Day: 30 augustus 2005

4.36 – China | Het goede leven langs de Li Rivier

We volgen de rivier stroomopwaarts en komen ons eigen paradijsje tegen. Een strandje waar niemand anders komt. Behalve dan de vissers in hun kleine bootjes, de waterbuffels die grazen op de bodem van de rivier en de kleine lieve vrouwtjes die het vee hoeden. Het is gedaan met de rust wanneer er tussen 13.00 & 14.00 uur een ware armada van toeristenboten passeert, die over de Li River van Guilin naar Yangshuo varen. We tellen 59 boten die in dat ene uur passeren. Een onafgebroken luidruchtige armada van boten, waarvan sommigen zo lelijk zijn dat we ons afvragen hoe het mogelijk is dat iemand op het ontwerp is gekomen. In Yangshuo wordt de massa mensen uitgebraakt om, begeleid door de nimmer ontbrekende vlaggetjes, langs de shopjes te worden geleid om zoveel als mogelijk geld uit diepe toeristenzakken te kloppen. Als de toeristenparade is gepasseerd is de stilte fantastisch. Het is een sprookjesachtige plek zo aan het water. Het water is blauw en vlak. De puntige groene karstbergen prikken her en der in de blauwe lucht. We horen het geluid van een insect, dat we voor het eerst hebben gehoord langs de Yangtze rivier. Toen dachten we dat het een kunstmatig geluid was om de vogels weg te houden van de bananenplantage. Het insect heeft wat weg van een krekel, maar is dat niet. Het heeft doorschijnende vleugels en maakt een geluid als mediterende monniken.

Ons vaste fruitvrouwtje weet ons inmiddels te vinden. Dat is erg grappig, want ze weet dat we mango’s willen. Die heeft ze dan ook speciaal voor ons meegenomen. Natuurlijk kopen we het fruit bij haar, maar dan wel tegen een redelijke prijs. Het afdingen is een spel. Als je iets niet wilt verkopen of kopen voor een bepaalde prijs, dan doe je dat niet. In principe zijn er bij het afdingen dus alleen maar winnaars. De kunst is alleen om te proberen om maximaal 50 procent of één derde te betalen van de prijs die wordt gevraagd. De verkopers hebben natuurlijk allemaal trucjes en beginnen altijd met een veel te hoge prijs en doen alsof ze het vreselijk vinden dat je een lagere prijs wilt betalen, want het is al zo goedkoop en ze slepen toch al die kilo’s fruit mee, enz. Je moet ook altijd blijven lachen, het spelletje met een glimlach meespelen. Het belangrijkste is dat je nooit boos moet worden. Boos worden is in China nooit een optie om iets voor elkaar te krijgen. Floor beheerst het afdingen tot in de perfectie. Als Floor een prijs is overeengekomen en ze geven toch nog te weinig geld terug, dan pakt ze er gewoon nog wat fruit bij. De fruitvrouwtjes vinden het fantastisch. Ze vinden het waarschijnlijk helemaal fantastisch dat er een blanke is die het spel goed meespeelt en zich niet al te hard laat oplichten. Ze heeft dus respect verdiend, wat in China heel veel waard is. De mango’s, bananen, appelperen, granaatappels en meloenen zijn ook zo ontzettend lekker. Samen met alle groenten en fruitsapjes leven we gezonder dan ooit. We hebben zelf al een lotusbloem gegeten.

Aan de waterkant is het heerlijk een boek lezen met de voeten in het water. Het is ook veel te heet om iets anders te doen. We hebben begrepen dat de enorme hitte en hoge luchtvochtigheid in Yangshuo te maken heeft met de Tyfoon die de dag er voor bij Taiwan aan land is gekomen. Dit betekent dat het klimaat door een tyfoon over een gigantisch gebied wordt beïnvloed. Zo met de voeten in het water komen we tot onze theorie van de asociale Chinees. In de westerse samenlevingen is sociaal zijn de norm. Een ieder moet zich aanpassen en iets inleveren om de samenleving leefbaar te houden. Asociaal gedrag wordt niet gewaardeerd. In China ‘moet’ je asociaal zijn om in de samenleving te kunnen overleven. Iedereen doet wat hij of zijn wilt, zonder daarbij rekening te houden met een ander. De ik-figuur komt altijd op de eerste plaats, gevolgd door de directe familie. De rest doet er niet meer toe. Het punt is dat niemand zich er aan stoort. Wil je voordringen of lawaai maken dan doe je dat gewoon. Iedereen ondervindt daar dan wel hinder van, maar zolang niemand zich daar druk over maakt en zelf ook alleen maar aan zich zelf denkt is er niets aan de hand. Het systeem werkt dus prima. Het is erg paradoxaal in een communistische samenleving waar individualiteit niet zou moeten tellen.

