BestemmingOnbekend

BestemmingOnbekend

4.16 - China | Het Labrang klooster van Xiahe

Het Labrang klooster (Labrang Trashi Khyil) in Xiahe, is één van de zes grote klooster van de gelukschool. De gelug is een van de vijf hoofdscholen binnen het Tibetaans boeddhisme en staat ook wel bekend als de gele hoeden sekte. Het uitgestrekte complex kent zowel mannen- als vrouwenkloosters. In totaal leven hier tussen de 3.000 en 4.000 monniken. Xiahe is vanwege het Labrang klooster een belangrijke pelgrimsplaats voor Tibetanen. Rondom het klooster- en tempelcomplex loopt een 3 kilometer lande pelgrimsweg langs 1.174 gebedsrollen.

Het is zeer indrukwekkend om tussen de monniken en de pelgrims te lopen. We voelen ons echter wel de indringer en voyeur. Wij zijn de toeristen op zoek naar authentieke beelden en bijzondere ervaringen. We delen het geloof van deze mensen niet, maar toch willen we er deel van uitmaken. Waarom eigenlijk? Wij proberen ons wel zo respectvol mogelijk op te stellen. We houden daarom een gepaste afstand en doen niet opdringerig met de camera. We moeten deze beelden maar gewoon opslaan in ons geheugen: De vrouwen dragen hun haar in lange dikke, zwarte vlechten en de mannen hebben stijl, halflang glanzend zwart. Oude mannen en vrouwen, fel gekleurde kleding, bidkettingen in de hand, al draaiend lopend of strompelend langs de 1.174 gebedsrollen. Helaas lopen er genoeg andere toeristen rond die helemaal geen respect voor de omgeving lijken te hebben. Als botte horken blokkeren ze de weg langs de gebedsrollen om ongevraagd close-ups te maken. Gelukkig wordt de herinnering aan dit huftergedag al snel weggedrukt door een ander tafereel. We zien een lief oud vrouwtje op de stenen muur langs de Sangchu rivier zitten. Ze schuift met haar billen lekker heen en weer, waarbij ze een bijzonder tevreden indruk maakt. Het duurt even, maar dan hebben we in de gaten wat ze aan het doen is. Ze zit daar gewoon lekker over het muurtje in de rivier te poepen, waarna ze de ruwe muur gebruikt om haar gat mee schoon te schuren.

IMG_1878 IMG_1908
De 3 kilometer lande pelgrimsweg langs 1.174 gebedsrollen Uitzicht over te tempelcomplex van Labrang

Zo mogelijk nog indrukwekkender dan het tempelcomplex is het Tibetaanse dorp dat aan de westzijde van de rivier ligt. De lemen huizen met binnenplaatsen zijn tegen de berg omhoog gebouwd. Door de kronkelige, smalle en onverharde wegen lopen de Tibetanen in hun mooie gekleurde traditionele kleding. Bovenin het dorp ligt het nonnenklooster, waar we door de nonnen worden uitgenodigd het klooster te bezichtigen. Daar moeten we dan wel 3 RMB per persoon voor betalen. Verderop komen we een moeder met haar twee kinderen tegen. We worden uitgenodigd om mee te lopen naar een plaats met uitzicht op het omringende graslandschap en monniken die in de rivier aan het zwemmen zijn. De zwemmende monniken (kinderen nog), willen dat Jeroen met ze komt zwemmen. Het water stroomt door een soort betonnen glijbaan, waar ze die grote witte buitenlander wel eens door heen willen zien glijden. Dit leidt tot grote hilariteit omdat de onderbroek van die grote witte buitenlander finaal aan gort scheurde. Net op dat moment komt er een oude vrouw aangelopen met een grote wollen del. De del moet worden gewassen, maar omdat deze nat niet meer is te dragen moeten we haar even helpen. We spreken elkaars taal niet, maar toch begrijpen we elkaar. De moeder vraagt ons foto’s te maken van haar kinderen en van haar met haar kinderen. Dit is een erg fijne beloning van een mooie dag.

4.17 - China | Een dag in Xiahe

In Xiahe logeren we in het Friendship Hotel. Het ligt binnen het tempelcomplex en heeft eenvoudige, kleine kamers rondom een binnenplaats. De toiletten zijn gaten in de grond en liggen achter een schutting. Een bak met koud water is de douche. Een kamer kost hier 10 RMB per persoon. Het is dan wel het goedkoopste hotel dat we hebben gehad, het is ook gelijk één van meest bijzondere. Omdat de lokale dokter er zijn praktijk heeft, komt er een bonte stoet Tibetanen voorbij. Veel van de mensen hebben ernstige huidproblemen als gevolg van de felle zon op deze hoogten. Het spelletje yahtzee dat we op de binnenplaats spelen, trekt de aandacht van de monniken die ook in het hotel verblijven. Ze blijken nog nooit eerder een dobbelsteen te hebben gezien! En wij maar denken dat yahtzee een Chinees spelletje is. Het spelletje dat we spelen met een monnik is weinig succesvol omdat hij drukker is met SMS-en. Ook de MP3 speler, de opblaasbare wereldbol en de verrekijker blijken fijne attributen om contact te maken. Ons Chinese taalboekje blijkt hier volstrekt nutteloos, omdat deze Tibetanen geen Chinees kunnen lezen. 

