BestemmingOnbekend

BestemmingOnbekend

02 - Marokko | Marrakesh

Vandaag hebben we een missie: het huren van een auto. We openen de deur van onze Riad en komen terecht in het doolhof bij daglicht. Rechtdoor, onder een boog door, rechtsaf, linksaf. Dan weer terug, want deze steeg loopt dood. Rechts houdend komen we uit op een smalle straat waar de eerste handel al wordt gedreven. De groente en het fruit ligt opgestapeld en het eerste schaap is geslacht. We slaan linksaf en komen uit op de Rue Sidi el Yamani, die we volgen naar de Avenue Mohammed V. Dit is de hoofdroute die de oude met de nieuwe stad verbindt. Gueliz is de wijk waar we moeten zijn voor de autoverhuurbedrijven. Het is nog best rustig op straat. We lopen door de oude stadsuur en na ca. 2 ½ kilometer zien we het kantoor van Avis. Met geen mogelijkheid krijgen we daar een auto mee zonder eigen creditcard. Dat we een creditcard van iemand hebben geleend maakt geen verschil. Het huren van een auto is alleen mogelijk met een creditcard op eigen naam. Bij Hertz zijn alle auto’s verhuurd. Iets verderop komen we Budget tegen. We vertellen de vriendelijke mevrouw eerlijk wat er aan de hand is. Gelukkig heeft zij er geen problemen mee, want we kunnen ons tenslotte legitimeren met een geldig paspoort. Bij Budget huren we per morgen een auto voor 7 dagen voor € 285,-. We zijn opgelucht dat we dit nu hebben geregeld en nemen ons voor om de volgende keer niet zo eigenwijs te zijn. Een eigen ceditcard is gewoon verdomd handig om bij je te hebben. Maar goed, liever eigenwijs dan naïef. Vandaag staat de zon te stralen tegen een half bewolkte hemel. Het is aangenaam warm en het zonnetje geeft een heerlijk vakantiegevoel, wat nog eens wordt versterkt door de palmbomen langs de weg en de terracotta kleur van de gebouwen in Gueliz. Ondanks de buitentemperatuur van 9 graden zitten de koffieterrassen vol mensen. Mannen vooral.

De medina is het oudste gedeelte van Marrakesh. Hotels, kantoren en andere (moderne) bouwwerken worden geweerd uit de Medina, maar worden geconcentreerd in de nieuwe wijken zoals Gueliz en Hivernage. Het oude centrum, rond het Djemaa el Fna plein is hierdoor goed bewaard gebleven. Medina betekent in het Arabisch stad en wordt omringd door stadsmuren. We moeten dan ook een stadspoort door voor we kunnen verdwalen. We worden direct opgeslokt door de mensenmassa. De ene deel is op zoek naar iets en het andere deel verkoopt weer iets. Op straatniveau hebben de shopjes en werkplaatsen hun pui geopend. Een deel van de handel is op straat gezet, wat de toch al smalle steeg nog veel smaller maakt. Door de zware regenval van de dag er voor, is wat overblijft ook een lekkere ranzige soep. Het is zeker niet alleen modder wat er in zit. Diep in de medina zien we een terras op een strategische plek. Met een kopje muntthee en een ‘café au lait’ is het weer prettig mensen kijken. Er passeren afgeladen karren die worden voortgetrokken door ezels, scooters passeren op gewaagde snelheid en zonder ook maar even in te houden; rakelings langs de overige aanwezigen. Het schoeisel van is gevarieerd, maar pantoffels en slippers met sokken aan zijn favoriet.

Regelmatig wordt ons de weg gewezen naar iets naar waar wij helemaal niet naar op zoek zijn. Een truc om ongevraagd, maar wel betaald de gids uit te hangen. Zo komen we, ver van alle normale toeristendingen, heel toevallig meerdere keren dezelfde hele vriendelijke jonge kerel tegen. Hij spreekt goed Engels en beweert zijn kleine broertjes te gaan ophalen bij hun moeder. Nee, hij wil echt helemaal niets van ons, maar levert ons wel heel toevallig en geraffineerd af bij de leerlooierrijen aan de meest oostelijke zijde van de medina. Daar staat ook heel toevallig een kennis te wachten om ons op sleeptouw te nemen. We weten natuurlijk best hoe laat het is, maar soms mag het en kan het eigenlijk ook niet anders. De leerlooierrijen zijn een verzameling van honderden betonnen baden vol water, duivenpoep, urine en chemicaliën. Hierin worden de ‘rauwe’ huiden van geiten, schapen en koeien omgezet in kwaliteitsleer. Het is smerig, zwaar en ongezond werkt. We kunnen oost niet voorstellen hoe je hier je werk kunt doen in de zomerhitte van soms wel 45 graden. Het moet hier dan ook onvoorstelbaar meuren. Voor deze verkenning onder begeleiding betalen we 100 Dirham. Dit hoge bedrag vinden we nu prima, omdat we uitgebreid foto’s hebben mogen maken van de mensen die er aan het werk zijn. Onze eerste ‘gids’ krijgt niets, want hij heeft ook niets gedaan. Helaas kan hij dat niet waarderen.

