BestemmingOnbekend

BestemmingOnbekend
In de auto slapen was een goede beslissing. Niet alleen is het in de auto erg lekker en gezellig slapen en hebben we er geen last van de razende wind, ook is het lezen van een boek in het autobed erg relaxed. Dat het hard waaide werd benadrukt door onze slippers die een paar meter verderop in de struiken waren gewaaid. In de ochtend kregen we windkracht 60 voor de kiezen met polaire temperaturen. Het is nog maar acht graden met een gevoelstemperatuur die nog wel lager ligt. Het is dus een goede keuze om te vertrekken, want volgens de actuele weersverwachting blijft het tot vrijdag zo of zelfs nog erger. Het is overal koud. In Port Hedland wordt het niet warmer dan 14 graden en in het binnenland bedraagt de maximum temperatuur 7 graden. Zou het dan toch winter worden? In Exmouth doen we nog wat boodschappen, waarna we weer op weg kunnen. Alleen niet voordat ik nog een tweetal opvallendheden vermeld.

De eerste betreft het watertekort. Zowel Exmouth als Coral Bay zijn plaatsen in de woestijn. Er is geen zoet oppervlaktewater aanwezig. Je zou dus verwachten dat er op een verantwoorde wijze met het schaarse water zou worden omgegaan. Niet dus! De sprinklers staan werkelijk waar, 24 uur per dag aan om het gemeentegroen vochtig en dus groen te houden. Waarom? Het water wordt gepompt uit de diepe ijzerhoudende grondwaterlagen. Het grappige is dus dat waar wordt gesproeid er een ijzeroxide laag achterblijft, waardoor groen, straten en gebouwen een rode waas hebben. In de ‘weatbelt’ in het zuiden van Western Australia is het al vier van de laatste zes seizoenen te droog. Inmiddels is het zo dramatisch gesteld met de droogte het gebrek aan goede oogsten, dat zelfmoorden bij boeren een ‘normaal’ verschijnsel beginnen te worden. Veel boeren kiezen er dit jaar voor om niet eens de moeite te nemen om te zaaien, omdat er voorlopig geen regen wordt verwacht. Ook in de regio Perth is er veel te weinig neerslag gevallen. Het gaat dus helemaal niet goed, maar van waterbesparing hebben ze nog nooit gehoord. Men vindt dat er een enorme pijpleiding van de Kimberleys, een gebied met een wateroverschot, maar het midden en het zuiden moet worden aangelegd. Het is een typisch Amerikaanse aanpak, waarbij afgevraagd moet worden of er zo met water omgegaan moet worden. Hoe dan ook wordt daardoor het ecosysteem in het noorden aangetast. Wij zijn van mening dat de toekomst voor Australië in grootschalige en energie efficiënte ontziltingsunits. Er is hier namelijk geen gebrek aan zeewater en zonlicht. Ons idee: laat een club slimme mensen bij elkaar zitten met de opdracht iets goeds te maken met die twee elementen als uitgangspunt. Mocht daar een uiterst goed uitkomen, dan heeft Australië direct een goed exportproduct in handen.

De tweede opvallendheid betreft de dode kangoeroes die overal langs de weg liggen. Altijd weer is het een onprettig gezicht, wat erger wordt naarmate het kadaver al in verdere mate van ontbinding verkeerd. De weeïge stank die je dan krijgt blijft als een vettige waas een tijdje in de auto hangen. Het enige voordeel van een vers aangereden kangaroe is dat het zeer indrukwekkende en grote wedge tailed eagles aantrekt. Vlak langs de weg en opvliegend doordat we passeren, wordt de indrukwekkendheid versterkt tot WAUW! Voor Australiërs behoort het doodrijden van kangoeroes tot een normale gang van zaken. Als je een kangaroe op de weg zit zitten moet je deze niet proberen te ontwijken, maar met de linkervoorkant van de auto te raken, waardoor de kangaroe met een mooie boog in de berm beland, met de minste schade aan je auto. Remmen mag natuurlijk ook! We vragen ons wel hoe een aanrijding met een rode reus verloopt. Je ziet deze genoeg langs de weg liggen, maar we zien weinig auto’s met serieuze schade. We vinden het echter een schande dat er zoveel kangoeroes worden doodgereden in de nationale parken. Je weet dat er kangoeroes zijn en je wordt verzocht om langzaam te rijden. Maar ja, je doet niets tegen een patserige Aussie in een dikke auto met een bullbar, die zich daardoor onoverwinnelijk voelt. Aussies en natuur gaan vaak op een aparte en eenzijdige manier samen. Net als voor Chinezen is de natuur een attractie of in ieder geval een gebruiksvoorwerp. Natuur betekent niet direct dat je er op een verantwoordelijke manier mee hoeft om te gaan. De mening van de Australiër is dat ze ruimte en natuur genoeg hebben en je mag er dus op een overeenkomstige manier mee omgaan. Als veel mensen zo blijven denken zal er maar weinig overblijven.

We zijn ondertussen nog steeds op weg uit Exmouth. We hebben besloten dat we als eerste naar Karijini NP gaan, want is aan de gehele kust koud met veel wind, waardoor zwemmen in de zee geen pretje is. Nu we weer bereik hebben met de telefoon ontvingen we een SMS bericht van een paar dagen oud, van het Engelse stel dat we in Coral Bay waren tegengekomen. Ze vroegen zich af waar we waren, want het leek ze wel gezellig om Damen een borrel te drinken……. In Darwin! In anderhalve week zijn ze door het mooiste gebied van Western-Australië getrokken en hebben ze 3.000 kilometer afgelegd. Zijn ze wel helemaal lekker? Wij rijden door een enorm uitgestrekte leegte naar de 150 kilometer verder gelegen Giralia Station, waar we kunnen kamperen. De toegang tot Giralia wordt gevormd door een vier kilometer lange oprijlaan bestaande uit donkerrode aarde (kleur gravel van tennisbaan). We worden begroet door drie honden van de categorie ‘veel blaffen, weinig effect’. Van de heer des station mogen we voor $ 16 een mooie plek uitzoeken, wat voor ons zoveel betekent als een windluwe plek achter een dichte groene zone. Het is lekker rustig en er zijn warme douches. De eerste warme douche in tweeënhalve week. We waren dan wel niet vies, maar zeker wel zout. Als je met je nagel over je hoofdhuid schraapt, haal je er toch wel een behoorlijke klont zout weg. Met je hoofd in een emmer warm water hangen, zal resulteren in een krachtige bouillon.

