3.04 – Mongolië | Mörön de gekste

We rijden over de hoofdwegen van Mongolië. Dit zijn niet meer dan zandwegen met flinke kuilen en gaten, die zich door het landschap slingeren. Ieder jaar liggen de wegen weer anders, omdat ze min of meer de gerkampen verbinden, die ook ieder jaar weer ergens anders staan. Bij een stop wil Aamaa worstelen. Hij is klein, maar zeer gespierd en sterk. Natuurlijk verliest Jeroen, maar er zal een moment komen dat er wordt gewonnen. Jeroen eet niet voor niets de hele dag door lamsvlees. De beestenboel wordt gevormd door een lucht vol vogels en een steppe vol met grondeekhoorns, aan paar joekels van marmotten en af en toe een vos.

We komen aan in Mörön. Een stad(je) tussen het niets. Helaas is er nog geen water beschikbaar, waardoor we even moeten wachten op de noodzakelijke opknapbeurt. Dan maar basketballen met de kinderen. De meest fanatieke jongen weet niet van ophouden. Niet zonder reden, want hij zit in het Mongoolse team en daarmee is hij zelfs in Novosibirsk geweest om tegen Rusland te spelen. Niet alleen heeft hij van Rusland gewonnen, maar ook maakt hij gehakt van de lange toeristen. Hij vindt het erg geweldig om Engels te spreken met de reizigers die langskomen. Wij vinden het wat minder om met hem te spelen.

We besluiten om op stap te gaan. Waar is het centrum van deze ‘stad’? We volgen de zandweg naar de enige kruising. Er valt op straat bijzonder weinig te beleven. Grote aantallen fanatieke of valse honden staan achter de omheiningen vol opwinding te blaffen en te kwijlen. Dit doen ze vast niet omdat ze ons zo aardig vinden. Voor de zekerheid wapenen we ons daarom maar wat wat stenen. Achter een groot standbeeld van de held van deze aimag (‘aimag’ betekent stam, maar wordt ook gebruikt om de regio aan te duiden), de heer Davaadorj, treffen we een groot uitgevoerde ger. Het is de lokale disco. Binnen is het een donker hol, waar de muziek van twijfelachtige smaak (R&B en rap) is en van nog slechtere geluidskwaliteit. Het is in deze discotheek niet de bedoeling om te zitten of ze zijn hier niet gewend aan bezoekers met lange benen, want de zitplaatsen zijn bijzonder oncomfortabel. De benen passen niet tussen bank of tafel. Na een paar lokale biertjes vinden we zitten ook niet meer nodig en dansen we de sterren van de hemel tussen en met de lokale jeugd. Het is maar goed dat we hier nooit meer terugkomen.

Leave a Reply