zijn. De slaapkamer wordt vervolgens verbouwd, om er een tweepersoons bed van te maken. We zijn doorweekt en zijn dus blij dat we droge kleren kunnen aantrekken en een grote was kunnen draaien. Ook fijn dat we Engels kunnen praten met de eigenaar.
Pagina 2 van 29
Ga naar boven