Xiahe ligt op 3.000 meter hoogte en dat merken we. Zonder zonnebrand verbrandt je hier direct. Als de zon schijnt is het direct ook erg warm. Het is wel een vreemd soort warme, want de lucht zelf voelt koel aan. Floor heeft last van duizeligheid, een zere keel en een dichte neus. Het zijn de eerste tekenen van hoogteziekte. Acclimatiseren is daarbij de enige remedie, zeker omdat we nog hoger zullen komen en het erg gevaarlijk kan zijn als je daarbij niet voldoende rust en tijd neemt. Door de warmte en de ijle lucht zijn we ook sneller moe dan dat we gewend zijn. Er zit dan ook niets anders op dan veel te ontspannen, lekker te eten en mensen te kijken. De dag begint met een uitgebreid ontbijt van eieren, toast, yoghurt en jus d’orange voor 15 RMB per persoon. De beste ontspanning is te vinden op een dakterras met uitzicht over het tempelcomplex met op de achtergrond de kale bergen.

IMG_1955 IMG_1967
Tibetaanse pelgrims in het Labrang klooster van Xiahe Onze 'vrienden' laten zich graag fotograferen

We aanschouwen het leven dat zich zo voor ons afspeelt en proberen te snappen wat we nu eigenlijk zien: monniken die hand in hand met meisjes over straat lopen, rokende monniken, bierdrinkende monniken, auto- en motorrijdende monniken en monniken die staan te SMS- en te bellen met veel te hippe telefoons. We snappen er niets van. Als het monnik zijn restricties met zich meebrengt dan gaan ze er wel erg soepel mee om. Het ziet er allemaal wel erg relaxed uit. We vragen ons af of het eigenlijk niet gewoon erg egoïstisch is om monnik te zijn. Wat doet een monnik de hele dag? Wordt er een andere bijdrage aan de gemeenschap geleverd dan een persoonlijke geestelijke? De monniken lijken te beschikken over financiële middelen, maar hoe komen ze daar dan aan? Er lopen in Xiahe meer dan genoeg mensen rond die bedelend voorzien in hun levensonderhoud. We hebben bedacht dat we nooit geld zullen geven. Daarom hebben we een kilo appels gekocht, die we kunnen uitdelen. We merken dat we hiermee een gouden greep hebben gedaan.

4.18 - China | Van Xiahe naar Langmusi

Reizen is net werken, maar dan zonder baas die zegt wat je moet doen. Op reis bepaalt de dienstregeling van het openbaar vervoer het ritme van de dag. Het zetten van de wekker is daarbij een noodzakelijk kwaad. De bus van Xiahe naar Hézuò vertrekt vandaag om 7.40 uur. We zijn niet de enigen die met deze bus mee willen. Ook zijn we niet de enigen die nog een kaartje voor deze bus moeten kopen. Niet dat je kunt zeggen dat het daardoor druk is bij het enige loket dat het busstation van Xiahe rijk is. Wel probeert de massa van welgeteld 15 Tibetanen allemaal tegelijk een kaartje te bemachtigen. Niet alleen wordt er geduwd, getrokken en rücksichtslos voorgedrongen, ook wordt er aanspraak gemaakt op het wereldrecord aantal Tibetanen per vierkante mater. De twee stuks Hollander in de massa raken daardoor dusdanig in de verdrukking dat er slim moet worden gehandeld. Terwijl Jeroen zorgt voor enige bewegingsruimte, stoot Floor door naar voren. Daar wekt haar (deels) geacteerde van pijn vertrokken gezicht de sympathie van de loketbediende. Zo verkrijgen we voor 9 RMB per persoon het felbegeerde buskaartje naar Hézuò. 

Twee uur later komen we aan in Hézuò, waar we een aansluiting moeten zien te vinden naar Langmusi. Direct worden we ‘aangevallen’ door een aantal taxichauffeurs die er zeker van zijn dat we op een ander busstation moeten zijn. We hebben inmiddels geleerd dat we dat soort berichten niet klakkeloos moeten aannemen. Eigen onderzoek wijst echter uit dat ze gelijk hebben. Voor 20 RMB worden we in een motor-met-zijspan-taxi naar het andere eind van de stad gebracht. De taxichauffeur staat er daarna op om voor ons de buskaartjes te regelen. We weten inmiddels dat je dan alert moet zijn. Een variabel deel van de prijs van iets, wordt namelijk bepaald door de commissie die ‘behulpzame’ Chinezen opstrijken bij het behulpzaam zijn van anderen. Wij vinden het onderscheid tussen ‘behulpzaam zijn’ en ‘oplichten’ een hele dunne. Precies om die reden organiseren wij het lekker zelf. Het buskaartje naar Langmusi kost uiteindelijk 29 RMB per persoon.

