BestemmingOnbekend

BestemmingOnbekend

5.07 - Australië | Ningaloo: Lakeside

De buren aan weerszijden van ons kamp gaan vandaag weg. Een van de buren bestaat uit een jong Engels stel die hier de maximale kampeertijd van 28 dagen hebben doorgebracht. Volgens deze kenners is Lakeside de beste en meest populaire kampeerplek van het NP. Dit vanwege de aanwezigheid van schaduw, het eenvoudig te bereiken koraal en het fijne strand. We hebben schijnbaar ‘geluk’ gehad met de keuze van de kampeerplek. Omdat wij van mening zijn dat de vertrekkende buren een betere plek bezetten, nemen we hun plek over. We moeten de tent dan wel verplaatsten, met als probleem dat we opnieuw moeten proberen de stalen pennen in de bodem van beton te krijgen. Maar dan hebben we wel een plek die aan twee kanten wordt begrensd door bomen, wat voorziet in de hoognodige schaduw en windbreking. Door de verplaatsing hebben we direct ook de beschikking over een grote houten kampeertafel. Nu kan het relaxen echt goed beginnen. Sinds we zijn aangekomen in Australië zijn we op zoek geweest naar een plek waar het echt de moeite is om langer te blijven. Nu, voor het eerst hebben we zo’n plek gevonden. Het kost weinig geld om hier te staan, het is hier rustig, de omgeving is fantastisch en de zee doet dienst als douche en afwasteil. Dit zijn de plekken die jaloersmakend werken op anderen. Dit zijn de plekken, waarvan je denkt dat ze niet bestaan. Nadeel is alleen de wind. Gelukkig wordt de wind voor een groot deel tegengehouden door de bomen de caravans en luifels van de buren.

In de loop van de middag is het weer windstil. De helderheid van het water is vandaag minder dan gisteren. Wel nog steeds helder genoeg om goed te kunnen genieten van de enorme hoeveelheden vis. In Exmouth hebben we boekjes gekocht met plaatjes van vissen die hier voorkomen. Het is ons alleen nog niet duidelijk wat voor vissen we nou eigenlijk allemaal tegenkomen. Het zijn er veel, heel erg veel. Vanaf het moment dat je met je hoofd onder water gaat ben je omringt door vis. Om de duur van de onderwaterpret niet onnodig te verkorten is het zaak dat de glazen van de duikbril met spuug worden ingesmeerd. Om de een of andere reden gaat dat het beslaan van de ramen tegen. We zien honderden, duizenden vissen in een grote verscheidenheid aan soorten, kleuren en maten. Zwevend in het water, langs een geel gekleurde wand van koraal, omringt door al die vissen, lijkt het alsof je in een heel mooi aquarium bent beland. Er is alleen wel een verschil: dit is echt! Dit is natuur, natuur die we zelf ontdekken. De meest bijzondere ontdekking van de dag bestaat uit twee lionfish, die zich in een holte tussen het koraal bevinden. Dit schijnt bijzonder te zijn om te zien, maar ik heb ze wel mooi gezien. Ik, want Floor is nog niet zo’n snorkelheld. Ze durft nog niet ver en lang het water in en ze kan ook nog niet met d’r snorkel helemaal onder water. Ook vlak langs het strand is er genoeg te zien, maar voor de meer bijzondere dingen moet wel wat meer moeite worden gedaan.

Het buitenrif ligt ongeveer drie kilometer van de kust. Hierop breken de golven, die over de Indische Oceaan aan komen rollen, met donderend geweld. Het buitenrif zorgt er voor dat het water daarachter kalm is. De zee is wel ruiger dan normaal het geval is. De golven die op het buitenrif slaan zijn hoog en vormen tunnels van drie meter hoogte. Als de zon ondergaat en de golven van de achterzijde worden beschenen, is goed zichtbaar dat er een hoop waterdamp vrijkomt, die als wolken meters de lucht in waaien. Dit indrukwekkende schouwspel schijnt te komen door een heftige storm ergens ver weg op de Indische Oceaan. Het resultaat hier is dat de helderheid van het water is afgenomen en dat er gevaarlijke stromingen staan tussen de verschillende rifsystemen. Als je in de buurt zou komen van de geulen in het buitenrif, loop je een heel groot risico naar buiten te worden gezogen. Dit zal je waarschijnlijk niet zo snel meer kunnen navertellen.