We zijn nu in een echt Australisch boerenland. Rechts van ons staan de schaapscheerderstallen, voor de schapen die ergens op het land ter grootte van half Nederland zouden moeten staan. Dat land zie ik voor en me en bestaat uit dor-geel lang gras, met daartussen een incidentele droevige boom. Ook rechts van mij zie ik een zwarte Aboriginal die hier werkt. Volgens de Australiërs is de enige goede Aboriginal er eentje die werkt. Het zit hier helemaal vol met witte kaketoes (corella’s), die zich om de zoveel tijd in een enorme witte vlucht verplaatsen. Het waarom er achter verklaard zich vooralsnog niet nader. Achter me zie ik het restant van een windmolen, dat het slachtoffer is geworden van de verwoestende cycloon Vince, die in 1999 de gehele station heeft platgelegd. Aan de Aboriginal, die zijn batterijen kookt in water om ze op te laden, vragen we waar de schapen ergens zijn. We kunnen echter niet meer informatie aan hem ontfutselen dan ‘No, we don’t have sheeps anymore’, Al met al dus een goede en vruchtbare dialoog. We delen de faciliteiten met een ouder Belgische kakstel dat ongelooflijk loopt te zeiken over het gebrek aan faciliteiten. Dit gezelschap is zo onprettig dat we veel liever een wandeling maken over de dieprode Flying Doctors Airstrip, die in de nog veel rodere bush ligt, om vanaf daar de zon te zien ondergaan. De ondergaande zon doet het hele rode landschap veranderen in een donkerpaarse lapjesdeken. Buiten de drukke (toeristen)plaatsen is Australië echt onwijs mooi. Dit is voor ons het echte Australië.
Het waait vandaag erg hard, waardoor we niet eens proberen om vandaag te snorkelen. Achter de caravan van de buren zitten we nog enigszins beschut, zodat we in staat zijn om pannenkoeken te bakken, omdat we door ons brood heen zijn. We kletsen wat met Glenn en Louis en gaan dan naar de ‘stad’, nadat we iedereen hebben gevraagd of ze nog iets nodig hebben. Zo gaat en hoort dat, wanneer je ruim 50 kilometer moet rijden om boodschappen te doen. In Exmouth is het vanwege de schoolvakanties inmiddels zo druk geworden dat alle campings vol zitten. De mensen kamperen inmiddels massaal op het cricketveld naast het Visitor Center. Doordat het hier nu hoogseizoen is geworden is de prijs van de benzine spontaan 5 cent omhoog gegaan. Op een informatiebord kunnen we lezen dat Exmouth is gebouwd door de Amerikanen, als marinebasis en communicatiestation in de laatste jaren van de WO2. Het communicatiestation wordt nog steeds gebruikt voor communicatie met de onderzeeboten op basis van ultra-high-frequences. Floor heeft iedere keer hoofdpijn als we langs de antennes rijden. Als we van Exmout weer terug rijden naar Lakeside zien we bij de ingang van het park een auto staan. Door een bizar toeval blijkt het de auto van Holly en Phil te zijn. We nemen ze mee naar onze kampeerplaats en praten bij in een windluwe duinpan aan zee. Op ons vieren na blijkt iedereen uit Carnarvon al lang en breed te zijn aangekomen in Broome. Waarom toch al die haast? De leipe cowboy op de camping van Carnarvon blijkt inderdaad leip te zijn en wordt inmiddels gezocht door de politie vanwege het lastig vallen van vrouwen en naaktlopen op de camping. Helaas kunnen Holly en Phil niet blijven, maar na dit toeval zullen we elkaar nog wel vaker tegenkomen.

De wind ontwikkelde zich ‘s nachts tot een regelrechte storm. En dan te bedenken dat het cycloon seizoen (november – april) is afgelopen. We kunnen amper slapen. Niet vanwege het klapperen van de tent, want onze tent klappert in het geheel niet, maar vanwege het waanzinnige suizende en fluitende geraas van de windvlagen. Het gaat ook maar door en door. We vragen ons af waar al die verplaatste lucht vandaan komt en waar deze naar toe gaat. Inmiddels waait het al 48 uur aan een stuk. Hard waaien bedoel ik. De oorzaak is een depressie op de Indische Oceaan, waardoor er windwaarschuwing is afgegeven langs de kust van Port Hedland tot Eucla. De winden vanaf de Zuidpool hebben op het vlakke Australië vrijspel. Het is ook aanzienlijk kouder geworden. Je begrijpt alleen niet dat ze dit niet eerder hebben kunnen voorspellen. Het lijkt er op alsof de weersvoorspellingen hier uiterst amateuristisch zijn. De enige informatie die je uit een weerkaart haalt, zijn de isobaren. Hoe dichter de lijnen bij elkaar staan, hoe instabieler het weer.

Omdat deze wind echt niet meer normaal is, brengen we de gehele ochtend door in het Visitor Center. Samen met Glenn en Louis lezen we boeken in de bibliotheek. Er ligt ook een nota die de toekomst van de Ningaloo regio beschrijft. Wij vinden deze toekomst vrij somber. Het is hypocriet om te zeggen dat het toerisme aan banden moet worden gelegd, maar het is wel een feit dat het toenemende aantal toeristen een te grote druk legt op de natuur. De toeristische faciliteiten in Coral Bay worden uitgebreid. In dit gebied, Cape Range, is Turquoise Bay nu nog de plek waar het overgrote deel van de toeristen naar toe gaat. De grote parkeerplaats is bijna altijd vol. Het probleem is dat men niet verantwoord met het koraal omgaat. Bijna iedereen, het waarom begrijpen we niet, draagt flippers waarmee het koraal kapot wordt getrapt en waarmee op het koraal wordt gestaan. Aangezien je dat helaas toch niet kunt tegengaan is het ‘goed’ dat het nu op maar een plek plaatsvindt.. Straks wordt Lakeside echter ook naar de knoppen geholpen. Western-Australia is een staat waarvoor je voor alles een certificaat moet hebben. Is het daarom zo’n raar idee om een snorkelcertificaat verplicht te stellen? Toerisme is een moeilijk onderwerp, want wie bepaald nu om wat voor redenen hoe er met een specifiek gebied moet worden omgegaan? Waarom zijn wij er nou zo van overtuigd dat wij er op een verantwoorde manier mee omgaan? Eigenlijk zijn we daarmee erg arrogant! Maar we hebben wel gelijk!

Het is inmiddels nog harder gaan waaien. De tent blijft nog wel staan, maar van harte lijkt het niet meer te gaan. Het zou ook niet meer mogelijk zijn om in de tent te slapen vanwege de enorme herrie die de wind veroorzaakt. We breken de tent dus af en besluiten om in de auto te slapen. Ook besluiten we om morgen weg te gaan, want de komende dagen zal er geen verbetering optreden. We hebben twee weken mazzel gehad, maar die mazzel kan helaas niet voortduren. Het is in dit gebied inmiddels ook knetterdruk geworden vanwege de schoolvakanties. De komende paar weken zullen we rekening moeten houden met de massa. We weten dus nog niet waar we naar toe gaan, omdat het de verwachting is dat het overal druk zal zijn. Voor de laatste keer hebben we een borrel met de mede kampeerders in de windvrije voortent van de camphost. Precies op het moment dat het zon in het westen ondergaat, komt de maan in tegenovergestelde richting op. Als een volmaakte oranje bol stijgt de maan over de Range, waarna de kleur langzaam verandert tot het meer vertrouwde wit. De donkere vlekken op de maan hebben de vorm van een konijn. We zijn hier aangekomen met een Nieuwe Maan en vertrekken op de eerste dag van de volle man. We hebben een mooie cyclus meegemaakt en hebben kunnen genieten van de kracht van de maan op de getijden. Met Glenn en Louise trotseren we nog enige tijd windkracht 80 en de temperatuur van 5 graden, maar lang kunnen we ons niet groot houden. In de auto is het een stuk beter toeven. Geen wind, stilte, lekker zacht en gezellig. Slaap lekker.
Er ligt condens op de tent en er lijken ook iets van wolken in de lucht te zitten. Als we een stukje lopen om de zon te zien opkomen, lopen we van een koude luchtlaag naar een warme en dan weer naar een koude. Een erg apart gevoel. Waarvan we dachten dat het wolken waren, bleek rook te zijn van een bushbrand, waardoor de zon en de horizon worden verduisterd. Het is afkomstig van een brandoefening van de aan de andere kant van de range gelegen legerbas. Dit kan natuurlijk gebeuren, want de lucht is misschien inderdaad iets te schoon.