Op een pleintje dat we vast niet meer kunnen terugvinden, staat een terras voor een hokje waar tajines en kebab klaarliggen. De tajines zijn gemaakt door de moeder. We gaan voor de tajine met pruimen, amandelen en sesamzaadjes, en een couscous met bloemkool en een kruidenmix van komijn. Op straat verkoopt een man stenen. Plotseling verschuift hij zijn hele handel een meter naar links. Er komt een kar vol sinasappelen langs. Dan weer een door een ezel voortgetrokken kar vol koekjes. Af en toe passeert er een koets met locals: de taxi in de medina. We dwalen via het Koninklijke paleis, waar tientallen ooievaars nestelen op de brede muren, over de kruidenmarkt, weer langzaam terug naar Djemaa el Fna. Met het ondergaan van de zon, neemt het spektakel daar toe. Verspreid over het grote plein staan slangenbezweerders, loopt er een aangeklede aap rond die achterwaartse salto’s maakt, wordt er getrommeld, staan er verhalenvertellers die een grote massa toehoorders om zich heen verzamelen of wordt er gewoon wat gehangen. Het leuke is dat het vermaak vooral bedoeld is voor de Marokkanen zelf. Wij, de toeristen, zijn de buitenstaanders, de indringers. Vanuit de richting van de 69 meter hoge minaret van de Koutoubia moskee worden de voedselkarren in hoog tempo door hun eigenaren voortgetrokken, om in sneltreinvaart te worden opgezet.

Het plein is een totale kakofonie van geluid, geuren en gebeurtenissen die dwars door elkaar heen plaatsvinden. De relatieve rust van de ‘souk’ is daardoor even een verademing. Al dwalend komen we langs de apothekers souk, waar niet alleen kruiden zijn te krijgen. Naast slangen en krokodillen huiden, zien we zebra- , antilopen en luipaarden vellen hangen. Ook zien we gedroogde vogels en hagedissen liggen. De hoeveelheid voorspelt weinig goeds voor wat er nog over is aan flora en fauna in Afrika. In de overvolle Rue Bab Agnaou kopen we een rijkelijk met sappig kebab gevuld brood. Uit de hand eten kijken we naar de mensen, naar het leven dat zij leven en naar het vermaak door wie zij zich laten vermaken.

01 - Marokko | Eindhoven - Marrakesh

We komen om 18.30 uur aan op Marrakesh. De douane is een formaliteit: stempel in het paspoort. Een ‘shukran’ van onze kant doet een glimlach ontstaan. Omdat we alleen met handbagage reizen staan we zo in de grote hal, waar we kunnen pinnen. 3.000 Dirham tegen een koers van 1:11 (1 Euro = 11 Dirham). Helaas miezert het een beetje, maar de buitentemperatuur voelt in elk geval een stuk aangenamer aan dan thuis. Buiten staan taxi’s die ons wonderbaarlijk genoeg zomaar laten passeren. Er staat ook een bus klaar. De rit van twintig minuten door het donkere Marrakesh kost 30 Dirham per persoon. We stappen uit op Place Foucauld in het oude centrum van de stad: de Medina. We hebben een kamer geboekt in Riad BB in de buurt van Jemaa el Fna. Waar precies is niet duidelijk, want de straatjes er om heen zijn een doolhof. Daarom lopen door de massa mensen naar de eerste de beste ‘cyber’ (internetcafé). Op de mail hebben we een kaartje gekregen met een paar aanwijzingen. Met Google Maps er naast bepalen hoe we moeten lopen: recht het plein over, de straat achter het politiebureau in en daar ergens zou het moeten zijn. We komen bij ‘daar ergens’. Met wat hulp van omstanders komen we door een donkere gang, een tunnel en nog een nauwe donkere gang, waarna we voor een zware houten deur staan. We bellen aan en de deur wordt opengedaan voor Aziz. Aziz is 24 jaar en hij werkt hier van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Zijn vrouw is bij haar familie in Agadir. Ze zijn in afwachting van de bevalling van hun eerste kind.

We schrijven ons in en betalen € 70,- voor twee nachten. We hebben namelijk wel gereserveerd via Booking.com, maar nog niet betaald. We leggen onze spullen op de kamer en gaan weer naar buiten. Het is al 20.00 uur en we hebben honger. We lopen weer terug naar Jemaa el Fna, want daar is waar het gebeurt. Direct worden we aangesproken door de uitbaters van de vele eetstalletjes op het plein. De slogan van kraam nummer 7, ‘number seven takes you to heaven’, haalt ons over om plaats te nemen op zijn overdekte buitenterras. Helaas wel tussen de toeristen, maar goed. Als je honger hebt moet je niet te kritisch zijn. De keuze valt op een tajine, calamaris, twee Fanta en brood. We sturen weg wat ongevraagd op tafel wordt gezet. Terwijl we eten laten we het leven om ons heen op ons inwerken en komt de regen met bakken naar beneden. Een beetje jammer, we zijn niet naar Marokko gekomen om net zo veel regen als in Nederland op ons dak te krijgen. Het afrekenen gebeurt bij ‘the boss’, bij wie we 115 Dirham aftikken voor onze eerste Marokkaanse maaltijd. The boss is lichtelijk verbaasd dat de rekening niet hoger is. We hadden namelijk in het geraffineerde spelletje moeten trappen van de ongevraagde, maar wel te betalen gerechten.

Een rondje lopen op het plein in de inmiddels minder harde regen. Bij de eetkraampjes is het een drukte van belang. Zowel toeristen als locals genieten hier van tajines, kebab, geitenkoppen en slakken. De rook van de gril vult het schaars verlichte plein met een atmosferische wolk. Een cluster van zestien kramen verkoopt versgeperste jus d’orange. De theehuizen en non-alcoholische cafés zijn gevuld met mensen. Kinderen lopen over de terrassen om sigaretten aan de man te brengen die per stuk worden verkocht. Bij een van de theehuizen drinken we een muntthee op het terras. Dit zal zeker niet de laatste zijn.