Toen we vanuit Exmouth hier naar toe zijn gereden, hadden we geen rekening gehouden met een lang verblijf in de natuur. We zijn daardoor door onze voorraden heen. We moeten dus boodschappen doen in de ‘grote stad’. Zoals het hoort vragen we aan de anderen op de campground of ze nog iets nodig hebben. Dan rijden we de 53 kilometer naar Exmouth, waar we ons drinkwater aanvullen. We hebben nu een voorraad van bijna 50 liter. We proberen dit keer voor een hele week boodschappen te kopen. Dag 1: chili con carne; dag 2: pasta carbonara; dag 3: pannenkoeken; dag 4: curry met pompoen; dag 5: aardappelen, groenten uit blik en vis (die we hopelijk krijgen); dag 6: pasta met smac. Gelukkig valt de inflatie erg mee. Wat niet meevalt is de prijs van de benzine. We mogen dit keer $ 1,62 voor een liter betalen. Net als in Carnarvon is het heel opvallen dat de prijs van de benzine niet schommelt. De prijs staat vast en is hoog. Het moet wel zo zijn dat je keihard wordt opgelicht, want het transport van benzine wordt door de overheid gesubsidieerd. In Exmouth bezoeken we het kantoor van CALM (Conservation and Land Management), met de vraag of ze wellicht nog vrijwilligers nodig hebben in de omgeving. Helaas zijn er in november pas weer mensen nodig , tijdens het legseizoen van de schildpadden. Het lijkt ons best leuk om een bijzondere werkervaring op te doen, dat niet perse geld hoeft op te leveren.
We worden om 6.00 uur gewekt door het geluid van een voor ons nieuwe vogel, die recht boven onze tent op een tak zit. De vogel brengt het geluid voort dat niet zou misstaan als alarmsignaal bij een op ontploffing staande kerncentrale. We willen vroeg op pad om vandaag een mooie plek langs het rif te bemachtigen. Een minuut voordat wij klaar zijn om te vertrekken, rijdt er een busje met Fransen van de camping weg. Shit! We moeten in het donker langzaam rijden, want overal staan kanga’s (roo’s) op en naast de weg. Al snel zien we het busje met Fransen rijden. Het is een beetje asociaal om ze in te halen, want ze zijn gewoon eerder. We blijven dus rustig achter ze rijden. Als ze besluiten om dertig te gaan rijden vragen ze er alleen wel om. Als allereerste staan we daarom om 7.00 uur bij de ingang van het NP, waar je gewoon door kunt rijden, ware het niet dat we een kampeerplek willen hebben. Omdat de ranger pas om acht uur komt, hebben we nog ruim de tijd om water te koken voor de koffie en thee en om een eitje te bakken. Al snel staan we met vier auto’s te wachten. Het zijn alleen maar jongeren. We hadden eigenlijk verwacht dat er vooral bejaarden met hun caravans zouden staan. Als de ranger er is, opent hij rustig het loket. Dan neemt hij via de radio contact op met de verschillende campgrounds. ‘ Ranger for Lakeside, do you have spots available today?’ Het antwoord is een positieve. Er wordt contact gezocht met de andere campings, waaruit blijkt dat er nog een aantal plekken beschikbaar zijn. Omdat wij als eerste in de rij staan, hebben wij de mogelijkheid als eerste te kiezen. Dit is een bijzonder goed systeem. Het is eerlijk en zorgt er voor dat je niet hoeft te zoeken naar een plek. Je moet er alleen wel vroeg voor opstaan. Wij kiezen voor Lakeside, omdat je er direct vanaf het strand kunt snorkelen. Als we niet binnen een uur zijn gearriveerd, wordt de plek weer vergeven.

Het is 12 kilometer rijden naar campground Lakeside. We melden ons bij de host (de kampcommandant) die hier voor een half jaar staat. Het is een super vriendelijke man aan wie we $ 10 per nacht zijn verschuldigd. We krijgen een eigen kampeerbaai toegewezen, welke enigszins is beschut tegen de wind. In totaal zijn er zeven plaatsen. Het waait nogal hard, maar verder is het hier helemaal perfect. We kijken uit over een met water gevulde kreek, daarachter ligt de groen/bruine bush. Daar weer achter ligt de langgerekte heuvelrug van Cape Range. Vanaf ons kamp moeten we twee meter lopen om zicht te hebben op het turkooizen water van de oceaan. Voor het witte strand moeten we 50 meter lopen en het koraal begint op een paar meter van het strand. Als we ons kamp in alle rust hebben opgezet gaan we in de middag snorkelen. Voor het eerst in het water van het Ningaloo Reef en ik heb direct contact met een Green Turtle. Deze laat me rustig 15 minuten mee zwemmen, zodat ik goed kan zien hoe de schildpad door het water zwemt. Ik kan het schild van het dier met mijn hand opmeten, waardoor ik er achter kom dat deze minimaal een meter groot is. De schildpad lijkt zich in het geheel niet aan mijn aanwezigheid te storen. Wat is de natuur gaaf.

Het water is helaas niet echt warm, waardoor je na een tijdje het water moet verlaten om weer op te warmen. Vanaf het rustige witte strand kun je goed zien waar het ‘outer reef’ ligt. Namelijk daar waar de golven breken en er dus een witte schuimkraag zichtbaar is. De donkere plekken in het water geven de plaatsen aan waar het koraal of het zeegras zit. Onder de lichtblauwe delen ligt de zanderige bodem. Als ik voor de tweede keer het water in ga, ontdek ik een langgerekte koraalzone met meer kleur en meer vis. Ik cirkel er om heen en denk een hele grote vis te zien. Het blijkt een hele grote pijlstaartrog te zijn, die groter is dan ik. Hij of zij zwemt rustig door het water, terwijl het als UFO gevormde lichaam, golvende bewegingen maakt. De rog nestelt zich op de bodem, waar nog zo’n grote unit ligt. Terwijl ze beiden op het witte zand van de zeebodem liggen, lijken ze mij met hun ogen, die bovenop hun lijf zitten, in de gaten te houden. Ze stijgen op, waarna ze langzaam om mij heen beginnen te cirkelen. Een exemplaar komt langzaam naar mij toe gezwommen. Ik weet dat de aanraking van de staart in het geheel niet prettig is. Ik besluit dat het daarom beter is om weg te gaan. Ik zwem terug naar het strand, waar ik geheel onder de indruk, Floor van sterke verhalen kan voorzien.