Deze ochtend ga ik proberen te vissen met de Schotse buurman. Het zou wel een keer leuk zijn om zelf een vis te vangen en deze klaar te maken voor de lunch. Natuurlijk wordt het helemaal niets met het avontuur, alhoewel ik na twee uur vissen goed in staat ben om de hengel uit te werpen. Floor en ik hebben ondertussen een soort van plan gemaakt. We hebben natuurlijk wel eens vaker een plan, maar die kan de volgende dag ook weer net zo snel zijn verandert. Het lijkt ons een goed idee om onze reis door Australië te begrenzen tot Alice Springs om vanaf daar terug te rijden naar Darwin. We hadden al eerder besloten om de oostkust over te slaan, maar waarom zouden we eigenlijk terug gaan naar Melbourne om vervolgens naar Sydney te rijden? Het zijn duizenden kilometers extra en gaan we het daar nou werkelijk zo leuk vinden zodat we die grote hoeveelheid kilometers kunnen rechtvaardigen? We willen terug naar Azië en weten dat een vlucht van Darwin naar Maleisië zeer betaalbaar is.

Ik onderneem een tweede poging om vis op tafel te krijgen. Er staat een harde wind en de vloed komt langzaam opzetten. Ik ben niet genoeg visser om te weten of dit een succesvolle combinatie zou moeten zijn of juist niet. Ik heb in ieder geval geen succes, wat dus flink balen is, want we hebben iets nodig dat past bij de gabakken aardappelen en de boontjes. We hebben het geluk dat we van een medekampeerder een inktvis, die ons geheel schoon wordt geleverd. Ik krijg het advies om de rest van de inktvis (waar best een boel inkt uit komt) te gebruiken als aas. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de zuignappen op de poten zuigen nog zo na, dat je met geen mogelijkheid een poot van de inktvis aan de haak krijgt. Er komt een nieuwsgierige schilpad voorbij zwemmen, waarvoor opgepast moet worden, want je wilt niet dat zo’n dier verstrikt raakt in de draad. Ik zie nog een octopus met zijn acht poten als een soort amorfe massa langs de stenen glijden en ook een groot aantal cuttlefish (zeekatten), die van kleur veranderen wanneer ze schrikken. Ik heb dan wel niets aan vis gevangen om op tafel te kunnen serveren, wel kunnen we van de inktvis zeven ringen snijder. Het is een weliswaar wat kleine portie calamari, maar verser dan dit is bijna onmogelijk.
Het is vandaag om 9.00 uur hoogwater. Dit is de reden dat we al om 9.30 uur bij de Oyster Stacks zijn. Men zegt dat dit het mooiste gebied is om te snorkelen, maar helaas is de zee veel te zwaar. De kant bestaat uit vlijmscherpe rotspunten; een zware deining draagt dus niet bij aan een veilig snorkelavontuur. Daarom gaan we door naar South Mandu. De camphost verteld ons dat we het beste kunnen gaan snorkelen voor het tentenkamp, waar het koraal fantastisch mooi schijnt te zijn. Het kamp wordt gevormd door een ‘ecologisch verantwoord’ resort, waarvoor domme mensen $ 100 per dag nacht per persoon betalen om in een tent aan het Ningaloo Reef te verblijven. Wij doen hetzelfde, maar dan voor vijf dollar. Het wordt niet op prijs gesteld dat we van ‘hun’ strand gebruikmaken, wat natuurlijk volledig onzin is, aangezien er niets privé aan Ningaloo is. Dit vindt onze camphost ook en stuurt er bewust mensen als ons naar toe om lekker te zieken. We gaan te water en laten ons door de sterke stroming meevoeren over het koraal, wat inderdaad erg mooi en gevarieerd is. Helaas is het bezoek aan South mandu geen succes, omdat de tijden van hoogwater ’s nachts en in de avond vallen en de laagwaterstand erg laag is, waardoor we maar enkele tientallen centimeters ruimte hebben om te drijven. Waardoor ontstaan deze verschillen en verschuivingen? Als we een boek aan het lezen zijn op het tot dan toe verder geheel verlaten strand, zien we dat de gasten van het zogenaamd ecologische verantwoorde resort onder begeleiding kanoën over het rif. Je hoeft geen genie te zijn om te beseffen dat er door de lage waterstand enorm veel schade wordt aangericht door het te diepe in het water steken van de peddels. Wij vinden het dom en super asociaal gedrag.

We gaan naar het veilige Turquoise Bay, waar het water altijd helder en rustig is. Je moet alleen wel een stukje lopen om het mooie en erg toegankelijke koraal te bereiken. We komen onze nieuwe buren (Glenn en Louis) van de camping toevallig tegen, waardoor we er met z’n vieren een gezellige stranddag van maken. Als we gaan snorkelen in het behoorlijk ondiepe water, waardoor het strand ook een heel stuk breder is geworden, zie ik al snel een schildpad op de vertrouwde plek. Floor is helaas niet met me mee gezwommen, dus er zat niets anders op dan de schilpad in de richting van Floor te dirigeren. Het lijkt goed te gaan tot, met nog 50 meter te gaan, de schilpad haar eigen schildpaddenweg gaat door een paar keer met de poten te peddelen. Ze moet nu echt een keer durven om verder mee te zwemmen, anders gaat het nooit lukken. Als we samen toch nog een keer naar ‘the zone’ zwemmen, zien we dezelfde grote schilpad. Hij schrikt echter van twee personen, maar door hem achterna te zwemmen kan ik naar Floor leiden. Wauw, Floor is helemaal onder de indruk. ‘Ik heb een schilpad gezien!’ Aan het begin van de middag loopt de zee weer bijna helemaal leeg, waardoor zwemmen en snorkelen zo goed als onmogelijk is geworden. De paar plekken dier er nog overblijven moeten nu worden gedeeld met tourgroepen en gezinnen – lang leve de schoolvakanties – die zich over het algemeen niet veel lijken aan te trekken van de kwetsbaarheid van het koraal. Je kunt namelijk best met je flippers op het koraal staan. Je voelt daar helemaal niets van! Als de irritatie te groot is geworden, gaan we terug naar het voor ons vertrouwde Lakeside.