IMG_1995 IMG_1996
Het busstation van Hézuò De Chinesen kunnen uren wachten in deze houding 

De volgende vier uren rijden we door een steeds adembenemender landschap. En dat komt niet alleen door de hoogte. We rijden door de voorlopers van de Himalaya. De weg leidt naar Langmusi dat op 3.300 meter ligt. De puntige en kale toppen rondom bereiken hoogten tot 4.800 meter. Het ruige berglandschap met steile hellingen en loodrechte kliffen heeft een kleurenpallet van  bruine en groene tinten tegen de diepblauwe achtergrond van de lucht. Het licht en de warmte van de zon zijn op deze hoogte intens. Om niet levend te verbranden moeten we blijven smeren. Het is vreemd dat we nergens sneeuw zien liggen. Door het extreme landklimaat en de uitgestrektheid van de Himalaya ligt de sneeuwgrens hier pas tussen de 5.500 en 6.000 meter.  In de Alpen zouden bergen van deze hoogte van eeuwige sneeuw en gletsjers zijn voorzien.

Het reizen is in China eigenlijk een groot kansspel. We gaan er iedere keer maar van uit dat we daar zijn waar we denken dat we zijn. We gaan er maar van uit dat we trein- en buskaartjes kopen naar de bestemming die we denken te moeten hebben. Wie zegt dat we iedere keer een juiste match maken tussen de Chinese karakters uit onze reisgids met de vaak beperkte informatie op de bus- en treinstations? Bijkomstig probleem is het geheel ontbreken van plaatsnaamborden. En als er al zo’n bord zou staan, dan zouden we deze niet eens kunnen lezen. Misschien dat we die dan weer kunnen vergelijken met de plaatsnaam op ons kaartje, maar wie zegt dat dit het kaartjes is naar de plaats waar we eigenlijk willen zijn? Misschien reizen we wel een geheel andere route dan we denken. Misschien is de plaats waar we nu zijn aangekomen niet Langmusi, maar een geheel andere die er misschien alleen op lijkt.

4.19 - China | Kuren in Langmusi

In een adembenemend mooi landschap, omringd door steile, hoge bergen, ligt het slaperige Langmusi. Dit Tibetaanse dorp op de grens van Gansu en Sichuan heeft een klooster, beekjes vol fris bergwater dat langs de stoffige straten loopt en een ligging waar je stil van wordt. Het is hier alleen niet relaxed. Misschien wel doordat het dorp een ‘hotspot’ voor Franse rugzakkers blijkt te zijn. In het Michael Hotel kunnen we overnachten voor 20 RMB per persoon op een slaapzaal met gedeelde faciliteiten. Privacy en rust kent dit hostel niet. De toiletten hebben geen afscheiding. Mocht je deze dan toch nog willen gebruiken, dan word je de lust wel ontnomen door de grote hopen die er nog liggen. Doorspoelen en schoonmaken is hier niet aan de orde. Deze goorheid gaat ons te ver. Wij smeren hem naar de overkant van de straat, waar we voor dezelfde prijs een eigen kamer krijgen met een schoon toilet. Relaxed.

We vernemen dat er in de omgeving warmwater bronnen zijn te vinden. Via via wordt er voor 150 RMB een busje met chauffeur geregeld, die we delen met twee Australiërs. We blijken in een fantastisch mooi gebied te zitten. Het is twee uur rijden over zandwegen, langs kale bergen en imponerende kliffen om de afgelegen kloof te bereiken met de zwavelbronnen. Verschillende van die bronnen zijn overdekt en gemetseld tot een soort van openbare badhuizen. We bevinden ons in een klein Tibetaans dorp, ergens tussen de bergen op twee uur rijden van Langmusi, waar we baden met de locals. Vrouwen en mannen gescheiden, dat dan weer wel.

IMG_2012 IMG_2052
Het uitzicht vanuit het heet-water-zwavel bad Yaks door de straten van Langmusi

Als we weer weg willen rijden ontstaat er enige commotie. De ‘aardige’ jongens uit de buurt blijken 5 RMB persoon te willen hebben voor het gebruik van de baden. In eerste instantie weigeren we dit, omdat het niet duidelijk is of we worden opgelicht of dat bezoekers echt moeten betalen voor het gebruik. Als onze chauffeur hierdoor in een moeilijke, zelf agressieve situatie lijkt te komen, kiezen we er toch maar voor om (met tegenzin) te betalen. Het gaat ons niet om het geld, maar wel om het principe. We worden soms echt knettergek van de onduidelijkheid en het gedraai van de Chinezen. Wees nou eens duidelijk!

In dit gebied vinden nog zogenaamde sky-burials (luchtbegrafenis) plaats. Het is de Tibetaanse  methode voor het ‘begraven van de doden’. Bij het gebrek aan brandhout kan het lichaam van een overledene niet worden gecremeerd. De grond is te hard voor een teraardebestelling. In plaats daarvan wordt het lichaam van de overledene door een Lama in stukken gesneden en aan de gieren gevoerd. In westerse ogen een erg barbaarse en smerige gang van zaken. Naar de hier heersende omstandigheden echter de beste oplossing.