De avond valt langzaam boven Lakeside. Tussen 17.00 – 18.00 uur is er altijd happy hour. Dit is een sociaal gezelschapuurtje voor de mensen die hier op de campground staan. Op deze eerste dag zijn we alleen meer geïnteresseerd in de zon, die als een grote oranje bol onder gaat in het water van de Indische Oceaan. Dit zien we recht voor onze neus gebeuren, terwijl we met een glas wijn op het strand zitten. Als het helemaal donker is geworden, ontvouwd zich de nachtelijke sterrenhemel. Doordat de maan zich nog achter de horizon bevindt en we ons midden in de natuur in een vlak landschap aan zee bevinden, is het aantal zichtbare sterren belachelijk en onvoorstelbaar groot. Er is geen spatje lichtverontreiniging te zien. Als je probeert je een zo groot mogelijk aantal sterren voor te stellen, dan nog kom je niet in de buurt van de sterrenhemel boven Ningaloo.
Na een luidruchtige nacht, worden we wakker onder een dikker wordend wolkendek. Wat is dat nou? Wordt het weer zo’n actie van Jeroen en Floor die aan het strand zijn. Aangezien wij denken dat er veel betere plekken aan het rif te vinden zijn dan dit pretpark, besluiten we om weg te gaan. Met twee Engelsen die we hebben ontmoet besluiten we om samen naar Exmouth te reizen, want het is misschien wel leuk om de komende dagen samen te kamperen. Het landschap gedurende de 160 kilometer naar Exmouth is zoals verwacht weer erg afwisselend. Op lage grassen en struiken na is het land geheel leeg. Dit is een landschap waarin we ons al sinds Shark Bay bevinden. De rode termietenheuvels zorgen voor afwisseling in deze monotonie. We rijden Exmouth binnen aan de kant waar een grote ‘marina’ in combinatie in combinatie met dure (vakantie)woningen wordt ontwikkeld. Het blauwe water van de zee wordt de nieuwe wijk binnengeleid. Het moet worden gezegd dat het er op het plaatje erg goed uit ziet. De locals vinden deze ontwikkeling maar niets, want vroeg of laat zal de nieuwe wijk worden platgelegd door een cycloon. In 1999 lag Exmouth in de baan van een categorie 5 cycloon, wat de zwaarst mogelijke is. Er is toen niet veel van Exmouth overeind gebleven.

Ook Exmouth is een toeristenplaats. We rijden langs twee grote en overvolle campings. Overal hangen grote en kleine affiches van de Whale Shark Tours, waar het Ningaloo Reef om bekend is. Walvishaaien zijn de grootste vissen die er zijn. Ze komen overal in de tropische en warmere wateren van de oceanen voor, maar het Ningaloo Marine Park is een van de weinige plaatsen ter wereld, waar ze in de periode maart-juli gegarandeerd vlak voor de kust zijn te zien. Vanuit Exmouth vertrekken tours die je voor $ 130 per persoon de gelegenheid bieden om met een whale shark te zwemmen. Het wordt gebracht als een hele bijzondere ervaring, maar naar onze mening is het niet veel meer dan een hype. We zien er de lol niet van in, om samen met 20 anderen op een van de zes boten op zoek te gaan naar een walvishaai, om vervolgens met tientallen tegelijk in het water te liggen om te kunnen zeggen: ‘wauw, ik heb met een walvishaai gezwommen’. Met een vliegtuigje wordt iedere dag naar de walvishaaien gezocht. Vervolgens worden de boten er naar toe geleid. Leuk! Wij beleven de natuur liever op een meer spontane wijze. Zie we nu geen walvishaai, dan wellicht een keer in de komende veertig jaar. Je kunt en moet niet alles willen zien en zeker niet door middel van een tour. We zijn zoals gewoonlijk natuurlijk een minderheid met deze eigenwijze gedachte, omdat bijna iedereen die in deze periode naar Exmouth gaat wel met zo’n tour meegaat. Walvishaaien zijn hier big business.

In het informatiecentrum van Exmouth vragen we naar informatie over de kampeermogelijkheden in het nationale park. Er wordt ons verteld dat er nu waarschijnlijk geen kampeerplekken beschikbaar zijn. Voor ons geldt dat de campings in Exmouth er nou ook niet bepaald aanlokkelijk uit zien. De twee Engelsen beginnen te piepen, want ze vinden een douche toch wel erg belangrijk en denken toch liever in Exmouth te blijven. Aangezien wij geen zin hebben in gedoe en er ook geen behoefte aan hebben om in deze toeristenplaats te blijven, besluiten we om het maar gewoon te gaan proberen. De mazzel. In de winkel slaan we levensmiddelen in voor de komende dagen. We voelen ons hier zeer ongemakkelijk. Waar komen al die toeristen en backpackers in een keer allemaal vandaan? De mensen zijn veel te jong of veel te oud. Waar zijn ‘ons-soort-mensen’? We moeten hier weg. Het kan echt wel beter dan dit.

Zo rijden we vanuit Exmouth in noordelijke richting om Cape Ranges te ronden, waarna we parallel aan de zee in zuidelijke richting naar het NP rijden. Onderweg passeren we een tweetal campings vlak aan zee die er al een stuk beter uitzien dan die overvolle grasvelden in Exmouth, die als campings moeten doorgaan. Bij de ingang van het NP wordt ons door de ranger verteld dat alle kampeerplekken inderdaad zijn bezet. Volgens dezelfde ranger moeten we het morgenochtend vroeg maar proberen, want er is altijd een kans dat er ’s ochtends een plek vrij komt. We balen stiekem wel een beetje, maar weten natuurlijk ook wel dat we echt niet hadden kunnen verwachten nog een bushcamping aan zee te kunnen vinden om 14.00 uur. We rijden terug naar de eerste camping voor het National Park. Het is een station en camping met de naam Yardie Homestead Caravan Park, waar we voor $ 18,50 een plek krijgen op een bijna leeg grasveld. Na de herrie in Coral Bay is dit een verademing. Dit soort kleine campings passen veel beter bij ons.

5.04 - Australië | Coral Bay

Vandaag maken we er met onze vier nieuwe vrienden een stranddag van. Vanaf de camping lopen we naar het strand en dan is het nog ongeveer een kilometer links aanhouden. Het is daar rustig, want de meeste mensen zijn veel te lui om een stuk te lopen. Vanaf het punt, waar we ons basiskamp maken, is het een paar meter zwemmen tot het grote veld met koraal. Het nadeel is dat er veel wind staat, waardoor het water vrij troebel is en het ook vrij koud is, wanneer je weer uit het water komt. Het koraal heeft hier niet veel kleur, wat door de temperatuur van het water komt. Warm water geeft gekleurd koraal en het koude water zorgt voor ongekleurd koraal. Grote constructies van koraal zijn zichtbaar in het water. Enorme schelpen, kasstelen met kantelen, geweien met een groot aantal zijtakken en kandelaren. Al deze constructies komen we tegen. Het levende koraal wuift mee met de deinig en stroming van de zee. Het dode koraal is hard als steen, omdat het uitwendige skelet van kalk is achtergebleven. Veel vis is er niet te zien. Grote snappers houden zich op boven het zand en tussen het koraal zien we kleine aantallen gekleurde vissen. Het zijn hier niet de aantallen die we in Quobba hebben gezien. Floor begint haar angst gelukkig langzaam te overwinnen en durft al wat verder het water in. Ik zie uit mijn ooghoek een schim van iets dat de vorm en grootte van een haai heeft wegschieten. Cool.