Terug op onze eigen camping eten we tosti’s. Omdat de wind voorkomt dat het in het kamp prettig zitten is, gaan we maar weer naar het strand. We hebben ons al bijna twee weken niet meer gedouched; zeewater reinigt meer dan voldoende. Met de verrekijker spotten we een dolfijn die zich vlak voor het strand waagt. Bij dolfijnen is het om de een of andere reden zo dat je ze lang kunt volgen, terwijl ze zich al tuimelend en glijdend door het water bewegen, waarna ze in een keer zijn verdwenen. Ook een dugong laat zich van grote afstand zien. In Shark Bay zouden er 15.000 zeekoeien leven, waarvan we er welgeteld geen hebben gezien. Hier leven er enkele tientallen, waarvan er dagelijks wel eentje spotten
Het is zo relaxed om helemaal geen haast te hebben. We hoeven helemaal niets te doen. Bijna iedereen op Lakeside blijft langer dan gepland en eigenlijk wil niemand meer weg. We zitten inmiddels al weer 11 dagen op dezelfde campground in het Nationale Park. Het is goed dat we geen haast hebben. Je mag hier maximaal 28 dagen aaneengesloten staan. Voor ons grens deze plek aan perfectie, op de wind en de vliegen na dan. Waar ter wereld kun je staan op een fijne kleine camping voor $ 10 per nacht, op loopafstand van het aangename water van de zee, waar je maar een paar meter hoeft te zwemmen om een sprookje voorgeschoteld te krijgen. Dit sprookje bestaat uit koraal in een grote verscheidenheid aan kleuren en vormen, dat er iedere keer weer anders uitziet en waarvan je constant nieuwe soorten ontdekt. De poliepen in verschillende kleuren wuiven mee met de stroming van het water, terwijl ze een veilige schuilplaats verschaffen aan felgekleurde visjes. Overal zijn vissen. Er zijn hier 500 soorten vissen, waarvan je er iedere dag wel een paar nieuwe van ontdekt. Verder zwemmen er in onze achtertuin roggen, haaien, schildpadden, dolfijnen en zeekoeien rond. Beter dan dit op zo’n toegankelijke manier zul je het niet snel meer krijgen. Het is hier ook bijna altijd mooi weer. De kleuren van het land zijn fantastisch en tussen het struikgewas en de wilde bloemen lopen emus rond en huppen de kangoeroes. Het luchtruim is het domei van de wedge tailed eagles en de sea eagles.

Er zijn hier twee bejaardenparen die hier ieder jaar gebruik van maken. Ze wonen in het zuiden van Western-Australia. De wintermaanden brengen ze hier en in Carnarvon door. Het echtpaar dat al tien jaar lang de functie van camphost bekleed verblijft ieder jaar vier maanden op deze campground. Als je zo goed als zelfvoorzienend bent is dat helemaal niet verkeerd. Een echtpaar woont in de zomer in Esperance, waar ze vroeger een boerderij hadden met schapen en koeien. Hij heeft in de tweede wereldoorlog in Timor en Papua Nieuw Guinea gevochten, waardoor hij bij terugkeer voor 25 cent per acre (een acre is ongeveer een halve hectare) niet ontwikkeld land kon krijgen. Ik moet even opmerken dat Floor in de tijd dat ik het dagboek bijwerk, zich bezig houdt met de huishoudelijke taken: ons huis is stofvrij gemaakt (zand uit de voortent verwijderd), de lampen zijn gecontroleerd (olielamp is bijgevuld en schoongemaakt) en de afwasmachine is ingeruimd (de afwas is gedaan in de zee). Hieruit valt op te maken dat Floor in de ochtend behoorlijk actief is. Het zijn activiteiten die ik kan vermijden door het excuus aan te dragen dat ik in het dagboek moet schrijven. Maar goed, weer even terug naar de oude man uit Esperance. Hij is van mening dat Australië jonge ondernemende stellen nodig heeft om het land verder te cultiveren. Naar zijn mening behoort het noorden van Western-Australia tot het meest vruchtbare gebied. Daar zullen we aan de slag moeten. Het is een schande dat het Aboriginal land is. Je kunt veel zeggen over de Aboriginals, hun grondgebied (wat overigens grotendeels uit gortdroge woestijn bestaat) en hun landclaims, maar zij ‘zorgen’ er daarmee onbedoeld voor dat er nog gebieden blijven bestaan die niet zijn aangetast door menselijk handelen en gebruik. Hoe groot en leeg het land ook is, het grootste deel is in gebruik als station land, waarvan de grenzen zijn afgezet met hekken. Er zijn hier echt veel te veel hekken, die het gevoel van leegte en vrijheid beperken. In Mongolië hebben we kunnen meemaken hoe het is om een land zonder hekken en afrasteringen te hebben. Dat is een wereld van verschil.

Het is weer zo’n dag dat het in de nacht en ochtend windstil is, maar dat de wind gedurende de dag begint toe te nemen. Volgens de mensen die hier al jaren komen , is dit de beste winter in jaren. In voorgaande jaren was het kurkdroog en was er geen enkel stukje groen te bekennen. Nu is alles relatief groen, vanwege de regen die hier een maand geleden is gevallen. Wij vinden de wind nu al irritant, maar het schijnt helemaal niets voor te stellen. ‘Normaal’ waait het hier zo hard dat je ’s ochtends maar beter in je tent kunt blijven liggen om te voorkomen dat je wordt gezandstraald. We kunnen dus concluderen dat we dit jaar het Ningaloo Reef bezoeken. We hebben sowieso erg veel mazzel dat we op Lakeside kunnen verblijven. Het is namelijk de meest populaire campground in het gebied met maar zes beschikbare plaatsten, tegenover een totaal van 90. Het is hier nu het hoogseizoen en morgen beginnen de schoolvakanties. We hebben erg veel geluk gehad, want meestal wordt een (zeldzame) vrije plek op Lakeside direct opgevuld door iemand vanaf een andere campground, of door mensen die zich al de avond tevoren bij de ingang van het park opstellen. Gemiddeld schijnt de rij bij de ingang uit twaalf auto’s te bestaan. Er is momenteel eigenlijk geen doorstroming meer op de kampeerplaatsen en veel mensen moeten tot drie keer proberen om überhaupt een plek te bemachtigen. We hebben dus erg veel geluk gehad dat we deze geweldige plek bij toeval hebben kunnen krijgen. Het lijkt er op dat het voor het laatst is dat je hier in deze periode van het jaar voor langere tijd kunt verblijven. Er zijn ook plannen om een boekingssysteem in te voeren. Of dat laatste nou zo eerlijk gaat zijn?!

