4.12 – China | Hotpot in Xining

Xining is de enige grote stad in de provincie Qinghai en het commerciële centrum van de regio. De ruim twee miljoen inwoners wonen in een langgerekt stedelijk gebied, waarvan de topografie wordt bepaald door de omliggende steile berghellingen. De wijk rond de grote Dungguan Moskee is erg interessant. Daar wonen de islamitische Hui-Chinezen, nakomelingen van de handelaren langs de Zijderoute. Een grote massa mannen, allemaal met een wit kapje op het hoofd, draagt een in witte doeken gewikkeld lichaam naar de moskee. Volgens de voorschriften wordt een moslim zonder kist begraven.

De lunch gebruiken we in een restaurant, waar we naar de bovengelegen eetzaal worden gedirigeerd. Aan de wanden hangen grote spiegels en gezeten wordt er op lekkere banken. Volgens onze beproefde methode plaatsen we onze bestelling met het tekst ‘wat kunt u ons aanbevelen wat niet te pittig is?’ Dit resulteert in het plaatsen van een hotpot, oftewel de Chinese fondue. Een grote verzameling borden, kommen en schaaltjes wordt op tafel geplaatst. Daarop een grote verscheidenheid aan gerechten als lamsvlees, kip, tofu, een variëteit aan groenten en dikke doorzichtige, kwalachtige slierten. Terwijl wij het ene naar het andere gerecht klaarmaken in de hotpot, zorgt de vlekkeloze bediening er voor dat we niet uitdrogen. Zij zorgen er wel voor dat je theekopje gevuld blijft. De thee is altijd bij de prijs inbegrepen, maar je ze op een gegeven moment wel verzoeken te stoppen met bijschenken. Het eten smaakt ons goed, maar we maken ons enigszins zorgen over de prijs. Daarom vragen we met enige schroom de rekening, die in plaats van de verwachte 200 RMB, nog geen 60 RMB bedraagt. In China kan de budgetreiziger nog copieus dineren.

Xining verandert ‘s avonds in een levendige heksenketel. De grote warenhuizen zijn gevestigd langs een drukke weg. Op de brede trottoirs is het dringen geblazen tussen alle winkelende Chinezen. Bedelaars trekken de aandacht, maar dat is aan ons niet besteed zolang er niets tegenover staat. Zo lang het maar niet alleen dat opgeheven handje is. Langs de weg en op de pleinen staan lichtgevende palmen te flitsen in primaire kleuren. Bewegende armaturen, voorzien van led lampen in een diversiteit aan kleuren, lijken te fungeren als vuurwerk op palen. Lichtgevende reclame op de gevels verzorgt de finishing touch van de kermis die de stad is geworden. Een kermis waar je heerlijk kunt eten bij een van de vele kraampjes vol lekkernijen. Achter de kermis is het echter donker. Via achterstraten, doorgangen en smerige steegjes komen we langs ruïnes en bouwvallen. Mensen zijn er overal. Onveilig voelt het zeker niet.

De Chinese stedeling woont voornamelijk in nieuwe flats. Nieuw is goed. Nog nieuwer is beter. De bouwwoede is niet te stuiten. Her en der zijn nog wel stadsdelen te vinden met flats uit de jaren ’60 en ’70. Dit ziet er voor de toerist dan wel prettig ‘authentiek’ uit, voor de bewoners zijn ze een stuk minder aangenaam. Ze zijn klein, donker, tochtig, versleten en niet of nauwelijks voorzien van sanitair. In de achterstraten hangt steevast een rioollucht. Chinezen zijn te druk met bouwen en vooruitgang om zich om het milieu of de gezondheid te bekommeren. Op straat is het vaak een bende. Met uitzondering van de hoofdwegen ligt er overal afval. Omdat je afval maar beter kwijt kunt zijn, wordt het gewoon op straat gegooid of uit het raam van trein en bus gepleurd. Chinezen houden dan wel poetsen, grondig gebeurt het niet. Hier lijkt te gelden: ‘zolang je het niet ziet, dan is het er niet’. Sanitaire voorzieningen vallen niet in de categorie ‘schoonmaken en schoon houden’. Maar eerder in de categorie ‘plakpoepen en nathouden’.

Leave a Reply

  Subscribe  
Notify of