Ondanks het mooie koraal moeten we ons wel de vraag stellen of we het hier wel zo leuk vinden. Het is dan wel een plaatje waarvan je heel warm wordt als je zo’n plaats ergens afgebeeld ziet staan. Het is ook een plaatje waarmee je mensen erg jaloers kunt maken, maar dat plaatje zou alleen maar een oppervlakkig beeld schetsen van deze plek. Coral Bay heeft ook een groot aantal nadelen, waarvan de belangrijkste is dat het hier gewoon veel en veel te toeristisch is. Als je een stukje over het strand loopt ben je wel weer met weinig anderen, maar het water wordt wel door heel veel mensen gebruikt. Vanaf het strand in Coral Bay worden grote aantallen patser boten te water gelaten, die heen en weer over het rif varen. In het water moet je serieus opletten dat je niet wordt overvaren. Het is dan ook weer typisch Australisch: dit is zogenaamd een beschermd gebied, maar je kunt vervolgens wel alles doen met je boot. Voor Australiërs geldt het gezegde: ‘ik vis, dus ik ben’. Ook hier gaat dat op. De mensen staan hier niet met hun hengels niet op het strand, maar ze gaan met hun boot boven het rif liggen om daar tussen de snorkelende mensen te vissen. Er bestaan wel regels, maar die meer betrekking op de minimale grootte van een vis die er gevangen mag worden. Iets ten noorden van Coral Bay ligt zelfs een gebied waar je op het rif mag spelen met je waterscooter. Waarom zou je dat überhaupt boven een rif willen en moeten doen? Er zijn hier gewoon te veel mensen. Het is hier eigenlijk niets meer dan een ordinair pretpark. Terug op de camping blijkt dat privacy hier ook niet bestaat. We zijn volledig ingebouwd, terwijl de rest van de camping nog lege plekken genoeg heeft. Op deze camping zijn ze alleen maar uit op je geld. In het bieden van kwaliteit zijn ze niet geïnteresseerd. De camping is al duur, maar wil je de BBQ gebruiken, dan moet je daar nog steeds 1 dollar voor betalen. Hier zijn dan wel weer veel jongeren, maar daardoor is eigenlijk niets anders dan een partycentrum. Het vinden van gelijkgestemden is moeilijk.
We hadden eigenlijk gepland om nog een dag langer in Quobba te blijven, ware het niet dat onze brander kapot is en we weer 90 kilometer terug moeten rijden naar Carnarvon. In Carnarvon vullen we onze versvoorraad aan en schaffen een nieuw kooktoestel aan voor $ 30. We kopen er direct 12 gasflessen bij voor $ 2,50 per stuk. We trakteren ons nog een keer op een mok cappuccino op het terras. Het is behoorlijk relaxed dat we weer genoeg geld hebben, waardoor we wat meer kunnen genieten. Bij het tankstation vullen we onze jerrycans met water, want de komende 610 kilometer is water schaars. Vanaf Carnarvon is het ruim 200 kilometer naar Coral Bay. We zijn die lange afstanden inmiddels wel gewend, maar voor iemand die nog nooit in Australië is geweest zullen deze afstanden niet zijn voor te stellen. Helmaal niet omdat je gedurende die 200 kilometer helemaal niets tegenkomt. De lucht is zoals gewoonlijk blauw, zonder dat er ook maar een wolkje is te zien. De bush waar we doorheen rijden is vergelijkbaar met een licht glooiend vergeeld en vergrasd heidelandschap. Zo ongeveer 50 kilometer voor Coral Bay zien we dat er een steeds groter wordend aantal termietenheuvels in het landschap staat. Eerst zien we er maar een en dan zien we er honderden zover het oog reikt. Ze hebben stuk voor de stuk de kleur van de rode aarde in variëren in hoogte van halve tot ruim twee meter. Een nadere inspectie van deze bouwwerken zal zeker volgen. We registreren dat we om 13.14 uur de Tropic of Capricorn kruizen. Volgens Floor ‘een zeer bijzondere ervaring, die nog enige tijd natintelde in mijn buik!’ Coral Bay is een toeristenplaats van de eerst orde. Het ligt bij het meest zuidelijke punt van het Ningaloo Reef. Coral Bay is beroemd omdat het koraal hier een meter van het strand al begint. Er zijn hier twee grote, drukke en veel te dure campings. Wij zoeken de minst beroerde van de twee uit, waar we nog steeds $ 25,75 moeten betalen voor een plek zonder schaduw. Hoe durven ze dit soort absurde bedragen te vragen. Het is de duurste camping sinds Melbourne. Het is vandaag knetter warm, waarvan we meten dat het 33 graden in de schaduw is. Dit is wel weer een riante temperatuur om te zwemmen. Naast onze komt een stel te zijn dat sinds hun auto in Perth is komen de overlijden, al liftend verder aan het reizen is. We gaan met elkaar naar het strand, waar we nog een paar mensen ontmoeten. We kunnen gerust stellen dat Coral Bay onze eerste tropische strand ervaring is. Wat we hebben gezocht in Azie, hebben we hier gevonden. De zee is turkoois en donker blauw, het strand is wit, de lucht is blauw en de zon gaat hier langzaam onder in een oranje bol. Het enige nadeel is dat het water van de zee nog steeds niet warm is. Dit is wel een plek waarbij je zou willen dat je nu een telefoon met camera zou hebben, om een foto te kunnen sturen naar de werkende mensen thuis. Al snorkelend in de baai komen we een paar roggen en een shark ray, dat inderdaad qua beeld een kruising is tussen een rog en een haai. Veel meer vissen zijn er niet te zien. Door al het op- wervelende zand is het water in de baai voor de campings erg troebel. Het zichtbare koraal is van het type dood. We denken dat het is veroorzaakt door het grote aantal boten dat hier te water wordt gelaten en door het water ploegt.