4.20 - China | In een koekblik naar Songpan

Vanaf Langmusi is het een lange reis naar Songpan. Je kunt deze reis met de bus maken voor 90 RMB per persoon, waarbij er meerdere keren van transport moet worden gewisseld. Een betere optie is het charteren van een minibus voor in totaal 700 RMB, waarbij we de kosten delen met vijf medereizigers. Als we om 8.00 uur willen vetrekken blijkt dat de bagage niet op het dak vervoerd kan worden. De al krappe minimus wordt ronduit overvol met de grote rugtassen er bij. Het weinige comfort wordt niet beter door de kapotte rugleuningen. Wat volgt is een 9 ½ uur durende helletocht, waarbij het landschap echter veel goedmaakt.

We rijden over een onverharde weg steeds hoger de bergen in. Het landschap is te vergelijken met de Mongoolse graslanden, met het verschil dat de bergen hier hoger en ruiger zijn. Alsof het groene, golvende Mongoolse tafelkleed bij een aantal punten omhoog is getrokken. Hamsters lopen door het gras en steken af en toe de weg over. Dikke, vette marmotten staan op hun achterste poten rechtop in de graslanden; alert op mogelijk gevaar. Het gevaar komt voor deze knaagdieren vooral van boven. Adelaars zitten op de telefoonpalen langs de weg en de gieren cirkelen hoog in de lucht. Een keer hebben we het geluk een gier vlak voor ons op te zien vliegen. Wauw, nu zien we voor het eerst hoe groot een vleugelspanwijdte van 3 meter wel niet is. Ongelooflijk dat zulke mooie vogels zo elegant kunnen zweven op de thermiek en zo smerig kunnen eten.

IMG_2055 IMG_2058
De weg naar Songaon slingert door het hoogland van Sichuan Handen uit de eigen mouwen om de weg vrij te maken

Op 4.000 meter zijn we aangekomen op een uitgestrekte en lege hoogvlakte. Het is duidelijk te merken dat er op deze hoogte minder zuurstof in de lucht zit. De ademhaling gaat zwaarder. Midden op de hoogvlakte is de weg geblokkeerd doordat er werkzaamheden plaatsvinden. Beter gezegd: de weg is opengebroken en de machine voor de werkzaamheden is vastgelopen. Met als gevolg dat de arbeiders er naast zitten te niksen. Dit fenomeen hebben we inmiddels wel vaker gezien. Regelmatig zijn we al groepen arbeiders tegengekomen, waarbij er een aan het werk is en de rest er maar een beetje bij staat. Misschien is dat wel iets waar we ons als echt zorgen over moeten maken. Ondanks het totale gebrek aan efficiency en productiviteit kan China vele malen goedkoper produceren dan dat wij dat kunnen. Wat gebeurt er als de Chinezen echt hun best gaan doen? Wij kunnen ons daarom veel beter richten op ‘organiseren’. Daar zijn wij weer goed in. Chinezen zijn dan wel met heel erg veel, het individu neemt geen zelfstandige beslissingen en kan niet organiseren (gechargeerd gesproken). Het actuele voorbeeld is de wegopbreking waar we nu vast staan. Het weinige verkeer vormt inmiddels een file, maar er is niemand van de wegwerkers die er aan denkt om de berg zand, die de andere rijbaan blokkeert, uit de weg te ruimen. Wij nemen daarom zelf de schop ter hand en zorgen er met z’n zevenen voor dat we verder kunnen rijden. Grote kans dat we er anders nog wel een paar uur hadden gestaan.

Volledig geradbraakt komen we aan het begin van de avond aan in Songpan. We zijn de auto nog niet uit gekreukeld of we worden overspoeld door ‘mannetjes’ die ons een kamer in een groot hotel willen aansmeren. Hier doen wij principieel niet aan mee, helemaal omdat ze beweren dat er geen andere hotels zijn. Wij geven ons geld liever uit aan de kleine zelfstandige en daar slagen we ook dit keer weer in. Voor 60 RMB hebben we een kamer in een schoon, klein en vriendelijk hotel waar we kunnen bijkomen van de helletocht in het te kleine koekblik. Voor toekomstige reizigers zal het overigens een stuk eenvoudiger worden om naar Songpan te reizen. Je krijgt een economie pas goed op gang wanneer er een goede infrastructuur is. Daarom is de aanleg van nieuwe wegen één van de prioriteiten van de Chinese overheid. In dit bergachtige en aardbevingsgevoelige gebied is de aanleg daarvan niet gemakkelijk, maar de weg moet en zal er komen. Geld en mankracht hebben ze meer dan genoeg. Om de berg op z’n plaats te houden worden de steile, kale hellingen verankerd met betonnen wanden. Het landschap wordt er niet mooier van, maar dat lijkt hier niemand veel te interesseren.