5.12 - Australië | Ningaloo: Wind en vliegen

Het is twee dagen windstil geweest, maar vannacht is de wind rond 2.00 uur weer met al haar geweld opgestoken. Door de gierende wind en de klapperende zeilen van de voorzettenten is iedereen wakker Ze kennen hier twee windrichtingen: rechts of links. Het is wachten tot de wind gaat draaien. We zitten nu beschut achter en tussen een paar bomen en twee caravans. Wind is een erg serieus verschijnsel. Het huidige natuurgeweld wordt hier ‘wind’ genoemd. Terwijl we deze wind in Nederland al wel zouden classificeren als een flinke storm. In het gebied waar we nu zijn, maar eigenlijk bijna overal in Australië, is er nies om de wind tegen te houden. Voor duizenden kilometers zijn er geen bergen van betekenis of bomen om de wind te breken of van richting te doen veranderen. De wind komt vanuit de verte aanrazen, je hoort de wind naar je toe denderen. Dan raakt de wind je die je hebt horen aankomen. Als golven in de lucht hoor je dan de volgende golf wind al weer op je afkomen. De wind wordt veroorzaakt door de enorme verschillen in temperatuur. Overdag wordt het land op een ongelooflijke manier opgewarmd door de zon. Zelfs in de winter worden overdag temperaturen van ruim dertig graden bereikt. Hierdoor ontstaan overdag grote lage drukgebieden. Boven zee blijft de temperatuur altijd wat meer gelijkmatiger en koeler. Boven zee ontstaat daardoor overdag een hogedrukgebied. Het gevolg hiervan is dat er een sterke, verkoelende wind van zee waait. ’s Avonds en ’s nachts koelt het land enorm af, omdat er niets is om de warmte van de dag vast te houden. Hierdoor ontstaat er boven land een hoge drukgebied dat een verkillende harde wind vanaf het land naar de zee brengt. Er zijn eigenlijk maar weinig momenten dat ze in Australië een ideaal klimaat hebben. Het is of veel te koud, te heet, of er staat te veel wind. Staat er geen wind, dan heb je last van duizenden vliegen die je het leven zuur maken. Het voordeel is wel dat de lucht blauw is. We hebben nu eigenlijk last van een storm, maar de lucht is nog steeds stralend blauw. Hoe vaak komt het in Nederland voor dat je een compleet wolkenloze hemel hebt? Hier is het makkelijker om de dag met wolken te tellen. De wind is inmiddels uit twee richtingen komen waaien en is in kracht toegenomen. This wind sucks big time!

Australië heeft twee grote nadelen: vliegen en wind. Waait het niet, dan zijn er vliegen. Zijn er geen vliegen dan is de (harde) wind er de enige oorzaak van. De wind begint te liggen, wat resulteert dat de vliegen de schade van hun verloren ochtend willen inhalen. Als vanouds zoemen ze om je hoofd en landen ze in je oren, op je lippen, in je neus en wandelen ze over je bril. Australië is een erg mooi land, maar de natuur keert zich wel in extreme mate tegen de mens. Volgens sommige Aussies moeten ze heel Australië buiten de oostkust, aan de zwarten (abo’s) geven. Het is geen gebied voor een blanke. Voor het eerst krijgen we vandaag te maken met een steeds krachtiger wordende wind. Alles waait weg, ook daar word je op den duur chagrijnig van. Om minder last van de wind te hebben, lopen we naar het strand. Dit is dan wel geen straf, maar daar hebben we weer geen schaduw. De conclusie hiervan is dat er altijd wel wat te zeuren is. Op het strand is het lekker chillen met een boek. Vanaf het strand zien we niet al te ver in zee beweging in het water. Waarneming en onderzoek met de verrekijker wijst uit dat het hier om een dugong gaat. Deze is bruin, beweegt zich traag door het water met een staart als die van een zeeleeuw. Wat volgt is te omschrijven als de ‘chase for the dugong’. Ik ga het water om te proberen bij de dugong in de buurt te komen. Floor geeft vanaf het strand aanwijzingen. Ik zwem wat ik zwemmen kan, naar links; nee naar rechts. Ja bijna! Doordat de zee echter vrij ruig is en mijn zicht zonder bril niet het beste, mis ik de dugong op nog geen tien meter. In de middag gaat de wind gelukkig liggen. De temperatuur neemt gelijk toe, waardoor het al snel ruim dertig graden is. Dan is toch lekker dat je heerlijk kunt snorkelen in het verkoelende water, waar een hoop valt te beleven en te ontdekken. Er cirkelen drie visarenden (osprey) boven de kreek, waarvan er een met een enorme plons het water in duikt om vervolgens met een vis in zijn klauwen vliegen. Vanochtend zagen we een visarend met een slang in zijn klauwen vliegen. Het water is vandaag, tegen alle verwachtingen in, erg helder. Opvallend is wel dat de grote roggen het laten afweten. Al snorkelend ontdek ik de rustplaats van de gigantische patato cod. Helaas laat deze zich niet verleiden om naar buiten te komen. Ik weet nu in ieder geval waar zijn huis woont. Omdat Floor niet mee snorkelen is, kom ik natuurlijk weer een grote schilpad tegen, waarmee ik weer heerlijk kan zwemmen. 

Vanaf het strand is het weer genieten van de zonsondergang. Omdat er erg veel ‘swell’ (deining) is, zijn de golven die op het buitenrif slaan hoog. Het witte schuim dat hoog opspuit wordt gevangen door de wind, waardoor er nevels van water ontstaan. Dit zorgt voor een waanzinnig mooi beeld wanneer de oranje zon achter de golven zakt. Omdat we ons feitelijk aan de rand van de woestijn bevinden, is de luchtvochtigheid hier erg laag. De halve maan is daardoor scherper dan ooit. Met de verrekijker zien we de contouren van de enorme hoeveelheid kraters op de maan. Precies op de rand van de halve maan zien we bergen. De toppen van die bergen worden nog of al verlicht door de zon, terwijl de rest van de berg nog in de schaduw valt. Er valt zoveel te zien en te ontdekken als je er de tijd voor hebt.

5.11 - Australië | Ningaloo: Turquoise Bay

Waar overkomt het je dat je om 7.00 uur uit je tent stapt met de opkomst van de zon en het eerste dat je ziet zijn twee grote rode kangoeroes, die staan te vechten? Juist! Als je staat te kamperen in de bush. Aan de andere kant van de kreek staan vijf rode kangoeroes. Een kleiner vrouwtje met twee jongen staat recht tegenover ons. Iets verderop staan twee grote mannetjes, die op hun staart staan, om met hun achterpoten elkaar rake trappen uit te delen. Die kangoeroes zijn groot! In een vechtpartij ben je als mens geen partij tegen een grote rode roe!