5.02 - Australië | Quobba

Het is vandaag de langste dag op het noordelijk halfrond, wat betekent dat wij de kortste dag hebben. Het wordt pas na zeven uur in de ochtend licht. Maar wat geeft zo’n kortste dag nou in een winter als dit. Een lange nacht is ook erg relaxed, wanneer je zo veel sterren ziet en het zo stil is. Quobba is maar een ‘raar’ gebiedje. De gemeente Carnarvon staat het hier toe dat je hier tegen een geringe vergoeding kunt verblijven. Langs een twee kilometer lange zone langs de zee, mag je staan waar je wilt en hoe lang je wilt. Dit tegen een vergoeding van $ 5,50 per nacht. Dit is spotgoedkoop, want voor dit geld heb je een geweldige plek, biologische toiletten en wordt voorzien in afvalinzameling. Wat heb je verder nog nodig? We hebben genoeg drinkwater mee en douchen kan in de zee. Veel mensen verblijven hier de hele winter, weer anderen leven in het weekend in golfplaten huisjes, wat het hier doet voorkomen als een sloppenwijk. Australiërs zijn er erg goed in om alles er zo pauperig mogelijk uit te laten zien.

We hebben zonder twijfel de beste kampeerplek in dit gebied. We zitten in een eigen duinpan, afgeschermd van de rest en de wind. Vannacht was het op de brekende golven na, compleet stil. Geen televisies, geen generatoren, geen verkeer… helemaal niets. Het is ook volkomen donker. Er is geen spatje lichtverontreiniging en er staat ook geen maan. De sterrenhemel is daardoor van horizon tot horizon is alle windrichtingen perfect zichtbaar. De Melkweg is als een langwerpige lichtgevende wolk aan de hemel zichtbaar. Hij knalt er uit en verplaatst zicht in de loop van de avond en nacht langs de horizon. Het is jammer dat er niet veel meer vallende sterren zichtbaar zijn. 

Het is uitermate chill wakker worden met de wetenschap dat we vandaag helemaal niets hoeven te doen. Een beetje chillen, boek lezen, dagboek schrijven en snorkelen. Een uitermate druk en vervelend programma. Dit gebied is ook bekend onder de naam ‘Blow Holes’, vanwege het water van de zee dat 20 meter kan opspuiten uit gaten in de rotsen, doordat het water in nauwe spleten wordt geperst. Indrukwekkend, maar veel toffer is het koraal dat hier op loopafstand van onze kamp begint. Het water is ’s ochtends niet warm, maar op het moment dat je met je hoofd onder water gaat merk je daar niets meer van. Je bent direct omringt door grote hoeveelheden vis en op nog geen meter van de kant begint het koraal. Het nadeel is dat het hier zeer ondiep is. Als je in het water ligt, zweef je ongeveer 30-50 centimeter boven het koraal. Je moet dus erg oppassen. Je ziet al veel fel gekleurde vissen die thuishoren in je tropische dromen. Langs de rand van het koraal zwemmen snappers. Ik kom zelf oog in ook met een schildpad van ca. 50 centimeter, waarvan ik denk dat het een loggerhead is.

Wij zijn hier om te chillen en te snorkelen dus we gaan het water weer in. Floor moet haar watervrees afleren, want bank zijn om onder water te gaan is hier behoorlijk zonde. Over en langs de koralen in het ondiepe en heldere water. Het is wel een beetje oppassen waar je naar toe drijft, want voor je het weet kun je geen kant meer op vanwege de koralen die zeer ondiep liggen. Ik kom een paar pijlstaartroggen tegen, waarvan er eentje verscholen ligt onder het koraal. Toevallig kom ik ook langs een zeewezen, waarvan ik in eerst instantie denk dat het een kwal is, maar bij nadere inspectie een octopus blijkt te zijn, die zich door mijn afwezigheid direct verschuilt tussen het koraal: je ziet me lekker toch niet. De octopus is paars met ogen die uit zijn lichaam komen. Hij kan als het ware om het hoekje kijken. Hij komt helaas niet meer te voorschijn. Ik had duidelijk te maken met een verlegen octopus.

Het is hier ook fantastisch om de hoge golven te horen en te zien. De baai is als het ware opgedeeld in twee delen. Rechts is de baai afgeschermd door een eiland en het rif dat iets uit de kust ligt. Links heeft de zee vrij spel en komen de golven al van verre aanrollen. Je ziet de golven in lange, aaneengesloten rijen als blauwe driehoeken door het water reizen, en een witte kop krijgen als ze breken. Met een surfplank zou het hier fantastisch zijn, want de golven vormen tunnels, alvorens ze met veel geweld op de kust slaan. Het nadeel aan surfen op deze plek is het grote aantal minder vriendelijke haaien dat hier vlak voor de kust zwemt. Als snorkelend in het ondiepe en beschutte rechter deel van de baai, heb je daar in ieder geval geen last van. Het geluid van de brekende golven is toch wel een van de meest indrukwekkende, maar gelijk ook meest rustgevende geluid dat er is. Quobba is zeker een van de mooiste plekken om te kamperen. Vanaf je tent loop je zo naar het strand of de duinen in, waar je helemaal niemand tegenkomt. Op het strand ben je ook maar met maximaal twee anderen die een paar honderd meter verderop liggen. Het is helaas wel afgelopen met de rust op onze kampeerplek, want er is een camper met generator gearriveerd in ‘onze’ duinpan. Als onze brander die avond ook komt te overlijden, zit er niets anders op dat te besluiten dat we morgen weer terug moeten naar Carnarvon. Noodgedwongen eten we deze avond boterhammen met jam, in plaats van de geplande risotto.

