05 – Marokko | De Tafilalt-oase

Bedekt door vijf dikke wollen dekens hebben we de koude nacht doorstaan. Om acht uur staan we ons buiten in het zonnetje op te warmen, die aan de strakblauwe hemel staat te stralen. Om 8.30 uur worden we naar binnen geroepen voor het ontbijt van pannenkoeken, brood, jam en honing. Het lukt de eigenaar niet ons een gids aan te smeren. De vallei willen we vandaag graag zelf verkennen. We volgen de smalle paadjes door de oase in noordelijke richting. Het leven is nog niet op gang gekomen. Over kleine paadjes lopen we door het palmbos, langs kleine akkers die worden bewaterd met een ingenieus irrigatiesysteem. Via kanalen en goten van leem en stenen, wordt het water van de Oued Ziz door de oase geleid. Met stenen en leem worden openingen afgesloten om de stroom te leiden. De ochtend is al ver gevorderd als we meer mensen beginnen tegen te komen. Per ezel verplaatsten ze zich door de oase. Een familie is druk met de olijvenoogst. Met stokken slaan ze op de takken, zodat de olijven op de grond vallen. Ze worden verzameld om er olie van te kunnen maken. Na met de mannen (de vrouwen blijven lacherig op afstand) een ‘berber whisky’ te hebben gedronken, lopen we weer verder.

De oase Tafilalt is met 150 km2 de grootste oase van Noord-Afrika. Er staan meer dan 100.000 dadelpalmen. De rivieren Gheris en Ziz leveren het water dat landbouw in deze streek mogelijk maakt. De Tafilalt was eeuwenlang het belangrijkste Marokkaanse eindpunt van de karavaanroutes, zoals de beroemde Zoutroute naar Timboektoe. Tegenwoordig bestaat de bevolking van de Tafilalt uit kleine boeren. De mensen hier zijn mooi en vriendelijk. De ouderen hebben verweerde, karaktervolle gezichten. De vrouwen dragen een hoofddoek, maar de kleding is kleurig en vrolijk. Alleen door het ontbreken van waterbuffels en door de rode rotswanden die boven het palmbos uitsteken, wordt bevestigd dat we niet in Laos zijn. Het plaatje is verder bijna gelijk aan Don Det in het zuiden van Laos. Het water van de Oued Ziz doet niet vermoeden dat we ons in de Sahara bevinden. Het leven in deze vruchtbare oase lijkt geen vervelend leven te zijn. Er is genoeg water en de vallei biedt beschutting tegen de enorme hitte en stofstromen van het plateau hierboven. Verder valt er van een ongelimiteerde hoeveelheid dadels te genieten. In de oase blijkt het relatief koel en is er schaduw. Nu is het midden in de oase aangenaam warm, maar tegen de rotswand wordt het heet. Zomers brandt de zin al het leven uit de steenwoestijn hierboven.

’s Middags rijden we met de auto over de verharde weg die in noordelijke richting door de kloof loopt. We passeren een paar dorpen met lemen huizen waar een ‘salaam’ of ‘bonjour’ bij iedereen een lach doet ontstaan. De weg loopt langzaam naar boven, tot we het lege plateau bereiken waar niets je doet vermoeden dat we ons een direct boven een vruchtbare vallei bevinden. We rijden naar Meski, naar de bron van de Oued Ziz, waar we in een pension annex restaurant hartelijk worden ontvangen en een omelet voorgeschoteld krijgen. We kijken daarbij uit over de ruïnes van een oude vesting: ‘ksar Oulad Aissa’. Wij dalen weer af in de kloof, waarbij we 5 Dirham moeten betalen om de camping en het zwembad naast de bronnen van de Oued Ziz te mogen betreden. Ook worden we uitgenodigd voor een kopje thee zonder verplichtingen in een tapijtshop. Als we deze uitnodiging afslaan, wordt ons diep beledigd gevraagd of we dan misschien kleding of iets tegen hoofdpijn nodig hebben. Liever lopen we een stukje door de velden van dit deel van de oase, waarin mensen staan te werken en ezels staan te wachten, zoals alleen ezels wachten kunnen. Ibissen (witte reigers) staan maar een beetje te staan en duizenden mussen, mezen en vinken bevolken de bomen en het riet.

Vanaf de ruïnes van de indrukwekkende Oulad Aïssa, kijken we uit over het surrealistische landschap van de Tafilalt. Op de rand van de kloof staan de silhouetten van een kudde dromedarissen. De achtergrond wordt gevormd door de kale bergen van het Atlas gebergte. Op het uitzichtpunt boven ons dorp drinken we een glaasje thee met de eigenaar van ons guesthouse. Hij spreekt Engels, Frans, Arabisch en Berber, wat het hebben van een echt gesprek vergemakkelijkt. Wij vragen ons af hoe het kan dat er geen andere toeristen zijn. Dit komt doordat we net de dip voor het hoogseizoen te pakken hebben, dat volgende maand begint. Omdat we inmiddels hebben geleerd dat het gebruik van ‘Inshallah’ de beste manier is om gezeur over toertjes te beëindigen, is dat nu ook snel afgelopen. Het komt zoals het komt, vandaag is vandaag en morgen is weer een nieuwe dag. Hij vindt dat wij bijzondere toeristen zijn. Reizigers eigenlijk, omdat we willen begrijpen waar we zijn, wie we tegenkomen en het liever op onze eigen, zelfstandige en tikkeltje eigenwijze manier doen. In deze balans is het onbaatzuchtig gezellig.

Het avondeten wordt geserveerd in de grote ruimte vol kleden, tapijten en schalen. Dit keer eten we couscous met kip, wortel, witte wortel en courgette. Deze couscous is ‘very wacha’, wat Berber is voor ‘OK’. Na het eten worden we uitgenodigd bij het kampvuur, waar grappen worden gedeeld en thee wordt geschonken, die met de klok mee wordt geserveerd. Hoe krijg je in drie stappen een dromedaris in een koelkast vraag Zaïd? Je opent de koelkast, je duwt de dromedaris er in en dan sluit je de deur. Hoe krijg je dan een olifant in vier stappen in die koelkast? Je opent de koelkast, je laat de dromedaris er uit, je duwt de olifant er in en dan sluit je de deur. Vraag nummer drie ging over een bruiloft van een leeuw, waar alle dieren op eentje na aanwezig waren. Welk dier ontbreekt er op de bruiloft? De olifant natuurlijk, want die zit in de koelkast.

Geef een reactie

  Subscribe  
Abonneren op