10 - La Palma | Langs de stranden van La Palma

De laatste dag op La Palma. Als we de ochtend hebben besteed op het dakterras, gaan we de ‘playas’ aan de zuidwestkust verkennen. Het weer is zoals het de eerste twee dagen was. Het is halfbewolkt en de wolkenwaterval over de Cumbre Nueva is weer operationeel. We rijden naar Puerto Naos, het toeristische oord met het verschrikkelijke resort. Langs de kust rijden we vervolgens verder naar het zuiden. Kilometer na kilometer zijn het bananenplantages die het uitzicht bepalen. Niet aantrekkelijk, maar het hoort nou eenmaal bij dit eiland. We komen uit in een kleine nederzetting aan het water. Meer een soort van vrijplaats voor Palmeros die willen klooien. Het is er eigenlijk best een zooitje. Het zou zo een vergeten plaats in Mongolië kunnen zijn, ware het niet dat deze aan zee ligt. De bebouwing bestaat uit houten keten met elk een rommelige veranda, die zijn gebouwd op het zwarte lavaveld dat hier in zee loopt. Ook leuk zijn de keten op de rotsen, waar je wat kunt eten en drinken. Het zijn van die rommelhokken die je overal ter wereld tegenkomt. Het zijn de plekken waar het lokale leven zich afspeelt. De locals komen hier samen en op het stenen strand gebeurt van alles. Het is ook een prima plek om de poeltjes met water te onderzoeken op leven: anemonen die met hun tentakels, slakjes naar hun bek leiden om ze vervolgens te doen laten verdwijnen. Het einde van weer een slak.

Er zijn nog een paar andere kleine strandjes, maar die zijn niet gemakkelijk vindbaar tussen de bananenplantages. Je moet maar net weten welke verharde of onverharde weg de juiste is. De weinige nederzettingen zijn niet veel meer dan een paar hutten of huizen aan een baai, waarin een paar kleine bootjes liggen te dobberen. Al snel komen we weer uit bij het eerder ontdekte strand. Hier eten we Paella en gamba’s, waarna weer wat kunnen spelen in de branding. De zee is veel rustiger dan een aantal dagen geleden. Het effect van de volle maan op de getijden en de deining is enorm. Wij zitten in zon, terwijl de bergen achter ons zijn gehuld in een grijze deken.

09 - La Palma | Roque de Los Muchachos

Na de lange wandeling van gisteren en de daarop volgende gezellige avond met Rene en Patricia, starten we de ochtend rustig. Uitslapen, schrijven en lezen op het dakterras tussen de geurende bloemen en de fluitende vogels. Hagedissen ritselen door de planten en een wat grotere hagedis wacht op een (veilige) gelegenheid om het terras over te steken. Om 12.00 uur is het echter tijd voor een activiteit. We gaan naar het hoogste punt van het eiland: Roque de Los Muchachos. Het mooie is dat je daar met de auto kunt komen. Bizar is alleen de tijd die je daar voor nodig hebt. Vanaf Los Llanos kunnen we de 2.426 meter hoge top zien liggen. Hemelsbreed een afstand van misschien maar 12 kilometer. Het issue is dat dit het steilste eiland ter wereld is. Van Los Llanos moeten we eerst naar beneden, naar Santa Cruz, waar we ons weer op zeeniveau bevinden. Daar is het halfbewolkt, wat weer bevestigd dat we ons op de juiste kant van het eiland bevinden. We rijden langs het strand en de haven, door een paar tunnels en dan is het alleen maar klimmen geblazen. De ene haarspeldbocht naar de andere en dan nog veel meer haarspeldbochten. Wagenziekte is onvermijdelijk en halverwege moeten we even stoppen voor wat frisse lucht en wat te eten. Op het eerste deel van de klim staan er nog allemaal huisjes met kleine akkers, waar soms met de hele familie wordt gewerkt. Dan rijden we door dennenbossen, die worden afgewisseld met dichte laurierbossen. De panorama’s worden steeds indrukwekkender. Een dicht wolkendek ligt tussen La Palma en Tenerife en wij rijden daarboven. Dat levert mooie plaatjes op.

Na 25 kilometer te hebben geklommen zitten we boven de bomen. Er ontvouwt zich een geheel ander landschap: dit is ‘natures workshop’. Hier valt met grote regelmaat iets groots naar beneden. De ruigheid en de kleuren hierboven heb je beneden helemaal niet in de gaten. We zitten hoog boven de wolken, op een weg die afbrokkelt waar je bij staat en waar een verkeerde manoeuvre leidt tot narigheid. Vlak onder de top komen we langs het ‘Observatorio Astrofisico. Dit is de grootste en het belangrijkste sterrenkundige observatorium op het noordelijk halfrond. Er staan hier een 15-tal grote instrumenten van een diversiteit aan landen, om de raadselen van ons universum te helpen verklaren en te ontdekken. Hier is de zogenaamde internationale luchtwet van kracht, die onder andere bepaald da er geen vliegtuigen over de Canarische eilanden mogen vliegen. Wat dus leidt tot luchten zonder ook maar enige vorm van vervuiling.