5.01 - Australië | Carnarvon - Quobba (72 km)

Om te kunnen profiteren van de relatief lage prijzen in de Wooly’s van Carnarvon, slaan we groot in om de voorraden op pijl te brengen voor de komende dagen. Blikken met groenten, pasta saus, thee, cordio, koffie, koekjes, wijn…. You name it, we’ve got it. In de afgelegen gebieden zijn de producten nogal aan afstandinflatie onderhevig, Er zijn in Australië een hoop mensen die willen werken in plaatsten als Port Hedland en Karratha vanwege de hoge salarissen die je daar kunt verdienen. ‘Chasing the dollar’, zoals ze hier zeggen. De kosten van leven liggen daar echter minimaal twee keer hoger dan normaal. Het huren van een huis in Karratha schijnt je al snel $ 1.000 per week te kosten. De werkers staan daarom dus noodgedwongen massaal op de camping, met het resultaat dat ze geen of weinig plek meer hebben voor reizigers.

Als we hebben getankt voor $ 111,51 kunnen we eindelijk op weg. We zijn blij dat we vandaag maar een kleine etappe hebben af te leggen. Het is bizar om te zien dat op tien kilometer buiten Carnarvon de halfwoestijn met dorre, lage begroeiing al weer begint. De subtropische vegetatie rond Carnarvon is alleen mogelijk in een smalle zone langs de rivier die nota bene droogstaat. Vanaf de hoofdweg nemen we een afslag richting de zee, waarna het nog steeds 50 kilometer rijden is door een dor en kaal landschap met uitgestrekte zoutpannen. Er grazen koeien, schapen en we komen de vertrouwde emu weer tegen. Aan het einde van de weg moeten we links een dirtroad op met de naam ‘beachroad’. We rijden langs een ruige, maar erg blauwe zee. De golven spatten hoog op tegen de kust. We rijden door een kilometers lange zone bestaande uit caravans, tenten, campers en schuren van golfplaat. Er mag hier vrij worden gekampeerd tegen een kleine vergoeding en daar wordt goed gebruik van gemaakt, bijna alle ruimte is ingenomen. We vinden nog net een plekje langs de zandweg, waar het enorm naar pis stinkt. Echt geweldig is deze plek niet, waar we lijken het er mee te moeten doen. De hotdogs die we maken voor de late-lunch smaken er niet minder om.

Omdat het lekker warm is, we nu eenmaal aan zee zitten en we van Holly en Phil al hadden gehoord dat je hier fantastisch kan snorkelen, gaan we na de consumptie van de hotdogs naar het strand. Het is niet aan te bevelen om overal te gaan zwemmen, want de zee is nogal ruig. De golven breken met zeer veel geweld op het rif, dat verderop voor een rustige blauwe lagune heeft gezorgd. Die lagune nodigt uit voor een snorkel expeditie. Het water is hier minder koud dan in Shark Bay en onder water word ik direct beloon met koraal. Naar mate je verder gaat, wordt het koraal kleuriger. Ik zie felpaars, blauw en groen. Ik zwem langs en boven grote koralen in de vorm van grote paddenstoelen, En wat een vissen! Wat je normaal alleen op Discovery ziet, kom ik nu gewoon tegen voor mijn ogen. De vissen hebben geweldig mooie kleuren: fluoricerend paars, felrood, pikzwart, klein en groot. Het mooiste moment wordt gemaakt wanneer ik een grote schol van letterlijk duizenden grote (20-30 centimeter) geel met wit gestreepte vissen terecht kom die tussen het koraal zwemmen. Ik kan gewoon niet geloven dat ik dit nu zie. Dit hoop je, maar verwacht je niet tegen te komen. Volledig enthousiast lopen we terug naar ons kamp, als we een vrije kampeerplek tegenkomen in een duinpan. Die plek is onvergelijkbaar veel beter dan de plek waar we langs de weg staan. We haasten ons naar onze tent, breken alles in record tijd af, stouwen de boel in de auto en na vijf minuten staan we op de nieuwe plek. We zijn net op tijd, want direct achter ons komt een camper aangereden. Dat scheelde echt heel weinig. Inmiddels het geheel donker geworden met het ruisen van de zee op de achtergrond. Verder horen we helemaal niets. Geen televisies, geen generator. Wat is dit heerlijk. Het is ook een stuk warmer dan in Carnarvon vanwege de wind die van zee komt in plaats van uit de woestijn.
We rijden weg van de camping in Hamelin, waarvoor we $ 36 moesten betalen. Ze durven wel enorme tarieven te vragen voor dat beetje voorzieningen en een stoffig veldje. De Greyhound naar Perth zou volgens planning om 8.25 uur vertrekken en men wordt verzocht om 30 minuten voor tijd aanwezig te zijn. Wij zijn op tijd, maar de bus is verre van op tijd. We wachten en wachten nog wat langer. Om 8.30 uur is er nog geen bus. Om 9.00 uur is er nog steeds geen bus. Wel komt er een bandlid van ZZ-Top uit het roadhouse gelopen, die in zijn roadtrain stapt. Om 9.15 uur komt de bus aangereden, waarna het hele ritueel van uitstappen, instappen, wisseling van chauffeur, koffie drinken, peukje roken, enz. nog moet plaatsvinden. Na een vertraging van anderhalf uur zwaaien we onze vrienden uit. Zij zullen in Perth met het vliegtuig naar Cairns gaan voor hun laatste twee weken in Australië.