4.21 - China | De Big Mac Yak in Songpan

Songpan is een kleine stad op 3.000 meter hoogte in het noorden van de provincie Sichuan. Het is een sfeervol stadje, maar de belangrijkste attractie is de mooie omgeving. Songpan is dan ook een verplichte korte stop op weg naar Jiuzhagou en Huanglong. Het resultaat is een zorgwekkend groot aantal touringcars met Chinese toeristen die door de smalle hoofdstraat van dit kleine stadje scheuren. Ze rijden zo ongelooflijk asociaal, dat het wachten is op een zwaar ongeluk. We krijgen hierdoor wel een beter beeld van het Chinese toerisme. Het is een massa die zich verplaatst in een colonne touringcars. Songpan is een stadje met veel Tibetaanse invloeden, waar de Chinese toerist paradoxaal genoeg zeer in geïnteresseerd is.  De Tibetanen gelden in China als minderwaardige burgers. Toch betaald de Chinese toerist een flinke duit om zich verkleed als authentieke Tibetaan te kunnen laten fotograferen voor standbeelden van Tibetaanse helden. En velen doen het, want als de eerste Chinees eenmaal over de dam is…

IMG_2075 IMG_2076
Het water van de Ming He stroomt door Songpan Toeristische winkelstraat in Songpan

Vanwege de regen besteden we de middag in een theetuin. Op een ontspannen wijze kunnen we daardoor een plan maken voor de komende weken. Omdat je van plannen hongerig wordt gaan we daarna naar een lokaal restaurant waar de BigMacYak op het menu staat. Hierbij maken we de fout de ‘big’ versie te bestellen. Voor een malse yak burger zijn we altijd te porren, maar een burger van 40 centimeter doorsnee is wel wat overdreven. Ook overdreven is inmiddels de haarlengte van Jeroen. Een bezoek aan de kapper is daarom geen overbodige luxe. We hebben er alleen nooit bij stil gestaan dat ons haar anders is dan het piekerige, donkere haar van de Chinezen. De kapper heeft daardoor wat moeite om het haar van Jeroen in een toonbaar model te krijgen. Misschien dat de kapper ons daarom wel te weinig wisselgeld terug wilt geven. We hebben duidelijk gezien dat de locals 15 RMB moesten betalen. Als we de kapper daarop wijzen wordt er lacherig gedaan en worden we spontaan niet meer begrepen. Daar moet je dan niet aan toegeven en standvastig blijven. We proberen altijd goed te observeren wat de locals betalen voor een product of dienst. Dit gaat vaak erg ondoorzichtig, omdat je als toerist vaak niet mag zien wat de werkelijke prijs van iets is. Een extraatje laat niemand hier zomaar lopen.

4.22 - China | Met de bus naar Jiuzhaigou

De busreis van Songpan naar Jiuzhaigou kost 26 RMB per persoon en duurt twee uur. We hebben zitplaatsen voorin de bus. Helaas, want de chauffeur toetert voor, in en na elke bocht. Het getoeter doet gewoon pijn aan onze oren. Ten noorden van Songpan passeren we Chuanzhusi: Het vakantieparadijs waar al die honderden touringcars die we door Songpan zagen rijden naar op weg waren. Een lange straat vol uniforme en karakterloze betonnen hotels, gevuld met uniforme Chinezen die op uniforme vakantie zijn. Het klinkt bijna als de Costa del Sol, alleen dan in China en zonder costa. Deze toeristen zijn net als wij gekomen voor de natuurlijke schoonheid van deze in het noorden van Sichuan gelegen regio. Maar niet voordat zij een verplichte stop hebben gemaakt bij het Monument van het Rode Leger dat de omgeving domineert. 

Het landschap is verandert. De terrassen met gewassen tegen de kale hellingen hebben plaatsgemaakt voor dichtbegroeide steile en vooral hoge bergen. Na een pas van 3.000 meter te zijn overgestoken verandert het landschap voor een tweede keer. Steile rotskliffen torenen honderden meters boven ons uit. Daaronder ligt een onafgebroken lint van hotels dat het smalle dal voor een tiental kilometers vult. Welkom in Zhangzhazhen! Dit is de plaats waar iedereen overnacht die een bezoek brengt aan Nationaal Park Jiuzhaigou.

IMG_2098 IMG_2101
Naar de hoogte van deze kliffen blijft het gissen Nationaal Park Jiuzhaigou

We stappen uit de bus en al snel komen er ‘mannetjes’ naar ons toe die ons een taxi en een hotel aanbieden. In een situatie als dit passen we onze beproefde methode toe. Wij willen best gebruik maken van de jouw taxi, maar dan willen we ook graag dat we naar een goedkoop hotel worden gebracht. Er is altijd wel een broer of neef die kamers heeft of die weer iemand kent die kamers heeft. 100 RMB is niet goedkoop. We weten inmiddels dat een kamer nooit meer hoeft te kosten dan 40-60 RMB. Er wordt gebeld en al snel lijkt er wat geregeld te zijn. Voor 10 RMB worden we naar een hotel gebracht waar we een kamer krijgen voor 50 RMB. Het is dan wel een kamer die naar natte hond ruikt. In China is het vaak beter om een kamer te nemen zonder eigen badkamer. Het water loopt vaak niet weg, met een rotte waterlucht tot gevolg.