Vlak onder de 2.436 meter hoge Roque de Los Muchachos parkeren we de auto. Het is een wandeling van 200 meter naar een rotspunt waar je de adem wordt ontnomen. We kijken recht in de gigantische caldera die zich kilometers in alle richtingen uitstrekt. We kijken 2 kilometer naar beneden. Dit is een schaal die niet is te bevatten. De erosiegevoelige kliffen van de caldera zien er zeer gevaarlijk uit. De wanden zijn een kleurenmix van paars, rood, bruin en oker. De kraterrand zien we links en rechts weglopen. Aan de overkant, negen kilometer verderop zien we de 1.844 meter hoge Pico Bejenado, waar we een week geleden nog bovenop stonden. Daar weer achter zien we de 1.807 meter hoge top van de Birigoyo en de rij van vulkanen die we gisteren nog hebben bewandeld. De oceaan omringt ons in het noorden, westen en oosten. Tenerife, La Gomera en El Hierro zijn duidelijk zichtbaar. Dit eiland vraagt om een volgend bezoek, want we zijn hier nog lang niet klaar met onze ontdekkingsreis.

La Palma is een klein eiland, maar toch heeft het ons twee uur gekost om de 90 kilometer af te leggen die we nodig hadden om van Los Llanos naar dit punt te komen. Zoals eerder gezegd: hemelsbreed is de afstand 12 kilometer. Dit is het effect van een 3-dimensionaal landschap als La Palma. Terug is het hetzelfde verhaal. We rijden via de westelijke, minder interessante, zijde weer naar beneden. Bij Puerto de Tazacorte, bijna 60 kilometer verder, bereiken we het laagste punt om de Barraco de Las Angustias over te steken. Op dit punt kijken we recht in de gapende opening van de Caldera de Taburiente en ruim 2.400 meter omhoog naar de Roque de Los Muchachos. Het punt waar we anderhalf uur geleden nog bovenop stonden. Een base-jump zou sneller zijn geweest.

Na dit avontuur vinden we dat we een lekker visje hebben verdiend op de barbecue. We kopen twee dorado’s, een handvol grote garnalen en een paar tapa’s. Verse vis is hier bijzonder betaalbaar: € 6,- voor twee grote vissen en € 0,50 voor een hand grote garnalen. Als het donker is steken we de barbecue aan en gaat de vis, gewikkeld in aluminium er op. Tien minuten aan iedere kant en dan nog eens vijf minuten aan beide kanten. Dertig minuten blijkt de perfecte tijd te zijn om deze verse vissen smakelijk gaar te krijgen.

08 - La Palma | Ruta de Los Volcanes

We hebben met Rene afgesproken dat hij ons om 7.15 uur naar El Pilar brengt, het statpunt van de lange wandeling over de vulkanen: de Ruta de Los Vulcanes. We zijn de eerste en voor uren de enigen die hier aan het wandelen zijn. Het is in de schaduw nog best koud en op de ‘ridge’ (de Cumbre Vieja) waait het stormachtig. Vanaf de Cumbre Vieja hebben we een geweldig uitzicht over bijna het hele eiland. Aan weerszijden schittert de blauwe oceaan en we zien Tenerife en La Gomera (de pudding rechts van Tenerife) duidelijk liggen. In het noorden wordt de steile wand van de caldera en de Pico Bejenado mooi aangelicht door de ochtendzon. Er is geen wolkje aan de lucht, door de ‘calima’ die al een paar dagen uit het oosten waait. De calima is een harde warme wind, die zand en warmte van de Sahara richting La Palma blaast. In de zomer is deze wind heet en kunnen de dagtemperaturen tijdelijk oplopen tot 40°C, waardoor alles verschroeid.

Onze wandeling over de Cumbre Vieja voert door uitgestrekte lavavelden en over brede wandelpaden van zwart vulkaanzand en gravel. De Cumbre, een vulkanische heuvelrug in het midden van het eiland, zorgt voor een tweedeling op het eiland. Wolken blijven boven dit gebied hangen en dringen zo niet door tot in het zuiden. Hierdoor kent het eiland verschillende klimaat- en vegetatiezones. Het noorden is vochtig en dichtbegroeid en het zuiden is droog met kale maanlandschappen. La Palma is ook een eiland met forse hoogteverschillen. Hierdoor kan aan de Westkust op het strand volop van de zon worden genoten, terwijl het hoog in de bergen verraderlijk koud is. Soms ligt op de hoogste toppen zelfs sneeuw. De wandeling is niet zo spectaculair als die van gisteren, maar de vele intense kleuren blijven dat onveranderd wel. Vanaf ‘Vulcan Martin’ lopen we door het gebied dat in de zomer van 2012 getroffen is door heftige bosbranden. De zwart-grijze bodem heeft geen onderbegroeiing en de stammen van de dennen zijn zwartgeblakerd, terwijl verse groene naalden de dennen inmiddels al aardig bedekken. Tegen de diepblauwe achtergrond levert dit een fantastisch mooi kleurenspel op. Na een wandeling van 18 kilometer komen we aan in Los Canarios. ‘Ons’ café is helaas gevuld met een tourgroep, dus tijdelijk minder geschikt voor ons. Omdat de kans bestaat dat de bus naar Los Llanos elk moment kan komen,wachten we bij de bushalte. Uiteindelijk moeten we nog ruim een uur wachten op de bus die eens per twee uur rijdt. Voor € 2,- per persoon rijden we mee naar Los Llanos.