Wij zijn weer op elkaar aangewezen. We hebben het ontzettend naar ons zin gehad zo met z’n vieren. Het is jammer dat ze nu weer weg zijn. We hebben deze vakantie met hun wel even nodig gehad. Heerlijk Nederlands praten met vrienden die ons goed kennen. We zijn gelukkig niet zo verandert dat de vriendschap niet meer werkt. Het is erg fijn om te weten dat we zulke vrienden hebben in Nederland. Dit is een reden om terug te gaan naar Nederland. Voor nu is het op naar Carnarvon. Vanaf Overlander wordt het landschap direct anders. Het wordt kaler en droger. Hier lijkt toch echt iets van een woestijn te beginnen. De 200 kilometer lange weg naar Carnarvon is weer van het type recht. De incidentele bocht in de weg lijkt er alleen te zitten omdat de wegwerkers naar elkaar toewerkten en daarbij niet helemaal uitkwamen. Zo’n incidentele bocht is toch wel spannend. ‘Heb je het stuur goed vast?’ We komen aan in Carnarvon, nadat we vanaf Denham 350 kilometer hebben gereden. Het is hemelsbreed een afstand van nog geen 100 kilometer, maar het water maakt deze omweg noodzakelijk.

In Carnarvon blijkt direct dat we aan een nieuw deel van de reis zijn begonnen. We bevinden ons in een subtropisch landschap, met een overeenkomstig klimaat. Doordat de Cascoyne River hier uitmondt in zee is dit gebied vruchtbaar, dit in tegenstelling tot de omringende woestijn. De Tropic of Capricorn (Steenboks-keerkring) bevindt zich nog maar 150 kilometer ten noorden van ons. De luchtvochtigheid is hier veel hoger dan waar we vandaag zijn gekomen. Gelukkig hebben we de koude nachten in Perth achter ons gelaten. We komen langs de eerste bananenbomen, mango’s en gezond uitziende palmbomen. Ook de insecten zijn hier van een serieus formaat. Motten met een lengte van 15 centimeter, krekels met een formaat als dat van een kleine muis en mieren die met hun lengte van 5 centimeter indruk maken. Waar zijn de enorme spinnen? Grappig om te beseffen dat we in Australië, al rijdend in noordelijke richting, exact hetzelfde mee maken als in Azië in zuidelijke richting: ander klimaat, andere gewassen, andere mensen. In Carnarvon komen we zelfs Vietnamezen tegen die met strohoed op hun land werken. Volgens onze informatie zijn hier een groot aantal plantages waar wij zouden kunnen werken. We rijden een rondje door Carnarvon en signaleren dat er een groot aantal camping is en dat er hier een Woolworths zit. Dit is erg gunstig, want onze voorraden zijn tot een minimum bestaansniveau gedaald. We trekken de conclusie dat Carnarvon Caravan Park de meeste geschikte camping is voor ons. Het is ook de goedkoopste. Per dag bedragen de kosten $ 16 of $ 80 per week. We claimen een groot stuk zacht gras, wat vanaf dat moment dienst doet als officiële plaats. Dan is het tijd om uitgebreid te chillen.

4.07 - Australië | Denham - Hamelin (106 km)

Morgen vertrekken Emiel en Heidi vanaf Overlander met de bus naar Perth. Om de lange rit naar Overlander op de delen, rijden we vandaag naar Hamelin. In Denham tanken we voor $ 1,54 per liter. Het wordt steeds duurder. Van Denham naar Hamelin is het 100 kilometer door een uiterst monotoon landschap. In Nederland zou je in 100 kilometer minimaal door vier tot vijf landschapstypen zijn gereden. Hier bestaat het landschap uit lage scrub, waarbij de aarde tussen de begroeiing dieprood is en de struiken zelf een verscheidenheid aan groentinten hebben, waarvan je niet wist dat al die tinten bestonden. De lucht daarboven is onveranderlijk strakblauw. Australië is net als Mongolië een land van kleuren. Het is vergelijkbaar, maar wel totaal anders. Het is toch waanzinnig dat je zo lang door een identiek landschap kunt rijden. In dit uitgestrekte en verlaten land steek je de vinger als begroeting op naar tegemoetkomend verkeer. Het is opvallend dat oude lullen met boten nooit groeten. Onderweg doen we een aantal spelletjes. ‘Schat de afstand tot de top van de heuvel’, blijkt door Emiel nogal ‘kortzichtig’ te worden gespeeld.

Hamelin is een camping, museum, parkeerplaats, koffiehuis, souvenirwinkel en oude-lullen-verzamelplaats in een. Ook zijn er veel toergroepen van het type ‘toergroepdikkerds’. Allemaal komen ze hier om de stromateolieten te bekijken. Dit zijn levende fossielen en behoren tot de oudste nog levende organismen ter wereld. De vormen van deze klompen bacteriën zijn erg mooi in het heldere water. Het is alleen jammer dat er zo veel hinderlijke steekvliegen zijn die voorkomen dat je te lang blijft kijken. Op de camping genieten van een laatste avond samen. Heidi en Floor bereiden een overheerlijke pasta carbonara, waarvan we het recept hebben gekregen van Ellie en Bas. Emiel en ik filosoferen ondertussen over onze toekomstige boomhut. Er vliegt ondertussen een vlucht luidruchtige kaketoes over.

4.06 - Australië | Denham

Vandaag hebben we een rustdag. We doen allemaal een ons eigen ding. Een beetje boekje lezen, ouwehoeren, sigaretje roken en dat soort dingen meer. Omdat er vandaag wel iets aan activiteit moet worden ondernomen gaan Heidi en ik nog even snorkelen. Het is grappig om tussen grote scholen jonge whiting te zwemmen. De scholen steken als grote bewegende donkere vlekken af in het heldere ondiepe water. Volgens Heidi zat er een dolfijn op 10 meter van me vandaan. Helaas heb ik die gemist. We ontmoeten vandaag twee Nederlanders (Ellie en Bas), die met een 4WD met Nederlands kenteken, van Nederland door Afrika, naar Australië zijn gekomen. Ze laten ons een filmpje zien van een leeuw die dwars door hun kamp loopt, ergens in de wildernis van Afrika. De leeuw loopt door het kamp, terwijl Bas in dat zelfde kamp rustig een boek aan het lezen is. Het mooiste is dat ze UNOX gehaktballen in blik bij zich hebben. Deze hebben ze al sinds hun vertrek uit Nederland, nu 2 ½ jaar geleden, in hun auto staan. Wij krijgen dit blik samen met drie pakken UNOX-beefburgers. Is er iets meer Nederlands dan UNOX?