We zijn van plan om twee dagen in het park te blijven. We denken een overnachting te kunnen regelen in een van de Tibetaanse dorpjes. Daarom gaan we op zoek naar een kleine rugtas. Dat blijkt een stuk moeilijker dan gedacht. Uiteindelijk vinden we er een van bijzonder slechte kwaliteit, die we bijzonder goed in prijs weten te laten dalen. Afdingen voor gevorderden: Gewoon weglopen als je het niet eens bent met de prijs. Ze komen je wel achterna. Dit succes vraagt om lekker eten. Tot nu toe zijn de islamitische restaurants bijzonder prettig: vriendelijk, lekker, eerlijke prijzen en alles met een gemeende lach. We proberen ons geld alleen te besteden op plaatsen waar ze oprecht blij zijn met onze aanwezigheid. We gaan ook niet naar binnen bij restaurants waar ‘mannetjes’ staan. Dat betekent naar onze mening dat er te weinig tijd wordt besteed in de keuken. Dat kan nooit goed zijn voor de kwaliteit van het eten.

4.23 - China | De Rize Vallei in Jiuzhaigou

De Jiuzhaigou-vallei (letterlijk Negen dorpen vallei) is een natuurreservaat in het noorden van de provincie Sichuan, in China. Het is beroemd om de gekleurde meren en watervallen op verschillende niveaus. Sinds 1992 is het park uitgeroepen tot UNESCO Werelderfgoed. Deze status trekt enorme mensenmassa’s. Daarom staan we om 5.30 uur op, want we willen als eersten in het park zijn dat om 7.00 uur open gaat. De entree kost 310 RMB (iets meer dan € 31) per persoon. Dit absurd hoge bedrag is dan wel inclusief het gebruik van de bussen in het park. Daarvan nemen we er direct één naar het einde van de 18 kilometer lange Rize Gully, in het uiterste zuidwesten van Jiuzhaigou. Vanaf daar lopen we naar beneden.

Doordat we zo vroeg zijn denken we het eerste stuk van de wandeling in alle rust te kunnen doen. Met een beetje geluk zien we vogels en apen. Heel misschien zelfs een panda. Dit is tenslotte het gebied waar ze leven. De geschatte populatie in het park is slechts 17 dieren en ze leven hoog tegen de steile hellingen. Aangezien ze al moeite hebben om elkaar te vinden voor de voortplanting is de kans onwaarschijnlijk dat wij ze vinden. De minieme kans die we hebben wordt met de grond gelijk gemaakt door de Chinese groep die mee naar boven gaat. Stilte is iets waar een Chinees absoluut niet tegen kan. Ze zijn nog niet uitgestapt of er wordt geschreeuwd in het stille ochtendwoud. Wauw, een echo. We hebben het hier niet over kinderen, maar over uitzonderlijk irritante volwassen. Ons plezier wordt direct met de grond gelijk gemaakt. Genieten in een stille, natuurlijke omgeving is niet meer mogelijk. Later horen we dat bijna alle Chinezen dit doen. Ze sporen echt niet die Chinezen!

Gelukkig zijn alle Chinezen lui en doen ze allemaal hetzelfde. In het park rijden 200 bussen over geasfalteerde wegen rond om de bezoekers van ‘attractie’ naar ‘attractie’ te brengen. Bij de ‘attractie’ stappen alle Chinezen uit de bus, ondersteund door de gids met het vlaggetje om per direct geposeerde foto’s te maken. Binnen 5 minuten zijn ze dan weer met bus en al verdwenen. Tenzij er ook nog iets valt te kopen, want dan wordt er massaal geshopt. Ze schaffen de meest kitscherige spullen aan. De ‘attracties’ in het park bestaan uit een groot aantal kristalheldere meren, in de meest spectaculaire kleuren. De kleur wordt veroorzaakt door de grote hoeveelheid mineralen. In de Rize Vallei liggen een 7-tal kristalheldere meren (swan lake, primeval forrest, grass lake, arrow bamboo lake, panda lake, five flower lake, pearl shoal, mirror lake) die worden afgewisseld met spectaculaire watervallen. De grootste daarvan is 28 meter hoog is en 319 meter breed. De vallei wordt omsloten door dicht beboste, steile hellingen waar misschien we ergens een panda zit verscholen. Tussen en langs de meren kun je erg fijn wandelen over speciaal aangelegde wandelpaden. Daar maken de Chinezen gelukkig geen gebruik van. Waarom zou je lopen?

IMG_2101 IMG_2190
Diep in de Rize Vallei leven de panda's Waterval onder Shuzheng Stockade

De Chinese toeristen zien Jiuzhaigou als een pretpark met de meren en watervallen als attracties. Lawaai maken is een wezenlijk onderdeel van de beleving. Allemaal maken ze identieke geposeerde foto’s vanaf exact hetzelfde punt. Alle Chinezen hebben bij thuiskomt precies dezelfde foto’s, maar dan met zich zelf als onderwerp. Het maakt de Chinezen ook niet of er andere mensen bij hen op de foto staan. De foto van de Chinees wordt gekenmerkt door een enorm slechte opname van een poserende Chinees, die met een wit gezicht, ongemakkelijk de camera inkijkt, terwijl de achtergrond wordt gevormd door een halve waterval, maar beter nog: een fontein.