Na zo’n lange wandeling is een siësta op het dakterras geen straf. Uitgerust lopen we rond zevenen naar het centrum van Los Llanos, waar we een drietal tapa’s eten in een klein cafe met een binnenplaats: gegrilde geitenkaas met guacamole, varkenslever (foutje, want na een paar happen is dat echt niet meer zo lekker) en een bord vol kaas en wordt varianten. Aan de enige andere tafel zit een groep vrienden of familie langzaam dronken te worden, terwijl ze muziek maken en uit volle borst (zuiver) songteksten zingen vanaf hun telefoon. Door de botanische tuin lopen we naar het huis van Rene en Patricia. Zij wonen in het voormalige restaurant van de tuin. Het zijn erg gezellige mensen, die een avontuurlijk leven achter de rug hebben. Trouwen en kinderen krijgen wilden ze nooit. Nu zijn ze getrouwd en hebben ze twee kinderen. Rene is een fanatiek sportvisser, die de kneepjes van het vissen heeft geleerd in Australië, waar hij op schepen heeft gewerkt die toeristen van en naar het Great Barrier Reef brengen. Hij wil een website maken om de klandizie voor het sportvissen en de huisjes ook in de toekomst veilig te stellen. Iets waarmee ik hem ruim kan voorzien in tips.

07 - La Palma | Fuencaliente

Weer zetten we de wekker om 6.45 uur. Je kunt de zon dan nog mooi zien opkomen en je kunt genieten van de ochtendgeluiden: fluitende en klikkende vogels, het gekwaak van de kikkers, ergens in de verte een haan en de honden uit de buurt die blaffend op gang komen. Ons ontbijt bestaat elke ochtend uit stokbrood met kaas, salami, tomaat, komkommer en ei. We smeren direct een paar stokbroden extra voor de korte wandeling van vandaag. Zoals iedere ochtend ontbijten we in de warme zon op het dakterras. De geuren van de bloemen uit de botanische tuin maken het paradijs compleet. Weer is de lucht diepblauw. Doordat de wind al een paar dagen vanuit de Sahara komt, is de luchtvochtigheid gedaald tot 20 % en is de temperatuur hoger dan normaal. Het mag op dit eiland dan wel permanent lente zijn, 24 graden is voor januari aan de hoge kant. Voor ons wel zo prettig. Wat we hier ook erg prettig vinden is het geheel ontbreken van vliegtuigstrepen in de lucht. Er vliegen geen vliegtuigen over La Palma. De weinige vliegtuigen die komen en gaan van de luchthaven in Santa Cruz, vliegen aan de andere kant van de bergen.

Na het ontbijt rijden we de 24 kilometer naar Los Canarios (Fuencaliente), waar we de auto parkeren tegenover het café. Het uitzicht is stukken beter dan vier dagen geleden, toen de wolken hier zo laag hingen dat we niets konden zien. Nu zien we diep beneden de oceaan liggen glinsteren en de twee vulkanen die we vandaag gaan verkennen. Om de Vulcan de San Antonio te beklimmen moeten we langs een loket, waar we € 5,- per persoon zouden moeten betalen. Dit is tegen onze principes, want waarom zouden we wel voor deze en niet voor de andere vulkaan hoeven te betalen? Jammer voor deze vulkaan, maar er is nog veel meer moois te zien. We volgen een pad van gruis dat beneden langs de vulkaan loopt. Rechts zien we de bananenplantages die beneden langs de kust liggen. We lopen over zwart grint, gruis en lava. Fascinerend om tussen rotsplanten te lopen die hier zo duidelijk in hun element zijn. Over een irrigatiekanaal lopen we naar de Vulcan de Teneguia, die in 1971 voor het laatst is uitgebarsten. De lavavelden worden spectaculairder als we dichter bij de veelkleurige krater komen: paars, rood, bruin, geel, wit, grijs. We beklimmen de rand van de vulkaan, waardoor we een fantastisch uitzicht hebben over het desolate, maar wel kleurrijke vulkanische landschap. De blauwe zee is nu aan drie kanten zichtbaar. In de verte zien we het kleinste Canarische eiland El Hierro liggen, naast het veel grotere Tenerife en het kleinere La Gomera.

Vanaf de top van de Teneguia lopen we vervolgens door een maanlandschap dat de lavastroom van 1971 heeft gecreëerd. De kleuren, de vormen, de desolaatheid, de leegte, met daarboven de immer diepblauwe lucht. Naar de maan hoeven we dus ook niet meer. Het lavaveld loopt helemaal door tot aan Faro de Fuencaliente, het minuscule vissersdorpje dat helemaal beneden op de zuidpunt van La Palma ligt. Hier hebben de bus gemist, als er überhaupt een bus gaat in deze tijd van het jaar. We hebben in de hitte ruim negen kilometer gelopen en hebben geen zin om weer helemaal naar boven te lopen. Daarom spreken we een jong Duits stel aan met een gehuurde cabrio. Beide wegen die links- dan wel rechtsom lopen, leiden naar het hoog hierboven geleden Los Canarios. Met de auto is het echter wel meer dan negen kilometer. Eerst kilometer door uitgestrekte bananenplantages en dan de ene haarspeldbocht na de andere om ons hoger en hoger te brengen. We worden afgezet voor het café, blij dat we dit niet hebben hoeven te lopen. In het café bestellen we op aanraden van de vriendelijke eigenaar het dagmenu: rijk gevulde linzensoep en gekookte inktvisringen. Hier ontdekken we ook een nieuwe koffie. Koffie die we ook in Laos dronken: cafe condensado. Dit een espresso met een dikke laag gecondenseerde melk.