Het heeft vannacht niet gewaaid en ook is het ’s ochtends windstil. Na het ontbijt starten we de auto en rijden de 15 kilometer naar Turquoise Bay. Het is de meest populaire plek in net National Park. Het is verstandig om er ’s ochtends vroeg naar toe te gaan, voordat alle kuddedieren uit Exmouth er arriveren. Het is duidelijk dat het hier erg druk kan worden. De toegangsweg is geasfalteerd en leidt naar een groot parkeerterrein. De baai bestaat uit twee delen. Rechts ligt het eigenlijke Turquoise Bay, wat door een zandbank wordt gescheiden door het aan de linkerkant gelegen ‘The Drift’. We gaan het water van Turquoise Bay in, maar het valt daar tegen. De opening tussen het rif ligt er recht tegenover, wat resulteert in erg koude stroming en een vermindert zicht. Wel zitten er erg veel vissen en zwemmen tussen een grote schol zebra fish is dan wel een hoogtepunt, het kan niet zo zijn dat dit alles is dat dit gebied heeft te bieden. We lopen daarom over het strand en maken een knik naar linksaf naar ‘The Drift’, die zo heet omdat de stroming die je langzaam van links naar recht brengt. Je moet oppassen niet te dicht in de buurt van de knik te komen, omdat het water daar dieper is en de stroming zeer verraderlijk, vanwege de opening in het buitenrif. Om problemen te voorkomen, kun je daar dus beter uit de buurt blijven. Als je iets verder doorloopt over het strand naar links, kom je terecht in een fantastisch snorkelgebied. Het water is kristalhelder en de grote vissen kun je vanaf het strand al in het water zien zwemmen. Dicht langs het strand begint het koraal al, wat mooier is dan in Lakeside, alhoewel er bij Lakeside meer vis is te vinden. Het koraal heeft hier veel meer kleur en komt ook in een grotere verscheidenheid voor. We zijn lekker aan het snorkelen als we een rifhaai zien zwemmen. Vlak daarna zien we een tweede, grotere zwemmen. Doordat het water zo helder is kunnen we de haaien goed zien zwemmen. Floor vindt het helemaal geweldig en samen genieten we van de twee haaien die op nog geen twee meter afstand rond ons cirkelen. Dit is fantastisch. Helaas arriveren de tourgroepen om 12.00 uur die het strand in beslag nemen. Voor ons het signaal om weer terug te gaan naar onze tijdelijke huis bij Lakeside.

De volgende ochtend vroeg zijn we echter weer terug in. De missie voor vandaag is het vinden van een schildpad, want Floor heeft nog niet de kans gehad om met een schildpad te zwemmen. Het is alleen iedere keer weet hetzelfde liedje. Ik kom een schildpad tegen, probeer de aandacht van Floor te trekken, maar dan is de schilpad al weer met krachtige slagen van de poten al weer uit het zicht verdwenen. Wel komen we een octopus tegen, waarbij je wel wat geluk moet hebben, want ze zijn heel goed in het aannemen van de kleur en vorm van de omgeving. Je kunt zien dat ze intelligent zijn, want de octopus zit ons met grote, alle kanten op bewegende ogen aan te staren. Je leest er uit dat hij ons probeert duidelijk te maken ‘laat me alsjeblieft met rust’. Als je dichterbij komt, zie je het dier heel snel van kleur verandert, om een te worden met het koraal. Als je te dichtbij komt, laat het dier zich als een amorfe massa tussen het koraal glijden. De acht poten met zuignappen glijden heen en weer. Na een paar foto’s met onze onderwatercamera laten we het dier met rust. Het is apart dat het water vandaag een stuk minder helder is dan gisteren. Het water is ook een stuk kouder. Vandaag hebben we in gelukkig geen las van groepen Japanners die niet kunnen zwemmen en om die reden het koraal kapot trappen. Met uitzondering van de octopus is het geen succesvolle snorkeldag. Op de parkeerplaats moet Floor nog chirurgie toepassen op mijn voeten. We lopen alleen maar op blote voeten, wat er lekker is, maar daardoor zijn je voeten wel kwetsbaar. Op ons strand zijn de stenen zo akelig scherp dat je iedere keer je voeten openhaalt. Helen doet het ook niet goed, doordat er allemaal zandkorrels in de diepe wonden blijven zitten, waardoor het inmiddels lekker ontsteekt. Met een naald en pincet haalt Floor de zandkorrels er weer uit.

Na deze chirurgie in de buitenlucht kunnen we weer op weg. We moeten weer naar Exmouth voor de boodschappen. We hebben het toch al zes dagen volgehouden. Niet slecht zonder koelkast. We zijn inmiddels dan ook wel experts op het gebied van de planning van campingvoedsel geworden. Bizar dat je voor eten en drinkwater helemaal naar Exmouth moet rijden. Nadat we de voorraad weer hebben bijgevuld, maken we een tussenstop bij de vuurtoren die op een heuvel staat. Vanaf de heuvel heb je een geweldig mooi uitzicht over de Golf van Exmouth en de Indische Oceaan. Met de verrekijker speuren we het water af naar opspuitend water of de staart van een walvis. Het hele jaar zou het mogelijk moeten zijn om hier walvissen tegen te komen. Je moet daar natuurlijk wel geluk voor hebben, maar dat hebben wij helaas niet. Op de weg terug naar Lakeside hebben we een bijna aanrijding met een meter hoge grijze vogel. Ik rem hard, waarna de vogel met grote trage slagen van de vleugels van de weg vliegt. Wat was dat voor een vogel? Een emu kan toch helemaal niet vliegen. Als we de situatie voorleggen aan de camphost verteld hij ons dat we bijna een kalkoen in de poeier hadden gereden. Aan het einde van de middag ga ik nog een keer het water in om te snorkelen. Ik ben al vrij ver in het water en bevindt mij boven een grote zandvlakte met zeegrassen. Vanuit mijn ooghoek zie ik een grote schim opdoemen uit de wazige verte en weer verdwijnen. De rifhaaien die ik ben tegengekomen waren echt wel een stuk kleiner. Met het verhaal in mijn achterhoofd dat het niet verstandig is om in het water te zijn als het donker is of begint te worden en de funny noises die hij wel eens heeft gehoord, weet ik niet hoe snel ik weer terug moet zwemmen naar de veiligheid van het koraal. De gekleurde vissen hebben vast een goede reden waarom ze daar zo graag de veiligheid opzoeken.
We zitten nog steeds op campground Lakeside aan het Ningaloo Reef. We hebben echt geen zin om snel weg te gaan van deze zeer bijzondere plek. Waar vind je een natuurcamping als dit, met roofvogels in de lucht, kangoeroes en emus in het veld, terwijl de zee op nog geen 50 meter afstand ligt. Waar ook, hoef je vervolgens maar 30 meter te zwemmen om koraal en tropische vissen te zien. We zijn al die tijd in Australië al op zoek geweest naar een echt mooie plek; die plek hebben we nu gevonden. In tegenstelling tot bijna alle andere reizigers hebben wij echt geen haast. We hebben nog ruim zes maanden te gaan op ons visum en we hoeven helemaal niets. Als we niet verder komen dan Darwin is het ook goed.