4.35 – China | Watercaving in Yangshuo

We gaan vroeg op pad om de ‘watercave’ te bezoeken. Dit blijkt een stuk lastiger dan gedacht. Iedereen probeert iedereen van alles aan te smeren in Yangshuo, zo ook toertjes naar de ‘watercave’. Maar aangezien we in China nooit meer in een tour zullen trappen, kiezen we voor onze eigenwijze weg. Op een paar gehuurde fietsen gaan we op pad. Langs de weg staan vele borden met advertenties voor de enige echte watercave. Opvallend daarbij is dat iedereen dezelfde foto’s en kaarten gebruikt. Dit is best wel vreemd, aangezien de locaties nogal verschillen. Maar welke is nou de echte? We rijden langs een loket waar ze daadwerkelijk tickets verkopen voor ‘de’ watercave. Althans, dit lijkt even het geval te zijn. Inmiddels hebben we een gezond wantrouwen tegen elke Chinees die iets aan ons wilt verdienen. Het afdingen gaat ook veel te makkelijk. Eerst zien, dan geloven, dan betalen. De Chinees stapt op zijn brommer om ons voor te gaan. Als we worden begeleid naar een plek waar volgens onze informatie de grot niet zou moeten liggen, weten we genoeg. We keren om en laten de leugenaar met een grote lach op zijn gezicht achter. Die lach kan twee dingen beteken. Hij kan zijn ‘gezicht hebben verloren’, waardoor lachen de beste manier is om het verlies te maskeren, of hij weet dat wij weten dat hij niet de waarheid verteld.

Het vreemde is dat niemand de grot lijkt te kennen die wij willen bezoeken. Het helpt daarbij niet dat de gemiddelde Chinees geen kaart kan lezen. Eigenlijk is het ook wel bijzonder om aan de hand van een paar lijnen en kleuren, je positie te bepalen in een onbekende omgeving. Voor ons is dat het zo normaal dat we daar niet eens bij stil staan. Ondertussen fietsen we in de subtropische hitte rond tussen de bergen en de rijstvelden. Over een erg mooi en lang zandpad dat zich tussen de rijstvelden en de kalkstenen bergen slingert, komen we aan bij een grot. Dit zou zowaar wel eens de juiste kunnen zijn. Er liggen bootjes in het water voor een opening dat duidelijk de ingang van een grot is. Maar aangezien we niemand meer vertrouwen durven we het pas aan om tickets te kopen als er een paar andere toeristen verschijnen. We onderhandelen over de prijs en komen 90 RMB (€ 9,-) in plaats van 128 RMB (€ 14,20) overeen. Helaas maken we een denkfout. De verkoper had deze prijs voor twee tickets in gedachten, waardoor we ons door deze onderhandeling aardig in de vingers snijden. Dom! Door het fietsen in de subtropische hitte verliezen we onze scherpte.We nemen plaats in een bootje en varen de grot binnen. We hebben een helm op met een mijnwerkerslamp daarop. De helm is geen overbodige luxe, want het plafond is erg laag en diep bukken blijkt niet altijd afdoende. We zijn met een groepje van zes, inclusief een Engels sprekende gids. Verder is er niemand. We lopen en varen door  een ondergronds gangenstelsel vol stalagmieten en stalactieten, golven en barlijnen van kalk. We kruipen als echte ontdekkingsreizigers door smalle gangen. Ook komen we kleine baden die zijn uitgesleten in de kalk. Diep in de grot treffen we een heuse fotostudio aan, waar we foto’s kunnen laten maken van ons zwemavontuur in het diep ondergronds gelegen modderbad. Een erg aparte ervaring. We glijden van de hellingen in het modderbad waarin we gemakkelijk blijven drijven. Gelukkig is er ook voldoende schoon water aanwezig, zodat we weer toonbaar naar buiten kunnen treden. Daar eten we voor 3 RMB (€ 0,30) mee met de lokale bevolking. We hebben het vermoeden dat de pot dit keer hond schaft. De botjes zijn namelijk van een bijzondere grootte. Wat maakt het ook uit. Het smaakt goed en daar gaat het om.