Het is tijd voor een verfrissende duik in de oceaan. We rijden terug naar Jedey om af te dalen naar Tooque en Puerto Naos. Daar schrikken we ons kapot, want daar staat een reusachtig resort, terwijl de rest van weinig charmante dorp bestaat uit toeristische appartementen. Het straatbeeld wordt dan ook gedomineerd door enorme kudde bejaarden van het Duitse soort. Weg dus hier. Er moet hier nog een ‘playa’ zijn. De weg voert door bananenplantages om te eindigen op een parkeerplaats tussen de kassen. Daarachter ligt een zwart kiezelstrand met een geinig terras. De deining van de zee is zwaar. Zwemmen is veel te gevaarlijk. Zelfs als je stevig staat in de branding, word je onderuit geduwd en gezogen door het krachtige water. Wel verfrissend en opwindend. Op het terras genieten we na van weer een mooie dag, geholpen door verse perziksap en een tapa van gegrilde geitenkaas met guacamole.

Zo zitten we ruim een uur te staren over de oceaan, de indrukwekkende golven en het spel van de surfers te bekijken, als de rust bruut wordt verstoord. Een bejaard Duits echtpaar kiest er op het geheel lege terras voor om de tafel direct naast de onze te pakken. De rust en privacy zijn weg als iemand op minder dan een halve meter van je vandaan komt te zitten en de bek niet kan houden. Waarom kiest iemand er voor om direct naast een ander te gaan zitten, terwijl de ongeschreven privacy regel toch is dat de verst gelegen plekken moeten worden opgevuld. Of houdt in elk geval je muil. Op dit eiland zijn twee soorten mensen: natuurliefhebbende wandelaars en chagrijnige bejaarden. We sluiten de dag af op het terras van hotel Eden op het plein in Los Llanos. Met ‘cerveza’ en twee tapa’s: varkensreepjes met een pittig sausje en gefrituurde aubergine in honing. Je kunt niet beweren dat zwoele avonden vervelend zijn. In de supermarkt kopen we het ontbijt en de proviand voor de wandeling van morgen.

06 - La Palma | Caldera de Taburiente

Gisteren hebben we al proviand gehaald voor de wandeling van vandaag. Om 7.00 uur wordt het licht, maar wij staan al om 6.45 uur op. We rijden door Los Llanos en dan over een steile, smalle weg helemaal naar beneden. Naar de bodem en het uiteinde van de Barronco de Las Angustius, waar we de auto parkeren. Dit is de entree tot de Caldera de Taburiente. Hier stappen we om 8.15 uur in een gereedstaande 4-wheel-drive die ons voor € 26,- naar Los Brecitos rijdt. De totale kosten van deze taxi bedragen € 52, maar deze kosten delen we met een ouder echtpaar. De weg naar Los Brecitos is lang, steil en smal. Aan het beginpunt van de wandeling kijken we dan wel halverwege de wand van de krater, de enorme caldera in. Dit beloofd een erg gave wandeling te worden. De lucht is diepblauw, terwijl de zon net over de oostelijke rand van de 2.500 meter krater straalt. We hebben het klimaat op dit zonnige eiland onderschat. De meegenomen fleecetrui is veel te dik. We lopen over een smal pad dat is bedekt met een dikke laag dennennaalden. De lucht is droog en warm. Het ruikt en voelt hier naar Australië. De droge dennenbossen en de roodbruine kliffen doen ons ook erg denken aan de Australische landschappen waar we zo veel tijd hebben doorgebracht. Dit geeft ons een prettig gevoel.

De wandeling brengt ons diep in de Caldera. We dalen langzaam maar zeker naar de bodem. Langs de rand van de klif passeren we de ene Barranco (kloof) na de andere. In sommige daarvan stroomt water. De instabiele wanden bestaan uit een grof soort steenslag dat met leem bij elkaar wordt gehouden. Een flinke regenbui en het landschap verandert dramatisch. De erosie is dan ook duidelijk zichtbaar. In sommige kloven is de hele helling naar beneden gekomen. Dit is dan ook niet voor niets de grootste erosiekrater ter wereld. Een gigantische krater van een uitgedoofde vulkaan, die langzaam maar zeker in de zee stort. Na elke bocht die we doorkomen wordt de caldera indrukwekkender. De loodrechte wanden torenen tot anderhalve kilometer boven ons uit. Het mooiste is dat we helemaal niet niemand tegenkomen. Wij zijn er een groot voorstander van om de natuur zo veel mogelijk alleen te ervaren. Alleen dan kun je echt genieten van het geluid van de natuur: vogels, insecten het ruisen van de wind, het zingen van de vogels of absolute stilte. Uiteindelijk bereiken we de bodem van de barranco de Bombas de Agua, waarvan we het water een aantal keren moeten oversteken. In de barranco de Angustinas wordt het water opgevangen en in een kanaal geleid, dat steeds hoger tegen de klif zit aangeplakt. De van steen en beton gemaakte kanalen zijn deels door steenlawines bedekt en worden door tunnels naar de andere kant van de berg geleid richting Los Llanos en de bananenplantages in het Aridane dal. Het is een erg ingenieus systeem.

De barranco wordt steeds smaller. De roodbruine kliffen torenen hoog boven ons uit. We klauteren door de bedding van de rivier. We wanen ons in de Australische Karijini. Het is inmiddels erg warm geworden en we zijn dan ook blij dat we op tijd zijn gaan wandelen. De vegetatie is erg interessant en bestaat uit een mix van dennen en grote vetplanten. De vele grote cactussen staan in bloei. Kijkend om ons heen zien we roodbruine kliffen, een stenige bedding met roestkleurig water, maar ook vulkanisch gesteente; de restanten van een niet recente vulkaanuitbarsting. Hoog tegen de rotswanden zien we nu meerdere tunnelbakken lopen. Als we om 15.15 uur weer bij de auto zijn, hebben we bijna 15 kilometer gelopen. Wat een wandeling. Het is er een die het verdient om in onze persoonlijke top-10 te komen. We rijden naar Puorto de Tazacorte voor een wel verdiende en verfrissende duik in de oceaan. Voldaan van aan mooie dag.