Dat is dan wel direct het grote verschil tussen ons en bijna alle andere reizigers, open enkele oudere reiziger na; ze hebben allemaal haast. Veel te bang om iets te moeten missen. Ze reizen in een moordend tempo en hoogtepunt naar hoogtepunt. Ningaloo geven ze gemiddeld twee dagen, want ze hebben geen tijd. We komen daardoor ook bijna nooit al ontmoette reizigers tegen. Wij zijn namelijk altijd de achterblijvers. Qua originaliteit en creativiteit blijkt ook dat het overgrote deel van de reizigers bestaat uit kuddedieren, schapen en reisfundamentalisten. Dit was ons in Azië ook al opgevallen. Met gebruikt de LP op een letterlijke manier. Waar de LP niet over schrijft, zijn geen andere reizigers (backpackers) te vinden. Waar de LP wel over schrijft zijn er in een keer knetter veel backpackers, terwijl we ze daarvoor nooit tegenkomen. In Coral Bay stond het vol, in Exmouth was het nog erger, maar ondertussen staan ze niet op de bushcampings. Wat is dat toch voor een raar gedrag? Zijn de meeste mensen nou echt zo bang voor het onbekend? Durft men niets te missen, terwijl ze niet doorhebben dat ze daardoor juist alles missen? Het maakt ons natuurlijk niets uit. Integendeel! Het vermijden van de massa is daardoor over het algemeen erg gemakkelijk. Wij durven wel te stellen dat het gros van de reizigers weinig boeiende verhalen heeft te vertellen. Ze doen allemaal hetzelfde, ze zien hetzelfde en ze zijn hetzelfde. Steeds meer komen we er achter dat we niet dat soort mensen zijn. Wij willen ontdekken. Het gaat niet om A of B, maar om wat er tussen zit. We hebben onze vakanties altijd al zo ingevuld, dus het heeft niets te maken met het ouder worden. Wij worden ongelukkig van grote, dure en toeristische campings of plaatsen. We zijn in Australië voor de natuur en eigenlijk voor niets anders. Zeldzaam ontmoeten we mensen met wie we een klik hebben. Eigenlijk hebben we ook helemaal geen zin in het oppervlakkige gelul. We vinden het echt niet interessant om ‘gezellig’ te doen met een paar jongeren van 20 jaar, maar energie krijgen we ook niet van de grote hoeveelheid grijze nomaden om ons heen. Het is dus eigenlijk best balen dat er zo weinig mensen zijn van onze leeftijd die, net als wij, voor langere tijd door Australië reizen. Als ze er al zijn, dan hebben ze maar een paar weken, want de carrière, de koopwoning en de kinderen wachten.

Een ander punt blijven natuurlijk de tourgroepen. Ik weet het, ik moet daar over ophouden. Maar toch, tourgroepen blijven iets geweldig fascinerends. Wij zijn daar heel erg duidelijk niet de types voor. Er is een heel grappig verschil tussen zelfstandig en georganiseerd reizen. Als het goed is weet je bij een zelfstandige reis hoogstens globaal wat je gaat tegenkomen. Je reis is daardoor verrassend. De dingen die je beleefd, alles wat je ziet. Na je reis kun je pas vertellen wat je hebt gezien en hebt meegemaakt. Het kan dus eigenlijk nooit tegenvallen. Een georganiseerde reis werkt precies andersom. Je hebt voor die specifieke tour gekozen, omdat je hebt gezien en gelezen wat je precies gaat zien en meemaken. Al voor de reis kun je dus al vertellen wat je gaat zien en beleven. Zo’n reis moet dus vaak tegenvallen. Het leukste vinden wij nog wel de psychologie van de tourgroep deelnemers. Nooit, maar dan ook nooit zeggen deelnemers van een tourgroep gedag tegen voorbijgangers. Al ben je de enige op een verder geheel leeg strand, dan nog wordt je volkomen genegeerd. In het begin waren wij nog wel degenen die groetten, maar na de zoveelste verschrikte blijk zijn we er maar mee gestopt. Komt dit door de werking van de groepscocoon? Een ander fenomeen wordt gevormd door de ‘tourgroepdikkerds’. Het percentage dikke tourgroeppers is groter dan het percentage met een normaal postuur. Uit eigen onderzoek is ook gebleken dat er een 99 procent kans is dat een jonge dikkerd een tourgroepper is. Vandaar dus de naam ‘tourgroepdikkerd’. Het gedrag en deelnemersveld van tourgroeppers is voer voor psychologen. Je moet eigenlijk ook alleen naar Australië komen als je bereidt bent om een auto te kopen of te huren. Reizen met het openbaar vervoer of met tourgroepen is en veel te duur en je mist daardoor ook erg veel. Het programma wordt echt niet aangepast omdat het toevallig een slechte dag is. The show must go on. Met name de kosten zijn ongelooflijk. Zonder eigen vervoer ben je voor de overnachtingen aangewezen op hotels of hostels, wat je minimaal $ 25 voor een bed in een ‘dorm’ kost. Je kunt je reis door Australië volmaken door tours aan elkaar te knopen en tussendoor etappes af te leggen met de Greyhound. Een tour van Exmouth naar Turquoise Bay kost je $ 30. We vragen ons af hoe dat valt te betalen zonder dat je driekwart van de tijd moet werken. Het grootste deel van de tourgroepers is veel te jong om veel te hebben kunnen gespaard.
Het is ’s ochtends geheel windstil, wat een hele verademing is. De golven op het buitenrif zijn ook een stuk lager dan de dagen hiervoor en het water van de zee heeft inderdaad een turkooizen kleur. We gaan vandaag dus maar weer snorkelen. We zijn er wel achter dat het ’s ochtends het beste is om te snorkelen. Dan is er namelijk nog niemand anders. Tussen 11.00 – 13.00 uur is het zicht onder water het beste, omdat dan de zon recht boven je staat. De kleuren komen dan het beste uit en je hebt het minst last van vervelende reflecties. De beste tijden hangen ook samen met het omslagpunt van eb naar vloed of vice versa. Voor die tijden hebben we een getijdentabel. Echt snappen doen we het alleen niet, want de tijdstippen van de getijde wisseling verschuiven en ook de standen verschillen. Dat het met de maan heeft te maken is ons wel bekend, maar hoe dat nou precies werkt. Hoe weten ze de tijdstippen de waterstanden zo goed te voorspellen? Er zijn nog zo veel dingen waar we achter moeten komen. In dat opzicht zou het wel erg handig is om altijd en overal Internet ter beschikking te hebben. Nu blijven we regelmatig met onbeantwoorde vragen zitten.

