07 – Marokko | Merzouga – Tamnougalt (289 km)

Om 6.00 gaat de wekker. Opstaan, aankleden en de koude woestijnnacht in. Op tijd om de zonsopgang te kunnen bekijken. Voordeel van Nasser Palace is dat het direct aan de voet van de zandduinen ligt; ver lopen is dus niet nodig. De blauwroze hemel vormt het canvas voor de zwarte silhouetten van de zandduinen en de palmbomen. Een paar Marokkaanse toeristen rijden op een dromedaris tegen de hoogste duin op. In de oase beginnen de vele vogels te kwetteren. Een nieuwe dag is aangebroken. Het is lang niet zo koud als dat het in Zouala was, misschien komt dat doordat Zouala aan de voet van de besneeuwde toppen van de Hoge Atlas ligt. Op de kantelen van het paleis hotel wordt het ontbijt geserveerd. Uitkijkend over de zandduinen van de Erg Chebbi en het grote zwembad op de binnenplaats van het lemen hotel. Een bizar contrast, vooral in vergelijking met de naastgelegen stoffige en armoedige plaatsen Merzouga en Hassilabied.

We rijden de bijna 30 kilometer terug naar Rissani. Dan slaan we af op de N12 richting Zagora. De lucht is strakblauw en het is warm. Voor het eerst zitten we alleen met een T-shirt aan in de auto. Het land waar we doorheen rijden is indrukwekkend leeg. De ondergrond bestaat uit kiezels en keien. De lemen dorpen van de Tafilalt hebben we achter ons gelaten. De zeldzame gebouwen die we nu passeren zijn van steen en beton. Ander verkeer is er bijna niet. Af en toe komt er een afgeladen bestelbus voorbij gereden. Links en rechts liggen kale, rauwe bergruggen met verticale aardlagen. Het landschap doet ons erg denken aan de Australische leegte. Een tijdje rijden we achter een busje, waarop iemand gratis lijkt mee te liften. Dan gooit hij zijn sigaret weg en stapt de rijdende bus weer in. Wacha, wacha, hij was gewoon even naar buiten gestapt om een peuk te roken. Het landschap is erg fotogeniek. Dan weer helemaal kaal, met fantastische vergezichten op de rauwe bergen die zich van het westen naar het oosten uitstrekken. Her en der in het landschap staan solitaire bomen, als zouden we over een savanne rijden. Olifanten, zebra’s, leeuwen en giraffen zouden in dit landschap niet misstaan. Helaas zijn deze dieren hier allang uitgestorven en beperkt de fauna zich tot dromedarissen en ezels.

In Tazzarine drinken we langs de weg een kopje koffie en thee, die ons door een doortrapte man wordt geserveerd onder het uitroepen van ‘allemachtig prachtig, een dag niet gelachen is een dag niet geleefd’. Subtiel begint hij een gesprek over et toerisme in het algemeen en de Nederlanders in het bijzonder. Vooral ook over de studenten Geologie en mensen die hij kent van diverse internationale beurzen en exposities over fossielen. ‘Heb ik al verteld dat ik met mijn foto in een boek sta? Ik ben een beroemdheid!’ ‘Heb ik al verteld dat ik een winkel heb? Ik zal jullie eens vertellen hoe je echte fossielen kan herkennen. Even wachten, ik zal wat voorbeelden daarvan uit mijn winkel pakken.’ Het is erg jammer dat de Marokkanen altijd iets van je willen. Zomaar een onbaatzuchtig gezellig praatje kun je eigenlijk vergeten. Er moet geld aan je worden verdiend.

In Transihkt sluit de N12 aan op de N9. Dit is de weg die door de Draa vallei loopt, die wij voor 20 kilometer in noordelijke richting volgen. Het waait stevig en het is zelfs bewolkt. Bij nader inzien blijkt het een stofstorm te zijn die door de vallei blaast. Alle kleur is uit het landschap verdwenen. Tamnougalt is een uitgestrekte ‘ksar’ aan de rand van het palmbos van de Oued Draa. Dit is misschien wel de meest spectaculaire en bijzonder ksar van de omgeving. Het dorp was ooit de hoofdstad van de streek. Nu is het een rommelige verzameling lemen bouwwerken. Over een zandweg rijden we door de poort van de ‘ksar’ en parkeren onze auto voor hotel ‘Chez Jacob’. Het is een authentieke lemen versterkte woning van 500 jaar oud. Voor 450 Dirham krijgen we een ruime, koele kamer met douche en uitzicht over het palmbos. Het ontbijt en avondeten zijn bij de prijs inbegrepen. We zijn de enige gasten. De service is de beste die we in Marokko hebben mogen ontvangen. Onze gastheer heet Ibrahim en hij zorgt er voor dat het aan ons niets te kort komt. ‘This is your house, saha!’

Vanaf het dakterras kijken we uit over het palmbos en de tot ruïnes vergane lemen bouwwerken. Na de onvermijdelijke ‘berber whisky’ maken we een rondje door de indrukwekkende ruïne van de ‘ksar’. Buiten, op het pleintje voor het hotel, staat een donkere Marokkaan die ons graag wil rondleiden in de naastgelegen, gerestaureerde Kashba. Alleen vandaag geopend, dus als we slim zijn gaan we met hem mee. Niet dus, want we zijn net aangekomen en willen graag eerst zelf ontdekken waar we zijn. Morgen is er weer een dag, Inshallah. De beste man achtervolgt ons, want die ziet zijn wandelende ATM al als sneeuw voor de zon verdwijnen. In één van de vele geheime vakjes binnen de ksar verstoppen we ons. We horen hem passeren, wachten nog even en als de kust weer veilig is gaan we verder met onze eigen ontdekkingstocht. 1-0 voor de toerist. Al dwalend komen we in een andere ‘ksar’, waar we worden uitgenodigd voor een onbaatzuchtig kopje ‘Berber Whisky’. In de rijk gedecoreerde eetzaal van Chez Jacob wordt om 19.00 uur het diner door Ibrahim geserveerd. Niet alleen heeft dit hotel de beste service, ook de beste bediening en naar nu blijkt ook het beste eten van heel Marokko. Het diner bestaat uit een salade, tajine met omelet, couscous met kip en groenten en een toetje van ijs en fruit.

Leave a Reply

  Subscribe  
Notify of