05 - La Palma | Los Llanos

De zon was gisteren verraderlijker dan we hadden gedacht. Wel gesmeerd, maar met een te lage factor. Floor is flink verbrand in haar nek. Mede daardoor een rustdag, die begint onder een heldere hemel. Geen vocht op de tafel op het dakterras dit keer. We ontbijten met stokbrood, eieren, kaas, tomaat en komkommer. De ochtend gaat voorbij, terwijl we onder de parasol op de ligbedden liggen te lezen. ‘Wil je nog een perziksap?’ We praten uitgebreid met Rene, samen met Patricia de eigenaar van deze lusthof. Ze zijn in 2004 vanuit Zeeland naar La Palma verhuisd, omdat ze het klimaat in Nederland meer dan zat waren. Ook het politieke klimaat, maar dat is hier niet veel beter. Ze hebben deze botanische tuin in zwaar verwaarloosde toestand gekocht. Sindsdien zijn ze er in geslaagd om van de tuin van bijna 1 hectare, een landgoed met vier vakantiehuizen te maken. Ze kunnen er goed van leven. Geen financieel rijk leven, maar wel een rijk leven wat betreft kwaliteit. Wij betalen € 59,- per dag voor onze ‘casita’. Rene is een fervent sportvisser en hij vertelt spannende verhalen over de vele walwissen die hier zomers zijn te vinden. Met z’n kleine bootje heeft hij regelmatig bijna botsingen gehad met potvissen, bultruggen en nog een paar andere walvissoorten. Vlak langs zijn bootje glijden ze dan voorbij. Vorig jaar heeft hij er vele honderden gezien. Hij denkt zelfs een blauwe vinvis te hebben gezien, want dat grote lijf hield maar niet op. Wat een mooi leven. La Palma mag dan een van de toeristische Canarische Eilanden zijn, het is hier een heel stuk beter te harden dan in het winterse Nederland.

Lunchen doen we op het terras op het plein van Los Llanos, onder de enorme ficussen. Floor neemt een broodje met kip (pollo) en ik neem de Sandwich Eden: een tosti-achtig ding met ham, kaas, ei en ananas. Ter hoogte van de eierdooier is er een volmaakt rond gat in het witte brood gemaakt, Een broodje kost hier ongeveer € 3,50. Voldaan van de lunch lopen we door naar de supermarkt. Inmiddels een dagelijkse bezigheid. Vandaag is het tijd voor de barbecue. We kopen daarom twee verse vissen, aardappelen, salade, houtskool en aanmaakblokjes. ‘Thuis’ gaat de barbecue aan en gaan de vissen, gewikkeld in aluminium folie er op. Een paar keer omdraaien en dan is het smullen geblazen. Op het plafond van de buiten huiskamer houden de gekko’s ons gezelschap.

04 - La Palma | Pico Bejenado

In El Paso gaat de supermarkt om 9.00 uur open. Daarom staan we om 7.30 uur op, zodat we eerst nog rustig kunnen ontbijten op het dakterras. Daarna doen we de boodschappen voor onze wandeling naar de top van de Pico Bejenado. Wat hebben we nodig voor een lange wandeling? Water (uit de kraan), koekjes, brood en een cake van een halve kilo. De lucht is stralend blauw als we van El Paso naar El Barial rijden. Een waterval van witte wolken valt vanuit het oosten over de Cumbre Nueva. Aan de westelijke zijde lossen de wolken op tot niets. We parkeren onze witte Citroen langs de verharde weg in El Barial. De droge bossen met Canarische dennen strekken zich in alle richtingen uit. Wij gaan omhoog. Eerst volgen we de onverharde weg. Later de paden die ons steeds hoger voeren. De uitzichten over het dal van de Aridane, El Paso en Los Llanos worden beter naarmate we hoger komen. De blauwe zee glinstert in de diepte. Langzaam maar zeker wandelen komen we boven de Cumbre Nueva, met het effect dat we boven de wolken lopen. We zien dat een dicht wolkendek de oostelijke zijde van het eiland bedekt. We bereiken de rand van de caldera, waar de uitgestrektheid en de diepte van de krater zich begint te manifesteren. Achter ons zien we de grote vulkaan El Teide van Tenerife al ruim boven de wolken uitsteken. Maar wij zijn er nog niet. We moeten hoger. Het is nog een pittige klim naar de 1.844 meter hoge Pico Bejenado. Vanaf hier kijken we recht in de diepte van de Caldera de Taburiente. 9 kilometer verderop zien we de sterrenwacht als kleine witte bollen op de 2.500 meter hoge rand van de Caldera staan. Van een menselijke schaal is hier in het geheel geen sprake.

Achter ons klimt een Engelse toergroep naar boven. Zij zitten in een hotel in Santa Cruz, aan de oostelijke kant van het eiland. Zij vertellen ons over de vele regen ze vandaag en gisteren hebben gehad. Goed voor ons om te horen dat we de juiste keuze hebben gemaakt door een huis op de westelijke zijde van het eiland te huren. Verder zijn er eigenlijk helemaal niet zo veel andere wandelaars. We zijn vroeg vertrokken om de eventuele meute voor te zijn. We lopen weer naar beneden, door het heerlijk naar droogte geurende dennenbos, over steile paadjes met een bed van bruine naalden en roodbruine stenen. Bij El Rodeo, op 1.571 meter hoogte, nemen we een andere route terug naar beneden. Het is altijd leuker om een rondje te lopen, dan dezelfde weg terug te gaan als dat je bent gekomen. Na het uitzichtpunt door de zogenaamde Cumbrecita en in de gigantische krater, is het alleen nog maar naar beneden. De kleuren zijn fascinerend: de lucht is diepblauw, de naalden aan de bomen zijn bijzonder groen en de grond is roodbruin, net als de kliffen van de bergen waar we langs lopen. Inmiddels is er door het Aridane dal een wolkendek komen aandrijven vanaf de oceaan. Wij zitten daar nog ruim boven, maar Los Llanos lijkt in de wolken te zitten.