Deze eerste dag hebben we rond de 25 kilometer gelopen vanaf het hoogste deel van Rize Gully naar Shuzheng Stockade. Dit is tevens de eerste lange wandeling van de reis. Doordat het grootste deel van de dag regende, was het overal lekker rustig. We waren een van de enigen op de wandelpaden. We zijn nat en moe en willen in het park overnachten, zodat we de volgende dag weer vroeg kunnen gaan lopen. Officieel is dat niet toegestaan, maar in het zeer toeristische Tibetaanse dorpje, vragen we aan de bediende in een cafeetje een overnachting bij een lokaal gezin. Dit kan voor 50 RMB op basis van halfpension. Als alle overige toeristen zijn verdwenen komt Shuzheng Stockade enigszins authentiek over.

4.24 - China | De Zechawa Vallei in Jiuzhaigou

Vroeg in de ochtend zitten we aan de ontbijttafel om snel weer in de benen te gaan. Dit keer lopen we van Shuzheng Stockade langs de laatste meren in de Shuzheng Vallei. Op dit vroege uur, zo halverwege de vallei, is er nog niemand en is het volmaakt stil. Na een paar uur in alle rust te hebben genoten van het aantrekkelijke landschap, stappen we weer op de bus. Dit keer rijden we naar het uiteinde van de Zechawa Vallei, waar in het uiterste zuidoosten van Jiuzhaigou, het hoogste, diepste en grootste meer ligt. Chang Hai (Long Lake), ligt op 3.150 meter hoogte, is 7,5 kilometer lang en heeft een diepte van 103 meter. De hoge bergen met de steile hellingen gaan verborgen achter een mystieke witte deken die laag boven het dal hangt. Het water van het meer is als een spiegel zo vlak. Helaas is het hier verre van stil en uitgestorven, waardoor het plaatje in werkelijkheid niet het juweel is wat je zou verwachten. Het is inmiddels 10.00 uur is en dat betekent prime-time voor het toerisme in dit pretpark. Honderden schreeuwende Chinezen duwen en trekken om de 'mooiste' geposeerde foto te kunnen maken aan de waterkant. Een typisch gevalletje van jammer de bammer. Daarop besluiten we om door de Shuzheng Vallei terug naar beneden te lopen. Dit leidt helaas niet tot het gewenst effect, want we blijken het enige deel van het park te hebben bereikt waar de Chinezen massaal aan het wandelen slaan. Het resultaat daarvan is een file van dolenthousiaste Chinezen, die met bijbehorend duw- en trekwerk, langs een keten van azuurblauwe en kristalheldere meren trekken. Toch jammer (voor ons). Gelukkig duurt het maar voor even, want al snel komen we weer uit op de weg. Hier stappen de Chinezen, aangespoord door vlaggetjes en politieagenten, weer op de bus. Door naar de volgende attractie.

IMG_2204 IMG_2132
Chinees toerisme in de praktijk Met hun vlaggetjes maken ze een vrolijke indruk

We hebben de rest van de het 18 kilometer lange wandelpad dus voor ons zelf. Niet zonder reden, want dit pad is weinig aantrekkelijk en ook nog eens levensgevaarlijk. Hele delen zijn bedolven onder steenlawines en grote delen zijn overgroeid of lopen direct langs de weg, waarover tientallen bussen denderen. Van lekker wandelen is dus geen sprake. Tegen ons principe stappen we daarom de weg op en houden de eerste bus aan die langs komt denderen. Voor ons is dit dan weer een attractie, omdat we ons bevinden in de natuurlijke habitat van de Chinese toerist. Verveeld liggen ze in hun stoelen te staren naar de televisie aan de voorzijde van de bus. Niemand kijkt naar buiten. Pas wanneer de gids begint te praten en de groep attendeert op een bijzondere plek die wordt gepasseerd,  kijkt de groep naar buiten om vervolgens weer weg te zakken in ongeïnteresseerde apathie. Hilarisch is het moment dat de gids begint te vertellen over het prachtige meer dat we passeren. Hierop kijkt iedereen naar buiten en gaat er een ‘wow’ geluid door de bus. Bijzonder, want het hele meer is überhaupt niet te zien! 

Midden in het park ligt een groot vermaakcentrum. In een grote hal kan worden gegeten en kunnen souvenirs worden gekocht. Alle 12.000 dagelijkse bezoekers komen daar tegelijk samen om te consumeren. Het voordeel van deze massale lunchpauze is de tijdelijke rust in de rest van het park. Daardoor is het mogelijk om de grote waterval (Nuorilang Falls) in alle rust te kunnen bekijken. Deze indrukwekkende waterval is 20 meter hoog en 320 meter breed. Het is een van de symbolen van China en is vaak te zien op Chinese schilderingen. Het momentum duurt maar even. Als de massa zich weer begint op te dringen, houden wij het voor gezien. Het is in Jiuzhaigou eigenlijk veel te druk om te kunnen genieten van het spectaculaire landschap. Dit vertellen we ook tegen de student uit Hong Kong, die ons bij de uitgang vraagt hoe dit park interessanter kan worden gemaakt voor buitenlandse toeristen. In alle eerlijkheid antwoorden we dat beleving van de natuur voor westerse toeristen anders lijkt dan die voor Chinezen. Voor ons is Jiuzhaigou te veel een pretpark met te veel mensen en te veel bussen, waardoor de beleving van Jiuzhaigou verloren gaat. Om dit te benadrukken, mengt het heldere water uit de Jiuzhaigou-vallei zich buiten de poorten al snel met het afvalwater van de honderden hotels buiten de vallei.