Maar gelukkig is er het Visitor Center, waar ze een bibliotheek hebben en waar je films kunt kijken over dit gebied. We zijn als het ware van ons huis op weg naar een gratis bioscoop. We vragen de documentaire ‘Natural Ningaloo’ aan, die op een groot scherm wordt vertoond. Het is een bijzonder mooie onderwater documentaire over het leven in en rond het Ningaloo Reef; van plankton tot de walvishaai. De meeste vissen die een gastrol hebben in de documentaire zijn we in het echt al tegengekomen. Door deze film hoe en waar we onder water op moeten letten en wat we zoal nog meer kunnen tegenkomen. Na de film kunnen we niet wachten om het water weer in te gaan. Het water is vandaag rustig en zeer helder. Floor blijft aan de rand van het koraal om zich op de details te storten. Ik ga water verder weg. Het speuren onder en tussen het koraal wordt beloond, want daar liggen vaak de grote vissen verscholen. Op dezelfde plek als eerder kom ik de lionfish weer tegen. Deze schijnt vaak samen te leven met de stonefish, maar als die er al is, dan onderscheid ik deze niet van de omgeving. Het met de stroming meedeinen van de poliepen blijft een fantastisch gezicht. Het leuke aan een beetje rondzwemmen tussen de koralen is dat je bij toeval van alles kunt tegenkomen. Het is bijzonder om te merken dat je iedere keer weer nieuwe vissen en koralen ontdekt. Hoe helderde het water hoe meer succes je natuurlijk hebt. In het heldere water kun de grote vissen en schilpadden al van ver zien aankomen.

Vanwege de helderheid van het water heb ik een groot aantal grote pijlstaartroggen gezien op de zanderige bodem, met een dikke straat die als een soort veer eindigt. Vaak zijn de staart en de ogen als enige zichtbaar, terwijl het lichaam onder het zand verborgen ligt. Natuurlijk zien weer de grote aantallen vissen in alle kleuren van de regenboog. Felgele en felblauwe visjes schieten tussen het koraal of verschuilen zich tussen de veilige anemonen als we te dichtbij komen. Onder water is het als een sprookje zo mooi. Bet valt ons op dat we dezelfde vissen op dezelfde plek blijven tegenkomen. Vissen zijn blijkbaar honkvast. Voor de derde zone met koraal vind ik iedere keer weer dezelfde grote schol snapper, sea mullet en trevally. Ik heb nog een geweldige close-encouter met een rifhaai, waar ik vijf minuten mee heb kunnen zwemmen. Ik kwam de haai tegen op dezelfde plek als waar ik deze al eerder had zien rusten in een holte tussen het koraal. Nu had ik de kans om de haai te dicht te naderen en te volgen, terwijl deze een grote cirkel maakte om weer terug te keren naar dezelfde rustplaats. Zelfs Floor durft nu verder te gaan dan de vorige keren. Er zijn nu geen merkbare sterke stromingen. De temperatuur van het water is nu ook veel gelijkmatiger. Niet meer van die koude en warme stromingen die elkaar afwisselen. De buurman is ondertussen bezig om de weinige bomen die er staan te snoeien, omdat hij last heeft van de takken wanneer hij er langs moet. We zien veel grote vissen. Ook de grootste die we tot dusver zijn tegengekomen. Een dik, lang, brui met wit gespikkelde patatocod. Terwijl wij in het water lagen en onder de indruk waren van de ‘patatocod’ van 1-2 meter, werden er door mensen aan de kant twee Dugongs gesignaleerd die vlak langs ons zwommen.
Podverdomme wat waait het hard. Nee, je weet echt niet hoe hard het waait. Het stormt. We mogen blij zijn dat we een tent hebben die ontworpen is om harde wind te weerstaan en dat we nog enigszins beschut staan achter de bomen. De meeste kampeerplekken in dit NP hebben namelijk in het geheel geen bomen, waardoor de wind en de zon vrij spel hebben. Hoe komen we aan kokend water voor de koffie en de thee. Met windkracht 80, heeft ons nieuwe kooktoestel, dat officieel een hitte efficiëntie heeft van 51 procent?, een efficiëntie van -85 procent. Achter de duinen, op het strand, waait het gelukkig een stuk minder. Dat wordt dus een ontbijt op het strand, wat zeker geen straf is. Vanaf welke ‘ontbijttafel’ heb je nou een uitzicht op een tropische lagune vol met koraal en mooie vissen. Wat ook mooi is, is de grote varaan, van het type perentie of goanna, die bijzonder rustig door ons kamp kwam stappen en zich niet al te druk zat te maken over deze ‘trespassing’.

Aangezien de wind maar niet gaat liggen, besluiten we om een wandeling te gaan maken. Cape Range NP ligt in een noord-zuid richting parallel aan de zee gedrapeerd. De Range vormt als het ware een scheiding tussen de woestijn en het rif. De Range en het vlakke land tussen de bergen en deze, is gevormd uit opgestuwde zeebodem. Dit is goed te zien in de spectaculaire Mandu mandu Gorge, waar doorheen we een wandeling maken. Van deze uitgesleten kloof, bestaan de rotsen op de top uit vlijmscherpe stukken koraal. Het is niet verstandig om met je knie op zo’n stuk vlijmscherp koraal te vallen, want er zou weinig overblijven van die voorheen functionele knie. Vanuit de kloof kijk je langs bruinrode wanden naar de het verder en lager gelegen turkooizen water van het Ningaloo Reef. Vanaf de hoogte kunnen we het buitenrif bijzonder goed zien liggen: de plek waar de brekende golven zorgen voor een witte rand, een rand die zich gerafeld naar het noorden en het zuiden uitstrekt. We hebben zicht op het deel van Turquoise Bay waar je op moet passen voor gevaarlijke stromingen. Stromingen die worden veroorzaakt door een openingen in het rif. Je kunt goed zien dat er een opening zit in het buitenrif en dat het rif een knik maakt, waardoor er op die plek een verraderlijke en krachtige stroming staat. Vooral nu het water van de oceaan extra wordt opgestuwd moet je erg oppassen. Met grote golven slaat het water, van de aan zware deining onderhevige open oceaan, over het buitenrif. Hierdoor ontstaat in de lagune een te veel aan water, dat via gaten tussen het rif wordt afgevoerd. Dit afvoeren van overtollig water gebeurt op niet geheel subtiele wijze door krachtige stromingen onder te wateroppervlak. Een paar maanden geleden wilden drie jongens naar het buitenrif zwemmen. Na 200 meter keerde de eerste terug. Na 500 meter hield de tweede het voor gezien. Van de derde is nooit meer wat vernomen.

Vanwege het opgestuwde water, is de helderheid van het water in de lagune enorm afgenomen. Door de vele wervelingen is er veel zand met het water vermengd, wat het zicht verminderd. Het water heeft daardoor een meer groene dan turkooizen kleur. Hoe meer turkoois het water van kleur is, hoe helderder het water. Deze helderheid bevordert op een tweetal manieren de kans om grote vissen tegen te komen. Doordat het water helder is, kun je de grote vissen beter zien (aankomen), maar grote vissen zijn ook juist in helder water te vinden, omdat ze niet zand in de kieuwen houden. Bij dat laatste kan ik me wel wat voorstellen. We leren dat het niet verstandig is om in het donker te gaan zwemmen, omdat er dan minder plezierige haaien actief zijn die niet geheel opletten waar ze een hap in zetten. Volgens de kamphost, die in het donker wel eens het water opgaat, zijn er in het duister veel ‘weird and funny noises’ te horen.
Pagina 8 van 29
Ga naar boven