Na ongeveer 15 kilometer en 7 uur flink doorlopen, zijn we weer terug bij de auto. Voldaan van een erg mooie wandeling, maar wel met enorme stalpoten. We rijden verder naar beneden. We komen onder de wolken en dan zijn de bergen niet eens meer zichtbaar. Wat een verschil over zo’n korte afstand. In de supermarkt van El Paso kopen we ingrediënten voor het eten van deze avond: burrito’s met bruine bonen, knoflooksaus gemaakt van yoghurt, champignons, uien en kaas. Als we weer in Los Llanos zijn blijkt het met het slechte weer best mee te vallen. De ‘laaghangende’ wolken hangen hier weer zo hoog, dat zelfs de zon er met gemakt doorheen schijnt.

03 - La Palma | Tazacorte

Om er in te komen twijfelen we vandaag over twee wandelingen: de beklimming van de Bejanado of de vulkaan op de zuidpunt van het eiland. Het is half bewolkt en daarom kiezen we er voor om naar het 25 kilometer zuidelijker gelegen Los Canarios (Fuencaliente) te rijden. De bewolking neemt toe naarmate we zuidelijker komen. Langs de weg staan eucalyptus bomen waardoor we een Australië gevoel krijgen. Het eiland voelt en ruikt toch al naar Australië. We voelen ons hier prima thuis. We zitten hoog boven zee als we in de dichte mist Los Canarios binnen rijden. We zien helemaal niets. Het ziet er ook niet naar uit dat de mist snel zal optrekken. Daarom rijden we maar weer terug naar El Paso, waar we eerst lunchen met een lekker broodje. Het is inmiddels 13.00 uur en dus al te laat om nog een wandeling te maken. We besluiten daarom om naar de kust te rijden, want dat moet natuurlijk ook goed worden verkend. Tazacorte blijkt een erg leuk plaatsje te zijn. Hoog boven de zee struinen we door smalle straatjes en klimmen we langs trappen, waarvan de treden vol staan met weelderige planten, die we in Nederland kamerplanten zouden noemen. Vanzelfsprekend doen deze planten het hier een heel stuk beter. Veel huizen zijn geverfd in zachte pasteltinten. Zelfs de telefoon- en elektriciteitskabels langs de huizen zijn meegeverfd. Het is siësta en daarom klinken er overal stemmen uit huizen die naast heerlijke etensgeuren weinig loslaten aan de nieuwsgierige voorbijganger die we zijn. Op een terras achter de kerk komt de buurt samen om te praten en te drinken. We willen tonic en een ‘mixed tapas schotel’. Dat laatste wordt ons afgeraden door de eigenaar, want hij heeft wat beters: een bonenschotel van grote witte bonen met stukken smakelijke worst. Goed idee amigo!

Het dal van de Aridane staat vol met bananenplantages. Zo ook rond Tazacorte. De bananenplanten dragen elk een flinke tros groene bananen. De zware plant wordt gestut door een ijzeren stang. We ontdekken dat een enorme bloem de basis vormt van de banaan: onder elk bloemblad groeit een grote tros bananen. Als de bloem zich opent worden de groene banaantjes zichtbaar die nog heerlijk lepeltje-lepeltje liggen. In acht maanden groeien ze tot hun uiteindelijke gele en kenmerkend kromme vorm. Alles wat hier wordt geoogst gaat naar Spanje. Toch bijzonder dat we in Nederland alleen maar bananen uit Zuid-Amerika kunnen krijgen.

We rijden verder naar beneden. Naar Puerto de Tazacorte. Hier geen haven, maar wel een heus zwart zandstrand. Het strand wordt met een golfbreker beschermd tegen de zware deining van de Atlantische Oceaan. De rest van het eiland lijkt bewolkt te zijn, maar hier is de lucht stralend blauw. Het strand ligt dan ook vol met alle toeristen die het eiland bevolken (dat zijn er niet zo heel veel). Dit zijn mensen die naast wandelen en natuur ook wel behoefte hebben aan een gezond kleurtje. Er zijn vast slechtere plaatsen om op dit moment te zijn. De temperatuur bedraagt zo’n 24 graden en ook de temperatuur van het zeewater komt ruim boven de 20 graden uit.

Met een trui is het tegen de avond op het dakterras nog prima vol te houden. Wat hapjes, een glaasje wijn en glas of wat Cerveza San Miguel. Als het helemaal donker is lopen we in onze trui naar Los Llanos, waar we op het terras voor de kerk knoflookbrood en Cerveza bestellen. Omdat we hier eigenlijk prima zitten bestaat de volgende ronde uit pasta met gorgonzola saus (€ 7,50) en een schotel van inktvisringen (€ 8,50). Zondagavond blijkt er in Los Llanos niet bijzonder veel te gebeuren. Er zijn geen late Spaanse eters te bekennen.
Pagina 6 van 29
Ga naar boven