De bus naar Chengdu vertrekt nog niet. De chauffeur wil dat er eerst 20 RMB (€ 2,-) per persoon wordt bijbetaald. Zonder dat er vragen worden gesteld, overhandigen de Chinese passagiers het gevraagde bedrag. De in de bus aanwezige westerse toeristen verwachten toch minimaal een uitleg over deze plotselinge stijging. Waarom hebben we anders al 55 RMB (€ 5,50) voor het kaartje betaald? Blijkbaar is dit heel raar, want we worden door de Chinese passagiers keihard uitgelachen. Maar ja, wie hoort nou eigenlijk wie uit te lachen? Misschien snappen we er inderdaad helemaal geen biet vaan,  maar je overhandigt toch zeker niet zo maar je geld als iemand daar om vraagt? Liever een beetje te kritisch dan simpel en naïef. Een aardverschuiving blijkt de normale weg onbegaanbaar te hebben gemaakt. Daarom moeten we omrijden en een stuk over een tolweg rijden. De hogere kosten worden dan eerlijk verdeeld over de passagiers. Zeg dat dan meteen!

De weg zelf is er een van de indrukwekkende soort. We rijden door een kloof, waarin goed is te zien hoe de Himalaya nog steeds ontstaat. Het Indiase subcontinent drukt zich zelf onder de Aziatische plaat, waarbij een enorme bergketen wordt opgestuwd. Hier diep in zo maar een kloof, zo maar ergens aan de rand van de Himalaya, zien we rotsmassa’s in noordwestelijke richting bijna verticaal omhoog staan. Wat een oerkrachten zijn hier toch aan het werk. De bergen zijn enorm stijl en hoog. Gestaag klimmen we via een recordaantal haarspeldbochten naar boven om een ruim 5.000 meter hoge pas te nemen. Direct langs de slechte weg liggen diepe afgronden en ravijnen. Op de weg ligt puin dat maar van de bergen af blijft komen. Meerdere keren is er een deel van de weg afgezet, omdat een groot rotsblok de rijbaan blokkeert. Grote machines duwen de rotsblokken zo goed en zo kwaad als het kan het ravijn in. Wij rijden vlak langs het randje en zien in de diepte de wrakken liggen van minder gelukkigen. Dit is eigenlijk helemaal niet zo heel erg leuk meer.

IMG_2358 IMG_2364
Chinese wijsheden kennen hun gelijke niet   Het Chinglish is het resultaat van al te letterlijke vertalingen    

Maar ach, ‘what goes up, must go down’. In de eindeloze serie haarspeldbochten moet de bus regelmatig stoppen, om de stinkende en rokende remmen af te koelen met water. Bij iedere stop wordt het warmer. Vochtiger ook. Langzaam maar zeker komen we terecht in een nieuwe klimaatzone. Grote vlinders vliegen te midden van de eerste palmen en bananen. Na de Siberische taiga, de graslanden van Mongolië en de woestijnen, hoogvlakten en gebergten van China, is dit subtropische landschap weer eens wat anders. Het is erg bijzonder om zo langzaam te reizen en het landschap zo geleidelijk te zien veranderen.

In zo maar een dorpje langs de weg naar Chengdu, maken we weer een mooi staaltje China mee. Midden in het dorp is een motor aangereden door een bus. De motor ligt  midden op de weg. Er is zo op het oog geen sprake van schade en ook de motorrijder zelf is in geen velden of wegen te bekennen. Maar ja, de weg is volledig geblokkeerd. Als snel staat er in beide richtingen een enorme file. Vrachtwagens, bussen, auto’s en karren. Alles staat muurvast in dit dorpje, ergens in de subtropische uitlopers van de Himalaya. Voor ons lijkt de oplossing voor deze padstelling niet zo bijster ingewikkeld. Gewoon de motor een stukje op zij en hatsikidee. Waarom gebeurt dit dan niet? Er passeren twee politieauto’s, die ondanks de moeite die ze hebben genomen om zich door de file te wurmen, niet de moeite nemen om het probleem tot een oplossing te brengen. Een derde politiewagen brengt uitkomst. Nadat er foto’s zijn genomen wordt de weg weer vrijgemaakt en kan iedereen zijn of haar weg weer vervolgen. Het dorpje achterlatend in een verstikkende wolk stof en uitlaatgassen. Ons wordt verteld dat het niet zo slim zou zijn om je als niet betrokkene te bemoeien met een situatie als deze. Je zou direct de schud krijgen van het ongeluk, als je het in je hoofd zou halen om de motor te verplaatsen of alleen maar aan te raken. De apathie van de Chinese toeschouwers lijkt dus niet zonder reden. Het lijkt ons wel handig om een trend als deze op de een of andere wijze te doorbreken. Maar ja, wij zijn dan ook wel echte Hollanders. Praktisch tot en met en pro-actief als wat.

Pagina 10 van 29
Ga naar boven