4.18 – China | Van Xiahe naar Langmusi

Reizen is net werken, maar dan zonder baas die zegt wat je moet doen. Op reis bepaalt de dienstregeling van het openbaar vervoer het ritme van de dag. Het zetten van de wekker is daarbij een noodzakelijk kwaad. De bus van Xiahe naar Hézuò vertrekt vandaag om 7.40 uur. We zijn niet de enigen die met deze bus mee willen. Ook zijn we niet de enigen die nog een kaartje voor deze bus moeten kopen. Niet dat je kunt zeggen dat het daardoor druk is bij het enige loket dat het busstation van Xiahe rijk is. Wel probeert de massa van welgeteld 15 Tibetanen allemaal tegelijk een kaartje te bemachtigen. Niet alleen wordt er geduwd, getrokken en rücksichtslos voorgedrongen, ook wordt er aanspraak gemaakt op het wereldrecord aantal Tibetanen per vierkante mater. De twee stuks Hollander in de massa raken daardoor dusdanig in de verdrukking dat er slim moet worden gehandeld. Terwijl Jeroen zorgt voor enige bewegingsruimte, stoot Floor door naar voren. Daar wekt haar (deels) geacteerde van pijn vertrokken gezicht de sympathie van de loketbediende. Zo verkrijgen we voor 9 RMB per persoon het felbegeerde buskaartje naar Hézuò.

Twee uur later komen we aan in Hézuò, waar we een aansluiting moeten zien te vinden naar Langmusi. Direct worden we ‘aangevallen’ door een aantal taxichauffeurs die er zeker van zijn dat we op een ander busstation moeten zijn. We hebben inmiddels geleerd dat we dat soort berichten niet klakkeloos moeten aannemen. Eigen onderzoek wijst echter uit dat ze gelijk hebben. Voor 20 RMB worden we in een motor-met-zijspan-taxi naar het andere eind van de stad gebracht. De taxichauffeur staat er daarna op om voor ons de buskaartjes te regelen. We weten inmiddels dat je dan alert moet zijn. Een variabel deel van de prijs van iets, wordt namelijk bepaald door de commissie die ‘behulpzame’ Chinezen opstrijken bij het behulpzaam zijn van anderen. Wij vinden het onderscheid tussen ‘behulpzaam zijn’ en ‘oplichten’ een hele dunne. Precies om die reden organiseren wij het lekker zelf. Het buskaartje naar Langmusi kost uiteindelijk 29 RMB per persoon.

De volgende vier uren rijden we door een steeds adembenemender landschap. En dat komt niet alleen door de hoogte. We rijden door de voorlopers van de Himalaya. De weg leidt naar Langmusi dat op 3.300 meter ligt. De puntige en kale toppen rondom bereiken hoogten tot 4.800 meter. Het ruige berglandschap met steile hellingen en loodrechte kliffen heeft een kleurenpallet van  bruine en groene tinten tegen de diepblauwe achtergrond van de lucht. Het licht en de warmte van de zon zijn op deze hoogte intens. Om niet levend te verbranden moeten we blijven smeren. Het is vreemd dat we nergens sneeuw zien liggen. Door het extreme landklimaat en de uitgestrektheid van de Himalaya ligt de sneeuwgrens hier pas tussen de 5.500 en 6.000 meter.  In de Alpen zouden bergen van deze hoogte van eeuwige sneeuw en gletsjers zijn voorzien.

Het reizen is in China eigenlijk een groot kansspel. We gaan er iedere keer maar van uit dat we daar zijn waar we denken dat we zijn. We gaan er maar van uit dat we trein- en buskaartjes kopen naar de bestemming die we denken te moeten hebben. Wie zegt dat we iedere keer een juiste match maken tussen de Chinese karakters uit onze reisgids met de vaak beperkte informatie op de bus- en treinstations? Bijkomstig probleem is het geheel ontbreken van plaatsnaamborden. En als er al zo’n bord zou staan, dan zouden we deze niet eens kunnen lezen. Misschien dat we die dan weer kunnen vergelijken met de plaatsnaam op ons kaartje, maar wie zegt dat dit het kaartjes is naar de plaats waar we eigenlijk willen zijn? Misschien reizen we wel een geheel andere route dan we denken. Misschien is de plaats waar we nu zijn aangekomen niet Langmusi, maar een geheel andere die er misschien alleen op lijkt.

Geef een reactie

  Subscribe  
Abonneren op