De volgende dag brengen we door op een verlaten strand met rood zand in de buurt van Monkey Mia. Dit is de toeristentrekker voor de regio Shark Bay. Daar betaal je zes dollar per persoon om op het strand van het gelijknamige resort, met tientallen, of zelfs honderden anderen, te krijgen hoe dolfijnen op het strand worden gelokt. Aan zoiets fouts, massaals, neps, doen wij natuurlijk niet mee. Wij zijn naar de andere kant van het schiereiland gereden voor een meer relaxte snorkelplek. We zijn daarvoor in de richting van Monkey Mia gereden, waarna we vlak voor het einde een dirttrack van rood zand zijn ingeslagen. We kwamen uit op een fantastisch mooi strand. De duinen achter ons met de kleur van terracotta, die surrealistisch afsteken tegen de donkerblauwe hemel. Het strand is wit met een zee die voor de ene helft lichtblauw en voor de andere helft donkerblauw is. Dit is nou zo’n plek van de foto’s in de brochures van de meeste geweldige bestemmingen ter wereld. Het mooiste van dit alles is de totale verlatenheid: buiten ons is er helemaal niemand.

We snorkelen wat. We schaken een paar potjes en dan spotten we dolfijnen. De waterexpert Heidi gaat direct het water in en wanneer ze daar tot haar middel in staat slaat ze met haar handen lichtjes op het water. Waarschijnlijk denken de dolfijnen dat we de Monkey Mia crew zijn, want ze komen tot op het strand. Floor krijgt een grijze bottlenose dolfijn aan haar voeten en een andere dolfijn zwemt 80 meter met Emiel mee, die door de branding rent. Helaas komen de dolfijnen er vrij snel achter dat ze in de maling worden genomen. Er valt hier niets te halen. We hebben dan wel 12 gehaktballen in blik, maar die laat Floor zich toch echt niet ontnemen. Wat is dit allemaal geweldig. Nu is het tijd om gehaktballen te eten op deze super plek. Floor en gehaktballen, orgastische ballen. Ze zijn vast niet zo lekker als de huisgemaakte, maar is er een betere plek voor het eten van UNOX gehaktballen, die via Afrika hier bij ons op het strand terecht zijn gekomen. 

Vlak bij Denham ligt nog een mooie lagune. Heidi en ik gaan gewapend met snorkel en duikbril het water in. Behalve dat er heel veel waterplanten zijn, die er uit zien als kleine bonsai boompjes, waardoor je het gevoel hebt boven een bonsaiplantage te zweven, is er niet zo veel te zien. Er is een mooie grote kwal aangespoeld, die zorgt voor een fotomoment. Heidi en ik lopen met onze blote voeten door het water, maar als we naar de camping terug lopen, komen we er achter dat op blote voeten lopen misschien niet zo verstandig is. We lopen langs een waarschuwingsbord bij de toegang tot de lagune met het opschrift: ‘Stonefish are found here’. De stonefish ziet er uit als een lelijk stuk steen, maar je moet er alleen niet op gaan staan. Je gaat er dan wel niet aan dood, maar je krijgt schijnbaar de behoefte om je been te amputeren. Naar het schijnt resulteert de aanraking met een stonefish in een gevoel, alsof er iemand met een honkbalknuppel tegen je been slaat en blijft slaan. Hmmm, dat lijkt ons persoonlijk geen prettig gevoel. In dit gebied zouden ook bilby’s moeten leven. Dit is een klein soort buideldier met enorm grote oren, die wij helaas niet tegenkomen. Dit is ook niet zo vreemd, want met z’n grote oren heeft hij ons vast al lang van te voren kunnen horen.

Na alle avonturen keren we aan het einde van de middag terug naar de camping. Het is oppassen met teruglopen naar de auto, want de dieprode aarde ligt vol met stekelbolletjes, die dwars door de zolen van onze slippers gaan. Op de camping maken we perfecte broodjes hamburger van de UNOX beefburgers die we hebben gekregen. De hamburgers gaan op de BBQ en worden samen met gebakken ui en champions tussen een broodje geplaatst. Daar gaat dan weer een dikke laag met tomato sauce (tomaten ketchup) en whole-egg-mayonaise overheen. Bas ziet ons ‘zijn’ hamburgers eten en is jaloers op de creatie die we consumeren. Emiel doopt mij ondertussen tot ‘bullshitter’. Hij heeft een artikel gelezen over ‘bullshitters’ en ‘liars’. Volgens Emiel ben ik dus een bullshitter, omdat het grootste deel van wat ik zeg niet perse juist is en/of daadwerkelijk in die mate heeft plaatsgevonden. Van je vrienden moet je het hebben. We hebben nog een gesprek met twee Australiërs die helemaal enthousiast zijn over een dorpje bij Adelaide, waarvan het echt jammer is dat we dat hebben gemist vanwege de Duitse historie. Dit doet mij opmerken dat we voor Duitse historie in Europa een land hebben dat Duitsland heet. Altijd grappig dat historische besef van de Australiërs. Alles dat ouder is dan 30 jaar wordt gelabeld met ‘historical site’. Je moet het ze wel nageven dat ze vooruitdenkend zijn, want voor over een paar honderd jaar, als het echt geschiedenis is geworden, staan alle bordjes en hekken al klaar.
Pagina 9 van 29
Ga naar boven